Participatieverordening gemeente Borsele 2025

Geldend van 14-08-2025 t/m heden

Intitulé

Participatieverordening gemeente Borsele 2025

De gemeenteraad van de gemeente Borsele;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 mei 2025, D25.664517;

gelet op de artikelen 149 en 150 van de Gemeentewet, de artikelen 3.1, 2.4 en 3.4 van de Omgevingswet en de artikelen 10.7, 10.2, 10.8 van het Omgevingsbesluit;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

‘Participatieverordening gemeente Borsele 2025’

Hoofdstuk 1 - Inleidende bepalingen

Artikel 1.1 Onderwerp verordening

Deze verordening regelt de betrokkenheid van inwoners en andere belanghebbenden bij de ontwikkeling, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid, plannen en projecten en de rol van de bestuursorganen in deze processen. Deze verordening is daarnaast van toepassing op de manier waarop de gemeente reageert of ondersteuning biedt aan initiatieven van inwoners, maatschappelijke organisaties of andere betrokkenen.

Artikel 1.2 Definities

In deze verordening verstaan we onder:

  • beleid: gedragslijn, project, programma of plan van de gemeente om een bepaald doel te realiseren;

  • bestuursorgaan/de gemeente: het bestuursorgaan dat bevoegd is; afhankelijk van de inhoud van het beleid of de taak is de gemeenteraad, het college of de burgemeester;

  • college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Borsele;

  • inspraak: de mogelijkheid die de gemeente aan inwoners en belanghebbenden biedt om hun mening over beleid te geven als bedoeld in artikel 150, tweede lid, van de Gemeentewet;

  • inwoners: ingezetenen als bedoeld in artikel 2 van de Gemeentewet;

  • inwonersparticipatie: op initiatief van de gemeente betrekken van inwoners, ondernemers en maatschappelijke partijen bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid;

  • maatschappelijke partijen: verenigingen, stichtingen, buurtcomités (sociale ondernemingen of ondernemingen zonder winstoogmerk of ondernemingen die geen winst uitkeren) en andere organisaties (die een collectief vormen en) die tot doel hebben een actieve bijdrage te leveren aan de samenleving binnen de gemeente;

  • ondernemers: bedrijven en instellingen die statutair binnen de gemeente zijn gevestigd of in hoofdzaak binnen de gemeente hun activiteiten verrichten;

  • overheidsparticipatie: op initiatief van inwoners en maatschappelijke partijen betrekken van de gemeente bij de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid, daaronder ook het uitdaagrecht begrepen;

  • participatie: de samenwerking tussen een bestuursorgaan en inwoners of maatschappelijke partijen, in welke vorm dan ook, daaronder ook inwonersparticipatie en overheidsparticipatie begrepen;

  • uitdaagrecht: het recht van inwoners en maatschappelijke partijen om de feitelijke uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen als bedoeld in artikel 150, derde lid, van de Gemeentewet.

Hoofdstuk 2 - Kaders en uitgangspunten

Artikel 2.1 Doelstelling

Het doel van deze verordening is om:

  • duidelijkheid te geven over het proces van participatie en de voorwaarden waaronder toepassing van het uitdaagrecht mogelijk is.

  • de samenwerking tussen de gemeente enerzijds en inwoners en maatschappelijke partijen anderzijds te versterken;

  • de kwaliteit van lokale democratische processen te vergroten;

  • de samenwerking tussen gemeente en inwoners en andere belanghebbenden binnen de gemeente te versterken en helderheid te creëren over de rolverdeling.

Artikel 2.2 Reikwijdte

  • 1. De gemeente besluit ten aanzien van haar eigen beleid, taken en bevoegdheden of participatie wordt toegepast.

  • 2. Participatie en/of inspraak wordt in beginsel toegepast wanneer het te verwachten is dat er belanghebbenden zijn die in aanzienlijke mate geraakt zullen worden door het betreffende beleid, ofwel wanneer te verwachten is dat inwoners en andere belanghebbenden over relevante kennis of inzichten beschikken die van waarde zijn bij de ontwikkeling van het beleid.

  • 3. De gemeente past bij het vaststellen of wijzigen van de omgevingsvisie als bedoeld in artikel 3.1 van de Omgevingswet, het omgevingsplan als bedoeld in artikel 2.4 van de Omgevingswet of een programma als bedoeld in artikel 3.4 van de Omgevingswet, deze verordening toe. Daarbij neemt de gemeente de motiveringsplicht als bedoeld in de artikelen 10.7, 10.2 en 10.8 van het Omgevingsbesluit in acht.

  • 4. Er vindt geen participatie plaats als:

    • het om een lopend uitvoerings- of evaluatietraject of een ondergeschikte herziening van die trajecten of het beleid gaat;

    • participatie bij of krachtens wettelijk voorschrift uitgesloten is;

    • de uitkomst van participatie vanwege de spoedeisendheid niet kan worden afgewacht;

    • de verantwoordelijkheid van het betrokken bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving zwaarder moet wegen;

    • sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij de gemeente geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;

    • het om interne (organisatorische) aangelegenheden van de gemeente gaat;

    • het om de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen als bedoeld in hoofdstuk 15 van de Gemeentewet gaat.

  • 5. Participatie, inspraak en uitdaagrecht zijn er voor inwoners en andere belanghebbenden die lokaal actief zijn of een lokaal belang hebben.

  • 6. Indien een uitzonderingsgrond uit het vierde lid wordt toegepast, wordt dit bij de besluitvorming toegelicht.

Artikel 2.3 Zorgplicht gemeente

De gemeente zorgt ervoor dat:

  • inwoners en maatschappelijke partijen tijdig worden betrokken;

  • inzichtelijk is hoe het proces van participatie eruitziet en welke vormen van participatie tijdens het proces mogelijk zijn;

  • voor het proces van participatie de benodigde stukken openbaar zijn;

  • tijdens het proces van participatie inzichtelijk is wat de stand van zaken is;

  • het proces van participatie zorgvuldig verloopt;

  • duidelijk is waar inwoners en maatschappelijke partijen terecht kunnen met vragen of klachten over het proces van participatie;

  • na afloop kenbaar is hoe het proces van participatie is verlopen, wat de uitkomsten waren en hoe deze uitkomsten een plaats hebben gekregen in de besluitvorming.

Hoofdstuk 3 - Inwonersparticipatie

Artikel 3.1 Plan voor inwonersparticipatie

  • 1. De gemeente stelt voorafgaand aan de voorbereiding, uitvoering of evaluatie van beleid, aan de hand van het door de gemeenteraad vastgestelde participatienota ‘Samen Denken, Samen Doen’, een plan met het proces en de planning van de participatie op.

  • 2. Het plan bevat in elk geval:

    • a.

      een omschrijving van het beleid dat voorbereid, uitgevoerd of geëvalueerd wordt.

    • b.

      de vorm van participatie, waarbij de gemeente een keuze maakt uit:

      • informeren: inwoners en maatschappelijke partijen krijgen informatie;

      • inspraak: inwoners en maatschappelijke partijen kunnen hun mening geven;

      • adviseren: de gemeente gaat in gesprek met inwoners en maatschappelijke partijen en betrekt hun adviezen bij het nemen van het besluit;

      • coproduceren: de gemeente maakt samen met inwoners en maatschappelijke partijen een plan en besluit daarover;

      • meebeslissen: de gemeente maakt samen met inwoners en maatschappelijke partijen een plan en zij besluiten daar samen over;

      • beslissen: de gemeente maakt samen met inwoners en maatschappelijke partijen een plan en de inwoners en maatschappelijke partijen besluiten daarover;

  • 3. De gemeente maakt voor de start van het participatieproces het voornemen hiertoe bekend op de voor dat proces geschikte wijze.

  • 4. Indien omstandigheden het noodzakelijk maken om de inrichting van het proces aan te passen, zorgt de gemeente ervoor dat deelnemers hierover zo snel mogelijk worden geïnformeerd.

  • 5. Bij participatie waarbij de gemeenteraad bevoegd gezag is informeert het college van burgemeester en wethouders de gemeenteraad zo snel mogelijk over het voorgestelde participatieproces.

  • 6. De gemeente kan voor specifieke beleidsterreinen andere regelingen treffen.

Artikel 3.2 Inspraak

Als de gemeente in het kader van inwonersparticipatie voor inspraak kiest of inspraak wettelijk verplicht is, is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing, tenzij het bestuursorgaan een ander proces vaststelt.

Artikel 3.3 Ondersteuning participatie

  • 1. De gemeente zorgt voor ondersteuning van degene die aan participatie wil deelnemen of een verzoek om participatie wil indienen of heeft ingediend.

  • 2. De gemeente zorgt dat er in de buurt op een laagdrempelige manier om deze ondersteuning kan worden gevraagd.

Artikel 3.4 Eindverslag inwonersparticipatie

  • 1. Nadat inwonersparticipatie heeft plaatsgevonden stelt de gemeente een eindverslag op en maakt dit binnen vier weken openbaar.

  • 2. Het eindverslag bevat in elk geval:

    • een beschrijving van het proces dat is gevolgd;

    • de uitkomsten van het proces;

    • een reactie op die uitkomsten waarbij beargumenteerd is aangegeven of en zo ja hoe het beleid naar aanleiding daarvan is aangepast;

    • een evaluatie van het proces dat is gevolgd.

  • 3. De gemeenteraad ontvangt het eindverslag indien de participatie een raadsbesluit betreft.

Hoofdstuk 4 – Overheidsparticipatie

Artikel 4.1 Verzoek om overheidsparticipatie

  • 1. Inwoners en maatschappelijke partijen kunnen bij de gemeente een verzoek om overheidsparticipatie indienen.

  • 2. Het verzoek bevat:

    • een omschrijving van de overheidsparticipatie die de indiener voor ogen heeft;

    • de reden dat de indiener het verzoek indient;

    • het resultaat dat de indiener beoogt.

  • 3. De indiener van het verzoek geeft daarnaast in elk geval aan:

    • wat de relevante betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener is;

    • welke kosten of middelen er volgens de indiener aan het verzoek verbonden zijn;

    • bij een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht hoe de indiener de kwaliteit en de uitvoering van de taak wil waarborgen;

    • is de omgeving/het dorp voldoende betrokken?

    • Is er voldoende draagvlak?

  • 4. De indiener maakt voor het verzoek gebruik van het door de gemeente vastgestelde formulier.

  • 5. De gemeente kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen.

Artikel 4.2 Ondersteuning indiener verzoek overheidsparticipatie

  • 1. De gemeente zorgt voor ondersteuning van degene die een verzoek om overheidsparticipatie wil indienen of heeft ingediend.

  • 2. De gemeente zorgt dat er in de buurt op een laagdrempelige manier om deze ondersteuning kan worden gevraagd.

Artikel 4.3 Beoordeling verzoek overheidsparticipatie

  • 1. De gemeente zendt een ingediend verzoek door aan het betreffende team binnen de gemeentelijke organisatie dat bevoegd is om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover.

  • 2. Als de gemeenteraad op het verzoek moet reageren, bereidt het college de reactie op het verzoek voor.

  • 3. De gemeente wijst het verzoek af als:

    • het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van overheidsparticipatie verzet;

    • het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid;

    • het verzoek in strijd is met het maatschappelijk belang;

    • het verzoek niet past binnen de begroting;

    • het verzoek niet past binnen de spelregels van het uitdaagrecht.

  • 4. De gemeente kan een verzoek om overheidsparticipatie afwijzen als:

    • de gemeente van oordeel is dat de taak met de overheidsparticipatie niet beter wordt uitgevoerd of de kosten hoger zijn;

    • de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt.

  • 5. De gemeente onderbouwt de reactie op het verzoek en maakt de reactie en de onderbouwing binnen vier weken openbaar.

  • 6. De gemeente kan deze termijn met vier weken verdagen.

Artikel 4.4 Uitvoering overheidsparticipatie

Wanneer de gemeente het verzoek om overheidsparticipatie toewijst, maakt het met de indiener afspraken over:

  • het proces, het resultaat en de looptijd van de overheidsparticipatie;

  • het budget en de financieringswijze van de overheidsparticipatie;

  • het contact met en de ondersteuning door de gemeente gedurende het proces van de overheidsparticipatie;

  • de stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van de overheidsparticipatie;

  • de evaluatie van de overheidsparticipatie.

Hoofdstuk 5 Omgevingswet

Artikel 5.1 Omgevingsplan, -visie en -programma

  • 1. Dit artikel is van toepassing op het opstellen of wijzigen van een omgevingsplan, omgevingsvisie en omgevingsprogramma.

  • 2. De gemeenteraad stelt voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten een lijst vast met categorieën van gevallen die in strijd met het omgevingsplan zijn en waarbij participatie verplicht is. De aanvrager dan wel initiatiefnemer dient in dat geval de participatie te organiseren en is daarvoor verantwoordelijk.

  • 3. Bij een ontwikkeling als bedoeld in artikel 5.1.1 verantwoordt het bevoegd gezag op welke wijze participatie heeft plaatsgevonden, door middel van een participatieverslag. Het participatieverslag bevat in elk geval:

    • a.

      een overzicht van het gevolgde participatieproces op hoofdlijnen;

    • b.

      een verantwoording van wie betrokken is bij de participatie;

    • c.

      het verslag dat initiatiefnemer schrijft informatie moet bevatten over de groep geraadpleegde omwonenden, zodat het bevoegd gezag kan toetsen of deze groep representatief is in relatie tot de fysieke impact van het initiatief.

    • d.

      een weergave van de belangrijkste uitkomsten en inzichten van het participatieproces;

    • e.

      een reactie op de uitkomsten en inzichten van het participatieproces, waarbij gemotiveerd wordt welke uitkomsten en inzichten zijn meegenomen en hebben geleid tot aanpassing van de ruimtelijke ontwikkeling, alsmede een motivatie waarom de uitkomsten en inzichten niet zijn meegenomen.

Hoofdstuk 6 - Uitdaagrecht

Artikel 6.1 Verzoek toepassing uitdaagrecht

  • 1. Inwoners en maatschappelijke partijen kunnen bij de gemeente een verzoek om toepassing van het uitdaagrecht indienen.

  • 2. Het verzoek bevat een omschrijving van de taak die de indiener voor ogen heeft, de reden dat de indiener het verzoek indient en het resultaat dat de indiener beoogt.

  • 3. De indiener van het verzoek geeft daarnaast in elk geval aan:

    • a.

      Wat de betrokkenheid, kennis en ervaring van de indiener met de taak is

    • b.

      Welke kosten of middelen er volgens de indiener aan de uitvoering van de taak verbonden zijn.

    • c.

      Hoe de indiener de kwaliteit en de uitvoering van de taak wil waarborgen.

    • d.

      Indicatie van het draagvlak onder belanghebbende inwoners.

  • 4. De indiener dient zijn aanvraag schriftelijk in bij de gemeente.

  • 5. De gemeente kan naar aanleiding van het verzoek aanvullende informatie opvragen.

Artikel 6.2 Beoordeling verzoek toepassing uitdaagrecht

  • 1. De gemeente zendt een ingediend verzoek door aan het bestuursorgaan dat bevoegd is om op het verzoek te reageren en informeert de indiener hierover.

  • 2. Als de gemeenteraad op het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht moet reageren, bereidt het college de reactie op het verzoek voor.

  • 3. De gemeente wijst een verzoek af als:

    • a.

      Het verzoek ziet op een taak waarvan de aard zich tegen toepassing van het uitdaagrecht verzet.

    • b.

      Het verzoek in strijd is met door de gemeente vastgesteld beleid.

    • c.

      Het verzoek niet voldoet aan de in artikel 6.1 , derde lid gestelde eisen.

    • d.

      Het verzoek als overname van de gemeentelijke taak om andere redenen onwenselijk is.

  • 4. De gemeente kan een verzoek afwijzen als:

    • a.

      De gemeente van oordeel is dat de taak met de toepassing van het uitdaagrecht niet beter wordt uitgevoerd of de kosten hoger zijn.

    • b.

      Als de opdrachtwaarde boven de Europese drempelwaarde als bedoeld in paragraaf 2.1.1.1 van de Aanbestedingswet 2012 uitkomt.

  • 5. De gemeente reageert binnen vier weken op het verzoek. De gemeente kan deze termijn met vier weken verdagen.

  • 6. De gemeente onderbouwt de reactie op het verzoek en maakt de reactie en de onderbouwing binnen vier weken openbaar.

Artikel 6.3 Uitvoering taak

Als de gemeente het verzoek om toepassing van het uitdaagrecht toewijst, maakt ze met de indiener afspraken over:

  • a.

    Het proces, het resultaat en de looptijd van de uitvoering van de taak.

  • b.

    Het budget en de financieringswijze van de uitvoering van de taak.

  • c.

    Het contact met en de ondersteuning door de gemeente gedurende de uitvoering van de taak.

  • d.

    De stappen bij het niet nakomen van de gemaakte afspraken en het tussentijds beëindigen van de uitvoering van de taak.

De evaluatie van de uitvoering van de taak.

Hoofdstuk 7 - Slotbepalingen

Artikel 7.1 Nadere regels gemeente

De gemeente kan over participatie nadere regels vaststellen.

Artikel 7.2 Hardheidsclausule

De gemeente kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening. De gemeente onderbouwt waarom zij afwijkt.

Artikel 7.3 Intrekking inspraakverordening en overgangsrecht

  • 1. De Inspraakverordening gemeente Borsele 2008 wordt ingetrokken.

  • 2. De Inspraakverordening gemeente Borsele 2008 blijft van toepassing op beleid waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening reeds een inspraakprocedure op grond van die verordening was gestart.

Artikel 7.4 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie in het (digitale) Gemeenteblad van Borsele.

  • 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Participatieverordening gemeente Borsele 2025.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente Borsele, 5 juni 2025.

De voorzitter,

De griffier,