Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR743225
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR743225/1
Regeling vervalt per 01-07-2028
Beleidsregels alleenverdienersproblematiek Rotterdam
Geldend van 07-08-2025 t/m 30-06-2028 met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2025
Intitulé
Beleidsregels alleenverdienersproblematiek RotterdamDe concerndirecteur van het cluster Werk en Inkomen,
gelezen het voorstel van afdeling C&O, d.d. 8 juli 2025;
gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 78gg van de Participatiewet;
overwegende, dat het wenselijk is om beleidsregels vast te stellen over in welke situaties en onder welke voorwaarden aan een huishouden een vaste tegemoetkoming in verband met de alleenverdienersproblematiek kan worden verstrekt of geweigerd;
besluit:
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze beleidsregels wordt verstaan onder:
- -
besteedbaar inkomen: netto inkomen van het huishouden verhoogd met het recht op huurtoeslag en zorgtoeslag;
- -
college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam;
- -
huishouden: twee personen die fiscaal partner en toeslagpartner van elkaar zijn in het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft;
- -
lijstwerk: lijst met burgerservicenummers en gemeentecodes als bedoeld in artikel 78gg, vijfde lid, van de wet;
- -
tegemoetkoming: tegemoetkoming als bedoeld in artikel 78gg van de wet;
- -
uitkeringsadministratie: administratiesysteem waarin de uitbetaling van uitkeringen en verstrekkingen op grond van de Participatiewet worden vastgelegd;
- -
vaste tegemoetkoming: bedrag, genoemd in artikel 15ba van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ dat geldt voor het jaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft;
- -
wet: Participatiewet;
- -
zelfmelder: huishouden waarvan de meestverdienende partner niet voorkomt op het lijstwerk en dat zichzelf meldt voor het doen van een aanvraag voor een tegemoetkoming over het kalenderjaar 2025, 2026 of 2027.
Artikel 2 Ambtshalve toekenning
-
1. Het college kent aan ieder huishouden waarvan de meestverdienende partner voorkomt op het voor het betreffende kalenderjaar ontvangen lijstwerk, ambtshalve de vaste tegemoetkoming voor dat kalenderjaar toe.
-
2. Voorafgaand aan toekenning wordt het huishouden gevraagd een bankrekeningnummer door te geven wanneer van het huishouden:
- a.
geen betalingswijze bekend is in de gemeentelijke uitkeringsadministratie;
- b.
wel een betalingswijze bekend is in de uitkeringsadministratie, maar in de voorgaande periode van twee jaar geen betalingen aan het huishouden zijn gedaan.
- a.
Artikel 3 Aanvraag zelfmelder
-
1. Een zelfmelder kan uiterlijk 30 juni 2028 een aanvraag om een vaste tegemoetkoming over kalenderjaar 2025, 2026 of 2027 indienen bij het college.
-
2. De aanvraag wordt door beide partners in het huishouden ondertekend.
-
3. De vaste tegemoetkoming wordt toegekend voor het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft indien:
- a.
de meestverdienende partner in het huishouden op de datum van aanvraag inwoner van Rotterdam is;
- b.
het huishouden voor het betreffende kalenderjaar nog geen vaste tegemoetkoming heeft ontvangen;
- c.
is voldaan aan de inkomenseis; en
- d.
is voldaan aan de vermogenseis.
- a.
-
4. Het huishouden voldoet aan de inkomenseis wanneer het besteedbaar inkomen in het huishouden lager is dan het besteedbaar inkomen van een huishouden in gelijke omstandigheden met uitsluitend een netto-inkomen uit algemene bijstand.
-
5. Bij de beoordeling van de inkomenseis wordt het netto-inkomen over het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft, als volgt vastgesteld:
- a.
als de definitieve aanslag inkomstenbelasting of definitieve beschikking voor toeslagen over het kalenderjaar al bekend is, dan gebruikt het college het belastbaar jaarinkomen waar deze aanslag of beschikking op is gebaseerd;
- b.
als de definitieve aanslag inkomstenbelasting of definitieve beschikking voor toeslagen over het kalenderjaar nog niet bekend is en sprake is van een gelijkblijvend inkomen in het kalenderjaar, dan wordt het inkomen in de meest recente maand in dat kalenderjaar gebruikt om een geschat jaarinkomen te berekenen;
- c.
als de definitieve aanslag inkomstenbelasting of definitieve beschikking voor toeslagen over het kalenderjaar nog niet bekend is en sprake is van een variabel inkomen, dan wordt het gemiddelde inkomen in de laatste drie maanden van het kalenderjaar gebruikt om een geschat jaarinkomen te berekenen.
- a.
-
6. Wanneer het netto-inkomen over het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft, lager is dan de bijstandsnorm die zou gelden voor een huishouden in gelijke omstandigheden, wordt vermoed dat het netto-inkomen van het huishouden gelijk is geweest aan de bijstandsnorm die zou gelden voor een huishouden in gelijke omstandigheden.
-
7. Bij de beoordeling van de inkomenseis wordt het besteedbaar inkomen over het kalenderjaar waarop de aanvraag ziet, berekend door het netto- inkomen, bedoeld in het vijfde of zesde lid te verhogen met de huurtoeslag en zorgtoeslag waarop het huishouden recht zou hebben.
-
8. Het huishouden voldoet aan de vermogenseis wanneer het gezamenlijke vermogen in het huishouden op 1 januari van het kalenderjaar waarover de vaste tegemoetkoming wordt aangevraagd, niet meer bedraagt dan het op dat moment geldende gezamenlijke bedrag, genoemd in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de zorgtoeslag.
-
9. Indien het college vermoedt dat in een huishouden dat niet voorkomt op het lijstwerk in een kalenderjaar sprake is van alleenverdienersproblematiek als bedoeld in artikel 78gg, eerste lid, van de wet, kan het college het huishouden uitnodigen om als zelfmelder een aanvraag te doen.
Artikel 4 Uitbetaling
De vaste tegemoetkoming wordt ineens toegekend en uitbetaald.
Artikel 5 Inwerkingtreding en vervaldatum
-
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2025.
-
2. Deze beleidsregels vervallen met ingang van 1 juli 2028 met dien verstande dat deze van toepassing blijven op tegemoetkomingen verstrekt op grond van deze beleidsregels en op aanvragen van zelfmelders die zijn ingediend voorafgaand aan de vervaldatum.
Artikel 6 Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels alleenverdienersproblematiek Rotterdam.
Ondertekening
Aldus vastgesteld op 25 juli 2025
Namens het college van burgemeester en wethouders,
E. Hadziavdic
Concerndirecteur Werk & Inkomen
Toelichting
Algemene toelichting
Door een ongewenste samenloop van sociale zekerheid en fiscale regelgeving, hebben sommige gezinnen een te laag besteedbaar inkomen. Dit speelt vooral bij gezinnen waarvan een partner een loondervings- of arbeidsongeschiktheids-uitkering geniet, doorgaans via het UWV. De andere partner heeft geen of weinig inkomsten.
Het besteedbare inkomen kan dan lager zijn dan bij een gezin dat alleen netto-inkomen heeft uit bijstand. Dit probleem is veroorzaakt door de afbouw van overdraagbaarheid van de algemene heffingskorting (AHK) die in 2009 is ingezet, en wordt aangeduid als de alleenverdienersproblematiek.
Over de jaren 2022, 2023 en 2024 is een tijdelijke oplossing voor de alleenverdienersproblematiek geboden via onbelaste bijzondere bijstand. De uitgangspunten voor de verstrekking van deze bijzondere bijstand zijn vastgelegd in de Tijdelijke beleidsregels bijzondere bijstand eenverdienersproblematiek Rotterdam.
Voor de jaren 2025, 2026 en 2027 heeft de rijksoverheid een nieuwe wettelijke regeling ingevoerd. Op basis van artikel 78gg van de Participatiewet kan over deze jaren een tegemoetkoming worden toegekend aan alleenverdieners. De tegemoetkoming kent een vast bedrag.
Voor de toekenning aan inwoners in de gemeente die te maken hebben met de alleenverdienersproblematiek, ontvangt de gemeente lijstwerk. Op basis van dat lijstwerk kan ambtshalve de tegemoetkoming worden verstrekt.
Omdat er bij het genereren van dit lijstwerk wordt gewerkt met verouderde inkomensgegevens, is het mogelijk dat een huishouden niet op het lijstwerk staat maar (inmiddels) wel gevolgen ondervindt van de alleenverdienersproblematiek. In dat geval kan het huishouden een aanvraag voor de tegemoetkoming indienen.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1
Bij het besteedbaar inkomen wordt uitgegaan van het recht op toeslagen, ook wanneer dat recht wordt verrekend met een schuld aan de Belastingdienst Toeslagen en daardoor feitelijk geen toeslagen tot uitbetaling komen.
Artikel 2
De tegemoetkoming wordt ambtshalve toegekend aan huishoudens waarvan de meestverdienende partner voorkomt op het lijstwerk dat wordt ontvangen van het Inlichtingenbureau.
Wanneer er in de uitkeringsadministratie een rekeningnummer bekend is, kan de tegemoetkoming direct worden uitbetaald.
Is er in de uitkeringsadministratie geen rekeningnummer voor het huishouden bekend, dan moet dat rekeningnummer eerst worden opgevraagd. Het huishouden wordt in dat geval uitgenodigd het rekeningnummer door te geven waarop men de tegemoetkoming wenst te ontvangen.
Wanneer er voor het huishouden wel een rekeningnummer in de uitkeringsadministratie bekend is, maar daarop langer dan twee jaar geleden voor het laatst betalingen zijn gedaan, wordt het huishouden uit zorgvuldigheid ook eerst bevraagd over het rekeningnummer waarop men de tegemoetkoming wenst te ontvangen.
Artikel 3
Eerste lid
De huidige planning van het rijk is dat er vanaf 2028 een oplossing voor de alleenverdienersproblematiek wordt geboden via de belastingdienst. De tegemoetkoming op grond van artikel 78gg van de Participatiewet betreft alleen de periode van 2025 t/m 2027. Om voldoende tijd te geven om de tegemoetkoming aan te vragen, is bepaald dat een aanvraag in 2028 nog gedurende een half jaar kan worden ingediend. Verdere beperkingen gelden er niet. Een in de eerste helft van 2028 ingediende aanvraag voor een tegemoetkoming kan dus ook zien op kalenderjaar 2025 of 2026.
Tweede lid
Hier zijn de eisen benoemd waaraan een huishouden dat als zelfmelder een aanvraag doet voor een tegemoetkoming, dient te voldoen. De aanvraag wordt gericht tot het college waar de meestverdienende partner zijn woonplaats heeft. Omdat er sprake kan zijn van verhuizing in de loop van het jaar, is in onderdeel b bepaald dat wordt beoordeeld of er reeds een tegemoetkoming over dat kalenderjaar van een andere gemeente is ontvangen.
Vierde tot en met zevende lid
Kenmerkend voor de alleenverdienersproblematiek, is dat het huishouden een lager besteedbaar inkomen heeft dan een gezin dat alleen inkomsten heeft uit algemene bijstand en daarnaast huurtoeslag (indien van toepassing) en zorgtoeslag ontvangt.
In sommige gevallen is het netto-inkomen van het huishouden lager dan de bijstandsnorm die voor hen zou gelden. In dat geval moet er alsnog algemene bijstand worden aangevraagd. Het gemis aan netto-inkomen wordt niet gecompenseerd met de tegemoetkoming. Daarom wordt er altijd uitgegaan van een netto-inkomen dat minimaal gelijk is aan de bijstandsnorm (zevende lid).
Is het netto-inkomen hoger dan de toepasselijke bijstandsnorm, dan moet de omvang van het inkomen op jaarbasis worden vastgesteld. Dat gebeurt op basis van het vijfde lid.
In het zevende lid is bepaald hoe het besteedbaar inkomen van het huishouden wordt vastgesteld. Hierbij is het nodig om vast te stellen op welk bedrag aan huur- en zorgtoeslag het huishouden recht zou kunnen hebben. Het netto-inkomen wordt hierbij zo nodig omgerekend naar een bruto-inkomen. Er wordt dus niet gerekend met het feitelijke bedrag dat het huishouden aan huur- en zorgtoeslag ontvangt, aangezien dat mede afhankelijk is van een juiste opgave van het inkomen bij de Belastingdienst Toeslagen. Er is voldaan aan de inkomenseis wanneer het totaal van het netto-inkomen en het recht op toeslagen tezamen, lager is dan het netto-inkomen en bijbehorend recht op toeslagen van een overeenkomstig gezin in de bijstand.
Achtste lid
In dit lid is de vermogenseis verder uitgewerkt. Omdat er bij de alleenverdienersproblematiek sprake is van een gemis aan huurtoeslag of zorgtoeslag, moeten de daarbij geldende vermogensgrenzen worden gehanteerd. Omdat de vermogensgrens bij de zorgtoeslag hoger is dan de vermogensgrens voor huurtoeslag, wordt de vermogensgrens van de zorgtoeslag gehanteerd. Een gezin met een vermogen hoger dan de grens die geldt voor het ontvangen van huurtoeslag, kan immers nog steeds zorgtoeslag mislopen (en dus: last hebben van de alleenverdienersproblematiek) zonder dat de daarbij geldende vermogensgrens wordt overschreden.
Artikel 4
Artikel 78gg van de Participatiewet is in werking getreden per 1 januari 2025. Daarom wordt aan deze beleidsregels terugwerkende kracht toegekend tot en met deze datum.
Omdat de tegemoetkoming alleen over de jaren 2025 tot en met 2027 kan worden verstrekt en voor 1 juli 2028 moet zijn aangevraagd, vervallen deze beleidsregels per laatstgenoemde datum. De beleidsregels blijven gelden voor verstrekkingen die voor 1 juli 2028 zijn gedaan en op aanvragen voor de tegemoetkoming die voor 1 juli 2028 zijn ingediend.
Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl