Gedragscode College Burgemeester en Wethouders 2025

Geldend van 27-03-2025 t/m heden

Intitulé

Gedragscode College Burgemeester en Wethouders 2025

Voorwoorden

De oorsprong van het woord integriteit vinden we in de Latijnse taal met een betekenis van heelheid en zuiverheid. Actueel staat integriteit voor betrouwbaarheid en handelen volgens moreel sterke principes. Met elkaar het goede doen. In die context hebben wij als volksvertegenwoordigers en bestuurders een voorbeeldfunctie.

We hebben de verantwoordelijkheid om het vertrouwen van onze inwoners te verdienen en te behouden. Dit vertrouwen is immers de basis van onze democratie en ons streven naar een eerlijke, open en rechtvaardige samenleving.

Als burgemeester en hoeder van de integriteit ben ik blij dat de gemeente Kerkrade een Integriteitscommissie heeft. Integriteit is namelijk een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

Het is belangrijk dat we elkaar steunen en samenwerken aan een cultuur van reflectie en wederzijds respect.

Met deze gedragscode zetten we een volgende stap in het creëren en waarborgen van deze cultuur. Daarbij is het van belang je te realiseren dat een gedragscode niet alleen een set regels bevat, maar ook en vooral een gids is voor ons eigen gedrag. De gedragscode geeft ons richting en houvast en helpt ons bij het maken van de juiste keuzes, zelfs in moeilijke tijden. En is de basis om elkaar ook aan te spreken op gedrag dat niet past bij de waarden waar we voor staan. Daarmee is de gedragscode een inspiratiebron voor het continu streven naar de hoogste normen van integriteit en fatsoenlijk gedrag. En dat brengt ons terug bij zowel de oorspronkelijke betekenis van integriteit (heelheid en zuiverheid) als de actualiteit die staat voor betrouwbaarheid en moreel sterke principes. Ik sluit af met het besef dat integriteit geen statisch concept is, het vraagt onze continue aandacht en reflectie. Het is een kans bovendien om met elkaar te staan voor een betrouwbare, eerlijke en fatsoenlijke overheid als basis voor een gezonde

democratie. Laten we die kans met beide handen aangrijpen.

Petra Dassen-Housen

Burgemeester

Als voorzitter van de integriteitscommissie wil ik graag een paar woorden met jullie delen over de totstandkoming en betekenis van onze gedragscode. Het proces dat tot deze gedragscode heeft geleid, is namelijk minstens zo belangrijk als de inhoud. Met de instelling van een integriteitscommissie in 2021 heeft de gemeenteraad integriteit hoog op de agenda geplaatst. De instelling van de commissie en het proces van totstandkoming van de gedragscode creëren een omgeving waarin politieke meningsvorming en het versterken van de bestuurlijke integriteit zoveel mogelijk gescheiden blijven. Binnen de politieke gelederen vereist integriteit namelijk extra alertheid als het gaat om zuiverheid op inhoud en op een duidelijke afstand tot de politieke context.

Samen met de burgemeester is de Integriteitscommissie aan zet om bewustwording en doorontwikkeling op het gebied van integriteit vorm te geven. Duidelijke richtlijnen en een proces waarin iedereen zich gehoord voelt vormen hier de basis voor.

De Integriteitscommissie heeft bij haar instelling van de gemeenteraad de opdracht gekregen om de gedragscodes uit 2015 te herzien. Tijdens een sessie met de gemeenteraad is hiervoor waardevolle input opgehaald die als uitgangspunten bij de actualisatie zijn meegenomen. Door het onderwerp in de Integriteitscommissie gezamenlijk op te pakken hebben we gezorgd voor een breed gedragen set met regels die aansluiten bij de realiteit van het politieke ambt.

Samen met de burgemeester houdt de Integriteitscommissie de ontwikkelingen op dit vlak nauwlettend in de gaten. Dit betekent niet alleen regels opstellen, maar ook gezamenlijk actief werken aan een omgeving waarin deze regels kunnen gedijen. Dit omvat uitleg en ondersteuning aan politieke ambtsdragers, het faciliteren van dialoog en het aanmoedigen van openheid voor feedback en zelfreflectie.

Sander Gorissen

Voorzitter Integriteitscommissie

Inleiding

Deze gedragscode is een belangrijk onderdeel van het integriteitsbeleid. Hierin staan namelijk afspraken om te zorgen voor een open, transparante en integere organisatiecultuur. We willen allemaal eerlijk en betrouwbaar zijn.

Deze gedragscode bestaat uit interne regels die we samen vastgesteld hebben.

Wetgeving is hierbij altijd leidend. Ook is er ruimte voor afspraken die we samen gemaakt hebben. De raad is verplicht om voor zichzelf en voor burgemeester en wethouders een gedragscode vast te stellen. Dat staat in de Gemeentewet. Namelijk in artikel 15.3, artikel 41c.2 en artikel 69.2. Met dit besluit kiezen we ervoor om ons te binden aan deze regels. Het kan juridische en/of politieke gevolgen hebben als je je niet aan de gedragscode houdt. Dit kan ook zorgen voor schade aan je goede naam.

Deze gedragscode vervangt de gedragscode uit 2015.

In deze nieuwe gedragscode houden we rekening met nieuwe regels vanuit nieuwe wetten en met de adviezen van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Tegelijkertijd past deze nieuwe gedragscode bij onze dagelijkse praktijk.

In deze gedragscode staan bijvoorbeeld regels over het gebruiken van bedrijfsmiddelen.

Maar ook over het voorkomen van belangenverstrengeling. Met de gedragscode vragen we je vooral om goed na te denken over je doen en laten. En om goede keuzes te maken. Zo beschermen we samen de integriteit van bestuurders.

Aan het begin van elke nieuwe bestuursperiode stellen we de gedragscode opnieuw vast.

De gemeenteraad stelt de gedragscode vast. Dat doet hij in een debat. Ook het college van burgemeester en wethouders levert hier input voor. Het gesprek over de gedragscode is tenminste zo belangrijk als de gedragscode zelf. Net als de discussies over de uitgangspunten en belangrijkste begrippen over integriteit. Als de gedragscode (opnieuw) wordt vastgesteld, wordt ook het meld- en onderzoeksprotocol opnieuw vastgesteld.

Het doel van deze gedragscode

Deze gedragscode geeft richting voor het handelen van burgemeester en wethouders en kan je helpen als je twijfels, vragen of discussies hebt over integriteit. Zo beschermt het de burgemeester en wethouders tegen fouten die niet nodig zijn. Houd je je niet aan de gedragscode? Dan is het belangrijk dat je je daarover verantwoordt.

De gedragscode werkt nog beter als we hier samen over praten.

Het is belangrijk dat burgemeester en wethouders elkaar bevragen en aanspreken. Zo komen we er samen achter hoe we met de regels en afspraken omgaan in de praktijk.

De functies van deze gedragscode.

Deze gedragscode heeft een aantal algemene functies. De code:

  • geeft aan wat de norm is;

  • helpt je om goede keuzes te maken;

  • geeft aan met welke acties je je niet aan de gedragscode houdt;

  • geeft duidelijkheid over wat de wet van je vraagt;

  • beschermt de zuiverheid van de politieke en bestuurlijke besluitvorming.

De doelgroep van deze gedragscode.

De regels van deze gedragscode gelden voor de burgemeester en wethouders van de gemeente Kerkrade.

De raad, het college en de burgemeester vormen samen het gemeentebestuur.

Dit zijn de drie bestuursorganen. In de wet staat dat er voor elk bestuursorgaan een gedragscode moet zijn. Wij gebruiken twee gedragscodes voor het hele gemeentebestuur: één gedragscode voor raads- en commissieleden en één gedragscode voor het college van burgemeester en wethouders. We werken voor het algemeen belang. Als overheid zetten wij ons in voor álle inwoners van Kerkrade.

Elk bestuursorgaan heeft een andere focus:

  • De raad focust zich op het maken van politieke keuzes. De raad neemt bijvoorbeeld besluiten over voorliggende raadsvoorstellen.

  • Commissies adviseren de gemeenteraad.

  • Het college focust zich op het dagelijks bestuur.

  • De burgemeester is voorzitter van de raad en het college. Daarnaast heeft de burgemeester een aantal eigen taken.

Begrippen

Politiek

Met deze term bedoelen we (leden van) de raad, commissies en het college samen.

Politieke ambtsdragers

Met deze term bedoelen we (leden van) de raad, commissies en het college samen.

Bestuurders

Met deze term bedoelen we de wethouders en burgemeester.

Regels over het omgaan met anderen

Je leest in dit hoofdstuk hoe je omgaat met elkaar en anderen. En over de manier van vergaderen. We vinden het belangrijk dat je respect voor elkaar hebt. Het gaat dan niet alleen over je collega’s. Maar ook over gasten, bijvoorbeeld inwoners of mensen van organisaties die inspreken tijdens vergaderingen. Respect hebben voor de ander betekent dat je:

  • de ander behandelt zoals die graag behandeld wil worden;

  • je in de ander inleeft;

  • nieuwsgierig bent naar de ander;

  • niemand buitensluit of negeert.

We vinden het ook belangrijk dat je storend gedrag met elkaar bespreekt.

Geloofwaardig blijven, lukt beter in een open cultuur

Dat betekent dat we problemen met elkaar bespreken. En dat wij elkaar aanspreken op gedrag en acties. Het is belangrijk dat we een gedragscode hebben met regels en protocollen. De code helpt ons om ons ambt op een goede manier in te richten. Maar de gedragscode mag je niet het gevoel geven dat onze eerlijkheid en betrouwbaarheid daarmee is ‘geregeld’.

Regel 1

Je gaat respectvol om met je collega’s, ambtenaren en gasten. Wij vinden de volgende manieren van met mensen omgaan ongewenst:

  • ‘op de persoon spelen’;

  • grof taalgebruik gebruiken;

  • pesten;

  • (seksuele) intimidatie;

  • discriminatie;

  • agressie;

  • geweld.

Iedereen verdient respect en een veilige werkomgeving. Gaan we met respect om met elkaar en onze inwoners? Dan groeit het vertrouwen in de overheid. En het zorgt ervoor dat we beter met elkaar samenwerken.

Regel 1.1

a. Je gaat op een goede manier met je collega’s in de politiek om. Of het nou gaat om wat je zegt, je gebaren of om teksten. Zoals brieven, of berichten op sociale media. Gebruik daarbij ook een gepaste toon.

b. Je gaat op een goede manier met de ambtenaren en de griffie om. Of het nou gaat om wat je zegt, je gezichtsuitdrukkingen en gebaren of om teksten. Zoals brieven, of berichten op sociale media. Gebruik daarbij ook een gepaste toon.

c. Je gaat op een goede manier met gasten om. Zoals insprekers en personen die vanuit andere organisaties aanwezig zijn. Of het nou gaat om wat je zegt, je gezichtsuitdrukkingen en gebaren of om teksten. Gebruik daarbij ook een gepaste toon.

Door respectvol met elkaar om te gaan, kunnen we beter discussiëren en beslissen.

Op deze manier zorgen we ervoor dat we geloofwaardig blijven. De manier waarop wij in het college en daarbuiten met elkaar omgaan heeft daar namelijk een grote invloed op. Bijvoorbeeld ook op sociale media. Het publiek let ook op je gedrag buiten je functie.

Regel 1.2

Je houdt je tijdens de vergaderingen aan de regels voor orde. En je doet wat de voorzitter van je vraagt.

Regel 1.3

Je valt (individuele) bestuurders, raads-en commissieleden en/of ambtenaren niet persoonlijk aan. Dat doe je niet 1-op-1, in een collegevergadering, in een raadsvergadering of in het openbaar. Houd het bij de feiten. Het gaat om persoonlijke aanvallen in woorden, met gebaren of in een tekst, let op de (onder)toon. Denk daarbij ook aan digitale berichten.

Je geeft zelf het goede voorbeeld door ongewenst gedrag te vermijden.

En je spreekt elkaar aan op ongewenst gedrag. Zo zorgen we samen voor het besef dat we ongewenst gedrag niet accepteren.

Regels over het tegengaan van belangenverstrengeling

Je leest in dit hoofdstuk wanneer je te maken hebt met belangenverstrengeling. En welke situaties de schijn van belangenverstrengeling geven. Belangenverstrengeling betekent dat jouw belangen en belangen van de gemeenschap door elkaar gaan lopen. Het is belangrijk dat elke bestuurder let op belangenverstrengeling. Het is namelijk belangrijk dat de burgemeester en wethouders onafhankelijk zijn. Dat zorgt voor een betrouwbare en eerlijke democratie.

Regel 2

Je gebruikt jouw invloed en stem niet in het voordeel van jouw eigen belangen. Of in het voordeel van iemand of een organisatie bij wie je persoonlijk betrokken bent.

Regel 2.1

Je gaat actief en uit jezelf belangenverstrengeling en de schijn daarvan tegen.

Vermijd belangenverstrengeling en de schijn daarvan.

Belangenverstrengeling ontstaat wanneer een publiek en persoonlijk belang met elkaar vermengen en je daardoor geen zuiver besluit kunt nemen. Of als je niet zuiver te werk kunt gaan. Namelijk doordat een publiek en persoonlijk belang door elkaar lopen.

Regel 2.2

Je gebruikt je stem niet als het gaat om een beslissing waarbij belangenverstrengeling dreigt. Bijvoorbeeld bij onderwerpen waar jij zelf een belang bij ebt. Of onderwerpen waar iemand bij wie, of een organisatie waarbij, je persoonlijk betrokken bent een belang bij heeft.

Regel 2.3

Je gebruikt je invloed niet op beslissingen waarbij belangenverstrenging dreigt. Je probeert geen invloed te hebben op de beslissing in alle fases van de manier waarop de beslissing wordt genomen. Het gaat dus niet alleen over het stemmen, zie ook regel 2.2. Je kiest zelf of het nodig is om je stem of invloed niet te gebruiken. Bestuurders zijn er zelf verantwoordelijk voor om zich te houden aan de regels in dit hoofdstuk.

Je kunt op verschillende manieren bij een punt op de politieke agenda betrokken zijn:

  • Het onderwerp heeft directe invloed op jouw persoonlijke situatie, bijvoorbeeld:

    a. Het onderwerp gaat over een bedrijf waar je een aandelenpakket hebt.

    b. Het onderwerp gaat over een bedrijf waar je werkt.

  • Het onderwerp heeft indirecte invloed op jouw persoonlijke situatie bijvoorbeeld: het onderwerp is belangrijk voor nabije familieleden of goede vrienden.

Geef het in de discussie aan als je misschien een persoonlijk belang bij het onderwerp hebt. Zo voorkom je dat een besluit uiteindelijk wordt vernietigd. Of dat de verhoudingen in de politiek uit balans raken.

Bespreek een persoonlijk belang dan open binnen het college of met de burgemeester.

Het college kan dan met je meedenken of belangenverstrengeling inderdaad dreigt. Dit is namelijk afhankelijk van de situatie en waarover gestemd wordt. Ook kun je altijd terecht bij de gemeentesecretaris voor advies. Beïnvloed ook de beraadslaging niet als belangenverstrengeling dreigt.

Dat betekent dat je niet meedoet aan de gesprekken over het onderwerp waarover gestemd wordt. Je kunt de uitkomst van het stemmen namelijk ook beïnvloeden tijdens deze gesprekken.

Je werk wordt niet alleen gevormd door het stemmen zelf. Maar ook door de gesprekken die je daarvoor al voert. Het college kan je niet verbieden om te stemmen of aan de gesprekken hierover mee te doen.

Je bepaalt zelf of je wel of niet meestemt of meepraat. Ook kan de raad besluiten niet ongeldig maken. Dat geldt voor eigen besluiten en voor besluiten van het college.

Regel 2.3

Je gebruikt je invloed niet op beslissingen waarbij belangenverstrenging dreigt. Je probeert geen invloed te hebben op de beslissing in alle fases van de manier waarop de beslissing wordt genomen. Het gaat dus niet alleen over het stemmen, zie ook regel 2.2.

Je kiest zelf of het nodig is om je stem of invloed niet te gebruiken.

Bestuurders zijn er zelf verantwoordelijk voor om zich te houden aan de regels in dit hoofdstuk.

Je kunt op verschillende manieren bij een punt op de politieke agenda betrokken zijn:

  • Het onderwerp heeft directe invloed op jouw persoonlijke situatie, bijvoorbeeld:

    a. Het onderwerp gaat over een bedrijf waar je een aandelenpakket hebt.

    b. Het onderwerp gaat over een bedrijf waar je werkt.

  • Het onderwerp heeft indirecte invloed op jouw persoonlijke situatie bijvoorbeeld: het onderwerp is belangrijk voor nabije familieleden of goede vrienden.

Geef het in de discussie aan als je misschien een persoonlijk belang bij het onderwerp hebt. Zo voorkom je dat een besluit uiteindelijk wordt vernietigd. Of dat de verhoudingen in de politiek uit balans raken. Bespreek een persoonlijk belang dan open binnen het college of met de burgemeester. Het college kan dan met je meedenken of belangenverstrengeling inderdaad dreigt. Dit is namelijk afhankelijk van de situatie en waarover gestemd wordt. Ook kun je altijd terecht bij de gemeentesecretaris voor advies.

Beïnvloed ook de beraadslaging niet als belangenverstrengeling dreigt. Dat betekent dat je niet meedoet aan de gesprekken over het onderwerp waarover gestemd wordt. Je kunt de uitkomst van het stemmen namelijk ook beïnvloeden tijdens deze gesprekken.

Je werk wordt niet alleen gevormd door het stemmen zelf. Maar ook door de gesprekken die je daarvoor al voert.

Het college kan je niet verbieden om te stemmen of aan de gesprekken hierover mee te doen.

Je bepaalt zelf of je wel of niet meestemt of meepraat. Ook kan de raad besluiten niet ongeldig maken. Dat geldt voor eigen besluiten en voor besluiten van het college.

Alleen de bestuursrechter of de Kroon kan een besluit ongeldig maken.

Een belanghebbende kan de bestuursrechter of de Kroon vragen het besluit ongeldig te maken. Bijvoorbeeld als die belanghebbende het niet eens is met het oordeel van het college. En als die vindt dat het collegelid heeft meegestemd of beraadslaagd terwijl dat eigenlijk niet mocht.

De burgemeester en wethouders voorkomen samen belangenverstrengeling. Zij proberen samen te voorkomen dat mensen met een persoonlijk belang beslissingen beïnvloeden. Uiteindelijk blijft gelden dat burgemeester of wethouders zelf kiezen om te stemmen of mee te doen aan gesprekken.

Regel 2.4

Je mag sommige functies niet uitvoeren. Je mag ook sommige contracten niet ondertekenen. En je mag sommige dingen niet doen. Bijvoorbeeld:

  • naast je benoeming in ruil voor een beloning voor de gemeente werken;

  • roerende spullen aan de gemeente verhuren, zoals meubels of auto’s;

  • bij conflict advies geven in het voor-of nadeel van de gemeente.

Je bent er zelf verantwoordelijk voor om je aan deze regels te houden.

In de Gemeentewet staat in precies wie welke dingen niet mogen doen. Artikel 36B en 41C zijn bedoeld voor wethouders. En artikel 68 en 69 zijn bedoeld voor de burgemeester. Let op: De verboden uit artikel 15 gelden ook voor de wethouders en burgemeester. Dat staat in artikel 41C en artikel 69 uit de Gemeentewet.

Je kunt jezelf door verboden dingen te doen in de problemen brengen.

Of je kunt het belang van de overheid beschadigen. De zuiverheid van belangen kan door verboden dingen te doen in gevaar komen. Dat gebeurt als je op maatschappelijk en economisch gebied voordeel hebt van je positie vergeleken met anderen. Dat is bijvoorbeeld zo in de volgende gevallen:

  • Je hebt al voorkennis. Bijvoorbeeld over een conflict tussen de gemeente en een andere partij.

  • Je maakt binnen de overheidsorganisatie misbruik van je positie.

  • Je werkt mee aan de voorbereiding op de manier waarop de beslissing over het contract wordt genomen.

  • Het contract beschadigt de belangen van andere organisaties of personen buiten verhouding.

Je kunt bij twijfel om advies vragen.

Bijvoorbeeld als je twijfelt over welke dingen precies verboden zijn. Of over of je een ontheffing kunt krijgen. Dat betekent dat je toestemming krijgt om iets te doen wat eigenlijk verboden is. Zo kunnen we onduidelijkheden van tevoren al oplossen. Als wethouder vraag je de burgemeester of de gemeentesecretaris om advies. Ben je burgemeester? Dan vraag je de commissaris van de Koning om advies.

De burgemeester is ervoor verantwoordelijk om de eerlijkheid van het bestuur aan te moedigen.

Dat noemen we een zorgplicht. De burgemeester kan vanuit die verantwoordelijkheid:

  • in gesprek met je gaan als je je niet aan de regel hield;

  • je informatie geven over het aanvragen van een ontheffing;

  • je laten weten wat de gevolgen zijn als je geen ontheffing aanvraagt, of hebt aangevraagd. Dat staat in artikel 170, lid 2 van de Gemeentewet.

Je kunt voor sommige dingen en contracten een ontheffing aanvragen

Een wethouder, burgemeester, van een gemeente mag niet rechtstreeks een overeenkomst aangaan met de gemeente. Bijvoorbeeld over het leveren van goederen of diensten en het onderhands verwerven van onroerende zaken.

Provincie Limburg kan ontheffing verlenen van dit verbod voor een raadslid, wethouder, secretaris of griffier. De gemeentesecretaris kan je hierover adviseren. Je vindt op www.provincielimburg.nl onder Handelingen burgemeester, wethouders, raadsleden, secretaris en griffie, ontheffing verbod – Provincie Limburg meer informatie hierover.

REGELS OVER NEVENFUNCTIES EN FINANCIËLE BELANGEN.

Nevenfuncties zijn de functies die je betaald of onbetaald naast het burgemeester- of wethouderschap hebt, bijvoorbeeld:

  • Je bent docent of spreker.

  • Je bent betrokken bij adviesraden of commissies.

  • Je bent bestuurslid, voorzitter of adviseur bij een non-profitorganisatie.

  • Je bent advocaat of consultant.

Sommige nevenfuncties kunnen ervoor zorgen dat je niet meer onafhankelijk kunt oordelen. Dan ontstaat belangenverstrengeling gemakkelijk. Je kunt zo’n nevenfunctie niet combineren met je politieke ambt.

Je leest hieronder over verschillende nevenfuncties. En hoe je daarmee om hoort te gaan. In artikel 36b en 68 van de Gemeentewet lees je welke nevenfuncties je niet kunt combineren met je politieke ambt.

Regel 2.5

Je maakt betaalde en onbetaalde nevenfuncties openbaar. En je geeft het zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen één maand, door als hier iets in verandert.

Regel 2.6

Er zijn actuele registers van (neven)functies van burgemeester en wethouders. De registers worden regelmatig bijgewerkt. In de registers staat in ieder geval:

  • een omschrijving van de (neven) functie;

  • de organisatie voor wie de ambtsdrager de (neven)functie uitvoert;

  • of de (neven)functie te maken heeft met het raadslidmaatschap of ambt;

  • of de (neven)functie betaald of onbetaald is.

Ben je parttime wethouder? Dan hoef je je inkomsten uit nevenfuncties niet openbaar te maken. De gemeentesecretaris is verantwoordelijk voor de registers. De gemeentesecretaris zorgt voor een actueel register met nevenfuncties van burgemeester en wethouders.

Regel 2.7

Je meldt je financiële belangen in bedrijven waarmee de gemeente samenwerkt of waarbij de gemeente betrokken is. Bijvoorbeeld als je:

  • aandelen in zo’n bedrijf hebt;

  • opties hebt om aandelen in zo’n bedrijf te kopen of verkopen;

  • andere derivaten in zo’n bedrijf hebt, zoals:

    a. een future (termijncontract)

    b. een swap (ruilcontract)

    c. een forward (termijnregeling)

    Ontstaat er tussendoor een nieuw belangrijk financiële belang? Dan meld je dit ook.

Je meldt je financiële belangen.

Je meldt financiële belangen bij de gemeentesecretaris. Het gaat dan ook om toekomstige financiële belangen. Je laat weten of je aandelen, opties of derivaten hebt in bedrijven die een relatie met de gemeente hebben of kunnen krijgen. Je laat het ook weten als je op een belangrijke manier betrokken bent bij een bedrijf. Of dat nou alleen is, of met een fiscale partner, zoals je geregistreerd partner, degene met wie je getrouwd bent of met wie je een samenlevingscontract hebt. Ontstaat er tussendoor een nieuwe belangrijke financiële belang? Dan meld je dit ook.

Je geeft in ieder geval:

  • een omschrijving van de financiële belangen of de manier waarop je betrokken bent bij een bedrijf;

  • het bedrijf door waarin de financiële belangen liggen;

  • door wat jouw inkomsten uit het bedrijf zijn.

Je meldt ook bezit van gebouwen en/of grond in de gemeente.

Je meldt dit bij de gemeentesecretaris.

Je eigen woning hoef je niet te melden.

Je geeft in ieder geval:

  • een omschrijving van het gebouw en/of de grond;

  • de omvang door;

  • de waarde ervan door.

  • De gemeentesecretaris is verantwoordelijk voor de registers.

    De gemeentesecretaris zorgt voor een actueel register met financiële belangen van burgemeester en wethouders. Dit register is niet openbaar.

Regel 2.8

De burgemeester en de wethouders handelen in de uitoefening van hun ambt niet zodanig dat zij vooruitlopen op een functie na aftreden. Een wethouder bespreekt het voornemen tot tussentijdse aanvaarding van een functie na aftreden met de burgemeester.

Een burgemeester bespreekt de tussentijdse aanvaarding van een functie met de commissaris van de Koning, de commissaris van de Koning.

Regel 2.9

Oud-burgemeesters en -wethouders mogen het jaar na hun tijd als burgemeester of wethouder geen betaald werk doen voor de gemeente. Een uitzondering op deze regel is het raadslidmaatschap. Oud-burgemeesters en -wethouders mogen nog wel lid worden van de raad.

Regel 2.10

Burgemeester en wethouders vragen meerdere offertes aan als bij een offerteaanvraag ook oud-bestuurders en bevriende relaties zijn betrokken.

Regel 2.11

Burgemeester en wethouders stellen een afwegingskader op voor selectie en benoemingen van externen en informeren raad regelmatig over de toepassing in de praktijk.

Deze regel is vooral bedoeld voor oud- bestuurders die een eigen bedrijf hebben of ZZP’er zijn.

Zij voeren dan opdrachten uit volgens een contract.

Oud-bestuurders kunnen een oneerlijke voorsprong hebben op andere bedrijven en ZZP’ers.

Zij hebben soms namelijk een informatievoorsprong. Burgemeester en wethouders krijgen veel informatie terwijl ze voor de gemeente werken. Bijvoorbeeld over de gemeente zelf en over ontwikkelingen die belangrijk zijn voor de gemeente. Daardoor kan het lijken alsof zij hun bestuurswerk gebruikten om na die periode opdrachten van de gemeente te krijgen.

Een bedrijf kan een bestuurder beïnvloeden door een goede baan te beloven.

En een bedrijf hoeft dat niet expliciet uit te spreken. De verwachting is soms al genoeg. Neem je een goedbetaalde baan aan na je tijd als bestuurder? Houd dan rekening met hoe dit op inwoners overkomt. Vermijd zoveel mogelijk de schijn van belangenverstrengeling. Zoals je ook al las in regel 2.1.

Regel 2.12

Het college van burgemeester en wethouders draagt de burgemeester en een wethouder niet eerder dan een jaar na aftreden voor als kandidaat voor benoeming tot commissaris dan wel bestuurslid van een verbonden partij. Onder verbonden partij wordt verstaan hetgeen hieronder wordt verstaan in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten en in artikel 4.1 van het Waterschaps- besluit.

Regels over het tegengaan van corruptie

Je leest in dit hoofdstuk hoe we corruptie en de schijn daarvan kunnen tegengaan. Corruptie betekent dat je je macht misbruikt om daar zelf voordeel mee te doen. Corruptie kan ook omkoping betekenen. Je krijgt als burgemeester of wethouder regelmatig een cadeau of uitnodiging. En je geeft ze ook regelmatig. Het is belangrijk dat je hier open over bent. En dat er geen afhankelijkheid ontstaat. Of lijkt te ontstaan. Corruptie is namelijk verboden volgens het wetboek van Strafrecht.

REGELS OVER HET AANNEMEN EN GEVEN VAN CADEAUS.

Regel 3

Je laat je invloed en stem niet kopen of beïnvloeden door cadeaus die je hebt gekregen. Of door cadeaus die iemand jou heeft beloofd.

Regel 3.1

Je gaat actief en uit jezelf corruptie en de schijn daarvan tegen. We leggen het woord ‘cadeaus’ ruim uit. Het gaat over geld, spullen en diensten. Maar ook over uitnodigingen voor evenementen en aangeboden voorzieningen. Bijvoorbeeld voordelen, voorrang krijgen of gratis diensten van bedrijven. Je mag geen cadeaus aannemen of geven, of beloften doen in ruil voor een cadeau of dienst. Het gaat niet alleen om voordelen voor jezelf. Zoals een goedkope verbouwing. Maar ook om bijvoorbeeld een bedrag voor jouw politieke partij. Om daarmee een aantrekkelijke beslissing vanuit de overheid aan te moedigen. Je hebt in de ambtseed of -belofte namelijk beloofd dat je aan niemand iets geeft of belooft om benoemd te worden. En dat je ook in de toekomst geen cadeaus aanneemt of beloften doet in ruil voor iets.

Regel 3.2

Geef je als burgemeester of wethouder een cadeau dat de gemeente betaalt? Dan doe je dat altijd namens de gemeente. Je doet dat niet namens jezelf, op persoonlijke titel. Je geeft cadeaus namens de gemeente volgens een aantal afspraken. We houden een administratie bij van de cadeaus die we geven. Bij grotere cadeaus nemen we hierover een besluit in het bestuur. Het is namelijk belangrijk dat we goed nadenken over de reden voor een groter cadeau.

Regel 3.3

Je neemt geen cadeaus aan die iemand jou door of om jouw functie aanbiedt. Je neemt alleen cadeaus aan als je daar een goede reden voor hebt. Bijvoorbeeld in deze situaties:

a. Je zou degene die het cadeau aanbiedt heel erg kwetsen als je het cadeau niet aanneemt, teruggeeft of terugstuurt. Of je zou degene die het cadeau aanbiedt er een heel ongemakkelijk, beschaamd of onzeker gevoel door geven.

b. Het cadeau niet aannemen, teruggeven of terugsturen is in de praktijk bijna onmogelijk.

c. Het gaat om een klein cadeau dat je niet regelmatig krijgt, met een geschatte waarde van minder dan € 50,-. Zoals een bos bloemen, of een fles wijn. Het is daarbij belangrijk dat de schijn van corruptie minimaal is.

Regel 3.4

Meld het aan de gemeentesecretaris als je cadeaus niet hebt teruggegeven of teruggestuurd zoals staat in regel 3.3. De gemeentesecretaris zorgt er dan voor dat de cadeaus alsnog worden teruggestuurd. Of de cadeaus worden bezit van de gemeente. De gemeentesecretaris zorgt voor de registratie van cadeaus en hun doel voor de gemeente.

Deze regel en regel 3.2 gelden niet als het gaat om een klein cadeau zoals je leest in regel 3.3c.

De burgemeester of wethouders ontvangen geen geschenken op het woon/huisadres.

REGELS OVER HET AANNEMEN VAN DIENSTEN EN AANGEBODEN VOORZIENINGEN.

Regel 3.5

Je neemt geen diensten en aangeboden voorzieningen aan die iemand jou door of om jouw functie aanbiedt. Behalve als:

a. het werk dat je doet als burgemeester of wethouder onmogelijk wordt als je de dienst of aangeboden voorziening niet aanneemt;

b. en de schijn van corruptie door het accepteren van de dienst of aangeboden voorziening minimaal is.

Regel 3.6

Je gebruikt diensten en aangeboden voorzieningen die iemand jou door of om jouw functie aanbiedt niet voor je privédoelen.

Je kunt beïnvloed raken door diensten en aangeboden voorzieningen aan te nemen.

Bijvoorbeeld doordat je afhankelijk wordt van degene die jou een dienst of voorziening aanbiedt. Of doordat je dankbaar bent voor de dienst of voorziening. Dat zorgt er misschien voor dat je geen zuiver besluit neemt. Je bent dan gecorrumpeerd.

Het aannemen van diensten en aangeboden voorzieningen geeft de schijn van corruptie.

Ook dat wil je zoveel mogelijk voorkomen. Dit kan namelijk zorgen voor schade aan je goede naam. Of de goede naam van je partij.

Regels over het aannemen van uitnodigingen.

Je accepteert lunches, diners, recepties en uitnodigingen voor andere evenementen die iemand anders betaalt of organiseert alleen als:

  • dat hoort bij je werk als bestuurder;

  • de schijn van corruptie minimaal is;

  • en jouw aanwezigheid een functie heeft, bijvoorbeeld omdat je taken hebt tijdens het evenement;

  • jij de gemeente officieel vertegenwoordigt;

  • in de uitnodiging staat waarom jouw aanwezigheid belangrijk is.

Verder vermijd je lunches, diners, recepties en andere evenementen die een ander betaalt. Zo ga je actief en uit jezelf corruptie en de schijn daarvan tegen. Dat staat in regel 3.1

REGELS OVER HET DOEN VAN WERKBEZOEKEN EN BUITENLANDSE REIZEN.

Regel 3.8

Je accepteert werkbezoeken waarvan iemand anders de reis- en verblijfskosten betaalt alleen in zeldzame situaties. Namelijk als het werkbezoek duidelijk belangrijk is voor de gemeente. En als de schijn van corruptie minimaal is.

Een uitnodiging voor zo’n werkbezoek bespreek je eerst.

Als burgemeester of wethouder bespreek je dit in het college.

Van zo’n werkbezoek doe je achteraf altijd verslag.

Als burgemeester of wethouder doe je dit aan het college.

Regel 3.9

Heb je een excursie gedaan of een evenement bezocht die iemand anders dan de gemeente heeft betaald? Dan maak je dit binnen twee maanden na de excursie of het evenement bekend. Je vermeldt daarbij in ieder geval wie deze kosten heeft betaald.

Deze regel geldt niet voor bezoek aan locaties van de Europese Commissie in Brussel.

Krijg je daar een uitnodiging voor? En betaalt iemand anders dan de gemeente daarvoor? Dan mag je daar gewoon heen.

Regel 3.10

Je meldt buitenlandse reizen waarvoor iemand anders je heeft uitgenodigd bij de gemeentesecretaris. Je geeft in ieder geval de volgende punten van de buitenlandse reis door:

  • het doel

  • de bestemming

  • de periode

  • de kosten

De gemeentesecretaris maakt en onderhoudt hiervoor een register.

Het register is openbaar en via het internet beschikbaar.

Regels over het omgaan met informatie

Je leest in dit hoofdstuk hoe je omgaat met informatie. Verder staan in dit

hoofdstuk regels over:

  • het gebruik van niet-openbare informatie terwijl dat niet mag;

  • vertrouwelijkheid;

  • het gebruik van e-mail, internet en sociale media;

  • hoe je omgaat met geheime en vertrouwelijke informatie.

  • Hoe we de verspreiding van desinformatie samen tegen kunnen gaan.

Bij geheime informatie gaat het om informatie die bijna niemand mag weten.

Wordt die informatie bekend? Dan kan dat voor grote problemen zorgen. Bijvoorbeeld voor de veiligheid van de samenleving. Een bestuursorgaan bepaalt wanneer informatie geheim is. Je houdt die informatie daarom geheim, totdat het bestuursorgaan de geheimhouding terugtrekt. Op die manier houd je je ook aan de Gemeentewet en de Wet open overheid (Woo).

Bij vertrouwelijke informatie gaat het om informatie die niet voor iedereen bedoeld is.

Hiervoor zijn de regels minder streng dan voor geheime informatie. Deze informatie mag je delen met mensen die het nodig hebben om hun werk te doen.

Het is belangrijk dat je op een goede manier met informatie omgaat.

Zo houd je de betrouwbaarheid van jezelf en de gemeente veilig.

Regel 4.

De raad zorgt ervoor dat het college de raad goed laat weten wat de ontwikkelingen zijn. Het college en de burgemeester geven de raad zoveel als mogelijk informatie die de raad nodig heeft om zijn taak goed te doen. Dit wordt ook wel de actieve en passieve informatieplicht genoemd.

Regel 4.1

Je probeert zo open mogelijk te zijn over de redenen voor jouw eigen beleid en beslissingen. Je handelt in overeenstemming met de Gemeentewet en met de Woo.

Regel 4.2

Je houdt informatie geheim als je kunt vermoeden dat informatie geheim of vertrouwelijk is. Behalve als je deze informatie volgens de wet moet delen.

De raad, het college en de burgemeester kunnen bepalen dat informatie geheim is.

Dan vergaderen we met gesloten deuren. Dat mag volgens de Gemeentewet.

Je mag niet praten over geheime informatie.

Dat is strafbaar volgens artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht. Bovendien houd je je dan niet aan deze regel van de gedragscode. Ook is artikel 2.5 Algemene Wet Bestuursrecht van invloed.

Regel 4.3

Je gaat voorzichtig en goed om met informatie die je door je functie hebt. Je zorgt er ook voor dat je vertrouwelijke en geheime informatie veilig bewaart.

Regel 4.4

Je gebruikt informatie niet voor jezelf of voor iemand anders als:

  • je de informatie hebt door je functie;

  • en de informatie (nog) niet openbaar is.

Regel 4.5

Je gaat voorzichtig en goed om met e-mails en brieven van inwoners en bedrijven. Dat betekent ook dat je een e-mail of brief niet zomaar doorstuurt. Dat mag namelijk niet volgens de Algemene Verordening gegevensbescherming (AVG). Twijfel je over het doel van de verzender? Dan vraag je daar eerst naar.

JE VERSPREIDT GEEN DESINFORMATIE.

Regel 4.6

Je hebt de taak om eerlijk, duidelijk en verantwoordelijk met informatie om te gaan. Je gaat actief misleidende informatie tegen. Je vermijdt bewust het verspreiden van onjuiste informatie en bent altijd open over je bronnen. Je spreekt anderen hier ook op aan als je constateert of denkt dat informatie onjuist is of de bronnen onduidelijk zijn. Je bent je ervan bewust dat uitlatingen in het openbaar, binnen en buiten de gemeente en via diverse (sociale) media bijdragen aan het beeld dat ontstaat van het college en van de gemeente in het algemeen. Je hebt de taak om informatie te controleren voordat je deze verspreidt.

Regels over het gebruik van bedrijfsmiddelen

Je leest in dit hoofdstuk hoe je omgaat met bedrijfsmiddelen. Dat zijn alle voorzieningen van de gemeente die je voor je werk mag gebruiken. Daarnaast maak je kosten voor je ambt als burgemeester of wethouder. De hoogte van de vergoedingen voor die kosten zijn vastgelegd. Je ontvangt alleen vergoedingen die je volgens de wet en beleid en regels mag krijgen. Maak je andere kosten? Dan betaal je die zelf.

Regel 5

Je houdt je aan het beleid over het gebruik van bedrijfsmiddelen en vergoedingen.

Regel 5.1

Je houdt je aan het beleid over het gebruik van gemeenschappelijke bedrijfsmiddelen die de gemeente beschikbaar stelt. Bijvoorbeeld werk- en vergaderruimtes, computers, laptops, tablets, telefoons, enzovoort.

Regel 5.2

Je houdt je aan het beleid over en regels voor onkostenvergoedingen en declaraties. De burgemeester of een wethouder declareert geen kosten die al op andere wijze worden vergoed.

Regel 5.3

Je mag bedrijfsmiddelen van de gemeente niet gebruiken voor jezelf of anderen.

Kosten waar inwoners het niet mee eens zijn, kunnen zorgen voor schade aan je goede naam.

Zorg ervoor dat je alleen kosten maakt die een bijdrage leveren aan je werk voor de samenleving. Dat geldt ook voor spullen en voorzieningen die je gebruikt. Als burgemeester of wethouder letten inwoners goed op je. Ook als het gaat over kosten die je maakt en het gebruiken van bepaalde spullen en voorzieningen.

Regel 5.4

Je mag apparaten zoals een tablet wel voor jezelf gebruiken. De mobiele apparaten en abonnement zijn van de organisatie en bedoeld voor zakelijk gebruik in redelijke mate. Deze regel is daarmee een uitzondering op regel 5.3.

Regels over het volgen van de gedragscode

Je leest in dit hoofdstuk hoe we er samen voor zorgen dat de burgemeester en wethouders zich aan deze gedragscode houden. Iedereen is daarvoor verantwoordelijk, niet alleen de burgemeester of wethouders zelf. Het is belangrijk dat je je aan de gedragscode houdt. In deze gedragscode staan namelijk regels die uit de wet volgen. Houd je je aan deze regels? Dan voldoe je aan de minimale norm voor burgemeesters en wethouders. Houd je je er niet aan? Dan breng je de eerlijkheid en betrouwbaarheid van de politiek in gevaar.

Regel 6

De raad stelt de gedragscode voor politieke ambtsdragers elke nieuwe bestuursperiode opnieuw vast.

Regel 6.1

Je zorgt ervoor dat jij en anderen zich aan de gedragscode houden. Zo zorgen we er samen voor dat politieke ambtsdragers zich aan de gedragscode houden:

  • We bespreken lastige problemen en vragen die te maken hebben met eerlijkheid en betrouwbaarheid.

  • We melden vermoedens van een politieke ambtsdrager die zich niet aan de gedragscode houden.

  • We onderzoeken politieke ambtsdragers waarvan we vermoeden dat die zich niet aan de gedragscode houden.

Het is bij elke stap belangrijk om onpartijdig en zorgvuldig te zijn.

En we zorgen ervoor dat we vermoedens nog niet direct openbaar bekendmaken op een eerlijke voor zorgen politieke ambtsdragers zich aan de gedragscode houden.

We letten op elkaar en helpen elkaar daarbij.

De burgemeester bewaakt de bestuurlijke integriteit van de gemeente. Dat staat in artikel 170 van de Gemeentewet. De gemeentesecretaris, de griffier en de integriteitscommissie helpen de burgemeester hierbij.

REGELS OVER HET GESPREK OVER DE GEDRAGSCODE VOEREN.

Regel 6.2

Je bespreekt vragen, problemen en twijfels over de gedragscode. En je bespreekt het als jij of anderen zich niet aan de gedragscode houden. Twijfel je of iets in strijd is met de gedragscode? Vraag dan de burgemeester of de gemeentesecretaris om advies.

Je gaat met de burgemeester in gesprek als de gedragscode niet duidelijk is. Of als een afspraak niet voldoende is beschreven. Als het kan en nodig is, stel je zelf een verandering aan de gedragscode voor. Zo zorg je er samen met andere bestuurders voor dat iedereen de gedragscode op dezelfde manier opvat. Je vindt meer informatie in het protocol voor de omgang met (vermoedens van) integriteitsschendingen. Pak dit document erbij als je vragen hebt over het bespreken en melden van politieke ambtsdragers die zich niet aan de gedragscode houden.

Regel 6.3

Vermoed je dat een ander politieke ambtsdrager zich niet aan de gedragscode houdt? Dan ben je verplicht om dit te melden. Dat staat in het protocol voor de omgang met (vermoedens van) integriteitsschendingen. Je spreekt andere bestuurders aan op hun eerlijkheid en betrouwbaarheid.

En jij accepteert het als zij jou aanspreken op jouw eerlijkheid en betrouwbaarheid. Je kunt deze gedragscode gebruiken als hulpmiddel bij het gesprek.

Het is belangrijk dat we met elkaar in gesprek blijven.

Bijvoorbeeld over problemen en vragen die te maken hebben met eerlijkheid en betrouwbaarheid. En om met elkaar te onderzoeken welk gedrag voor bestuurders acceptabel is. Dat geldt voor allerlei onderwerpen. Of die nou in deze gedragscode staan, of niet.

Je beantwoordt vragen over je eerlijkheid en betrouwbaarheid op een eerlijke en open manier.

Dat doe je op een manier die bij de situatie past. Je gedrag kan namelijk zorgen voor vragen over je eerlijkheid en betrouwbaarheid. Ook al hebben we afspraken gemaakt over eerlijk en betrouwbaar gedrag.

Regel 6.4

Is er een duidelijk vermoeden dat een bestuurder zich niet aan de gedragscode heeft gehouden? Dan wordt het protocol voor de omgang met (vermoedens van) integriteitsschendingen actief.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door de raad der gemeente Kerkrade in zijn openbare vergadering d.d. 26 maart 2025.

De voorzitter van de raad, de griffier

dr. T.P. Dassen-Housen mr. drs. D.G.M.G. Franssen

Bijlage relevante wetsartikelen

Artikel 15:

1) Een lid van de raad mag niet:

a) als advocaat of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de gemeente of het gemeentebestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur;

b) als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur;

c) als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met de gemeente aangaan van:

1e. overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d;

2e. overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan de gemeente;

d) rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende:

1e. het aannemen van werk ten behoeve van de gemeente;

2e. het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente;

3e. het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan de gemeente;

4e. het verhuren van roerende zaken aan de gemeente;

5e. het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de gemeente;

6e. het van de gemeente onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen;

7e. het onderhands huren of pachten van de gemeente.

2) Van het eerste lid, aanhef en onder d, kunnen gedeputeerde staten ontheffing verlenen.

3) De raad stelt voor zijn leden een gedragscode

vast.

Artikel 36

  • 1.

    Een wethouder is niet tevens:

    a) minister;

    b) staatssecretaris;

    c) lid van de Raad van State;

    d) lid van de Algemene Rekenkamer;

    e) Nationale ombudsman;

    f) substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman;

    g) commissaris van de Koning;

    h) gedeputeerde;

    i) secretaris van de provincie;

    j) griffier van de provincie;

    k) lid van de rekenkamer van de provincie;

    l) lid van de raad van een gemeente;

    m) burgemeester;

    n) lid van de rekenkamer;

    o) ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid;

    p) ambtenaar, in dienst van die gemeente of uit anderen hoofde aan het gemeentebestuur ondergeschikt;

    q) ambtenaar, in dienst van de Staat of de provincie, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op de gemeente;

    r) functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel van bestuur het gemeentebestuur van advies dient.

  • 2) In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder l, kan een wethouder tevens lid zijn van de raad van de gemeente waar hij wethouder is gedurende het tijdvak dat:

    a) aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de raad en eindigt op het tijdstip waarop de wethouders ingevolge artikel 42, eerste lid, aftreden, of

    b) aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot wethouder en eindigt op het tijdstip waarop de goedkeuring van de geloofsbrief van zijn opvolger als lid van de raad onherroepelijk is geworden of waarop het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden benoemd. Hij wordt geacht ontslag te nemen als lid van de raad met ingang van het tijdstip waarop hij zijn benoeming tot wethouder aanvaardt. Artikel X 6 van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing.

    3) In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder p, kan een wethouder tevens zijn:

    a) ambtenaar van de burgerlijke stand;

    b) vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht.

  • Artikel 41c:

  • 1) Artikel 15, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de wethouders.

  • 2) De raad stelt voor de wethouders een gedragscode vast.

  • Artikel 68:

  • 1) De burgemeester is niet tevens:

  • a) minister;

  • b) staatssecretaris;

  • c) lid van de Raad van State;

  • d) lid van de Algemene Rekenkamer;

  • e) Nationale ombudsman;

  • f) substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman;

  • g) commissaris van de Koning;

  • h) gedeputeerde;

  • i) secretaris van de provincie;

  • j) griffier van de provincie;

  • k) lid van de rekenkamer van de provincie;

  • l) lid van de raad van een gemeente;

  • m) wethouder;

  • n) lid van de rekenkamer;

  • o) ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid;

  • p) ambtenaar of ambtenaar van politie, in dienst van die gemeente of uit anderen hoofde daaraan ondergeschikt;

    q) ambtenaar, in dienst van de Staat of de provincie, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op de gemeente;

  • r) functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel van bestuur het gemeentebestuur van advies dient.

  • 2) In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder p, kan een burgemeester tevens ambtenaar van de burgerlijke stand zijn.

  • Artikel 69:

  • 1) Artikel 15, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de burgemeester met dien verstande dat de ontheffing, bedoeld in het tweede lid van dat artikel, wordt verleend door de commissaris van de Koning.

  • 2) De raad stelt voor de burgemeester een gedragscode vast.

  • Artikel 170:

  • 1) De burgemeester ziet toe op:

  • a) een tijdige voorbereiding, vaststelling en uitvoering van het gemeentelijk beleid en van de daaruit voortvloeiende besluiten, alsmede op een goede afstemming tussen degenen die bij die voorbereiding, vaststelling en uitvoering zijn betrokken;

  • b) een goede samenwerking van de gemeente met andere gemeenten en andere overheden;

  • c) de kwaliteit van procedures op het vlak van burgerparticipatie;

  • d) een zorgvuldige behandeling van bezwaarschriften;

  • e) een zorgvuldige behandeling van klachten door het gemeentebestuur.

  • 2) De burgemeester bevordert de bestuurlijke integriteit van de gemeente.

  • 3) De burgemeester bevordert overigens een goede behartiging van de gemeentelijke aangelegenheden.

  • Artikel 272 wetboek strafrecht

  • 1. Hij die enig geheim waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat hij uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift dan wel van vroeger ambt of beroep verplicht is het te bewaren, opzettelijk schendt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie.

  • 2. Indien dit misdrijf tegen een bepaald persoon gepleegd is, wordt het slechts vervolgd op diens klacht.

Praktijkvoorbeelden

HOOFDSTUK 1

Regels over het omgaan met elkaar

Voorbeeld 1

Op de Nieuwjaarsborrel zijn twee raadsleden in gesprek. Het gesprek verandert gaandeweg in een discussie. Die loopt, naarmate de avond vordert en de wijn vloeit, uit de hand. Op een bepaald moment horen de andere aanwezigen het ene raadslid tegen het andere schreeuwen: ‘Die commissie loopt totaal niet en dat is jouw schuld! Je bent de slechtste voorzitter die onze raad ooit gekend heeft, dat vindt iedereen. Ik zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat je niet herkozen wordt!’ Is dit aanvaardbaar gedrag?

Antwoord

Nee, dit gedrag is niet aanvaardbaar en een overtreding van artikel 1.3 van de gedragscode. Een collega-raadslid op deze manier in het openbaar tot de orde roepen is niet correct. Het feit dat ook anderen horen wat het raadslid zegt, is hierbij mede van belang.

Voorbeeld 2

Een raadslid uit de oppositie maakt het leven van de wethouder al geruime tijd zuur. De persoon in kwestie heeft zich als een pitbull vastgebeten in een aantal dossiers en schuwt de harde confrontatie niet. Daarbij verwijt hij de wethouder regelmatig van niet integer gedrag. Als de wethouder op een maandagochtend de lokale krant openslaat ziet hij/zij op pagina 4 in grote letters geschreven dat het raadslid in kwestie aan vriendjespolitiek zou doen.

De wethouder pakt de telefoon erbij en schrijft op social media: ‘Oh ironie! Het kan ook niet anders dat zo’n schreeuwer zelf niet zuiver op de graat is!’ Is dit aanvaardbaar gedrag?

Antwoord

Nee, dit is geen aanvaardbaar gedrag. Regel 1.1 vraagt van de wethouder om op een goede manier met je collega’s in de politiek om te gaan. Deze manier van handelen schaadt niet alleen de persoon van het raadslid aar ook het vertrouwen in de lokale politiek. Mocht de wethouder werkelijk twijfelen aan de integriteit van het raadslid dan dient hij/zij de afgesproken route te bewandelen om een melding te doen van een vermoeden van een schending.

HOOFDSTUK 2 Regels over het tegengaan van belangenverstrengeling

Voorbeeld 1:

De wethouder is voorzitter van de vereniging van huiseigenaren van het appartement waar de wethouder zelf woont. Mag de wethouder zijn/haar ambt combineren met dit voorzitterschap?

Antwoord:

Artikel 68 van de Gemeentewet verbiedt de combinatie van deze functies niet. Regel 2.4 van de gedragscode wordt dus niet overtreden door het combineren van deze functies. De nevenfunctie moet wel worden gemeld. (zie regel 2.5) en de gemeentesecretaris moet zorgdragen voor bekendmakingen. Let op: de wethouder moet al zijn/ haar nevenfuncties melden. Bij het aannemen van een nieuwe functie of een benoeming meldt hij dit direct bij de gemeentesecretaris.

Variant 1:

Een wethouder bereidt een bestemmingswijziging voor die een gebied betreft waar het appartement ligt waar de wethouder woont.

a. Mag de wethouder bij die besprekingen betrokken zijn?

Antwoord:

Ja. In de voorgestelde bestemmingswijziging worden beslissingen voorgelegd die het gehele gebied betreffen en niet specifiek het appartement van de wethouder. Er treedt geen verstrengeling van belangen op als de wethouder mee doet aan de bespreking in de staf.

b. Mag de wethouder deelnemen aan de besluitvorming in het college?

Antwoord:

Ja, dat mag. Er vindt geen verstrengeling van de belangen plaats dus kan de wethouder deelnemen aan de besluitvorming in het college.

c. Mag de wethouder het stuk zelf inbrengen in de raad?

Antwoord:

Ja, dat mag. Er vindt geen verstrengeling van de belangen plaats dus kan de wethouder het stuk zelf inbrengen in de raad.

HOOFDSTUK 3 Regels over het tegengaan van corruptie

Voorbeeld 1:

De wethouder krijgt van een theater uit de gemeente een gratis jaarkaart voor alle voorstellingen aangeboden. Mag deze kaart worden geaccepteerd?

Antwoord

Nee, het aannemen van de kaart, is een overtreding van regel 3.3 van de gedragscode. Een dergelijke kaart is een gericht geschenk voor de politieke ambtsdrager van de gemeente.

Voorbeeld 2:

Het college van B&W nodigt zijn relaties uit voor het bijwonen van een optreden van bekende artiesten tijdens het Stadsfestival. Daartoe zal het college zijn gasten ontvangen in een apart vak van de gemeente vlak bij het podium. Is dit een overtreding van regels 3.1 en/of 3.2 van de gedragscode?

Antwoord

Nee, dit is geen overtreding van de gedragscode. Het is voor de burgers noodzakelijk dat het college van B&W zijn netwerk onderhoudt. Het college zal in het kader hiervan op gezette tijden zelf initiatieven ontplooien. Het organiseren van bijeenkomstenter representatie van de stad is geen handeling die de schijn van) corruptie oproept, in tegenstelling tot het accepteren van een uitnodiging. Wel dient zeker gesteld te worden dat de kosten (moreel) te verantwoorden zijn en dat tijdens het netwerken zelf geen valse verwachtingen worden gewekt of onrechtmatige beloften worden gedaan.

HOOFDSTUK 4 Regels over het omgaan met informatie

Voorbeeld 1:

Het college en de raad hebben het voornemen om de bestemming van een gebied te wijzigen zodat het mogelijk wordt om in dat gebied huizen te bouwen. Verschillende commerciële partijen en andere belanghebbenden hebben hier een stevige lobby voor gevoerd en zijn verheugd dat de raad het serieus in overweging neemt. Het college heeft besloten het dossier geheim te verklaren. Er wordt in de pers echter regelmatig over het dossier geschreven. Vaak zit men er maar weinig naast, wat er op duidt dat er wellicht door een of meerdere wethouders en/of raadsleden gepraat wordt met journalisten. De wethouder is van mening dat het geheim behandelen van deze kwestie niet langer opportuun is. ‘Alles ligt toch al op straat’. Mag de wethouder ingaan op het verzoek van een journalist om over het dossier te spreken?

Antwoord:

Nee, het spreken met anderen over deze kwestie is een overtreding van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht (lekken van geheime informatie) en van regel 4.3 van de gedragscode.

Zodra informatie geheim ter beschikking is gesteld aan de gemeenteraad, is de gemeenteraad exclusief bevoegd de geheimhouding op te heffen. Zolang dat niet is gebeurd, ook al is de meeste informatie in de krant verschenen, is het spreken over de kwestie een schending van de geheimhoudingsplicht.

Voorbeeld 2

De wethouder stuurt het volgende bericht op social media: ‘@toneelgroepdeblauwemaandag Ik zit hier in een besloten vergadering over de toekenning van subsidies. Het is spannend. #bezuinigenaltijdmoeilijk…’ Mag de wethouder dit doen?

Antwoord

Nee dit mag de wethouder niet doen. Op hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering rust geheimhouding. Een twitterbericht (nu X) als dit is dus een overtreding van regel 4.3 van de gedragscode.

Voorbeeld 3

Het is nog niet bekend gemaakt wanneer de inschrijving voor de nieuwe huizen in een net ontwikkeld gebied van start zal gaan. De wethouder schat in dat met een beetje goede wil van politiek en ambtenarij de inschrijving waarschijnlijk midden in de zomer zal plaatsvinden. De zus van de wethouder wil graag wonen in dat gebied. Mag de wethouder haar waarschuwen niet in die periode op zomervakantie te gaan, zodat zij zich als eerste kan inschrijven?

Antwoord

Nee, het waarschuwen van de zus is een overtreding van regel 4.4 van de gedragscode. De inschatting over de inschrijving kan alleen worden gemaakt door een persoon met voorkennis. De wethouder beschikt over informatie die andere burgers niet hebben. Deze informatievoorsprong gebruiken in het voordeel van een familielid is een overtreding van de gedragscode en mogelijk een verstrengeling van belangen.

Voorbeeld 4

In een overleg met ambtenaren wordt de wethouder geïnformeerd over een complexe casus van een bijstandsgerechtigde die met de gemeente in aanvaring is gekomen over de sollicitatieplicht. De privacyregels waar ambtenaren aan gebonden zijn, gelden voor de wethouder niet. Nu wil de wethouder over de kwestie sparren met een ambtsgenoot uit een andere gemeente. Mag de wethouder daarbij details delen over de aard van de klacht van de uitkeringsgerechtigde.

Antwoord

Nee, persoonsgebonden details mogen niet worden gedeeld. Regel 4.3 van de code verplicht de wethouder tot geheimhouding van dergelijke gegevens. Een gedachtewisseling op hoofdlijnen, over hypothetische dan wel geanonimiseerde cases, is uiteraard wel toegestaan. De wethouder zou in dit geval ook toestemming kunnen vragen aan de burger of het akkoord is dat hij/zij persoonsgegevens deelt.

HOOFDSTUK 5: Regels over het gebruik van bedrijfsmiddelen

Voorbeeld 1

De wethouder heeft een nevenfunctie als lid van een universitaire adviesraad voor technologieontwikkeling. De vergaderingen van deze adviesraad vinden plaats ver buiten de gemeente. Mag de wethouder een dienstauto gebruiken om naar de vergadering van zijn nevenactiviteit te gaan?

Antwoord

Nee, een dienstauto staat de wethouder ter beschikking voor zijn/ haar ambtswerkzaamheden. Het inzetten van de auto met chauffeur voor nevenwerkzaamheden is in strijd met regel 5.3 van de code. Ook eventueel gemaakte taxikosten ten behoeve van deze nevenactiviteit mag de wethouder niet declareren. De wethouder kan dus het beste gebruik maken van de eigen auto of het openbaar vervoer om naar de vergadering van de adviesraad voor technologieontwikkeling te gaan.

Variant

Alleen de wethouder die Kunst en Cultuur in zijn/haar portefeuille heeft, krijgt de kaart aangeboden. Het is voor deze wethouder goed om te weten hoe het reilt en zeilt bij het theater. Mag deze kaart worden geaccepteerd?

Antwoord

Nee, het aannemen van de kaart is ook nu een overtreding van regel 3.3 van de gedragscode. Het is ‘om te weten hoe het reilt en zeilt’ bij het theater voor deze bestuurder niet noodzakelijk een kaart te hebben en het accepteren van een dergelijke gift roept mogelijk wel de schijn van corruptie op. De wethouder en het college van B&W kan zich op een andere manier op de hoogte stellen omtrent het theater of de theaterbranche, zoals het afleggen van een werkbezoek met een duidelijk werkprogramma. De kaarten dienen dus terug te worden gestuurd conform de gedragscode.

Voorbeeld 2

De gemeente subsidieert een jaarlijks wielerevenement vanwege haar doelstelling om een sportieve gemeente te zijn en zoveel mogelijk burgers in beweging te krijgen en in aanraking te laten komen met deze populaire sport.

Het college vraagt aan de organisatie dertig vrijkaarten voor college- en raadsleden. Zij kunnen dan als ambassadeur van de gemeente aanwezig zijn. Mag dit?

Antwoord

Nee, dit zou het college niet moeten doen. In feite wordt er een geschenk gevraagd. Voor de organisatie is het moeilijk om nee te zeggen. Een dergelijk verzoek kan worden beschouwd als een oneigenlijke subsidie-eis. Verder is het doel van de subsidie niet het zichtbaar maken van de gemeente. Dit laatste zou in relatie tot dit evenement ook bereikt kunnen worden door de burgemeester een wethouder bij de opening een rol te laten vervullen. Een andere mogelijkheid is dat de gemeente voor raads- en collegeleden –los van de subsidieverstrekking – een aantal kaartjes aanschaft.

Variant

De organisatie van het wielerevenement biedt de gemeente dertig vrijkaartjes aan voor college- en raadsleden plus partners. Men geeft daarbij aan dat men graag achtergrondinformatie wil geven over de organisatie van het evenement. Daarnaast zal er een rondleiding zijn inclusief uitleg over de veiligheidsaspecten, wegafzettingen, beperking van de geluidsoverlast en de samenwerking met de hulpdiensten. Na afloop van dit informatieve deel mogen de genodigden onder het genot van een hapje en drankje het evenement bijwonen. Mogen de college- en raadsleden ieder een kaartje – eventueel via het college – aannemen?

Antwoord

Ja, dat mag. De uitnodiging heeft een duidelijk functioneel karakter; om zich goed te informeren over het evenement kan het noodzakelijk zijn om een en ander in de praktijk te zien. Dat de genodigden een versnapering aangeboden krijgen valt binnen de grenzen van het redelijke. Voor partners geldt dit alles niet. Als zij het evenement willen bijwonen, moeten zij zelf een kaartje kopen. Let op: Het is van belang om te bekijken of het accepteren van giften in professionele zin daadwerkelijk noodzakelijk is en of er geen andere manieren zijn om dit doel te bereiken, zonder dat daarbij de schijn van corruptie ontstaat.

Voorbeeld 3

De wethouder heeft een lezing gegeven op een bewonersbijeenkomst. Na afloop wordt een bos bloemen aangeboden. Mag de wethouder deze aannemen?

Antwoord

Ja, de bos bloemen kan gezien worden als een geschenk dat uit hartelijkheid wordt gegeven waarvan het niet accepteren de gever op dat moment ernstig in verlegenheid zou brengen. Het is bovendien niet het type geschenk dat de schijn van corruptie opwekt. Let op: Situaties als die in voorbeeld 3 komen regelmatig voor. Politieke ambtsdragers staan veel op podia en krijgen vaak als dank bloemen, fotoboeken, boekenbonnen, flessen wijn, pennen, T-shirts en petjes met opdrukken, koffiemokken en andere typen kleine geschenken. In veel van dergelijke situaties is het weigeren (hoewel eigenlijk de bedoeling) praktisch onmogelijk zonder de gever in verlegenheid te brengen.

Voorbeeld 4

Het college krijgt van een bedrijf met veel korting een videoconferencing-systeem aangeboden. Met dit systeem kunnen collegeleden vanaf een andere locatie toch deelnemen aan een overleg. Zo laat het bedrijf zien goede besluitvorming zeer van belang te vinden en te willen ondersteunen. Mag deze faciliteit worden aangenomen?

Antwoord

Nee, het aannemen van het systeem is een overtreding van regel 3.1 van de gedragscode. Doordat het systeem met veel korting wordt aangeboden kan de schijn van mogelijke corruptie ontstaan. Dit dient een wethouder en het college ten alle tijde actief tegen te gaan.

HOOFDSTUK 6: Regels over het volgen v an de gedragscode

Voorbeeld

Tijdens een privé-etentje verneemt de wethouder dat een lid van de oppositie nauwe banden heeft met een lokale ondernemer. Niet toevallig, zo lijkt het, dat precies dit raadslid een amendement indiende op een voorstel tot een verkeersaanpassing in het centrum waarmee deze ondernemer bevoordeeld zou worden. Bij de eerstvolgende collegevergadering legt de wethouder de kwestie voor. Is dit verstandig?

Antwoord

Nee. De keuze van de wethouder om het vermoeden in de collegevergadering in te brengen gaat in tegen het tweede principe: terughoudendheid met publiciteit. Het belang van zorgvuldige procesafspraken ligt mede daarin dat vermeende schenders niet in de publiciteit komen vooraleer vastgesteld is dat er ook werkelijk een schending plaats heeft gevonden. Er is niets gewonnen bij het delen van het vermoeden in het college terwijl er tegelijkertijd een veel hoger risico ontstaat dat het vermoeden in de publiciteit komt.