Beleidsregel tegemoetkoming kosten kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie gemeente Hoeksche Waard 2025

Geldend van 06-08-2025 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel tegemoetkoming kosten kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie gemeente Hoeksche Waard 2025

Het College van Burgemeester en wethouders van de gemeente Hoeksche Waard

gelet op:

  • -

    Artikel 160 lid 1a van de Gemeentewet;

  • -

    Artikel 4, lid 81, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);

  • -

    Artikel 1.1 van de wet kinderopvang (Wko);

  • -

    Artikel 2.1.2, lid 2 onder f van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo);

  • -

    Artikel 4.2, lid 1 van de verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Hoeksche Waard 2020;

besluit vast te stellen:

“Beleidsregel tegemoetkoming kosten kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie gemeente Hoeksche Waard 2025”

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

  • a.

    College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoeksche Waard.

  • b.

    Inkomensafhankelijke eigen bijdrage: Een eigen bijdrage gebaseerd op het toetsingsinkomen van ouder(s) en berekend aan de hand van de kinderopvangtoeslagtabel van de Belastingdienst.

  • c.

    Kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen en opvoeden van kinderen binnen een kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang of gastouderopvang, welke is ingeschreven in het Landelijk Register Kinderopvang.

  • d.

    Maximum uurtarief kinderopvang: het jaarlijks door de Belastingdienst gehanteerde maximum uurtarief voor kinderopvang.

  • e.

    Ouder: gezaghebbend (pleeg)ouder(s) of verzorger(s) van het kind.

  • f.

    Professional: een bij de ouder(s) en/of het gezin betrokken professional, bijvoorbeeld een behandelend arts of huisarts, een medewerker van het wijkteam en/of jeugdteam, medewerker van het consultatiebureau, maatschappelijk werker (niet limitatief);

  • g.

    Sociaal medisch advies: een schriftelijke verklaring van een onafhankelijk (niet bij gezin betrokken) arts over de problematiek, duur en omvang van de gevraagde ondersteuning.

  • h.

    Sociaal medische indicatie kinderopvang: kinderopvang waarvoor een tegemoetkoming wordt toegekend op grond van sociaal-medische factoren en waarvoor geen recht bestaat op kinderopvangtoeslag.

  • i.

    Tegemoetkoming: tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang.

  • j.

    Toetsingsinkomen: het verzamelinkomen van het gezin vermeld op de laatst beschikbare inkomensverklaring(en) van de Belastingdienst.

  • k.

    Voorliggende voorziening: elke voorziening buiten deze beleidsregel waarop de ouder een beroep kan doen voor de noodzakelijk benodigde opvang. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan: opvang binnen het eigen netwerk, werkgeversvoorzieningen als ouderschapsverlof, zorgverlof en/of (tijdelijke) aanpassing van arbeidsduur, onderwijs, peuteropvang en/of voorschoolse educatie, Buurtgezinnen en andere voorzieningen op grond van de Wet kinderopvang, AWBZ (bijvoorbeeld dagcentra, medisch kinderdagverblijf), de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning; zorgverzekering (niet limitatief).

Artikel 2 Doelgroep

  • 1. Een ouder of ouder met partner komt in aanmerking voor een tegemoetkoming indien er sprake is van alle volgende criteria:

    • a.

      Ouder en kind(eren) zijn woonachtig in de gemeente Hoeksche Waard en staan ingeschreven in de basisregistratie personen (BRP);

    • b.

      Ouder of andere kinderen in het gezin hebben psychische, sociale en/of medische problematiek waardoor ouder (tijdelijk) niet (volledig) in staat is om de zorg voor de kind(eren) op zich te nemen;

    • c.

      Kinderopvang is nodig in het belang van een goede en gezonde ontwikkeling van het kind;

    • d.

      Ouder of ouder met partner heeft geen recht op kinderopvangtoeslag;

    • e.

      Er is geen andere toereikende voorliggende voorziening of passende oplossing in het eigen netwerk beschikbaar.

  • 2. De beleidsregel kan indirect ondersteunend zijn aan arbeidsparticipatie om te voorkomen dat de kostwinner uit het arbeidsproces valt door de zorgbelasting thuis.

Artikel 3 Aanvraag

  • 1. De tegemoetkoming wordt aangevraagd bij het college op het daarvoor beschikbaar gestelde aanvraagformulier.

  • 2. Een aanvraag bevat minimaal een volledig ingevuld aanvraagformulier.

  • 3. Een aanvraag gaat vergezeld van de volgende bewijsstukken:

    • a.

      Een schriftelijke verklaring (de feitelijke sociaal-medische indicatie) opgesteld door een professional die de sociaal-medische situatie van de ouder of het kind bevestigd inclusief een advies over het aantal uren en de duur van de opvang. Indien sprake van een medisch en/of psychisch behandeltraject buitenshuis kan worden volstaan met een verklaring waar hij/zij dit traject volgt. De instelling moet in deze verklaring aangeven hoelang het traject zal duren en op welke dagen en tijdstippen de ouder voor behandeling bij de instelling aanwezig zal zijn.

    • b.

      Een kopie van het contract of een actuele offerte van een kinderopvang waarin de volgende informatie is opgenomen: NAW-gegevens, het soort opvang, begindatum opvang(contract), het aantal uren opvang per week, het uurtarief van de opvang en de naam- en adresgegevens van de kinderopvanglocatie waar de opvang plaatsvindt.

    • c.

      De inkomensverklaring van de ouder(s) over het laatst afgeronde kalenderjaar of, indien deze nog niet beschikbaar is, de meest recente jaaropgaven/uitkeringsspecificaties van de ouder(s).

  • 4. De aanvraag wordt door de ouder(s) en indien van toepassing door de partner ondertekend.

  • 5. Indien de gemeente dit nodig acht voor de beoordeling van de aanvraag wordt een sociaal-medisch advies door een onafhankelijk arts gevraagd.

Artikel 4 Hoogte van de tegemoetkoming

  • 1. De hoogte van de tegemoetkoming per uur wordt gebaseerd op:

    • a.

      het daadwerkelijk aantal afgenomen uren opvang (tot aan het maximumaantal uur opvang dat op basis van het sociaal medisch advies noodzakelijk wordt geacht met een maximum van 3 dagen kinderopvang of 3 dagen BSO);

    • b.

      het werkelijke uurtarief opvang (tot aan het vastgestelde maximumuurtarief kinderopvang);

    • c.

      minus de inkomensafhankelijke eigen bijdrage (gebaseerd op het bij de aanvraag ingediende toetsingsinkomen en berekend aan de hand van de kinderopvangtoeslagtabel van de Belastingdienst).

  • 2. Bij de berekening van de eigen bijdrage en de hoogte van de tegemoetkoming wordt, voor de gehele duur van de tegemoetkoming, uitgegaan van het bij de aanvraag ingediende toetsingsinkomen.

  • 3. Overige kosten, zoals bijvoorbeeld voor inschrijving, (medische) bewijsstukken of maaltijden behoren niet tot de tegemoetkoming.

Artikel 5 Duur van de tegemoetkoming

  • 1. De tegemoetkoming wordt toegekend met ingang van, en niet eerder dan, de datum waarop de aanvraag door het college is ontvangen.

  • 2. Als op deze datum nog geen kinderopvang plaatsvindt, wordt de tegemoetkoming verleend met ingang van de datum waarop de kinderopvang zal plaatsvinden.

  • 3. De tegemoetkoming is tijdelijk en wordt per toekenning verleend voor maximaal 12 maanden maar uiterlijk tot 31 december van het jaar waarvoor de tegemoetkoming is verleend. Deze periode kan, op basis van een nieuw onafhankelijk advies, verlengd worden met steeds maximaal 12 maanden.

  • 4. Het college kan de tegemoetkoming over een afwijkende periode verlenen.

  • 5. De tegemoetkoming eindigt in ieder geval indien:

    • a.

      de kinderopvang voor een periode langer dan 3 aaneengesloten maanden wordt onderbroken;

    • b.

      de ouder meer dan 3 maanden verzuimt de eigen bijdrage te betalen aan de kinderopvang;

    • c.

      de ouder niet meer valt onder de doelgroep van deze regeling, zoals gesteld in artikel 2.1.

Artikel 6 Inspanningsverplichting

  • 1. Ouder zet zich in om:

    • a.

      de omvang en duur van de benodigde kinderopvang zoveel mogelijk te beperken, door inzet van andere voorliggende voorzieningen;

    • b.

      de sociale en/of medische problematiek (zoveel mogelijk) op te lossen, zodat ouder zelf weer in staat wordt om voor zijn/haar kind(eren) te zorgen en de tegemoetkoming niet meer noodzakelijk is.

Artikel 7 Overige verplichtingen

  • 1. De ouder is zelf verantwoordelijk voor het aangaan dan wel opzeggen van het contract met de kinderopvangorganisatie.

Artikel 8 Weigeringsgronden

  • 1. Het college weigert de tegemoetkoming op grond van sociaal medische indicatie indien:

    • a.

      de aanvrager niet behoort tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 2 van deze beleidsregel;

    • b.

      de kinderopvangorganisatie waar het kind wordt geplaatst niet is ingeschreven in het Landelijk Register Kinderopvang.

  • 2. Daarnaast kan het college een tegemoetkoming op grond van sociaal medische indicatie weigeren indien het hiervoor betreffende gemeentelijk budget niet meer toereikend is.

Artikel 9 Beslistermijn

Het college besluit zo snel mogelijk na ontvangst van alle benodigde informatie doch uiterlijk binnen 8 weken na de datum waarop de (volledige) aanvraag is ingediend.

Artikel 10 Toekenning

  • 1. Het college stuurt het besluit tot verlening van de tegemoetkoming naar de ouder.

  • 2. Het besluit tot verlening van de tegemoetkoming bevat in ieder geval:

    • de naam en geboortedatum van de ouder(s) en indien van toepassing van de partner;

    • de naam en geboortedatum van het kind of van de kinderen waarop de verlening van de tegemoetkoming betrekking heeft;

      • a.

        de naam, het adres en het LRK-nummer van de kinderopvang waar de opvang plaatsvindt;

      • b.

        de hoogte van de tegemoetkoming;

      • c.

        de omvang en periode van de kinderopvang waarover de tegemoetkoming wordt verleend;

      • d.

        de wijze waarop de tegemoetkoming wordt betaald;

    • de verplichtingen van de ouder waaronder in elk geval de verplichtingen als genoemd in artikel 6, 7 en 13 van de beleidsregel.

Artikel 11 Betaling

  • 1. De kinderopvangorganisatie factureert maandelijks het volledig bedrag van de opvang aan de ouder.

  • 2. Ouder betaalt maandelijks het volledige bedrag van de factuur aan de kinderopvangorganisatie.

  • 3. De tegemoetkoming wordt in de vorm van een voorschot in maandelijkse termijnen uitbetaald aan de ouder.

  • 4. De ouder verstrekt binnen 4 weken na afloop van de periode waarvoor de tegemoetkoming is verleend alle factureren van de betreffende opvangperiode aan het college.

  • 5. Het college stelt de definitieve tegemoetkoming binnen 8 weken na ontvangst van de facturen vast.

    • a.

      Indien blijkt dat de ouder na vaststelling nog recht heeft op een aanvullend bedrag, dan wordt dit bedrag aan de ouder nabetaald.

    • b.

      Indien blijkt dat de ouder na vaststelling te veel voorschot heeft ontvangen, dan wordt dit bedrag teruggevorderd.

  • 6. Het college kan in afwijking van bovenstaande een afwijkende betaalwijze toepassen.

  • 7. De ouder wordt in de beschikking over de wijze van betaling geïnformeerd.

Artikel 12 Herhalingsaanvraag

  • 1. Herhalingsaanvragen dienen minimaal 8 weken voor afloop van de eerdere verleende tegemoetkoming te worden aangevraagd. Indien een herhalingsaanvraag later wordt ingediend, is de ouder zelf verantwoordelijk om de volledige opvangkosten te bekostigen voor de periode dat er geen tegemoetkoming is toegekend.

  • 2. Indien er sprake is van een herhalingsaanvraag dan zal extra onderzoek worden uitgevoerd naar de oorzaak van de herhalingsaanvraag en de andere mogelijke voorliggende voorzieningen.

  • 3. Partijen spannen zich in om bij een herhalingsaanvraag de indicatie zonder onderbreking te laten doorlopen, onder voorwaarde dat de aanvraag tijdig is ingediend, zoals beschreven in lid 1.

Artikel 13 Inlichtingenplicht

  • 1. De ouder doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem/haar redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed zijn op de (hoogte van de) tegemoetkoming.

  • 2. De ouder is verplicht aan het college desgevraagd medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de beleidsregel en de verstrekking van de tegemoetkoming.

Artikel 14 Herziening en intrekking

  • 1. Het college herziet het recht op tegemoetkoming of trekt dit in:

    • a.

      als het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 13 geleid heeft tot een ten onrechte of te hoog verstrekte tegemoetkoming;

    • b.

      als anderszins een tegemoetkoming ten onrechte of tot een te hoog bedrag verstrekt is;

    • c.

      als er sprake is van onvoldoende medewerking, waardoor het recht niet kan worden vastgesteld.

Artikel 15 Terugvordering

  • 1. Het college kan, naast het bepaalde in artikel 11 lid 4 en 6, de tegemoetkoming terugvorderen van de ouder indien:

    • a.

      (de hoogte van) de bijdrage is vastgesteld op grond van onjuiste en/of onvolledig verstrekte inlichtingen door de ouder;

    • b.

      de ouder redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat de tegemoetkoming geheel of gedeeltelijk ten onrechte is uitbetaald

    • c.

      indien ouder een periode van 3 maanden of langer betalingsachterstand heeft bij de kinderopvangorganisatie

Artikel 16 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de ouder afwijken van deze beleidsregel, indien toepassing hiervan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 17 Inwerkingtreding

  • 1. Deze beleidsregel treedt in werking de dag na publicatie, onder gelijktijdige intrekking van de Beleidsregel tegemoetkoming kosten kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie gemeente Hoeksche Waard 2024.

  • 2. Op aanvragen die voor de datum als genoemd in lid 1 zijn ingediend en van toepassing zijn op de uitvoering vanaf die datum, wordt beslist overeenkomstig deze beleidsregel.

Artikel 18 Citeertitel

De beleidsregel wordt aangehaald als: “Beleidsregel tegemoetkoming kosten kinderopvang op grond van sociaal medische indicatie gemeente Hoeksche Waard 2025”.

Ondertekening

Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van gemeente Hoeksche Waard op 15 juli 2025.

Burgemeester en wethouders van gemeente Hoeksche Waard,

de gemeentesecretaris a.i.,

R.S.M. Heintjes

de locoburgemeester,

A.D. van der Wulp