Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR743126
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR743126/1
Regeling vervallen per 01-01-2025
Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 van de Gemeentewet) van de Veiligheidsregio Kennemerland 2024
Geldend van 01-08-2025 t/m 31-12-2024 met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2024
Intitulé
Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 van de Gemeentewet) van de Veiligheidsregio Kennemerland 2024Het Algemeen Bestuur van de Veiligheidsregio Kennemerland;
gelezen het voorstel van het Dagelijks Bestuur van 29 januari 2025;
gelet op artikel 212, eerste lid, van de Gemeentewet;
besluit vast te stellen de volgende verordening:
Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 van de Gemeentewet) van de Veiligheidsregio Kennemerland 2024
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
- -
administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de Veiligheidsregio Kennemerland en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.
- -
overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de Veiligheidsregio Kennemerland, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt.
- -
rechtmatigheidsverantwoording: de rapportage van het Dagelijks Bestuur waarbij aangegeven wordt in welke mate de totstandkoming van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan overeenstemmen met de relevante wet- en regelgeving.
Paragraaf 2. Begroting en verantwoording
Artikel 2. Vaststelling programma-indeling en paragrafen
-
1. Het Algemeen Bestuur stelt een programma-indeling vast bij de vaststelling van de begroting.
-
2. Het Algemeen Bestuur stelt vast over welke onderwerpen het in extra paragrafen, naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken, kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.
-
3. In de jaarstukken wordt de programma-indeling, bedoeld in het eerste lid, gevolgd.
Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken
-
1. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt:
- a.
van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het investeringskrediet in het lopende boekjaar weergegeven, en
- b.
in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie.
- a.
-
2. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven.
-
3. In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden geconstateerde afwijkingen (fouten of onduidelijkheden) vanaf € 50.000 afzonderlijk gespecificeerd.
Artikel 4. Kaders begroting en meerjarenraming
-
1. Het Dagelijks Bestuur zendt de ontwerpbegroting twaalf weken voordat zij aan het Algemeen Bestuur wordt aangeboden, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.
-
2. De raden van de deelnemende gemeenten kunnen bij het Dagelijks Bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen.
-
3. Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat, samen met zijn reactie daarop, bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
-
4. Terstond na de vaststelling zendt het Algemeen Bestuur de begroting ter kennisneming aan de raden van de gemeenten.
-
5. Het Dagelijks Bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval voor 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten.
Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten
-
1. Het Algemeen Bestuur autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma. Het Algemeen Bestuur kan bij de vaststelling een prioriteit aangeven waarover hij afzonderlijk geïnformeerd wil worden.
-
2. Het Algemeen Bestuur autoriseert met het vaststellen van de begroting de daarin opgenomen investeringskredieten.
-
3. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het dagelijks bestuur voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan het algemeen bestuur voor.
-
4. Het Dagelijks Bestuur informeert het Algemeen Bestuur als zij verwachten, dat de lasten van een programma de geautoriseerde lasten dreigen te overschrijden, de investeringsuitgaven van een investeringskrediet het geautoriseerde investeringskrediet dreigen te overschrijden, of de baten van een programma de geautoriseerde baten dreigen te onderschrijden. Het Algemeen Bestuur geeft aan of hij een voorstel wil voor het wijzigen van de geautoriseerde lasten van het programma of de prioriteit, voor het wijzigen van het geautoriseerde investeringskrediet, of voor het bijstellen van het beleid.
-
5. Bij de behandeling van de tussentijdse rapportages in het Algemeen Bestuur bedoeld in artikel 6, eerste lid, doet het Dagelijks Bestuur technische voorstellen voor begrotingswijzigingen die de inwonersbijdrage niet raken en brengt beleidsmatige aanpassingen ter kennisname aan het Algemeen Bestuur, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doet het Dagelijks Bestuur indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten.
Artikel 6. Tussentijdse rapportages
-
1. Het Dagelijks Bestuur legt aan het Algemeen Bestuur periodiek tweemaal per jaar ter besluitvorming een tussentijdse rapportage voor over de afwijkingen op programma’s en investeringen per categorie uit de begroting.
-
2. De tussentijdse rapportages bevatten in ieder geval een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van:
- a.
de baten en de lasten per programma
- b.
de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma;
- c.
de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten, en
- a.
-
3. In de tussentijdse rapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en lasten van op programmaniveau, en investeringskredieten in de begroting groter dan € 50.000 toegelicht.
Artikel 7. Jaarstukken
-
1. Gelijktijdig met het aanbieden van de jaarstukken biedt het Dagelijks Bestuur het Algemeen Bestuur het voorstel aan over de bestemming van het jaarrekeningresultaat.
-
2. Vooruitlopend op het bestemmingsvoorstel over het jaarrekeningresultaat kan het Dagelijks Bestuur het Algemeen Bestuur voorstellen om middelen over te hevelen naar volgende begrotingsjaren. Dit betreft in ieder geval de budgetten waarvoor een afzonderlijke egalisatiereserve door het algemeen bestuur is ingesteld.
Artikel 8. Actieve informatieplicht
In het kader van de actieve informatieplicht worden afwijkingen van materiële betekenis zo snel mogelijk ter kennis worden gebracht aan de gemeenten. Wanneer dat aan de orde is, is ter beoordeling aan het Algemeen Bestuur. Belangrijk is dat het Algemeen Bestuur zodanig door het Dagelijks Bestuur geïnformeerd wordt, dat zij de gemeenten actief kan informeren.
Artikel 9. EMU-saldo
vervalt
Paragraaf 3. Rechtmatigheidsverantwoording
Artikel 10. Verantwoordings- en rapportagegrens rechtmatigheidsverantwoording
-
1. Het Algemeen Bestuur wordt door het dagelijks bestuur geïnformeerd in de paragraaf bedrijfsvoering over rechtmatigheid.
-
2. In de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening rapporteert het Dagelijks Bestuur aan het Algemeen Bestuur over afwijkingen met een verantwoordingsgrens van 3% van de totale lasten van de Veiligheidsregio, inclusief de dotaties aan de reserves.
-
3. Het normenkader wordt jaarlijks vastgesteld. In de paragraaf bedrijfsvoering worden niet acceptabele geconstateerde individuele afwijkingen groter dan € 50.000 nader toegelicht.
Artikel 11. Voorwaardencriterium
-
1. Het voorwaardencriterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving en hebben betrekking op aspecten als doelgroep, termijn, grondslag, administratieve bepalingen, normbedragen, bevoegdheden, bewijsstukken, recht, hoogte en duur.
-
2. Het Dagelijks Bestuur biedt het Algemeen Bestuur jaarlijks uiterlijk in de eerste vergadering t+1 ter vaststelling een normenkader rechtmatigheid aan. Hierbij wordt het normenkader definitief vastgesteld voor het jaar t en voorlopig voor het jaar t+1. Dit kader bestaat uit alle relevante (interne) wet- en regelgeving waaruit financiële beheershandelingen kunnen voortvloeien. Het Dagelijks Bestuur operationaliseert dit normenkader in een toetsingskader ten behoeve van de interne beheersing.
Artikel 12 Begrotingscriterium
-
1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de Algemeen bestuur geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen;
-
2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door het Algemeen Bestuur is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5.
-
3. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag per investeringscategorie. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaalbedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd.
-
4. Uitgangspunt is dat iedere overschrijding van de begroting of krediet qua lasten als onrechtmatig wordt beschouwd. Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties:
- a.
Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren.
- b.
Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling.
- c.
De overschrijding is gemeld en daarmee geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage.
- a.
-
5. Onderschrijdingen van de lasten/baten, overschrijdingen van de baten, afgesloten kredieten met een voordeel die niet eerder zijn gemeld en reservemutaties die niet begroot waren, zijn rechtmatig voor zover ze zijn toegelicht in de jaarrekening. Het melden in de jaarrekening aan het algemeen bestuur is tijdig en de onderschrijdingen van lasten, baten of investeringskredieten en overschrijdingen van baten en niet eerder gemelde reserve mutaties worden hierdoor als rechtmatig aangemerkt.
Artikel 13 Misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium
-
1. Het misbruik en oneigenlijk gebruik-criterium is het criterium van rechtmatigheid, dat betrekking heeft op het voorkomen, detecteren en corrigeren van misbruik en oneigenlijk gebruik van overheidsgelden en eigendommen van de Veiligheidsregio bij financiële beheershandelingen.
-
2. Het Dagelijks Bestuur zorgt voor en legt de regels voor het voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik van VRK regelingen en eigendommen vast.
Paragraaf 4. Financieel beleid
Artikel 14. Waardering en afschrijving vaste activa
-
1. Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in de Bijlage afschrijvingstermijnen bij de programmabegroting.
-
2. Het Dagelijks Bestuur biedt het Algemeen Bestuur jaarlijks een meerjareninvesteringsplan aan als onderdeel van de programmabegroting, waarbij inzicht wordt verschaft in de geplande investeringen en de daarmee gepaard gaande kapitaallasten voor de komende meerjarenperiode.
-
3. Rente wordt niet gerekend tot de vervaardigingsprijs.
-
4. Bijdragen van derden die in directe relatie staan met het actief worden in mindering gebracht op het te activeren bedrag.
-
5. Met het afschrijven wordt begonnen in het jaar volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereed is gekomen of is verworven en in gebruik genomen.
-
6. Er wordt lineair afgeschreven tenzij het algemeen bestuur bij individuele investeringen anders bepaald. Op voertuigen wordt rekening gehouden met een restwaarde van 5%
-
7. De afschrijvingstermijnen zijn gebaseerd op de verwachte toekomstige gebruiksduur van de investering.
-
8. Het Dagelijks Bestuur is bevoegd om nadere regels vast te stellen met betrekking tot afschrijvingsmethodiek en afschrijvingstermijnen.
Artikel 15. Voorziening voor oninbare vorderingen
-
1. Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen.
Artikel 16. Reserves en voorzieningen
-
1. In de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening vindt geen toerekening van rente over de reserves en voorzieningen plaats.
-
2. Het Dagelijks Bestuur biedt het Algemeen Bestuur periodiek een nota reserves en voorzieningen aan. Deze nota wordt door het Algemeen Bestuur vastgesteld en behandelt in ieder geval:
- a.
de vorming en besteding van reserves;
- b.
de vorming en besteding van voorzieningen, en
- c.
bij welke specifiek benoemde taken het verschil tussen het geraamde saldo van baten en lasten en het gerealiseerde saldo van baten en lasten mogen worden verrekend met een daartoe in het leven geroepen reserve.
- a.
-
3. Bij een voorstel voor de instelling van een reserve wordt in ieder geval aangegeven:
- a.
het specifieke doel van de reserve;
- b.
het bestedingsplan van de reserve
- c.
de voeding van de reserve;
- d.
de maximale hoogte van de reserve, en
- e.
de maximale looptijd.
- a.
Artikel 17. Kostprijsberekening
Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten tevens indirecte kosten worden toegerekend.
Artikel 18. Prijzen economische activiteiten
-
1. Voor de levering van goederen, diensten en werken door de veiligheidsregio aan overheidsbedrijven en derden waarbij de veiligheidsregio in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht.
-
2. Bij het verstrekken van leningen of garanties door de veiligheidsregio aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht.
-
3. Bij het verstrekken van kapitaal door de veiligheidsregio aan overheidsbedrijven en derden gaat het Dagelijks Bestuur uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen.
-
4. Bij afwijking van het eerste, tweede of derde lid vanwege een publiek belang doet het Dagelijks Bestuur vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel aan het Algemeen Bestuur, waarin het publiek belang van de activiteiten wordt gemotiveerd.
-
5. Besluiten van het Algemeen Bestuur met de motivering van het publiek belang als bedoeld in het vorige lid zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en er sprake is van een van de uitzonderingen zoals genoemd in artikel 25h van de Mededingingswet.
Artikel 19. Vaststelling hoogte rechten en prijzen
Het Dagelijks Bestuur stelt de tarieven vast
Artikel 20. Financieringsfunctie
-
1. Het Dagelijks Bestuur neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht:
- a.
voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden ten minste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; en
- b.
er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder c, van de Wet financiering decentrale overheden.
- a.
-
2. Het Dagelijks Bestuur stelt regels op ter uitvoering van het gestelde onder het eerste lid en legt deze regels vast in een besluit treasurystatuut. Hierin worden tevens taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en bijbehorende informatievoorziening geregeld.
Paragraaf 5. Paragrafen bij de begroting en jaarstukken
Artikel 21. Lokale heffingen
vervalt
Artikel 22. Weerstandsvermogen en risicobeheersing
-
1. Het Dagelijks Bestuur neemt in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:
- a.
de omvang van de reserves in relatie tot de beoogde weerstandspositie zoals deze is afgesproken met het Algemeen Bestuur (weerstandsratio van 0,7).
- b.
de wijze waarop met conjuncturele risico’s en de omvang van het weerstandsvermogen wordt omgegaan;
- c.
wanneer de afwijking van de benodigde weerstandscapaciteit ten opzichte van de hoogte van de algemene reserve meer dan € 0,25 miljoen bedraagt volgt vanuit het DB een voorstel aan het AB om weer tot het gewenste niveau van de weerstandscapaciteit te komen.
- a.
Artikel 23. Onderhoud kapitaalgoederen
Het Dagelijks Bestuur neemt in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen van de begroting en de jaarstukken de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.
Artikel 24. Financiering
Het Dagelijks Bestuur neemt in de paragraaf financiering van de begroting en de jaarstukken de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op:
Artikel 25. Bedrijfsvoering
Het Dagelijks Bestuur neemt in de paragraaf bedrijfsvoering van de begroting en de jaarstukken naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 14 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:
- a.
een toelichting op alle afwijkingen in rechtmatigheid, die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen voor zover deze de rapportagegrens, zoals bedoeld in artikel 10 overschrijden en eventueel welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen;
- b.
een overzicht van en toelichting op niet-financiële onrechtmatigheden in verband met het niet naleven van bepalingen in de Wet financiering decentrale overheden en de bijbehorende ministeriële regelingen, als deze voorkomen;
- c.
rapportage van het veelvuldig niet naleven van normen uit de gids proportionaliteit en/of slechte documentatie of naleving hiervan, als deze voorkomen;
- d.
geconstateerde fraude door eigen medewerkers, als dit voorkomt, en
- e.
de ontwikkeling van het overheadpercentage VRK.
- f.
een toelichting op alle niet acceptabele afwijkingen in rechtmatigheid, die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen, voor zover deze de rapportagegrens, zoals bedoeld in artikel 10 en eventueel welke maatregelen worden genomen om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen;
Artikel 26. Verbonden partijen
Het Dagelijks Bestuur neemt in de paragraaf verbonden partijen van de begroting en de jaarstukken de verplichte onderdelen op grond van artikel 15 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.
Artikel 27. Grondbeleid
Vervalt
Paragraaf 6. Financiële organisatie en financieel beheer
Artikel 28. Administratie
De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval dienstbaar is voor:
- a.
het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de veiligheidsregio als geheel en in de afdelingen;
- b.
het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden, contracten;
- c.
het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende budgetten en investeringskredieten
- d.
het afleggen van verantwoording door het Dagelijks Bestuur aan het Algemeen Bestuur over de rechtmatigheid, de doelmatigheid en doeltreffendheid van he gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.
- e.
de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en regelgeving.
Artikel 29. Financiële organisatie
Het Dagelijks Bestuur draagt in ieder geval zorg voor:
- a.
een eenduidige indeling van de veiligheidsregio en een eenduidig toewijzing van taken aan de afdelingen;
- b.
een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden en verantwoordelijkheden;
- c.
de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en investeringskredieten;
- d.
de interne regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening van de financieringsfunctie;
- e.
de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten en uitputting van middelen;
- f.
het beleid en de interne regels voor de inkoop en de aanbesteding van goederen, werken en diensten;
- g.
het beleid en de interne regels voor het voorkomen van fraude, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt voldaan.
Artikel 30. Interne controle
-
1. Het Dagelijks Bestuur zorgt voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de beheershandelingen. Bij afwijkingen rapporteert het Dagelijks Bestuur daarover in de rechtmatigheidsverantwoording, zoals beschreven in artikel 25 onder f. Daarnaast informeert het Dagelijks Bestuur het Algemeen Bestuur over genomen maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
-
2. Het Dagelijks Bestuur zorgt voor de systematische controle van de administratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het financieel vermogen van de Veiligheidsregio met dien verstande dat de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen, de kortlopende schulden en de crediteuren jaarlijks worden gecontroleerd, bedrijfsmiddelen ten minste eenmaal in de vijf jaar. Bij afwijkingen in de administratie neemt het Dagelijks Bestuur maatregelen tot herstel van de tekortkomingen.
Paragraaf 7. Overige taken Veiligheidsregio
Artikel 31. Gemeentelijke bijdrage
-
1. De bekostiging door de gemeenten voor de gemeenschappelijke taken benoemd in de GR vindt plaats op basis van een zestal grondslagen:
- a.
een bedrag per inwoner (de inwonersbijdrage) o.b.v. gegevens van CBS per 1 januari T-2
- b.
de lokale bestuursafspraken i.v.m. de (financiële) overdracht brandweerzorg.
- c.
bekostiging op grond van verrichte activiteiten (Technische Hygiënezorg)
- d.
bekostiging op basis van aantal dossiers (Hygiënisch Woningtoezicht)
- e.
bekostiging op basis van kind aantallen (Digitaal Dossier JGZ).
- f.
lokale afspraken Veilig Thuis
- g.
Ten aanzien van lid a en b geldt dat een noodzakelijke verhoging van de gemeentelijke bijdrage plaats vindt door middel van ophoging van de inwonersbijdrage. Een verlaging wordt geëffectueerd op basis van de lokale bestuursafspraken.
Ten aanzien van lid f geldt dat niet benodigde middelen Veilig Thuis separaat worden afgerekend. Een voordeel wordt op basis van financiële inbreng aan de deelnemers terugbetaald.
- a.
-
2. Incidentele teruggave van niet benodigde gemeentelijke bijdragen (als resultaat van de jaarrekening) vindt plaats op basis van de verhouding 25% inwonersbijdrage –75% lokale bestuursafspraken.
-
3. Voor de programma’s OGZ, JGZ en Veiligheidshuis leidt een wijziging van het aantal inwoners tot een evenredige mutatie van de inwonerbijdrage.
Artikel 32 Indexeren
-
1. De compensatie voor lonen wordt op basis van de lopende cao en de loonvoet overheid; afgegeven door het CPB bepaald bij het opstellen van de begroting. Daarbij, hierbij wordt teruggekeken naar eerdere jaren om te bepalen of de gehanteerde uitgangspunten juist zijn geweest en deze worden indien nodig aangepast.
-
2. De compensatie voor prijsontwikkeling wordt bepaald op basis van de IMOC prijsindex zoals afgegeven door het Centraal Planbureau. Bij het opstellen van de begroting wordt uitgegaan van de laatst bekende prognose. Bij het bepalen van de prijsindex voor het komende begrotingsjaar wordt de prijsindex van de 4 voorgaande jaren geactualiseerd en meegenomen in de berekening.
-
3. Incidenteel kan er in het begrotingsjaar een afwijking op de indexatie optreden. Wijkt de index meer dan 1% af dan waarin in de programmabegroting is uitgegaan dan zal het Dagelijks Bestuur overwegen het Algemeen Bestuur een voorstel te doen tot aanpassing.
Artikel 33 zienswijze
-
1. Begrotingswijzigingen, die van invloed zijn op de omvang van de inwonerbijdrage, worden voor zienswijze worden voorgelegd aan de raden van de deelnemende gemeenten als deze leiden tot een verhoging van de inwoner bijdrage, tenzij:
- a.
het besluiten betreft die leiden tot een teruggave van saldi aan de gemeente, dan wel een verlaging van de gemeentelijke bijdrage.
- b.
Het een aan de Gemeenschappelijke Regeling aanvullende taak betreft, welke wordt verricht op basis van opdrachten van gemeenten. Een aanvullende taakopdracht leidt tot een wijziging van de gemeentelijke bijdrage en een wijziging van de VRK-begroting. Aanvullende opdrachten leiden niet tot een zienswijzetraject omdat het budgetrecht van de raad van de opdracht verlenende gemeente al een plek heeft in het toekennen van het budget dat samenhangt met de opdracht.
- a.
Paragraaf 8. Slotbepalingen
Artikel 33. Intrekking oude regeling
De Nota Financieel beleid van 15 mei 2024 wordt ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt en op de begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar waarin deze verordening in werking treedt.
Artikel 34. Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na bekendmaking en werkt terug tot en met 1 januari 2024.
-
2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening financieel beleid, beheer en organisatie VRK 2024.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur Veiligheidsregio Kennemerland van 12 februari 2025.
Bijlage afschrijvingsbeleid bij artikel 14
Onderdeel programmabegroting
Toelichting
Algemeen
De Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) heeft haar basis in artikel 212, eerste lid, van de Gemeentewet, waarin is opgenomen dat het Algemeen Bestuur bij verordening de uitgangspunten voor het financiële beleid vaststelt, en daarnaast de uitgangspunten voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie. Omdat de Veiligheidsregio als uitvoeringsorganisatie van de gemeenten dezelfde regelgeving volgt is net als veel Veiligheidsregio’s ervoor gekozen deze verordening structuur te volgen. Tot 2024 heeft de Veiligheidsregio Kennemerland veel van deze regels vervat in de nota financieel beleid.
Deze verordening waarborgt dat aan de eisen van rechtmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan. De Verordening financieel beleid, beheer en organisatie Veiligheidsregio Kennemerland (artikel 212 Gemeentewet) vult daarnaast de vrije ruimte er wettelijk bestaat ten aanzien van de inrichting van het eigen financieel beleid, beheer en organisatie en de rechtmatigheid.
De Gemeentewet biedt de belangrijkste kaders en regelt bijvoorbeeld dat er nadere eisen worden gesteld aan de inrichting van de begroting en de jaarrekening. Dit wordt vervolgens uitgewerkt in het Besluit begroting en verantwoording gemeentes en provincies (hierna: BBV) waar ook Veiligheidsregio’s onder vallen. Het BBV schrijft voor op welke wijze de Veiligheidsregio moet begroten en verantwoorden en de wijze waarop zij uitvoeringsinformatie vastlegt. Om een correcte interpretatie van deze artikelen te waarborgen is er een commissie voor het Besluit begroting en verantwoording (hierna: commissie BBV). De commissie BBV draagt zorg voor een eenduidige uitvoering en toepassing van het BBV, en voor een visie ten aanzien van rechtmatigheid in de controleverklaring (artikel 75, tweede lid, van het BBV).
Richtlijnen van de commissie BBV aan Veiligheidsregio’s, gemeenten en andere decentrale overheden zijn een belangrijk instrument van de commissie BBV om in navolging van artikel 75 van het BBV de eenduidige uitvoering en toepassing van het BBV te bevorderen. De richtlijnen van de commissie BBV worden onderverdeeld naar stellige uitspraken en aanbevelingen. De stellige uitspraken zijn dwingend; een Veiligheidsregio behoort zich hier aan te houden. Met stellige uitspraken geeft de commissie BBV een interpretatie van de regelgeving die leidend is. Indien een Veiligheidsregio toch een afwijkende interpretatie kiest, dan moet zij dit expliciet motiveren en kenbaar maken bij de begroting en jaarstukken. De aanbevelingen zijn niet dwingend. Hierbij gaat het om uitspraken die ‘steun en richting geven aan de praktijk’. De commissie BBV spoort alle onder de BBV vallende organisaties aan om deze aanbevelingen te volgen, omdat dat naar haar oordeel bijdraagt aan het inzicht in de financiële positie (transparantie). Omdat deze aanbevelingen vanuit de expertise van de commissie BBV zijn opgesteld, zijn specifiek die aanbevelingen die gaan over de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212 Gemeentewet) opgenomen als onderdeel van de verordening.
In artikel 75, tweede lid, onder b, van het BBV is vastgelegd dat de commissie BBV een kadernota rechtmatigheid opstelt voor het geven van een visie ten aanzien van rechtmatigheid in de controleverklaring. Met het instellen van de rechtmatigheidsverantwoording door het Dagelijks Bestuur heeft de commissie BBV de Kadernota rechtmatigheid 2023 opgesteld.
Nieuwe ontwikkeling: rechtmatigheidsverantwoording
Vanaf boekjaar 2023 neemt het Dagelijks Bestuur van de Veiligheidsregio een rechtmatigheidsverantwoording op in de jaarrekening. Deze verantwoording is een standaardmodel dat bij wet is vastgelegd en het geeft inzicht in hoeverre de Veiligheidsregio rechtmatig heeft gehandeld. Waar de accountant voorheen een oordeel vormde over de getrouwheid én rechtmatigheid van de jaarverslaggeving, beperkt de accountant zich nu tot een oordeel over het getrouwe beeld van de jaarrekening (inclusief de rechtmatigheidsverantwoording). De accountant geeft vanaf dit moment dus geen afzonderlijk oordeel meer over de rechtmatigheid.
Met de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording toetst de accountant uitsluitend of de jaarrekening getrouw is, maar toetst daarbij ook of de rechtmatigheidsverantwoording dat is. Dit betekent onder meer dat afwijkingen van rechtmatigheid (voor zover deze niet tevens van invloed zijn op het getrouwe beeld), geen invloed hebben op de strekking van de controleverklaring. Hierdoor kan het bijvoorbeeld voorkomen dat er omvangrijke afwijkingen van rechtmatigheid opgenomen zijn in de rechtmatigheidsverantwoording van het Dagelijks Bestuur, terwijl de strekking van de controleverklaring toch goedkeurend is, omdat de omvangrijke rechtmatigheidsfouten getrouw opgenomen zijn in de rechtmatigheidsverantwoording.
De invoering van de rechtmatigheidsverantwoording is mede bedoeld om het gesprek te ondersteunen tussen Het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur, over de (financiële) rechtmatigheid. Het doel hiervan is om de kaderstellende en controlerende rol van het Algemeen Bestuur op dit vlak te versterken. Het is daarnaast de verwachting dat dit een kwaliteitsimpuls zal geven aan de interne processen en beheersing, zodat het dagelijks Bestuur kan steunen op een adequaat functionerend systeem. Ook is de verwachting dat er meer vooruitgekeken gaat worden naar het oplossen van onrechtmatigheden, omdat het Dagelijks Bestuur ook beheersmaatregelen moeten formuleren (Kadernota rechtmatigheid 2023). Zie ook de toelichting bij artikel 6a.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl