Treasurystatuut 2025 werkmaatschappij 8KTD

Geldend van 01-08-2025 t/m heden

Intitulé

Treasurystatuut 2025 werkmaatschappij 8KTD
  • 1.

    Het treasurystatuut 2025 werkmaatschappij 8KTD vast te stellen.

  • 2.

    Het oude treasurystatuut voor de werkmaatschappij 8KTD in te trekken.

Inleiding

In dit treasurystatuut is het treasurybeleid van de gemeenschappelijke regeling Werkmaatschappij 8KTD vastgelegd. Het bevat het bestuurlijke kader voor de inrichting van de treasuryfunctie en kan tevens beschouwd worden als een kader voor de uitvoeringspraktijk.

De treasuryfunctie richt zich op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële positie en de hieraan verbonden risico’s. Gelet op het hieraan verbonden financieel belang is het noodzakelijk financiële middelen adequaat en verantwoord te beheren.

In dit treasurystatuut worden allereerst enkele begrippen nader aangeduid en de doelstellingen van de treasuryfunctie geformuleerd.

Vervolgens wordt dit geconcretiseerd voor de deelgebieden risicobeheer en financiering. Daarna komen de administratieve organisatie en de interne controle van de treasuryfunctie aan de orde. Daarbij ligt het accent op de eenduidigheid omtrent de verdeling van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Het statuut eindigt met slotbepalingen over de hardheidsclausule en de inwerkingtreding.

1. Begrippenkader

Artikel 1.

In dit statuut wordt verstaan onder:

Betalingsverkeer

De wijze waarop betalingen kunnen worden verricht en de daarbij behorende kostentarieven.

Deposito

Het in bewaring geven van geld aan een bank voor een bepaalde vaste periode tegen een vast rentepercentage.

Derivaten

Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn waarvan de waarde afhankelijk is van onderliggende activa, referentieprijzen of indices. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren.

Drempelbedrag

Het maximale bedrag dat een decentrale overheid over een heel kwartaal gezien gemiddeld op dag basis buiten de schatkist mag hebben gehouden. Door omstandigheden kan het voorkomen dat een decentrale overheid gedurende het kwartaal op een of meerdere dagen het drempelbedrag overschrijdt. Deze overschrijding moet dan op andere dagen in datzelfde kwartaal gecompenseerd worden door onder het drempelbedrag te blijven. De hoogte van het drempelbedrag hangt af van de omvang van de begroting; maatgevend voor de omvang van de begroting is het begrotingstotaal zoals dat ook gebruikt wordt voor bijvoorbeeld het berekenen van de kasgeldlimiet. De drempel is gelijk aan 2,0% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen. Indien het begrotingstotaal hoger is dan € 500 miljoen is de drempel gelijk aan € 10 miljoen plus 0,2% van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat. De drempel is nooit lager dan € 1 miljoen.

Drempelbedragen worden door de centrale overheid vastgesteld en kunnen wijzigen. Indien van toepassing wordt een gedurende het kalenderjaar gewijzigd drempelbedrag naar rato van het jaar toegepast. In het kader van dit treasurystatuut worden altijd de landelijk geldende indicaties toegepast zonder dat voorafgaande aanpassing van dit statuut nodig is.

Financiering

Het aantrekken van benodigde financiële middelen.

Kasgeld

Korte aangetrokken gelden met een looptijd van maximaal één jaar.

Kasgeldlimiet

Een bedrag op basis van de Wet FIDO ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar.

Koersrisico

Het risico dat de financiële activa van de organisatie in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen.

Kredietrisico

De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van bijvoorbeeld faillissement.

Obligatie

Een verhandelbaar schuldbewijs voor een lening die door een overheid, een onderneming of een instelling is aangegaan. Als een bedrijf geld nodig heeft kan het door het uitgeven van een obligatielening aan de financiering komen. De koper van de obligatie ontvangt van de uitgever rentevergoeding.

Onderhandse lening

Een lening waarbij een geldnemer geld leent van één of enkele geldgevers. In tegenstelling tot de obligatielening is er bij de onderhandse lening sprake van direct contact tussen de geldlener en geldgever. De verschillende partijen maken zelf de afspraken.

Publieke taak

Een taak die waarde creëert voor de gemeentelijke samenleving en waarin het private bedrijfsleven niet voorziet of slechts tegen bijzonder hoge kosten, waardoor deze niet of voor velen niet bereikbaar zou zijn.

Rekening courant

Bankrekening die de mogelijkheid geeft om zonder ingewikkelde procedures geld op te nemen tot een bepaalde limiet (zelfs al gaf dit aanleiding tot een negatief saldo) voor een vooraf vastgelegde reden. De benaming rekening-courant wordt in het dagelijks taalgebruik vaak vervangen door het kaskrediet

Renterisico

Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten door rentewijzigingen.

Renterisiconorm

Het maximumbedrag conform de wet FIDO waarover in enig jaar renterisico mag worden gelopen door aflossing en renteherziening gebaseerd op een wettelijk percentage van het begrotingstotaal.

Rentevisie

Toekomstverwachting over de renteontwikkeling.

Richtlijn

Een bindend voorschrift c.q. aanwijzing van een te volgen handelwijze.

Uitzetting

Het tijdelijk toevertrouwen van overtollige liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer.

Valutarisico

Het risico dat financiële waarden aangehouden in vreemde valuta in waarde dalen door een daling van de wisselkoers van die vreemde valuta.

2. Doelstellingen van de treasuryfunctie

Artikel 2

De treasuryfunctie van de werkmaatschappij dient tot:

  • het beschermen van de werkmaatschappij tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s en valutarisico's;

  • het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;

  • het optimaliseren van de renteresultaten binnen de wettelijke kaders en de limieten en richtlijnen van dit statuut;

  • het waarborgen dat de verantwoordelijkheden en bevoegdheden op het gebied van treasury duidelijk zijn geregeld.

3. Risicobeheer

Artikel 3

Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene uitgangspunten:

  • De werkmaatschappij 8KTD is niet bevoegd tot het garanderen en verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak.

Renterisicobeheer

n.v.t.

Koersrisicobeheer

n.v.t.

Valutarisico's

n.v.t,

4. Financiering

Artikel 4 Financiering

Bij het aantrekken van financieringen gelden de volgende uitgangspunten:

  • Toegestane instrumenten voor financieringen voor een periode korter dan één jaar zijn: rekening courant bij banken, kasgeld. De bepalingen in de overeenkomst met de huisbankier worden daarbij in acht genomen;

Artikel 5 Schatkistbankieren

Overtollige liquide middelen boven het drempelbedrag van de werkmaatschappij mogen alleen in rekening courant of via deposito’s bij de schatkist worden aangehouden of onderling worden uitgeleend aan andere decentrale overheden.

Artikel 6 Geldstromenbeheer

Teneinde de kosten van het geldstromenbeheer te beperken wordt:

  • Het gebruik van chartaal geld zoveel mogelijk beperkt;

  • Het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door één bank.

5. Administratieve organisatie en interne controle

Artikel 7 Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle

In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle:

  • De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd;

  • Bevoegdheden zijn via delegatie en mandaat nader schriftelijk vastgelegd;

  • Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:

    • 1.

      iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd;

    • 2.

      de uitvoering en controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen;

  • Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van iedere transactie te versturen naar de financiële administratie zonder tussenkomst van de personen die bevoegd zijn tot het sluiten van de transacties;

  • De transacties worden onmiddellijk geregistreerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten.

6. Verantwoordelijkheden

Artikel 8

De verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de werkmaatschappij staan in onderstaande tabel gedefinieerd.

Functie

Verantwoordelijkheden

Bestuur

  • vaststellen van treasurydoelstellingen, het treasurybeleid, beleidskaders en limieten in het treasurystatuut;

  • vaststellen van de paragraaf treasury in de begroting en het jaarverslag;

  • houden van toezicht op het treasurybeleid en de uitvoering hiervan.

Bestuur

  • uitvoeren van het treasurybeleid (formele verantwoordelijkheid);

  • rapporteren over de uitvoering van het treasurybeleid via zowel de begroting als het jaarverslag of tussentijdse rapportagemomenten.

Manager werkmaatschappij

  • uitvoeren van de aan hem/haar gemandateerde bevoegdheden.

Medewerker financiën (administratie) bij gemeente TD

  • uitvoeren van de aan hem/haar gemandateerde treasuryactiviteiten conform het treasurystatuut en de treasuryparagraaf;

  • bewaken van de kwaliteit van de treasuryprocessen;

  • controleren van de volledigheid en betrouwbaarheid van de informatievoorziening;

  • zorgdragen voor juiste verantwoording van de uitvoering van de door hem/haar gemandateerde treasuryactiviteiten;

Teamleider Financiën van TD

  • uitvoeren van de aan hem/haar gemandateerde treasuryactiviteiten conform het treasurystatuut en de treasuryparagraaf;

  • uitvoeren of onder zijn/haar verantwoordelijkheid laten uitvoeren van alle treasuryactiviteiten in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en het treasurystatuut.

Manager werkmaatschappij

  • het zorgdragen voor het tijdig aanleveren van juiste, betrouwbare en volledige (operationele) informatie over toekomstige geldstromen;

  • het fiatteren van betalingen en ontvangsten, ten laste c.q. ten gunste van hun budgetten.

Gebruikte afkortingen in tabel:

TD = Tytsjerksteradiel

7. Slotbepalingen

Artikel 9 Hardheidsclausule

In gevallen waarin dit statuut niet voorziet of wanneer de toepassing van de bepalingen in deze regeling zou leiden tot een situatie van onredelijkheid/onbillijkheid, beslist het college/dagelijks bestuur. Wanneer de hardheidsclausule wordt toegepast, zal het college/dagelijks bestuur de raad/algemeen bestuur hierover informeren.

Artikel 10 Inwerkingtreding

Het treasurystatuut (2025) treedt in werking met ingang van 1 januari 2025. Tegelijkertijd wordt het oude treasurystatuut (2022) ingetrokken.

Memorie van toelichting:

Algemeen

Dit treasurystatuut is als kapstok voor de werkmaatschappij 8KTD van toepassing

Toelichting gemeenschappelijke regeling werkmaatschappij 8KTD

De werkmaatschappij is niet bevoegd tot het garanderen en verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak zoals is vermeld in artikel 3 bij Risicobeheer.

Wettelijk kader

De wettelijke grondslag is vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden (FIDO) en de hiermee samenhangende wetgeving: Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden, Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden, Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo), de Wet Houdbare overheidsfinanciën (Hof) en de Wet Integraal schatkistbankieren decentrale overheden.

De Wet Hof is een vertaling van het EMU-saldo voor zowel de rijksoverheid als de decentrale overheden (provincies, waterschappen en gemeenten), en de verschillende gemeenschappelijke regelingen waarin zij participeren. De wet Hof moet ervoor zorgen dat de Nederlandse Staat binnen het EMU-saldo van 3% blijft.

Kasgeldlimiet

Het doel van de kasgeldlimiet is een grens te stellen aan korte financiering (rentetypische looptijd tot één jaar). Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten.

De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (8,2% voor de Werkmaatschappij van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar. In de Wet FIDO wordt de gemiddelde korte financiering (de netto vlottende schuld) per drie maanden getoetst aan de kasgeldlimiet. Hiertoe wordt het gemiddelde genomen van de korte financiering op de eerste dag van de drie kalendermaanden in een kwartaal.

De provincie, als toezichthouder, ziet toe op hantering van de normen en kan zo nodig ontheffing verlenen. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden en beperkingen worden opgelegd.

Renterisiconorm

De renterisiconorm is niet van toepassing is voor de werkmaatschappij niet van toepassing.

EMU-saldo

Het doel van het EMU-saldo is het binnen de perken houden van de overheidsfinanciën. Het EMU-saldo is gesteld op 3% van het nationaal product van elk lid van de Europese Monetaire Unie. In de Wet HOF is geregeld dat per regeringsperiode het aandeel van de lagere overheden, waterschappen, provincies en gemeenten, voor duur van de regeringsperiode wordt vastgesteld.

Bij het vaststellen van het EMU-saldo voor de lagere overheden wordt rekening gehouden met het benodigde investeringsvolume van gemeenten voor de uitvoering van hun wettelijke taken en nationale verplichtingen.

Rapportage over het EMU-saldo vindt elk kwartaal plaats door middel van de opgave IV-3 (informatie voor derden) aan het CBS. Daarnaast worden er afzonderlijke rapportages op basis van de vastgestelde raadsbegroting en jaarrekening naar het CBS gestuurd.