Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR743373
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR743373/1
Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht) Stichtse Vecht 2025
Geldend van 15-08-2025 t/m heden
Intitulé
Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht) Stichtse Vecht 2025De raad van de gemeente Stichtse Vecht,
gelet op:
- -
artikel 149 van de Gemeentewet, in combinatie met artikel 18.20, derde lid, en artikel 18.23, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet;
- -
het voorstel van burgemeester en wethouders van 1 april 2025;
- -
de bespreking in de commissie Fysiek Domein van 3 juni 2025;
B e s l u i t :
vast te stellen de
Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht) Stichtse Vecht 2025
Artikel 1. Definities
In deze verordening en daarop berustende bepalingen wordt onder betrokken wetten verstaan: Omgevingswet en Wet milieubeheer, voor zover paragraaf 18.3.3 van de Omgevingswet van overeenkomstige toepassing is verklaard.
Artikel 2. Reikwijdte
Deze verordening is van toepassing op de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten door of in opdracht van burgemeester en wethouders.
Artikel 3. Betrokkenheid van de raad
De raad ziet toe op de hoofdlijnen van het door burgemeester en wethouders gevoerde beleid voor de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten.
Artikel 4. Kwaliteitsdoelen
-
1. Burgemeester en wethouders beoordelen de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten in het licht van daarvoor door hen gestelde doelen in de uitvoerings- en handhavingsstrategie.
-
2. De doelen in de uitvoerings- en handhavingsstrategie voor de betrokken wetten hebben in ieder geval betrekking op:
- a.
de dienstverlening;
- b.
de uitvoeringskwaliteit van diensten en producten;
- c.
de financiën.
- a.
Artikel 5. Kwaliteitsborging
-
1. Op de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten door of in opdracht van burgemeester en wethouders zijn de actuele kwaliteitscriteria van toepassing inzake de beschikbaarheid en de deskundigheid van organisaties die met de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de betrokken wetten zijn belast.
-
2. Over de naleving van de kwaliteitscriteria doen burgemeester en wethouders jaarlijks mededeling aan de raad.
-
3. Voor zover de kwaliteitscriteria niet zijn of konden worden nageleefd, doen burgemeester en wethouders daarvan gemotiveerd opgave.
Artikel 6. Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Deze verordening treedt in werking de dag na publicatie in het gemeenteblad.
-
2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht) Stichtse Vecht 2025.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 1 juli 2025.
Stichtse Vecht, 1 juli 2025
Griffier
B. Espeldoorn-Bloemendal
Voorzitter
drs. A.J.H.T.H. Reinders
Toelichting
Algemeen
Deze verordening regelt de kwaliteit van de uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht door en in opdracht van burgemeester en wethouders.
Achtergrond en aanleiding
Vanaf 2015 is er vanuit de VNG en het Interprovinciaal overleg (IPO) gewerkt aan een uniforme modelverordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht (VTH). Deze modelverordening werd opgesteld met als doel om in landelijk verband de uitvoering en handhaving van de VTH-taken te bevorderen, te borgen en te kunnen beoordelen tussen gemeenten, provincies en gemeenschappelijke diensten (zoals de Omgevingsdienst). Dit is vastgelegd in zogenaamde kwaliteitscriteria. Per 2025 zijn de Kwaliteitscriteria 3.0 van kracht. Deze criteria zijn doorontwikkeld op basis van eerdere kwaliteitscriteria en sluiten aan op de bepalingen uit de Omgevingswet. Ook zijn verschillende competenties opgesteld die noodzakelijk zijn voor de VTH-taakuitvoering.
De grondslag voor de modelverordening en de VTH-kwaliteitscriteria zijn vastgelegd in de artikelen 18.20 en 18.23 van de Omgevingswet. De hierbij door de raad vast te stellen verordening volgt de Model Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht), die voor gemeenten en provincies gelijkluidend door de VNG en het IPO is opgesteld.
Reikwijdte
Deze verordening gaat uit van een brede verantwoordelijkheid van gemeenten en provincies voor kwaliteit. Dat wil zeggen dat als vertrekpunt wordt genomen dat alle uitvoerings- en handhavingstaken van burgemeester en wethouders op grond van de Ow, onderwerp van de verordening vormen. Het gaat dan om thuistaken, die burgemeester en wethouders “in eigen huis” verrichten, de basistaken die krachtens artikel 18.22 van de Ow in opdracht van burgemeester en wethouders door omgevingsdiensten worden verricht en de plustaken, die burgemeester en wethouders - naast de basistaken - hebben belegd bij de omgevingsdienst. Behalve milieutaken betreft het dus ook uitdrukkelijk de zogenaamde "BRIKS-taken" (inzake bouw-, reclame-, inrit-, kap- en sloopvergunningen).
Deze verordening stelt regels die voor alle gemeenten en provincies gelijk zijn. In alle gevallen zullen burgemeester en wethouders beleid moeten voeren over de kwaliteit (zie ook artikel 3). Dit beleid komt tot uitdrukking in de uitvoerings- en handhavingsstrategie, bedoeld in artikel 13.5 van het Omgevingsbesluit. Deze verordening regelt waarover de doelen van dit beleid ten minste moeten gaan. Deze verordening regelt bovendien dat de verrichtingen van de gemeentelijke organisaties en de omgevingsdiensten, waar het de uitvoerings- en handhavingstaken betreft, in het licht van die doelen worden beoordeeld. Tot slot regelt de verordening dat de raad jaarlijks geïnformeerd wordt over de hoofdlijnen van het meerjarige kwaliteitsbeleid dat burgemeester en wethouders voeren.
Samenhang met andere domeinen
Onderwerpen die tot het bereik van de verordening behoren, kunnen onderdeel blijven uitmaken van andere thema's dan die van de fysieke leefomgeving alleen. De verordening belemmert bijvoorbeeld niet dat onderwerpen met betrekking tot fysieke veiligheid ook aan de orde kunnen komen in beoordelingen of rapportages op andere domeinen. Zoals bij de openbare orde en veiligheid binnen gemeenten, waar raakvlakken bestaan tussen bijvoorbeeld de Ow en de Alcoholwet, de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur en andere bijzondere wetten.
De uniforme regeling van de verordening betekent ook dat voor bijvoorbeeld de taken op grond van artikel 18.22, tweede lid, van de Ow geen specifieke, aanvullende eisen worden gesteld. Ook hier is het relevante kader breder dan de Ow alleen en vindt taakuitoefening plaats in samenwerking met andere bevoegde gezagen. De basis van de kwaliteitscriteria blijven ook hier de afspraken die in het
kader van het Programma Uitvoering met Ambitie (PUMA) zijn gemaakt. De criteria voor de omgevingsdiensten met taken, bedoeld in artikel 18.22, tweede lid, van de Ow, zijn in Nederland hetzelfde. In afstemming met de andere bevoegde gezagen kunnen aanvullende afspraken gemaakt worden.
Hoofdlijnen van de verordening
De verordening vormt het kader voor de kwaliteit van de uitvoerings- en handhavingstaken op het terrein van de Ow door de gemeente en in opdracht daarvan handelende (omgevings-)diensten. De verordening drukt commitment uit van de raad aan kwaliteit. Deze verordening en de gestelde kwaliteitscriteria zijn gebaseerd op de modelverordening van de VNG en de bijbehorende kwaliteitscriteria 3.0. Deze is aangepast naar de eisen en omstandigheden van de gemeente Stichtse Vecht.
De verordening verbindt daarmee inhoudelijke ambities voor kwaliteit aan bestaande wet- en regelgeving, zoals de Gemeentewet, de Provinciewet, de Ow, de Wet milieubeheer (Wm), de Algemene wet bestuursrecht en de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Bij ontwikkeling en bekendmaking van de kwaliteitscriteria worden deze kaders ook betrokken.
Van deze kaders is de Ow en daarop gebaseerde regelgeving wellicht de belangrijkste. Zo bevat artikel 13.5 e.v. van het Omgevingsbesluit procedurele regels voor het uitvoerings- en handhavingsbeleid en de vergunningverlening door het bevoegd gezag. Dit houdt in dat burgemeester en wethouders verplicht zijn tot het stellen van doelen, het identificeren van activiteiten ter uitvoering daarvan, de inrichting van de uitvoeringsorganisatie, het monitoren en het rapporteren daarover.
In de praktijk zijn bovendien verschillende kaders gebruikelijk voor het beoordelen van de kwaliteit door de omgevingsdienst (respectievelijk de eigen diensten), door burgemeester en wethouders en tot slot door de raad. Vertrekpunt zijn de actuele kwaliteitscriteria (waarvan de toepassing is verankerd in artikel 5, zie de toelichting aldaar) en andere standaarden en methoden die door het bevoegde gezag al veel worden gehanteerd. Deze zijn ontwikkeld en worden verder ontwikkeld met als doel de kwaliteit van uitvoerings- en handhavingstaken te waarborgen en te bevorderen.
Of deze kaders gerealiseerd zijn en hoe deze bijdragen aan de kwaliteit van de uitvoering- en handhavingstaken, moet jaarlijks worden beoordeeld door burgemeester en wethouders. Hiervoor is input nodig van de omgevingsdiensten en van de interne gemeentelijke organisatie. Burgemeester en wethouders zullen dus beoordelen "of het goed gaat" op basis van de door henzelf geformuleerde beleidsdoelen voor in ieder geval de dienstverlening, uitvoeringskwaliteit van producten en diensten of de financiën (artikel 4, tweede lid, onder a tot en met c).
Uiteindelijk zullen burgemeester en wethouders hierover verantwoording afleggen aan de raad (horizontale verantwoording). De leden van de raad vormen immers ook een eigen oordeel "of het goed gaat” in het licht van de kwaliteit van de leefomgeving. De politiek-bestuurlijke overwegingen van de raad zullen betrekking hebben op de meerjarige hoofdlijnen van het beleid. De raad oefent invloed uit op de formulering van doelen en indicatoren door burgemeester en wethouders en op de bijstelling daarvan zoals bijvoorbeeld welke informatie de raad wil terugzien in de verantwoordingsrapportages van burgemeester en wethouders. In die zin worden de kaders voor de beoordeling van de raad overgelaten aan het politieke debat.
Zo ordent de verordening de kwaliteit van uitvoering en handhaving, door de betrokken actoren met elkaar te verbinden vanuit ieders competentie:
- -
De organisaties werken overeenkomstig de actuele kwaliteitscriteria met betrekking tot deskundigheid en beschikbaarheid, en leggen rekenschap af aan burgemeester en wethouders die hiervoor verantwoording afleggen aan de raden en provinciale staten.
- -
Burgemeester en wethouders zijn als bevoegd bestuursorgaan belast met het stellen van beleidsdoelen voor de kwaliteit van de uitvoerings- en handhavingstaken overeenkomstig de procesregels van het Omgevingsbesluit,
- -
De raad oefent horizontaal toezicht uit op burgemeester en wethouders.
Artikelsgewijze toelichting
Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven, worden hieronder nader toegelicht.
Artikel 1. Definities
In dit artikel zijn geen begrippen opgenomen die al zijn gedefinieerd in de Ow.
Als betrokken wetten worden aangemerkt de Omgevingswet (Ow) zelf, en de Wet milieubeheer (Wm), voor zover bij of krachtens die wetten is bepaald dat paragraaf 18.3.3 van de Ow van overeenkomstige toepassing is. Dat de Wm van toepassing is, is bepaald in artikel 18.1a van de Wm.
Op de uitvoering of handhaving van een geheel andere wet, zoals bijvoorbeeld de Alcoholwet, is deze verordening niet van toepassing (wat onverlet laat dat over overlappende onderwerpen elders wordt gerapporteerd, zie het algemeen deel van de toelichting).
Het begrip omgevingsdienst is niet apart gedefinieerd, maar is bedoeld zoals geformuleerd in artikel 18.21 van de Omgevingswet (Ow).
Artikel 2. Reikwijdte
De reikwijdte van de verordening is deels inhoudelijk (uitvoering en handhaving) en op basis van bevoegd gezag.
De reikwijdte van de verordening heeft een inhoudelijke afbakening en een afbakening naar bevoegd gezag. Ten eerste moet het gaan om de uitvoering of handhaving van de betrokken wetten. De terminologie “uitvoering en handhaving” duidt op de uitvoerings- en handhavingstaak, bedoeld in artikel 18.20 van de Ow (vergunningverlening, toezicht en handhaving, VTH). Zie daarover de toelichting bij artikel 1.
Ten tweede gaat de reikwijdte over de uitvoering en handhaving door, of in opdracht van burgemeester en wethouders. De verordening is dus van toepassing als het gaat om de uitvoering van de betrokken wetten door burgemeester en wethouders zelf of, in opdracht van burgemeester en wethouders door een omgevingsdienst of een private partij.
Uitvoering van de Ow of de Wm door andere bevoegde gezagen, zoals het provinciebestuur en andere gemeentebesturen die hun verordeningen op basis van hetzelfde model vaststellen, het waterschapsbestuur of de minister van Infrastructuur en Waterstaat of de minister van Economische Zaken en Klimaat, valt buiten het bereik van deze verordening. Waar hier wordt gesproken over de uitvoering of handhaving van taken door, of in opdracht van het bevoegd gezag, wordt gedoeld op de uitvoering door gemeentelijke diensten en regionale uitvoeringsdiensten.
Artikel 3. Betrokkenheid van de raad
Artikel 3 gaat over de rolverdeling tussen de raad en burgemeester en wethouders. Op basis van afdelingen 13.2 en 13.3 van het Omgevingsbesluit, is de jaarlijkse beoordeling van en rapportage over kwaliteit een taak voor het bevoegd gezag. De raad heeft hierin een controlerende en kaderstellende taak. De raad controleert het VTH-beleid van het college B&W op hoofdlijnen. Jaarlijks wordt een evaluatie uitgevoerd waarbij wordt gecontroleerd of onze organisatie en de omgevingsdiensten voldoen aan de vigerende kwaliteitscriteria. De resultaten van deze evaluatie worden jaarlijks voorgelegd aan de raad.
Artikel 4. Kwaliteitsdoelen
Afdelingen 13.2 en 13.2 van het Omgevingsbesluit verplichten het bevoegd gezag (lees: burgemeester en wethouders) om beleid te formuleren voor de kwaliteit van de uitoefening van de uitvoerings- en handhavingstaken. Hierbij gaat het zowel om de thuis-, basis- en de plustaken, die Omgevingsdiensten uitvoeren in opdracht van het bevoegd gezag. Daarbij dient er onderlinge afstemming plaats te vinden tussen het bevoegd gezag en de omgevingsdienst. De wijze waarop dit moet plaatsvinden, laat het Omgevingsbesluit inhoudelijk open. Dit artikel strekt ertoe een inhoudelijke ambitie te geven aan de procesverplichting om kwaliteitsbeleid te vormen.
Het kwaliteitsbeleid moet gericht zijn op de prestaties en kwaliteit van de uitvoering van de eigen organisaties. Het gaat dan in ieder geval om dienstverlening, uitvoeringskwaliteit van producten en diensten en financiën.
Artikel 5. Kwaliteitsborging
Dit artikel geeft een verankering aan de vigerende kwaliteitscriteria. Per 1 januari 2025 zijn de kwaliteitscriteria 3.0 van kracht geworden. De kwaliteitscriteria worden door het bevoegd gezag in brede samenwerking opgesteld en zijn aangepast naar de eisen en omstandigheden van de gemeente Stichtse Vecht. De kwaliteitscriteria hebben betrekking op de deskundigheid van de uitvoerende en handhavende organisaties. De meest actuele versie van de kwaliteitscriteria worden door de VNG en het IPO (en andere organisaties) bekendgemaakt. Op het moment van vaststellen van deze verordening is de meest actuele set (kwaliteitscriteria 3.0) te vinden op: https://vng.nl/nieuws/nieuwe-criteria-voor-uniforme-kwaliteit-in-vth
Van de naleving van de kwaliteitscriteria wordt jaarlijks mededeling gedaan aan de raad, zoals bedoeld in afdelingen 13.2 en 13.3 van het Omgevingsbesluit. Het bevoegd gezag dient daarbij gemotiveerd aan te geven wanneer en om welke reden bepaalde kwaliteitscriteria niet toegepast zijn, of konden worden, en hoe wel voor de gestelde kwaliteit wordt gezorgd.
Artikel 6. Inwerkingtreding en citeertitel
Dit artikel regelt de inwerkingtreding van de verordening. Overgangsrecht is niet nodig, gelet op de aard van de gestelde regels.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl