Beleidsregel vrijlating waarde kenteken-houdende voertuigen Participatiewet gemeente Almelo

Geldend van 26-08-2025 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel vrijlating waarde kenteken-houdende voertuigen Participatiewet gemeente Almelo

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almelo,

gelet op:

artikel 34 lid 2 onder a Participatiewet;

overwegende dat:

het college het wenselijk vindt om eenduidig en in lijn met maatschappelijke ontwikkelingen invulling te geven aan het begrip ‘bezittingen in natura die naar hun aard en waarde algemeen gebruikelijk zijn’ in artikel 34 lid 2 onder a van de Participatiewet;

besluit:

Artikel 1 Vrijlating waarde voertuig

Bij de vermogensvaststelling volgens artikel 34 van de Participatiewet blijft het vermogen gebonden in alle kenteken-houdende voertuigen in een huishouden tot een totale waarde van € 5.000 buiten beschouwing. In bijzondere omstandigheden kan dit bedrag, voor zover noodzakelijk worden verhoogd.

Artikel 2 Vaststelling waarde voertuig

De waarde van de voertuigen wordt waar mogelijk vastgesteld op basis van de veilingwaarde bij verkoop volgens de koerslijst van de ANWB.

Artikel 3 Melden aanschaf voertuig

Uitkeringsgerechtigden behoeven de reguliere aanschaf van een kenteken-houdend voertuig ten behoeve van eigen particulier gebruik in beginsel niet te melden aan de gemeente. De onderliggende financiering, voor zover niet bestaande uit eigen, bij de gemeente bekende, middelen dient wel te worden gemeld.

Artikel 4 Wijziging Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Almelo 2020

In lijn met artikel 1 van deze beleidsregel wordt artikel 1 onder f van de Beleidsregel bijzondere bijstand gemeente Almelo 2020 gewijzigd.

Artikel 5 Inwerkingtreding beleidsregel

Deze beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking.

Artikel 6 Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel vrijlating waarde kenteken-houdende voertuigen Participatiewet gemeente Almelo.

Ondertekening

Aldus vastgesteld op 19 augustus 2025

Het college van burgemeester en wethouders,

de secretaris, de burgemeester,

J.H. Dijkstra R.T.A. Korteland

Toelichting

Voor auto's, motoren en andere vervoermiddelen geldt dat zij veelal als gewone gebruiksgoederen worden beschouwd. Deze algemeen gebruikelijke bezittingen worden daarmee niet tot het in aanmerking te nemen vermogen gerekend binnen de Participatiewet.

De ‘overwaarde’ van wat luxere vervoermiddelen kan wel tot het vermogen (artikel 34 Participatiewet) gerekend worden. De gemeente bepaalt wanneer er sprake is van overwaarde.

Voor de vaststelling van deze beleidsregel werd daarvoor een bedrag van € 2.500 als ondergrens gehanteerd. Dit was tot nog toe niet formeel vastgelegd in een beleidsregel. Al werd het al wel genoemd in de beleidsregel over de bijzondere bijstand.

Gezien de prijsontwikkeling en in vergelijking met andere gemeenten is dit een relatief laag bedrag. Daarom is besloten de ondergrens in deze beleidsregel vast te stellen op € 5.000.

Het bedrag geldt voor de totale waarde van alle kenteken houdende voertuigen in een huishouden. Dat betekent als er sprake is van meer dan één kenteken-houdend voertuig, de waarde van de voertuigen bij elkaar moet worden opgeteld. Daarbij kan het niet alleen gaan om een auto of motor maar bij voorbeeld ook om bromfietsen, bromscooters en speedpedelec’s.

De waarde van de voertuigen wordt waar mogelijk vastgesteld aan de hand van de breed gebruikte koerslijst van de ANWB. Binnen de koerslijst wordt gekozen voor de veilingwaarde bij verkoop. Dit is de laagste waarde die wordt gekoppeld aan een specifiek voertuig binnen de koerslijst. Daarmee wordt een zo reëel mogelijk beeld gegeven van wat het voertuig kan opleveren als de uitkeringsgerechtigde het in contanten wil omzetten. Wanneer de ANWB-koerslijst geen uitkomst biedt dan kan worden uitgeweken naar bijvoorbeeld vergelijkingen met de waarde van een vergelijkbaar voertuig op een aantal verschillende verkoopsites of in uitzonderlijke gevallen een taxatie door een erkend taxateur.

De hoogte van de vrijlating betreft een algemeen iets, in bijzondere, bijvoorbeeld medische, omstandigheden kan er in positieve zin voor de bijstandsgerechtigde van worden afgeweken.

In artikel 3 is weergegeven dat de aanschaf van een auto in principe niet behoeft te worden gemeld. De reden daarvoor is dat het enkele feit dat een auto wordt aangeschaft niet van invloed is op het recht op bijstand. Dit neemt niet weg dat de aanschaf van auto’s in bepaalde gevallen wel van invloed kan zijn op het recht op bijstand. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als er sprake is van de handel in auto’s waarmee inkomsten kunnen worden gegenereerd.