Regeling vervalt per 31-12-2029

Subsidieregeling wijkbedrijf Morgenstond Den Haag 2025

Geldend van 06-09-2025 t/m 30-12-2029

Intitulé

Subsidieregeling wijkbedrijf Morgenstond Den Haag 2025

Toelichting

In Den Haag werken (maatschappelijke) partners, inwoners, bedrijven en de overheid vanuit de Alliantie Zuidwest gezamenlijk aan de versterking van het gebied Den Haag Zuidwest zoals opgenomen in het Nationaal Programma Zuidwest. Dit gebeurt onder andere door het stimuleren van impactvolle initiatieven die bijdragen aan het verbeteren van ontplooiing, welbevinden, gezondheid, goede woonomstandigheden, veiligheid, werk en participatie van bewoners. Onderdeel hiervan is het stimuleren en faciliteren van het opzetten en exploiteren van lokale wijkbedrijven. Met de Subsidieregeling wijkbedrijf Morgenstond Den Haag 2025 biedt het college één wijkbedrijf de mogelijkheid om voor meerdere jaren subsidie aan te vragen om in de wijk Morgenstond bewoners te activeren en mee te laten doen in het wijkbedrijf.

In 2024 heeft het college de Subsidieregeling Wijkbedrijven Den Haag 2024 vastgesteld. Deze subsidieregeling heeft als doel om organisaties te stimuleren een wijkbedrijf te starten in de wijken Moerwijk, Bouwlust, Vrederust en morgenstond. Hoewel deze subsidieregeling succesvol is gebleken voor de wijken Moerwijk, Bouwlust en Vrederust, is dit niet gelukt voor de wijk Morgenstond. Het is niet mogelijk deze subsidieregeling in de huidige vorm opnieuw open te stellen, daarom is deze subsidieregeling aanvullend vastgesteld. Zo worden organisaties nogmaals gestimuleerd om voor 2026 en 2027 een wijkbedrijf te starten in de wijk Morgenstond.

Besluitvorming

Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag,

gelet op artikel 5 van de Algemene subsidieverordening Den Haag 2020,

besluit vast te stellen de Subsidieregeling wijkbedrijf Morgenstond Den Haag 2025:

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Artikel 1:1 Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

- ASV:

Algemene subsidieverordening Den Haag 2020;

- Awb:

Algemene wet bestuursrecht;

- college:

college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag;

- financiële onafhankelijkheid:

wijkbedrijven die gedurende de subsidieperiode in staat zijn om naast gemeentelijke subsidie zelf inkomsten te genereren, die worden ingezet voor de activiteiten van de organisatie;

- Nationaal Programma

Zuidwest:

Den Haag Zuidwest bestaat uit de wijken Moerwijk, Morgenstond, Bouwlust en Vrederust. De doelstellingen van het nationaal programma Zuidwest staan opgenomen in het Uitvoeringsplan Nationaal Programma Den Haag Zuidwest 2023-2027: Gelijke kansen voor Zuidwest;

- onafhankelijk bestuur:

een bestuur, waar de bestuursleden geen familie van elkaar zijn en die geen zakelijke of financiële relatie onderhouden met de organisatie die subsidie aanvraagt;

- overhead:

kosten die een organisatie structureel maakt voor gebouwen en buitenterreinen, personeel, administratie, ICT en andere vaste lasten, die niet rechtstreeks verbonden zijn met het uitvoeren van de subsidiabele activiteiten;

- professionele ondersteuning:

ondersteuning die wordt ingehuurd bij het opzetten en exploiteren van het wijkbedrijf op het gebied van juridische zaken, bedrijfsvoering en communicatie, met als doel het sociaal ondernemerschap van het wijkbedrijf verder te professionaliseren;

- sociaal ondernemerschap:

een vorm van ondernemerschap met een maatschappelijke missie en een verdienmodel, waarbij de winst primair gebruikt wordt om sociale doelstellingen te realiseren en die daarbij belanghebbenden betrekt en rekening houdt met sociale rechtvaardigheid;

- Wijkagenda Morgenstond:

in de wijkagenda’s staan de belangrijkste thema’s en acties voor iedere wijk. Deze kiezen de bewoners, ondernemers en anderen uit de wijk samen met de gemeente. Zij voeren de acties 4 jaar lang samen uit;

- wijkbedrijf:

een rechtspersoon die vanuit sociaal ondernemerschap op ondernemende wijze in een wijk of buurt activiteiten organiseert op het gebied van ontmoeting, ontspanning, ondersteuning, ontwikkeling en ondernemen binnen de wijk, waarbij bewoners aantoonbaar betrokken zijn bij de organisatie en exploitatie.

Artikel 1:2 Toepassingsbereik

Deze subsidieregeling is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 1:4 bedoelde activiteiten.

Artikel 1:3 Doel van de subsidie

  • 1.

    Het doel van de subsidieregeling is:

    a. het geven van een meerjarige impuls aan een wijkbedrijf in de wijk Morgenstond, om binnen de wijk, bewoners te activeren en te laten participeren om achterstanden in een wijk op het gebied van sociale cohesie, eenzaamheid, werkgelegenheid, armoede en gezondheid te verkleinen, eigenaarschap in de wijk te creëren en sociaal ondernemerschap door wijkbewoners te stimuleren; en

    b. om binnen twee jaar door sociaal ondernemerschap een zo groot mogelijke financiële onafhankelijkheid van een wijkbedrijf te verkrijgen.

  • 2.

    Het achterliggende maatschappelijke doel van de subsidieregeling is:

    a. het versterken van de sociale cohesie;

    b. het verbeteren van gezondheid, vitaliteit, en het algeheel welbevinden van de inwoner;

    c. het vergroten van bewonersparticipatie en de werkgelegenheid; en

    d. het verminderen van sociale problematiek in de wijk Morgenstond.

Artikel 1:4 Activiteiten

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt voor alle in dit artikel genoemde activiteiten die in samenhang worden uitgevoerd door een wijkbedrijf gevestigd in de wijk Morgenstond, ten behoeve van inwoners van deze wijk en die gericht is op:

  • a. de exploitatie van een wijkbedrijf;

    b. stimuleren van sociale cohesie, verbinding en ontmoeting tussen bewoners in de wijk;

    c. activeren en ontwikkelen van bewoners;

    d. verbeteren van individueel welzijn van bewoners op het gebied van gezondheid, financiën, sociaal netwerk en mentaal welbevinden; en

    e. vergroten van het zelforganiserend vermogen van wijken.

Artikel 1:5 Doelgroep

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen.

Artikel 1:6 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de redelijkerwijs gemaakte kosten die resteren na aftrek van bijdragen van derden, en die naar het oordeel van het college direct verbonden zijn met en noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 1:4.

  • 2.

    Niet voor subsidie in aanmerking komen:

    a. de BTW over de gesubsidieerde kosten voor zover die BTW teruggevorderd, verrekend of anderszins in mindering kan worden gebracht;

    b. de kosten van professionele ondersteuning voor zover die meer bedraagt dan 10% van de subsidiabele kosten;

    c. vrijwilligerskosten voor zover die meer bedragen dan het fiscaal vrijgestelde maximum of die hoger zijn dan door het college redelijk en proportioneel worden geacht;

    d. de kosten voor de waardering van vrijwilligers die hoger zijn dan € 15,- per persoon per jaar en voor zover die meer bedragen dan € 5.000,- per aanvraag;

    e. de eventuele restwaarde van specifiek voor de subsidiabele activiteiten aangeschafte apparatuur en materialen;

    f. de kosten die eerder door het college op basis van deze subsidieregeling of anderszins zijn gesubsidieerd.

Artikel 1:7 Hoogte van de subsidie

Een subsidie bedraagt minimaal € 140.000,- en maximaal € 400.000,- per aanvraag en wordt als volgt verdeeld over het subsidietijdvak:

  • a. over het tijdvak 1 december 2025 tot en met 31 december 2025 bedraagt de subsidie maximaal € 16.750,-;

    b. over het kalenderjaar 2026 bedraagt de subsidie maximaal € 200.000,-;

    c. over kalenderjaar 2027 bedraagt de subsidie maximaal € 183.250,-.

Artikel 1:8 Indexatie

Subsidies worden gedurende het subsidietijdvak niet geïndexeerd.

Artikel 1:9 Subsidieplafond

Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt voor de periode 1 december 2025 tot en met 31 december 2027 een subsidieplafond van in totaal € 400.000,-.

Artikel 1:10 Wijze van verdeling

  • 1.

    Het college brengt een rangschikking aan in de aanvragen die in aanmerking komen voor subsidie.

  • 2.

    Bij de rangschikking van de aanvragen kent het college punten toe aan de hand van de volgende criteria en tot het daarbij vermelde maximum aantal:

    a. de activiteiten hebben hoge impact binnen de wijk Morgenstond. Dit blijkt uit een combinatie van de te behalen resultaten, proactieve benadering om bewoners van de wijk Morgenstond te activeren om mee te doen, inzicht in behoeften van de wijk, de beschreven aanpak van het wijkbedrijf, de kosten van het wijkbedrijf in combinatie met de te behalen resultaten en de mate van financiële onafhankelijkheid van de organisatie:

    1° hoge impact: 6 punten;

    2° gemiddelde impact: 3 punten;

    3° geen of nauwelijks impact: 0 punten;

    b. de aanvrager heeft inzicht in de belangrijkste opgaven in de wijk Morgenstond, dit blijkt uit het aansluiten van de beschreven aanpak en de beoogde resultaten op de doelstellingen uit het Nationaal Programma Zuidwest en de wijkagenda van de wijk Morgenstond:

    1° veel inzicht: 6 punten;

    2° gemiddeld inzicht: 3 punten;

    3° niet of nauwelijks inzicht: 0 punten;

    c. de aanvrager heeft duidelijk beschreven hoe de voorgestelde activiteiten uitgevoerd gaan worden om de benoemde resultaten te behalen. Dit blijkt uit het concreet benoemen van de stappen in het proces en de onderbouwing waaruit blijkt dat dit de juiste aanpak is om die resultaten te behalen:

    1° de aanpak geeft zeer duidelijk weer hoe de activiteiten uitgevoerd worden: 6 punten;

    2° de aanpak geeft gemiddeld weer hoe de activiteiten uitgevoerd worden: 3 punten;

    3° de aanpak geeft niet of nauwelijks weer hoe de activiteiten uitgevoerd worden: 0 punten;

    d. de aanvrager zet zich zeer proactief in om inwoners te bereiken die weinig of niet participeren binnen de wijk Morgenstond. Dit blijkt uit het communicatieplan, de communicatie-instrumenten die gaan worden ingezet, de intensiviteit van deze inzet en de onderbouwing waarom de beschreven instrumenten effectief zijn om de doelgroep te laten participeren:

    1° de inzet is zeer proactief: 6 punten;

    2° de inzet is gemiddeld proactief: 3 punten;

    3° de inzet is niet of nauwelijks proactief: 0 punten;

    e. het percentage overhead is laag. Dit blijkt uit hoeveel procent het percentage overhead van de totale kosten lager is dan het gemiddelde percentage overhead van alle ingediende aanvragen gezamenlijk:

    1° 20% overhead lager dan gemiddeld: 6 punten;

    2° 10% overhead lager dan gemiddeld: 3 punten;

    3° de overhead is minder dan 10% lager dan gemiddeld: 0 punten;

    f. de aanvrager heeft aantoonbare relevante ervaring van minimaal 1 jaar met uitvoering van de activiteiten of met de uitvoering van activiteiten die in het verlengde liggen van, of aansluiten bij de activiteiten zoals beschreven in artikel 1.4. Dit blijkt uit de beschrijving van de ervaring, hoe deze ervaring aansluit en hoe goed deze ervaring aantoonbaar is gemaakt:

    1° veel aantoonbare en relevante ervaring: 6 punten;

    2° gemiddeld aantoonbare of relevante ervaring: 3 punten;

    3° geen of nauwelijks aantoonbare of relevante ervaring: 0 punten;

    g. de aanvrager is actief in de wijk Morgenstond. Dit blijkt uit de mate waarin de aanvrager actief betrokken is bij andere activiteiten in de wijk en het aantal activiteiten waarbij de aanvrager actief betrokken is in de laatste 2 jaar:

    1° zeer betrokken bij veel activiteiten: 6 punten;

    2° redelijk betrokken of beperkt aantal activiteiten; 3 punten;

    3° niet of nauwelijks betrokken of weinig tot geen activiteiten: 0 punten;

    h. de aanvrager heeft een relevant netwerk in de wijk Morgenstond op het moment dat de activiteit start en waarmee actief samengewerkt wordt om de doelen te behalen. Dit blijkt uit het aantal en soort partijen waarmee wordt samengewerkt en hoe deze samenwerking vormgegeven is, of uit het plan om te komen tot een relevant netwerk waarmee actief wordt samengewerkt:

    1° zeer relevant netwerk en actieve samenwerking: 4 punten;

    2° gemiddeld relevant netwerk of gemiddeld actieve samenwerking: 2 punten;

    3° geen of nauwelijks relevant netwerk of actieve samenwerking: 0 punten;

    i. het wijkbedrijf is transparant georganiseerd. Dit blijkt uit een passende organisatiestructuur, goede beschrijving van de rollen, taken en verantwoordelijkheden en het hebben van voldoende en onafhankelijk toezicht:

    1° zeer transparant: 6 punten;

    2° gemiddeld transparant: 3 punten;

    3° niet of nauwelijks transparant: 0 punten;

    j. de aanvrager heeft duidelijk uitgewerkt hoe gedurende de looptijd van de subsidie invulling wordt gegeven aan sociaal ondernemerschap en er eigen inkomsten worden gegenereerd om de financiële onafhankelijkheid te vergroten. Dit blijkt uit het feit dat het sociaal ondernemerschap structureel is opgenomen in de bedrijfsvoering en er een duidelijk stappenplan is om eigen inkomsten te genereren:

    1° zeer duidelijk plan: 6 punten;

    2° redelijk duidelijk plan: 3 punten;

    3° niet of nauwelijks duidelijk plan: 0 punten;

    k. bewoners uit de wijk Morgenstond worden betrokken bij de organisatie van het wijkbedrijf en de uitvoering van activiteiten:

    1° veel: 6 punten;

    2° matig: 3 punten;

    3° weinig tot geen: 0 punten.

  • 3.

    Alleen aanvragen met een toegekend puntenaantal van 30 of meer komen in aanmerking voor subsidie.

  • 4.

    Het college verleent de subsidie aan de partij met het hoogste puntenaantal.

  • 5.

    Wanneer aanvragen bij de beoordeling een gelijk puntenaantal hebben en hierdoor eindigen op plaats één van de rangschikking, dan stelt het college de onderlinge rangschikking van die aanvragen vast door middel van loting.

Hoofdstuk 2 Aanvraag subsidie en termijnen

Artikel 2:1 Subsidietijdvak

Een aanvraag voor meerjarige subsidie wordt ingediend voor het gehele subsidietijdvak, dat aanvangt op 1 december 2025 en eindigt op 31 december 2027.

Artikel 2:2 Aanvraag subsidie

  • 1.

    Onverminderd artikel 8, tweede en derde lid, van de ASV legt de aanvrager bij de subsidieaanvraag de volgende gegevens over:

    a. een verklaring waaruit blijkt in hoeverre de subsidieontvanger als BTW belaste ondernemer is aan te merken;

    b. een specificatie van verrekenbare en niet-verrekenbare BTW;

    c. een verklaring waaruit blijkt in hoeverre de subsidieontvanger als belastingplichtige op grond van de vennootschapsbelasting is aan te merken;

    d. een projectplan met daarin uitgewerkt:

    1° de maatschappelijke opgaven die aandacht nodig hebben in de wijk Morgenstond;

    2° Een beschrijving waaruit inzicht blijkt in de belangrijkste opgaven in de wijk Morgenstond, inclusief een concrete en stapsgewijze beschrijving van de aanpak, de te behalen resultaten en de mate waarin de resultaten aansluiten bij het programma Zuidwest en de wijkagenda van de wijk Morgenstond;

    3° de planning van de stapsgewijze aanpak in de tijd;

    4° eerder opgedane relevante ervaring met uitvoering van de activiteiten of met de uitvoering van activiteiten die in het verlengde liggen van, of aansluiten bij de activiteiten zoals beschreven in artikel 1.4;

    5° De mate waarin de aanvrager actief is binnen de wijk Morgenstond door het organiseren van activiteiten in de wijk, of de betrokkenheid bij activiteiten in de wijk Morgenstond;

    6° een beschrijving hoe wijkbewoners binnen de organisatie betrokken zijn bij de uitvoering van de activiteiten;

    7° een beschrijving hoe gedurende de looptijd van de subsidie invulling wordt gegeven aan sociaal ondernemerschap en er eigen inkomsten worden gegenereerd om de financiële onafhankelijkheid te vergroten aan;

    e. een bijlage bij het projectplan met daarin uitgewerkt:

    1° een beschrijving van het netwerk van de aanvrager in de wijk Morgenstond op het moment dat de activiteit start, de wijze waarop met het netwerk wordt samenwerkt, de partijen waarmee wordt samenwerkt, de relevantie en bijdrage van deze samenwerkingspartners en de doelen die met de samenwerking worden behaald;

    2° een beschrijving van de locatie van waaruit het wijkbedrijf zal opereren en een toelichting op de geschiktheid van deze locatie voor het uitvoeren van de activiteiten of wanneer nog geen geschikte locatie beschikbaar is een plan hoe de aanvrager uiterlijk voor aanvang van de activiteiten komt tot een geschikte locatie, waarbij wordt toegelicht hoe de aanvrager waarom deze werkwijze leidt tot een geschikte locatie;

    3° een communicatieplan, met daarin de communicatie-instrumenten die gaan worden ingezet, de effectiviteit van deze instrumenten en de intensiteit waarmee deze worden ingezet om de inwoners te bereiken die weinig of niet participeren binnen de wijk Morgenstond;

    4° een beschrijving van de wijze waarop het wijkbedrijf is georganiseerd, dit betreft de organisatiestructuur, een beschrijving van de rollen, taken en verantwoordelijkheden en het hebben van voldoende en onafhankelijk toezicht.

  • 2.

    De aanvrager maakt voor de aanvraag gebruik van het door het college voor deze regeling ter beschikking gestelde digitale aanvraagformulier en begrotingsformat.

Artikel 2:3 Mondelinge toelichting aanvraag subsidie

  • 1.

    De aanvrager die uiterlijk 5 oktober een volledige aanvraag, als bedoeld in artikel 2:2, heeft ingediend, krijgt de mogelijkheid de aanvraag mondeling toe te lichten.

  • 2.

    Het college nodigt de aanvrager uiterlijk één week van tevoren uit voor het geven van een mondelinge toelichting op 14 of 15 oktober 2025.

  • 3.

    De aanvrager geeft in ieder geval een toelichting op de volgende in artikel 1:10, tweede lid, onderdelen a, b, c, d, f, g, j, en k van de subsidieregeling opgenomen beoordelingscriteria en de in die onderdelen genoemde criteria die worden benoemd na ‘dit blijkt uit’.

  • 4.

    De procedureregels die gelden voor de mondelinge toelichting zijn opgenomen in bijlage 1.

Artikel 2:4 Aanvraagtermijnen

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, tweede lid, van de ASV, wordt een aanvraag om subsidie, zoals bedoeld in artikel 2:2, eerste en tweede lid, ingediend tussen 4 september 2025 en 5 oktober 2025.

  • 2.

    In afwijking van artikel 9, tweede lid, van de ASV, wordt de presentatie aan het college, zoals bedoeld in artikel 2:3, derde lid, gehouden op 14 en 15 oktober 2025.

Artikel 2:5 Beslistermijn

Het college beslist, in afwijking van artikel 10, tweede lid, van de ASV, uiterlijk 24 november 2025.

Hoofdstuk 3 Weigeringsgronden

Artikel 3:1 Weigeringsgronden

Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 11 eerste, tweede en derde lid, van de ASV kan het college een subsidie aanvraag weigeren indien:

  • a. de aangevraagde subsidie door het college gesubsidieerd is, eerder subsidie ontvangen heeft op grond van de Subsidieregeling wijkbedrijven Den Haag 2024, zou kunnen worden gesubsidieerd op

    b. asis van een andere subsidieregeling, of door middel van financiering door derden;

    c. de voorgestelde activiteiten naar het oordeel van het college al in voldoende mate worden uitgevoerd in de wijk Morgenstond;

    d. uit een aanvraag blijkt dat de aanvragende organisatie naar het oordeel van het college volgens gangbare bedrijfseconomische maatstaven financieel ongezond is; of

    e. het niet aannemelijk is dat de aanvrager vanaf 1 december 2025 over een locatie in eigen beheer beschikt in Morgenstond waar de activiteiten kunnen worden uitgevoerd.

Hoofdstuk 4 Verplichtingen en betaling

Artikel 4:1 Verplichtingen

Onverminderd artikelen 12 en 13 van de ASV, gelden voor de subsidieontvanger de volgende verplichtingen:

  • a. de subsidieontvanger heeft op 1 december 2025 en tot het einde van het subsidietijdvak de beschikking over een geschikte, bereikbare en toegankelijke fysieke locatie met ruime openingstijden waar de activiteiten kunnen worden uitgevoerd;

    b. de subsidieontvanger organiseert een onafhankelijk bestuur of raad van toezicht;

    c. de subsidieontvanger zorgt ervoor dat bij uitvoering van de activiteiten als opgenomen in artikel 1:4 dat reguliere arbeid niet verdrongen wordt;

    d. de subsidieontvanger maakt wanneer mogelijk gebruik van bestaande dienstverlening in Den Haag en voert deze diensten in dat geval niet zelf uit;

    e. wanneer de subsidieontvanger inkomsten genereert uit de gesubsidieerde activiteiten dan:

    1° moet minimaal 80% van deze inkomsten worden ingezet om de subsidiabele kosten van de gesubsidieerde activiteit te verlagen;

    2° mag maximaal 20% van deze inkomsten per kalenderjaar worden toegevoegd aan de Algemene Reserve van de subsidieontvanger.

Artikel 4:2 Bevoorschotting

  • 1.

    De bevoorschotting bedraagt 100% van de verleende subsidie in twee gelijke termijnen die uitbetaald worden volgens het onderstaande ritme:

    a. eerste termijn van 50% van de subsidie uiterlijk 30 dagen na dagtekening verleningsbesluit;

    b. tweede termijn van 50% van de subsidie uiterlijk 1 december 2026.

  • 2.

    Het college kan van het ritme opgenomen in het eerste lid bij verleningsbeschikking afwijken.

Hoofdstuk 5 Tussentijdse verantwoording

Artikel 5:1 Indieningstermijn tussentijdse verantwoording

  • 1.

    Gedurende de looptijd van het subsidietijdvak en na afloop van het subsidietijdvak wordt tussentijds verantwoording op de volgende momenten:

    a. op 30 april 2027 over de periode van 1 december 2025 tot en met 31 december 2025 en over het kalenderjaar 2026;

    b. op 30 april 2028 over het kalenderjaar 2027, waarbij deze verantwoording met de eindverantwoording wordt ingediend.

  • 2.

    Aanvullend op de jaarlijkse tussentijdse verantwoording wordt, tijdens een door de aanvrager georganiseerd voortgangsgesprek, de voortgang van de activiteiten van het wijkbedrijf met het college besproken.

  • 3.

    Het verslag van het onder het tweede lid bedoelde voortgangsgesprek wordt door de aanvrager naar het college toegezonden op 30 april 2026 en 1 januari 2027.

Artikel 5:2 Wijze van tussentijdse verantwoording

  • 1.

    Bij de tussentijdse jaarlijkse verantwoording worden de volgende stukken ingediend:

    a. een voor openbaarmaking geschikt inhoudelijk verslag conform artikel 17, vierde lid, van de ASV;

    b. een voor openbaarmaking geschikt financieel verslag conform artikel 17, vijfde lid, van de ASV;

    c. een verklaring dat de verantwoording juist en volledig is. Hiervoor wordt een bestuursverklaring of directieverklaring ingediend volgens het door burgemeester en wethouders vastgestelde model;

    d. een controleverklaring over het financieel verslag, inclusief het oordeel of het inhoudelijk verslag met het financieel verslag verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat;

    e. de jaarrekening van het voorgaande kalenderjaar.

  • 2.

    Bij het indienen van de tussentijdse verantwoording en de aanvullende tussentijdse verantwoording wordt gebruik gemaakt van het door het college vastgestelde formulier.

Hoofdstuk 6 Eindverantwoording en vaststelling na verlening vooraf

Artikel 6:1 Indieningstermijn aanvraag tot vaststelling

In afwijking van artikel 17, eerste lid, van de ASV dient de subsidieontvanger de aanvraag tot vaststelling in 30 april 2028.

Artikel 6:2 Wijze van verantwoorden

De aanvraag tot vaststelling bevat:

  • a. een voor openbaarmaking geschikt inhoudelijk eindverslag over de gehele subsidieperiode conform artikel 17, vierde lid, van de ASV, indien het op grond van artikel 5:2 ingediende inhoudelijke verslag over de periode van 1 december 2025 tot en met 31 december 2025 en over het kalenderjaar 2026 juist en volledig is, kan worden volstaan met een inhoudelijk eindverslag over het kalenderjaar 2027;

    b. een voor openbaarmaking geschikt financieel eindverslag over de gehele subsidieperiode conform artikel 17, vijfde lid, van de ASV, indien de op grond van artikel 5:2 ingediende financiële verslagen over de periode van 1 december2025 tot en met 31 december 2025 en over het kalenderjaar 2026juist en volledig is, kan worden volstaan met een financieel eindverslag over het kalenderjaar 2027;

    c. een verklaring dat de eindverantwoording juist en volledig is. Hiervoor wordt een bestuursverklaring of directieverklaring ingediend volgens het door college vastgestelde model; en

    d. een toelichting op eventuele discrepanties tussen de tussentijdse verantwoordingsstukken en de eindverslagen en eindverantwoording.

Hoofdstuk 7 Overige bepalingen

Artikel 7:1 Evaluatie

Het college evalueert deze subsidieregeling uiterlijk op 1 juli 2028.

Artikel 7:2 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking de dag na bekendmaking in het Gemeenteblad en vervalt met ingang van 31 december 2029.

Artikel 7:3 Citeertitel

Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling wijkbedrijf Morgenstond Den Haag 2025.

Bijlage 1: procedureregels mondelinge toelichting aanvraag subsidie

De aanvrager krijgt de mogelijkheid om een mondelinge toelichting te geven op de aanvraag. Aanvragers die een volledige aanvraag, zoals bedoeld in artikel 2:2 van de subsidieregeling, hebben ingediend ontvangen uiterlijk een week van tevoren een uitnodiging voor het geven van deze toelichting in de op 14 of 15 oktober 2025 op een nader te bepalen locatie in Den Haag.

Wij vragen u tijdens uw toelichting in ieder geval antwoord te geven op de volgende vragen:

  • -

    Welke resultaten wilt u als wijkbedrijf behalen en hoe dragen de in de aanvraag beschreven activiteiten hieraan bij?

  • -

    Op welke wijze sluit uw beschreven aanpak en de beoogde resultaten aan op belangrijkste opgaven in de wijk Morgenstond zoals benoemd in het Nationaal Programma Zuidwest en de wijkagenda van de wijk Morgenstond?

  • -

    Kunt u concreet toelichten welke stappen u gaat doorlopen om de in uw aanvraag opgenomen activiteiten uit te voeren om tot de beoogde benoemde resultaten te komen?

  • -

    Kunt u toelichten hoe u inwoners gaat bereiken die weinig of niet participeren binnen de wijk Morgenstond? Ga hierbij in op de communicatie-instrumenten, effectiviteit van deze instrumenten en hoe vaak u deze in zult zetten.

  • -

    Over welke aantoonbare relevante ervaring beschikt uw organisatie voor het uitvoeren van de activiteiten genoemd in de subsidieregeling of hier in het verlengde van liggen?

  • -

    Hoelang bent u al actief in de wijk Morgenstond en welke activiteiten heeft u de afgelopen 2 jaar ondernomen?

  • -

    Hoe geeft u invulling aan sociaal ondernemerschap en op welke wijze genereert u eigen inkomsten gedurende de subsidieperiode?

  • -

    Op welke manier(en) zijn wijkbewoners betrokken bij uw organisatie en uitvoering van activiteiten?

Procedureregels mondelinge toelichting

  • 1.

    De mondelinge toelichting is vormvrij en duurt maximaal 30 minuten. Dit betekent dat een aanvrager kan kiezen hoe hij de toelichting vormgeeft. Ook staat het de aanvrager vrij om hierbij visuele hulpmiddelen te gebruiken. Op locatie is een beeldscherm en HDMI-kabel beschikbaar.

  • 2.

    Het college is slechts toehoorder en stelt geen aanvullende vragen. Het is niet mogelijk een gesprek aan te gaan met de leden van de beoordelingscommissie.

  • 3.

    Een notulist maakt een verslag van de mondelinge toelichting. Ten behoeve van dit verslag wordt er een video-opname gemaakt.

  • 4.

    De aanvrager krijgt het verslag digitaal toegezonden en wordt in de gelegenheid gesteld om binnen zeven dagen na toezending van het verslag, feitelijke onjuistheden in verslaglegging te herstellen. De video-opname wordt na finalisering van het verslag verwijderd.

  • 5.

    Het verslag van de mondelinge toelichting maakt onderdeel uit van de aanvraag.

Den Haag, 2 september 2025

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris,

Ilma Merx

de burgemeester,

Jan van Zanen