Verordening bestuurscommissie Kleinschalig Collectief Vervoer 2025

Geldend van 01-09-2025 t/m heden

Intitulé

Verordening bestuurscommissie Kleinschalig Collectief Vervoer 2025

Het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant,

gelet op artikel 17, vierde lid van de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant alsmede op artikel 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen;

gelet op artikel 212 van de Gemeentewet, alsmede artikel 27 Gemeenschappelijke Regeling Regio West-Brabant;

gelet op de betrokkenheid van de Provincie Noord-Brabant bij het Kleinschalig Collectief Vervoer in West-Brabant;

gezien de instemming van de raden van de deelnemende gemeenten;

gezien de instemming van de het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant;

besluit:

vast te stellen de Verordening op de bestuurscommissie Kleinschalig Collectief Vervoer West-Brabant 2025.

Artikel 1. Definities

Indeze verordening wordt verstaan onder:

Regeling: vigerende Gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant;

Algemeen bestuur: het algemeen bestuur van de regeling;

Strategisch beraad: het dagelijks bestuur van de regeling;

Provincie: provincie Noord-Brabant;

Commissie: bestuurscommissie KCV;

Deelnemende gemeenten: gemeenten die deelnemen aan de commissie en de Regeling;

Deelnemers: de deelnemende gemeenten en de provincie Noord-Brabant;

Leden of lid: door de deelnemers aangewezen persoon die zitting neemt in de bestuurscommissie;

Collectief vervoer: ingevolge wetgeving door overheden, instellingen, zorgverzekeraars georganiseerde vervoersvoorziening in natura waarbij personen gecombineerd verplaatst (kunnen) worden;

 KCV (Kleinschalig Collectief Vervoer): een vorm van collectief vervoer waarbij personen in voertuigen geschikt voor maximaal 8 passagiers, verplaatst worden;

 Gemeentelijk vervoer: collectief vervoer voor mensen die niet of moeilijk gebruik kunnen maken van het reguliere openbaar vervoer. Dit valt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente;

 OV Flexvervoer: collectief vervoer dat flexibel inzetbaar is en bedoeld is als aanvulling op het reguliere openbaar vervoer. Dit valt onder de verantwoordelijkheid van de provincie Noord-Brabant en rijdt onder de naam Bravoflex.

Artikel 2. Doel en reikwijdte

  • 1.

    Het algemeen bestuur heeft met de instelling van de commissie een meervoudig doel:

    a. om de zorg, die elke gemeente zelf heeft voor het sociale en recreatieve vervoer van mensen die beperkingen ondervinden bij het verplaatsen buitenshuis, in gezamenlijkheid doelmatig, effectief en efficiënt te organiseren en te realiseren.

    b. om de zorg in het algemeen voor de bereikbaarheid en leefbaarheid binnen het verzorgingsgebied in afstemming en intensieve samenwerking verder vorm te geven.

    c. om de zorg van deelnemers voor het vervoer van andere doelgroepen in gezamenlijkheid doelmatig, effectief en efficiënt te organiseren en te realiseren, voor zover gemeenten hiertoe besluiten.

  • 2.

    Hiertoe wordt een kleinschalig collectief vervoerssysteem in stand gehouden met de gezamenlijke intentie dit systeem te optimaliseren.

  • 3.

    Het algemeen bestuur geeft aan de commissie de kaders aan van hun beleid, welke voor de uitvoering van de taken door de commissie van belang zijn. De commissie geeft vorm aan een regionaal KCV-beleid.

  • 4.

    De reikwijdte van de commissie ligt in de gezamenlijke besluitvorming en samenwerking van de deelnemers bij de invulling van de diverse bevoegdheden en verantwoordelijkheden, die aan lid 1 ten grondslag liggen.

Artikel 3. Taken en bevoegdheden

  • 1.

    De wederzijdse bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de deelnemers binnen de samenwerking zijn de volgende:a. De deelnemende gemeenten zijn bevoegd over het gemeentelijk vervoer.b. De provincie is bevoegd voor het OV-flexvervoer en het lijngebonden openbaar vervoer.

  • 2.

    De commissie heeft onder meer de volgende taken en bevoegdheden:

    a. Taken met betrekking tot beleidsontwikkeling:

    • Het voeren van overleg en het doen van voorstellen met betrekking tot de beleidsafstemming tussen de deelnemers onderling en met externe betrokkenen bij het taakgebied van de regeling.

    • De productontwikkeling ten aanzien van de verbetering van het bestaande vervoerssysteem, het doen van voorstellen voor de uitbreiding met andere doelgroepen en de afstemming met andere vervoerssystemen.

    • Het aanbesteden en contracteren van vervoer als de deelnemers dit opdragen aan de commissie.

    b. Stimuleren van het gebruik van het reguliere OV

    • Middels voorlichting, training en begeleiding van personen die nog onvoldoende bekend zijn met het openbaar vervoer.

    • Aanvragen van subsidiegelden waar dit financieel aantrekkelijk en beschikbaar is. Tevens het verantwoorden van deze gelden.

    c. Taken met betrekking tot het beheer van de vervoersovereenkomsten:

    • Het beheer van de vervoersovereenkomst(en) en de organisatie van dat beheer.

    • Het doen van voorstellen aan de bevoegde organen van de deelnemers betreffende onderwerpen die binnen de reikwijdte, doel- en taakstelling van deze regeling vallen, waaronder voorstellen voor de aanbesteding, gunning, implementatie en handhaving van het kleinschalig collectief vervoer.

    • Informatieverstrekking aan gebruikers van het vervoersysteem 

    • Het toezicht op een correcte uitvoering van de vervoersovereenkomsten, de kwaliteitsbewaking van het vervoer en de daarbij behorende taken, het toezicht op de klachtenbehandeling en het namens de deelnemers verzorgen van het betalingsverkeer en de financiële afhandeling van de vervoersovereenkomst.

    • Het prognosticeren en monitoren van de kostenontwikkeling en de opstelling van managementrapportages voor de begrotingen en jaarstukken van de deelnemers.

    • Het beheer over de middelen welke door de deelnemers worden betaald voor de bekostiging van het vervoer en de controle, verwerking en analyse van gegevens(-bestanden) over het vervoer, aangeleverd door de vervoerder.

    • Het initiëren en voeren van juridische procedures of geschillen welke betrekking hebben op het terrein van de samenwerking, voor zover de deelnemers dit wensen of niet reeds uit eigen verantwoordelijkheid een procedure starten.

    • Het opzetten, bijhouden en beheren van een op haar taken betrekking hebbend archief.

    d. De intekentaken die door één of enkele deelnemers aan de commissie zijn opgedragen. Deze opdracht behoeft de instemming van de deelnemers. Voor die instemming gelden de volgende criteria:

    • zij moeten passen binnen de strekking en de samenhang van deze verordening;

    • zij mogen niet het functioneren van de commissie of de uitvoering van de taken negatief beïnvloeden;

    • de kostentoerekening ten aanzien van de opdragende gemeente(n) of  provincie moet zodanig zijn dat er geen kostenverhoging optreedt voor de overige deelnemers aan deze commissie.

  • 3.

    Het algemeen bestuur draagt alle bevoegdheden die noodzakelijk zijn voor een goede uitoefening van deze taken over op de commissie,voor zover deze  overdracht niet in strijd is met deWet gemeenschappelijke regelingen en/of de regeling.

Artikel 4 Begroting en jaarrekening

  • 1.

    De commissie stelt een ontwerpbegroting op voor haar eigen onderdeel en draagt er zorg voor dat deze ontwerpbegroting uiterlijk voor het eerste overleg van het jaar ter beschikking is van het strategisch beraad ten behoeve van de opstelling van de ontwerpbegroting van de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant.

  • 2.

    De commissie stelt de conceptjaarstukken op en stelt deze uiterlijk voor het eerste overleg van het jaar ter beschikking van het strategisch beraad ten behoeve van de opstelling van de conceptjaarstukken van de gemeenschappelijke regeling Regio West-Brabant.

  • 3.

    De financiële resultaten van de commissie blijven ter beschikking van de commissie.

Artikel 5. Eigen initiatieven

Naast de in artikel 2 van deze verordening genoemde taken en bevoegdheden kan de commissie aan het algemeen bestuur, het strategisch beraad en de deelnemers gevraagd en ongevraagd voorstellen doen c.q. adviezen geven op het beleidsterrein van de commissie.

Artikel 6. Samenstelling

  • 1.

    De leden van de commissie worden door de Colleges van Burgemeester en Wethouders van de deelnemende gemeenten uit hun midden aangewezen. Elke deelnemende gemeente wijst één lid aan, tot wiens portefeuille de belangen met betrekking tot het sociaal domein of mobiliteit behoort, inclusief hun plaatsvervangers.

  • 2.

    Eén lid wordt aangewezen door het College van Gedeputeerde Staten van de provincie. Dit college wijst tevens een plaatsvervanger aan.

  • 3.

    De commissie kiest uit haar midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.

  • 4.

    De commissie kan besluiten dat personen worden toegelaten om als waarnemer zonder stemrecht aan de vergadering deel te nemen.

  • 5.

    Als de deelnemers collectief of door middel van intekentaken andere taken beleggen bij de bestuurscommissie KCV dan behorend tot het sociaal domein of mobiliteit, dan zorgt de betreffende deelnemer(s) dat de besluitvorming hierover gemandateerd wordt aan het lid van de commissie die reeds deel uitmaakt van de commissie, dat hiertoe is aangewezen.

Artikel 7. Het presidium

  • 1.

    De commissie kan een presidium instellen.

  • 2.

    Het presidium wordt in dat geval gevormd door de voorzitter van de commissie en tenminste 2 leden. De commissie wijst de leden en de eventuele vervangende leden van het presidium uit zijn midden aan. Het presidium verdeelt de werkzaamheden onder elkaar.

  • 3.

    Het presidium heeft tot taak de vergaderingen en de besluitvorming van de commissie in de ruimste zin voor te bereiden.

  • 4.

    De commissie kan taken aan het presidium overdragen en de bevoegdheden die voor de uitoefening van die taken noodzakelijk zijn mandateren.

Artikel 8. De voorzitter

  • 1.

    De voorzitter voert de besluiten van de commissie uit.

  • 2.

    De voorzitter roept minimaal twee keer per jaar het presidium en de commissie bijeen en leidt deze vergaderingen. Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt deze vervangen door de plaatsvervangend voorzitter.

  • 3.

    De voorzitter vertegenwoordigt de commissie in en buiten rechte. Hij kan deze vertegenwoordiging aan een door hem aan te wijzen gemachtigde opdragen.

  • 4.

    Alle stukken die van de commissie uitgaan worden door de voorzitter mede ondertekend.

Artikel 9. De secretaris

  • 1.

    De rol van secretaris van de commissie is belegd in de functie van coördinator KCV.

  • 2.

    De secretaris van de commissie ondersteunt de commissie bij de uitoefening van haar taak.

  • 3.

    Alle stukken die van de commissie uitgaan worden door de secretaris van de commissie medeondertekend.

  • 4.

    De secretaris van de commissie coördineert de ambtelijke ondersteuning van de commissie.

Artikel 10. Verstrekken en inlichtingen

  • 1.

    De commissie verstrekt desgevraagd alle verlangde informatie aan bestuursorganen van de

  • 2.

    deelnemers en van de regeling. Hoofdstuk 4 van de regeling is van overeenkomstige toepassing.

  • 3.

    De leden van de commissie zijn voor de uitoefening van hun taken en bevoegdheden verantwoording verschuldigd aan het bestuur dat hen heeft aangewezen. Artikel 17 van de

  • 4.

    Wet gemeenschappelijke regelingen is daarbij van overeenkomstige toepassing.

Artikel 11. Beëindiging lidmaatschap

  • 1.

    Het lidmaatschap van de commissie eindigt op eigen verzoek, door ontslag door het bestuursorgaan dat het lid heeft aangewezen of op het moment van het verlies van het lidmaatschap van het bestuursorgaan dat het lid heeft aangewezen.

  • 2.

    Een lid van de commissie dat zijn lidmaatschap op eigen verzoek beëindigt, doet daarvan schriftelijk mededeling aan het bestuursorgaan dat hem heeft aangewezen, alsmede aan de voorzitter van de regeling.

Artikel 12. Vergaderingen

  • 1.

    De commissie vergadert minimaal 2x per jaar of zo dikwijls als haar voorzitter dit nodig oordeelt, of tenminste een derde deel van het aantal leden dit schriftelijk en met opgaaf van redenen aan de voorzitter verzoekt.

  • 2.

    Ontvangt de voorzitter een verzoek als bedoeld in het vorige lid, dan vindt die vergadering binnen veertien dagen plaats nadat het verzoek de voorzitter heeft bereikt.

  • 3.

    De voorzitter draagt er zorg voor dat de oproepingen, spoedeisende gevallen uitgezonderd, tenminste vijf dagen voor de dag van de vergadering aan de leden worden toegezonden.

  • 4.

    Artikel 56 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 13. Werkwijze

  • 1.

    De commissie kan voor zijn vergaderingen een reglement van orde vaststellen.

  • 2.

    De commissie kan besluiten zich in haar vergadering door derden te laten inlichten of adviseren.

  • 3.

    De vergaderingen van de commissie zijn openbaar. Er kan met gesloten deuren worden vergaderd wanneer dit door tenminste een vijfde deel van het aantal aanwezige leden wordt verlangd of de voorzitter het nodig acht. Artikel 23 van de Gemeentewet is hierbij van overeenkomstige toepassing.

  • 4.

    De commissie richt haar werkzaamheden zodanig in, dat maatschappelijke organisaties en

  • 5.

    belanghebbenden waar nuttig en mogelijk betrokken worden bij de voorbereiding van

  • 6.

    adviezen aan de gemeenten.

Artikel 14. Geheimhouding

De commissie of haar voorzitter kan bepalen dat, op grond van een belang genoemd in artikel 5.1 van de Wet Open Overheid, geheimhouding wordt betracht met betrekking tot de informatie van hetgeen aan de commissie wordt voorgelegd. Artikel 23 van de Wet gemeenschappelijke regelingen is hierbij van overeenkomstige toepassing.

Artikel 15. Stemmingen

  • 1.

    De commissie beraadslaagt en besluit over de voorstellen die door het presidium, bij afwezigheid hiervan: door de voorzitter, worden voorgelegd. De deelnemers hebben elk een stem van gelijk gewicht en de commissie besluit bij gewone meerderheid van stemmen.

  • 2.

    Besluiten met betrekking tot de ontwerpbegroting en de ontwerpjaarstukken worden genomen met gewone meerderheid van stemmen, waarbij deze stemmen tenminste de helft van het aantal inwoners van het gebied plus 1, vertegenwoordigen. Hierbij wordt de provincie geacht evenveel inwoners als de grootste gemeente te hebben.

  • 3.

    In de volgende gevallen gelden afwijkende stemprocedures.

    a. De deelnemende gemeenten beslissen gezamenlijk bij gewone meerderheid over voorstellen betreffende het vervoer en de organisatie hiervan, waarvoor de deelnemende gemeenten verantwoordelijk zijn en aan deelnemen. De provincie heeft een adviserende stem.

    b. De provincie besluit bij voorstellen betreffende het vervoer waar de provincie verantwoordelijk voor is. De deelnemende gemeenten hebben een adviserende stem.

  • 4.

    Voor de overige bepalingen omtrent stemming en het tot stand komen van besluiten is het bepaalde in de Gemeentewet van toepassing.

  • 5.

    Om te komen tot een geldige stemming, dient bij elke stemming minimaal 50% van de deelnemers aanwezig te zijn.

Artikel 16. Adviescommissies

  • 1.

    De commissie kan voor bepaalde taakvelden commissies van advies instellen.

  • 2.

    De commissie benoemt de leden van de commissies van advies.

  • 3.

    De commissie benoemt de voorzitters van deze commissies van advies.

  • 4.

    De werkwijze van de adviescommissies wordt door de commissie vastgesteld.

Artikel 17. Verslaglegging

  • 1.

    Van elk van de vergaderingen van de commissie wordt door de secretaris een verslag opgemaakt dat de namen van de aanwezigen bevat, alsmede een beknopte zakelijke weergave van hetgeen is besloten, met een opgave van eventueel gehouden stemmingen.

  • 2.

    Het verslag wordt 14 dagen na toezending automatisch vastgesteld, mits in deze periode geen schriftelijk verzoek tot wijzigingen zijn ontvangen door de secretaris. 

Artikel 18. Ambtelijke ondersteuning

  • 1.

    Voor de uitoefening van haar taak beschikt de commissie over ondersteuning vanuit het ambtelijk apparaat van het openbaar lichaam Regio West-Brabant.

  • 2.

    De kosten (zowel salaris als overhead) zijn verbonden die aan deze ambtelijke ondersteuning worden gedragen door de deelnemende gemeenten en de provincie.

Artikel 19. Uittreding

  • 1.

    Een deelnemer kan uittreden uit de commissie door toezending aan het algemeen  bestuur van daartoe strekkende besluiten van haar college van Burgemeester en Wethouders dan wel haar college van Gedeputeerde Staten.

  • 2.

    De financiële verplichtingen voor de uittredende deelnemer zijn gelijk als is opgenomen in de afbouwregeling van de regeling.

  • 3.

    Het algemeen bestuur regelt na overleg met de betrokken deelnemer de overige gevolgen van de uittreding.

Artikel 20. Geschillenbeslechting

Geschillen omtrent de toepassing van de regeling en deze verordening, in de ruimste zin, tussen

besturen van de deelnemende gemeenten of tussen verschillende bestuurscommissies worden beslist door het algemeen bestuur.

Artikel 21 Slotbepaling

  • 1.

    In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, neemt het bevoegd bestuursorgaan van de regeling een beslissing.

  • 2.

    De commissie doet het algemeen bestuur voorstellen omtrent wijziging of intrekking van de verordening.

Artikel 22. Intrekken oude en inwerkingtreding nieuwe verordening

  • 1.

    De Verordening op de Bestuurscommissie Kleinschalig Collectief Vervoer West-Brabant, vastgesteld door het algemeen bestuur op 3 januari 2011, wordt ingetrokken.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking op 1 september 2025

  • 3.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Bestuurscommissie KCV 2025.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het algemeen bestuur, gehouden te Moerdijk, 3 juli 2025.

O. Arandjelović, secretaris

P. Depla, voorzitter