Beleidsregels kennismakingsperiode Waterland

Geldend van 29-08-2025 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels kennismakingsperiode Waterland

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland,

overwegende dat het wenselijk is om beleidsregels vast te stellen in verband met het faciliteren van een kennismakingsperiode voor bijstandsgerechtigden;

  • gelet op artikel 4:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);

  • artikel 160 lid 1 onder a van de Gemeentewet;

  • artikel 3 lid 4 van de Participatiewet,

BESLUIT:

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • a.

    Alle begrippen die in deze nadere regels gebruikt worden en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, IOAW, IOAZ en de Algemene wet bestuursrecht (Awb);

  • b.

    Kennismakingsperiode: een periode van maximaal 6 maanden waarin het college bijstandsgerechtigde(n) toestemming geeft om samen te wonen op proef, zoals bedoeld in deze regeling, zonder consequenties voor de uitkering;

  • c.

    Bijstandsgerechtigde: de persoon met een uitkering op grond van de Participatiewet, de IOAW en IOAZ.

Artikel 2 Gezamenlijke huishouding

Van een gezamenlijke huishouding is sprake indien twee personen hun hoofdverblijf in dezelfde woning hebben en zij blijk geven zorg te dragen voor elkaar door middel van het leveren van een bijdrage in de kosten van de huishouding dan wel anderszins.

  • a.

    Hoofdverblijf: bij de vaststelling waar iemand zijn hoofdverblijf heeft is niet de inschrijving in het BRP of het hebben van een (huur)woning op een ander adres dan het adres waar iemand hoofdzakelijk verblijft bepalend, maar de feitelijke situatie.

  • b.

    Zorgdragen voor elkaar door het leveren van een bijdrage in de kosten van het huishouden dan wel anderszins, kan onder andere blijken uit het leveren van een financiële bijdrage in de vaste lasten, de boodschappen en incidentele kosten, dan wel andere wederzijdse zorg.

Artikel 3 Kennismakingsperiode

  • 1. Het college van burgemeester en wethouders kan op aanvraag aan één of aan beide personen die een uitkering op grond van de Participatiewet, IOAW of IOAZ ontvangt of ontvangen maximaal eens in de vijf jaar een kennismakingsperiode toestaan. Indien in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag al een kennismakingsperiode is toegekend, wordt de aanvraag afgewezen.

  • 2. De kennismakingsperiode vangt niet eerder aan dan nadat het college schriftelijk toestemming heeft verleend.

  • 3. De duur van de kennismakingsperiode wordt individueel bepaald en vastgesteld op de periode die nodig wordt geacht om een definitief besluit te kunnen nemen op het samenwonen. Als de periode is vastgesteld op minder dan 6 maanden, dan kan de periode in overleg tussen bijstandsgerechtigde(n) en team Uitvoering worden verlengd tot maximaal 6 maanden in totaal.

  • 4. Gedurende de kennismakingsperiode ontvangt de bijstandsgerechtigde een uitkering naar de norm die de belanghebbende ontving ten tijde van de aanvraag van de kennismakingsperiode, tenzij deze norm wijzigt wegens andere omstandigheden dan het samenwonen op proef.

  • 5. De inlichtingenplicht ligt op de partner die de bijstandsuitkering ontvangt.

Artikel 4 Voorwaarden voor toekenning kennismakingsperiode

  • 1. Beide partners vragen gezamenlijk vooraf in de gemeente waar de bijstandsgerechtigde(n) de uitkering ontvang(en) aan of ze op proef mogen samenwonen, ook als de partner geen uitkering heeft. Wanneer er sprake is van twee partners die ieder een bijstandsuitkering ontvangen in een andere gemeente, dan bestaat het recht op de kennismakingsperiode alleen wanneer beide gemeenten hierin toestemmen en

  • 2. Beide aanvragers houden hun eigen woonadres aan en blijven op dat woonadres ingeschreven staan in BRP, en

  • 3. Een eventuele verhuurder (wooncorporatie) is op de hoogte en akkoord met het tijdelijk niet voltijds bewonen van de woonruimte en

  • 4. Indien één van de partners voor een periode van langer dan 28 dagen ten tijde van de kennismakingsperiode in een inrichting als bedoeld in artikel 1 onderdeel f van de Participatiewet verblijft, eindigt het recht op de kennismakingsperiode. Wanneer de partner niet langer meer in de inrichting verblijft, kan de kennismakingsperiode opnieuw worden aangevraagd. Bij toekenning herleeft het recht op de kennismakingsperiode voor de periode dat van de oorspronkelijk toegekende kennismakingsperiode resteert. Dit geldt ook wanneer één van beide partners langer dan 28 dagen in het buitenland verblijft of is gedetineerd.

Artikel 5 Uitsluitingen

Geen kennismakingsperiode wordt verleend indien:

  • 1.

    Er sprake is van het rechtsvermoeden van een gezamenlijke huishouding, zoals bedoeld in artikel 3 lid 4 Participatiewet en artikel 2 van deze beleidsregels;

  • 2.

    Aanvragers reeds voorbereidingen hebben getroffen voor een huwelijk of geregistreerd partnerschap;

  • 3.

    Eén van de belanghebbenden in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag van de kennismakingsperiode al gebruik heeft gemaakt van de kennismakingsperiode;

  • 4.

    Aanvragers bloedverwanten in de eerste of tweede graad zijn.

Artikel 6 Onvoorziene situaties

In gevallen, waarin deze beleidsregels niet voorzien, beslist het college van burgemeester en wethouders.

Artikel 7 Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking de dag na bekendmaking.

Artikel 8 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: ‘Beleidsregels kennismakingsperiode Waterland’

Ondertekening

Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland, gehouden op 24 juni 2025.

drs. E.G.H. Dijk MPM

gemeentesecretaris/algemeen directeur

drs. M.C. van der Weele

burgemeester