Gedragscode Raads- en Commissieleden 2025

Geldend van 27-03-2025 t/m heden

Intitulé

Gedragscode Raads- en Commissieleden 2025

Voorwoorden

De oorsprong van het woord integriteit vinden we in de Latijnse taal met een betekenis

van heelheid en zuiverheid. Actueel staat integriteit voor betrouwbaarheid en handelen volgens moreel sterke principes. Met elkaar het goede doen. In die context hebben wij als volksvertegenwoordigers en bestuurders een voorbeeldfunctie. We hebben de verantwoordelijkheid om het vertrouwen van onze inwoners te verdienen en te behouden. Dit vertrouwen is immers de basis van onze democratie en ons streven naar een eerlijke, open en rechtvaardige samenleving. Als burgemeester en hoeder van de integriteit ben ik blij dat de gemeente Kerkrade een Integriteitscommissie heeft. Integriteit is namelijk een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Het is belangrijk dat we elkaar steunen en samenwerken aan een cultuur van reflectie en wederzijds respect. Met deze gedragscode zetten we een volgende stap in het creëren en waarborgen van deze cultuur. Daarbij is het van belang je te realiseren dat een gedragscode niet alleen een set regels bevat, maar ook en vooral een gids is voor ons eigen gedrag. De gedragscode geeft ons richting en houvast en helpt ons bij het maken van de juiste keuzes, zelfs in moeilijke tijden. En is de basis om elkaar ook aan te spreken op gedrag dat niet past bij de waarden waar we voor staan. Daarmee is de gedragscode een inspiratiebron voor het continu streven naar de hoogste normen van integriteit en fatsoenlijk gedrag. En dat brengt ons terug bij zowel de oorspronkelijke betekenis van integriteit (heelheid en zuiverheid) als de actualiteit die staat voor betrouwbaarheid en moreel sterke principes. Ik sluit af met het besef dat integriteit geen statisch concept is, het vraagt onze continue aandacht en reflectie. Het is een kans bovendien om met elkaar te staan voor een betrouwbare, eerlijke en fatsoenlijke overheid als basis voor een gezonde democratie. Laten we die kans met beide handen aangrijpen.

Petra Dassen-Housen

Burgemeester

Als voorzitter van de integriteitscommissie wil ik graag een paar woorden met jullie delen over de totstandkoming en betekenis van onze gedragscode. Het proces dat tot deze gedragscode heeft geleid, is namelijk minstens zo belangrijk als de inhoud. Met de instelling van een integriteitscommissie in 2021 heeft de gemeenteraad integriteit hoog op de agenda geplaatst. De instelling van de commissie en het proces van totstandkoming van de gedragscode creëren een omgeving waarin politieke meningsvorming en het versterken van de bestuurlijke integriteit zoveel mogelijk gescheiden blijven. Binnen de politieke gelederen vereist integriteit namelijk extra alertheid als het gaat om zuiverheid op inhoud en op een duidelijke afstand tot de politieke context.

Samen met de burgemeester is de Integriteitscommissie aan zet om bewustwording en doorontwikkeling op het gebied van integriteit vorm te geven. Duidelijke richtlijnen en een proces waarin iedereen zich gehoord voelt vormen hier de basis voor.

De Integriteitscommissie heeft bij haar instelling van de gemeenteraad de opdracht gekregen om de gedragscodes uit 2015 te herzien. Tijdens een sessie met de gemeenteraad is hiervoor waardevolle input opgehaald die als uitgangspunten bij de actualisatie zijn meegenomen. Door het onderwerp in de Integriteitscommissie gezamenlijk op te pakken hebben we gezorgd voor een breed gedragen set met regels die aansluiten bij de realiteit van het politieke ambt.

Samen met de burgemeester houdt de Integriteitscommissie de ontwikkelingen op dit vlak nauwlettend in de gaten. Dit betekent niet alleen regels opstellen, maar ook gezamenlijk actief werken aan een omgeving waarin deze regels kunnen gedijen. Dit omvat uitleg en ondersteuning aan politieke ambtsdragers, het faciliteren van dialoog en het aanmoedigen van openheid voor feedback en zelfreflectie.

Sander Gorissen

Voorzitter Integriteitscommissie

Inleiding

Deze gedragscode is een belangrijk onderdeel van het integriteitsbeleid. Hierin staan namelijk afspraken om te zorgen voor een open, transparante en integere organisatiecultuur. We willen allemaal eerlijk en betrouwbaar zijn.

Deze gedragscode bestaat uit interne regels die we samen vastgesteld hebben. Wetgeving is hierbij altijd leidend. Ook is er ruimte voor afspraken de we samen gemaakt hebben. De raad is verplicht om voor zichzelf en voor burgemeester en wethouders een gedragscode vast te stellen. Dat staat in de Gemeentewet. Namelijk in artikel 15.3, artikel 41c.2 en artikel 69.2. Met dit besluit kiezen we ervoor om ons te binden aan deze regels. Het kan juridische en/of politieke gevolgen hebben als je je niet aan de gedragscode houdt. Dit kan ook zorgen voor schade aan je goede naam.

Deze gedragscode vervangt de gedragscode uit 2015.

In deze nieuwe gedragscode houden we rekening met nieuwe regels vanuit nieuwe wetten en met de adviezen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Tegelijkertijd past deze nieuwe gedragscode bij onze dagelijkse praktijk.

In deze gedragscode staan bijvoorbeeld regels over het gebruiken van bedrijfsmiddelen.

Maar ook over het voorkomen van belangenverstrengeling. Met de gedragscode vragen we je vooral om goed na te denken over je doen en laten. En om goede keuzes te maken. Zo beschermen we samen de integriteit van bestuurders. Aan het begin van elke nieuwe bestuursperiode stellen we de gedragscode opnieuw vast.

De gemeenteraad stelt de gedragscode vast.

Dat doet hij in een debat. Ook het college van burgemeester en wethouders levert hier input voor. Het gesprek over de gedragscode is tenminste zo belangrijk als de gedragscode zelf.

Net als de discussies over de uitgangspunten en belangrijkste begrippen over integriteit. Als de gedragscode (opnieuw) wordt vastgesteld, wordt ook het meld- en onderzoeksprotocol opnieuw vastgesteld.

Het doel van deze gedragscode

Deze gedragscode geeft richting voor het handelen van raads- en commissieleden en kan je helpen als je twijfels, vragen of discussies hebt over integriteit. Zo beschermt het de raads- en commissieleden tegen fouten die niet nodig zijn. Houd je je niet aan de gedragscode? Dan is het belangrijk dat je je daarover verantwoordt.

De gedragscode werkt nog beter als we hier samen over praten.

Het is belangrijk dat raads- en commissieleden elkaar bevragen en aanspreken. Zo komen we er samen achter hoe we met de regels en afspraken omgaan in de praktijk.

De functies van deze gedragscode.

Deze gedragscode heeft een aantal algemene functies. De code:

  • geeft aan wat de norm is; helpt je om goede keuzes te maken;

  • geeft aan met welke acties je je niet aan de gedragscode houdt;

  • geeft duidelijkheid over wat de wet van je vraagt;

  • beschermt de zuiverheid van de politieke en bestuurlijke besluitvorming.

De doelgroep van deze gedragscode

De regels van deze gedragscode gelden voor de raads- en commissieleden van de gemeente Kerkrade.

De raad, het college en de burgemeester vormen samen het gemeentebestuur.

Dit zijn de drie bestuursorganen. In de wet staat dat er voor elk bestuursorgaan een gedragscode moet zijn. Wij gebruiken twee gedragscodes voor het hele gemeentebestuur: één gedragscode voor raads- en commissieleden en één gedragscode voor het college van burgemeester en wethouders. We werken voor het algemeen belang. Als overheid zetten wij ons in voor álle inwoners van Kerkrade.

Elk bestuursorgaan heeft een andere focus:

  • De raad focust zich op het maken van politieke keuzes. De raad neemt bijvoorbeeld besluiten over voorliggende raadsvoorstellen.

  • Commissies adviseren de gemeenteraad.

  • Het college focust zich op het dagelijks bestuur.

  • De burgemeester is voorzitter van de raad en het college. Daarnaast heeft de burgemeester een aantal eigen taken.

Begrippen

Politiek

Met deze term bedoelen we (leden van) de raad, commissies en het college samen.

Politieke ambtsdragers

Met deze term bedoelen we (leden van) de raad, commissies en het college samen.

Bestuurders

Met deze term bedoelen we de wethouders en burgemeester.

Regels over het omgaan met anderen

Je leest in dit hoofdstuk hoe je omgaat met elkaar en anderen. En over de manier van vergaderen. We vinden het belangrijk dat je respect voor elkaar hebt. Het gaat dan niet alleen over je collega’s. Maar ook over gasten, bijvoorbeeld inwoners of mensen van organisaties die inspreken tijdens vergaderingen.

Respect hebben voor de ander betekent dat je:

  • de ander behandelt zoals die graag behandeld wil worden;

  • je in de ander inleeft;

  • nieuwsgierig bent naar de ander;

  • niemand buitensluit of negeert.

We vinden het ook belangrijk dat je storend gedrag met elkaar bespreekt.

Geloofwaardig blijven, lukt beter in een open cultuur

Dat betekent dat we problemen met elkaar bespreken. En dat wij elkaar aanspreken op gedrag en acties. Het is belangrijk dat we een gedragscode hebben met regels en protocollen. De code helpt ons om ons ambt op een goede manier in te richten. Maar de gedragscode mag je niet het gevoel geven dat onze eerlijkheid en betrouwbaarheid daarmee is ‘geregeld’.

Regel 1

Je gaat respectvol om met je collega’s, ambtenaren en gasten.

Wij vinden de volgende manieren van met mensen omgaan ongewenst:

  • ‘op de persoon spelen’;

  • grof taalgebruik gebruiken;

  • pesten;

  • (seksuele) intimidatie;

  • discriminatie;

  • agressie;

  • geweld.

Iedereen verdient respect en een veilige werkomgeving. Gaan we met respect om met elkaar en onze inwoners, dan groeit het vertrouwen in de overheid. En het zorgt ervoor dat we beter met elkaar samenwerken.

Regel 1.1

a. Je gaat op een goede manier met je collega’s in de politiek om. Of het nou gaat om wat je zegt, je gebaren of om teksten. Zoals brieven, of berichten op sociale media. Gebruik daarbij ook een gepaste toon.

b. Je gaat op een goede manier met de ambtenaren en de griffie om. Of het nou gaat om wat je zegt, je gezichtsuitdrukkingen en gebaren of om teksten. Zoals brieven, of berichten op sociale media. Gebruik daarbij ook een gepaste toon.

c. Je gaat op een goede manier met gasten om. Zoals insprekers en personen die vanuit andere organisaties aanwezig zijn. Of het nou gaat om wat je zegt, je gezichtsuitdrukkingen en gebaren of om teksten. Gebruik daarbij ook een gepaste toon.

Door respectvol met elkaar om te gaan, kunnen we beter discussiëren en beslissen

Op deze manier zorgen we ervoor dat we geloofwaardig blijven. De manier waarop wij in de gemeenteraad, commissies en daarbuiten met elkaar omgaan heeft daar namelijk een grote invloed op. Bijvoorbeeld ook op sociale media. Het publiek let ook op je gedrag buiten je functie.

Regel 1.2

Je houdt je tijdens de vergaderingen aan de regels voor orde. En je doet wat de voorzitter van je vraagt. Je vindt de diverse Reglementen van Orde op www.gemeenteraadkerkrade.nl.

Regel 1.3

Je valt (individuele) bestuurders, raads- en commissieleden en/of ambtenaren niet persoonlijk aan. Dat doe je niet 1-op-1, in een collegevergadering, in een raadsvergadering of in het openbaar. Houd het bij de feiten. Het gaat om persoonlijke aanvallen in woorden, met gebaren of in een tekst, let op de (onder)toon. Denk daarbij ook aan digitale berichten.

Je geeft zelf het goede voorbeeld door ongewenst gedrag te vermijden En je spreekt elkaar aan op ongewenst gedrag. Zo zorgen we samen voor het besef dat we ongewenst gedrag niet accepteren.

Regels over het tegengaan van belangenverstrengeling

Je leest in dit hoofdstuk wanneer je te maken hebt met belangenverstrengeling. En welke situaties de schijn van belangenverstrengeling kunnen geven. Belangenverstrengeling betekent dat jouw belangen en belangen van de gemeenschap door elkaar gaan lopen. Het is belangrijk dat elk raads- en commissielid let op belangenverstrengeling. Het is namelijk belangrijk dat raads- en commissieleden onafhankelijk zijn. Dat zorgt voor een betrouwbare en eerlijke democratie.

Regel 2

Je gebruikt jouw invloed en stem niet in het voordeel van jouw eigen belangen. Of in het voordeel van iemand of een organisatie bij wie je persoonlijk betrokken bent.

Regel 2.1

Je gaat actief en uit jezelf belangenverstrengeling en de schijn daarvan tegen. Vermijd belangenverstrengeling en de schijn daarvan. Belangenverstrengeling ontstaat wanneer een publiek en persoonlijk belang met elkaar vermengen en je daardoor geen zuiver besluit kunt nemen. Of als je niet zuiver te werk kunt gaan. Namelijk doordat een publiek en persoonlijk belang door elkaar lopen. Bijvoorbeeld als de gemeenteraad moet besluiten over uitbreiding van voetbalvelden van de vereniging waar het raadslid voorzitter van is.

Regel 2.2

Je gebruikt je stem niet als het gaat om een beslissing waarbij belangenverstrengeling dreigt. Bijvoorbeeld bij onderwerpen waar jij zelf een belang bij hebt. Of onderwerpen waar iemand bij wie, of een organisatie waarbij, je persoonlijk betrokken bent een belang bij heeft.

Regel 2.3

Je gebruikt je invloed niet op beslissingen waarbij belangenverstrenging dreigt. Je probeert geen invloed te hebben op de beslissing in alle fases van de manier waarop de beslissing wordt genomen. Het gaat dus niet alleen over het stemmen, zie ook regel 2.2.

Je kiest zelf of het nodig is om je stem of invloed niet te gebruiken.

Raads- en commissieleden zijn er zelf verantwoordelijk voor om zich te houden aan de regels in dit hoofdstuk.

Je kunt op verschillende manieren bij een punt op de politieke agenda betrokken zijn:

  • Het onderwerp heeft directe invloed op jouw persoonlijke situatie bijvoorbeeld:

    a. Het onderwerp gaat over een bedrijf waarin je een aandelenpakket hebt.

    b. Het onderwerp gaat over een bedrijf waar je werkt.

  • Het onderwerp heeft indirecte invloed op jouw persoonlijke situatie bijvoorbeeld: het onderwerp is belangrijk voor nabije familieleden of goede vrienden.

Geef het in de discussie aan als je misschien een persoonlijk belang bij het onderwerp hebt. Zo voorkom je dat een besluit uiteindelijk wordt vernietigd. Of dat de verhoudingen in de raad of commissie uit balans raken. Bespreek een persoonlijk belang eerst binnen de fractie. Bijvoorbeeld met de fractievoorzitter of de voorzitter van het bestuur. Je fractie kan dan met je meedenken of belangenverstrengeling inderdaad dreigt. Dit is namelijk afhankelijk van de situatie en waarover gestemd wordt. Ook kun je altijd terecht bij de griffier voor advies.

Beïnvloed ook de beraadslaging niet als belangenverstrengeling dreigt. Dat betekent dat je niet meedoet aan de gesprekken over het onderwerp waarover gestemd wordt. Je kunt de uitkomst van het stemmen namelijk ook beïnvloeden tijdens deze gesprekken. Je werk wordt niet alleen gevormd door het stemmen zelf. Maar ook door de gesprekken die je daarvoor al voert.

De raad kan je niet verbieden om te stemmen of aan de gesprekken hierover mee te doen.

Je bepaalt zelf of je wel of niet meestemt of meepraat. Ook kan de raad besluiten niet ongeldig maken. Dat geldt voor eigen besluiten en voor besluiten van het college.

Alleen de bestuursrechter of de Kroon kan een besluit ongeldig maken.

Een belanghebbende kan de bestuursrechter of de Kroon vragen het besluit ongeldig te maken. Bijvoorbeeld als die belanghebbende het niet eens is met het oordeel van een raads- of commissielid.En als die vindt dat het raads-of commissielid heeft meegestemd of beraadslaagd terwijl dat eigenlijk niet mocht.

De raads- en commissieleden voorkomen samen belangenverstrengeling. Zij proberen samen te voorkomen dat mensen met een persoonlijk belang beslissingen beïnvloeden. Uiteindelijk blijft gelden dat elk raads- of commissielid zelf kiest om te stemmen of mee te doen aan gesprekken.

Regel 2.4

Je mag sommige functies niet uitvoeren. Je mag ook sommige contracten niet ondertekenen. En je mag sommige dingen niet doen. Bijvoorbeeld:

  • naast je raads- of commissielidmaatschap in ruil voor een beloning voor de gemeente werken;

  • roerende spullen aan de gemeente verhuren, zoals meubels of auto’s;

  • bij conflict advies geven in het voor of nadeel van de gemeente.

Je bent er zelf verantwoordelijk voor om je aan deze regels te houden.

In de Gemeentewet staat in artikel 13 en 15 precies wie welke dingen niet mogen doen.

Je kunt jezelf door verboden dingen te doen in de problemen brengen.

Of je kunt het belang van de overheid beschadigen.

De zuiverheid van belangen kan door verboden dingen te doen in gevaar komen.

Dat gebeurt als je op maatschappelijk en economisch gebied voordeel hebt van je positie vergeleken met anderen. Dat is bijvoorbeeld zo in de volgende gevallen:

  • Je hebt al voorkennis. Bijvoorbeeld over een conflict tussen de gemeente en een andere partij.

  • Je maakt binnen de overheidsorganisatie misbruik van je positie.

  • Je werkt mee aan de voorbereiding op de manier waarop de beslissing over het contract wordt genomen.

