Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR743821
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR743821/1
Beleidsregel last onder dwangsom drugshandel op straat gemeente Westerkwartier
Geldend van 09-09-2025 t/m heden
Intitulé
Beleidsregel last onder dwangsom drugshandel op straat gemeente WesterkwartierDe burgemeester van de gemeente Westerkwartier,
Overwegende,
- •
dat in de gemeente Westerkwartier op diverse plekken in de openbare ruimte sprake is van drugshandel op straat;
- •
dat deze drugshandel op straat leidt tot drugsoverlast en wordt ervaren als een aantasting van het veiligheidsgevoel;
- •
dat door de gemeente en haar partners integraal wordt gewerkt aan de aanpak van ondermijning;
- •
dat de aanpak van drugshandel op straat hier onderdeel van uitmaakt;
- •
dat een versterking op dit onderdeel van de aanpak gewenst is om drugsdealers te beletten zich schuldig te maken aan drugshandel op straat;
- •
dat het ingevolge artikel 2:74 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Westerkwartier 2021 (APV) verboden is onverminderd het bepaalde in de Opiumwet, zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen;
- •
dat deze verbodsbepaling beoogt om drugshandel op straat te voorkomen en drugsoverlast terug te dringen;
- •
dat de burgemeester ingevolge artikel 125 van de Gemeentewet en artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht over de bevoegdheid beschikt om aan overtreders van artikel 2:74 APV een last onder dwangsom op te leggen;
- •
dat het opleggen van een last onder dwangsom aan overtreders van artikel 2:74 APV de rechterlijke toets heeft doorstaan (Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, ECLI:NL:RVS:2020:1117);
- •
dat van het opleggen van een last onder dwangsom mogelijk een preventieve werking uitgaat en dat met het opleggen van een last onder dwangsom wordt beoogd herhaling van de overtreding te voorkomen.
gelet op:
- -
artikel 2:74 van de APV;
- -
de Algemene wet bestuursrecht;
- -
artikel 125 van de Gemeentewet.
b e s l u i t:
vast te stellen de ‘Beleidsregel last onder dwangsom drugshandel op straat gemeente Westerkwartier’;
1. Inleiding
De handel in drugs leidt tot verstoring van de openbare orde. Bij inwoners kunnen dergelijke situaties voor een gevoel van onveiligheid zorgen. Het voorkomen en bestrijden van de ondermijnende en ontwrichtende effecten van drugshandel is van zeer groot belang.
Voor de handel vanuit een woning of schuur heeft de gemeente haar 13b Opiumwet beleid vastgesteld. Echter voorziet dit beleid niet in drugshandel op straat.
In de Opiumwet wordt geen aandacht wordt besteed aan overlast als gevolg van drugshandel op straat. In artikel 2:74 van de APV is een verbod op drugshandel op straat opgenomen. Dit artikel beoogt de overlast op straat tegen te gaan, aangezien de straathandel in drugs kan leiden tot een verstoring van de openbare orde. Op het overtreden van dit verbod kan worden gehandhaafd door middel van het opleggen van een last onder dwangsom. Hiermee wordt beoogd om herhaling van de overtreding te voorkomen. Ook wil de burgemeester met het opleggen van een last onder dwangsom voorkomen dat de openbare orde verder wordt aangetast en overlast wordt veroorzaakt. Een aantal gemeenten heeft de afgelopen jaren ingezet op de bestuursrechtelijke handhaving van dergelijke overlastfeiten.
De burgemeester van de gemeente Westerkwartier wil transparant zijn op welke wijze van een dergelijke bevoegdheid gebruik wordt gemaakt. Daarom staat in deze beleidsregel beschreven onder welke omstandigheden en op welke wijze in de gemeente Westerkwartier gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om een bestuurlijke maatregel op te leggen indien artikel 2:74 van de APV is overtreden.
2. Doelstelling
Met deze beleidsregel wordt primair beoogd:
- •
het versterken van bestrijding van de overlast op straat als gevolg van drugshandel op straat; het voorkomen en beheersen van de negatieve effecten van de handel in en het gebruik van drugs op het openbare leven en andere lokale omstandigheden in de gemeente;
- •
het verbeteren van de kwaliteit van het woon- en leefklimaat en volksgezondheid;
- •
het creëren van een preventief effect, in die zin dat het voor de overtreders kenbaar is welke herstelmaatregel er door de burgemeester opgelegd kan worden na een overtreding.
3. Juridisch kader
Artikel 2:74 van de APV luidt: Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om, al dan niet tegen betaling, middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.
Artikel 125, eerste lid van de Gemeentewet luidt: Het gemeentebestuur is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang.
Artikel 125, derde lid van de Gemeentewet luidt: De bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang wordt uitgeoefend door de burgemeester, indien de last dient tot handhaving van regels welke hij uitvoert.
Artikel 5:32, eerste lid van de Awb luidt: Een bestuursorgaan dat bevoegd is een last onder bestuursdwang op te leggen, kan in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom opleggen.
Volgens artikel 5:31d van de Awb wordt onder een last onder dwangsom verstaan: de herstelsanctie, inhoudende: een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding en de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.
4. Last onder dwangsom
De burgemeester beschikt op grond van artikel 125 van de Gemeentewet en artikel 5:32 van de Awb over de bevoegdheid om aan overtreders van artikel 2:74 van de APV een last onder dwangsom op te leggen.
Bij het opleggen van de last onder dwangsom is het niet van belang of de overtreder in de gemeente Westerkwartier woonachtig is. Wel dient de overtreding van artikel 2:74 van de APV in de gemeente Westerkwartier te hebben plaatsgevonden.
5. Hoogte dwangsom
In onderstaande tabel is de hoogte van de op te leggen dwangsom opgenomen. De burgemeester heeft er bij het vaststellen van de hoogte van de dwangsom rekening mee gehouden dat het bedrag een voldoende prikkel vormt om verbeuring hiervan te voorkomen. Met de handel in drugs worden grote financiële winsten behaald. De burgemeester heeft bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom dan ook rekening gehouden met het financiële gewin van de overtreder bij het niet naleven van de regelgeving.
De hoogte van de dwangsom wordt gesteld op €5.000,- per geconstateerde overtreding per dag met een maximum van €20.000,-. Dit bedrag staat in redelijke verhouding tot de zwaarte van het geschonden belang en tot de beoogde werking van de dwangsom. Een dergelijke dwangsom is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State niet onevenredig hoog bevonden (ECLI:NL:RVS:2020:1117) en (ECLI:NL:RVS:2022:1361).
Wanneer het maximale dwangsombedrag is verbeurd, is de burgemeester bij een volgende overtreding bevoegd om een nieuwe, hogere last onder dwangsom op te leggen.
6. Begunstigingstermijn
Bij overtreding van artikel 2:74 van de APV en het opleggen van een last onder dwangsom wordt afgezien van een begunstigingstermijn. Bij een last tot het nalaten van een volgende overtreding hoeft geen begunstigingstermijn te worden gesteld.
7. Bestuurlijke en strafrechtelijke aanpak
Om herhaling van de overtreding te voorkomen, kan de burgemeester gebruik maken van de bestuursrechtelijke mogelijkheden. De bestuurlijke maatregelen die de burgemeester treft, hebben een herstellend karakter. Het Openbaar Ministerie is verantwoordelijk voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten. Strafrechtelijke sancties hebben een punitief karakter, omdat op de overtreding een straf volgt. De bevoegdheid van het Openbaar Ministerie tot strafrechtelijk optreden staat los van bestuursrechtelijk optreden door de burgemeester. Dat geldt ook andersom; als het Openbaar Ministerie niet strafrechtelijk optreedt, blijft de burgemeester bevoegd bestuursrechtelijk op te treden.
8. Afwijkingsbevoegdheid
Bij het opstellen van deze beleidsregel is gekozen voor een aanpak waarvan wordt verwacht dat deze in de meeste gevallen kan worden toegepast. Er kunnen zich echter altijd bijzondere omstandigheden voordoen waarin handelen in overeenstemming met deze beleidsregel gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. In deze gevallen heeft de burgemeester de bevoegdheid af te wijken van deze beleidsregel.
9. Procedure
Bestuurlijke rapportage
Nadat de politie of een boa/toezichthouder van de gemeente Westerkwartier een overtreding van artikel 2:74 van de APV heeft geconstateerd, wordt zo snel als mogelijk een bestuurlijke rapportage of een proces-verbaal van bevindingen opgesteld door de politie of de boa/toezichthouder met daarin de relevante bevindingen. Deze bestuurlijke rapportage wordt verstrekt aan de burgemeester, die vervolgens aan de betreffende overtreder een voornemen tot een last onder dwangsom oplegt.
Voornemen en zienswijze
Het voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom wordt op schrift gesteld en verzonden naar de overtreder. De overtreder wordt vervolgens in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen ten aanzien van het voornemen van de burgemeester. Een zienswijze kan zowel schriftelijk als mondeling worden ingediend. Na de zienswijzetermijn neemt de burgemeester op basis van alle relevant zijnde feiten en omstandigheden de beslissing om al dan niet een last onder dwangsom op te leggen.
Besluit
Wanneer een last onder dwangsom wordt opgelegd, wordt het besluit op schrift gesteld en bekendgemaakt aan de overtreder. De last onder dwangsom wordt uitgereikt aan of verzonden naar de overtreder.
Verbeuren dwangsom
Bij iedere volgende geconstateerde overtreding verbeurt de overtreder van rechtswege een dwangsom. De politie of de boa/toezichthouder zal de burgemeester hier middels een bestuurlijke rapportage over informeren. De overtreder is op grond van artikel 5:33 van de Awb verplicht binnen zes weken na het verbeuren van de dwangsom tot betaling daarvan over te gaan. Als niet binnen deze periode tot betaling wordt overgegaan, wordt tot invordering van de dwangsom overgegaan. De kosten die de invordering met zich brengt, worden verhaald op de overtreder.
11. Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking in het Gemeenteblad.
12. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: Beleidsregel last onder dwangsom drugshandel op straat gemeente Westerkwartier.
Ondertekening
Aldus vastgesteld door de burgemeester van de gemeente Westerkwartier op 26 augustus 2025.
De burgemeester van Westerkwartier
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl