Beleidsnota reserves en voorzieningen 2025, Waterschap Amstel, Gooi en Vecht

Geldend van 28-11-2024 t/m heden

Intitulé

Beleidsnota reserves en voorzieningen 2025, Waterschap Amstel, Gooi en Vecht

1 Intitulé

Beleid reserves en voorzieningen

Het Algemeen bestuur van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht;

gezien het advies d.d. 7 november 2024 van de commissie voor Advies Middelen;

gelet op de artikelen 56 en 77 van de Waterschapswet en

gelet op hoofdstuk 4 van het Waterschapsbesluit;

gelet op de artikel 18 van de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie waterschap Amstel, Gooi en Vecht 2025;

BESLUIT

1. het beleid Reserves en Voorzieningen 2025 vast te stellen, onder gelijktijdige intrekking van de hoofdstukken 4 en 5 van de Nota Financieel Beleid, die is vastgesteld in 2016 (BBV16.0152) en is aangepast in 2020 (BBV20.044);

2. specifiek in te stemmen met de volgende nieuwe onderdelen in het beleid reserves en voorzieningen:

a. geen bespaarde rente aan reserves meer toe te rekenen (zie paragraaf 3.3 van de beleidsnota);

b. niet meer dwingend voor te schrijven, dat de tariefontwikkeling voor elk jaar van de meerjarenbegroting een gelijkmatig verloop moet kennen;

c. in meerjarenraming geen negatieve standen in egalisatiereserves meer toestaan, nihil is steeds het minimum (zie paragraaf 4.2.2);

d. voor het weerstandsvermogen uit te gaan van een ratio van groter dan 2,0 (zie paragraaf 5.2 van de beleidsnota).

2 Inleiding

Deze Nota Reserves en Voorzieningen vervangt de hoofdstukken 4 en 5 van de Nota Financieel Beleid, die is vastgesteld in 2016 (BBV16.0152) en is aangepast in 2020 (BBV20.044). In de nota zijn aanpassingen opgenomen als gevolg van veranderingen in wet- en regelgeving en bestuurlijke inzichten en keuzes ten aanzien van reserves en voorzieningen als instrument voor een financieel gezonde positie van het waterschap.

In hoofdstuk 3 wordt een definitie beschreven van de begrippen en worden de wettelijke kaders genoemd. Hoofdstuk 4 bevat het beleid van waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) met betrekking tot reserves, voorzieningen en rentetoerekening. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op het weerstandsvermogen.

3 Kaders, ingangsdatum en definities

3.1 Kaders

Aan deze Nota liggen ten grondslag:

• Het Waterschapsbesluit, zoals geldend op 1 januari 2025;

• Regeling Beleidsvoorbereiding en Verantwoording Waterschappen;

• Verordening Financieel beleid, beheer en organisatie AGV 2024;

• Notities en beantwoording van vragen van de landelijke commissie BBV (Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten). De wijzigingen in het Waterschapsbesluit hebben namelijk als uitgangspunt zoveel mogelijk aan te sluiten bij het BBV. Artikel 4.77 van het Waterschapsbesluit regelt aanvullend dat de commissie ook ten aanzien van de verslaggevingsvoorschriften van de waterschappen zorgdraagt voor een eenduidige uitleg en toepassing van het Waterschapsbesluit en het beantwoorden van vragen.

• Modelverordening Unie van Waterschappen, conceptversie d.d. 12 juli 2024

3.2 Ingangsdatum

De ingangsdatum van deze nota is 1 januari 2025.

3.3 Definities

Reserves:

Reserves zijn volgens artikel 4.50 Waterschapsbesluit te onderscheiden in:

• Algemene reserves;

• Bestemmingsreserves voor tariefsegalisatie;

• Overige bestemmingsreserves.

Kenmerken van reserves zijn dat deze vrij besteedbaar zijn, worden gevormd door bestemming van het resultaat en tot het eigen vermogen behoren. Aan de bestemmingsreserves heeft het Algemeen bestuur een bepaalde bestemming gegeven.

Voorzieningen:

Voorzieningen zijn volgens het artikel 4.51 Waterschapsbesluit te onderscheiden in:

• Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten;

• Op de balansdatum aanwezige risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten;

• kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren.

Voorzieningen maken onderdeel uit van het vreemd vermogen en zijn bedragen op de balans die een schatting geven van de voorzienbare lasten voor risico's en verplichtingen waarvan de omvang en/of het tijdstip van optreden per balansdatum min of meer onzeker zijn en die oorzakelijk samenhangen met de periode voorafgaande aan die datum.

Het instellen van een voorziening is in veel gevallen wettelijk verplicht, behalve wanneer de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten (kostenegaliserend). Wettelijk verplichte voorzieningen worden volgens de externe verslaggevingsregels gevormd en na goedkeuring van het Dagelijks bestuur. Hierover wordt achteraf verantwoording afgelegd aan het Algemeen bestuur via de jaarrekening. Aan het instellen van een voorziening met een kostenegaliserende werking ligt een besluit van het Algemeen bestuur ten grondslag.

Beschikbare weerstandscapaciteit:

De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevormd door de middelen en de mogelijkheden om financiële gevolgen van risicogebeurtenissen te kunnen opvangen. Voor het waterschap Amstel, Gooi en Vecht vormen de algemene reserves de beschikbare weerstandscapaciteit.

Bespaarde rente:

In de toelichting op artikel 4.11 van het gewijzigde Waterschapsbesluit is opgenomen, dat het rechtstreeks, dat wil zeggen via de exploitatie, aan reserves toevoegen of onttrekken van middelen niet is toegestaan. Ook het direct toerekenen van rente aan reserves is niet toegestaan. Rentetoevoegingen aan reserves dienen via de resultaatbestemming plaats te vinden. De Commissie BBV adviseert, hoewel de mogelijkheid vooralsnog blijft bestaan om een rentevergoeding (of een vergoeding voor de inflatie) over het eigen vermogen te berekenen en deze door te belasten aan de kostendragers, deze systematiek vanwege het verlangde inzicht, de eenvoud en transparantie niet (meer) toe te passen.

In de begroting 2024 werd nog wel bespaarde rente toegerekend. In lijn met het advies van de commissie BBV wordt daarmee gestopt met ingang van de begroting 2025.

Weerstandsvermogen:

Het weerstandsvermogen is de relatie tussen:

1°. de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover het waterschap beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken, en

2°. alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie;

Het weerstandsvermogen wordt bepaald door de weerstandscapaciteit te delen door de financiële restrisico's zoals genoemd onder punt 2 in de alinea hiervoor. Voor nadere toelichting op weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit wordt verwezen naar hoofdstuk 5.

4 Beleid reserves en voorzieningen

4.1 Algemene reserves

AGV heeft algemene reserves ingesteld per taak, te weten de:

• Algemene reserve zuiveringsbeheer en de

• Algemene reserve watersysteembeheer

4.1.1Functie

De algemene reserves zijn reserves, die dienen als beschikbare weerstandscapaciteit. Door het algemeen bestuur is hier geen voorafgaande specifieke bestemming aan gegeven. De omvang van de algemene reserves is afhankelijk van de risico's die het waterschap loopt zoals omschreven in hoofdstuk 5 en van de gewenste robuustheid van het weerstandsvermogen.

4.1.2Werking

De werking van de algemene reserves is toegelicht in de paragrafen 4.1.3 en 5.3.

4.1.3Toevoegingen en onttrekkingen

Het vormen en een mutatie van de algemene reserves vindt plaats door een expliciet besluit door het Algemeen bestuur.

Als een risico zich voordoet dan vindt de onttrekking plaats ten gunste van de begrotingspost waar de kosten van het risico zijn verantwoord.

Tweemaal per jaar wordt de benodigde weerstandscapaciteit berekend: bij de begroting en bij de jaarstukken. Als hieruit blijkt dat een toevoeging of vrijval moet plaatsvinden, dan wordt hierover besloten door het algemeen bestuur. Onderdeel van het besluit is de verdeling naar de belastingtaken. De toevoeging of vrijval vindt éénmaal per jaar plaats bij resultaatbestemming van de jaarrekening.

4.2 Bestemmingsreserves voor tariefsegalisatie

Tariefegalisatiereserves zijn ingesteld per financieringsbron, te weten de:

• Tariefegalisatiereserve zuiveringsheffing en de

• Tariefegalisatiereserve watersysteemheffing

Deze reserves zijn geen onderdeel van de weerstandscapaciteit, want dan zouden ze niet meer beschikbaar zijn voor het opvangen van schommelingen in de tariefontwikkeling.

4.2.1Functie

Voor elke heffingssoort (watersysteem en zuivering), met uitzondering van de

verontreinigingsheffing, kennen we een bestemmingsreserve voor tariefsegalisatie. Met de bestemmingsreserves voor tariefsegalisatie kunnen we grote schommelingen in een heffingsoort opvangen.

4.2.2Werking

De hoogte van deze reserves wordt jaarlijks voor de periode van de meerjarenraming begroot. De reservepositie wordt hierbij bepaald in verhouding tot belastingverhoging, effecten, schuld en binnen bestuurlijke kaders. Volgens artikel 99 lid 3 Waterschapswet dient de begroting in evenwicht te zijn. Hiervan kan worden afgeweken indien aannemelijk is dat het evenwicht in de begroting in de periode van de meerjarenraming tot stand zal zijn gebracht.

De bijbehorende tariefontwikkeling wordt per jaar berekend met als uitgangspunt, dat een nihilstand in een reserve het minimum is.

4.2.3Toevoegingen en onttrekkingen

Een toevoeging of onttrekking is de bevoegdheid van het algemeen bestuur.

4.3 Overige bestemmingsreserves

Ten tijde van deze nota is er een bestemmingsreserve: Bestemmingsfonds nazorg sanering Vecht en ‘t Slijk.

AGV en het ministerie van Verkeer en Waterstaat hebben medio december 2009 een overeenkomst ondertekend, waarin de afspraken zijn vastgelegd voor de sanering van de Vecht en een aantal zijwateren. Na de afronding van de sanering van ’t Slijk is een bedrag van € 2 miljoen uit het fonds ‘sanering De Vecht’ vrijgevallen ten gunste van het tariefegalisatiereserve watersysteemheffing (AB-besluit 19.00298).

Het resterende bedrag in het fonds is bestemd voor de nazorg. Het fonds ‘nazorg sanering De Vecht’ is in 2023 hernoemd naar ‘nazorg sanering Vecht en ‘t Slijk’.

4.3.1Functie

De overige bestemmingsreserves zijn reserves waar het algemeen bestuur een bepaalde functie aan heeft gegeven.

4.3.2Werking

Het is de bevoegdheid van het algemeen bestuur om overige bestemmingsreserves in te stellen of op te heffen. Ook kan alleen het Algemeen bestuur besluiten een reserve een andere bestemming te geven dan waar het oorspronkelijk voor was bedoeld. Bij het instellen worden onderstaande punten in het instellingsbesluit voor het Algemeen bestuur vermeld:

• Aard;

• Reden;

• Minimum en maximum omvang;

• De wijze van toevoegingen en onttrekkingen.

4.3.3Toevoegingen en onttrekkingen

Een toevoeging of onttrekking is de bevoegdheid van het Algemeen bestuur.

De toevoegingen en onttrekkingen kunnen in de jaarrekening worden verwerkt tot maximaal de hoogte die het algemeen bestuur heeft goedgekeurd.

4.4 Voorzieningen

Binnen de voorzieningen is onderscheid te maken naar wettelijk verplichte voorzieningen volgens de regels van externe verslaggeving en kostenegaliserende voorzieningen. Wettelijk verplichte voorzieningen worden gevormd indien noodzakelijk en na besluit van het dagelijks bestuur. Hierover wordt verantwoording afgelegd aan het algemeen bestuur via de jaarrekening. AGV heeft in 2023 alleen een pensioenvoorziening op de balans. AGV heeft een verplichting die voortvloeit uit de Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers (APPA). Aangezien er geen externe partij meer is, die deze verplichting kan verzekeren heeft het bestuur besloten tot het instellen van een pensioenvoorziening.

De voorgenomen splitsing van Waternet kan op enig moment leiden tot de noodzaak om een reorganisatievoorziening te vormen. De voorwaarden voor het vormen van een dergelijke voorziening zijn:

a. AGV heeft een verplichting (in rechte afdwingbaar of feitelijk);

b. het is waarschijnlijk dat voor de afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen noodzakelijk is; en

c. er kan een betrouwbare schatting worden gemaakt van de omvang van de verplichting.

Bij de bepaling van de omvang van de voorziening mogen alleen die kosten, die noodzakelijk zijn voor de reorganisatie, worden opgenomen.]

Tevens zal de voorgenomen splitsing van Waternet en daarmee de start van een nieuwe waterschapsorganisatie leiden tot voorzieningen voor opgebouwde rechten van medewerkers vanuit het Individueel KeuzeBudget (IKB) en en voor Persoonsgebonden BasisBudget (PBB).

Wanneer kostenegaliserende voorzieningen worden ingesteld, zijn onderstaande regels vanaf 4.4.1 van toepassing. Meestal gaat het dan om onderhoudsvoorzieningen. Ofschoon AGV dergelijke voorziening niet heeft ingesteld, is hieraan aandacht besteed voor mogelijk toekomstige wenselijkheid daarvan.

Voorzieningen, die wegens oninbaarheid worden getroffen, worden met de boekwaarde van leningen en vorderingen verrekend. In de jaarrekening worden deze op het onderdeel debiteuren van de balans toegelicht.

4.4.1Functie kostenegaliserende voorziening

Besteding van een voorziening is alleen mogelijk voor het aangegeven doel en kan op basis van artikel 4.51 Waterschapsbesluit worden gevormd.

4.4.2Werking

Uit hoofde van de taak dat het dagelijks bestuur belast is met de dagelijkse aangelegenheden van het waterschap (artikel 84 lid 1 Waterschapswet), volgt dat het dagelijks bestuur is bevoegd tot het instellen en opheffen van kostenegaliserende voorzieningen, alsmede tot het doen van uitgaven. Het algemeen bestuur besluit tot dotaties in de voorzieningen, via vaststelling van de budgetten voor de programma's.

Een instellingsbesluit voor een voorziening bevat de volgende punten:

• Doel van de voorziening;

• Grondslag vanuit door het algemeen bestuur vastgestelde beleid;

• Verwachte looptijd van de voorziening;

• Voeding van de voorziening;

• Maximale hoogte van de voorziening.

Voorzieningen die gevormd zijn om de onderhoudslasten van een kapitaalgoed te egaliseren, dienen te worden onderbouwd in een beheerplan. Indien deze soort voorziening niet kan worden onderbouwd met een beheerplan, moet worden gekozen voor een bestemmingsreserve.

De voorzieningen dienen (naar schatting) dekkend te zijn voor de toekomstige verplichtingen en risico's. Het voortijdig opheffen van een voorziening is de bevoegdheid van het algemeen bestuur.

Specifieke regels voor onderhoudsvoorzieningen:

1. Een onderhoudsvoorziening heeft als doel om jaarlijks gelijkblijvende exploitatielasten te hebben.

2. Een onderhoudsvoorziening mag nooit een negatieve stand hebben.

3. Iedere vijf jaar wordt een beheerplan door het algemeen bestuur vastgesteld. Met dit beheerplan wordt minimaal het kwaliteitsniveau van de onderhoudsvoorziening vastgesteld. Indien zich tussentijds ontwikkelingen voordoen die grote impact hebben op de onderhoudsvoorziening, wordt eerder een beheerplan aangeboden aan het algemeen bestuur. Eventueel achterstallig onderhoud dient te worden bekostigd vanuit de lopende exploitatie.

4. Jaarlijks worden de onderhoudsvoorzieningen geactualiseerd. Dit gebeurt aan het begin van het jaar wanneer de voorziening voor het voorgaande boekjaar wordt afgerond. Op dat moment wordt vooruitgekeken voor de duur van de onderhoudscyclus. Bij deze actualisatie wordt opnieuw bepaald wat de gelijkblijvende dotatie is. Deze wordt enkel opnieuw door het algemeen bestuur vastgesteld in het meerjarenperspectief indien deze buiten de vastgestelde marge komt die per onderhoudsvoorziening is vastgesteld. De jaarlijkse actualisatie wordt vastgesteld door het dagelijks bestuur.

5. De onderhoudsvoorzieningen worden gewaardeerd tegen nominale waarde, dat betekent inclusief inflatie.

6. Per onderhoudsvoorziening wordt bepaald wat:

a. De duur van de onderhoudscyclus is;

b. De eindstand van de voorziening mag zijn aan het einde van de levenscyclus;

c. De marge is waarbinnen de dotatie bij de jaarlijkse actualisatie mag afwijken van de laatst vastgestelde dotatie zonder dat deze wordt herzien.

5 Weerstandsvermogen

5.1 Algemeen

Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de financiële positie is. Dit is van belang wanneer er zich een financiële tegenvaller voordoet. Een goed weerstandsvermogen kan voorkomen dat elke financiële tegenvaller direct leidt tot hogere tarieven. Het weerstandsvermogen wordt in meerjarig perspectief in beeld gebracht. Voor het beoordelen van de robuustheid van de financiële positie is inzicht nodig in de omvang en in de achtergronden van de risico’s en de aanwezige weerstandscapaciteit.

De risico’s relevant voor het weerstandsvermogen zijn die risico’s die niet anderszins zijn ondervangen. Reguliere risico’s – risico’s die zich regelmatig voordoen en die veelal vrij goed meetbaar zijn – maken geen deel uit van de risico’s in het onderdeel weerstandsvermogen. Hiervoor kunnen immers verzekeringen worden afgesloten of voorzieningen worden gevormd. Voorbeelden van risico’s, die wel tot het onderdeel weerstandsvermogen horen, zijn bedrijfsrisico’s die samen kunnen hangen met bijvoorbeeld (publiek-private) samenwerkingen en open-einde regelingen. Bij de weerstandscapaciteit gaat het om elementen waarmee tegenvallers eventueel opgevangen kunnen worden zoals bijvoorbeeld de algemene reserves. De weerstandscapaciteit en de risico’s zijn jaarlijks na te lopen en in kaart te brengen. Aan de hand daarvan wordt in de begroting de in de organisatie noodzakelijk geachte weerstandscapaciteit bepaald in relatie tot de risico’s die het waterschap bereid is te lopen.

5.2 Beoordeling ratio weerstandsvermogen

Voor de beoordeling van de ratio (verhouding tussen de weerstandscapaciteit en de financiële restrisico's) zijn geen wettelijke eisen gesteld. Veel gemeenten en waterschappen hanteren voor de beoordeling de volgende tabel die is ontwikkeld door het Nederlandse Adviesbureau voor Risicomanagement (NARIS) in samenwerking met de Universiteit Twente .

Ratio weerstandsvermogen

Betekenis

x > 2,0

Uitstekend

1,4 < x < 2,0

Ruim voldoende

1,0 < x < 1,4

Voldoende

0,8 < x < 1,0

Matig

0,6 < x < 0,8

Onvoldoende

x < 0,6

Ruim onvoldoende

AGV hanteert een bandbreedte groter dan 2,0. Bij een ratio weerstandsvermogen onder het minimum van de bandbreedte dient de weerstandscapaciteit aangevuld te worden. Bij een ratio weerstandsvermogen boven het maximum van de bandbreedte kan het surplus van de weerstandscapaciteit ten gunste worden gebracht van het resultaat. Dit wordt in paragraaf 5.3 nader toegelicht.

5.3 Inzetten, aanvullen en afromen van de beschikbare weerstandscapaciteit

De benodigde weerstandscapaciteit en de ratio weerstandsvermogen wordt op de volgende momenten berekend:

• Bij opstellen van de begroting

• Bij opstellen van de jaarrekening

• Bij inzet van de weerstandscapaciteit

Over het inzetten, aanvullen en afromen wordt besloten door het Algemeen bestuur.

Inzet van de weerstandscapaciteit

Bij de bepaling of het financiële gevolg van een risicogebeurtenis gedekt wordt uit de beschikbare weerstandscapaciteit spelen de volgende elementen mee:

• Het risico gaat de draagkracht van het organisatieonderdeel of de organisatie in zijn geheel te boven. Dekking uit de lopende begroting zou afbreuk doen aan het voorgenomen beleid. Richtlijn voor de omvang van het risico is het drempelbedrag.

• Stapeling van risico's: als diverse risico's zich binnen korte tijd na elkaar voordoen, waardoor de gevolgen zich opstapelen.

Bovenstaande elementen zijn slechts indicatoren voor wanneer een risico in aanmerking komt voor dekking uit de weerstandscapaciteit. Voor de inzet van de weerstandscapaciteit is expliciete bestuurlijke besluitvorming door het Algemeen bestuur vereist. Opgemerkt wordt dat de reserves binnen het waterschap ook een (beperkte) financieringsfunctie hebben. Dit betekent dat indien besloten wordt om de reserves in te zetten (te verlagen), dit leidt tot een stijging van de externe financiering en daarmee de omvang van de schuld.

Aanvullen van de weerstandscapaciteit

Er kan een situatie ontstaan dat de ratio weerstandsvermogen (tijdelijk) lager is dan het minimum van de gewenste bandbreedte. Dit kan voor komen als de benodigde weerstandscapaciteit is toegenomen of als een beroep is gedaan op de beschikbare weerstandscapaciteit. Dit betekent niet dat voor eenzelfde bedrag moet worden aangevuld, als waarvoor een beroep op de weerstandscapaciteit werd gedaan. Relevant is dat de ratio weerstandsvermogen op het minimaal

gewenste niveau blijft. Eerst wordt gemonitord of de ratio weerstandsvermogen binnen het eerstvolgende vast te stellen meerjarenperspectief te laag blijft.

Als dat het geval is, besluit het algemeen bestuur over concrete maatregelen die het

weerstandsvermogen weer op niveau zullen brengen. Dit mag ineens of gefaseerd.

Afromen van de weerstandscapaciteit

Indien sprake is van een ratio weerstandsvermogen boven de bandbreedte is er méér weerstandscapaciteit beschikbaar dan benodigd is. In dat geval besluit het bestuur over de hoogte van de aan te houden algemene reserve. Dit kan betekenen dat het gedeelte van de algemene reserve dat boven de benodigde weerstandcapaciteit uitkomt, op ander wijze aangewend kan worden. Dit geschiedt op dezelfde wijze zoals beschreven bij voorgaand onderdeel Aanvullen van de

weerstandscapaciteit.

Aldus vastgesteld in de vergadering d.d. 28 november 2024.

Het dagelijks bestuur,

dr. Joyce Sylvester, dijkgraaf

Erik Wagener, secretaris

BIJLAGE 1 – Overzicht reserves en voorzieningen

Naam

Doel

Bestedingsplan

Voeding

Maximale hoogte

Maximale looptijd

Weerstandscapaciteit

Algemene reserve watersysteemtaak

Het geheel of gedeeltelijk opvangen van eventuele financiële gevolgen van toekomstige ontwikkelingen

Vrij besteedbaar

Dotatie bij besluit resultaatbestemming

Evenredig aandeel in weerstandsvermogen bij ratio > 2,0

Geen

Algemene reserve zuiveringstaak

Het geheel of gedeeltelijk opvangen van eventuele financiële gevolgen van toekomstige ontwikkelingen

Vrij besteedbaar

Dotatie bij besluit resultaatbestemming

Evenredig aandeel in weerstandsvermogen bij ratio > 2,0

Geen

Egalisatiereserves

Egalisatiereserve watersysteemheffing

Het afvlakken van tariefschommelingen

De reserve wordt over een voortschrijdende periode van 5 jaar in principe volledig

ingezet bij de bepaling van het tarief in meerjarig perspectief.

Vanuit positieve rekeningresultaten

Geen

Geen

Egalisatiereserve zuiveringsheffing

Het afvlakken van tariefschommelingen

De reserve wordt over een voortschrijdende periode van 5 jaar in principe volledig

ingezet bij de bepaling van het tarief in meerjarig perspectief.

Vanuit positieve rekeningresultaten

Geen

Geen

Bestemmingsreserves

Bestemmingsreserve nazorg sanering Vecht en Slijk.

Het opvangen van nazorgkosten na de sanering van de Vecht en ‘t Slijk

Afhankelijk van de nazorgkosten

Geen, aanwezige middelen moeten toereikend zijn voor de nazorgkosten.

€ 625.000

Het Dagelijks bestuur heeft besloten (BBV23.008) in 2028 opnieuw te bezien of de reserve moet worden gecontinueerd.

Voorzieningen

Pensioenvoorziening

Dekking vanuit Algemene pensioen- en uitkeringswet politieke ambtsdragers voortvloeiende verplichtingen

Betaling van uitkeringen en pensioenrechten

Dotatie of vrijval op basis van actuariële berekeningen per jaareinde

Geen

Geen

BIJLAGE 2 – Relevante tekst Waterschapsbesluit

Artikel 4.49

1. Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening.

2. Het in het eerste lid bedoelde resultaat wordt afzonderlijk opgenomen als onderdeel van het eigen vermogen.

Artikel 4.50

1. In de balans worden de reserves onderscheiden naar:

a. algemene reserves;

b. bestemmingsreserves voor tariefsegalisatie, waaronder wordt verstaan reserves die dienen om ongewenste schommelingen op te vangen in de belastingtarieven;

c. overige bestemmingsreserves.

2. Een bestemmingsreserve is een reserve waaraan het algemeen bestuur van het waterschap een bepaalde bestemming heeft gegeven.

Artikel 4.51

Voorzieningen worden gevormd wegens:

a. verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten;

b. op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten;

c. kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren.

Artikel 4.52

Rentetoevoegingen aan voorzieningen zijn niet toegestaan.

Ondertekening