Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR743674
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR743674/1
Regeling vervalt per 31-12-2026
Collegebesluit tot vaststelling van de Subsidieregeling circulaire projecten in Veenendaal
Geldend van 02-09-2025 t/m 30-12-2026
Intitulé
Collegebesluit tot vaststelling van de Subsidieregeling circulaire projecten in VeenendaalHet college van burgemeester en wethouders van Veenendaal;
gelet op artikel 2, tweede lid, van de Algemene Subsidieverordening Veenendaal;
besluit:
vast te stellen de Subsidieregeling circulaire projecten in Veenendaal.
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Definities
In deze regeling wordt verstaan onder:
circulair: producten en grondstoffen hergebruiken en de levensduur te verlengen, in plaats van weggooien of nieuw kopen.
college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal.
duurzaamheid: de handelingen en keuzes die we maken en die een negatieve impact op mens, dier en natuur hebben zo veel mogelijk beperken. Voor nu en in de toekomst.
grondstoffengebruik verminderen: het verminderen van het kopen van materialen waar nieuwe grondstoffen in verwerkt zijn, bijvoorbeeld nieuwe elektronica, kleding en meubels.
Artikel 2 Doelen van de subsidie
De doelen van deze subsidie zijn:
a. het verminderen van grondstoffengebruik door inwoners van Veenendaal; of
b. het stimuleren van inwoners van Veenendaal om meer circulair te leven.
Artikel 3 Doelgroep
De subsidie wordt alleen toegekend aan een rechtspersoon, rechtspersonen of aan een natuurlijke persoon en personen.
Artikel 4 Subsidiabele activiteiten
Het college kan subsidie verstrekken voor het verrichten van activiteiten die bijdragen aan het verminderen van grondstoffengebruik door inwoners van Veenendaal of die inwoners van Veenendaal stimuleren om meer circulair te leven.
Artikel 5 Activiteiten
De activiteiten, bedoeld in artikel 4, bestaan uit:
a. het tenminste viermaal per jaar organiseren van een Repair Café, elk minimaal een keer in de wijken West, Zuidwest, Noordoost en Centrum;
b. het tenminste viermaal per jaar organiseren van een kledingruil event, één per kwartaal;
c. het organiseren van tenminste één fysieke deel- en leenplek, waar spullen geruild en gedeeld kunnen worden;
d. het promoten van het delen en lenen van spullen via het online deelplatform Peerby;
e. het organiseren van tenminste één activiteit of event waarbij inwoners van Veenendaal geïnspireerd worden om minder voedsel te verspillen;
f. het tenminste viermaal per jaar organiseren van workshops over circulaire thema's om grondstoffengebruik te verminderen;
g. andere activiteiten die bijdragen aan het doel van deze subsidieregeling, bedoeld in artikel 2 onder a.
h. andere activiteiten die bijdragen aan het stimuleren van inwoners van Veenendaal om meer circulair te leven, bedoeld in artikel 2 onder b.
Artikel 6 Subsidiabele kosten
1. De volgende kosten die gemaakt worden ter uitvoering van de subsidiabele activiteiten komen voor subsidie in aanmerking:
a. huur van een ruimte voor de uitvoering van de subsidiabele activiteiten met een maximum van € 1.000,- per aanvraag;
b. materiaalkosten voor de huur of koop van materialen die nodig zijn voor de uitvoering van de subsidiabele activiteiten;
c. kosten van het maken of laten maken van promotie- en communicatiematerialen;
d. kosten voor het verspreiden en inzetten van promotie- en communicatiematerialen;
e. kosten van het inzetten van gesponsorde sociale mediaberichten ter promotie van de subsidiabele activiteiten;
f. vergoeding van onkosten van de aanvrager of betrokken partijen, zoals vrijwilligers met een maximum van € 500,- per aanvraag;
g. kosten voor de inzet van werknemers, ondernemers(s) of ZZP-er(s) ten behoeve van de subsidiabele activiteiten, voor zover deze kosten redelijkerwijs zijn toe te rekenen de activiteiten. De uurtarieven bedragen maximaal €90,- inclusief BTW;
h. kosten van een vergunningsaanvraag voor de uitvoering van de subsidiabele activiteit;
i. kosten voor aankleding en decoratie van subsidiabele activiteiten;
j. kosten voor etens- en drinkwaren, ingezet als onderdeel van een subsidiabele activiteit.
2. Alleen kosten die gemaakt zijn vanaf 1 januari 2026 t/m 31 december 2026 zijn subsidiabel.
Artikel 7 Maximaal subsidiebedrag per aanvraag
Het subsidiebedrag per aanvraag bedraagt ten hoogste:
a. €1.500,- voor het organiseren van Repair Cafés als bedoeld in artikel 5 onder a;
b. €1.000,- voor het organiseren van kledingruilevents als bedoeld in artikel 5 onder b;
c. €1.500,- voor het organiseren van een fysieke deel- en leenplek als bedoeld in artikel 5 onder c;
d. €1.000,- voor het promoten van delen en lenen van spullen als bedoeld in artikel 5 onder d;
e. €1.000,- voor het tegengaan van voedselverspilling als bedoeld in artikel 5 onder e;
f. €2.000,- het organiseren van workshops als bedoeld in artikel 5 onder f;
g. €2.500,- voor het organiseren van andere activiteiten die bijdragen aan het verminderen van grondstoffengebruik door inwoners van Veenendaal, als bedoeld in artikel 5 onder g;
h. €2.500,- voor andere activiteiten die bijdragen aan het stimuleren van inwoners van Veenendaal om meer circulair te leven als bedoeld in artikel 5 onder h.
Artikel 8 Subsidieplafond
1. Voor subsidieverlening op grond van deze subsidieregeling geldt voor het kalenderjaar 2026 een subsidieplafond van in totaal €13.000.
2. Het subsidieplafond is verdeeld over de volgende deelplafonds per soort subsidiabele activiteiten:
a. €1.500,- voor het organiseren van Repair Cafés als bedoeld in artikel 5 onder a;
b. €1.000,- voor het organiseren van kledingruilevents als bedoeld in artikel 5 onder b;
c. €1.500,- voor het organiseren van een fysieke deel- en leenplek als bedoeld in artikel 5 onder c;
d. €1.000,- voor het promoten van delen en lenen van spullen als bedoeld in artikel 5 onder d;
e. €1.000,- voor het tegengaan van voedselverspilling als bedoeld in artikel 5 onder e;
f. €2.000,- het organiseren van workshops als bedoeld in artikel 5 onder f;
g. €2.500,- voor het organiseren van andere activiteiten die bijdragen aan het verminderen van grondstoffengebruik door inwoners van Veenendaal, als bedoeld in artikel 4 onder g;
h. €2.500,- voor andere activiteiten die bijdragen aan het stimuleren van inwoners van Veenendaal om meer circulair te leven als bedoeld in artikel 5 onder h.
3. Het college kan het subsidieplafond verlagen conform artikel 5 van de Algemene Subsidieverordening Veenendaal.
4. Een verlaging van het subsidieplafond geldt ook voor reeds ingediende aanvragen.
5. Het college kan het subsidieplafond jaarlijks bij afzonderlijk besluit wijzigingen.
Artikel 9 Aanvraag
1. De aanvrager dient de subsidieaanvraag door middel van het bijhorende digitale aanvraagformulier, volledig en naar waarheid in, te vinden op www.duurzaamveenendaal.nl/subsidiecirculaireprojecten.
2. Voor elk van de subsidiabele activiteiten, bedoeld per lid in artikel 5, wordt één aanvraagformulier ingediend.
3. In afwijking van artikel 8 van de Algemene Subsidieverordening Veenendaal worden subsidieaanvragen als bedoeld in artikel 10, ingediend vanaf het moment van inwerkingtreding van de subsidieregeling tot en met 31 oktober 2025.
Artikel 10 Aanvraagtermijn
Aanvragen voor het kalenderjaar 2026 kunnen worden ingediend vanaf het moment van inwerkingtreding van deze regeling tot en met 31 oktober 2025.
Artikel 11 Beoordelingscriteria
1. De beoordelaar, bedoeld in artikel 12 eerste lid, beoordeelt en rangschikt:
a. Inleiding: mate waarin duidelijk toegelicht wordt wie de aanvrager is en waarom de aanvrager het project wil doen;
b. Doelgroep: mate waarin er een concrete doelgroep is geformuleerd en locaties ter uitvoering van de activiteiten zijn gekozen;
c. Doelen: mate waarin de doelen concreet en meetbaar zijn en er is gekozen voor extra doelen bovenop de minimaal gewenste doelen van het gekozen project;
d. Aanpak: mate waarin wordt toegelicht en onderbouwd hoe het project wordt aangepakt en hoe het project circulair leuker, makkelijker of aantrekkelijker maakt;
e. Communicatie: mate waarin de communicatieboodschap, inhoud van de communicatie en gekozen communicatiemiddelen bijdragen aan de doelen, handelingsperspectief bieden en een positieve insteek hebben;
f. Organisatie: mate waarin duidelijk is wie welke rol heeft en wat de bijhorende, organisatie- of uitvoeringstaken zijn;
g. Planning: mate waarin de planning een duidelijk overzicht biedt van de uitvoering van de subsidiabele activiteiten;
h. Begroting: mate waarin de (ingeschatte) begroting en eventueel betaalde inzet van werkuren realistisch en in proportie is;
i. Bewijsvoering: de af- of aanwezigheid van duidelijkheid over hoe de aanvrager na uitvoering van de subsidiabele activiteiten gaat bewijzen dat de activiteiten zijn uitgevoerd en welke kosten daarvoor zijn gemaakt.
2. Aanvragen boven €1.000 worden daarnaast ook beoordeeld op de onderdelen:
a. Inzet op blijvende impact: kwaliteit van onderbouwing over of het mogelijk is om op het project voort te bouwen in de toekomst of hoe dat zal worden gedaan.
b. Duurzaamheid: mate waarin er wordt gezorgd voor een duurzame vormgeving van het project.
3. De beoordelingscriteria, bedoeld in het eerste en tweede lid, en de wijze van beoordeling zijn nader uitgewerkt en toegelicht in bijlage I voor aanvragen tot € 1.000,- en bijlage II voor aanvragen boven € 1.000,-.
Artikel 12 Wijze van verdeling
1. Aanvragen worden beoordeeld door een beleidsmedewerker circulair.
2. De beoordelaar beoordeelt de aanvragen aan de hand van de beoordelingscriteria, bedoeld in artikel 11 en kent per criterium een score toe.
3. De beoordelaar, bedoeld in het eerste lid, telt de scores per criterium op en rangschikt de aanvragen.
4. Subsidie wordt verleend op volgorde van rangschikking.
5. Bij aanvragen die met hetzelfde aantal punten worden beoordeeld, waarbij het deelplafond wordt overschreden, wordt als volgt verdeeld:
a. de aanvrager die minder aanvragen heeft ingediend voor andere subsidiabele activiteiten vallend onder deze subsidieregeling die voldoen aan de voorwaarden, wordt boven de aanvrager gerangschikt, die meer aanvragen heeft ingediend die voldoen aan de voorwaarden;
b. als na toepassing van onderdeel a de aanvragen gelijk gerangschikt blijven, wordt de rangschikking bepaald door loting.
Artikel 13 Subsidievoorwaarden
Voor subsidie komen aanvragen in aanmerking die voldoen aan de volgende voorwaarden:
a. De subsidiabele activiteiten vinden plaats in Veenendaal;
b. Er worden met de subsidiabele activiteit minimaal 250 inwoners in Veenendaal bereikt met één of meerdere communicatiemiddelen;
c. Een ingevuld aanvraagformulier is niet groter dan 12 pagina’s;
d. Bij aanvragen van €1.000,- of minder moet het onderdeel ‘plan van aanpak’ in het geheel minimaal 56 punten scoren. Op de onderdelen ‘doelen’, ‘communicatie’ en ‘begroting’ binnen het plan van aanpak is een beoordeling van minimaal 5 punten noodzakelijk per onderdeel;
e. Bij aanvragen boven €1.000,- moet het plan van aanpak in het geheel minimaal 62 punten scoren. Op de onderdelen ‘doelen’, ‘communicatie’ en ‘begroting’ binnen het plan van aanpak is een beoordeling van minimaal 5 punten noodzakelijk per onderdeel;
f. De aanvraag scoort voldoende op het onderdeel bewijsvoering van de beoordelingscriteria, bedoeld in artikel 11;
g. De activiteiten worden in 2026 uitgevoerd.
Artikel 14 Verlening en vaststelling
1. Het college verleent en stelt de subsidie vast binnen acht weken nadat de termijn voor de aanvragen van de subsidie, bedoeld in artikel 10, is gesloten.
2. Het college kan het besluit op de subsidieaanvraag eenmaal met maximaal acht weken verlengen.
3. Het college keert de vastgestelde subsidie uit op het door de subsidieaanvrager opgegeven rekeningnummer.
Artikel 15 Weigeringsgronden
Onverminderd artikelen 4:25, tweede lid en artikel 4:35 van de Awb en het eerste tot en met derde lid van artikel 10 van de Algemene Subsidieverordening Veenendaal wordt een aanvraag geweigerd wanneer:
a. de subsidieaanvraag in strijd is met de doelen van deze subsidieregeling;
b. activiteiten al door anderen gefinancierd worden of gaan worden;
c. de activiteiten een commercieel belang lijken te dienen;
d. aanvraag wordt gedaan voor meerdere subsidiabele activiteiten, in het aanvraagformulier aangehaald als projecten, in één aanvraagformulier;
e. de aanvrager een aanvraag namens meerdere natuurlijke of rechtspersonen indient, maar geen bewijs van machtiging van het handelen namens de andere betrokken partijen heeft toegevoegd.
Artikel 16 Verplichtingen
Het college legt, in aanvulling op hoofdstuk 6 van de Algemene Subsidieverordening Veenendaal de volgende verplichtingen op:
a. de subsidieontvanger doet onverwijld schriftelijk melding aan het college, zodra aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, niet geheel of geheel niet zullen worden verricht of dat niet geheel of geheel niet aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden voldaan;
b. de subsidieontvanger vult het formulier voor uitgaven en evaluatie, te vinden op www.duurzaamveenendaal.nl/subsidiecirculaireprojecten, volledig en naar waarheid in, met de volgende inhoud:
i. totaalbedrag van de uitgaven voor de subsidiabele activiteiten;
ii. bewijsvoering voor de uitvoering van de subsidiabele activiteiten;
iii. bewijsvoering voor kosten boven €50,-;
iv. resultaten van de doelen die zijn opgesteld in het aanvraagformulier;
v. evaluatie van het project;
vi. evaluatie over hoe de subsidieregeling is ervaren.
Artikel 17 Inwerkingtreding
1. Deze regeling treedt in werking op de dag na de datum van publicatie in het Gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 31 december 2026.
2. Deze regeling blijft van toepassing op tijdig aangevraagde en verleende subsidieaanvragen.
Artikel 18 Citeertitel
Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling circulaire projecten in Veenendaal.
Ondertekening
Ondertekening
B.a. E. Stroobosscher
Bijlage I – beoordelingsformulier plan van aanpak bij aanvragen onder €1.000,-
|
Onderdeel |
Beoordelingscriteria |
Toekenning punten |
Toelichting |
|
Inleiding |
0 punten = de aanvrager geeft geen toelichting over wie de aanvrager is en vertelt niet waarom de aanvrager het project wil doen. 3 punten = de aanvrager geeft geen toelichting over wie de aanvrager is of vertelt niet (duidelijk) waarom de aanvrager het project wil doen. 5 punten = de aanvrager geeft duidelijk een toelichting over zichzelf en vertelt waarom de aanvrager het project wil doen. |
|
|
|
Doelgroep |
0 punten = dit onderdeel ontbreekt. 5 punten = de doelgroep is onduidelijk of abstract en het is onduidelijk waar de activiteiten gaan plaatsvinden. Er worden ook geen ideeën voor locaties genoemd. 8 punten = de doelgroep is onduidelijk of abstract, of het is nog niet of voor een deel zeker waar de activiteiten gaan plaatsvinden. Ideeën voor locaties worden genoemd. Of een combinatie van gekozen locaties en ideeën voor locaties worden genoemd. 10 punten = er is een concrete doelgroep geformuleerd. Er zijn één of meerdere locaties genoemd waar de activiteiten gaan plaatsvinden. |
|
|
|
Doelen |
0 punten = dit onderdeel ontbreekt. 10 punten = wanneer er bij een open project één doel is geformuleerd dat niet of moeilijk meetbaar of abstract is. Of, bij een open project zijn er minder dan drie doelen meetbaar of concreet geformuleerd. 15 punten = het minimaal aantal voorgeschreven activiteiten dat subsidiabel is op grond van artikel 5 van de regeling is gekozen om uit te voeren. Bijvoorbeeld: je kiest artikel 5 lid 1 als project: het ten minste viermaal per jaar organiseren van Repair Cafés, elk minimaal een keer in de wijken West, Zuidwest, Noordoost en Centrum. Dan kies je dus om vier keer een Repair Café organiseren, waarvan elk een keer in de wijk West, Zuidwest, Noordoost en Centrum. Of, minder dan de helft van de geformuleerde extra doelen bovenop de minimaal gewenste doelen van het gekozen project zijn niet of moeilijk meetbaar of abstract geformuleerd. 20 punten = er is gekozen voor één of meerdere extra doelen bovenop de minimaal aantal voorgeschreven activiteiten van het gekozen project. De helft of meer van deze doelen zijn concreet en meetbaar geformuleerd. Bij een open project worden er minimaal drie concrete en meetbare doelen geformuleerd. Of, wanneer er één doel is geformuleerd, is het doel concreet en meetbaar. |
|
|
|
Aanpak |
0 punten = dit onderdeel ontbreekt. 5 punten = dit onderdeel is aanwezig, maar op de twee onderdelen is voor een groot deel onduidelijk hoe het project circulair leuker, makkelijker of aantrekkelijker maakt én hoe het project aangepakt wordt. Als er aanvraag wordt gedaan voor een open project, is daarbovenop de onderbouwing hoe het project bijdraagt aan een van de doelen van de subsidie abstract. 10 punten = uit de tekst blijkt hoe het project wordt aangepakt en hoe het project circulair leuker, makkelijker of aantrekkelijker maakt. Wanneer aanvraag wordt gedaan voor een open project, is daarbovenop de onderbouwing hoe het project bijdraagt aan een van de doelen van de subsidie duidelijk. 15 punten = uit de tekst blijkt hoe het project wordt aangepakt en het circulair leuker, makkelijker of aantrekkelijker maakt. De uitvoering is creatief en draagt bij aan sociale cohesie. Wanneer aanvraag wordt gedaan voor een open project, is daarbovenop de onderbouwing hoe het project bijdraagt aan een van de doelen van de subsidie duidelijk. |
|
|
|
Communicatie |
0 punten = de boodschap sluit niet logisch aan bij een van de doelen van de subsidie of het gekozen project. Of de inhoud van de communicatiemiddelen heeft geen positieve insteek of biedt geen handelingsperspectief. 5 punten = één van de drie vragen uit dit onderdeel in het aanvraagformulier is duidelijk beantwoord. Er is geen duidelijke boodschap die aansluit bij de gekozen doelen of eigen of extra geformuleerde doelen. Of de communicatiemiddelen die gekozen zijn dragen niet goed bij aan de gekozen of eigen of extra geformuleerde doelen. Of de inhoud van de communicatiemiddelen heeft geen positieve insteek en biedt geen handelingsperspectief. 10 punten = twee van de drie vragen uit dit onderdeel in het aanvraagformulier zijn duidelijk beantwoord. Er is een duidelijke boodschap die aansluit bij de gekozen doelen of eigen of extra geformuleerde doelen. Of, er worden één of meerdere communicatiemiddelen ingezet die bijdragen aan het behalen van de gekozen of eigen of extra geformuleerde doelen. Of de inhoud van de communicatiemiddelen heeft een positieve insteek en biedt handelingsperspectief. 15 punten = alle vragen uit dit onderdeel in het aanvraagformulier zijn beantwoord. Er is een duidelijke boodschap die aansluit bij de doelen. Er worden één of meerdere communicatiemiddelen ingezet die bijdragen aan het behalen van de gekozen activiteiten of extra of eigen doelen bij een open project. De inhoud van de communicatiemiddelen is globaal duidelijk en heeft een positieve insteek en biedt handelingsperspectief. 20 punten = alle vragen uit dit onderdeel in het aanvraagformulier zijn beantwoord. Er is een duidelijke boodschap die aansluit bij de gekozen doelen en/of eigen of extra geformuleerde doelen. Er worden meerdere communicatiemiddelen ingezet die bijdragen aan het behalen van de activiteiten en extra of eigen geformuleerde doelen. De inhoud van de communicatiemiddelen zijn in een ver stadium uitgewerkt, heeft een positieve insteek en biedt handelingsperspectief. |
|
|
|
Organisatie |
0 punten = dit onderdeel ontbreekt. Of de namen, rollen of organisatie- en uitvoeringstaken zijn allemaal onduidelijk. 5 punten = de organisatie- en uitvoeringstaken zijn (grotendeels) duidelijk, maar het is nog niet duidelijk wie welke rollen of organisatie- of uitvoeringstaken op zich neemt. 8 punten = de organisatie- en uitvoeringstaken zijn duidelijk, maar het is nog niet helemaal duidelijk wie welke rollen of organisatie- of uitvoeringstaken op zich neemt. Of, het is wel duidelijk wie er meewerkt in het project, maar de rollen, organisatie- of uitvoeringstaken zijn zeer abstract uitgewerkt. Eén of meerdere voornamen met achternaam worden genoemd. 10 punten = het is helemaal duidelijk wie wat gaat doen. Het is duidelijk wie welke rol heeft en wat de bijhorende, organisatie- of uitvoeringstaken zijn. Eén of meerdere voornamen met achternaam worden genoemd. |
|
|
|
Planning |
0 punten = dit onderdeel ontbreekt. 5 punten = dit onderdeel is aanwezig, maar de planning is nog zeer globaal of mist gegevens over: wat er gaat gebeuren, wanneer, hoelang of wat de start- en einddatum van het project is. 10 punten = de planning bevat een duidelijk overzicht van wat er gaat gebeuren (activiteiten, communicatiemiddelen), wanneer, hoelang en wat de start- en einddatum van het project is. Ook als de planning een inschatting is. |
|
|
|
Begroting |
0 punten = dit onderdeel ontbreekt. Of (bijna) de gehele (ingeschatte) begroting is niet realistisch en in proportie passend bij de activiteiten, materialen en/of middelen. 3 punten = minder dan de helft van de (ingeschatte) begroting (en eventueel betaalde inzet van werkuren) is realistisch en in proportie passend bij de activiteiten, materialen of middelen. 5 punten = de helft of meer van de (ingeschatte) begroting (en eventueel betaalde inzet van werkuren) is realistisch en in proportie passend bij de activiteiten, materialen en/of middelen. 10 punten = de (ingeschatte) begroting (en eventueel betaalde inzet van werkuren) is realistisch en in proportie passend bij de activiteiten, materialen of middelen. |
|
|
|
Bewijsvoering |
Onvoldoende = het is niet duidelijk hoe de aanvrager na uitvoering van de subsidiabele activiteiten bewijsvoering van de uitvoering en zijn uitgaven boven €50,- zal aanleveren. Wanneer bewijsvoering voor een bepaald onderdeel echt niet mogelijk is, wordt (ook) geen goed onderbouwde reden gegeven. Voldoende = het is duidelijk hoe de aanvrager na uitvoering van de subsidiabele activiteiten gaat bewijzen dat de activiteiten zijn uitgevoerd en welke bewijsvoering voor kosten boven €50,- worden aangeleverd. Wanneer bewijsvoering voor een bepaald onderdeel echt niet mogelijk is, wordt een goed onderbouwde reden toegevoegd. |
|
|
|
Totaal |
100 punten |
Totaal toekenning punten: |
|
Bijlage II – beoordelingsformulier plan van aanpak bij aanvragen boven €1.000,-
|
Onderdeel |
Beoordelingscriteria |
Toekenning punten |
Toelichting |
|
Inleiding |
0 punten = de aanvrager geeft geen toelichting over wie de aanvrager is en vertelt niet waarom de aanvrager het project wil doen. 3 punten = de aanvrager geeft geen toelichting over wie de aanvrager is of vertelt niet (duidelijk) waarom de aanvrager het project wil doen. 5 punten = de aanvrager geeft duidelijk een toelichting over zichzelf en vertelt waarom de aanvrager het project wil doen. |
|
|
|
Doelgroep |
0 punten = dit onderdeel ontbreekt. 5 punten = de doelgroep is onduidelijk of abstract en het is onduidelijk waar de activiteiten gaan plaatsvinden. Er worden ook geen ideeën voor locaties genoemd. 8 punten = de doelgroep is onduidelijk of abstract, of het is nog niet of voor een deel zeker waar de activiteiten gaan plaatsvinden. Ideeën voor locaties worden genoemd. Of een combinatie van gekozen locaties en ideeën voor locaties worden genoemd. 10 punten = er is een concrete doelgroep geformuleerd. Er zijn één of meerdere locaties genoemd waar de activiteiten gaan plaatsvinden. |
|
|
|
Doelen |
0 punten = dit onderdeel ontbreekt. 10 punten = wanneer er bij een open project één doel is geformuleerd dat niet of moeilijk meetbaar of abstract is. Of, bij een open project zijn er minder dan drie doelen meetbaar of concreet geformuleerd. 15 punten = het minimaal aantal voorgeschreven activiteiten dat subsidiabel is op grond van artikel 5 van de regeling is gekozen om uit te voeren. Bijvoorbeeld: je kiest artikel 5 lid 1 als project: het ten minste viermaal per jaar organiseren van Repair Cafés, elk minimaal een keer in de wijken West, Zuidwest, Noordoost en Centrum. Dan kies je dus om vier keer een Repair Café organiseren, waarvan elk een keer in de wijk West, Zuidwest, Noordoost en Centrum. Of, minder dan de helft van de geformuleerde extra doelen bovenop de minimaal gewenste doelen van het gekozen project zijn niet of moeilijk meetbaar of abstract geformuleerd. 20 punten = er is gekozen voor één of meerdere extra doelen bovenop de minimaal voorgeschreven activiteiten van het gekozen project. De helft of meer van deze doelen zijn concreet en meetbaar geformuleerd. Bij een open project worden er minimaal drie concrete en meetbare doelen geformuleerd. Of, wanneer er één doel is geformuleerd, is het doel concreet en meetbaar. |
|
|
|
Aanpak |
0 punten = dit onderdeel ontbreekt. 5 punten = dit onderdeel is aanwezig, maar op de twee onderdelen is voor een groot deel onduidelijk hoe het project circulair leuker, makkelijker of aantrekkelijker maakt én hoe het project aangepakt wordt. Als er aanvraag wordt gedaan voor een open project, is daarbovenop de onderbouwing hoe het project bijdraagt aan een van de doelen van de subsidie abstract. 10 punten = uit de tekst blijkt hoe het project wordt aangepakt en hoe het project circulair leuker, makkelijker of aantrekkelijker maakt. Wanneer aanvraag wordt gedaan voor een open project, is daarbovenop de onderbouwing hoe het project bijdraagt aan een van de doelen van de subsidie duidelijk. 15 punten = uit de tekst blijkt hoe het project wordt aangepakt en het circulair leuker, makkelijker of aantrekkelijker maakt. De uitvoering is creatief en draagt bij aan sociale cohesie. Wanneer aanvraag wordt gedaan voor een open project, is daarbovenop de onderbouwing hoe het project bijdraagt aan een van de doelen van de subsidie duidelijk. |
|
|
|
Communicatie |
0 punten = de boodschap sluit niet logisch aan bij een van de doelen van de subsidie of het gekozen project. Of de inhoud van de communicatiemiddelen heeft geen positieve insteek of biedt geen handelingsperspectief. 5 punten = één van de drie vragen uit dit onderdeel in het aanvraagformulier is duidelijk beantwoord. Er is geen duidelijke boodschap die aansluit bij de gekozen doelen of eigen of extra geformuleerde doelen. Of de communicatiemiddelen die gekozen zijn dragen niet goed bij aan de gekozen of eigen of extra geformuleerde doelen. Of de inhoud van de communicatiemiddelen heeft geen positieve insteek en biedt geen handelingsperspectief. 10 punten = twee van de drie vragen uit dit onderdeel in het aanvraagformulier zijn duidelijk beantwoord. Er is een duidelijke boodschap die aansluit bij de gekozen doelen of eigen of extra geformuleerde doelen. Of, er worden één of meerdere communicatiemiddelen ingezet die bijdragen aan het behalen van de gekozen of eigen of extra geformuleerde doelen. Of de inhoud van de communicatiemiddelen heeft een positieve insteek en biedt handelingsperspectief. 15 punten = alle vragen uit dit onderdeel in het aanvraagformulier zijn beantwoord Er is een duidelijke boodschap die aansluit bij de doelen. Er worden één of meerdere communicatiemiddelen ingezet die bijdragen aan het behalen van de gekozen activiteiten of extra of eigen doelen bij een open project. De inhoud van de communicatiemiddelen is globaal duidelijk en heeft een positieve insteek en biedt handelingsperspectief. 20 punten = alle vragen uit dit onderdeel in het aanvraagformulier zijn beantwoord. Er is een duidelijke boodschap die aansluit bij de gekozen doelen en/of eigen of extra geformuleerde doelen. Er worden meerdere communicatiemiddelen ingezet die bijdragen aan het behalen van de activiteiten en extra of eigen geformuleerde doelen. De inhoud van de communicatiemiddelen zijn in een ver stadium uitgewerkt, heeft een positieve insteek en biedt handelingsperspectief. |
|
|
|
Inzet op blijvende impact |
0 punten = dit onderdeel ontbreekt. 3 punten = dit onderdeel is aanwezig. Uit de onderbouwing wordt niet of weinig duidelijk hoe op het project voortgebouwd kan worden om het project in de toekomst mogelijk te vergroten of versterken. Als onderbouwd wordt waarom dat niet kan, wordt geen duidelijke reden gegeven. 5 punten = goed onderbouwd. Uit de onderbouwing wordt duidelijk hoe op het project voortgebouwd kan worden om het project in de toekomst mogelijk te vergroten of versterken. Als blijvende impact niet mogelijk is, wordt duidelijk onderbouwd waarom. |
|
|
|
Duurzame vormgeving |
0 punten = dit onderdeel ontbreekt. 3 punten = dit onderdeel is aanwezig, maar uit de onderbouwing blijkt dat er niet is gekozen voor de inzet van duurzamere alternatieven voor de middelen die worden ingezet, terwijl dat wel mogelijk lijkt. 5 punten = goed onderbouwd. Er blijkt uit de onderbouwing dat het project waar mogelijk zo duurzaam mogelijk vorm wordt geven. |
|
|
|
Planning |
0 punten = dit onderdeel ontbreekt. 5 punten = dit onderdeel is aanwezig, maar de planning is nog zeer globaal of mist gegevens over: wat er gaat gebeuren, wanneer, hoelang of wat de start- en einddatum van het project is. 10 punten = de planning bevat een duidelijk overzicht van wat er gaat gebeuren (activiteiten, communicatiemiddelen), wanneer, hoelang en wat de start- en einddatum van het project is. Ook als de planning een inschatting is. |
|
|
|
Begroting |
0 punten = dit onderdeel ontbreekt. Of (bijna) de gehele (ingeschatte) begroting is niet realistisch en in proportie passend bij de activiteiten, materialen en/of middelen. 3 punten = minder dan de helft van de (ingeschatte) begroting (en eventueel betaalde inzet van werkuren) is realistisch en in proportie passend bij de activiteiten, materialen of middelen. 5 punten = de helft of meer van de (ingeschatte) begroting (en eventueel betaalde inzet van werkuren) is realistisch en in proportie passend bij de activiteiten, materialen en/of middelen. 10 punten = de (ingeschatte) begroting (en eventueel betaalde inzet van werkuren) is realistisch en in proportie passend bij de activiteiten, materialen of middelen. |
|
|
|
Bewijsvoering |
Onvoldoende = het is niet duidelijk hoe de aanvrager na uitvoering van de subsidiabele activiteiten bewijsvoering van de uitvoering en zijn uitgaven boven €50,- zal aanleveren. Wanneer bewijsvoering voor een bepaald onderdeel echt niet mogelijk is, wordt (ook) geen goed onderbouwde reden gegeven. Voldoende = het is duidelijk hoe de aanvrager na uitvoering van de subsidiabele activiteiten gaat bewijzen dat de activiteiten zijn uitgevoerd en welke bewijsvoering voor kosten boven €50,- worden aangeleverd. Wanneer bewijsvoering voor een bepaald onderdeel echt niet mogelijk is, wordt een goed onderbouwde reden toegevoegd. |
|
|
|
Totaal |
110 punten |
Totaal toekenning punten: |
|
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl