Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR744006
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR744006/1
Beleidsregel brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen gemeente IJsselstein 2025
Geldend van 11-09-2025 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 10-09-2025
Intitulé
Beleidsregel brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen gemeente IJsselstein 2025Het college van de gemeente IJsselstein;
gelet op de artikelen 2.21 van de Wet hersteloperatie toeslagen en 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht;
besluit vast te stellen de volgende:
Beleidsregel brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen gemeente IJsselstein 2025
HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Definities
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- -
bedreigende situatie: gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektriciteit, stadsverwarming of water, gedwongen beëindiging van de zorgverzekering, ernstig belemmerende psychische omstandigheden of een soortgelijke acute crisissituatie;
- -
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente IJsselstein;
- -
gemeente: gemeente IJsselstein;
- -
gezin: gezin als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, van de Participatiewet waarbij onder het kind ook het thuiswonende kind of pleegkind van achttien jaar of ouder valt van de persoon, bedoeld in artikel 2.21, eerste lid, van de wet of hun partner;
- -
hulpvraag: formulering van de behoefte aan brede ondersteuning dat passend is om de doelstellingen, genoemd in artikel 2, tweede lid, te kunnen bereiken;
- -
inwoner: degene die als ingezetene in de Basisregistratie personen van de gemeente IJsselstein ingeschreven is;
- -
kindregeling: herstelregeling op grond van afdeling 2.2 van de wet waarmee een tegemoetkoming en brede ondersteuning wordt geboden aan kinderen van gedupeerde ouders;
- -
leefgebieden: de vijf leefgebieden, genoemd in artikel 2.21, eerste lid, van de wet, zijnde financiën, gezin, werk, wonen en zorg;
- -
reguliere ondersteuning: andere gemeentelijke ondersteuning binnen het sociaal domein dan brede ondersteuning;
- -
toekennen: verlenen van de aanspraak op een voorziening;
- -
UHT: Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen, belast met de begeleiding van gedupeerden naar herstel
- -
verstrekken: feitelijk verschaffen van een toegekende voorziening;
- -
voorziening: materiële voorziening als bedoeld in artikel 13 of immateriële voorziening als bedoeld in artikel 14;
- -
wet: Wet hersteloperatie toeslagen.
HOOFDSTUK 2. DOEL, UITZONDERINGEN EN DOELGROEP BREDE ONDERSTEUNING
Artikel 2. Doel van de brede ondersteuning
-
1. De brede ondersteuning is gericht op:
- a.
het ondersteunen van de aanvrager bij het maken van een nieuwe start in het kader van herstel als bedoeld in artikel 2.21, vierde lid, van de wet; en
- b.
het bijdragen aan het herstel van vertrouwen van de aanvrager in de overheid.
- a.
-
2. De doelstellingen van de brede ondersteuning op de leefgebieden die de aanvrager in staat moet stellen een nieuwe start te maken zijn:
- a.
financiën: in staat zijn om een financieel gezonde huishouding te voeren;
- b.
gezin: samenleven en opgroeien in een veilige omgeving waarin kinderen zich kunnen ontwikkelen;
- c.
werk: minimaal de beschikking hebben over een startkwalificatie of duurzaam kunnen participeren in een arbeidsproces;
- d.
wonen: een veilige en betaalbare plek om te wonen; en
- e.
zorg: welzijn vanuit lichamelijke en geestelijke gezondheid.
- a.
Artikel 3. Uitzonderingen brede ondersteuning
Geen onderdeel van de brede ondersteuning zijn:
- a.
vormen van algemene inkomensaanvulling of inkomensondersteuning;
- b.
ondersteuning op andere leefgebieden dan bedoeld in artikel 2, tweede lid;
- c.
vergoeding van schade als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de wet;
- d.
vergoeding van schulden, tenzij het gaat om vergoeding van betalingsachterstanden in een bedreigende situatie en onder de voorwaarde dat er ook aanvullende voorzieningen worden ingezet om herhaling van een bedreigende situatie te voorkomen;
- e.
kosten voor voorzieningen die zijn gemaakt voordat een aanvraag is ingediend tenzij sprake was van een bedreigende situatie; of
- f.
kosten voor een advocaat bij het ontvangen van vergoeding van schade als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de wet.
Artikel 4. Doelgroep brede ondersteuning
-
1. Het college verleent toegang tot brede ondersteuning aan inwoners die onder de personenkring van artikel 2.21, eerste en tweede lid, van de wet vallen en die niet eerder met brede ondersteuning een nieuwe start hebben kunnen maken.
-
2. Het college verleent ook brede ondersteuning aan het gezin van de aanvrager die op grond van het eerste lid is toegelaten tot de brede ondersteuning. De samenstelling van het gezin op het moment van de aanvraag is leidend.
-
3. Het college kan ook toegang tot brede ondersteuning verlenen aan een aanvrager die valt onder de personenkring van artikel 2.21, eerste en tweede lid, van de wet, maar geen inwoner is als sprake is van een verhuizing, detentie of andere bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 2.21, derde lid, van de wet. De aanvrager wordt in dat geval gelijkgesteld met een inwoner.
-
4. Bij toepassing van het derde lid vindt over de verlening van toegang tot brede ondersteuning overleg plaats met de aanvrager en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar deze aanvrager inwoner is.
Artikel 5. Brede ondersteuning voor een minderjarige
Het college verleent toegang tot brede ondersteuning aan een minderjarige die in aanmerking komt voor de kindregeling als deze:
- a.
jonger is dan zestien jaar en onder het gezag van een inwoner staat;
- b.
jonger is dan zestien jaar en feitelijk verblijft bij een inwoner die één van de gezaghebbers is; of
- c.
zestien jaar of ouder is en zelf inwoner is.
HOOFDSTUK 3. AANVRAAG, EERSTE GESPREK EN VASTSTELLING HULPVRAAG
Artikel 6. Aanvraag brede ondersteuning
-
1. Een aanvraag voor toegang tot brede ondersteuning aan het college kan schriftelijk, digitaal of mondeling bij het college worden ingediend.
-
2. Het college stelt vast of de inwoner behoort tot de in artikel 4, eerste lid, genoemde doelgroep en daarmee in aanmerking komt voor brede ondersteuning bij de UHT. Indien de inwoner in aanmerking komt voor brede ondersteuning wordt het moment van aanvraag, zoals genoemd in artikel 6, eerste lid, de meldingsdatum voor de aanvraag.
-
3. Indien een inwoner bij de UHT heeft aangegeven in aanmerking te willen komen voor brede ondersteuning, ontvangt het college de contactgegevens van de inwoner via het gegevensportaal van de UHT. De datum van ontvangst van de gegevens via het gegevensportaal van de UHT wordt gelijkgesteld met het indienen van de aanvraag.
Artikel 7. Eerste gesprek en vaststelling hulpvraag
-
1. Nadat een aanvraag bij het college is ingediend, nodigt het college de aanvrager binnen 8 weken uit voor een eerste gesprek.
-
2. De aanvrager bepaalt of het eerste gesprek plaatsvindt bij de aanvrager thuis of op een andere locatie.
-
3. Tijdens het eerste gesprek wordt samen met de aanvrager, aan de hand van de doelstellingen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, de situatie van de aanvrager op de leefgebieden op het moment van de aanvraag vastgesteld en wordt gezamenlijk bepaald wat diens hulpvraag is.
HOOFDSTUK 4. BESLUIT OP DE AANVRAAG EN PLAN VAN AANPAK
Artikel 8. Besluit op de aanvraag
-
1. Het college zorgt ervoor dat de aanvrager 8 weken na het eerste gesprek een beschikking ontvangt. De beschikking bevat:
- a.
een verlening van toegang tot brede ondersteuning met een plan van aanpak dat minstens op hoofdlijnen is vastgesteld; of
- b.
een gemotiveerde weigering van de toegang tot brede ondersteuning.
- a.
-
2. Het college kan binnen de termijn van 8 weken, uit het eerste lid, voor het opstellen van een plan van aanpak met 4 weken verlengen.
Artikel 9. Het opstellen van het plan van aanpak
-
1. Het college stelt samen met de aanvrager het plan van aanpak op. Daarbij vormt de situatie van de aanvrager op het moment van de aanvraag en de hulpvraag het startpunt.
-
2. In het plan van aanpak wordt vastgelegd:
- a.
hoe stapsgewijs en integraal naar de doelstellingen voor het maken van een nieuwe start door de aanvrager op de leefgebieden wordt toegewerkt; en
- b.
welke voorzieningen worden toegekend om de aanvrager op passende, adequate en duurzame wijze in staat te stellen deze doelstellingen te bereiken.
- a.
Artikel 10. Aanvullend schuldhulpverleningsaanbod jongeren
Het plan van aanpak bevat een aanvullend schuldhulpverleningsaanbod, zoals bedoeld in artikel 3, vierde lid, van de Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021, als de aanvrager:
- a.
achttien jaar of ouder is;
- b.
in aanmerking komt voor de kindregeling;
- c.
naar het oordeel van het college in een problematische schuldsituatie zit; en
- d.
diens aanvraag heeft ingediend binnen de termijn, bedoeld in artikel 3, vierde lid, Regeling specifieke uitkering gemeentelijke hulp aan gedupeerden kinderopvangtoeslagproblematiek 2021
Het college begeleidt de aanvrager bij het inzichtelijk maken van diens financiële situatie.
Artikel 11. Het wijzigen van het plan van aanpak
-
1. Het college kan tot twee jaar na het eerste gesprek het plan van aanpak in samenspraak met de aanvrager aanvullen of nieuwe of andere voorzieningen toekennen. Bij materiële voorzieningen is deze termijn beperkt tot zes maanden na het eerste gesprek.
-
2. Een aanvrager kan schriftelijk een verzoek indienen bij de gemeente om het plan van aanpak te wijzigen. Artikel 8, eerste lid, is op deze aanvraag van overeenkomstige toepassing.
-
3. Als de aanvrager het college verzoekt een aanvullende voorziening toe te kennen, toetst het college dit verzoek aan de artikelen 12, tweede lid, 13 en 14.
-
4. De in het plan van aanpak vastgestelde doelstellingen wijzigt het college niet, tenzij zich gedurende de uitvoering van het plan van aanpak nieuwe feiten en omstandigheden voordoen die wijziging noodzakelijk maken.
HOOFDSTUK 5. TOEKENNEN EN VERSTREKKEN VAN VOORZIENINGEN
Artikel 12. Voorzieningen
-
1. Het college verstrekt aan de aanvrager de immateriële en materiële voorzieningen die in het plan van aanpak zijn toegekend.
-
2. Bij het toekennen van de voorzieningen houdt het college onder andere rekening met:
- a.
de vaardigheden van de aanvrager;
- b.
de draagkracht en financiële armslag van de aanvrager;
- c.
de omvang en de samenstelling van het huishouden van de aanvrager;
- d.
het duurzame karakter van de voorziening; en
- e.
de wijze waarop de voorziening de aanvrager in staat stelt om de doelstellingen uit het plan van aanpak te bereiken.
- a.
Artikel 13. Materiële voorzieningen
-
1. Een materiële voorziening is een zaak die noodzakelijk is om belemmeringen van de aanvrager bij het bereiken van de doelstellingen uit het plan van aanpak weg te nemen of te beperken.
-
2. Voor materiële voorzieningen wordt 100% van de toepasselijke Nibud-richtprijs (indien van toepassing) gebruikt.
-
3. Het college kan materiële voorzieningen tot zes maanden na het eerste gesprek bij een eerste melding toekennen. De feitelijke verstrekking van voorzieningen kan na deze periode nog plaatsvinden.
Artikel 14. Immateriële voorzieningen
-
1. Een immateriële voorziening is een vorm van hulpverlening of een dienst die nodig en passend is voor de ontwikkeling van kennis, kunde, vaardigheden of andere competenties van de aanvrager voor het bereiken van de doelstellingen uit het plan van aanpak.
-
2. Het college kan immateriële voorzieningen tot twee jaar na het eerste gesprek bij een eerste melding toekennen. De feitelijke verstrekking van voorzieningen kan na deze periode nog plaatsvinden.
Artikel 15. Medewerking aanvrager
Het college kan, voordat de voorziening wordt toegekend via het plan van aanpak, de aanvrager om medewerking vragen om te kunnen bepalen of een beoogde voorziening aan de artikelen 12, tweede lid, 13 en 14 voldoet.
Artikel 16. Weigeren voorzieningen
Het college weigert het toekennen van een voorziening als:
- a.
de gevraagde voorziening al vóór het eerste gesprek is gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij er na het indienen van de aanvraag maar vóór het eerste gesprek sprake was van een bedreigende situatie waarvoor de voorziening noodzakelijk was;
- b.
de voorziening niet aan de artikelen 12, tweede lid, 13 en 14 voldoet; of
- c.
de aanvrager niet de medewerking, bedoeld in artikel 15 heeft verleend en het college daardoor niet kan vaststellen of de beoogde voorziening aan de artikelen 12, tweede lid, 13 en 14 voldoet.
HOOFDSTUK 6. BEËINDIGING BREDE ONDERSTEUNING EN OVERDRACHT
Artikel 17. Beëindiging van de brede ondersteuning
-
1. In aanvulling op artikel 2.21, lid 4 sub b en lid 6 van de wet en op artikel 6, lid 2 van deze beleidsregel, eindigt de brede ondersteuning alsde aanvrager:
- a.
om beëindiging van de brede ondersteuning verzoekt; of
- b.
niet binnen een termijn van 6 weken, van de brede ondersteuning gebruik heeft gemaakt en niet reageert op een oproep van het college om hier alsnog gebruik van te maken.
- a.
Artikel 18. Overdracht van hulpverlening
Als de aanvrager bij de beëindiging van de brede ondersteuning de doelstellingen uit het plan van aanpak niet heeft bereikt en het plan van aanpak niet expliciet in een overdracht naar reguliere ondersteuning voorziet, dan kan het college in samenspraak met de aanvrager alsnog voor een warme overdracht zorgen vanuit de brede ondersteuning.
HOOFDSTUK 7. SLOTBEPALINGEN
Artikel 19. Klachten
Als een aanvrager onvrede ervaart gedurende het proces van aanvraag en behandeling van de brede ondersteuning kan de aanvrager een klacht indienen bij de gemeente. Hiervoor geldt de geldende klachtenregeling.
Artikel 20. Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden, na bekendmaking daarvan, in werking en werken terug tot 10 september 2025.
Artikel 21. Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als Beleidsregel brede ondersteuning Wet hersteloperatie toeslagen gemeente IJsselstein 2025.
Ondertekening
Vastgesteld op 2 september 2025
Het college van IJsselstein,
Wilma van de Werken
secretaris
Agnes Jongerius
burgemeester
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl