Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR743401
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR743401/1
Beleidsregel vermogensvrijlating Participatiewet voor motorvoertuigen en overige bezittingen gemeente Moerdijk
Geldend van 01-09-2025 t/m heden
Intitulé
Beleidsregel vermogensvrijlating Participatiewet voor motorvoertuigen en overige bezittingen gemeente MoerdijkHet college van burgemeester en wethouders, in zijn vergadering van 12 augustus 2025;
overwegende dat,
het gewenst is om een beleidsregel vast te stellen wanneer een motorvoertuig, caravan, camper, aanhangwagen, paardentrailer en boot of schip onder de vermogensvrijlating valt als bedoeld in artikel 34, tweede lid, onder a, van de Participatiewet.
gelet op de artikelen 4:81, eerste lid, 4:83 en 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 34, tweede lid, van de Participatiewet;
de beleidsregel heeft de instemming van de Cliëntenraad van het Werkplein.
BESLUIT
Vast te stellen de volgende beleidsregel:
‘Beleidsregel vermogensvrijlating Participatiewet voor motorvoertuigen en overige bezittingen gemeente Moerdijk’;
Artikel 1. Begripsbepalingen
-
1. Alle begrippen die in deze beleidsregel worden gebruikt en niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht, de Wegenverkeerswet 1994 en het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.
-
2. In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- a.
College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk;
- b.
Motorvoertuigen: personenauto’s en motorfietsen.
- c.
Bijzondere motorvoertuigen: motorvoertuigen die speciaal zijn aangepast voor het vervoer van mensen met een medische beperking.
- d.
Overige bezittingen: caravan, camper, aanhangwagen, paardentrailer, boot of schip.
- e.
Wet: de Participatiewet (Pw);
- f.
Werkplein: Het dagelijks bestuur van de ISD Werkplein Hart van West-Brabant
- a.
Artikel 2. Reikwijdte
-
1. Deze beleidsregel is ook van toepassing op de volgende andere regelingen bij het vaststellen van het vermogen:
- a.
bijzondere bijstand zoals bedoeld in artikel 35 lid 1 van de Pw;
- b.
individuele inkomenstoeslag zoals bedoeld in artikel 36 van de Pw;
- c.
beleidsregels maatschappelijke participatie van de gemeente Moerdijk 2023, artikel 1 Definities onder e. en artikel 2 lid 1;
- a.
-
2. Deze regeling is niet van toepassing op het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) en de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ).
Artikel 3. Uitvoering
-
1. De uitvoering van deze beleidsregel geschiedt door het Werkplein.
-
2. Bij de uitvoering van de wet en de in artikel 2 genoemde andere regelingen, wordt de hoogte van het vermogen vastgesteld overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 4 tot en met 8.
Artikel 4. Motorvoertuigen
-
1. Als belanghebbende over één motorvoertuig beschikt of redelijkerwijs kan beschikken met een waarde tot maximaal de vrijlating zoals genoemd in artikel 12 lid 2 onder c van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 wordt dit als algemeen gebruikelijk beschouwd zoals bedoeld in artikel 34 lid 2 onder a van de Pw.
-
2. Indien de waarde van het motorvoertuig bedoeld in het eerste lid meer bedraagt dan de daar vermelde vrijlating, wordt de waarde boven het vrijlatingsbedrag in aanmerking genomen als vermogen.
-
3. Als belanghebbende over meer dan één motorvoertuig beschikt of redelijkerwijs kan beschikken, wordt de vrijlating als bedoeld in het tweede lid toegepast op het motorvoertuig met de hoogste waarde. De waarde van de overige motorvoertuigen wordt volledig tot het vermogen van belanghebbende gerekend.
Artikel 5. Bijzondere motorvoertuigen
-
1. Als belanghebbende beschikt over een bijzonder motorvoertuig wordt dat als noodzakelijk beschouwd en om die reden wordt de waarde daarvan niet als vermogen in aanmerking genomen.
-
2. Als een motorvoertuig is aangepast op grond van de WMO, of via een indicatie van het UWV, wordt de aanpassing als medisch noodzakelijk beschouwd.
-
3. In alle andere situaties dan bedoeld in het tweede lid, ligt de bewijslast dat het motorvoertuig van belanghebbende valt onder bijzondere motorvoertuigen als bedoeld in artikel 1 lid 2 onder c bij belanghebbende.
Artikel 6. Overige bezittingen
-
1. Overige bezittingen als bedoeld in artikel 1 lid 2 onder d, worden naar hun aard niet beschouwd als algemeen gebruikelijk bezittingen.
-
2. Als belanghebbende overige bezittingen in eigendom heeft wordt de waarde daarvan volledig als vermogen in aanmerking genomen.
Artikel 7. Waardebepaling
-
1. De waardebepaling van een (bijzonder) motorvoertuig, of overige bezitting geschiedt door het Werkplein op de navolgende wijze:
- a.
Bij de waardebepaling wordt uitgegaan van de ANWB koerslijst op basis van de door belanghebbende verstrekte kilometerstand waarbij de laagste waarde bij verkoop (veilingprijs volgens ANWB koerslijst) wordt aangehouden. Als belanghebbende verzuimt om de kilometerstand te verstrekken, dan wordt die door het Werkplein geschat op 5000 km per jaar, te rekenen vanaf de 1e dag dat het motorvoertuig is gekentekend, hetzij in Nederland of daarbuiten.
- a.
Als de waarde niet is opgenomen in de ANWB koerslijst, dan wordt uitgegaan van de gemiddelde waarde op basis van drie vergelijkbare (bijzondere) motorvoertuigen, of overig bezit, op bekende verkoopsites.
- a.
-
2. Als de waarde van een (bijzonder) motorvoertuig, of overige bezitting als bedoeld in artikel 1 lid 2 onder d, niet kan worden vastgesteld op basis van het bepaalde in lid 1, of de inwoner is het niet eens met de door het Werkplein vastgesteld waarde, dan kan de inwoner de waarde zelf aantonen door middel van:
- a.
recent aankoopbewijs (mag niet ouder zijn dan 12 maanden),
- b.
recent taxatierapport door een onafhankelijke erkend taxateur, of iemand die voor het motorvoertuig, of overig bezit, in elk geval als deskundig taxateur is aan te merken.
- a.
-
3. Het eindoordeel over de waarde van een (bijzonder) motorvoertuig, of overige bezitting ligt altijd bij het Werkplein.
Artikel 8. Onvoorziene gevallen
-
1. Bezittingen zoals scooters, bromfietsen, elektrische fietsen etc. worden in beginsel aangemerkt als algemeen gebruikelijk. Als de waarde, naar het oordeel van het Werkplein, de vrijlating zoals genoemd in artikel 12 lid 2 onder c van de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 overstijgt, dan wordt de meerwaarde meegenomen in de vermogensvaststelling.
-
2. Indien er gevallen zijn waarin de beleidsregels niet voorzien dan ligt de uiteindelijke beoordeling bij het Werkplein.
Artikel 9. Inlichtingenplicht
De aanschaf, of het anderzijds verkrijgen, van een motorvoertuig en overige bezittingen moet altijd bij het Werkplein gemeld worden.
Artikel 10. Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Deze beleidsregel worden aangehaald als de ‘Beleidsregel vermogensvrijlating Participatiewet voor motorvoertuigen en overige bezittingen gemeente Moerdijk’.
-
2. Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van 1 september 2025.
Ondertekening
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk in de vergadering van 12 augustus 2025.
De secretaris,
S. Elseman
De burgemeester,
A.J. Moerkerke
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl