Beleidsregels Gemeenschappelijke fietsenberging bij woongebouwen Haarlemmermeer

Geldend van 14-08-2025 t/m heden

Intitulé

Beleidsregels Gemeenschappelijke fietsenberging bij woongebouwen Haarlemmermeer

Het college van burgemeester en wethouders,

Gelet op:

  • artikel 5.1, lid 2 onder a van de Omgevingswet;

  • artikel 8.3b van het Besluit kwaliteit leefomgeving;

  • artikel 4.172 van het Besluit bouwwerken leefomgeving;

  • artikelen 4.7 en 4.9 onder c van de Omgevingswet.

Overwegende dat:

  • het op grond van artikel 5.1, lid 2 onder a van de Omgevingswet verboden is om zonder een omgevingsvergunning een bouwactiviteit te verrichten;

  • een aanvraag om omgevingsvergunning op grond van artikel 8.3b van het Besluit kwaliteit leefomgeving wordt getoetst aan hoofdstuk 4 van het Besluit bouwwerken leefomgeving en deze omgevingsvergunning alleen wordt verleend als aannemelijk is dat wordt voldaan aan de regels van hoofdstuk 4 van het Besluit bouwwerken leefomgeving en de maatwerkregels die op grond van artikel 4.7 van dat besluit in het omgevingsplan zijn gesteld;

  • In artikel 4.172 Besluit bouwwerken leefomgeving regels zijn opgenomen met betrekking tot bergruimte voor fietsers en scooters in woongebouwen

  • in artikel 4.7 en 4.9 onder c van de Omgevingswet staat dat het college van burgemeester en wethouders beslist op een aanvraag om toestemming tot het treffen van een gelijkwaardige maatregel en dat met de gelijkwaardige maatregel tenminste hetzelfde resultaat wordt bereikt als met de voorgeschreven maatregel is beoogd.

Besluiten de volgende beleidsregels vast te stellen:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • Bbl: Besluit bouwwerken leefomgeving;

  • college: het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer;

  • CROW: kennisorganisatie op het gebied van infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer en werk en veiligheid;

  • Omgevingswet:

  • buiten-modelfietsen: bakfietsen, snorfietsen, bromfietsen, tandems, ligfietsen met en zonder behuizing, fietsen met een stuurbreedte groter dan 75 centimeter, fietsen met een banddikte groter dan 5,5 centimeter, fietsen met meer dan twee wielen, skelters, fietsen met banddikte smaller dan 3,5 centimeter (zoals racefietsen, kinderfietsen), vouwfietsen, enz.

  • gemeenschappelijke fietsenbergingen :

  • stalling van scootmobielen:

Artikel 2 Aanvraag tot toepassing gelijkwaardige maatregel op grond van artikel artikelen 2.4 en 2.5 van het Besluit bouwwerken leefomgeving / artikel 4.7 van de Omgevingswet

  • 1. De aanvrager van een omgevingsvergunning voor een woongebouw kan in de aanvraag verzoeken om afwijking van de prestatie-eisen die het Besluit bouwwerken leefomgeving stelt aan gemeenschappelijke fietsenbergingen, doormiddel van een gelijkwaardige maatregel;

  • 2. In het verzoek wordt onderbouwd aangegeven hoe wordt voldaan aan de in artikel 3, 4, 5, en 6 opgenomen voorwaarden en de in artikel 7 en 8 aangegeven kwaliteitseisen;

  • 3. Het college wijst het verzoek af, indien niet aan de voorwaarden van de artikelen 4, 5 en 6 wordt voldaan;

Artikel 3 Beheer

  • 1. Bij het verzoek om gelijkwaardige maatregel moet een beheersplan worden overlegd waarin de onderstaande voorwaarden zijn opgenomen voordat ingestemd kan worden met het verzoek tot een gelijkwaardige maatregel.

  • 2. Het beheer van een gemeenschappelijke fietsenberging en stalling voor scootmobielen voldoet minimaal aan de volgende voorwaarden:

    • a)

      Privaatrechtelijk is vastgelegd dat ieder appartement het aantal fietsplekken heeft conform deze beleidsregel, gekoppeld aan de woningen;

    • b)

      Het huishoudelijke reglement bevat bij ingebruikname afspraken over gebruik en beheer;

    • c)

      Een gemeenschappelijke fietsenberging is afgesloten;

    • d)

      De fietsplekken zijn genummerd met de huisnummers van de woningen waartoe ze behoren;

    • e)

      De toegewezen fietsplekken van een woning liggen bij elkaar;

    • f)

      Een gemeenschappelijke fietsenberging omvat de fietsplekken voor maximaal 100 woningen;

    • g)

      De ruimten voor scootmobielen zijn apart van de fietsen geclusterd en afgesloten i.v.m. brandveiligheid.

    • h)

      De bewoners van het woongebouw kunnen beschikken over een plaats in de stalling voor scootmobielen in verband met gewenste levensloopbestendigheid van de woningen tenzij wordt aangetoond dat dit redelijkerwijs niet mogelijk is;

    • i)

      De toekomstige bewoners worden door de vergunninghouder erop gewezen dat een gelijkwaardige maatregel is toegepast.

Artikel 4 Aantal fietsplekken in gemeenschappelijke fietsenberging

  • 1. Het aantal fietsplekken, met bijbehorende fietsbeugels, per woning voldoet aan het onderstaande schema, waarbij het is toegestaan om dubbele fietsenrekken toe te passen:

    Gebruiksoppervlakte woning (m²)

    Aantal plekken in fietsrek

    Benodigde gebruiksoppervlakte interne bergruimte (m2)

    >50 - < 75

    3

    2,7 m2

    > 75 - < 100

    4

    2,7 m2

    > 100 - < 125

    5

    2,7 m2

    > 125

    6

    2,7 m2

  • 2. Voor hoog-laag voorzieningen in gemeenschappelijke fietsenbergingen geldt een minimale hart-op-hart afstand van 0,4 meter;

  • 3. Voor voorzieningen op één niveau in gemeenschappelijke fietsenbergingen geldt een minimale hart-op-hart afstand van 0,65 meter;

  • 4. Er zijn per woning ten minste twee plekken in een laag rek;

  • 5. minimaal 5% van de plekken is geschikt voor bakfietsen of andere fietsen met sterk afwijkende maten (vakken minimaal 1000 mm breed);

  • 6. Minimaal 15% van de plekken is geschikt voor de overige ‘buiten-model fietsen’ (hart-op-hart afstand minimaal 500 mm).

Artikel 5 Oppervlakte stalling voor scootmobielen

  • 1. Er moet rekening gehouden worden met tenminste de volgende afmetingen van een scootmobiel: lengte: 1,40 meter, breedte: 0,70 meter. Met ruimte voor manoeuvreren en in- en uitstappen komt de gemiddelde oppervlakte op: 3 m2 per scootmobiel;

  • 2. De totale afmeting van een gemeenschappelijke stalling voor scootmobielen voldoet aan de formule in onderstaande tabel:

    Aantal woningen

    Oppervlakte stallingsruimte scootmobielen

    < 50

    aantal woningen / 7 x 3 m2

    50 tot 100

    aantal woningen / 9 x 3 m2

    100 tot 150

    aantal woningen / 11 x 3 m2

    150 tot 200

    aantal woningen / 13 x 3 m2

    > 200

    aantal woningen / 15 x 3 m2

  • 3. De opstelplekken (per 3 m2) zijn voorzien van een elektrische oplaadmogelijkheid.

Artikel 6 Oppervlakte interne bergruimte

  • 1. Bij de toepassing van gelijkwaardige maatregel wordt in de woningen een interne bergruimte met een gebruiksoppervlakte van 2,7 m2 gerealiseerd; deze interne bergruimte is onderdeel van de gelijkwaardige maatregel.

  • 2. De interne bergruimte wordt in één ruimte gerealiseerd;

  • 3. Het oppervlak dat een warmwatertoestel, een ruimteverwarmingstoestel of een andere gebouw-gebonden installatie inneemt wordt niet meegerekend bij het bepalen van het oppervlak van de interne bergruimte;

  • 4. De interne bergruimte heeft een minimale breedte van één meter aan vrije ruimte en een minimale hoogte van 2,30 meter.

Artikel 7 Kwaliteitseisen: toegankelijkheid

  • 1. Bij zijn oordeel over de gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 2, vierde lid, betrekt het college in ieder geval de onderstaande kwaliteitseisen voor toegankelijkheid en de mate waarin het verzoek om gelijkwaardige maatregel hierin voorziet.

  • 2. De stalling voor scootmobielen is brandveilig vormgegeven.

  • 3. Vanuit de openbare ruimte is de toegang van de fietsenberging duidelijk zichtbaar (‘s avonds en ’s nachts goed verlicht) en herkenbaar, gezien vanaf de aanrijroute richting het woongebouw;

  • 4. De gemeenschappelijke fietsenberging en de stalling voor scootmobielen zijn bereikbaar via maximaal 2 deuren;

  • 5. De gemeenschappelijke fietsenberging heeft een voetgangersuitgang in de richting van de woningen;

  • 6. De afstand mag maximaal ca. 75 meter zijn van de gemeenschappelijke fietsenberging/stalling scootmobielen tot elke woningtoegangsdeur;

  • 7. De toegang vanaf de weg naar een gemeenschappelijke fietsenberging op lager of hoger niveau is goed en comfortabel te gebruiken voor alle fietsen en scooters; dus ook voor zware fietsen en ‘buiten-model fietsen’, eventueel met gebruik van een motorisch aangedreven tandriemband;

  • 8. Het hellingspercentage van een hellingbaan is maximaal 22% ;

  • 9. Een trap heeft ideaal een hellingspercentage van 18%, met een aantrede van 500 mm en een optrede van 90 mm of met een aantrede van 600 mm en een optrede van 100 mm met aan beide zijden fietsgoten;

  • 10. Een lift is geschikt voor het meenemen van fietsen en scootmobielen (maat 1,05 x 2,05 meter);

  • 11. Een gebruiker moet de toegang van een stalling gemakkelijk kunnen openen: automatisch, met een makkelijk te bedienen drukknop of chipkaartlezer;

Artikel 8 Kwaliteitseisen: inrichting en bruikbaarheid

  • 1. Bij zijn oordeel over de gelijkwaardige maatregel als bedoeld in artikel 2, vierde lid, betrekt het college in ieder geval de onderstaande kwaliteitseisen voor inrichting en bruikbaarheid en de mate waarin het verzoek om gelijkwaardige maatregel hierin voorziet.

  • 2. De gemeenschappelijke fietsenberging moet logisch en overzichtelijk zijn ingedeeld;

  • 3. De route in en vanuit de stalling naar de bestemming is logisch, snel en eenvoudig. Bij voorkeur kan men vanuit de fietsenberging rechtstreeks (liefst binnendoor) doorlopen naar de woningen, zonder terug te hoeven lopen door de fietsenberging;

  • 4. De sociale veiligheid wordt gewaarborgd door een overzichtelijke inrichting, goede verlichting en bij voorkeur daglichttoetreding;

  • 5. Gebruikers moeten elkaar in de verkeersruimtes van de gemeenschappelijke fietsenberging kunnen passeren;

  • 6. Stallingssystemen voor fietsen voldoen aan de eisen van de meest actuele versie van het Normstellend document fietsparkeersystemen van ‘Fietsparkeur’ (zie: bijlage 1) of zijn minimaal van vergelijkbare kwaliteit;

  • 7. De minimale vrije hoogte in een gebouwde stalling is 2900 mm om dubbellaags rekken te kunnen plaatsen;

  • 8. De gangpaden in de gemeenschappelijke fietsenstalling zijn minimaal 2100 mm breed en een hoofdgangpad is minimaal 3000 mm breed, zowel voor fiets als scooter;

  • 9. Een parkeersysteem waarin naast standaardfietsen ook fietsen passen met veel voorkomende afwijkende maten, heeft de voorkeur. Dan passen nagenoeg alle fietsen probleemloos op elke stallingsplek, ook die met een krat, bagagedrager vóór, breed stuur, brede banden, etc. Een andere mogelijkheid is een apart parkeervak, waarin afwijkende maten fietsen op hun standaard kunnen worden gesteld;

  • 10. De gemeenschappelijke fietsenberging biedt oplaadmogelijkheden voor elektrische fietsen;

  • 11. De stalling voor scootmobielen biedt oplaadmogelijkheden voor scootmobielen;

  • 12. De netto-afmetingen van een scooterparkeerplek is minimaal 750 mm breed x 1800 mm lang.

Artikel 9 Andere gelijkwaardige oplossingen

Deze beleidsregels sluiten de toepassing van gelijkwaardige maatregel voor andere dan de hierin beschreven gelijkwaardige maatregelen niet uit.

Artikel 10 Inwerkingtreding

Deze Beleidsregels treden in werking op de dag na bekendmaking.

Artikel 11 Titel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: “Beleidsregels Gemeenschappelijke fietsenberging bij woongebouwen Haarlemmermeer”.

Ondertekening

Aldus vastgesteld tijdens de collegevergadering van 8 juli 2025.

Burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer,

de secretaris,

Cees Vermeer

de burgemeester,

Marianne Schuurmans-Wijdeven