Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR743776
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR743776/1
Beleidsregel grondgebonden zonnepanelen gemeente Coevorden
Geldend van 05-09-2025 t/m heden
Intitulé
Beleidsregel grondgebonden zonnepanelen gemeente CoevordenArtikel 1 Definities
Clustering van bebouwing: Bebouwing wordt zo veel als mogelijk geconcentreerd, zodat een duidelijk samenhangende ruimtelijke eenheid ontstaat (beginsel van bebouwingsconcentratie).
Grondopstelling: Een grondgebonden constructie met zonnepanelen.
Lokaal energie-initiatief: Een initiatief van een groep inwoners die gezamenlijk en zonder winstoogmerk duurzame energie opwekt.
Openbaar toegankelijk gebied: Openbaar toegankelijk gebied, zoals bedoeld in bijlage I Besluit Bouwwerken Leefomgeving.
Voorerfgebied: Voorerfgebied, zoals bedoeld in bijlage I Besluit Bouwwerken Leefomgeving.
Artikel 2 Indieningsvereisten
Artikel 2.1 Algemeen
Voor een aanvraag omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit ten behoeve van het plaatsen van een grondopstelling gelden de volgende indieningsvereisten:
- a.
Een onderbouwing dat het plan voldoet aan de van toepassing zijnde onderstaande beoordelingsregels;
- b.
Een situatietekening met duidelijke maatvoering en schaalaanduiding;
- c.
Een erfinrichtingsplan met schaalaanduiding en beplantingsplan;
- d.
Zijaanzichten van de grondopstelling.
Artikel 2.2 Grondgebonden zonnepanelen voor lokale energie-initiatieven
Voor lokale energie-initiatieven geldt dat ook een goede onderbouwing voor de fysieke leefomgeving aangeleverd dient te worden.
Artikel 3 Beoordelingsregels grondgebonden zonnepanelen bij hoofdgebouw
Het plaatsen van een grondopstelling bij een hoofdgebouw is toegestaan mits wordt voldaan aan de volgende regels:
Artikel 3.1 Algemeen
- a.
De omvang van de installatie is niet groter dan noodzakelijk om te voorzien in de energiebehoefte van de initiatiefnemer (eigen gebruik).
- b.
Een opstelling van zonnepanelen is niet mogelijk en/of rendabel op de bestaande bebouwing.
- c.
De grondopstelling doet geen onevenredige afbreuk aan landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige en archeologische waarden.
- d.
Binnen het gebied dat in bijlage 1 is aangeduid worden geen micro-omvormers / power inverters toegepast en winnen burgemeester en wethouders advies in bij ASTRON over de plaatsing van de grondopstelling. Op basis van het advies kunnen nadere eisen worden gesteld.
Artikel 3.2 Locatie en afmetingen
- a.
De grondopstelling ligt binnen het bestemmingsvlak van het hoofdgebouw en binnen een afstand van 50 m tot het hoofdgebouw. Indien het voorgaande ruimtelijk gezien niet aanvaardbaar is, kan een grondopstelling buiten het bestemmingsvlak binnen een afstand van 50 m tot het hoofdgebouw worden overwogen.
- b.
De grondopstelling ligt niet in het voorerfgebied.
- c.
De grondopstelling ligt niet in het Natuur Netwerk Nederland (NNN).
- d.
Clustering van bebouwing is het uitgangspunt. Indien dit niet leidt tot een ruimtelijk aanvaardbare situatie, kan hiervan worden afgeweken.
- e.
De minimale afstand van de grondopstelling tot de perceelgrens bedraagt 3 m.
- f.
De maximale oppervlakte van de grondopstelling bedraagt 50 m2, inclusief de niet bebouwde ruimte tussen de constructies met zonnepanelen.
- g.
De maximale hoogte van de grondopstelling bedraagt 0,8 m, gemeten vanaf het maaiveld.
Artikel 3.3 Beeldkwaliteit
- a.
De grondopstelling is niet zichtbaar vanaf openbaar toegankelijk gebied.
- b.
De grondopstelling wordt landschappelijk ingepast volgens een door burgemeester en wethouders goedgekeurd erfinrichtingsplan.
- c.
Indien binnen het plangebied van bestemmingsplan 'Buitengebied' de grondopstelling landschappelijk wordt ingepast door middel van beplanting, dient aansluiting te worden gezocht bij de van toepassing zijnde beplantingslijst in de Notitie Ruimtelijke Kwaliteit.
- d.
De zonnepanelen worden uitgevoerd in het type all black.
Artikel 4 Beoordelingsregels grondgebonden zonnepanelen voor een lokaal energie-initiatief
Het plaatsen van een grondopstelling voor een lokaal energie-initiatief is toegestaan mits wordt voldaan aan de volgende regels:
Artikel 4.1 Algemeen
- a.
De omvang van de installatie is afgestemd op de omvang van het lokale verbruik/de lokale afname van elektriciteit.
- b.
Een opstelling van zonnepanelen is niet mogelijk en/of rendabel op de bestaande bebouwing.
- c.
De grondopstelling past binnen Omgevingsverordening provincie Drenthe.
- d.
De grondopstelling doet geen onevenredige afbreuk aan landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige en archeologische waarden.
- e.
De ontwikkeling draagt bij aan de versterking van natuurwaarden.
- f.
Er dient een positief advies van de netbeheerder over de aansluitmogelijkheid op het energienet te worden overlegd.
- g.
Binnen het gebied dat in bijlage 1 is aangeduid worden geen micro-omvormers / power inverters toegepast en winnen burgemeester en wethouders advies in bij ASTRON over de plaatsing van de grondopstelling. Op basis van het advies kunnen nadere eisen worden gesteld.
Artikel 4.2 Locatie en afmetingen
- a.
De grondopstelling ligt niet in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht.
- b.
De grondopstelling ligt niet in het Natuur Netwerk Nederland (NNN).
- c.
De minimale afstand van de grondopstelling tot openbaar toegankelijk gebied bedraagt 5 m.
- d.
De maximale hoogte van de grondopstelling bedraagt 0,8 m, gemeten vanaf het maaiveld.
Artikel 4.3 Beeldkwaliteit
- a.
De grondopstelling wordt landschappelijk ingepast volgens een door burgemeester en wethouders goedgekeurd erfinrichtingsplan.
- b.
Indien binnen het plangebied van bestemmingsplan 'Buitengebied' de grondopstelling landschappelijk wordt ingepast door middel van beplanting, dient aansluiting te worden gezocht bij de van toepassing zijnde beplantingslijst in de Notitie Ruimtelijke Kwaliteit.
- c.
De zonnepanelen worden uitgevoerd in het type all black.
Artikel 5 Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als ‘Beleidsregel grondgebonden zonnepanelen gemeente Coevorden’.
Artikel 6 Inwerkingtreding
Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking in het elektronisch gemeenteblad via www.officielebekendmakingen.nl.
Artikel 7 Intrekken oude beleidsregels
Met de inwerkingtreding van deze beleidsregel wordt de ‘Beleidsregel zonneparken gemeente Coevorden’, vastgesteld op 2 oktober 2018, ingetrokken.
Ondertekening
Hoogachtend,
het college van burgemeester en wethouders van Coevorden
de secretaris
K. Brinks
de burgemeester
R. Bergsma
Bijlage 1: Buffer ASTRON-locatie Aalden
Toelichting
1. Algemene toelichting
1.1. Toename zon op dak
De laatste jaren is het aantal Nederlandse woningen met zonnepanelen enorm toegenomen. Hoewel dit aantal in 2019 nog een krappe 1 miljoen bedroeg, waren er in 2023 al zo'n 2,6 miljoen Nederlandse woningen met zonnepanelen (CBS StatLine, 2024). Hiermee is 32 procent van de woningen in Nederland inmiddels voorzien van zonnepanelen (Klimaatmonitor, 2024).
Ook in de gemeente Coevorden is het aantal woningen met zonnepanelen aanzienlijk toegenomen van ongeveer 4.000 in 2019 tot ruim 7.900 in 2023 (CBS StatLine, 2024). Dat betekent dat inmiddels ongeveer de helft van de woningen in de gemeente al van zonnepanelen is voorzien (Klimaatmonitor, 2024). Hiermee lopen we ruim vooruit op het landelijk gemiddelde. Hoewel we trots kunnen zijn op deze cijfers, ligt er nog een behoorlijke opgave om de woningvoorraad in de gemeente verder te verduurzamen.
1.2. Relevantie beleidsregel
In veel gevallen kunnen zonnepanelen vergunningvrij op het dak worden geplaatst. Dat geldt echter niet voor het plaatsen van grondgebonden zonnepanelen. Hier is in de meeste gevallen een omgevingsvergunning voor nodig.
Is sprake van een vergunningplichtig plan én voldoet dit plan niet aan de regels van het omgevingsplan van de gemeente Coevorden (hierna: omgevingsplan)? Dan is sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Hiervoor levert de gemeente tot dusver maatwerk door het plan integraal op de omgevingstafel te behandelen.
Inmiddels krijgt de gemeente regelmatig aanvragen voor een BOPA ten behoeve van grondgebonden zonnepanelen. Dit gegeven toont aan dat inwoners bereid zijn om zonnepanelen te plaatsen. Daar zijn we blij mee, omdat het de gemeente helpt bij het realiseren van haar doelstellingen, zoals die zijn geformuleerd in de Omgevingsvisie (2023) en de Duurzaamheidsvisie (2019) en het daaruit voortvloeiende programmaplan en uitvoeringsplan.
De toename in het aantal aanvragen voor een BOPA ten behoeve van grondgebonden zonnepanelen brengt echter ook uitdagingen en risico’s met zich mee. Het is een uitdaging om elk van de genoemde aanvragen tijdig op de omgevingstafel te behandelen. Ondanks onze zorgvuldigheid is rechtsongelijkheid een risico zolang er geen heldere kaders zijn om dergelijke aanvragen voor zonnepanelen te beoordelen.
Onderhavige beleidsregel voorziet in het scheppen van heldere kaders voor plannen voor grondgebonden zonnepanelen die niet voldoen aan de regels van het omgevingsplan. Op deze manier wordt de omgevingstafel ontlast, kan de doorlooptijd van dergelijke aanvragen worden beperkt en wordt het risico op rechtsongelijkheid verkleind. Daarnaast biedt deze beleidsregel handvatten voor inwoners die graag grondgebonden zonnepanelen willen plaatsen. In veel gevallen blijven zonnepanelen ondanks de voorgenomen afschaffing van de salderingsregeling in 2027 namelijk een toekomstbestendige investering, zowel voor de portemonnee als ook voor het klimaat.
1.3 Doel beleidsregel
Het doel van deze beleidsregel is tweeledig. Enerzijds heeft deze beleidsregel als doel om mogelijkheden te bieden voor plannen voor grondgebonden zonnepanelen die niet passen binnen het omgevingsplan. Anderzijds beoogt deze beleidsregel een goede landschappelijke inpassing van grondgebonden zonnepanelen te borgen.
1.4 Relatie met beleidsregel zonneparken gemeente Coevorden
Met de inwerkingtreding van deze beleidsregel wordt de ‘Beleidsregel zonneparken gemeente Coevorden’, vastgesteld op 2 oktober 2018, ingetrokken. Het college heeft in deze beleidsregel een aantal zoekgebieden aangewezen. Binnen deze zoekgebieden mag bruto maximaal 100 hectare aan zonneparken worden gerealiseerd. Deze 100 hectare is inmiddels geheel ingevuld. Aangezien de gemeente Coevorden al aan haar RES-taakstelling voor zon op land heeft voldaan, is er conform de provinciale omgevingsverordening geen grond om dit te verruimen. Naast grootschalige zonneparken biedt de ‘Beleidsregel zonneparken gemeente Coevorden’ ook ruimte voor niet-commerciële, kleinschalige, lokale of particuliere initiatieven. Onderhavige beleidsregel blijft deze ruimte, in licht aangepaste vorm, bieden.
2. Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1 Definities
In dit artikel zijn de begripsbepalingen gedefinieerd. Hierbij is zoveel mogelijk aangesloten bij wettelijke bepalingen, andere regelgeving en jurisprudentie.
Artikel 2 Indieningsvereisten
In artikel 2.1 staan de indieningsvereisten voor een aanvraag omgevingsvergunning die ziet op een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna: aanvraag) ten behoeve van het plaatsen van een grondopstelling. Deze vereisten gelden zowel voor aanvragen die betrekking hebben op grondgebonden zonnepanelen bij een hoofdgebouw als ook voor aanvragen die betrekking hebben op grondgebonden zonnepanelen voor een lokaal energie-initiatief. Voor wat betreft lid b geldt dat de aan te leveren situatietekening voldoende ruim dient te zijn, zodat ook omliggende bebouwing (indien van toepassing) hierop zichtbaar is.
In artikel 2.2 staat een aanvullend indieningsvereiste die in beginsel alleen geldt voor een aanvraag ten behoeve van het plaatsen van een grondopstelling voor een lokaal energie-initiatief. De omvang van een dergelijke opstelling is niet bij voorbaat gemaximeerd, zoals dat bij een grondopstelling bij een hoofdgebouw wel het geval is. Te verwachten valt dat een grondopstelling voor een lokaal energie-initiatief groter is dan 50 m2. Derhalve is de mogelijke impact op de fysieke leefomgeving zodanig dat een goede onderbouwing voor de fysieke leefomgeving aangeleverd dient te worden.
Artikel 7.3 en 7.4 Omgevingsregeling zijn eveneens van toepassing op elke aanvraag omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit.
Artikel 3 Beoordelingsregels grondgebonden zonnepanelen bij hoofdgebouw
In artikel 3 staan de beoordelingsregels voor een aanvraag ten behoeve van het plaatsen van grondgebonden zonnepanelen bij een hoofdgebouw. Artikel 3.1 stelt een aantal algemene beoordelingsregels, artikel 3.2 stelt beoordelingsregels die gaan over de locatie en afmetingen van een grondopstelling en artikel 3.3 stelt beoordelingsregels met het oog op de beeldkwaliteit.
Artikel 3.1 Algemeen
- a.
De zonnepanelen worden alleen gebruikt om te voorzien in de energiebehoefte van de woning of het bedrijf waar deze bij geplaatst worden. Op deze manier wordt voorkomen dat de zonnepanelen voor commerciële doeleinden worden aangewend of dat er onnodige belasting van het elektriciteitsnetwerk plaatsvindt.
- b.
Zonnepanelen op (bestaande) daken verdienen altijd de voorkeur ten opzichte van grondopstellingen. De zonneladder zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is hierbij een afwegingskader en brengt een rangorde aan in de geschiktheid van verschillende locaties voor het plaatsen van zonnepanelen. Pas als plaatsing van zonnepanelen op het dak niet mogelijk is, door bijvoorbeeld schaduwval of constructieve beperkingen, kunnen grondopstellingen overwogen worden.
- c.
Een grondopstelling kan gevolgen hebben voor de landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige en archeologische waarden. Denk hierbij aan de gevolgen voor de uitstraling van een oude boerderij of de impact op de uitstraling van het historische essenlandschap. Omdat we bovengenoemde waarden zoveel mogelijk intact willen houden, mag de grondopstelling hier geen onevenredige afbreuk aan doen. Voor de graafwerkzaamheden ten behoeve van het plaatsen van de bekabeling dient te worden gerefereerd naar de bepalingen omtrent archeologie in het omgevingsplan.
- d.
Zonnepanelen veroorzaken elektromagnetische velden die een storend effect kunnen hebben op de waarnemingen van radiotelescopen in de omgeving. Gebruik van micro-omvormers / power inverters kunnen zelfs leiden tot een ernstige verstoring. Om deze reden is binnen een straal van 500 meter van het buitenstation van de radiotelescoop nabij Aalden het gebruik van micro-omvormers / power inverters niet toegestaan. Als een grondopstelling binnen dit gebied beoogd is, dan stemmen burgemeester en wethouders de plaatsing van de grondopstelling af met de eigenaar van de telescoop, ASTRON.
Artikel 3.2 Locatie en afmetingen
- a.
De gehele grondopstelling wordt binnen het bestemmingsvlak van het hoofdgebouw en binnen een afstand van 50 meter tot het hoofdgebouw geplaatst. Op deze manier is er een duidelijke (planologische) relatie van de grondopstelling met het hoofdgebouw. In sommige gevallen is het echter ruimtelijk niet wenselijk om de grondopstelling binnen het bij het hoofdgebouw behorende bestemmingsvlak te plaatsen. Dit geldt in het bijzonder voor monumenten, beeldbepalende objecten, en gebouwen binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht en/of cultuurhistorisch zeer waardevol gebied. De plaatsing van een grondopstelling binnen het bestemmingsvlak van het hoofdgebouw kan in die gevallen een onevenredige afbreuk doen aan de beeldkwaliteit. Als dit het geval is, kan een grondopstelling buiten het bestemmingsvlak binnen een afstand van 50 meter tot het hoofdgebouw worden overwogen.
- b.
De grondopstelling wordt niet in het voorerfgebied geplaatst. Hierdoor blijft het straat- en bebouwingsbeeld zo veel als mogelijk gehandhaafd.
- c.
De grondopstelling wordt niet in het Natuur Netwerk Nederland (NNN) geplaatst. Dit is onwenselijk vanwege mogelijke aantasting van de natuurkwaliteit. Uit artikel 3.30-3.31 van de Omgevingsverordening Drenthe 2023 blijkt tevens dat de mogelijkheden voor nieuwe ontwikkelingen binnen het NNN zeer beperkt zijn.
- d.
Clustering van bebouwing is het uitgangspunt. Op deze manier is er een duidelijke (ruimtelijke) relatie van de grondopstelling met de overige bebouwing op het perceel. Daarnaast wordt de ruimtelijke impact van de grondopstelling op de omgeving beperkt. In sommige gevallen is het echter ruimtelijk niet wenselijk om de grondopstelling geclusterd bij de bestaande bebouwing te plaatsen. Dit geldt in het bijzonder voor monumenten, beeldbepalende objecten, en gebouwen binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht en/of cultuurhistorisch zeer waardevol gebied. De plaatsing van een grondopstelling geclusterd bij de bestaande bebouwing kan in die gevallen een onevenredige afbreuk doen aan de beeldkwaliteit. Als dit het geval is, kan van het uitgangspunt van clustering van bebouwing worden afgeweken.
- e.
De grondopstelling ligt op minimaal 3 meter van de perceelgrens. Hierdoor blijft er voldoende ruimte voor onderhoud en blijft eventuele overlast voor buurpercelen beperkt. In sommige gevallen ligt een grondopstelling op twee of meerdere aaneengesloten percelen. In dat geval wordt de afstand gerekend vanaf de grondopstelling tot de perceelgrens van de buitenste rand van de aaneengesloten percelen.
- f.
De oppervlakte van de grondopstelling bedraagt maximaal 50 m2, inclusief de niet bebouwde ruimte tussen de constructies met zonnepanelen. Op deze manier blijft het beslag op de ruimte en de impact op het landschap beperkt. Daarnaast is hierdoor geborgd dat de grondopstelling in veel gevallen ondergeschikt blijft aan het hoofdgebouw. Tegelijkertijd biedt dit oppervlak voldoende ruimte om in de gemiddelde elektriciteitsbehoefte van een vrijstaande woning in de gemeente Coevorden te voorzien (3.750 kWh in 2022; CBS StatLine, 2024). Om in de gemiddelde elektriciteitsbehoefte van een vrijstaande woning in de gemeente Coevorden te voorzien zijn circa 11-12 zonnepanelen nodig, afhankelijk van het vermogen, de oriëntatie en hellingshoek van de zonnepanelen. Dit betekent dat er in veel gevallen ook nog enige ruimte is om een toename van het elektriciteitsverbruik als gevolg van verder gaande elektrificatie geheel of gedeeltelijk op te vangen.
- g.
De hoogte van een grondopstelling bedraagt maximaal 0,8 meter, gemeten vanaf het maaiveld. Hierdoor blijft de impact van de grondopstelling op het landschap beperkt. Daarnaast is hierdoor geborgd dat de grondopstelling in veel gevallen ondergeschikt blijft aan het hoofdgebouw. Het verdiept aanleggen van een grondopstelling is in principe mogelijk, mits rekening gehouden wordt met eventueel aanwezige archeologische waarden zoals opgenomen in het omgevingsplan.
Artikel 3.3 Beeldkwaliteit
- a.
De grondopstelling is op ooghoogte niet zichtbaar vanaf de openbare weg of openbaar toegankelijk groen. De grondopstelling wordt zodanig geplaatst en ingepast dat deze blijvend uit het zicht is gelegen. Op deze manier blijft de impact van de grondopstelling op de belevingswaarde van het landschap beperkt.
- b.
De grondopstelling wordt zodanig geplaatst en ingepast dat deze passend is binnen het landschap. Hierbij is het streven om de ruimtelijke kwaliteit en de belevingswaarde van het landschap te versterken. De Notitie Ruimtelijke Kwaliteit vormt het toetsingskader voor ruimtelijke kwaliteit en is een sturingsmiddel bij nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied. Hierbij wordt gekeken in welk landschap de ontwikkeling ligt en op welke wijze recht kan worden gedaan aan de gebiedseigen kenmerken van het betreffende landschapstype. De Notitie Ruimtelijke Kwaliteit kan ook inspiratie bieden voor ontwikkelingen binnen de kernen. Het erfinrichtingsplan gaat in op de plaatsing van de grondopstelling en de maatregelen die getroffen worden voor een goede landschappelijke inpassing. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een half verdiepte aanleg van de grondopstelling en/of een groene omzoming van de grondopstelling met inheemse beplanting. De Notitie Ruimtelijke Kwaliteit is opgenomen als bijlage bij het bestemmingsplan Buitengebied.
- c.
Voor elk van de landschapstypes is een beplantingslijst opgenomen in de Notitie Ruimtelijke Kwaliteit. Voor een goede landschappelijke inpassing is het van belang dat hier aansluiting bij wordt gezocht als de grondopstelling wordt ingepast door middel van beplanting.
- d.
De kleurstelling van de zonnepanelen beïnvloedt mede de gevolgen van de grondopstelling voor de omgeving. Zonnepanelen van het type all black leiden tot minder overlast door schittering en zorgen voor een rustiger beeld dan zonnepanelen met een zilverkleurige rand. Daarnaast heeft dit type zonnepanelen gemiddeld genomen een hogere efficiëntie dan andere typen zonnepanelen.
Artikel 4 Beoordelingsregels grondgebonden zonnepanelen voor lokale energie-initiatieven
In artikel 4 staan de beoordelingsregels voor een aanvraag ten behoeve van het plaatsen van grondgebonden zonnepanelen voor een lokaal energie-initiatief. Artikel 4.1 stelt een aantal algemene beoordelingsregels, artikel 4.2 stelt beoordelingsregels die gaan over de locatie en afmetingen van een grondopstelling en artikel 4.3 stelt beoordelingsregels met het oog op de beeldkwaliteit.
Artikel 4.1 Algemeen
- a.
Er dient een aantoonbare behoefte te zijn in de nabijheid van het perceel waar de grondopstelling geplaatst wordt. Op deze manier wordt voorkomen dat de zonnepanelen voor commerciële doeleinden worden aangewend of dat er onnodige belasting van het elektriciteitsnetwerk plaatsvindt.
- b.
Zonnepanelen op (bestaande) daken verdienen altijd de voorkeur ten opzichte van grondopstellingen. De zonneladder zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is hierbij een afwegingskader en brengt een rangorde aan in de geschiktheid van verschillende locaties voor het plaatsen van zonnepanelen. Pas als plaatsing van zonnepanelen op het dak niet mogelijk is, door bijvoorbeeld schaduwval of constructieve beperkingen, kunnen grondopstellingen overwogen worden.
- c.
Burgemeester en wethouders toetsen een planvoornemen onder meer aan de Omgevingsverordening provincie Drenthe. In de Omgevingsverordening worden kaders gesteld waarmee het provinciale belang geborgd is. Plaatsing van de grondopstelling mag niet leiden tot een onaanvaardbare aantasting van de kernkwaliteiten zoals die in de Omgevingsverordening zijn vastgelegd. Ook dient getoetst te worden aan de van toepassing zijnde provinciale regels voor zonne-energie.
- d.
Een grondopstelling kan gevolgen hebben voor de landschappelijke, cultuurhistorische, aardkundige en archeologische waarden. Denk hierbij aan de gevolgen voor de uitstraling van een oude boerderij of de impact op de uitstraling van het historische essenlandschap. Omdat we bovengenoemde waarden zoveel mogelijk intact willen houden, mag de grondopstelling hier geen onevenredige afbreuk aan doen. Voor de graafwerkzaamheden ten behoeve van het plaatsen van de bekabeling dient te worden gerefereerd naar de bepalingen omtrent archeologie in het omgevingsplan.
- e.
De ontwikkeling draagt bij aan de versterking van natuurwaarden. Afhankelijk van de locatie van de grondopstelling zal in overleg met de initiatiefnemer worden bekeken welke aanvullende maatregelen kunnen worden genomen om de natuurwaarden in het plangebied te versterken. Voorbeelden van dergelijke maatregelen zijn de aanleg van waterpartijen en groenstroken, het plaatsen van insectenhotels, het inzaaien van kruidenrijke bloemenmengsels, het creëren van broedplaatsen voor kleine zoogdieren (hazen, egels, etc.) en het toegankelijk maken van de zonneweide voor kleine zoogdieren.
- f.
Vroegtijdige afstemming met de netbeheerder over de aansluitmogelijkheid van een grondopstelling kan bijdragen aan efficiënt gebruik van het elektriciteitsnet en het tegengaan van netcongestie. Hiervoor dient een positief advies van de netbeheerder over de aansluitmogelijkheid op het energienet te worden overlegd.
- g.
Zonnepanelen veroorzaken elektromagnetische velden die een storend effect kunnen hebben op de waarnemingen van radiotelescopen in de omgeving. Gebruik van micro-omvormers / power inverters kunnen zelfs leiden tot een ernstige verstoring. Om deze reden is binnen een straal van 500 meter van het buitenstation van de radiotelescoop nabij Aalden het gebruik van micro-omvormers / power inverters niet toegestaan. Als een grondopstelling binnen dit gebied beoogd is, dan stemmen burgemeester en wethouders de plaatsing van de grondopstelling af met de eigenaar van de telescoop, ASTRON.
Artikel 4.2 Locatie en afmetingen
- a.
De grondopstelling wordt niet in een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht geplaatst. Dit is onwenselijk vanwege mogelijke aantasting van de cultuurhistorische waarden van het gebied. Een grondopstelling voor een lokaal energie-initiatief zal veelal op zichzelf staand en groter dan 50 m2 zijn. Het risico op aantasting van de waarden die horen bij een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is daardoor zodanig groot dat een grondopstelling voor een lokaal energie-initiatief bij voorbaat uitgesloten is in deze gebieden.
- b.
De grondopstelling wordt niet in het Natuur Netwerk Nederland (NNN) geplaatst. Dit is onwenselijk vanwege mogelijke aantasting van de natuurkwaliteit. Uit artikel 3.30-3.31 van de Omgevingsverordening Drenthe 2023 blijkt tevens dat de mogelijkheden voor nieuwe ontwikkelingen in het NNN zeer beperkt zijn.
- c.
De grondopstelling ligt op minimaal 5 meter van openbaar toegankelijk gebied. Hierdoor blijft de verkeersveiligheid als gevolg van het behoud van overzicht gewaarborgd. Ook blijft er op deze manier voldoende ruimte voor onderhoud en blijft eventuele overlast voor buurpercelen beperkt.
- d.
De hoogte van een grondopstelling bedraagt maximaal 0,8 meter, gemeten vanaf het maaiveld. Hierdoor blijft de impact van de grondopstelling op het landschap beperkt. Daarnaast is hierdoor geborgd dat de grondopstelling in veel gevallen ondergeschikt blijft aan het hoofdgebouw. Het verdiept aanleggen van een grondopstelling is in principe mogelijk, mits rekening gehouden wordt met eventueel aanwezige archeologische waarden zoals opgenomen in het omgevingsplan.
Artikel 4.3 Beeldkwaliteit
Zie toelichting onder artikel 3.3 Beeldkwaliteit.
Artikel 5 Citeertitel
Dit artikel geeft de citeertitel van de beleidsregel weer.
Artikel 6 Inwerkingtreding
Dit artikel geeft het moment van inwerkingtreding van de beleidsregel aan. Aanvragen die worden ingediend op of na het moment van inwerkingtreding worden getoetst aan onderhavige beleidsregel.
Artikel 7 Intrekken oude beleidsregels
Met de inwerkingtreding van deze beleidsregel wordt de hiervoor geldende beleidsregel ingetrokken.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl