Regeling vervalt per 31-07-2026

Nadere regels subsidie Tijd voor Toekomst gemeente Midden-Groningen 2025

Geldend van 06-08-2025 t/m 30-07-2026

Intitulé

Nadere regels subsidie Tijd voor Toekomst gemeente Midden-Groningen 2025

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Groningen;

gelet op artikel 3 van de Algemene subsidieverordening gemeente Midden-Groningen 2025;

besluit vast te stellen de Nadere regels subsidie Tijd voor Toekomst gemeente Midden-Groningen 2025.

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a.

    ASV: de Algemene subsidieverordening gemeente Midden-Groningen 2025;

  • b.

    basisschool: een basisschool of een school voor speciaal basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;

  • c.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Groningen;

  • d.

    duurzame gebruiksgoederen: gebruiksgoederen die tijdens het verbruik niet onmiddellijk verloren gaan en voor meerdere activiteiten kunnen worden ingezet;

  • e.

    kansengelijkheid: het beginsel dat iedereen met dezelfde talenten evenveel kans moet hebben op ontwikkeling hiervan onafhankelijk van sekse, maatschappelijke status, sociale achtergrond en afkomst;

  • f.

    kindcentrum: een voorziening voor kinderen van 0 tot 13 jaar waarbinnen minimaal twee basisscholen en een voorziening voor kinderopvang zijn gevestigd en die daarnaast eventueel andere voorzieningen biedt waar deze kinderen kunnen leren, spelen en zich ontwikkelen;

  • g.

    schooljaar: het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaraanvolgend;

  • h.

    kind-ouder-ondersteuner: op kindcentra aanwezige medewerkers van de gemeente Midden-Groningen die laagdrempelige ondersteuning op sociaal-emotioneel gebied bieden aan kinderen en hun ouders;

  • i.

    schoolweging: een onderwijsresultatenmodel van het Centraal Bureau voor de Statistiek. De peildatum is 1 oktober 2021;

  • j.

    verrijkte schooldag: lestijd binnen of buiten de reguliere lesuren van bij voorkeur 2 uur per week per leerling met als doel het verbeteren van:

    • a.

      de fysieke gezondheid van de leerling;

    • b.

      de mentale gezondheid van de leerling;

    • c.

      de executieve functies van de leerling;

    • d.

      de basisvaardigheden van de leerling, en/of:

    • e.

      de zelfbewustwording van de leerling, alsmede het verbeteren van de bewustwording van de leerling voor zijn omgeving en de ander.

Artikel 2. Toepassingsbereik

Het bepaalde in deze subsidieregeling is enkel van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.

Artikel 3. Activiteiten

  • 1.

    Subsidie kan uitsluitend worden verleend voor de verrijkte schooldag waarbij minimaal twee doelen als genoemd in artikel 1, aanhef en onderdeel j worden nagestreefd en de activiteiten een bijdrage leveren aan het vergroten van kansengelijkheid voor kinderen.

  • 2.

    Subsidiabele activiteiten als bedoeld in het eerste lid worden gecategoriseerd in:

    • a.

      activiteiten die primair zijn gericht op verrijking van de schooldag;

    • b.

      activiteiten die primair gericht zijn op vergroten van de samenwerking tussen school, zorg/welzijn en gezin/wijk;

    • c.

      inzet van een schoolcoördinator voor het uitvoeren van de activiteiten zoals vermeld in onderdelen a en b.

Artikel 4. Doelgroep

  • 1.

    Uitsluitend basisscholen kunnen subsidie aanvragen voor activiteiten als bedoeld in artikel 3. Een aanvraag kan betrekking hebben op een samenwerking met een partner in een kindcentrum die geen basisschool is. De basisschool die de subsidie aanvraagt blijft penvoerder en is verantwoordelijk voor de juiste besteding van de subsidie.

  • 2.

    Basisscholen met een schoolweging van minder dan 31,00 komen niet in aanmerking voor een subsidie als bedoeld in artikel 6, eerste lid. Deze basisscholen kunnen wel samen met samenwerkingspartners in aanmerking komen voor een subsidie als bedoeld in artikel 6, tweede lid. Ook kunnen deze basisscholen penvoerder zijn als bedoeld in het eerste lid.

  • 3.

    Een basisschool voor speciaal onderwijs kan in afwijking van het tweede lid subsidie aanvragen zonder dat de schoolweging in overweging wordt genomen.

Artikel 5. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

  • 1.

    Voor subsidie komen de redelijk gemaakte kosten in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 3.

  • 2.

    De volgende kosten zijn niet subsidiabel:

    • a.

      door de gemeente Midden-Groningen opgelegde belastingen of leges;

    • b.

      reguliere ureninzet van leerkrachten of ondersteunend personeel.

  • 3.

    Duurzame gebruiksgoederen worden enkel gesubsidieerd als de aanvrager aannemelijk maakt dat hij deze voor toekomstige activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdelen a en/of b zal gebruiken en de kosten naar het oordeel van het college als redelijk worden beoordeeld.

Artikel 6. Hoogte van de subsidie

  • 1.

    Een subsidie bedraagt per schooljaar per basisschool:

    • a.

      voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdelen a en b ten hoogste:

      • i.

        € 35.000 voor scholen met maximaal 74 leerlingen;

      • ii.

        € 50.000 voor scholen met minimaal 75 en maximaal 150 leerlingen;

      • iii.

        € 65.000 voor scholen met minimaal 151 en maximaal 225 leerlingen;

      • iv.

        € 85.000 voor scholen met minimaal 226 leerlingen;

    • b.

      ten hoogste € 65.000 voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdelen a en b voor scholen voor speciaal basisonderwijs, ongeacht het aantal leerlingen;

    • c.

      ten hoogste € 12.600 voor ureninzet als bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdeel c.

  • 2.

    Als de aanvraag voor subsidie wordt ingediend ten behoeve van minimaal drie samenwerkingspartners binnen een kindcentrum, waarvan minimaal twee samenwerkingspartners basisscholen zijn en minimaal één samenwerkingspartner een organisatie voor kinderopvang, kan de maximale subsidie als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a of b, verhoogd met:

    • a.

      € 6.000 als het totaal aantal leerlingen van alle samenwerkingspartners bij elkaar opgeteld maximaal 199 is;

    • b.

      € 8.000 als het totaal aantal leerlingen van alle samenwerkingspartners bij elkaar opgeteld minimaal 200 en maximaal 300 is;

    • c.

      € 10.000 als het totaal aantal leerlingen van alle samenwerkingspartners bij elkaar opgeteld minimaal 301 is.

  • 3.

    De subsidie bedraagt maximaal het tekort op de begroting voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, tweede lid.

  • 4.

    Indien de aanvrager in het schooljaar waar de aanvraag betrekking op heeft ook een aanvraag bij het Jeugdeducatiefonds indient, dan kan er een bedrag van € 4.500 verminderd op het activiteitenbudget van het desbetreffende schooljaar als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a.

  • 5.

    Indien de aanvrager in het schooljaar waar de aanvraag betrekking op heeft middelen ontvangt uit de koplopersregeling Rijke Schooldag/School en Omgeving van het Ministerie van OCW, worden deze middelen in mindering gebracht op de subsidie van het desbetreffende schooljaar als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel a, tenzij de aanvrager aantoont dat hij aanvullende activiteiten heeft uitgevoerd of zal uitvoeren met deze middelen.

  • 6.

    De bedragen als bedoeld in het eerste, tweede, vierde en vijfde lid gelden voor een geheel schooljaar. Als de aanvraag betrekking heeft op een deel van het schooljaar, wordt de subsidie berekend op basis van de maanden die in het schooljaar resteren.

  • 7.

    In afwijking van het zesde lid wordt de subsidie als bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel c geacht te worden verleend voor een geheel schooljaar, ongeacht of de aanvraag betrekking heeft op een geheel of gedeeltelijk schooljaar.

Artikel 7. Berekening van uren, uniforme kostenbegrippen

  • 1.

    De hoogte van het uurtarief van een schoolcoördinator als bedoeld in artikel 3, tweede lid, aanhef en onderdeel c is gemaximeerd op € 70 (inclusief btw indien van toepassing).

  • 2.

    Als sprake is van de situatie als bedoeld in artikel 6, zesde lid wordt de subsidie berekend op basis van de resterende maanden in het schooljaar. Het subsidiabele deel van het schooljaar bestaat uit tien maanden, exclusief vakanties. Voor de maand augustus is geen subsidie mogelijk, de maanden mei en december worden beschouwd als driekwart maand, de maand juli wordt beschouwd als een halve maand.

Artikel 8. Wijze van verdeling

Verlening van de subsidie vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen. Een subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden.

Artikel 9. Aanvraag

  • 1.

    Een aanvraag geschiedt met een voor Tijd voor Toekomst vastgesteld aanvraagformulier.

  • 2.

    Als sprake is van samenwerking van verschillende partijen binnen een kindcentrum dient één van de aan de samenwerking deelnemende basisscholen de aanvraag in.

  • 3.

    Een aanvraag kan uitsluitend voor het schooljaar 2025-2026 worden ingediend.

  • 4.

    Artikel 6, tweede lid, aanhef en onderdelen d en e en artikel 6, derde lid van de ASV zijn niet van toepassing op deze regeling.

  • 5.

    Een aanvraag bevat een begroting met specificatie van kosten en andere inkomsten voor de activiteiten en uren die zijn omschreven in artikel 3.

  • 6.

    Naast hetgeen genoemd in artikel 6 van de ASV en het derde lid van dit artikel wordt de aanvraag voorzien van:

    • a.

      de hoogte van het te vragen subsidiebedrag;

    • b.

      een plan waaruit het doel en de wenselijkheid blijkt van de activiteit in relatie tot het doel van deze nadere regels zoals verwoord in artikel 3, eerste lid;

    • c.

      een akkoord op medewerking aan evaluatie, effectmeting en kennisdeling.

Artikel 10. Aanvraagtermijn

  • 1.

    Krachtens artikel 7, vierde lid van de ASV wordt een aanvraag om subsidie ingediend voordat de activiteit wordt uitgevoerd.

  • 2.

    Aanvragen die worden ingediend nadat met de activiteit is gestart, worden niet in behandeling genomen.

Artikel 11. Beslistermijn

  • 1.

    Het college besluit conform artikel 8, tweede lid van de ASV op aanvragen voor subsidie.

  • 2.

    Het college neemt een aanvraag die reeds bij inwerkingtreding van deze nadere regels is ingediend en waarop nog niet is beslist in behandeling en beoordeelt de aanvraag op basis van deze nadere regels. Het college spant zich in om uiterlijk 24 juli 2025 een besluit te nemen op deze aanvragen.

  • 3.

    Het college kan eenmalig besluiten tot verlenging van de termijn als bedoeld in het eerste lid met maximaal 4 weken.

  • 4.

    Indien de aanvraag niet compleet is, krijgt de aanvrager een hersteltermijn van twee weken om de aanvraag compleet te maken. Indien de aanvrager dit nalaat, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.

Artikel 12. Aanvullende weigeringsgronden

Overeenkomstig artikel 9, derde lid, aanhef en onderdeel i van de ASV kan subsidieverlening worden geweigerd als:

  • a.

    de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met het algemeen belang of belang van openbare orde, volksgezondheid, veiligheid en milieuhygiëne;

  • b.

    de kosten naar het oordeel van het college niet in verhouding staan met de activiteit;

  • c.

    voor de activiteiten als bedoeld in artikel 3 reeds een subsidie is verstrekt door de gemeente Midden-Groningen.

Artikel 13. Verplichtingen

De verplichtingen als benoemd in artikel 11 van de ASV zijn van overeenkomstige toepassing. Daarnaast is er de verplichting – zie aanvraagformulier – om deel te nemen aan evaluatie, effectmeting en kennisdeling.

Artikel 14. Verantwoording en subsidievaststelling

De verplichtingen als benoemd in artikelen 13, 14 en 15 van de ASV zijn van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de verplichtingen als bedoeld in artikel 15, derde lid, aanhef en onderdelen b, c en d van de ASV. In plaats van deze verplichtingen dient de aanvraag tot subsidievaststelling een overzicht van de uitgevoerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag) te bevatten.

Artikel 15. Bevoorschotting en betaling in gedeelten

De aanvrager ontvangt 50% van de subsidie als voorschot binnen twee weken na subsidieverlening en 50% van de subsidie als voorschot op het moment dat helft van de looptijd van de activiteit is verstreken.

Artikel 16. Slotbepalingen

  • 1.

    Deze nadere regels worden aangehaald als Nadere regels subsidie Tijd voor Toekomst gemeente Midden-Groningen 2025.

  • 2.

    Deze nadere regels treden in werking op de dag na bekendmaking en per die datum worden de Nadere regels subsidie Tijd voor Toekomst gemeente Midden-Groningen 2023 ingetrokken.

  • 3.

    De Nadere regels subsidie Tijd voor Toekomst gemeente Midden-Groningen 2023 blijven van toepassing op subsidies die op basis van deze nadere regels zijn verstrekt.

  • 4.

    Deze nadere regels vervallen op 31 juli 2026, met dien verstande dat ze van toepassing blijven op subsidies die op basis van deze nadere regels zijn verstrekt.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op 15 juli 2025.

Burgemeester

Gemeentesecretaris