Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR743393
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR743393/1
Beeldkwaliteitsplan Steenwijk – Kornputkwartier 2023
Geldend van 16-08-2025 t/m heden
Intitulé
Beeldkwaliteitsplan Steenwijk – Kornputkwartier 2023De raad van de gemeente Steenwijkerland;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 24-10-2023, nummer 2023-RAAD-00071;
besluit:
- 1.
Het Beeldkwaliteitsplan Steenwijk – Kornputkwartier 2023 vast te stellen.
- 2.
Dit beeldkwaliteitsplan voor deze specifieke locatie aan te merken als welstandsnota.
Kornputkwartier Beeldkwaliteitsplan
Plangebied
Beschrijving
Dit beeldkwaliteitsplan heeft betrekking op een gedeelte van het Kornputkwartier.
Voor dit gebied is een nieuwe verkavelingstekening gemaakt.
Er worden rij-, twee onder één kap- en vrijstaande woningen gebouwd.
Welstandscriteria
Dorps
|
Situering
|
|
Hoofdvorm
|
|
Vormgeving
|
|
Detaillering, kleur
|
Inrichting woonomgeving
Algemeen
Behalve aandacht voor de bebouwing is ook de inrichting van de woonomgeving van belang voor de ruimtelijke kwaliteit van de wijk. Deze inrichting kan de identiteit van de buurt ondersteunen maar ook te niet doen. In dit hoofdstuk worden een aantal items genoemd die daarbij een rol spelen. Een deel van de onderwerpen zal door de gemeente uitgevoerd worden, een ander deel door de particuliere opdrachtgevers.
Straatverlichting
Ook het ontwerp van de straatverlichting kan bijdragen aan de beoogde beeldkwaliteit. In de wijk wordt op de volgende manier verlichting aangebracht:
- •
de straten krijgen één type armatuur, een circa 3 meter hoge lantaarn;
- •
de plaatsing van lichtmasten/armaturen zal goed moeten worden afgestemd op het nagestreefde ruimtelijk beeld;
- •
er zal vanzelfsprekend aandacht besteedt war den aan plaatsing van straatlantaarns en bomen ten opzichte van elkaar.
Beplanting
De beeldkwaliteit van de openbare ruimte wordt mede bepaald door de aan- of afwezigheid van beplantingen. Met name bomen zijn in dit opzicht van belang. Goede beplan-tingen, dat wil zeggen de juiste soort op de juiste plek met de juiste groeiomstandigheden, vormen met de jaren een steeds belangrijker beeldbepalend aspect, dat soms zelfs in staat is minder optimale architectonische kwaliteiten van de bebouwing te "vergoeden". Toch moeten beplantingen niet gebruikt worden als een "doekje voor het bloeden", maar als een integraal onderdeel van de na te streven omgevings-karakteristiek. De (boom-)soortkeuze dient afgestemd te worden op de beoogde ruimtelijk-architectonische kenmerken. Dit laatste geldt eveneens voor de brede groen zones die de verschillende woon clusters doorsnijden. Een groenplan zal nog opgesteld worden.
Bestratingen
Er worden in de wijk verschillende formaten bestratings- materiaal toegepast. De kleur van de bestrating wordt aangepast aan de beoogde kleur van de gevels. Daarnaast komt de beoogde differentiatie in beeldkenmerken ook tot uitdrukking in de wijze van detaillering van de bestratingen: toepassing van trottoirbanden of molgoten, markering van parkeerplaatsen, vormgeving van boomspiegels, etc. In het algemeen wordt een rustig, terughoudend vormgegeven verhardingsoppervlak voorgestaan. Ook dé bestrating op het (privé) terrein van de woningen kan een rol spelen in de aanblik van de wijk. Met name is aandacht gewenst voor die bestratingen die aansluiten op bestrating van de buren, zoals bij een gezamenlijke oprit. Op dit aspect zal gewezen worden bij de beoordeling van de bouwplannen. In de "welstandscriteria" is het één en ander eveneens opgenomen.
Tuinafscheidingen
Waar tuinen grenzen aan de openbare ruimte zal, omwille van de privacy, een afscherming gewenst zijn. Als ieder hier zijn eigen oplossing kiest ontstaat een onsamenhangend beeld. Bij de beoordeling van de plannen zal dan ook gevraagd worden deze afscheidingen (muurtjes en/of hagen) mee te ontwerpen. Op de kaart "Erfafscheiding" is aangegeven om welke kavels het gaat. Uitgegaan wordt van het realiseren van erfafscheidingen van maximaal 2 meter hoogte. Hierboven zijn enkele referentie beelden opgenomen. In de "welstandscriteria" is het één en ander eveneens opgenomen.
Eindgevels en garages
Op de "Erfafscheiding" kaart zijn die plekken aangegeven waar woningen op de hoeken van de straten zijn geprojecteerd die bij het ontwerp van het bouwplan een bijzondere beoordeling zullen krijgen omdat deze woningen als het ware twee voorgevels hebben. (Zie kaart pagina 6 en pagina 15 van dit beeldkwaliteitsplan) De uitwerking van het bouwplan zal zodanig moeten zijn dat beide gevels dezelfde zorg en aandacht in de architectuurbehandeling zullen krijgen. Aan de vormgeving van garages op straathoeken moet eveneens extra zorg worden besteed.