  • Het contract beschadigt de belangen van andere organisaties of personen buiten verhouding.

Je kunt bij twijfel om advies vragen.

Bijvoorbeeld als je twijfelt over welke dingen precies verboden zijn. Of over of je een ontheffing kunt krijgen. Dat betekent dat je toestemming krijgt om iets te doen wat eigenlijk verboden is. Zo kunnen we onduidelijkheden van tevoren al oplossen. Als raads- of commissielid vraag je de griffier om advies.

De burgemeester is ervoor verantwoordelijk om de eerlijkheid van het bestuur aan te moedigen. Dat noemen we een zorgplicht. De burgemeester kan vanuit die verantwoordelijkheid:

  • in gesprek met je gaan als je je niet aan de regel hield;

  • je informatie geven over het aanvragen van een ontheffing;

  • je laten weten wat de gevolgen zijn als je geen ontheffing aanvraagt, of hebt aangevraagd. Dat staat in artikel 170, lid 2 van de Gemeentewet.

Je kunt voor sommige dingen en contracten een ontheffing aanvragen

Je vindt op www.provincielimburg.nl onder Handelingen burgemeester, wethouders, raadsleden, secretaris en griffie, ontheffing verbod – Provincie Limburg meer informatie hierover.

REGELS OVER NEVENFUNCTIES EN FINANCIËLE BELANGEN.

Nevenfuncties zijn de functies die je betaald of onbetaald naast het raads- of commissielidmaatschap hebt, bijvoorbeeld:

  • Je bent docent of spreker.

  • Je bent betrokken bij adviesraden of commissies.

  • Je bent bestuurslid, voorzitter of adviseur bij een non-profitorganisatie.

  • Je bent advocaat of consultant.

Sommige nevenfuncties kunnen ervoor zorgen dat je niet meer onafhankelijk kunt oordelen.

Dan ontstaat belangenverstrengeling gemakkelijk. Je kunt zo’n nevenfunctie niet combineren met je politieke ambt. Je leest hieronder over verschillende nevenfuncties. En hoe je daarmee om hoort te gaan. In artikel 13 van de Gemeentewet lees je welke nevenfuncties je niet kunt combineren met je politieke ambt.

Regel 2.5

Je maakt betaalde en onbetaalde nevenfuncties openbaar. En je geeft het zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen één maand, door als hier iets in verandert.

Regel 2.6

Er zijn actuele registers van nevenfuncties van raads- en commissieleden. De registers worden regelmatig bijgewerkt.

In de registers staat in ieder geval:

  • een omschrijving van de (neven) functie;

  • de organisatie voor wie de ambtsdrager de (neven)functie uitvoert;

  • of de (neven)functie te maken heeft met het raadslidmaatschap of ambt;

  • of de (neven)functie betaald of onbetaald is.

De griffier is verantwoordelijk voor de registers.

De griffier zorgt voor een actueel register met nevenfuncties van raads- en commissieleden.

Regel 2.7

Je meldt je financiële belangen in bedrijven waarmee de gemeente samenwerkt of waarbij de gemeente betrokken is. Bijvoorbeeld als je:

  • aandelen in zo’n bedrijf hebt;

  • opties hebt om aandelen in zo’n bedrijf te kopen of verkopen;

  • andere derivaten in zo’n bedrijf hebt, zoals:

    a. een future (termijncontract)

    b. een swap (ruilcontract)

    c. een forward (termijnregeling)

Ontstaat er tussendoor een nieuw belangrijk financiële belang? Dan meld je dit ook. Alle financiële belangen zijn openbaar. Iedereen kan deze bekijken.

Je meldt je financiële belangen.

Je meldt financiële belangen bij de griffier. Het gaat dan ook om toekomstige financiële belangen. Je laat weten of je aandelen, opties of derivaten hebt in bedrijven die een relatie met de gemeente hebben of kunnen krijgen. Je laat het ook weten als je op een belangrijke manier betrokken bent bij een bedrijf. Of dat nou alleen is, of met een fiscale partner, zoals je geregistreerd partner, degene met wie je getrouwd bent of met wie je een samenlevingscontract hebt. Ontstaat er tussendoor een nieuw belangrijke financiële belang? Dan meld je deze ook.

Je geeft in ieder geval:

  • een omschrijving van de financiële belangen of de manier waarop je betrokken bent bij een bedrijf;

  • het bedrijf door waarin de financiële belangen liggen;

  • door wat jouw inkomsten uit het bedrijf zijn.

Je meldt ook bezit van gebouwen en/of grond in de gemeente.

Je meldt dit bij de griffier. Je eigen woning hoef je niet te melden.

Je geeft in ieder geval:

  • een omschrijving van het gebouw en/of de grond;

  • de omvang door;

  • de waarde ervan door.

De griffier is verantwoordelijk voor de registers.

De griffier zorgt voor een actueel register met financiële belangen van raads-en commissieleden. Dit register is niet openbaar.

Regels over het tegengaan van corruptie

Je leest in dit hoofdstuk hoe we corruptie en de schijn daarvan kunnen tegengaan. Corruptie betekent dat je je macht misbruikt om daar zelf voordeel mee te doen. Corruptie kan ook omkoping betekenen. Je krijgt als raads- of commissielid regelmatig een cadeau of uitnodiging. En je geeft ze ook regelmatig. Het is belangrijk dat je hier open over bent. En dat er geen afhankelijkheid ontstaat. Of lijkt te ontstaan. Corruptie is namelijk verboden volgens het wetboek van Strafrecht.

REGELS OVER HET AANNEMEN EN GEVEN VAN CADEAUS.

Regel 3

Je laat je invloed en stem niet kopen of beïnvloeden door cadeaus die je hebt gekregen. Of door cadeaus die iemand jou heeft beloofd.

Regel 3.1

Je gaat actief en uit jezelf corruptie en de schijn daarvan tegen.

We leggen het woord ‘cadeaus’ ruim uit.

Het gaat over geld, spullen en diensten. Maar ook over uitnodigingen voor evenementen en aangeboden voorzieningen. Bijvoorbeeld voordelen, voorrang krijgen of gratis diensten van bedrijven.

Je mag geen cadeaus aannemen of geven, of beloften doen in ruil voor een cadeau of dienst.

Het gaat niet alleen om voordelen voor jezelf. Zoals een goedkope verbouwing. Maar ook om bijvoorbeeld een bedrag voor jouw politieke partij. Om daarmee een aantrekkelijke beslissing vanuit de overheid aan te moedigen. Je hebt in de ambtseed of -belofte namelijk beloofd dat je aan niemand iets geeft of belooft om benoemd te worden. En dat je ook in de toekomst geen cadeaus aanneemt of beloften doet in ruil voor iets.

Regel 3.2

Geef je als raads- of commissielid een cadeau dat de gemeente betaalt? Dan doe je dat altijd namens de gemeente. Je doet dat niet namens jezelf, op persoonlijke titel.

Je geeft cadeaus namens de gemeente volgens een aantal afspraken.

We houden een administratie bij van de cadeaus die we geven. Bij grotere cadeaus nemen we hierover een besluit in het Presidium. Het is namelijk belangrijk dat we goed nadenken over de reden voor een groter cadeau.

Regel 3.3

Je neemt geen cadeaus aan die iemand jou door of om jouw functie aanbiedt.

Je neemt alleen cadeaus aan als je daar een goede reden voor hebt. Bijvoorbeeld in deze situaties:

a. Je zou degene die het cadeau aanbiedt heel erg kwetsen als je het cadeau niet aanneemt, teruggeeft of terugstuurt. Of je zou degene die het cadeau aanbiedt er een heel ongemakkelijk, beschaamd of onzeker gevoel door geven.

b. Het cadeau niet aannemen, teruggeven of terugsturen is in de praktijk bijna onmogelijk.

c. Het gaat om een klein cadeau dat je niet regelmatig krijgt, met een geschatte waarde van minder dan

€ 50,-. Zoals een bos bloemen, of een fles wijn. Het is daarbij belangrijk dat de schijn van corruptie minimaal is.

Regel 3.4

Meld het aan de griffier als je cadeaus niet hebt teruggegeven of teruggestuurd. Zoals staat in regel 3.3. De griffier zorgt er dan voor dat de cadeaus alsnog worden teruggestuurd. Of de cadeaus worden bezit van de gemeente. De griffier zorgt voor de registratie van cadeaus en hun doel voor de gemeente. Je vindt de registers bij overzichten op de website www.gemeenteraadkerkrade.nl

Deze regel geldt niet als het gaat om een klein cadeau.

zoals je leest in regel 3.3c.

REGELS OVER HET AANNEMEN VAN DIENSTEN EN AANGEBODEN VOORZIENINGEN.

Regel 3.5

Je neemt geen diensten en aangeboden voorzieningen aan die iemand jou door of om jouw functie aanbiedt. Behalve als:

a. het raads- of commissiewerk dat je doet onmogelijk wordt als je de dienst of aangeboden voorziening niet aanneemt;

b. en de schijn van corruptie door het accepteren van de dienst of aangeboden voorziening minimaal is.

Regel 3.6

voorzieningen die iemand jou door of om jouw functie aanbiedt niet voor je privédoelen.

Je kunt beïnvloed raken door diensten en aangeboden voorzieningen aan te nemen. Bijvoorbeeld doordat je afhankelijk wordt van degene die jou een dienst of voorziening aanbiedt. Of doordat je dankbaar bent voor de dienst of voorziening. Dat zorgt er misschien voor dat je geen zuiver besluit neemt. Je bent dan gecorrumpeerd.

Het aannemen van diensten en aangeboden voorzieningen geeft de schijn van corruptie.

Ook dat wil je zoveel mogelijk voorkomen. Dit kan namelijk zorgen voor schade aan je goede naam. Of de goede naam van je partij.

Regels over het aannemen van uitnodigingen.

Je accepteert lunches, diners, recepties en uitnodigingen voor andere evenementen die iemand anders betaalt of organiseert alleen als:

  • dat hoort bij je werk als raads- of commissielid;

  • de schijn van corruptie minimaal is;

  • jouw aanwezigheid een functie heeft, bijvoorbeeld omdat:

    * je taken hebt tijdens het evenement;

    * jij de gemeente officieel vertegenwoordigt;

    * in de uitnodiging staat waarom jouw aanwezigheid belangrijk is.

Verder vermijd je lunches, diners, recepties en andere evenementen die een ander betaalt.

Zo ga je actief en uit jezelf corruptie en de schijn daarvan tegen. Dat staat in regel 3.1

REGELS OVER HET DOEN VAN WERKBEZOEKEN EN BUITENLANDSE REIZEN.

Regel 3.8

Je accepteert werkbezoeken waarvan iemand anders de reis- en verblijfskosten betaalt alleen in zeldzame situaties. Namelijk als het werkbezoek duidelijk belangrijk is voor de gemeente. En als de schijn van corruptie minimaal is.

Een uitnodiging voor zo’n werkbezoek bespreek je eerst.

Als raads- of commissielid bespreek je dit in het presidium.

Van zo’n werkbezoek doe je achteraf altijd verslag.

Als raadslid doe je dit aan de raad. Als commissielid doe je verslag aan de commissie.

Regel 3.9

Heb je een excursie gedaan of een evenement bezocht die iemand anders dan de gemeente heeft betaald? Dan maak je dit binnen twee maanden na de excursie of het evenement bekend. Je vermeldt daarbij in ieder geval wie deze kosten heeft betaald. Deze informatie is openbaar en via het internet beschikbaar. Je vindt het register bij overzichten op de website www.gemeenteraadkerkrade.nl

Deze regel geldt niet voor bezoek aan locaties van de Europese Commissie in Brussel.

Krijg je daar een uitnodiging voor? En betaalt iemand anders dan de gemeente daarvoor? Dan mag je daar gewoon heen.

Regel 3.10

Je meldt buitenlandse reizen waarvoor iemand anders je heeft uitgenodigd bij de griffier. Je geeft in ieder geval de volgende punten van de buitenlandse reis door:

  • het doel

  • de bestemming

  • de periode

  • de kosten

De griffier maakt en onderhoudt hiervoor een register.

Het register is openbaar en via het internet beschikbaar. Je vindt het register bij overzichten op de website www.gemeenteraadkerkrade.nl

Regels over het omgaan met informatie

Je leest in dit hoofdstuk hoe je omgaat met informatie. Verder staan in dit hoofdstuk regels over:

  • het gebruik van niet-openbare informatie terwijl dat niet mag;

  • vertrouwelijkheid;

  • het gebruik van e-mail, internet en sociale media;

  • hoe je omgaat met geheime en vertrouwelijke informatie.

  • hoe we de verspreiding van desinformatie samen tegen kunnen gaan.

Bij geheime informatie gaat het om informatie die bijna niemand mag weten.

Wordt die informatie bekend? Dan kan dat voor grote problemen zorgen. Bijvoorbeeld voor de veiligheid van de samenleving.

Een bestuursorgaan bepaalt wanneer informatie geheim is. Je houdt die informatie daarom geheim, totdat het bestuursorgaan de geheimhouding terugtrekt. Op die manier houd je je ook aan de Gemeentewet en de Wet open overheid (Woo).

Bij vertrouwelijke informatie gaat het om informatie die niet voor iedereen bedoeld is.

Hiervoor zijn de regels minder streng dan voor geheime informatie. Deze informatie mag je delen met mensen die het nodig hebben om hun werk te doen.

Het is belangrijk dat je op een goede manier met informatie omgaat.

Zo houd je de betrouwbaarheid van jezelf en de gemeente veilig.

Regel 4

De raad zorgt ervoor dat het college de raad goed laat weten wat de ontwikkelingen zijn. Het college en de burgemeester geven de raad zoveel mogelijk informatie die de raad nodig heeft om zijn taak goed te doen. Dit wordt ook wel de actieve en passieve informatieplicht genoemd.

Regel 4.1

Je probeert zo open mogelijk te zijn over de redenen voor jouw eigen beleid en beslissingen. Je handelt in overeenstemming met de Gemeentewet en met de Woo.

Regel 4.2

Je houdt informatie geheim als je kunt vermoeden dat informatie geheim of vertrouwelijk is. Behalve als je deze informatie volgens de wet moet delen.

De raad, het college en de burgemeester kunnen bepalen dat informatie geheim is. Dan vergaderen we met gesloten deuren. Dat mag volgens de Gemeentewet.

Je mag niet praten over geheime informatie.

Dat is strafbaar volgens artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht. Bovendien houd je je dan niet aan deze regel van de gedragscode. Ook is de artikel 2:5 Algemene Wet Bestuursrecht van invloed.

Regel 4.3

Je gaat voorzichtig en goed om met informatie die je door je functie hebt. Je zorgt er ook voor dat je vertrouwelijke en geheime informatie veilig bewaart.

Regel 4.4

Je gebruikt informatie niet voor jezelf of voor iemand anders als:

  • je de informatie hebt door je functie;

  • en de informatie (nog) niet openbaar is.

Regel 4.5

Je gaat voorzichtig en goed om met e-mails en brieven van inwoners en bedrijven. Dat betekent ook dat je een e-mail of brief niet zomaar doorstuurt.

Dat mag namelijk niet volgens de Algemene Verordening gegevensbescherming (AVG). Twijfel je over het doel van de verzender? Dan vraag je daar eerst naar.

JE VERSPREIDT GEEN DESINFORMATIE.

Regel 4.6

Je hebt de taak om eerlijk, duidelijk en verantwoordelijk met informatie om te gaan. Je gaat actief misleidende informatie tegen. Je vermijdt bewust het verspreiden van onjuiste informatie en bent altijd open over je bronnen, offline en online. Je spreekt anderen hier ook op aan als je constateert of denkt dat informatie onjuist is of de bronnen onduidelijk zijn. Je bent je ervan bewust dat uitlatingen in het openbaar, binnen en buiten de gemeente en via diverse (sociale) media bijdragen aan het beeld dat ontstaat van de gemeenteraad, commissies en van de gemeente in het algemeen. Je hebt de taak om informatie te controleren voordat je deze verspreidt.

Regels over het gebruik van bedrijfsmiddelen

Je leest in dit hoofdstuk hoe je omgaat met bedrijfsmiddelen. Dat zijn alle voorzieningen van de gemeente die je voor je werk mag gebruiken. Net zoals alle andere werknemers. Daarnaast maak je kosten voor je ambt als raads- of commissielid. De hoogte van de vergoedingen voor die kosten zijn vastgelegd. Je ontvangt alleen vergoedingen die je volgens de wet, beleid en regels mag krijgen. Maak je andere kosten? Dan betaal je die zelf.

Regel 5

Je houdt je aan het beleid over het gebruik van bedrijfsmiddelen en vergoedingen.

Regel 5.1

Je houdt je aan het beleid over het gebruik van gemeenschappelijke bedrijfsmiddelen die de gemeente beschikbaar stelt. Bijvoorbeeld werk- en vergaderruimtes, computers, laptops, tablets, telefoons, enzovoort.

Regel 5.2

Je houdt je aan het beleid over en regels voor onkostenvergoedingen en declaraties. Je vindt het beleid en de regels op www.gemeenteraadkerkrade.nl.

Regel 5.3

Je mag bedrijfsmiddelen van de gemeente niet gebruiken voor jezelf of anderen.

Kosten waar inwoners het niet mee eens zijn, kunnen zorgen voor schade aan je goede naam.

Zorg ervoor dat je alleen kosten maakt die een bijdrage leveren aan je werk voor de samenleving. Dat geldt ook voor spullen en voorzieningen die je gebruikt. Als raads- of commissielid letten inwoners goed op je. Ook als het gaat over kosten die je maakt en het gebruiken van bepaalde spullen en voorzieningen.

Regel 5.4

Je mag apparaten zoals een tablet wel voor jezelf gebruiken. De mobiele apparaten en abonnement zijn van de organisatie en bedoeld voor zakelijk gebruik in redelijke mate. Deze regel is daarmee een uitzondering op regel 5.3.

Regels over het volgen van de gedragscode

Je leest in dit hoofdstuk hoe we er samen voor zorgen dat raads- en commissieleden zich aan deze gedragscode houden. Iedereen is daarvoor verantwoordelijk, niet alleen de raad of commissie. Het is belangrijk dat je je aan de gedragscode houdt. In deze gedragscode staan namelijk regels die uit de wet volgen. Houd je je aan deze regels? Dan voldoe je aan de minimale norm voor raads- en commissieleden. Houd je je er niet aan? Dan breng je de eerlijkheid en betrouwbaarheid van de politiek in gevaar.

Regel 6

De raad stelt de gedragscode voor politieke ambtsdragers elke nieuwe bestuursperiode opnieuw vast.

Regel 6.1

Je zorgt ervoor dat jij en anderen zich aan de gedragscode houden. Zo zorgen we er samen voor dat politieke ambtsdragers zich aan de gedragscode houden:

  • We bespreken lastige problemen en vragen die te maken hebben met eerlijkheid en betrouwbaarheid.

  • We melden vermoedens van raads-en commissieleden die zich niet aan de gedragscode houden.

  • We onderzoeken raads- en commissieleden waarvan we vermoeden dat die zich niet aan de gedragscode houden.

Het is bij elke stap belangrijk om onpartijdig en zorgvuldig te zijn. En we zorgen ervoor dat we vermoedens nog niet direct openbaar bekend maken. Alleen dan kunnen we er op een eerlijke manier voor zorgen dat raads- en commissieleden zich aan de gedragscode houden.

We letten op elkaar en helpen elkaar daarbij.

De raad let er vooral op dat de raad, de fracties en de individuele raads- en commissieleden zich aan de gedragscode houden. De griffier helpt de raad hierbij.

De burgemeester bewaakt de bestuurlijke integriteit van de gemeente. Dat staat in artikel 170 van de Gemeentewet. De gemeentesecretaris en de griffier helpen de burgemeester hierbij.

REGELS OVER HET GESPREK OVER DE GEDRAGSCODE VOEREN.

Regel 6.2

Je bespreekt vragen, problemen en twijfels over de gedragscode. En je bespreekt het als jij of anderen zich niet aan de gedragscode houden. Twijfel je of iets in strijd is met de gedragscode?

Vraag de griffier dan om advies. Je gaat met de burgemeester in gesprek als de gedragscode niet duidelijk is. Of als een afspraak niet voldoende is beschreven. Als het kan en nodig is, stel je zelf een verandering aan de gedragscode voor. Zo zorg je er samen met andere raads- en commissieleden voor dat

iedereen de gedragscode op dezelfde manier opvat. Je vindt meer informatie in het protocol voor de omgang met (vermoedens van) integriteitsschendingen. Pak dit document erbij als je vragen hebt over het bespreken en melden van raads- en commissieleden die zich niet aan de gedragscode houden. Je vindt het document op www.gemeenteraadkerkrade.nl

Regel 6.3

Vermoed je dat een andere politieke ambtsdrager zich niet aan de gedragscode houdt? Dan ben je verplicht om dit te melden. Dat staat in het protocol voor de omgang met (vermoedens van) integriteitsschendingen.

Je spreekt andere bestuurders aan op hun eerlijkheid en betrouwbaarheid. En jij accepteert het als zij jou aanspreken op jouw eerlijkheid en betrouwbaarheid.

Je kunt deze gedragscode gebruiken als hulpmiddel bij het gesprek.

Het is belangrijk dat we met elkaar in gesprek blijven.

Bijvoorbeeld over problemen en vragen die te maken hebben met eerlijkheid en betrouwbaarheid. En om met elkaar te onderzoeken welk gedrag voor raads- en commissieleden acceptabel is. Dat geldt voor allerlei onderwerpen. Of die nou in deze gedragscode staan, of niet.

Je beantwoordt vragen over je eerlijkheid en betrouwbaarheid op een eerlijke en open manier.

Dat doe je op een manier die bij de situatie past. Je gedrag kan namelijk zorgen voor vragen over je eerlijkheid en betrouwbaarheid. Ook al hebben we afspraken gemaakt over eerlijk en betrouwbaar gedrag.

Regel 6.4

Is er een duidelijk vermoeden dat een raads- of commissielid zich niet aan de gedragscode heeft gehouden? Dan wordt het protocol voor de omgang met (vermoedens van) integriteitsschendingen actief.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Kerkrade in zijn openbare vergadering d.d. 26 maart 2025.

De voorzitter van de raad, de griffier

dr. T.P. Dassen-Housen mr. drs. D.G.M.G. Franssen

Bijlage relevante wetsartikelen

Artikel 13:

1) Een lid van de raad is niet tevens:

a. minister;

b. staatssecretaris;

c. lid van de Raad van State;

d. lid van de Algemene Rekenkamer;

e. Nationale ombudsman;

f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman;

g. commissaris van de Koning;

h. gedeputeerde;

i. secretaris van de provincie;

j. griffier van de provincie;

k. burgemeester;

l. wethouder;

m. lid van de rekenkamer;

n. ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid;

o. lid van een deelraad;

p. lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente;

q. ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt.

2) In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder l, kan een lid van de raad tevens wethouder zijn van de gemeente waar hij lid van de raad is gedurende het tijdvak dat:

a. aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de raad en eindigt op het tijdstip waarop de wethouders ingevolge artikel 42, eerste lid, aftreden,

of

b. aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot wethouder en eindigt op het tijdstip waarop de goedkeuring van de geloofsbrief van zijn opvolger als lid van de raad onherroepelijk is geworden of waarop het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden benoemd. Hij wordt geacht ontslag te nemen als lid van de raad met ingang van het tijdstip waarop hij zijn benoeming tot wethouder aanvaardt. Artikel X 6 van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing.

3) In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder q, kan een lid van de raad tevens zijn:

a. ambtenaar van de burgerlijke stand;

b. vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht;

c. ambtenaar werkzaam voor een school voor openbaar onderwijs.

Artikel 15:

1) Een lid van de raad mag niet:

a) als advocaat of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de gemeente of het gemeentebestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur;

b) als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur;

c) als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met de gemeente aangaan van:

1e. overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d;

2e. overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan de gemeente;

d) rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende:

1e. het aannemen van werk ten behoeve van de gemeente;

2e. het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente;

3e. het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan de gemeente;

4e. het verhuren van roerende zaken aan de gemeente;

5e. het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de gemeente;

6e. het van de gemeente onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen;

7e. het onderhands huren of pachten van de gemeente.

2) Van het eerste lid, aanhef en onder d, kunnen gedeputeerde staten ontheffing verlenen.

3) De raad stelt voor zijn leden een gedragscode vast.

Artikel 41c:

  • 1.

    Artikel 15, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de wethouders.

    2) De raad stelt voor de wethouders een gedragscode vast.

Artikel 69:

1) Artikel 15, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de burgemeester met dien verstande dat de ontheffing, bedoeld in het tweede lid van dat artikel, wordt verleend door de commissaris van de Koning.

2) De raad stelt voor de burgemeester een gedragscode vast.

Artikel 170:

  • 1.

    De burgemeester ziet toe op:

    a) een tijdige voorbereiding, vaststelling en uitvoering van het gemeentelijk beleid en van de daaruit voortvloeiende besluiten, alsmede op een goede afstemming tussen degenen die bij die voorbereiding, vaststelling en uitvoering zijn betrokken;

    b) een goede samenwerking van de gemeente met andere gemeenten en andere overheden;

    c) de kwaliteit van procedures op het vlak van burgerparticipatie;

    d) een zorgvuldige behandeling van bezwaarschriften;

    e) een zorgvuldige behandeling van klachten door het gemeentebestuur.

  • 2.

    De burgemeester bevordert de bestuurlijke integriteit van de gemeente.

  • 3.

    De burgemeester bevordert overigens een goede behartiging van de gemeentelijke aangelegenheden.

Artikel 272 wetboek strafrecht

  • 1.

    Hij die enig geheim waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat hij uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift dan wel van vroeger ambt of beroep verplicht is het te bewaren, opzettelijk schendt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie.

  • 2.

    Indien dit misdrijf tegen een bepaald persoon gepleegd is, wordt het slechts vervolgd op diens klacht.

Artikel 2:5 Algemene Wet bestuursrecht

  • 1.

    Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.

  • 2.

    Het eerste lid is mede van toepassing op instellingen en daartoe behorende of daarvoor werkzame personen die door een bestuursorgaan worden betrokken bij de uitvoering van zijn taak, en op instellingen en daartoe behorende of daarvoor werkzame personen die een bij of krachtens de wet toegekende taak uitoefenen.

Praktijkvoorbeelden

Hoofdstuk 1

Regels over het omgaan met elkaar

Voorbeeld 1

Op de Nieuwjaarsborrel zijn twee raadsleden in gesprek. Het gesprek verandert gaandeweg in een discussie. Die loopt, naarmate de avond vordert en de wijn vloeit, uit de hand. Op een bepaald moment horen de andere aanwezigen het ene raadslid tegen het andere schreeuwen: ‘Die commissie loopt totaal niet en dat is jouw schuld! Je bent de slechtste voorzitter die onze raad ooit gekend heeft, dat vindt iedereen. Ik zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat je niet herkozen wordt!’ Is dit aanvaardbaar gedrag?

Antwoord

Nee, dit gedrag is niet aanvaardbaar en een overtreding van artikel 1.3 van de gedragscode. Een collega-raadslid op deze manier in het openbaar tot de orde roepen is niet correct. Het feit dat ook anderen horen wat het raadslid zegt, is hierbij mede van belang.

Voorbeeld 2

Op een bewonersavond legt een directeur uit wat de plannen zijn ten aanzien van het herinrichten van een winkelstraat. De veranderingen zijn fors, de straat zal een half jaar openliggen, en de winkeliers zijn boos. ‘Wat u zegt klopt helemaal niet. U zegt ons dat het een half jaar zal duren, maar wij hebben van ambtenaren gehoord dat dit wel een zéér optimistische inschatting is en dat de straat wel eens veel langer open kan blijven liggen. Dat kost ons onze klanten. We pikken het niet!’ In de zaal zitten ook twee raadsleden. Tijdens de eerstvolgende raadsvergadering neemt één van hen het woord en zegt verontwaardigd dat de directeur gewoon zat te liegen tegen bewoners. Dat we dit soort ambtenaren toch zeker niet willen in de gemeente en of de wethouder P&O met spoed een beoordelingsgesprekje met deze man wil voeren. Is dit aanvaardbaar gedrag?

Antwoord

Nee, dit is geen aanvaardbaar gedrag. Het is niet de bedoeling dat in het openbaar ambtenaren persoonlijk worden aangevallen. Dit gedrag is dus in overtreding met artikel 1.3 van de gedragscode. In beslotenheid moet een raadslid dat sterke twijfels heeft ten aanzien van individuele ambtenaren dit natuurlijk kunnen bespreken. Daartoe kan het raadslid zich het beste wenden tot de griffier/gemeentesecretaris of de wethouder.

In de raad kan het raadslid overigens wel melden dat zorgen zijn geuit bij de wethouder over het functioneren van sommige betrokken ambtenaren.

Voorbeeld 3

In het café wordt een raadslid aangesproken door een burger. Deze geeft aan dat hij alle vertrouwen in de politiek heeft verloren. Nou ja, zo stelt hij: niet in de partij van het raadslid maar wel in de anderen. Vooral de wethouder Sociaal Domein is een groot crimineel die alleen de eigen zakken probeert te vullen. De burger weet uit goed geïnformeerde bronnen dat de wethouder het op een 1-2tje heeft gegooid met een aantal gesubsidieerde instellingen! Het raadslid hoort het aan. Bij thuiskomst deelt het raadslid het volgende bericht via verschillende sociale media: ‘Wethouder Sociaal Domein houdt er zijn eigen netwerkjes op na zo meldt mij een betrouwbare bron. Subsidies ter (zelf)verrijking?’ Is dit aanvaardbaar gedrag?

Antwoord

Nee, dit is geen aanvaardbaar gedrag. Artikel 1.3 vraagt van raadsleden dat zij niet alleen zelf de integriteit van een wethouder niet in twijfel trekken maar ook dat zij de integriteit van de wethouder verdedigen in het openbaar. Deze manier van handelen schaadt niet alleen de persoon van de wethouder maar ook het vertrouwen in de lokale politiek. Mocht het raadslid werkelijk twijfelen aan de integriteit van de wethouder dan bewandelt het raadslid de afgesproken route om een melding te doen van zijn vermoeden.

Voorbeeld 4

Tijdens een verhit debat komt het tot een botsing tussen een raadslid van een oppositiepartij en een wethouder. Het raadslid voelt zich niet serieus genomen door de wethouder en de raadsleden van andere fracties. Hij maakt een wegwerpgebaar naar de wethouder en de voorzitter van de raad en roept dat hij niet meer meedoet aan ‘dit poppenspel.’ Pardoes loopt het raadslid de raadszaal uit. Is het OK voor het raadslid om de raadszaal uit te lopen?

Antwoord

Nee, hoewel raadsleden zich niet gehoord kunnen voelen en soms zelfs gedenigreerd, volgt uit het ambt dat het raadslid het openbare debat voert en de raadsvergadering in principe niet verlaat. Dit geldt in ieder geval wanneer er over wordt gegaan tot stemming en het raadslid de plicht heeft te stemmen.

Hoofdstuk 2 Regels over het tegengaan van belangenverstrengeling

Voorbeeld 1:

Een raadslid is voorzitter van een voetbalvereniging. Mag het raadslid zijn raadslidmaatschap combineren met dit voorzitterschap?

Antwoord:

Artikel 13 van de Gemeentewet verbiedt de combinatie van deze functies niet. Artikel 2.4 van de gedragscode wordt dus niet overtreden door het combineren van deze functies. De functie moet wel worden gemeld (zie artikel 2.5 van de gedragscode) en de griffier moet online en op een fysieke locatie zorgdragen voor bekendmaking van deze nevenactiviteit (artikel 2.6 van de gedragscode).

Let op: een raadslid moet al zijn nevenfuncties melden. Bij het aannemen van een nieuwe functie of een benoeming meldt hij dit direct bij de griffier.

Variant 1:

De Sportnota wordt behandeld in de raad. Mag dit raadslid meestemmen?

Antwoord:

Ja. In de Sportnota worden beslissingen voorgelegd die alle sport betreffen. Er treedt dus a priori geen verstrengeling van belangen op als dit raadslid mee doet aan de besluitvorming in de raad. Kennis bij raadsleden over sport is van groot belang om kwalitatief goede besluiten over sport te nemen voor de stad. Het is dus van belang dat hij meedoet in de besluitvorming.

Let op: De redenatie ‘bij twijfel niet meestemmen’ (en niet deelnemen aan de beraadslaging) gaat niet altijd op. Het ligt in de kern van de taak van een politieke ambtsdrager om te stemmen. Hij mag dus slechts in een beperkt aantal – in de wet genoemde gevallen – niet meestemmen en dan ook niet deelnemen aan de beraadslaging.

Meestemmen en niet deelnemen aan de beraadslaging mag niet als het belang van een raadslid (‘of een individu of organisatie waarbij hij een persoonlijke betrokkenheid heeft’) wordt verstrengeld met het algemeen belang. In alle andere gevallen is het devies om te stemmen. Er kan een schijn van belangenverstrengeling ontstaan in een situatie waardoor een raadslid overweegt niet mee te stemmen (en niet deel te nemen aan de beraadslaging). Natuurlijk dient het raadslid waar hij kan de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen. Maar vaak zijn er in specifieke situaties nog andere mogelijkheden om actief de schijn van belangenverstrengeling te voorkomen, anders dan niet meestemmen.

Variant 2:

De raad moet besluiten over uitbreiding van voetbalvelden. Ook de club waar het raadslid voorzitter van is wordt genoemd. Mag hij meestemmen?

Antwoord:

Nee, artikel 2.2 van de gedragscode verbiedt het raadslid mee te stemmen (en deel te nemen aan de beraadslaging). De club is één van de (duidelijke) belanghebbenden in dit besluit, dus een verstrengeling van belangen is aan de orde: het belang van de club dat hij geacht wordt te dienen als voorzitter enerzijds en het belang van de stad voor de uitbreiding van voetbalvelden.

Variant 3:

Mag dit raadslid een ander lid van de fractie het woord laten voeren op dit dossier?

Antwoord: Dat mag. Maar het gaat bij de mogelijkheid om de besluitvorming te beïnvloeden om meer dan alleen het overdragen van het woordvoerderschap op dit dossier. Het raadslid dat voorzitter is van de voetbalclub mag op grond van artikel 2.2 van de gedragscode ook intern het standpunt van de fractie niet beïnvloeden over de uitbreiding van de voetbalvelden. Omdat de burger niet kan controleren of hij dat ook daadwerkelijk niet heeft gedaan, is het zaak dat alle fractieleden erop toezien dat ook in de interne oordeels-en besluitvorming de activiteiten van dit raadslid gescheiden blijven.

Variant 4:

Als het raadslid dat voorzitter van de voetbalclub is, tegen de uitbreiding van velden van zijn eigen club zou stemmen, dan is toch voor de burger te zien dat hij zijn raadswerk en zijn voetbalwerk scheidt? Dan kan hij toch meestemmen?

Antwoord:

Nee, ook dan mag hij op grond van de artikelen 2.2 en 2.3 van de gedragscode niet meestemmen (en niet deelnemen aan de beraadslaging). Wellicht komt het de voetbalclub om redenen die niet bekend zijn, veel beter uit als de uitbreiding bij een andere club geschiedt. Dan zou het weliswaar lijken alsof hij in het belang van de stad (en niet van de club) zou stemmen, maar hij doet dat feitelijk niet. Stemgedrag is dus niet relevant in deze situatie.

Variant 5:

De raad moet besluiten over uitbreiding van voetbalvelden. Voetbalclub X wordt genoemd als kandidaat. Het kind van een raadslid (niet zijnde de voorzitter van de voetbalclub) zit op voetbalclub X. Mag het raadslid meestemmen?

Antwoord:

Ja, het raadslid moet gewoon meestemmen (en mag ook deelnemen aan de beraadslaging). De relatie tussen het raadslid en de voetbalclub is niet van dien aard dat er sprake of dreiging is van een onwenselijke verstrengeling van een persoonlijk belang met het algemeen belang. Zie ook de opmerking onder variant 1 van bovenstaand voorbeeld.

Voorbeeld 2:

Een raadslid is tevens zzp’er. Hij verzorgt als trainer onder meer trainingen ‘De klant is koning’. De afdeling Burgerzaken van de gemeente X vraagt hem deze training te verzorgen voor medewerkers Burgerzaken. Mag hij de opdracht aannemen?

Antwoord:

Nee, hij mag deze opdracht niet aannemen.

De Gemeentewet verbiedt raadsleden in artikel 15 bepaalde overeenkomsten aan te gaan en bepaalde handelingen te verrichten. In bovenstaande situatie is artikel 15 lid 1 onder d onderdeel 1e van de Gemeentewet van toepassing. Dat betekent dat het aannemen van de klus een overtreding van de Gemeentewet en daarmee van artikel 2.4 van de gedragscode zou zijn.

Variant 1:

En als hij nu niet zelf voor de groep staat, maar iemand inhuurt die dat namens zijn eenmansbedrijf doet?

Antwoord:

Ook dan mag hij de klus niet aannemen, op grond van artikel 15 lid 1 onder d onderdeel 1e van de Gemeentewet. Het feit dat zijn bedrijf de overeenkomst rechtstreeks aangaat, maakt dat dit artikel van toepassing is. Het aannemen van de klus is een overtreding van de Gemeentewet en daarmee van artikel 2.4 van de gedragscode.

Variant 2:

En als hij de opdracht nu vrijwillig doet, dus zonder daarvoor een betaling te krijgen?

Antwoord:

Ook dan geldt dat hij de opdracht niet mag aannemen. Het gaat in dit artikel om het aangaan van een overeenkomst; of daarvoor betaald wordt doet niet ter zake. Dat het raadslid niet wordt betaald is voor derden (waaronder ‘de burger op straat’) niet zichtbaar; daardoor kan het aannemen van de opdracht toch de schijn van belangenverstrengeling opleveren. Het aannemen ervan is een overtreding van de Gemeentewet en artikel 2.4 van de gedragsode.

Variant 3:

Een trainingsbureau heeft de opdracht van de gemeente gekregen om de training ‘De klant is koning’ te verzorgen voor de medewerkers van Burgerzaken. Dit bureau vraagt het raadslid, dat zzp’er is, de training te verzorgen. Mag dit raadslid de klus aannemen?

Antwoord:

Nee. De overeenkomst met de gemeente wordt weliswaar niet rechtstreeks aangegaan, maar via het trainingsbureau. ‘Middellijk’ verricht het raadslid dus wel (betaald) werk voor de gemeente. Het aannemen van de klus is een overtreding van de gemeentewet en van artikel 2.4 van de gedragscode.

Voorbeeld 3:

Een raadslid is naast zijn raadslidmaatschap leerlingbegeleider en weet om die reden veel over jeugdzorg. Mag hij woordvoerder in de raad zijn op dit onderwerp?

Antwoord:

Ja, dat mag. Het is van belang dat raadsleden kennis hebben over wat zich afspeelt in het maatschappelijk middenveld. Mede daarom wordt een combinatie van functies slechts zelden uitgesloten bij wet. Het raadslid mag alleen niet het standpunt van de fractie (en de raad) dusdanig beïnvloeden dat het onterecht positief uitpakt voor zijn eigen werkgever.

Let op: In de praktijk komen veel verschillende situaties voor waarin een raadslid in zijn andere functie betrokken kan zijn bij het verrichten van werk in opdracht voor de gemeente. Het is verstandig iedere situatie goed te analyseren en bij twijfel hierover advies in te winnen bij bijvoorbeeld de griffier.

Hoofdstuk 3 Regels over het tegengaan van corruptie

Voorbeeld 1:

Raadsleden krijgen van een theater uit de gemeente een gratis jaarkaart voor alle voorstellingen aangeboden. Mag deze kaart worden geaccepteerd?

Antwoord

Nee, het aannemen van de kaart, is en overtreding van artikel 3.3 van de gedragscode. Een dergelijke kaart

is een gericht geschenk voor de politieke ambtsdragers van de gemeente.

Alleen de raadsleden die Kunst en Cultuur in hun portefeuille hebben, krijgen de kaart aangeboden. Het is voor het raadswerk goed om te weten hoe het reilt en zeilt bij het theater. Mag deze kaart worden geaccepteerd?

Antwoord

Nee, het aannemen van de kaart is ook nu een overtreding van artikel 3.3 van de gedragscode. Het is ‘om te weten hoe het reilt en zeilt’ bij het theater voor deze raadsleden niet noodzakelijk een kaart te hebben en het accepteren van een dergelijke gift roept mogelijk wel de schijn van corruptie op. De raad kan zich op een andere manier op de hoogte stellen omtrent het theater of de theaterbranche, zoals het afleggen van een werkbezoek met een duidelijk werkprogramma. De kaarten dienen dus terug te worden gestuurd conform artikel 3.3 van de gedragscode.

Voorbeeld 2

De gemeente subsidieert een jaarlijks wielerevenement vanwege haar doelstelling om een sportieve gemeente te zijn en zoveel mogelijk burgers in beweging te krijgen en in aanraking te laten komen met deze populaire sport. Het college vraagt aan de organisatie dertig vrijkaarten voor college- en raadsleden. Zij kunnen dan als ambassadeur van de gemeente aanwezig zijn. Mag dit?

Antwoord

Nee, dit zou het college niet moeten doen. In feite wordt er een geschenk gevraagd. Voor de organisatie is het geïnformeerd moeilijk om nee te zeggen. Een dergelijk verzoek kan worden beschouwd als een oneigenlijke subsidie-eis.

Verder is het doel van de subsidie niet het zichtbaar maken van de gemeente.

Dit laatste zou in relatie tot dit evenement ook bereikt kunnen worden door de burgemeester of een wethouder bij de opening een rol te laten vervullen.

Een andere mogelijkheid is dat de gemeente voor raads- en collegeleden – los van de subsidieverstrekking – een aantal kaartjes aanschaft.

Variant 1

De organisatie van het wielerevenement biedt de gemeente dertig vrijkaartjes aan voor college- en raadsleden plus partners. Men geeft daarbij aan dat men graag achtergrondinformatie wil geven over de organisatie van het evenement.

Daarnaast zal er een rondleiding zijn inclusief uitleg over de veiligheidsaspecten, wegafzettingen, beperking van de geluidsoverlast en de samenwerking met de hulpdiensten. Na afloop van dit informatieve deel mogen de genodigden onder het genot van een hapje en drankje het evenement bijwonen. Mogen de raadsleden ieder een kaartje –eventueel via het college – aannemen?

Antwoord

Ja, dat mag. De uitnodiging heeft een duidelijk functioneel karakter; om zich goed te informeren over het evenement kan het noodzakelijk zijn om één en ander in de praktijk te zien. Dat de genodigden een versnapering aangeboden krijgen valt binnen de grenzen van het redelijke. Voor partners geldt dit alles niet. Als zij het evenement willen bijwonen, moeten zij zelf een kaartje kopen.

Let op: Het is van belang om te bekijken of het accepteren van giften in professionele zin daadwerkelijk noodzakelijk is en of er geen andere manieren zijn om dit doel te bereiken, zonder dat daarbij de schijn van corruptie ontstaat.

Voorbeeld 3

Een raadslid heeft een lezing gegeven op een bewonersbijeenkomst. Na afloop wordt een bos bloemen aangeboden. Mag het raadslid die aannemen?

Antwoord

Ja, de bos bloemen kan gezien worden als een geschenk dat uit hartelijkheid wordt gegeven en waarvan het niet accepteren de gever op dat moment ernstig in verlegenheid zou brengen. Het is bovendien niet het type geschenk dat de schijn van corruptie opwekt.

Let op: Situaties als die in voorbeeld 3 komen regelmatig voor. Politieke ambtsdragers staan veel op podia en krijgen vaak als dank bloemen, fotoboeken, boekenbonnen, flessen wijn, pennen, T-shirts en petjes met opdrukken, koffiemokken en andere typen kleine geschenken. In veel van dergelijke situaties is het weigeren (hoewel eigenlijk de bedoeling) praktisch onmogelijk zonder de gever in verlegenheid te brengen.

Voorbeeld 4

De gemeenteraad krijgt van een bedrijf met veel korting een videoconferencing-systeem aangeboden. Met dit systeem kunnen raadsleden vanaf een andere locatie toch deelnemen aan een overleg. Zo laat het bedrijf zien goede besluitvorming zeer van belang te vinden en te willen ondersteunen. Mag deze faciliteit worden aangenomen?

Antwoord

Nee, het aannemen van het systeem, is een overtreding van artikel 3.5 van de gedragscode. Artikel 3.5 aanhef en onder a van de gedragscode is niet van toepassing; er is budget om de raad te faciliteren. Mocht het noodzakelijk zijn een dergelijk systeem aan te schaffen dan kan dat vanuit gemeentelijke middelen worden betaald.

Voorbeeld 5

De raad krijgt van de directie van een lokale toeristische attractie een uitnodiging om de presentatie bij te wonen van hun nieuwe plannen. Daarbij zal ook een diner plaatsvinden met ondernemers uit de gemeente. Mag de raad de uitnodiging accepteren?

Antwoord

Ja, de raadsleden mogen in principe ingaan op dit verzoek. Het is noodzakelijk voor het raadswerk dat de raadsleden geïnformeerd worden. Niet alleen door gesubsidieerde organisaties, ook door commerciële partijen of andere belanghebbenden. Dergelijke uitnodigingen bieden raadsleden de mogelijkheid geïnformeerd te worden. Vaak gaat een dergelijk bezoek gepaard met een luxere aankleding van het werkbezoek, zoals een georganiseerde lunch of diner en door de organisatie geregeld vervoer. Doorgaans levert het accepteren hiervan geen overtreding van de gedragscode op. Aan de mate van luxe die acceptabel is, zitten uiteraard grenzen. Alvorens op het verzoek in te gaan, is het verstandig dat de raad zich hiervan rekenschap geeft.

Voorbeeld 6

De raadsleden van de fractie van partij X krijgen een werkruimte ter beschikking gesteld door een ondernemer van meerdere vergaderlocaties in de gemeente. De ondernemer wil de fractieleden van partij X – in voorbereiding op de komende gemeenteraadsverkiezingen – hiermee een helpende hand uitreiken omdat hij weet dat de financiële middelen van de fractie gering zijn. Bovendien vergadert de fractie in de avonduren, een tijdstip waarop het betreffende vergadercentrum normaal gesproken al gesloten is. Is dit volgens deze code toegestaan?

Antwoord

Nee dit is niet toegestaan. Het accepteren van faciliteiten of diensten van anderen kan leiden tot een afhankelijkheid, of dankbaarheid creëren die de zuiverheid van het besluitvormingsproces kan aantasten. Ook met het aannemen van faciliteiten en diensten kan een raadslid gecorrumpeerd raken. Het kan daarnaast ook de schijn van corruptie of belangenverstrengeling opwekken.

Hoofdstuk 4 Regels over het omgaan met informatie

Voorbeeld 1:

De raad heeft het voornemen om de bestemming van een gebied te wijzigen zodat het mogelijk wordt om in dat gebied huizen te bouwen. Verschillende commerciële partijen en andere belanghebbenden hebben hier een stevige lobby voor gevoerd en zijn verheugd dat de raad het serieus in overweging neemt. Het college heeft besloten het dossier geheim te verklaren. Er wordt in de pers echter regelmatig over het dossier geschreven. Vaak zit men er maar weinig naast, wat er op duidt dat er wellicht door één of meerdere raadsleden gepraat wordt met journalisten. Een raadslid is van mening dat het geheim behandelen van deze kwestie niet langer opportuun is. ‘Alles ligt toch al op straat’. Mag het raadslid ingaan op het verzoek van een journalist om over het dossier te spreken?

Antwoord:

Nee, het spreken met anderen over deze kwestie is een overtreding van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht (lekken van geheime informatie) en van artikel 4.2 van de gedragscode. Alleen het bestuursorgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd (in dit geval het college), kan het geheime karakter van de stukken opheffen. Zolang dat niet is gebeurd, ook al is de meeste informatie in de krant verschenen, is het spreken over de kwestie een schending van de geheimhoudingsplicht, wat zelfs strafbaar kan zijn.

Voorbeeld 2

Een raadslid stuurt het volgende bericht op X: ‘@toneelgroepdeblauwemaandag Ik zit hier in een besloten vergadering over de toekenning subsidies. Het is spannend. #bezuinigenaltijdmoeilijk…’ Mag het raadslid dit doen?

Antwoord

Nee, dit mag het raadslid niet doen. Op hetgeen besproken wordt in de besloten vergadering rust geheimhouding. Een bericht op X als dit is dus een overtreding van artikel 4.2 van de gedragscode.

Voorbeeld 3

Het is nog niet bekend gemaakt wanneer de inschrijving voor de nieuwe huizen in een net ontwikkeld gebied van start zal gaan. Een raadslid schat in dat met een beetje goede wil van politiek en ambtenarij de inschrijving waarschijnlijk midden in de zomer zal plaatsvinden. De zus van het raadslid wil graag wonen in dat gebied. Mag het raadslid haar waarschuwen niet in die periode op zomervakantie te gaan, zodat zij zich als eerste kan inschrijven?

Antwoord

Nee, het waarschuwen van de zus is een overtreding van artikel 4.4 van de gedragscode. De inschatting over de inschrijving kan alleen worden gemaakt door een persoon met veel voorkennis. Dit raadslid beschikt over informatie die andere burgers niet hebben. Deze informatievoorsprong gebruiken in het voordeel van een familielid is een overtreding van artikel 4.4 van de gedragscode en mogelijk een verstrengeling van belangen.

Voorbeeld 4

Een raadslid stelt in de raad keer op keer vragen over het opheffen van parkeerplaatsen in de gemeente. Hiertoe vraagt het raadslid meermaals onderliggende stukken, iedere keer van andere aard. De stukken zijn verstuurd en de andere raadsleden menen dat zij voldoende geïnformeerd zijn. Maar daar neemt dit raadslid geen genoegen mee en hij geeft de wethouder geërgerd mee zich er te makkelijk van af te maken, waarna het raadslid opnieuw aanvullende verzoeken doet voor het verkrijgen van achterliggende informatie omtrent de opheffing van de parkeerplaatsen.

Antwoord

Het uitgangspunt is dat raadsleden informatie mogen vragen en dat het college deze dient te verstrekken. Daar zit een grens aan. De wet stelt als grens dat het gaat om inlichtingen die de raad voor zijn taak nodig heeft. Er geldt zogezegd een moreel appel op raadsleden om alleen vanuit de oprecht gevoelde behoefte verder te worden geïnformeerd vragen te blijven stellen. Daarbij komt dat de ambtelijke organisatie beperkt capaciteit heeft en dat van raadsleden niet wordt verwacht dat zij het werk van ambtenaren en college opnieuw doen.

Hoofdstuk 5: Regels over het gebruik van bedrijfsmiddelen

Voorbeeld 1

Het is campagnetijd. Een raadslid staat op het punt om met fractiegenoten de markt op te gaan om in gesprek te gaan met potentiële kiezers. Op een kopieermachine in het gemeentehuis vermenigvuldigt het raadslid duizend flyers en tweehonderd exemplaren van het verkiezingsprogramma om uit te delen. Mag dit?

Antwoord

Nee. Dit is een overtreding van artikel 5.3 van de gedragscode. In dit geval beschermt deze regelgeving het ‘eerlijke speelveld’ voor alle partijen en kandidaten die meedingen naar een zetel in de raad. Als zittende partijen hun campagnemateriaal gratis verkrijgen, hebben zij een voorsprong ten opzichte van nieuwkomers.

Voorbeeld 2

Een raadslid gaat met de trein naar een partijbijeenkomst van zijn politieke partij. Mag het treinkaartje vergoed worden uit het fractiebudget?

Antwoord

Nee, het declareren bij de fractie is in overtreding met artikel 5.2 van de gedragscode. Hoewel het van belang is voor het raadswerk dat een raadslid op de hoogte is van de standpunten van zijn partij, wordt het bijwonen van partijbijeenkomsten niet gezien als raadswerk voor de gemeente. Het fractiebudget is bedoeld voor het tegemoetkomen in de kosten die nauw verbonden zijn met het raadswerk voor de gemeente.

Hoofdstuk 6: Regels over het volgen van de gedragscode

Voorbeeld

Tijdens een privé-etentje verneemt een raadslid van de grootste coalitiepartij dat een lid van de oppositie nauwe banden heeft met een lokale ondernemer. Niet toevallig, zo lijkt het, dat precies dit raadslid een amendement indiende op een voorstel tot een verkeersaanpassing in het centrum waarmee deze ondernemer bevoordeeld zou worden. Bij de eerstvolgende fractievergadering legt het raadslid de kwestie voor. Is dit verstandig?

Antwoord

Nee. De keuze van het raadslid om het vermoeden in de fractievergadering in te brengen gaat in tegen het tweede principe: terughoudendheid met publiciteit.

Het belang van zorgvuldige procesafspraken ligt mede daarin dat vermeende schenders niet in de publiciteit komen vooraleer vastgesteld is dat er ook werkelijk een schending plaats heeft gevonden. Er is niets gewonnen bij het delen van het vermoeden in de fractie terwijl er tegelijkertijd een veel hoger risico ontstaat dat het vermoeden in de publiciteit komt.