Horeca(sanctie)beleid 2025 Gemeente Nieuwkoop

Geldend van 27-08-2025 t/m heden

Intitulé

Horeca(sanctie)beleid 2025 Gemeente Nieuwkoop

1. INLEIDING

1.1 INTRODUCTIE

Al sinds 2013 is de burgemeester verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van de Alcoholwet (voorheen de Drank- en Horecawet). De Alcoholwet ziet toe op instellingen, inrichtingen en ondernemers die alcohol schenken dan wel verstrekken, zoals: horeca, winkels (supermarkten, groothandels, slijterijen), evenementen en paracommerciële inrichtingen, zoals (sport)verenigingen en gemeenschapshuizen.

In voorliggend Horeca(sanctie)beleid zijn regels opgenomen over de manier waarop wij handhaven bij overtredingen door alcoholverstrekkers. Het gaat om optreden tegen overtreding van de toepasselijke bepalingen uit de Alcoholwet (Aw), de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), de Wet op de Kansspelen (WOK) en van de voorschriften bij vergunningen afgegeven op grond van genoemde regelgeving.

Het doel van ons handhavend optreden is naleving van geldende wet- en regelgeving ter voorkoming van schadelijk alcoholgebruik onder jongeren, van (alcohol gerelateerde) openbare ordeproblemen, zoals overlast, agressie en geweld en van oneerlijke concurrentie voor de commerciële horeca. Bij ons handhavend optreden zoeken we constant naar een passende maatregel die qua zwaarte zo goed mogelijk aansluit bij de aard en de ernst van de geconstateerde overtreding. Daarnaast schept eenduidig beleid duidelijkheid over de maatregel(en) die volgen bij een overtreding, aan iedereen die zich niet aan de alcoholregels houdt, de horecaondernemer meer in het bijzonder.

Voorliggend Horeca(sanctie)beleid is nauw verbonden met het door de raad vastgestelde Preventie- en Handhavingsplan Alcohol 2024 1 . Dit plan richt zich op het verminderen van alcoholgebruik onder jongeren en het bevorderen van naleving van de NIX18-afspraak. Het Horeca(sanctie)beleid ondersteunt deze doelstellingen door duidelijke richtlijnen en sancties te bieden voor alcoholverstrekkers die de geldende wet- en regelgeving overtreden.

1.2 TOEZICHTVORMEN

Door het houden van toezicht kunnen overtredingen aan het licht komen. Tevens gaat er een preventieve werking vanuit, wat het naleefgedrag ten goede komt. Hieronder wordt aangegeven welke vormen van toezicht worden onderscheiden en wat de basiswerkwijze daarbij is. Het gaat hierbij om het observeren, onderzoeken en constateren van het wel of niet voldoen aan wet- en regelgeving.

We onderscheiden twee soorten toezicht; preventief toezicht en repressief toezicht. Preventief toezicht (periodiek en gericht) wordt uitgevoerd zonder dat het concrete vermoeden bestaat dat de regels zijn overtreden. Bij deze vorm van toezicht hebben de toezichthouders ook een voorlichtende en/of adviserende taak.

Repressief toezicht wordt uitgevoerd naar aanleiding van klachten, meldingen, calamiteiten en/of handhavingsverzoeken. Deze kunnen van zowel inwoners als organisaties of overheidsinstanties afkomstig zijn. Repressief toezicht wordt ook uitgevoerd naar aanleiding van spontane eigen waarneming door de gemeentelijke toezichthouder/-handhaver, in situaties waarbij (mogelijk) sprake is van een overtreding van wet- en regelgeving.

Het toezicht (preventief of repressief) kan plaatsvinden in twee verschillende vormen: een basiscontrole en/of een leeftijdsgrenscontrole. Beide worden hieronder toegelicht.

Basiscontrole

De basiscontrole richt zich op de Alcoholwet-regels voor alcoholverstrekkende inrichtingen, zoals horeca, paracommerciële instellingen, winkels, evenementen en verkooppunten die geen alcohol mogen verstrekken voor gebruik ter plaatse (dus alle detailhandel). Het gaat hierbij over het hebben van een vergunning of ontheffing, de aanwezigheid en actualiteit ervan en het voldoen aan de voorschriften verbonden aan de vergunning/ontheffing en andere bepalingen uit de Aw.

Er zijn drie soorten basiscontroles:

  • a.

    Controle vergunningplichtig bedrijf: een inrichting die alcohol schenkt voor het gebruik ter plaatse en slijterijen die sterke drank verkopen voor thuisgebruik zijn vergunningplichtig. Naast de vergunningplicht moeten deze bedrijven aan diverse regels voldoen. Zo moet er altijd een leidinggevende aanwezig zijn die op de vergunning of de bijlage staat vermeld. Daarnaast mag de verkoop van alcohol niet samen gaan met andere verkoopactiviteiten vanuit één lokaliteit.

  • b.

    Controle niet vergunningplichtig bedrijf: in artikel 18 van de Aw staat dat bepaalde bedrijven zwak alcoholhoudende dranken mogen verkopen zonder Alcoholwetvergunning. Het gaat om bijvoorbeeld: supermarkten, avondwinkels en tabakswinkels. De verkochte lichte alcohol mag niet ter plaatse worden gedronken. Voor deze bedrijven geldt wel een aantal regels.

  • c.

    Controle verkoopverbod: voor sommige bedrijven geldt een verkoopverbod, zoals voor tankstations, drogisterijen en bouwmarkten. Bij deze bedrijven mag geen alcoholhoudende drank verkocht worden of in de winkel voor verkoop aanwezig zijn.

Leeftijdsgrenscontrole

Deze controle houdt in na te gaan of de alcoholverstrekkers de in de Aw gestelde leeftijdsgrenzen (artikel 20) correct naleven. Het controleren van de leeftijdsgrens omvat het adequaat vaststellen van de leeftijd, zeker bij objectieve twijfel, het verstrekken van alcohol aan jeugdigen én het verstrekken van alcohol aan een volwassene, die de drank vervolgens geeft aan jeugdigen. Dit noemen we ook wel “wederverstrekking”. Daarnaast verbiedt de Aw ook doorschenken aan iemand die in kennelijke staat van dronkenschap verkeert én/of het toelaten van personen die in kennelijke staat van dronkenschap of kennelijk onder invloed van andere psychotrope stoffen verkeren.

Het toezicht bestaat uit observaties en onderzoeken op plaatsen waar en tijdstippen waarop jongeren alcoholhoudende dranken kopen en gebruiken. Voor deze controles kan gebruik gemaakt worden van ‘mystery shoppers/mystery guests’. Een mystery shopper of mystery guest is veelal een jeugdige die in opdracht van de gemeente probeert alcohol te kopen. We willen hiermee een goed en realistisch beeld krijgen over hoe het in Nieuwkoop is gesteld met de verkoop van alcohol aan jeugdigen. Op deze manier komen overtredingen beter aan het licht en worden de verkopers van drank gestimuleerd de regels na te leven.

Let op: een basiscontrole en een leeftijdsgrenscontrole kunnen ook gelijktijdig plaatsvinden met of zonder aankondiging. Bij een dergelijke gezamenlijke controle wordt naast de leeftijdsgrenzen ook gekeken naar de vergunning en/of ontheffing, de inrichtingseisen, het eventuele terras en het al dan niet naleven van de sluitingstijden. We spreken dan ook wel van een integrale controle.

Indien hiertoe aanleiding bestaat is het mogelijk om controles uit te voeren met (diverse) andere partners, zoals bijvoorbeeld de politie, de belastingdienst en/of de Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).

1.3 SPEERPUNTEN TOEZICHT

Op basis van de lokale uitgangspositie en de lokale aandachtpunten zijn in het eerder genoemde Preventie- en Handhavingsplan Alcohol 2024 de volgende speerpunten voor het toezicht opgenomen:

  • Iedere Alcoholwet-vergunning controleren we ten minste één keer per twee jaar. Waar mogelijk of noodzakelijk, vanwege het regelmatig constateren van overtredingen of signalen/meldingen controleren we vaker.

  • Controle van para-commerciële instellingen zoals (sport)verenigingen in bezit van een Alcoholwetvergunning. Bij bezoeken/controles van paracommerciële instellingen ligt de focus op het geven van voorlichting over geldende wet- en regelgeving en het controleren van de leeftijdsgrens.

  • Er komt meer toezicht op het handhaven van de openstellings- en schenktijden.

  • Controles tijdens evenementen met een Alcoholwet-ontheffing. Bij controles tijdens evenementen ligt de focus op het controleren van de leeftijdsgrens. Waar mogelijk wordt er samengewerkt met Halt.

1.4 HANDHAVINGS MOGELIJKHEDEN

Wanneer de regels van de Aw, de APV of voorschriften uit de vergunning en/of ontheffing niet worden nageleefd, kan de gemeente handhavend optreden. Hieronder wordt aangegeven wanneer en op welke manier de gemeente handhavend optreedt bij overtredingen.

Juridische kader

De wettelijke bevoegdheid tot het optreden tegen het niet naleven van wetten en regels is geregeld in artikel 125 van de Gemeentewet en in hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), met name in artikel 5:21 en 5:32 van de Awb. In enkele bijzondere gevallen is de handhavingsbevoegdheid geregeld in de desbetreffende bijzondere wet. Verder zijn in de artikelen 172 tot en met 178 van de Gemeentewet diverse bevoegdheden toegekend aan de burgemeester in het kader van handhaving van de openbare orde, het toezicht op openbare gelegenheden, ordeverstoring vanuit woningen, ongeregeldheden en dergelijke situaties.

Sanctiemaatregelen

De Awb en andere wetten (waaronder de Aw) geven aan welke sancties het bevoegde gezag kan inzetten tegen het voorkomen of voortduren van overtredingen. Deze zijn:

Sanctie

Artikel

Toelichting

Last onder bestuursdwang

* 125 Gemeentewet

* Titel 5.3 Awb

De overtreding wordt d.m.v. feitelijk handelen door of namens de gemeente ongedaan gemaakt. Hieronder valt ook het sluiten en verzegelen van gebouwen en terreinen. De kosten van het toepassen ervan kunnen worden verhaald op de overtreder.

Last onder dwangsom

  • *

    5.7 Awb

Onder dreiging van het invorderen van een geldbedrag moet de overtreding ongedaan gemaakt worden en/of voortduring en herhaling worden voorkomen; de last kan ook preventief worden opgelegd.

Intrekken van de vergunning

  • *

    31 Alcoholwet

Situaties waarin de burgemeester de vergunning moet intrekken en situaties waarin de burgemeester de vergunning kan intrekken.

Schorsen van de vergunning

  • *

    32 Alcoholwet

De burgemeester kan de alcoholwetvergunning voor maximaal 12 weken schorsen.

Sluiting van de inrichting

  • *

    2:30, 2:34f, 2:34g APV

  • *

    174 Gemeentewet

  • *

    13b Opiumwet

Gevallen waarin de burgemeester kan besluiten dat de inrichting voor bepaalde tijd dicht moet of gesloten moet blijven.

Three strikes out

  • *

    44 Alcoholwet

Indien er binnen 12 maanden drie keer een overtreding van artikel 20 Alcoholwet heeft plaatsgevonden kan de burgemeester de bevoegdheid ontzeggen zwak-alcoholhoudende drank te verkopen.

Ontzeggen toegang tot een ruimte

  • *

    36 Alcoholwet

De burgemeester is bevoegd aan andere personen dan hen, die wonen in de ruimte, waarin in strijd met deze wet alcoholhoudende drank wordt verstrekt, de toegang tot die ruimte te ontzeggen.

Bestuurlijke boete

  • *

    44a e.v. Alcoholwet

De hoogte van de bestuurlijke boete is vastgelegd in de bijlage van het Alcoholbesluit.

Daarnaast kan op basis van artikel 1 van de Wet economische delicten (Wed) en artikel 45 van de Alcoholwet (strafbaarstelling jongeren <18 jaar) strafrechtelijk worden opgetreden door Buitengewoon Opsporingsambtenaren (boa’s), politie en Openbaar Ministerie (OM).

Uitwisseling informatie/gegevens

Bij het eventueel gezamenlijk handhavend optreden worden desgevraagd de relevante gegevens uitgewisseld tussen gemeenten onderling en tussen gemeente en politie, indien en voor zover deze noodzakelijk zijn voor een adequaat bestuurs- en/of strafrechtelijk optreden. Voor persoonlijke en gevoelige gegevens geldt uiteraard een geheimhoudingplicht. Deze data dienen vertrouwelijk te worden behandeld. Op de in de tabel Sanctiemaatregelen vermelde wettelijke grondslagen is de Wet politiegegevens / Wpg van toepassing (artikel 9).

2. HORECABELEID EN HORECASANCTIEBELEID

Het horecabeleid en het horecasanctiebeleid is een uitwerking van artikel 2:28 e.v. van de APV van de gemeente Nieuwkoop. Het beleid is van toepassing op alle (para-)commerciële horecabedrijven in de gemeente Nieuwkoop.

ALGEMEEN

Artikel 1. Begripsbepalingen

  • 1. In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

    • a.

      Aw: Alcoholwet;

    • b.

      APV: Algemene Plaatselijke Verordening Nieuwkoop 2012;

    • c.

      Damoclesbeleid: (regionaal) beleid opgesteld op grond van artikel 13b van de Opiumwet.

    • d.

      Belanghebbende: de belanghebbende zoals bedoeld in artikel 1:2 Algemene wet bestuursrecht;

    • e.

      Bestuurlijke boete: zoals bedoeld in artikel 44 van de Wet;

    • f.

      Horecabedrijf: zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet;

    • g.

      Horecalokaliteit: zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Wet;

    • h.

      Inrichting: zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Wet;

    • i.

      Jeugdige(n): persoon of personen met een leeftijd onder de 18 jaar (<18);

    • j.

      Leidinggevende: de leidinggevende zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Wet;

    • k.

      Paracommerciële instelling: een paracommerciële rechtspersoon zoals bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Wet;

    • l.

      G emeentelijke toezichthouder/-handhaver: de medewerker van de gemeente Nieuwkoop die verantwoordelijk is voor het houden van toezicht op de naleving van regels, wetten en voorschriften binnen een bepaald gebied;

    • m.

      Sluitingstijden/sluitingsduur: de sluitingstijden zoals opgenomen in artikel 2:29 van de APV;

    • n.

      Schenktijden: de schenktijden zoals opgenomen in artikel 2:34m van de APV;

    • o.

      Terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van het horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geserveerd of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt;

    • p.

      Kansspelautomaat: zoals bedoeld in de Wet op de kansspelen.

HORECABELEID

Artikel 2.1 Openbare orde

  • 1. De exploitant van de inrichting draagt er nauwlettend zorg voor dat in de inrichting alsmede in de onmiddellijke omgeving van de inrichting de openbare orde niet wordt verstoord en het woon en leefklimaat niet wordt aangetast door:

    • a.

      de exploitatie van de inrichting.

    • b.

      bezoekers van de inrichting.

  • 2. Het is niet toegestaan activiteiten te ontplooien die samenscholingen voor de inrichting zouden kunnen stimuleren.

  • 3. Verstoringen van de (openbare) orde van meer dan geringe betekenis worden door de gemeente Nieuwkoop bij de politie gemeld. Indien er sprake is van gebruik van geweld wordt de politie altijd door de gemeente Nieuwkoop in kennis gesteld.

  • 4. Gedurende de openingstijden van de inrichting dient ter uitvoering van beveiligings-werkzaamheden een portier aanwezig te zijn.

  • 5. Personen die in de uitoefening van het horecabedrijf beveiligingswerkzaamheden verrichten (horecaportiers) dienen te voldoen aan de eisen gesteld bij of krachtens de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus.

  • 6. De horecaondernemer is verplicht om de feitelijke beveiligingswerkzaamheden en de volledige personalia van deze portier aan de afdeling Bijzondere Wetten van de politie Eenheid Den Haag en een afschrift daarvan aan de gemeente Nieuwkoop te zenden.

  • 7. Glaswerk en (alcoholische) drank mogen door bezoekers van de inrichting niet mee naar buiten worden genomen/niet buiten het terras behorende bij de inrichting worden mee genomen.

  • 8. Indien de openbare orde structureel verstoord wordt zonder dat de horecaondernemer van de betreffende horeca-inrichting daar in voldoende mate naar handelt, kan de burgemeester particuliere beveiliging inzetten voor een nader te bepalen termijn. Alle kosten hiervoor worden verhaald op de horecaondernemer van de betreffende horeca-inrichting.

  • 9. De ondernemer zorgt ervoor dat de volgende wijzigingen worden gemeld bij de gemeente:

    • a.

      rechtsvorm;

    • b.

      beheerders en/of leidinggevenden;

    • c.

      (interne) verbouwing; en

    • d.

      organiseren van evenementen en incidentele festiviteiten.

  • 10. Alle nader, door of namens de districtschef van politie of het gemeentebestuur te geven aanwijzingen worden direct opgevolgd.

Artikel 2.2 Openings- en sluitingstijden

  • 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden tijdelijk andere dan de in de APV vastgelegde sluitingstijden vaststellen voor alle horeca-inrichtingen.

  • 2. De burgemeester kan de tijdelijke wijziging van de sluitingstijden opheffen indien hiertoe aanleiding bestaat.

Artikel 2.3 Gebruik en ontoelaatbaarheden in de inrichting

  • 1. Van de toiletten dient gratis gebruik te kunnen worden gemaakt.

  • 2. De toiletten dienen goed aangegeven te staan en dienen in zindelijke staat te verkeren.

  • 3. Aan personen die zich in staat van dronkenschap bevinden mogen geen alcoholische dranken worden verstrekt.

  • 4. Alle terzake, nader, door de politie en gemeente of een ander overheidsorgaan te geven aanwijzingen dienen stipt en onverwijld te worden opgevolgd.

Artikel 2.4 Voorschriften voor het inrichten en het gebruik van een terras voortvloeiend uit artikel 2:28, 2:28a en 2:29 APV

  • 1. Voor het inrichten en het gebruik van een terras gelden de volgende voorschriften:

    • a.

      de exploitant van de horeca inrichting draagt er nauwlettend zorg voor en ziet erop toe dat door bezoekers van het terras de openbare orde niet wordt verstoord, zowel op als in de omgeving van het terras;

    • b.

      na sluiting van het terras wordt het terras verwijderd dan wel afgesloten voor publiek;

    • c.

      na sluiting van het terras worden de gedeelten van de weg waar het terras heeft uitgestaan en de directe omgeving ervan schoon achter gelaten;

    • d.

      een eventueel aanwezig voetgangerspad voor het terras en terzijde van het terras dient vrij te blijven van obstakels;

    • e.

      het is niet toegestaan om obstakels e.d. voor (nood)uitgangen te plaatsen, waardoor de benodigde vrije doorgang wordt verminderd of waaraan men zich kan verwonden of die de ontvluchting vanuit het pand kunnen verhinderen;

    • f.

      er is een vrije doorgang voor voetgangers, rolstoelen en kinderwagens van minimaal 1,50 meter (trottoir) en voor de hulpdiensten hulpdiensten minimaal 3,50 meter (openbare weg)

    • g.

      de situering en inrichting van het terras moeten zodanig zijn dat het voorbijgangers en toegangen tot ruimten van derden niet belemmert;

    • h.

      het is toegestaan om op het terras tafels, stoelen, parasols, bloembakken, afvalbakken en menu(reclame)borden te plaatsen;

    • i.

      op of om het terras worden geen uitstallingen geplaatst, in welke vorm dan ook (stalletjes, parasols, afscheidingen, tochtschermen etc.), die voorzien zijn van naar het oordeel van de burgemeester en wethouders ongewenste reclames;

    • j.

      afbakening van het terras mag uitsluitend plaatsvinden door middel van terras(wind)schermen en/of bloembakken;

    • k.

      eventuele tochtschermen als het terras uitstaat zijn niet hoger dan 1,50 meter;

    • l.

      terras(wind)schermen, voor zover niet omgevingsvergunningplichtig, mogen blijven staan, mits het verkeer (met name voetgangersverkeer, rolstoelgebruikers e.d.) hiervan geen hinder ondervindt;

    • m.

      parasols mogen niet aanwezig zijn op die dagen en uren dat geen terras wordt geplaatst;

    • n.

      het terrasmeubilair moet windvast zijn, mag geen scherpe uitsteeksels bevatten en mag in geen geval gevaar opleveren voor voorbijgangers;

    • o.

      er moeten voldoende afvalbakken worden geplaatst;

    • p.

      de horecaondernemer moet voorkomen dat het terras na de genoemde sluitingstijden nog gebruikt kan worden, zo nodig door het dagelijks opruimen van het terrasmeubilair;

    • q.

      terrasmeubilair mag niet op of aan de openbare weg worden opgeslagen.

  • 2. Het is verboden op het terras:

    • (alcoholhoudende en alcoholvrije) drank te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras;

    • alcoholhoudende dranken te schenken aan bezoekers (tapverbod). Alcoholhoudende dranken mogen alleen worden geserveerd;

    • personen toe te laten die zich in staat van dronkenschap bevinden;

    • alcoholhoudende dranken te verstrekken aan personen die zich in staat van dronkenschap bevinden;

    • muziek ten gehore te (laten) brengen op het terras, levend, noch mechanisch.

  • 3. Op het terras mogen geen installaties worden geplaatst ten behoeve van het koken, bakken of braden van voedingsmiddelen, ter bereiding van consumpties of dienend als speelobject.

  • 4. Consumpties mogen alleen worden genuttigd op het terras.

  • 5. Een terras op de openbare ruimte mag niet worden ingenomen op dagen waarop het betrokken gedeelte van de openbare ruimte door het gemeentebestuur voor andere doeleinden ter beschikking wordt gesteld (bijv. markt of braderie).

  • 6. Het terrasmeubilair moet verwijderd worden en elders worden opgeslagen vanaf het moment dat het terrasseizoen is beëindigd.

  • 7. Het terras en de onmiddellijke omgeving daarvan moeten voortdurend schoon worden gehouden De exploitant zorgt ervoor dat afval en verontreiniging in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting onmiddellijk worden opgeruimd.

  • 8. De horecaondernemer is verantwoordelijk voor de openbare orde op het terras en de directe omgeving. Hij moet in dat verband doen en nalaten hetgeen redelijkerwijs gevergd kan worden om hinder en/ of overlast door op het terras aanwezige bezoekers te voorkomen, te beperken en/of in voorkomend geval te beëindigen.

  • 9. Het terras moet op eerste aanzegging worden ontruimd en/of verwijderd als dit noodzakelijk is in het belang van de openbare orde of veiligheid, in verband met de uitvoering van werken dan wel ter realisering van gemeentelijke plannen.

HORECASANCTIEBELEID

Hieronder zijn de beleidsregels opgenomen over de manier waarop wij handhaven bij overtredingen van o.a. de Aw, de APV en de voorschriften van de vergunning en/of ontheffing. Ons handhavend optreden heeft tot doel bij een geconstateerde overtreding een passende maatregel op te leggen die qua zwaarte zo goed mogelijk aansluit bij het soort overtreding. Daarnaast is het een doel om duidelijkheid te verschaffen over de maatregel(en) die volgen bij een overtreding.

Horecabedrijven met een alcoholwetvergunning en/of een exploitatievergunning.

Een Horecabedrijf/-inrichting met een alcoholwetvergunning en/of een exploitatievergunning die de Aw en/of de APV overtreden, wordt als volgt gesanctioneerd:

Artikel 3.1 Afwezigheid leidinggevende bij een voor publiek geopend horecabedrijf/-inrichting

  • 1. Als door de politie, dan wel door gemeentelijke toezichthouders, geconstateerd wordt dat er sprake is van afwezigheid van een leidinggevende bij een voor publiek geopend horecabedrijf (overtreding van artikel 24, eerste lid, van de Aw) volgt bij een eerste overtreding een mondelinge waarschuwing. De mondelinge waarschuwing wordt schriftelijk bevestigd.

  • 2. Bij een tweede overtreding, binnen een jaar na de eerste overtreding, wordt een bestuurlijke boete opgelegd.

  • 3. Bij een derde overtreding, binnen zes maanden na de tweede overtreding, wordt de alcoholwetvergunning tijdelijk geschorst voor een periode van drie weken.

  • 4. Bij een vierde overtreding, binnen zes maanden na de derde overtreding, wordt de alcoholwetvergunning tijdelijk geschorst voor een periode van zes weken.

  • 5. Bij een vijfde overtreding, binnen zes maanden na de vierde overtreding, kan de alcoholwetvergunning op grond van artikel 31, tweede lid, Aw worden ingetrokken.

Artikel 3.2 Leidinggevende verkeert in kennelijke staat

  • 1. Als door de politie, dan wel door gemeentelijke toezichthouders, geconstateerd wordt dat een leidinggevende in kennelijke staat van dronkenschap verkeert of onder invloed van psychotrope stoffen aanwezig is in een horecabedrijf/-inrichting (overtreding van artikel 8, eerste lid, onder b, in relatie tot artikel 20, vijfde lid, van de Aw), volgt een mondelinge waarschuwing. De mondelinge waarschuwing wordt schriftelijk bevestigd.

  • 2. Bij een tweede overtreding binnen een periode van een jaar na de eerste overtreding wordt de vergunning ingetrokken wegens het niet langer voldoen aan artikel 8, eerste lid, onder b van de Aw.

Artikel 3.3 Verstrekken alcohol en toelaten van dronken/onder invloed van psychotrope stoffen verkerende personen (artikel 20 en 21 van de Aw)

  • 1. Als door de politie, dan wel door gemeentelijke toezichthouders, één van onderstaande overtredingen wordt geconstateerd, volgt een mondelinge waarschuwing. De mondelinge waarschuwing wordt schriftelijk bevestigd:

    • a.

      verkoop van alcohol aan personen die in kennelijke staat van dronkenschap verkeren (artikel 252, eerste lid, onder 1, Wetboek van Strafrecht);

    • b.

      personen in de inrichting toe te laten die in kennelijke staat van dronkenschap of kennelijk onder invloed van andere psychotrope stoffen verkeren (artikel 20, vierde lid, van de Aw);

    • c.

      het verstrekken van alcohol, waarbij redelijkerwijs moet worden vermoed dat dit zal leiden tot verstoring van de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid (artikel 21 van de Aw).

  • 2. Bij een tweede overtreding binnen een periode van een jaar na de eerste overtreding wordt de alcoholwetvergunning ingetrokken wegens het niet langer voldoen aan artikel 8, eerste lid, onder b van de Aw.

Artikel 3.4 Verstrekking alcohol aan jeugdigen

  • 1. Als door de politie, dan wel door gemeentelijke toezichthouders, geconstateerd wordt dat er sprake is van het verstrekken van alcoholhoudende drank aan jeugdigen (overtreding van artikel 20, eerste lid, van de Aw) volgt een mondelinge waarschuwing. De mondelinge waarschuwing wordt schriftelijk bevestigd.

  • 2. Bij een tweede overtreding, binnen een periode van zes maanden na de eerste overtreding, wordt een bestuurlijke boete opgelegd.

  • 3. Bij een derde overtreding, binnen een periode van zes maanden na de tweede overtreding, wordt de in lid 2 opgelegde boete verhoogd met 50%.

  • 4. Bij een vierde overtreding, binnen een periode van 6 maanden na de derde overtreding, kan de alcoholwetvergunning worden ingetrokken wegens het niet langer voldoen aan artikel 8, eerste lid onder b van de Aw.

Artikel 3.5 Aanwezigheid van, gebruik van en/of handel in soft – en of harddrugs

  • 1. Als er sprake is van het aanwezig hebben, gebruiken en/of verhandelen van soft- en/of harddrugs in een horecabedrijf, wordt opgetreden conform het (regionale) Damoclesbeleid.

Artikel 3.6 Illegaal gokken

  • 1. Als sprake is van gokken in een horecabedrijf, in strijd met de bepalingen uit de Wet op de kansspelen, waarvan de verwijtbaarheid van de exploitant vast staat dan wel redelijkerwijs aannemelijk is, wordt dit aangemerkt als een verstoring van de openbare orde (conform het gestelde in artikel 2:30 APV) en wordt het horecabedrijf gesloten voor een periode van zes maanden.

  • 2. Bij een volgende overtreding, binnen een jaar na de onder lid 1 genoemde sanctieperiode, volgt intrekking van de alcoholwetvergunning op grond van artikel 31, eerste lid onder b. en c. van de Aw en/of intrekking van de exploitatievergunning op grond van artikel 1.6, tweede lid, onder a, van de APV.

  • 3. De burgemeester trekt de alcoholwetvergunning en/of de exploitatievergunning in ieder geval direct in als er voldoende aanwijzingen zijn dat er stelselmatig wordt gegokt en dit de ondernemer valt te verwijten.

Artikel 3.6a Aanwezigheid van legale kansspelautomaten zonder vergunning

  • 1. Als door de politie, dan wel door gemeentelijke toezichthouders, geconstateerd wordt dat er sprake is van de aanwezigheid van legale kansspelautomaten zonder vergunning, (overtreding van artikel 30b van de Wet op de Kansspelen) krijgt de ondernemer een mondelinge waarschuwing en dienen de kansspelautomaten direct buitengebruik gesteld te worden. De mondelinge waarschuwing wordt schriftelijk bevestigd. De waarschuwing bevat de eis om de kansspelautomaten direct te verwijderen en verwijderd te houden zolang er geen vergunning voor verleend is.

  • 2. Bij een tweede constatering, binnen een jaar na de eerste overtreding wordt er een last onder dwangsom opgelegd met een hoogte tussen de € 500,-- en € 2.000,-- per geconstateerde overtreding, met een maximumbedrag van € 8.000,--.

  • 3. Bij een derde constatering, binnen een jaar na de laatste constatering, wordt de exploitatie van het horecabedrijf gestaakt totdat de kansspelautomaten zijn verwijderd.

Artikel 3.6b Aanwezigheid van meer legale kansspelautomaten dan wettelijk toegestaan

  • 1. Als door de politie, dan wel door gemeentelijke toezichthouders, geconstateerd wordt dat er sprake is van de aanwezigheid van meer legale kansspelautomaten dan de twee wettelijk maximaal toegestane automaten (overtreding van artikel 30c, tweede lid, van de Wet op de Kansspelen) krijgt de ondernemer een mondelinge waarschuwing en dienen de niet-vergunde kansspelautoma(a)t(en) direct buiten gebruik gesteld te worden. De mondelinge waarschuwing wordt schriftelijk bevestigd. De waarschuwing bevat de eis om de kansspelautoma(a)t(en) direct te verwijderen en verwijderd te houden.

  • 2. Bij een tweede constatering, binnen een jaar na de eerste overtreding wordt er een last onder dwangsom opgelegd met een hoogte tussen de € 500,-- en € 2.000,-- per geconstateerde overtreding met een maximumbedrag van € 8.000,--.

  • 3. Bij een derde constatering, binnen een jaar na de laatste constatering, wordt de aanwezigheidsvergunning ingetrokken.

Artikel 3.6c Laten bespelen van een legale kansspelautomaat door jeugdigen

  • 1. Als door de politie, dan wel door gemeentelijke toezichthouders, geconstateerd wordt dat er sprake is van het laten bespelen van een legale kansspelautomaat door personen beneden de leeftijd van achttien jaar (overtreding van artikel 30g, eerste lid, van de Wet op de Kansspelen, krijgt de ondernemer een mondelinge waarschuwing. De mondelinge waarschuwing wordt schriftelijk bevestigd.

  • 2. Bij een tweede constatering, binnen een jaar na de eerste overtreding wordt er een last onder dwangsom opgelegd met een hoogte tussen de € 500,-- en € 2.000,-- per geconstateerde overtreding, met een maximumbedrag van € 8.000,--.

  • 3. Bij een derde constatering, binnen een jaar na de laatste constatering, wordt de aanwezigheidsvergunning ingetrokken.

Artikel 3.7 Vergunning, aanhangsel e.d. niet aanwezig

  • 1. Als door de politie, dan wel door gemeentelijke toezichthouders, geconstateerd wordt dat de benodigde vergunningen e.d. niet in het horecabedrijf/-inrichting aanwezig zijn, krijgt de ondernemer een mondelinge waarschuwing. De mondelinge waarschuwing wordt schriftelijk bevestigd.

  • 2. Als vervolgens wederom een overtreding van dit feit wordt geconstateerd wordt er een last onder dwangsom opgelegd met een hoogte tussen de € 500, -- en € 2.000,-- per geconstateerde overtreding met een maximumbedrag van € 8.000,--.

  • 3. Bij een volgende constatering van een overtreding van dit feit wordt de last onder dwangsom verhoogd met een bedrag tussen de € 1.000,-- en € 4.000,-- per geconstateerde overtreding, met een maximumbedrag van €10.000,--.

  • 4. Bij een vierde constatering wordt de exploitatievergunning en/of de alcoholwetvergunning ingetrokken.

Artikel 3.8 Overtreding van de sluitingstijden ex artikel 2.29 van de APV

  • 1. Als door de politie, dan wel door gemeentelijke toezichthouders, een overtreding van de sluitingstijden wordt geconstateerd, volgt een mondelinge waarschuwing. De mondelinge waarschuwing wordt schriftelijk bevestigd.

  • 2. Bij een tweede overtreding, binnen een periode van zes maanden, na de eerste overtreding wordt een tijdelijk vervroegd sluitingsuur van 00.00 uur opgelegd voor een periode van drie weken.

  • 3. Bij een derde overtreding, binnen een periode van zes maanden na de tweede overtreding, wordt een tijdelijk vervroegd sluitingsuur van 00.00 uur opgelegd voor een periode van zes weken.

  • 4. Bij een vierde overtreding, binnen een periode van zes maanden na de derde overtreding, wordt het horecabedrijf tijdelijk volledig gesloten voor een donderdag, vrijdag en zaterdag.

  • 5. Als vervolgens binnen een jaar na de vierde overtreding wederom de sluitingstijden worden overtreden, wordt het horecabedrijf tijdelijk volledig gesloten voor een periode van zeven dagen.

  • 6. Als vervolgens binnen een jaar na de vorige overtreding een nieuwe overtreding van de sluitingstijden wordt geconstateerd, wordt het horecabedrijf volledig gesloten voor een langere periode.

Artikel 3.9 Overige overtredingen van de APV of Aw

  • 1. Als geconstateerd wordt dat er sprake is van overtreding van niet in dit beleid genoemde overtredingen van wettelijke voorschriften uit de APV dan wel de Aw, krijgt de overtreder een mondelinge waarschuwing. De mondelinge waarschuwing wordt schriftelijk bevestigd.

  • 2. Als vervolgens wederom een overtreding van een dergelijk feit wordt geconstateerd wordt er een last onder dwangsom opgelegd met een hoogte tussen de € 500,-- en € 2.000,-- per geconstateerde overtreding met een maximumbedrag van € 8.000,--.

  • 3. Bij een volgende constatering van een overtreding van dit feit wordt de last onder dwangsom verhoogd met een bedrag tussen de € 1.000,-- en € 4.000,-- per geconstateerde overtreding, met een maximumbedrag van €10.000,--.

  • 4. Bij een vierde constatering wordt de exploitatievergunning en/of de alcoholwetvergunning ingetrokken.

Horecabedrijven zonder een alcoholwetvergunning en/of een exploitatie-vergunning.

Artikel 4. Exploitatie zonder alcoholwetvergunning

  • 1. Als er sprake is van een overtreding van exploitatie zonder Alcoholwetvergunning (artikel 3 van de Aw) dient de ondernemer het horecabedrijf/-inrichting op eerste aanzegging te sluiten en gesloten te houden voor bezoekers totdat de desbetreffende vergunningen zijn verleend. Niet naleving resulteert in een bestuurlijke boete.

  • 2. Als geconstateerd wordt dat een horecabedrijf/-inrichting wordt geëxploiteerd zonder te beschikken over een exploitatievergunning (artikel 2:28 APV) dient de ondernemer het horecabedrijf/-inrichting op eerste aanzegging te sluiten en gesloten te houden voor bezoekers totdat de desbetreffende vergunningen zijn verleend. Niet naleving resulteert in een bestuurlijke boete.

  • 3. In afwijking van het bepaalde onder lid 1 en 2 van dit artikel mag een horecabedrijf, in afwachting van een aangevraagde vergunning/de aangevraagde vergunningen, geëxploiteerd worden als:

    • a.

      sprake is van de overname van een bestaand horecabedrijf, niet zijnde een coffeeshop;

    • b.

      waarbij de benodigde vergunningaanvragen, binnen de daartoe gestelde termijn, volledig zijn ingediend;

    • c.

      het niet te verwachten is dat de exploitatie tot overlast zal leiden;

    • d.

      er overigens ook geen indicaties zijn die aan een vergunningverlening in de weg staan; en

    • e.

      de burgemeester er schriftelijke toestemming voor heeft verleend.

Horecabedrijven met een terras

Horecabedrijven/-inrichtingen met een Alcoholwetvergunning, een exploitatievergunning of die van een vergunningplicht zijn uitgezonderd mogen bij de horecabedrijf/-inrichting een terras inrichten en gebruiken, zoals op de vergunningstekening is aangeduid voor de situering en omvang.

Artikel 5.1 Overtreding van de voorschriften voor het exploiteren van het terras

  • 1. Als horecabedrijven/-inrichtingen de voorschriften zoals genoemd in artikel 2.4 voor het exploiteren van een terras overtreden, wordt als volgt gesanctioneerd:

    Als door de politie, dan wel door gemeentelijke toezichthouders, een overtreding van deze voorschriften wordt geconstateerd, volgt een mondelinge waarschuwing. De mondelinge waarschuwing wordt schriftelijk bevestigd.

  • 2. Als vervolgens wederom een overtreding van een dergelijk feit wordt geconstateerd wordt er een last onder dwangsom opgelegd met een hoogte tussen de € 500,-- en € 2.000,-- per geconstateerde overtreding met een maximumbedrag van € 8.000,--.

  • 3. Bij een volgende constatering van een overtreding van dit feit wordt de last onder dwangsom verhoogd met een bedrag tussen de € 1.000,-- en € 4.000,-- per geconstateerde overtreding met een maximumbedrag van € 10.000,--.

  • 4. Als binnen een half jaar na de vorige overtreding een nieuwe overtreding van de voorschriften/nadere regels wordt geconstateerd, kan de burgemeester een sluiting van het terras opleggen.

Artikel 5.2 Sluitingstijden terras

  • 1. Voor terrassen gelden dezelfde sluitingstijden als voor het horecabedrijf waarvan het terras deel uitmaakt.

  • 2. Als er sprake is van een overtreding van de geldende sluitingstijden wordt aangesloten bij hetgeen bepaald in bovengenoemd artikel 3.8.

Paracommerciële instellingen

Artikel 6.1 Toepassing overige hoofdstukken

  • 1. In beginsel gelden voor paracommerciële instellingen dezelfde bepalingen als voor horecabedrijven/-inrichtingen zoals opgenomen in de overige hoofdstukken van deze beleidsregels.

  • 2. Op het bepaalde in het eerste lid van dit artikel gelden enkele uitzonderingen zoals opgenomen in het hierna volgende artikel 6.2, 6.3 en 6.4.

Artikel 6.2 Verstrekking alcohol aan jeugdigen

  • 1. Als door de politie, dan wel door gemeentelijke toezichthouders, geconstateerd wordt dat er sprake is van het verstrekken van alcoholhoudende drank aan jeugdigen (overtreding van artikel 20, eerste lid, van de Aw) volgt in principe eerst een mondelinge waarschuwing. De mondelinge waarschuwing wordt schriftelijk bevestigd.

  • 2. Bij een tweede overtreding, binnen een periode van zes maanden na de eerste overtreding, wordt een last onder dwangsom opgelegd met een hoogte tussen de € 500,-- en € 2.000,-- per geconstateerde overtreding met een maximumbedrag van € 8.000,--.

  • 3. Per opvolgende overtreding, binnen zes maanden na de vorige, wordt de last telkens verbeurd.

  • 4. Bij een vijfde overtreding, binnen een periode van 1 jaar na de eerste overtreding, kan de alcoholwetvergunning worden ingetrokken wegens het niet langer voldoen aan artikel 8, eerste lid onder b van de Aw.

  • 5. Indien sprake is van eerdere meldingen, signalen en/of controles waarbij een overtreding geconstateerd is, kan, in uitzondering van bovenstaande, worden aangesloten bij hetgeen bepaald is in artikel 3.4 en/of artikel 8 van deze beleidsregels.

Artikel 6.3 Niet voldaan aan de gestelde regels voor paracommerciële instellingen uit artikelen 2:34m tot en met 2:34q van de APV

  • 1. Als geconstateerd wordt dat één van genoemde artikelen uit de APV overtreden wordt volgt een mondelinge waarschuwing. De mondelinge waarschuwing wordt schriftelijk bevestigd.

  • 2. Bij een tweede overtreding binnen zes maanden na de eerste overtreding wordt een tijdelijk vervroegd sluitingsuur met een nader te bepalen tijdstip opgelegd voor een periode van drie weken.

  • 3. Bij elke volgende overtreding binnen zes maanden na de tweede overtreding wordt een tijdelijk vervroegd sluitingsuur met een nader te bepalen tijdstip opgelegd voor een periode van zes weken.

Evenementen

Artikel 7. Toepassing overige hoofdstukken

  • 1. De hoofdstukken 2, 3 en 4 zijn overeenkomstig van toepassing op evenementen.

Verzwarende omstandigheden

Artikel 8. Ander handhavingstraject bij verzwarende omstandigheden

  • 1. Bij een overtreding kan sprake zijn van verzwarende omstandigheden. Vanwege de ernst en/of de aard van de overtreding, en de grotere schending van de openbare orde en/of he leefklimaat kan een ander handhavingstraject worden ingezet. In een dergelijke situatie is een ander handhavingstraject noodzakelijk om het gewenste resultaat te bereiken ter bescherming van de openbare orde, het woon- en leefklimaat of de veiligheid en gezondheid.

  • 2. De burgemeester hanteert dan een maatregel die bij de eerstvolgende overtreding of een volgende toegepast zou worden.

  • 3. De belangrijkste feiten en omstandigheden die worden aangemerkt als verzwarende omstandigheden, zoals hiervoor bedoeld, zijn:

    • er is sprake van recidive daaronder, in ieder geval begrepen eerdere overtredingen, alsook het exploitatieverleden van de ondernemer;

    • er is een vermoeden dat de exploitant(en)/leidinggevende(n) verkeert/verkeren in kringen van personen met antecedenten t.a.v. de Opiumwet en/of de Wet Wapens en Munitie en/of antecedenten op het gebied van geweld tegen personen of zaken, bedreiging of diefstal en dergelijke;

    • de mate van overlast voor het woon- en leefklimaat, openbare orde, veiligheid, zedelijkheid en gezondheid als gevolg van de overtreding of activiteiten/gedragingen in het horecabedrijf;

    • de cumulatie van overtredingen;

    • de mate van gevaarzetting en de risico’s voor de bewoners, omwonenden en/of de omgeving; en

    • de omstandigheid dat de overtreder door de verboden gedraging een aanzienlijk voordeel heeft verkregen.

  • 4. Deze opsomming heeft geen limitatief of cumulatief karakter, en is indicatief en niet restrictief.

Bevoegdheden bestuursorgaan

Artikel 9.1 Bevoegdheid tot het nemen van andere bestuursrechtelijke maatregelen

  • 1. Het bepaalde onder de bovengenoemde artikelen laat onverlet de bevoegdheid van het bestuursorgaan om andere bestuursrechtelijke maatregelen te nemen als de omstandigheden daartoe aanleiding geven.

  • 2. Onder deze maatregelen wordt, onder andere maar niet uitsluitend, verstaan:

    • a.

      het schorsen of intrekken van vergunningen of ontheffingen;

    • b.

      het opleggen van een vroeger sluitingsuur of een binnenkomstuur;

    • c.

      het sluiten van de horeca-inrichting of het terras;

    • d.

      het opleggen van een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang.

Artikel 9.2. Hardheidsclausule

Het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.

Overgangsrecht, intrekking oude regels en inwerkingtreding.

Artikel 10. Overige bepalingen

  • 1. Besluiten genomen krachtens het huidige horeca(sanctie)beleid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van dit horeca(sanctie)besluit en besluiten die vallen onder de werking van het huidige horeca(sanctie)beleid en waarvoor dit horeca(sanctie)beleid overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens het onderhavige horeca(sanctie)beleid.

  • 2. Het ‘Horecabeleid en Horecasanctiebeleid voor (para-)commerciele locatiliteiten’ worden ingetrokken.

  • 3. Deze regeling treedt in werking op de dag na de bekendmaking ervan.

  • 4. Deze beleidsregel kan worden aangehaald als “Horeca(sanctie)beleid 2025 gemeente Nieuwkoop”.

Ondertekening

Aldus vastgesteld op: 30 juni 2025

burgemeester van Nieuwkoop

Robbert-Jan van Duijn

Burgemeester

TOELICHTING ARTIKELGEWIJS

De niet-vermelde artikelen behoeven geen toelichting.

Artikel 3.4 Verstrekking alcohol aan jeugdigen

Onder het verbod op de verstrekking van alcohol aan jeugdigen valt, conform artikel 20, eerste lid van de Aw ook het verstrekken van alcoholhoudende drank aan een persoon van wie is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, welke drank echter kennelijk bestemd is voor een persoon van wie niet is vastgesteld dat deze de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Beter bekend als “wederverstrekking”.

Artikel 3.6 / 3.6A / 3.6B / 3.6C kansspelautomaten

De Wet op de kansspelen (Wok) bevat de regels voor het aanbieden van kansspelen in Nederland. De Aw kent een ‘verboden, tenzij’-aanpak. Dit houdt in dat het verboden is om kansspelen aan te bieden, tenzij daar een vergunning voor is verleend. De gemeente geeft op grond van de Wok aanwezigheidsvergunningen af voor speelautomaten en houden vervolgens ook toezicht op de naleving van de voorwaarden van die vergunning. De burgemeester kan optreden als

  • een kansspelautomaat zonder een aanwezigheidsvergunning is geplaatst;

  • voorschriften genoemd in de vergunning worden overtreden;

  • de houder van de aanwezigheidsvergunning jeugdigen laat spelen.

Artikel 3.8 Overtreding van de sluitingstijden ex artikel 2.29 van de APV

Conform artikel 2:29 van de APV is het voor een exploitant van een openbare inrichting verboden bezoekers tot het horecabedrijf toe te laten op maandag tot en met zondag tussen 01.30 en 06.00 uur. Daarnaast is het de houder van een openbare inrichting verboden een terras tussen 01.30 en 06:00 uur voor bezoekers geopend te hebben of aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven.

Artikel 3.9 Overige overtredingen van de APV/Aw

Dit artikel regelt ons handhavend optreden bij overige overtredingen van de Aw dan wel de APV mocht dit niet expliciet zijn opgenomen in de beleidsregels.

Artikel 4. Exploitatie zonder alcoholwetvergunning

Conform artikel 2:28 eerste lid APV is er geen aparte exploitatievergunning nodig voor een openbare inrichting waar tevens op grond van artikel 3 van de Aw een vergunning is vereist. Hierop bestaat echter een uitzondering. Op grond van artikel 2:28 lid 8 APV is de burgemeester bevoegd om in het belang van de openbare orde en veiligheid en bij onevenredige overlast het eerste lid van genoemd artikel voor een individuele openbare inrichting buiten toepassing te verklaren.

Artikel 5.1 Exploitatie terras zonder vergunning

Als je in Nieuwkoop in het bezit bent van een Alcoholwetvergunning en/of exploitatievergunning voor je horecabedrijf kan je – met inachtneming van de regels zoals opgenomen in artikel 2.4 – een terras inrichten en gebruiken. Er is voor het terras geen aanvullende toestemming nodig. Wel moet het terras op de tekening (bij de vereniging) zijn ingetekend, opdat de situering en de omvang ervan wel kenbaar en bekend zijn.

Artikel 5.3 Sluitingstijden terras

Voor terrassen gelden dezelfde sluitingstijden als voor het horecabedrijf waarvan het terras deel uitmaakt. Als er sprake is van een overtreding van de geldende sluitingstijden wordt aangesloten bij hetgeen bepaald in artikel 3.8.

Artikel 6.1 Toepassing overige hoofdstukken

In beginsel gelden alle bepalingen uit voorgaande en volgende hoofdstukken - indien van toepassing – ook voor paracommerciële instellingen. Hierop zijn echter enkele uitzonderingen van toepassing. Deze uitzonderingen zijn opgenomen in hoofdstuk 6.

Artikel 6.2 Verstrekking alcohol aan jeugdigen

Indien er geen sprake is van eerdere meldingen, signalen en/of incidenten wordt bij een eerste overtreding in principe volstaan met een bestuurlijke waarschuwing. De bestuurlijke waarschuwing wordt altijd schriftelijk bevestigd. De bewoording ‘in principe’ in het eerste lid van dit artikel is bewust gekozen omdat hiervan, naar oordeel van de burgemeester, kan worden afgeweken als er uit (recent) verleden op basis van meldingen, signalen en/of eerdere controles en hierbij geconstateerde overtredingen bekend is dat het schenken van alcoholhoudende drank aan jeugdigen geen eerste/eenmalig incident is. In geval van afwijking kan er worden aangesloten bij artikel 8.

Bij een tweede constatering van een overtreding, binnen de genoemde termijn in het artikel, volgt het opleggen van een last onder dwangsom. Door het opleggen van een last onder dwangsom (in plaats van een bestuurlijke boete) kunnen we binnen de in het artikel genoemde bandbreedte motiveren welk bedrag past bij hetgeen geconstateerd is. De last onder dwangsom wordt (pas) verbeurd op het moment dat er binnen een termijn van 6 maanden, na de tweede constatering sprake is van een derde constatering van dit feit. We hanteren deze coulance omdat we ons bewust zijn dat verenigingskantines vaak alleen kunnen draaien door de inzet van vrijwilligers. Tijdens de participatieronde voor het recent door de gemeenteraad vastgestelde Preventie- en Handhavingsplan Alcohol (17 oktober 2024) hebben sportverenigingen aangegeven dat een boete bij een eerste overtreding vrijwilligers afschrikt om bardiensten te draaien. Er zijn gevallen bekend waarbij een vrijwilliger is gestopt na het krijgen van een boete. De coulance geldt alleen indien geen sprake is van eerdere meldingen/signalen en/of incidenten. Bij herhaaldelijke overtreding wordt handhavend opgetreden.

Zoals tevens toegelicht bij artikel 3.4 valt hieronder ook “wederverstrekking” (artikel 20, eerste lid Aw).

Artikel 6.4 Niet voldaan aan de gestelde regels voor paracommerciële instellingen ex artikelen 2:34m tot en met 2:34q APV

Artikel 4 van de Aw bepaalt dat bij gemeentelijke verordening ter voorkoming van oneerlijke mededinging regels worden gesteld waaraan paracommerciële rechtspersonen zich te houden hebben bij de verstrekking van alcoholhoudende drank. De bedoelde regels hebben in elk geval betrekking op (1) de tijden gedurende welke in de betrokken inrichting alcoholhoudende drank mag worden verstrekt, (2) in de inrichting te houden bijeenkomsten van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen en (3) in de inrichting te houden bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de betreffende rechtspersoon betrokken zijn. Daarnaast kent de APV (artikel 2:34o) voor paracommerciele instellingen een verbod op het schenken van sterke drank. Dit artikel regelt ons handhavend optreden indien één of meerdere van de genoemde artikelen overtreden wordt.

Artikel 7 Evenementen – toepassing overige hoofdstukken

Hoofdstuk 2, 3 en 4 zijn overeenkomstig van toepassing op overtredingen geconstateerd bij/tijdens evenementen.

Artikel 9.2 Hardheidsclausule

Wanneer ons handhavend optreden onevenredig nadelige gevolgen heeft voor het doel dat wordt nagestreefd en als er zeer dringende redenen zijn om af te wijken van deze beleidsregels, geeft dit artikel de mogelijkheid om van handhavend optreden af te zien.


Noot
1

Door de gemeenteraad vastgesteld op 17 oktober 2024