Besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland van 24 oktober 1995, nr. 95-901256, tot het instellen van een ligplaatsverbod (ankeren en meren) op het Noordhollandsch Kanaal en tot het bepalen van de locaties welke van het ligplaats­ verbod zijn uitgezonderd

Geldend van 12-08-2016 t/m 18-07-2025

Intitulé

Besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland van 24 oktober 1995, nr. 95-901256, tot het instellen van een ligplaatsverbod (ankeren en meren) op het Noordhollandsch Kanaal en tot het bepalen van de locaties welke van het ligplaats­ verbod zijn uitgezonderd

Gedeputeerde Staten van Noord-Holland;

overwegende,

dat per 1 juni 1995 het beheer en onderhoud van het Noordhollandsch Kanaal is over­ gegaan van het Rijk naar de provincie;

dat hun college (gedeputeerde staten) met ingang van genoemde datum van rechtswege het bevoegd gezag in de zin van de Scheep­ vaartverkeerswet (nautisch beheerder) van het Noordhollandsch Kanaal is;

dat het in het belang van:

  • a

    het verzekeren van een veilig en vlot verloop van het scheepvaartverkeer,

  • b

    het in stand houden van de scheepvaart­ weg en

  • c

    het voorkomen of beperken van schade door de scheepvaart aan de oevers en waterkeringen en het voorkomen van schade aan landschappelijke en natuur­ wetenschappelijke waarden wenselijk dan wel noodzakelijk is om het innemen van ligplaats (ankeren of meren) op het Noordhollandsch Kanaal te verbieden;

dat hun college ingevolge het Besluit administratieve bepalingen scheepvaart­ verkeer bevoegd is een daartoe strekkend verkeersbesluit te nemen;

dat het aanbeveling verdient om ter aan­ duiding van het verbod gebruik te maken van verkeerstekens A 5 van bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement;

dat van het ligplaatsverbod in beginsel een door hun college te verlenen ontheffing mogelijk is;

dat het voorts in het belang van de scheep­ vaart wenselijk/noodzakelijk is het ligplaats nemen op een aantal locaties langs de oevers van het Noordhollandsch Kanaal expliciet toe te staan;

dat de locaties die voor het innemen van ligplaats in aanmerking komen ten tijde van het beheer van het Noordhollandsch Kanaal door het Rijk reeds als zodanig zijn aan­ geduid (aanwijzingstekens categorie E.5 en E.7 van bijlage 7 van het Binnenvaartpolitie­ reglement);

dat er geen aanleiding bestaat om in het door het Rijk tot 1 juni gevoerde ligplaatsbeleid ten principale verandering te brengen;

gelet op de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement en het Besluit administratieve bepalingen scheepvaart­ verkeer;

besluiten:

  • I

    door plaatsing van verbodstekens A.5 van bijlage 7 van het Binnenvaartpolitie­ reglement het ligplaats nemen (ankeren en meren) op het Noordhollandsch Kanaal te verbieden;

  • II

    met gebruik making van aanwijzings­ tekens categorie E.5 en E.7 van bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement het onder I genoemde verbod voor een aantal daarvoor in aanmerking komende locaties langs de oevers van het Noordhollandsch Kanaal op te heffen, onder de bepaling dat - behoudens toestemming van de bevoegde autoriteit - een schip, een drijvend voorwerp en een drijvende inrichting:

    • a

      niet langer dan 3 x 24 uur ligplaats mogen nemen,

    • b

      niet aan herstelwerkzaamheden mogen worden onderworpen,

    • c

      niet mogen worden geladen, gelost of ontgast en

    • d

      als het beroepsvaart betreft, niet binnen 12 uur na vertrek van een P-plaats aldaar opnieuw ligplaats mogen innemen;

    • e

      als het recreatievaart (kleine schepen) betreft, niet binnen 168 uur (één week) na vertrek van een P-plaats aldaar opnieuw ligplaats mogen innemen;

    • f

      als het recreatievaart (kleine schepen) betreft, op voor recreatievaart openstaande P- plaatsen uitsluitend ligplaats mogen nemen van 1 april tot en met 31 oktober;

  • III.

    te bepalen dat waar nodig ter aanvulling of verduidelijking van de tekens bedoeld onder I en II bijkomende tekens (hoofd­ stuk F van bijlage 7 van het Binnenvaart­ politiereglement) kunnen worden geplaatst.

Ondertekening

Haarlem, 24 oktober 1995.

Gedeputeerde Staten voornoemd,

J.A. van Kemenade, voorzitter.

C.J.N. Versteden, griffier.

Uitgegeven op 24 november 1995.

De Griffier der Staten van Noord-Holland.