Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR743145
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR743145/1
Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang gemeente Bunnik
Geldend van 02-08-2025 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-05-2025
Intitulé
Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang gemeente BunnikIntitulé
De raad van de gemeente Bunnik;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 20 mei 2025;
gelet op:
Artikel 1:13 Wet Kinderopvang en Artikel 149 van de Gemeentewet;
Besluit vast te stellen:
Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang gemeente Bunnik
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
- a.
College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bunnik;
- b.
De wet: Wet kinderopvang;
- c.
Kinderopvang: kinderopvang zoals bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang;
- d.
Kinderopvangtoeslag: landelijke regeling voor tegemoetkoming voor ouders in de kosten van kinderopvang zoals bedoeld in de Wet kinderopvang;
- e.
Ouders: de ouder of ouders zoals bedoeld in de wet, ingeschreven in de gemeente Bunnik
- f.
Voorliggende voorziening: elke mogelijkheid om in kinderopvang te voorzien waarvan door de aanvragende ouder gebruik kan worden gemaakt, waaronder een andere financiële tegemoetkoming (zoals o.a. via de aanvullende ziektekostenverzekering, een voorziening via de Wet kinderopvang) of adequate kinderopvang in de informele sfeer.
Hoofdstuk 2 Aanspraak op tegemoetkomingen
Artikel 2 Doelgroep tegemoetkoming kosten kinderopvang
Deze regeling is bedoeld voor ouders, woonachtig in de gemeente Bunnik, die op grond van artikel 1.6 van de wet in aanmerking komen voor een kinderopvangtoeslag en een inkomen genieten tot maximaal 110% van de geldende bijstandsnorm.
Artikel 3 Doelgroep tegemoetkoming kosten kinderopvang op basis van sociaal- medische indicatie (SMI)
Deze regeling is bedoeld voor ouders, woonachtig in de gemeente Bunnik, die voor een kind geen of beperkt recht hebben op reguliere kinderopvangtoeslag en waarvoor een voorliggende voorziening geen passende oplossing biedt en waarin sprake is van één of meer van de volgende situaties:
- a.
Een kind (tot en met 12 jaar) of de ouders hebben een lichamelijke, zintuigelijke, verstandelijke en/of psychische beperking waardoor andere kinderen in het gezin beter af zijn met kinderopvang;
- b.
Het gezin verkeert in een sociale en/of medische crisissituatie waardoor de ouders niet in staat zijn de verzorging van het kind op zich te nemen;
- c.
Het om een kind gaat voor wie door het college is vastgesteld dat in het belang van een goede en gezonde ontwikkeling van het kind kinderopvang noodzakelijk is.
Hoofdstuk 3 Tegemoetkoming kosten kinderopvang op grond van SMI
Artikel 4 Aanvraag kinderopvang op grond van SMI
- 1.
De aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op grond van een sociaal medische indicatie wordt ingediend bij het college.
- 2.
Een aanvraag voor een tegemoetkoming bevat:
- a.
Naam, adres en het burgerservicenummer van de ouders;
- b.
Naam en geboortedatum van het kind waarvoor wordt aangevraagd;
- c.
Een onderbouwing van de aanvraag waaruit blijkt dat er sprake is van één of meerdere situaties zoals genoemd in artikel 3. Deze onderbouwing wordt aangeleverd door het Centrum voor Elkaar aan de ouders en is onderdeel van het brede onderzoeksplan van het gezin;
- d.
Een offerte van het geregistreerde kindcentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat verzorgen waarin in ieder geval wordt aangegeven: het aantal uren kinderopvang per kind, de kostprijs per uur en de gewenste ingangsdatum van de opvang;
- e.
Recente inkomensgegevens van afgelopen maand van de ouders (bij wisselende inkomsten de afgelopen 3 maanden).
- a.
- 3.
De aanvraag dient ondertekend te zijn door de ouders.
Artikel 5 Beslissing op de aanvraag SMI
- 1.
Alvorens op de aanvraag te beslissen, kan het college ten behoeve van de vaststelling van de noodzakelijkheid van kinderopvang advies opvragen bij een deskundige professional vanuit het medisch veld of de hulpverlening. Ouders worden hier vooraf van op de hoogte gesteld.
- 2.
Het college neemt binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag een beslissing.
- 3.
Het college kan de termijn als bedoeld in het derde lid met ten hoogste 4 weken verdagen.
- 4.
Het college informeert de ouders door middel van het toezenden van een beschikking.
- 5.
Bij een tegemoetkoming kan het college een herbeoordeling verrichten.
Artikel 6 Onderbouwing SMI
- 1.
De onderbouwing aan de hand van het brede onderzoeksplan zoals bedoeld in artikel 4 lid 2c bevat de volgende elementen:
- a.
Medisch/psychische situatie van ouders en/ of kind;
- b.
Informatie van betrokken/ doorverwijzende instanties/ instellingen;
- c.
Mogelijkheden van de ouders om toe te werken naar een structurele oplossing voor de situatie(s) zoals beschreven in artikel 3;
- d.
Aantal noodzakelijke uren opvang (aantal uren/ dagdelen per week en verwachte duur);
- e.
Onderbouwing van het advies.
- a.
Artikel 7 Ingangsdatum, omvang en duur van de tegemoetkoming op grond van SMI
- 1.
De tegemoetkoming wordt verleend met ingang van de datum waarop de kinderopvang op grond van de indicatie daadwerkelijk start, waarbij de datum niet ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag.
- 2.
De tegemoetkoming wordt slechts verleend voor de goedkoopste adequate voorziening en voor de periode en het aantal uren per week waarvoor de inzet van de kinderopvang naar het oordeel van het college noodzakelijk is.
- 3.
De tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op grond van SMI wordt alleen toegekend als opvang binnen het eigen netwerk en/of vrijwillige circuit niet mogelijk is en de behoefte aan opvang niet kan worden ondervangen door gesubsidieerde peuteropvang en/of voorschoolse en vroegschoolse educatie.
- 4.
De tegemoetkoming wordt toegekend onder voorbehoud van een door de sociaal-medisch geïndiceerde te ondertekenen onderzoeksplan;
- 5.
De tegemoetkoming wordt toegekend voor de in het onderzoeksplan gestelde duur;
- 6.
Als de feitelijke duur van de kinderopvang korter is dan de in het vijfde lid bedoelde duur, wordt de tegemoetkoming verstrekt voor de feitelijke duur van de kinderopvang;
- 7.
De tegemoetkoming wordt toegekend voor het in het onderzoeksplan gestelde aantal uren;
- 8.
Als het feitelijke aantal uren kinderopvang lager is dan het in het zevende lid bedoelde aantal uren, wordt de tegemoetkoming verstrekt voor het feitelijke aantal uren kinderopvang;
- 9.
De tegemoetkoming wordt toekend over het maximumuurtarief als bedoeld in artikel 4, eerste lid van het landelijk Besluit Kinderopvang;
- 10.
Als het feitelijke uurtarief lager is dan de in het negende lid bedoelde uurtarief, wordt de tegemoetkoming verstrekt over het feitelijke uurtarief.
- 11.
De hoogte van de tegemoetkoming bedraagt het inkomensafhankelijk percentage van de kosten van kinderopvang als bedoeld in artikel 6 van het Besluit Kinderopvangtoeslag.
- 12.
De tegemoetkoming kan worden aangevuld voor inkomens tot 110% van de geldende bijstandsnorm als blijkt dat het uurtarief van de kinderopvang hoger is dan het maximumuurtarief zoals bedoeld in artikel 12 van deze verordening.
- 13.
Een tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang op grond van SMI wordt voor een periode van maximaal 6 maanden verleend.
- 14.
Als het college dit noodzakelijk acht, vindt verlenging van de tegemoetkoming plaats van nogmaals 6 maanden onder de voorwaarde dat de ouders voldoen aan de verplichtingen als bedoeld in artikel 8 van deze verordening en naar het oordeel van het college voldoende hebben gezocht naar een oplossing door middel van inzet van de eigen kracht. De noodzaak voor deze extra ondersteuning moet blijken uit het bredere onderzoeksplan van het gezin welke is opgesteld door het Centrum voor Elkaar.
- 15.
Na toekenning wordt de tegemoetkoming kosten kinderopvang rechtstreeks uitbetaald aan de betreffende kinderopvangorganisatie.
Artikel 8 Verplichtingen van ouders op grond van SMI
- 1.
De ouders doen al het mogelijke om de omvang en de duur van de noodzakelijke kinderopvang zo kort mogelijk te laten zijn, zoals omschreven in het brede onderzoeksplan van het gezin.
- 2.
Indien van toepassing werken de ouders mee aan een traject dat wordt ingezet om de oorzaak van de aanvraag weg te nemen.
- 3.
De ouders doen aan het college uit eigen beweging of op verzoek, direct mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een tegemoetkoming. Hieronder wordt in ieder geval verstaan:
- a.
Wijzigingen in de beperkingen of belemmeringen van het kind en/of de ouders die van invloed kunnen zijn op het recht, omvang of duur van de tegemoetkoming van de kinderopvang;
- b.
Wijzigingen in het inkomen van de ouders;
- c.
Wijzigingen in omstandigheden (waaronder leefsituatie, verhuizing, gewijzigd verblijfsdocument, een situatie waardoor aanspraak gemaakt kan worden op een voorliggende voorziening).
- a.
Artikel 9 Weigeringsgronden tegemoetkoming op basis van SMI
Het college weigert de tegemoetkoming kinderopvang als:
- a.
De ouders aantoonbaar aanspraak kunnen maken of een beroep kunnen doen op een passende voorliggende voorziening;
- b.
De tegemoetkoming wordt gevraagd voor opvang die niet is opgenomen in het Landelijk Register Kinderopvang;
- c.
De ouders in de aanvraag onjuiste gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou leiden.
- d.
De ouders niet rechtmatig in Nederland verblijven en als gevolg daarvan geen aanspraak hebben op toekenning van verstrekkingen, voorzieningen en uitkeringen op grond van een beschikking van een bestuursorgaan, zoals bedoeld in artikel 10 lid 1 Vreemdelingenwet 2000;
- e.
De opgegeven activiteiten waarvoor de ouders een tegemoetkoming aanvragen, aantoonbaar niet of niet geheel zullen plaatsvinden;
- f.
De ouders niet voldoen aan de verplichtingen als genoemd in artikel 8 van deze verordening.
Hoofdstuk 4 Tegemoetkoming kosten kinderopvang
Artikel 10 Aanvraag tegemoetkoming kosten kinderopvang
- 1.
De aanvraag voor een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang wordt ingediend bij het college.
- 2.
Een aanvraag voor een tegemoetkoming bevat:
- a.
Naam, adres en het burgerservicenummer van de ouders;
- b.
Naam en geboortedatum van het kind waarvoor wordt aangevraagd;
- c.
Een offerte van het geregistreerde kindcentrum of gastouderbureau dat de kinderopvang gaat ver- zorgen waarin in ieder geval wordt aangegeven: het aantal uren kinderopvang per kind, de kostprijs per uur en de gewenste ingangsdatum van de opvang;
- d.
Recente inkomensgegevens van afgelopen maand van de ouders (bij wisselende inkomsten de afgelopen 3 maanden).
- e.
De aanvraag dient ondertekend te zijn door de ouder(s)
- a.
.
Artikel 11 Beslissing op de aanvraag tegemoetkoming kosten kinderopvang
- 1.
Het college neemt binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag een beslissing.
- 2.
Het college kan de termijn als bedoeld in het tweede lid met ten hoogste 4 weken verdagen.
- 3.
Het college informeert de ouders door middel van het toezenden van een beschikking.
- 4.
Bij een tegemoetkoming kan het college een herbeoordeling verrichten.
Artikel 12 Duur, uren, uurtarief tegemoetkoming kosten kinderopvang
- 1.
Het college verstrekt aan de doelgroep zoals benoemd in artikel 2 lid 1 een tegemoetkoming in de eigen bijdrage in de kosten van kinderopvang.
- 2.
De tegemoetkoming in de eigen bijdrage wordt verstrekt voor de duur als bedoeld in artikel 8a, eerste lid, van het landelijk Besluit Kinderopvangtoeslag;
- 3.
Als de feitelijke duur van de kinderopvang korter is dan de in het tweede lid bedoelde duur, wordt de tegemoetkoming verstrekt voor de feitelijke duur van de kinderopvang;
- 4.
De tegemoetkoming wordt toegekend voor het aantal uren als bedoeld in artikel 8a, eerste lid, van het Besluit Kinderopvangtoeslag;
- 5.
Als het feitelijke aantal uren kinderopvang lager is dan het in het vierde lid bedoelde aantal uren, wordt de tegemoetkoming verstrekt voor het feitelijke aantal uren kinderopvang;
- 6.
De tegemoetkoming wordt toegekend over het maximumuurtarief als bedoeld in artikel 4, eerste lid van het Besluit Kinderopvangtoeslag;
- 7.
Als het feitelijke uurtarief lager is dan de in het zesde lid bedoelde uurtarief, wordt de tegemoetkoming verstrekt over het feitelijke uurtarief;
- 8.
Als het feitelijk uurtarief hoger is dan de in het zesde lid bedoelde uurtarief, kan de tegemoetkoming verstrekt worden over het feitelijke uurtarief, als het inkomen lager is dan 110% van de geldende bijstandsnorm.
- 9.
Na toekenning wordt de tegemoetkoming kosten kinderopvang rechtstreeks uitbetaald aan de betreffende kinderopvangorganisatie.
Artikel 13 Verplichtingen van ouders voor de tegemoetkoming kosten kinderopvang
- 1.
De ouders doen aan het college uit eigen beweging of op verzoek, direct mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een tegemoetkoming. Hieronder wordt in ieder geval verstaan:
- a.
Wijzigingen in het inkomen van de ouders;
- b.
Wijzigingen in omstandigheden (waaronder leefsituatie, verhuizing, gewijzigd verblijfsdocument).
Artikel 14 Weigeringsgronden tegemoetkoming kosten kinderopvang
- 1.
Het college weigert de tegemoetkoming kinderopvang als:
- a.
De ouders niet kunnen aantonen dat ze een reguliere kinderopvangtoeslag ontvangen.
- b.
De ouders in de aanvraag onjuiste gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou leiden.
- c.
De ouders niet rechtmatig in Nederland verblijven en als gevolg daarvan geen aanspraak hebben op toekenning van verstrekkingen, voorzieningen en uitkeringen op grond van een beschikking van een bestuursorgaan, zoals bedoeld in artikel 10 lid 1 Vreemdelingenwet 2000;
- d.
De opgegeven activiteiten waarvoor de ouders een tegemoetkoming aanvragen, aantoonbaar niet of niet geheel zullen plaatsvinden;
- e.
De ouders niet voldoen aan de verplichtingen als genoemd in artikel 13 van deze verordening.
- a.
Hoofdstuk 5 Herziening, intrekking of terugvordering tegemoetkoming kosten kinderopvang en tegemoetkoming op basis van SMI
Artikel 15 Herziening, intrekking of terugvordering
- 1.
Het college kan het recht op tegemoetkoming herzien of intrekken als:
- a.
Het niet of niet behoorlijk nakomen van de inlichtingenplicht zoals bedoeld in artikel 10 heeft geleid tot een ten onrechte of te hoog verstrekte tegemoetkoming;
- b.
Anderszins de tegemoetkoming deels of geheel ten onrechte is verstrekt;
- c.
Niet wordt voldaan aan de verplichtingen die in de beschikking staan vermeld.
- a.
- 2.
Als er een herziening of intrekking plaats vindt zoals beschreven in lid 1, vordert het college de onterecht verstrekte tegemoetkoming terug.
- 3.
De persoon van wie de tegemoetkoming wordt teruggevorderd is verplicht desgevraagd aan het college de inlichtingen te verstrekken die voor de terugvordering van belang zijn.
Hoofdstuk 6 Overige bepalingen
Artikel 16 Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van hetgeen in deze verordening is bepaald, indien toepassing ervan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Artikel 17 Inwerkingtreding
De verordening treedt de dag na publicatie in het Gemeenteblad in werking met terugwerkende kracht vanaf 1 mei 2025.
Artikel 18 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang gemeente Bunnik.
Ondertekening
Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 10 juli 2025.
de griffier, de voorzitter,
dhr. F.J. van der Lubbe dhr. R. van Bennekom
Ondertekening
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl