Verordening sociaal-medische indicatie kinderopvang gemeente Almere 2025

Geldend van 13-09-2025 t/m heden

Intitulé

Verordening sociaal-medische indicatie kinderopvang gemeente Almere 2025

De raad van de gemeente Almere;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 8 april 2025;

gelet op artikel 149 Gemeentewet, de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk en de Wet innovatie en kwaliteit kinderopvang;

besluit

vast te stellen de Verordening sociaal-medische indicatie kinderopvang gemeente Almere 2025.

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere;

  • b.

    Hulpverlener: erkende zorgverleners zoals artsen, psychologen, maatschappelijk werkers, en andere zorgprofessionals met relevante kwalificaties, die werken voor een organisatie die door de gemeente, zorgverzekeraar of het Rijk is erkend en gecontracteerd binnen de wettelijke kaders van Jeugdwet, Participatiewet, Wet langdurige zorg, Wet maatschappelijke ondersteuning of Zorgverzekeringswet.

  • c.

    Indirecte hulpverleners zijn professionals die geen directe begeleiding of behandeling bieden, maar wel een rol spelen in het bredere zorgnetwerk rondom het gezin. Zij ondersteunen bijvoorbeeld bij het organiseren van hulp, verwijzen door of coördineren zorg.

  • d.

    Kind: minderjarige in de leeftijd van 0-12 jaar, oftewel tot het einde van de basisschoolperiode, die als ingezetene op hetzelfde woonadres als de ouder is ingeschreven in de basisregistratie personen;

  • e.

    Kinderopvangorganisatie: dagopvang of buitenschoolse opvang op grond van de Wet kinderopvang geleverd door een kindercentrum dat geregistreerd is in het Landelijk Register Kinderopvang;

  • f.

    Ouder: gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder;

  • g.

    Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang: een financiële tegemoetkoming voor kinderopvang op basis van sociaal-medische gronden;

  • h.

    Tegemoetkoming: subsidie zoals bedoeld in artikel 4:21 van de Algemene wet bestuursrecht;

  • i.

    Voorliggende voorziening: elke mogelijkheid om in kinderopvang te voorzien waarvan door de aanvragende ouder gebruik kan worden gemaakt, waaronder andere financiële tegemoetkomingen en adequate kinderopvang in de informele sfeer;

Artikel 2 Aanspraak op tegemoetkoming kosten SMI-kinderopvang

  • 1. Het kind en de ouder zijn ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) van gemeente Almere.

  • 2. Een ouder komt in aanmerking voor een tegemoetkoming tijdelijke Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang als deze naar het oordeel van het college voldoet aan alle volgende voorwaarden:

    • a.

      deze de aanvraag laat indienen door een hulpverlener;

    • b.

      er een concreet begeleidingsplan voor hulp aan het gezin is overlegd met daarin de aanpalende hulp aan de ouders;

    • c.

      er een gerede verwachting is dat met behulp van het onder sub b. genoemde plan binnen de beschikkingsperiode een duurzame oplossing voor de problematiek van de ouder(s) gevonden kan worden waardoor de tegemoetkoming Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang niet meer nodig is;

    • d.

      opvang van het kind is noodzakelijk als gevolg van een lichamelijke, zintuiglijke, verstandelijke of psychische beperking van de ouder, waardoor de ouder niet in staat is voor het kind te zorgen en een veilige (cognitieve, sociale, emotionele en lichamelijke) ontwikkeling van het kind wordt bedreigd;

    • e.

      de ouder is tijdelijk niet in staat om op eigen kracht, met gebruikelijke hulp van de andere ouder of met behulp van het sociaal netwerk in opvang voor het kind te voorzien én de mogelijkheden hiervoor zijn voldoende onderzocht;

    • f.

      er zijn geen voorliggende voorzieningen, w.o. de Kinderopvangtoeslag, waar de ouder (deels) een beroep op kan doen;

    • g.

      een tegemoetkoming Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang is de goedkoopst adequate oplossing binnen het Sociaal Domein;

    • h.

      gemotiveerd is aangetoond dat geen reële mogelijkheden bestaan binnen het sociaal netwerk van de ouder, noch binnen reguliere voorliggende voorzieningen, om in kinderopvang te voorzien.

Artikel 3 Indiening van de aanvraag Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang

  • 1. De aanvraag voor een tegemoetkoming Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang kan door of namens de ouder gedaan worden bij het college van de gemeente Almere.

  • 2. Een aanvraag kan alleen in behandeling worden genomen als er een hulpverlener beschikbaar is die direct betrokken is bij de hulpvraag en die inzicht heeft in de situatie van de ouder of het kind, én die beschikbaar is in het kader van het onderzoek naar de aanvraag.

  • 3. De aanvraag bevat aanvullend op artikel 2 lid 2b. in ieder geval:

    • a.

      naam, adres en BSN van de ouder(s);

    • b.

      e-mailadres van de ouder(s);

    • c.

      naam, geboortedatum en BSN van het kind of de kinderen waarop de aanvraag betrekking heeft;

    • d.

      gegevens over het belastbaar inkomen;

    • e.

      de reden voor de aanvraag;

    • f.

      het aantal uren waarvoor en de periode waarin kinderopvang volgens de aanvrager noodzakelijk is;

    • g.

      de handtekening van de ouder of diens wettelijke vertegenwoordiger en, als de ouder een partner heeft, van de partner;

    • h.

      contact gegevens van de betrokken directe hulpverlener.

  • 4. De ouder verstrekt op verzoek, binnen een door het college gestelde termijn, aan het college alle gegevens en inlichtingen van zichzelf en de partner die voor de aanspraak op en de hoogte van de bijdrage in de kosten voor Kinderopvang van belang kunnen zijn.

Artikel 4 Onderzoek en besluit op de aanvraag

  • 1. Het college bepaalt de noodzaak van een tegemoetkoming Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang op basis van het ondersteuningsplan en een medisch advies door een daartoe gecontracteerde onafhankelijke organisatie, waarin duidelijk en concreet wordt onderbouwd welke functionele beperkingen van de ouder de verzorging van het kind belemmeren.

  • 2. Het college besluit over de aanvraag van de tegemoetkoming binnen acht weken na ontvangst van alle benodigde gegevens in de aanvraag.

  • 3. Het college kan dit besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het college stelt de ouder(s) hiervan schriftelijk in kennis.

Artikel 5 Weigeringsgrond

Het college geeft geen tegemoetkoming Sociale Medische Indicatie Kinderopvang als:

  • a.

    de aanvraag niet is gedaan door een hulpverlener als bedoeld in artikel 3 lid 2 en 3.

  • b.

    de aanvraag niet voldoet aan wat is bepaald in artikel 2 en/of 3;

  • c.

    de kinderopvangorganisatie wordt geëxploiteerd zonder toestemming van het college als bedoeld in artikel 1:46 tweede lid van de Wet kinderopvang en niet is opgenomen in het Landelijk Register Kinderopvang;

  • d.

    de opvang niet zal plaatsvinden of niet adequaat is;

  • e.

    de opvang plaatsvindt door een gastouder;

  • f.

    de ouder aanspraak kan maken op een adequate voorliggende voorziening als bijvoorbeeld Kinderopvangtoeslag;

  • g.

    door verstrekking van de bijdrage het subsidieplafond in artikel 12 wordt overschreden;

  • h.

    de ouder niet meewerkt aan eventueel vooraf afgesproken of mogelijke begeleidings- of behandeltrajecten die tot herstel of een duurzame oplossing moeten leiden

  • i.

    het binnen een periode van twee jaar voorafgaand aan een aanvraag tegemoetkoming Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang, een weigeringsbeschikking voor het desbetreffende kind heeft afgegeven en de omstandigheden sindsdien in hoofdzaak ongewijzigd zijn;

  • j.

    het binnen een periode van drie jaar voorafgaand aan een aanvraag tegemoetkoming Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang, een reguliere verleningsbeschikking of een verlengde beschikking voor het desbetreffende kind heeft afgegeven.

Artikel 6 Ingangsdatum Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang

  • 1. De tegemoetkoming Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang wordt verleend met ingang van de datum waarop de kinderopvang daadwerkelijk is gestart door plaatsing van het kind in een voorziening voor kinderopvang en tevens goedkeuring wordt gegeven voor het plan als bedoeld in artikel twee sub b.

  • 2. De ingangsdatum ligt nooit vóór de datum aanvraag.

Artikel 7 Duur en omvang Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang

  • 1. De tegemoetkoming Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang wordt verleend voor het aantal uren/dagdelen per week en de periode waarvoor de inzet van de kinderopvang naar het oordeel van het college noodzakelijk is, voor maximaal de omvang genoemd in het tweede, derde en zesde lid.

  • 2. Het college verleent de tegemoetkoming Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang voor de duur van maximaal twaalf maanden.

  • 3. Indien sprake is van lichte sociaal medische problematiek, zoals tijdelijke overbelasting of burn-out, wordt tegemoetkoming toegekend voor maximaal 6 maanden. Alleen indien op basis van medisch advies sprake is van aantoonbare complexe of langdurige problematiek, kan verlenging met zes maanden plaatsvinden.

  • 4. De tegemoetkoming Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang wordt toegekend voor maximaal drie dagen of zes dagdelen en maximaal elf uur per dag.

  • 5. Een verzoek voor een tegemoetkoming Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang dat aansluit op een voorafgaande tegemoetkoming wordt door het college beschouwd als een verzoek tot verlenging van de tegemoetkoming Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang.

  • 6. Een verlengingsaanvraag wordt slechts toegekend indien sprake is van aantoonbare nieuwe sociaal medische feiten die zich na afloop van de eerdere beschikking hebben voorgedaan.

  • 7. Na beëindiging van een tegemoetkoming Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang, kan pas na verloop van 24 maanden opnieuw een aanvraag worden ingediend, tenzij sprake is van een crisissituatie zoals gedefinieerd in nadere regels van het college.

  • 8. Een tegemoetkoming voor een Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang kan niet meer dan éénmaal worden verlengd.

Artikel 8 Hoogte van de bijdrage Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang

  • 1. De hoogte in de tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang op basis van de Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang zijn gebaseerd op de geldende tarieven van de Belastingdienst en de jaarlijks vastgestelde maximum uurtarieven.

  • 2. De ouder betaalt een eigen bijdrage in de kosten van de kinderopvang afhankelijk van het toetsingsinkomen.

  • 3. Voor het bepalen van de hoogte van de tegemoetkoming Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang wordt de tabel gebruikt voor het betreffende kalenderjaar, zoals opgenomen in het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkoming in kosten kinderopvang, de Regeling indexering kinderopvang en de daarbij behorende bijlage.

  • 4. Het college kan vrijstelling geven om aan de betalingsverplichting inzake de eigen bijdrage te voldoen als bedoeld in het tweede lid, aan een ouder met een inkomen op het sociaal minimum of die tijdelijk niet beschikt over voldoende betalingscapaciteit. Er is sprake van onvoldoende betalingscapaciteit indien:

    • a.

      er is sprake van schulden problematiek, én

    • b.

      ouder werkt mee aan een traject “Ondersteuning schuldenstabilisatie (OSS)” of “Schulddienstverlening” (SDV: minnelijke of wettelijke schuldregeling).

  • 5. Indien de ouder zonder verleende vrijstelling structureel in gebreke blijft met het voldoen aan de eigen bijdrage, kan het college besluiten de tegemoetkoming op te schorten of te beëindigen.

Artikel 9 Uitbetaling van de tegemoetkoming Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang

  • 1. Het college ontvangt de getekende overeenkomst tussen de ouder(s) en de kinderopvangorganisatie.

  • 2. De tegemoetkoming Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang wordt, na het overleggen van de factuur door de ouder aan het college, in maandelijkse termijnen rechtstreeks uitbetaald aan de kinderopvangorganisatie.

  • 3. De ouder maakt het restantbedrag, te weten de eigen bijdrage en kosten die niet worden vergoed, over aan kinderopvangorganisatie.

  • 4. Met uitbetaling van de factuur over de geleverde Kinderopvang, wordt de tegemoetkoming gelijk vastgesteld voor de gefactureerde periode.

  • 5. De tegemoetkoming Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang wordt uitsluitend verstrekt op basis van aantoonbare en feitelijke afgenomen opvanguren, aangetoond door een gespecificeerde presentielijst van de kinderopvangorganisatie.

  • 6. Het college kan nadere voorschriften stellen over de wijze van declaratie.

Artikel 10 Beperking noodzaak en inlichtingenplicht

  • 1. Gedurende de periode van de tegemoetkoming Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang moet de ouder, samen met relevante hulpverleners, werken aan een structurele oplossing, volgens het plan als bedoeld in artikel 2 sub b.

  • 2. De ouder doet al het mogelijke om de inzet van de noodzakelijke kinderopvang zo beperkt en tijdelijk mogelijk te houden.

  • 3. Binnen 30 dagen na toekenning van de tegemoetkoming Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang stelt de ouder, samen met de hulpverlener en het wijkteam, een begeleidingsplan op waarin concrete doelstellingen, termijnen en evaluatiemomenten zijn opgenomen. Bij uitblijven van het plan en/of onvoldoende voortgang kan het college de tegemoetkoming schorsen of beëindigen.

  • 4. De ouder doet aan het college uit eigen beweging of op verzoek direct schriftelijk mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op de tegemoetkoming Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang.

  • 5. Bij een wijziging, het aflopen van de medische indicatie of wanneer de situatie daarom vraagt, kan het college om een heronderzoek vragen. Met dit onderzoek wordt de noodzaak voor de tegemoetkoming Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang bepaald.

  • 6. Indien de herbeoordeling leidt tot een wijziging ten nadele van de ouder kan een gewenningstermijn worden gehanteerd van maximaal 2 maanden, ingaande vanaf de datum van het nieuwe besluit.

Artikel 11 Herzien of intrekken tegemoetkoming Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang

  • 1. Het college kan een beslissing aangaande een tegemoetkoming Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat:

    • a.

      de ouder of het kind niet meer woonachtig is in Almere;

    • b.

      de kinderopvang niet meer plaatsvindt of niet langer adequaat is;

    • c.

      de ouder onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;

    • d.

      de ouder niet langer op een tegemoetkoming Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang is aangewezen of gebruik kan maken van voorliggende voorzieningen;

    • e.

      de tegemoetkoming Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang niet meer toereikend is te achten óf op een lager niveau vastgesteld dient te worden;

    • f.

      de ouder zich onvoldoende inspant, bijvoorbeeld door onvoldoende mee te werken aan uitstroom, hulpverlening of overgang naar alternatieve voorzieningen, om de inzet van de noodzakelijke kinderopvang zo beperkt mogelijk te houden.

  • 2. Als het college een beslissing op grond van het eerste lid sub a van dit artikel heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de ouder opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de ouder en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten bijdrage aan de kosten voor kinderopvang.

  • 3. Het college onderzoekt periodiek, al dan niet steekproefsgewijs, de tegemoetkoming Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang met het oog op de beoordeling van de kwaliteit, rechtmatigheid en doelmatigheid daarvan.

  • 4. De gemeente behoudt zich het recht voor uitbetaling op te schorten of te beëindigen indien blijkt dat de Kinderopvangorganisatie betrokken is bij onjuiste of misleidende informatievoorziening.

Artikel 12 Subsidieplafond

Het college stelt jaarlijks, voorafgaand aan het kalenderjaar , een subsidieplafond vast voor de tegemoetkoming in de kosten van Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang, op basis van beschikbare begrotingsruimte. Indien het subsidieplafond wordt bereikt, worden nieuwe aanvragen geweigerd tenzij sprake is van acute medische noodsituaties, te beoordelen door een onafhankelijke medisch adviseur.

Artikel 13 Hardheidsclausule

  • 1. Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing van dat artikel gelet op het belang van de jeugdige en/of ouder(s) leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.

  • 2. Het van toepassing verklaren van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit.

Artikel 14 Rapportage en verantwoording

Het college stelt jaarlijks een geanonimiseerde rapportage op waarin inzicht wordt gegeven in het aantal aanvragen, toekenningen, gemiddelde looptijd, reden van toekenning en beëindiging van de regeling, alsmede de rechtmatigheid en doelmatigheid van het gebruik. Deze rapportage wordt jaarlijks voor 1 maart van het daaropvolgende jaar aangeboden aan de gemeenteraad.

Artikel 15 Inwerkingtreding

  • 1. De Verordening Wet Kinderopvang (CVDR17514) d.d. 17-01-2005 wordt ingetrokken.

  • 2. De beleidsregel sociaal medisch geïndiceerden d.d. 1-10-2022 wordt ingetrokken onder gelijktijdige intrekking de in het eerste lid genoemde verordening.

  • 3. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking.

Artikel 16. Overgangsbepalingen

  • 1. Een besluit op een aanvraag wordt genomen op basis van de op de datum van het besluit geldende verordening.

  • 2. Een ouder houdt het recht op een tegemoetkoming Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang, ook na inwerkingtreding van deze verordening, tot de einddatum van de beschikking of tot het college een nieuw besluit heeft genomen.

  • 3. Op een beschikking afgegeven voor de datum van inwerkingtreding van deze verordening, kan in afwijking van het gestelde in artikel 7 lid 5, in uitzonderlijke gevallen het college eenmalig verlengen met een periode van zes maanden en het voor de datum beschikte volume als er sprake is van ongewijzigde omstandigheden.

Artikel 17 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als Verordening sociaal-medische indicatie kinderopvang gemeente Almere 2025

Ondertekening

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Almere in zijn openbare vergadering van 4 september 2025

de griffier,

G.J. Broer

de voorzitter,

W.H.J.M. van der Loo