Dakkapel
Mijn dakkapel wordt geplaatst op het voordakvlak
Een dakkapel op het voordakvlak voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het bouwen van deze dakkapel wordt voldaan aan de welstandsregels voor vormgeving en kleur- en materiaalgebruik.
|
Vormgeving
|
|
Kleur- en materiaalgebruik
|
Mijn dakkapel wordt geplaatst op het zijdakvlak
Een dakkapel op het zijdakvlak voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het bouwen van deze dakkapel wordt voldaan aan de welstandsregels voor vormgeving en kleur- en materiaalgebruik.
|
Vormgeving
|
|
Kleur- en materiaalgebruik
|
Mijn dakkapel wordt geplaatst op het achterdakvlak
Een dakkapel op het achterdakvlak voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het bouwen van deze dakkapel wordt voldaan aan de welstandsregels voor vormgeving en kleur- en materiaalgebruik.
|
Vormgeving
|
|
Kleur- en materiaalgebruik
|
Aan- of uitbouw
Een aan- of uitbouw van een hoofdgebouw voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het bouwen van deze aan- of uitbouw wordt voldaan aan de welstandsregels voor kleur- en materiaalgebruik. In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen die de positie en de afmetingen van een aan- of uitbouw bepalen.
|
Kleur- en materiaalgebruik
|
Overkapping
Een overkapping aan een hoofdgebouw voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het bouwen van deze overkapping wordt voldaan aan de welstandsregels voor kleur- en materiaalgebruik. In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen die de positie en de afmetingen van een aan- of uitbouw bepalen.
|
Kleur- en materiaalgebruik
|
Bijgebouw of overkapping
Een vrijstaand bijgebouw of overkapping bij een hoofdgebouw voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het bouwen van dit gebouw wordt voldaan aan de welstandsregels voor kleur- en materiaalgebruik. In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen die de positie en de afmetingen van een vrijstaand bijgebouw of overkapping bepalen.
|
Kleur- en materiaalgebruik
|
Erfafscheiding
Een erfafscheiding voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het bouwen van deze erfafscheiding wordt voldaan aan de welstandsregels voor kleur- en materiaalgebruik. In het bestemmingsplan zijn regels opgenomen die de positie en de afmetingen van een erfafscheiding bepalen.
|
Kleur- en materiaalgebruik
|
|
Beplanting
|
Gevelindeling
Een wijziging van de gevel van een hoofdgebouw voldoet altijd aan redelijke eisen van welstand, als bij het wijzigen van de gevelindeling wordt voldaan aan de welstandsregels voor kleur- en materiaalgebruik.
|
Kleur- en materiaalgebruik
|
Algemene regels
Afwijken van de welstandsregels
Afwijken op inhoudelijke gronden
Het college van burgemeester en wethouders kan op inhoudelijke grond afwijken van de welstandsregels indien zij tot het oordeel komt dat de van toepassing zijnde welstandsregels niet juist zijn geïnterpreteerd, of dat naar het oordeel van het college niet de juiste welstandsregels zijn toegepast. Voordat het besluit tot het verlenen van de omgevingsvergunning wordt genomen, maar binnen de daarvoor geldige afhandelingstermijn, wordt een second-opinion gevraagd bij een (andere) onafhankelijke adviescommissie. Deze second-opinion speelt een zware rol bij de verdere oordeelsvorming van het college van burgemeester en wethouders. Indien het college van burgemeester en wethouders op inhoudelijke grond afwijkt van het welstandsregels wordt dit in de beslissing op de aanvraag van de omgevingsvergunning gemotiveerd.
Afwijken om andere redenen
Het college van burgemeester en wethouders heeft volgens artikel 2.10 lid 1d Wabo de mogelijkheid om bij strijd van een bouwplan met de welstandsregels, toch een omgevingsvergunning te verlenen indien het college van oordeel is dat daarvoor andere redenen zijn, bijvoorbeeld van economische of maatschappelijke aard. Deze afwijking wordt in de beslissing op de aanvraag van de omgevingsvergunning gemotiveerd.
Welstandsregels voor excessen
Voorkomende gevallen
Er is sprake van een exces als een bouwwerk niet voldoet aan met één of meerdere van de volgende welstandsregels:
- a.
een bouwwerk sluit zich visueel of fysiek af voor zijn omgeving;
- b.
een ingreep in een bestaand bouwwerk ontkent of vernietigt architectonische bijzonderheden van het bestaande bouwwerk;
- c.
een bouwwerk doorbreekt doet een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is (zie daarvoor de gebiedsgerichte regels);
- d.
een bouwwerk is uitgevoerd glimmende of spiegelende materialen of materialen die niet zijn bedoeld als bouwmaterialen;
- e.
een bouwwerk is uitgevoerd in felle of fluorescerende kleuren;
- f.
het bouwwerk heeft door verwaarlozing en verval een negatieve invloed op de omgeving.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 19 december 2023,
De raad voornoemd,
De griffier,
A. Ten Hoff
de voorzitter,
J.H. Bats
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl