Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR743502
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR743502/1
Beleidsregel vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom inhoudende Beleidsregels bovengrondse en ondergrondse inzamelmiddelen gemeente Bergen op Zoom
Geldend van 13-08-2025 t/m heden
Intitulé
Beleidsregel vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom inhoudende Beleidsregels bovengrondse en ondergrondse inzamelmiddelen gemeente Bergen op ZoomInleiding
Binnen de gemeente Bergen op Zoom is zo’n 30% van de huisaansluitingen aangesloten op ondergrondse containers voor het huishoudelijke afval zoals restafval en papier.
Daarnaast zijn nagenoeg alle milieuparken waar glas, PBD en textiel kan worden ingeleverd ondergronds geplaatst.
Op dit moment zijn er wel richtlijnen voor het aanleggen van ondergrondse containers voor zowel restafval en papier bij een perceel als voor milieuparkjes voor de inzameling op wijkniveau, maar die zijn niet vastgesteld.
Als gevolg hiervan kunnen vragen van inwoners over de richtlijnen/randvoorwaarden bij het plaatsen van deze ondergrondse containers niet worden beantwoord. De opgestelde beleidsregels zouden dat moeten verhelpen.
Tevens zijn met ingang van september 2023 ook ondergrondse inzamelvoorzieningen voor GFT-E in gebruik waardoor een actualisatie van deze richtlijnen wenselijk is.
Wettelijk
De Wet milieubeheer verplicht de gemeente tot het inzamelen van huishoudelijk afval bij percelen (artikel 10.21 Wet milieubeheer). Bij en krachtens de Wet milieubeheer zijn regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop de gemeente invulling moet geven aan deze verplichting.
Op basis van artikel 10.23 van de Wet milieubeheer zijn gemeenten verplicht een Afvalstoffenverordening te hebben in het belang van de bescherming van het milieu. In de Afvalstoffenverordening en het hieraan gekoppelde Uitvoeringsbesluit zijn regels opgenomen die betrekking hebben op de inzameling van huishoudelijk afval en andere afvalstoffen. In het uitvoeringsbesluit zijn inzamelmiddelen- en voorzieningen aangewezen voor huishoudens.
Bij iedere grondgebonden woning worden standaard 3 minicontainers (van 140 of 240 liter) uitgezet: voor oud papier, groente-, fruit- en tuinafval en etensresten (GFT-E) en restafval.
Uitgezonderd zijn appartementencomplexen en woningen binnen de centrumring van de stad Bergen op Zoom.
Die zijn aangesloten op ondergrondse containers voor restafval en papier en kunnen op vrijwillige basis een minicontainer voor GFT-E aanvragen mits ze die op hun eigen perceel kunnen stallen.
De ondergrondse inzameling van GFT-E wordt nu ook geleidelijk gefaciliteerd.
Daarnaast staan in de gemeente Bergen op Zoom op meerdere locaties zogenoemde milieuparkjes. Dit zijn één of meer, doorgaans ondergrondse, containers voor het gescheiden inzamelen van verpakkingsglas, textiel, plastic verpakkingsafval, blik en drankkartons (PBD) en/of elektrisch/elektronisch afval. Met het ondergronds brengen van deze milieuparkjes ontstaat een fraaier straatbeeld en bovendien draagt het aantoonbaar bij aan vermindering van bijplaatsingen.
De locaties van de bovengrondse milieuparkjes en ondergrondse containers voor grondstoffen en de restafval-/oud papiercontainers staan in de bijlage. Het aanwijzen, wijzigen of opheffen van een locatie is een besluit, waartegen bezwaar open staat. Wijzigingen worden na besluitvorming verwerkt in de bijlage, zodat een actueel beeld blijft bestaan.
Voor de plaatsing van ondergrondse containers gelden binnen de gemeente Bergen op Zoom de volgende richtlijnen:
Artikel 1 Locatierichtlijnen plaatsing ondergrondse containers
1. De locaties voor ondergrondse inzamelmiddelen liggen bij voorkeur in gronden die in eigendom zijn van de gemeente. Is er geen geschikte locatie in de openbare ruimte voorhanden of wordt daarmee de afstand tot de woningen te groot dan is plaatsing van ondergrondse containers op terrein van derden een optie.
2. Op verzoek van of in overeenstemming met de Vereniging van Eigenaren of de woningbouwcorporatie waartoe de grond behoort kan worden afgeweken van lid 1 . De gemeente geeft uitsluitend toestemming voor het plaatsen van een ondergrondse restcontainer op particuliere grond als Saver een overeenkomst met de grondeigenaar heeft gesloten voor het vestigen van opstalrecht, zodat bij eigendomsoverdracht de container kan blijven liggen.
3. Bij de realisatie van een nieuwe hoogbouwlocatie met wooneenheden waar het gebruik van ondergrondse containers voor huishoudelijk restafval wenselijk is draagt de ontwikkelaar de kosten voor de aanleg van de ondergrondse container voor restafval. Voor de overige monostromen is de aanleg van ondergrondse containers voor rekening van de gemeente.
4. De maximale loopafstand tussen de perceelgrens en de ondergrondse restafvalcontainer bedraagt 200 meter, gemeten vanaf de erfgrens.
Afwijken van deze afstand is mogelijk vanwege het ontbreken van een geschikte locatie en/of efficiency en doelmatigheid.
5. Bij het bepalen van de locatie van ondergrondse containers wordt zoveel als mogelijk rekening
gehouden met een zo kort mogelijke loopafstand vanaf seniorenwoningen.
6. Voor ondergrondse containers voor monostromen als oud papier, GFT-E, glas , PBD en textiel zijn geen
maximale afstanden vastgesteld. De betreffende containers worden bij natuurlijke aanlooproutes
geplaatst. Bijvoorbeeld in de buurt van winkelcentra of centraal in een wijk
7.. Een (ondergrondse) afvalcontainer wordt zoveel mogelijk centraal geplaatst ten opzichte van de woningen die gebruik maken van de inzamelvoorziening. Gezocht wordt naar een optimum tussen (kosten)efficiency, service en stimulering van afvalscheiding.
8.. Er worden geen ondergrondse afvalcontainers geplaatst in archeologisch waardevol gebied tenzij er geen alternatief voorhanden is
9. Er worden geen bomen gekapt ten behoeve van een ondergrondse afvalcontainer tenzij er geen alternatief voorhanden is..
10. Het inzamelvoertuig kan de locatie zonder achteruitrijden bereiken en verlaten. Achteruit insteken is toegestaan, mits de inzamelaar deze manoeuvre als veilig beoordeeld.
11. De locatie is goed zichtbaar vanuit de directe omgeving en goed verlicht.
12. De ondergrondse afvalcontainer is goed bereikbaar voor voetgangers, fietsers en mindervaliden.
13. De (ondergrondse) afvalcontainer wordt zodanig geplaatst, dat de verkeers- of sociale veiligheid niet in het gedrang komt.
14. De ondergrondse containers worden zodanig geplaatst dat voetgangers, al dan niet met een rolstoel, rollator, scootmobiel of kinderwagen, niet worden belemmerd bij het gebruik van het trottoir.
15. Ondergrondse containers worden zodanig geplaatst dat deze aan de openbare weg liggen, bij
voorkeur aan een doorgaande weg (in of uit een wijk).
16. Ondergrondse containers worden zoveel mogelijk bij of naast bestaande (ondergrondse) inzamel voorzieningen geplaatst.
17. Aan de rijbaanzijde van de locatie is parkeren verboden en geldt een parkeerverbod
18. De rijbaan ligt horizontaal en evenwijdig aan een container.
19. De afstand tussen de trottoirband en een container bedraagt minimaal 0,3 meter en maximaal 5 meter.
20. Het hoogteverschil tussen de rijbaan en het trottoir bedraagt maximaal 0,35 meter.
21. De rijbaan heeft een vrije ruimte vanaf 7 meter voor de inworpzuil tot 3,5 meter na de inworpzuil.
22. De vrije ruimte boven een container bedraagt minimaal 4 meter; de vrije ruimte boven de rijbaan bedraagt minimaal 8 meter.
23. De afstand tussen containers bedraagt minimaal 0,3 meter.
24. De afstand tussen een locatie (rand van de container) en de dichtstbijzijnde gevel is minimaal
twee meter.
25. Het aanwijzen van locaties ten koste van parkeerplaatsen wordt zoveel mogelijk voorkomen.
26. Voor het plaatsen van containers worden in principe geen kabels en leidingen verlegd. Vooraf
wordt hiernaar onderzoek verricht. Indien desondanks tijdens de plaatsing blijkt dat een kabel of
leiding aanwezig is waardoor het plaatsen van de ondergrondse container niet mogelijk is wordt
een afweging gemaakt tussen een alternatieve locatie voor de ondergrondse container of het
verleggen van de kabels en leidingen.
27. Een ondergrondse container wordt zodanig geplaatst dat het inzamelvoertuig bij het legen geen hinder heeft van objecten (bijv. verkeersborden, lantaarnpalen) en geparkeerde voertuigen.
28. Een ondergrondse container wordt zodanig geplaatst dat zich tussen het inzamelvoertuig en de
locatie geen fietspad of parkeerplaats bevindt.
29. Bij situaties waarin het plaatsen van een ondergrondse container niet mogelijk is kan (tijdelijk)
een bovengrondse dan wel een semi-ondergrondse inzamelvoorziening met een toegangssysteem
worden geplaatst
Artikel 2 Gebruikerscriteria ondergrondse containers
1.Het streven is 30 tot 100 aansluitingen per ondergrondse container voor restafval toe te wijzen, echter op
basis van de verwachting van het afvalaanbod in een straat/buurt kunnen meer of minder aansluitingen
worden toegewezen.
2. Elk op de ondergrondse container voor restafval aangesloten huishouden kan gebruik maken van in de wijk gelegen andere ondergrondse restafvalcontainers waarvan in geval van bijvoorbeeld storing gebruik kan worden gemaakt.
3. Door Saver geplaatste ondergrondse containers zijn primair voor huisaansluitingen. Indien bedrijven hier ook op aangesloten wensen te worden dient dit met de gemeente te worden afgestemd. Huishoudelijke aansluitingen gaan altijd voor bedrijfsaansluitingen.
Artikel 3 Locatierichtlijnen aanbiedplaatsen minicontainers
1. Uitgangspunt voor het bepalen van de locatie van een aanbiedplaats voor minicontainers is een goed bereikbare locatie aan de rijweg waar minicontainers op een rij ter inzameling kunnen worden aangeboden zodanig dat deze geleegd kunnen worden door een voertuig met automatische zijbelading.
2. Bij het bepalen van de locatie wordt om doelmatige inzameling te bevorderen zoveel als mogelijk rekening gehouden met een ligging langs een doorgaande weg (in of uit een wijk).
3. De ruimte tussen een aanbiedplaats en de dichtstbijzijnde gevel of erfafscheiding is minimaal 1,5 meter.
4. De aanbiedplaatsen zijn zodanig bereikbaar dat het inzamelvoertuig niet achteruit hoeft te rijden, te steken of door smalle straatjes hoeft te manoeuvreren.
5. Een aanbiedplaats wordt zodanig gesitueerd dat het inzamelvoertuig bij het legen van de minicontainers geen hinder heeft van objecten (bijv. verkeersborden en lantaarnpalen) en geparkeerde voertuigen.
6. De afstand tussen een aanbiedplaats en een perceel is standaard maximaal 75 meter gemeten vanaf de erfgrens. Indien de meest logische locatie niet voldoet aan een of meerdere richtlijnen en in de directe nabijheid van de logische locatie geen alternatieven voorhanden zijn kan van de maximale loopafstand worden afgeweken.
Artikel 4 Aantal en formaat minicontainers
1. Het standaardpakket aan inzamelmiddelen is: een 140 liter of 240 liter minicontainer voor restafval, een 140 liter of 240 liter container voor GFT-E en een 140 liter of 240 liter voor oud papier.
2. Voor de inzameling van PBD kan op vrijwillige basis een 240 liter minicontainer worden aangevraagd.
3. Een tweede minicontainer voor GFT- E of oud papier wordt op verzoek verstrekt. De aanvrager betaalt hiervoor jaarlijks een extra bedrag.
4. Een tweede minicontainer voor restafval wordt met het oog op een goede afvalscheiding en ter voorkoming van het aanbod van bedrijfsafval in de huisvuil inzameling niet verstrekt tenzij deze aanvraag is gedaan vanwege medische redenen
Artikel 5 Afwijken en weging richtlijnen
1. Indien het niet mogelijk is om een locatie aan te wijzen voor een ondergrondse container of een aanbiedplaats zonder concessies te doen aan een aantal richtlijnen, kan besloten worden om van de richtlijnen af te wijken.
2. Indien richtlijnen tegen elkaar moeten worden afgewogen geldt de volgende zwaarte: richtlijnen op het gebied van veiligheid wegen het zwaarst, vervolgens richtlijnen op het gebied van doelmatigheid en ten slotte volgt een afweging van de overige richtlijnen naar hun merites.
Aldus besloten tijdens de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom van 6 mei 2025
Ondertekening
Het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom,
Secretaris
J. Perfors
Loco-burgemeester
D.P.E. Hopmans MSc.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl