Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen Amersfoort

Geldend van 01-08-2025 t/m heden

Intitulé

Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen Amersfoort

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort;

gelet op artikel 11, tweede lid, van de Verordening Ondergrondse Infrastructuur Amersfoort;

besluit

vast te stellen de volgende nadere regels:

Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen Amersfoort

Hoofdstuk 1 Algemeen

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1. In deze nadere regels wordt verstaan onder:

    • -

      combicoördinator: door de leidingexploitanten uit hun midden gezamenlijk aangewezen coördinator die gezamenlijke verleggingen coördineert;

    • -

      nadeelcompensatie: bedrag dat op basis van deze regeling als schadevergoeding wordt toegekend aan een leidingexploitant;

    • -

      rijzen: verticaal omhoog verplaatsen zonder onderbreking van een kabel of leiding;

    • -

      schadebedrag: financieel nadeel dat een burger of bedrijf lijdt als gevolg van de rechtmatige uitoefening door of namens de gemeente van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid of taak die ziet op het ontwikkelen, gebruiken en beheren van de fysieke leefomgeving;

    • -

      verordening: de Verordening Ondergrondse Infrastructuur Amersfoort;

    • -

      vergunning: vergunning als bedoeld in artikel 4 van de verordening of een ander daarmee gelijk te stellen schriftelijke toestemming van het college aangaande kabels en leidingen in, op of boven openbare gronden;

    • -

      verzoek: verzoek om nadeelcompensatie als bedoeld in artikel 2 van deze regeling;

    • -

      vitale transportleiding: kabel of leiding die gekwalificeerd kan worden als een elektriciteitskabel met een nominale spanning van 23 kV en hoger, een gasleiding met een nominale druk van 1 bar en hoger of een waterleiding met een nominale diameter van 300 mm en groter;

  • 2. De begripsbepalingen uit de verordening zijn op deze regeling van toepassing, tenzij daarvan uitdrukkelijk wordt afgeweken.

Hoofdstuk 2 Nadeelcompensatie

Artikel 2 Nadeelcompensatie algemeen

  • 1. Indien het college de vergunning intrekt of wijzigt, en de leidingexploitant daarbij een aanwijzing geeft een kabel of leiding te verleggen, waardoor deze schade lijdt of zal lijden die redelijkerwijs niet of niet geheel tot het normale bedrijfsrisico kan worden gerekend en waarvan de vergoeding niet of niet voldoende is verzekerd, dan kent het college op verzoek een vergoeding toe.

  • 2. De schade moet het gevolg zijn van de rechtmatige uitoefening door of namens de gemeente van een aan het publiekrecht ontleende bevoegdheid of taak die ziet op het ontwikkelen, gebruiken en beheren van de fysieke leefomgeving door de gemeente.

Artikel 3 Berekening schadebedrag

Het schadebedrag wordt berekend overeenkomstig de bepalingen in hoofdstuk 4 van deze regeling. Bij deze berekening worden uitsluitend de kosten van uit- en in bedrijf stellen, ontwerp en begeleiding, uitvoering en materiaal betrokken.

Artikel 4 Nadeelcompensatie binnen vijf jaar na vergunningverlening

Indien de leidingexploitant binnen vijf jaar na de datum van vergunningverlening een aanwijzing krijgt tot het verleggen van een kabel of leiding of een vitale transportleiding, bedraagt de nadeelcompensatie 100% van het schadebedrag.

Artikel 5 Uitkeringspercentage schadebedrag

  • 1. Indien de leidingexploitant een aanwijzing krijgt tot het verleggen van een kabel of leiding in de periode tussen vijf en vijftien jaar, gerekend vanaf de datum van vergunningverlening, dan zal de gemeente 80% van het schadebedrag vanaf het zesde jaar stapsgewijs aflopend tot 0% in het zestiende jaar aan nadeelcompensatie uitkeren. Een en ander conform het schema opgenomen in bijlage 2.

  • 2. Indien de leidingexploitant een aanwijzing krijgt tot het verleggen van een vitale transportleiding in de periode tussen vijf en dertig jaar, gerekend vanaf de datum van vergunningverlening, dan zal de gemeente 80% van het schadebedrag vanaf het 6e jaar stapsgewijs aflopend tot 0% vanaf het eenendertigste jaar als nadeelcompensatie uitkeren. Een en ander conform het schema opgenomen in bijlage 3.

Artikel 6 Geen recht op nadeelcompensatie

  • 1. Indien de leidingexploitant een aanwijzing krijgt tot het verleggen van een kabel of leiding na het verlopen van een periode van vijftien jaar, gerekend vanaf de datum van vergunningverlening, dan wordt geen nadeelcompensatie uitgekeerd.

  • 2. Indien de leidingexploitant een aanwijzing krijgt tot het verleggen van een vitale transportleiding na het verlopen van een periode van dertig jaar, gerekend vanaf de datum van vergunningverlening, dan wordt geen nadeelcompensatie uitgekeerd.

Artikel 7 Nadeelcompensatie indien geen sprake is van openbare gronden

De nadeelcompensatie bedraagt 100% van het schadebedrag, indien:

  • a.

    de kabel of leiding van de belanghebbende is gelegen in, op of boven grond die hem in eigendom toebehoort, of

  • b.

    de kabel of leiding ligt op basis van een zakelijk recht, of

  • c.

    op de kabel of leiding een gedoogplicht conform de Belemmeringenwet Privaatrecht rust.

Artikel 8 Berekening nadeelcompensatie indien geen sprake is van openbare gronden

Rusten op de kabel of leiding geen van de rechten als bedoeld in artikel 7, dan is het bedrag waarover de nadeelcompensatie wordt berekend gelijk aan de som van de kosten voor ontwerp en begeleiding en de uitvoeringskosten. De materiaalkosten en de kosten voor het uit en terug in bedrijf stellen worden niet vergoed.

Artikel 9 Wederzijdse beperking van schade

Het college en de leidingexploitant zullen bij verlegging van een kabel of leiding elkaars schade zoveel mogelijk beperken.

Artikel 10 Vergoeding kosten bij meerdere verleggingen

Indien vanwege het werk sprake is van meerdere verleggingen van dezelfde kabel of leiding, dan is op de eerste verlegging deze regeling van toepassing en komen de kosten van de overige verleggingen ten laste van de gemeente.

Artikel 11 Geen vergoeding

  • 1. Geen vergoeding vindt plaats als in de vergunning een bepaling is opgenomen dat binnen een periode van vijf jaren na de datum van vergunningverlening een verlegging van de kabel of leiding te voorzien is in verband met binnen die periode uit te voeren werkzaamheden in de openbare gronden waarin de kabel of leiding is gelegen en in deze periode daadwerkelijk een aanwijzing als bedoeld in artikel 17 van deze regeling wordt gegeven.

  • 2. Als de aanwijzing niet wordt gegeven binnen de periode bedoeld in het eerste lid, dan geldt het vergoedingsregime zoals dat in deze regeling is opgenomen.

Artikel 12 Verticale verlegging als gevolg van grondverzakking

In gevallen waarin het een zogenaamde verticale verlegging van een kabel of leiding met eventuele toebehoren betreft, die het directe gevolg is van grondverzakking, komen de kosten voor rekening van de leidingexploitant.

Artikel 13 Vaste prijs

De nadeelcompensatie wordt bepaald op basis van een vaste prijs als het voorlopig vastgestelde bedrag aan nadeelcompensatie lager is dan € 10.000,-. In alle andere gevallen wordt de nadeelcompensatie bepaald op basis van voor- en nacalculatie, tenzij partijen anders zijn overeengekomen.

Hoofdstuk 3 Bepalingen van procedurele aard

Artikel 14 Schriftelijke mededeling voornemen

  • 1. Het college maakt het voornemen van een werk zo spoedig mogelijk bekend door het sturen van een schriftelijke mededeling aan de leidingexploitant. Hierin is een omschrijving van het werk opgenomen met vermelding van noodzakelijk te verplaatsen kabels en leidingen en/of de vraag aan de leidingexploitant in kaart te brengen waar zich de noodzakelijk te verplaatsen kabels en leidingen bevinden.

  • 2. Voordat het college de mededeling als bedoeld in het eerste lid doet, betrekt het de leidingexploitant zo vroeg mogelijk bij de gebiedsontwikkeling met als doel een planvorming tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten.

Artikel 15 Vooroverleg

  • 1. Het college streeft naar overeenstemming met de leidingexploitant over verplaatsing, uitvoering en planning met als doel een technisch adequate oplossing tegen de maatschappelijk laagste kosten. Het college voert hiertoe vooroverleg met de leidingexploitant.

  • 2. Tijdens het voorbereidingstraject informeert de leidingexploitant het college middels een kostenindicatie over de te verwachten hoogte van het schadebedrag.

Artikel 16 Geen noodzakelijke verlegging

  • 1. Indien tijdens het vooroverleg blijkt dat er sprake is van aanwezige kabels en leidingen die niet noodzakelijk verlegd moeten worden, dan zal de leidingexploitant de gelegenheid krijgen om op eigen kosten die kabels en leidingen te rijzen, te vervangen of te verwijderen.

  • 2. De in het eerste lid bedoelde werkzaamheden worden zodanig ingepland en uitgevoerd dat de oprichting van gebouwen of de uitvoering van werken door de gemeente geen vertraging oplopen.

Artikel 17 Aanwijzing tot verlegging

  • 1. Aan de intrekking of wijziging van een vergunning kan de verplichting worden verbonden om de betreffende kabel of leiding aan te passen of verwijderen. Het college geeft in dat geval een aanwijzing tot het verleggen van een kabel of leiding, zo mogelijk op basis van overeenstemming, bereikt in het vooroverleg als bedoeld in artikel 15.

  • 2. Door het college wordt in het schriftelijk verzoek voor het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels of leidingen vastgelegd of het project op basis van een vaste prijs of op basis van nacalculatie wordt afgerekend alsmede de te verwachten hoogte van het schadebedrag.

  • 3. Indien de leidingexploitant gevolg heeft gegeven aan de aanwijzing en er binnen vijf jaar na verzending van de aanwijzing geen begin is gemaakt met de werkzaamheden waarvoor de aanwijzing is gegeven, heeft de leidingexploitant recht op volledige vergoeding van de in redelijkheid gemaakte kosten.

Artikel 18 Verzoek tot voorlopige vaststelling nadeelcompensatie

De leidingexploitant dient zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een termijn van vijf jaar nadat hij een aanwijzing heeft gekregen tot het verleggen van een kabel of leiding, bij het college een verzoek in om voorlopige vaststelling van nadeelcompensatie. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het formulier, opgenomen in bijlage 1.

Artikel 19 Inhoud verzoek tot voorlopige vaststelling nadeelcompensatie

Het verzoek bevat, naast de gegevens bedoeld in artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht, ten minste:

  • a.

    een verwijzing naar de aanwijzing van het college aan de leidingexploitant omtrent het verleggen van de kabel of leiding;

  • b.

    een kostenspecificatie volgens het model weergegeven in bijlage 1;

  • c.

    de hoogte van de nadeelcompensatie die naar mening van de leidingexploitant voldaan dient te worden door de gemeente.

Artikel 20 Bewijslast kabel of leiding

  • 1. De leidingexploitant dient bij het indienen van een verzoek tot nadeelcompensatie aan te tonen op welke datum een vergunning is verleend voor het aanleggen van de kabel of leiding op de locatie waaruit deze moet worden verlegd.

  • 2. Indien een vergunning ontbreekt, wordt gerekend vanaf de datum waarop het leggen volgens de registratie van de leidingexploitant is aangevangen dan wel de kabel of leiding in bedrijf is genomen.

  • 3. Indien niet kan worden aangetoond op welke datum vergunning is verleend of op welke datum het leggen is aangevangen dan wel de kabel of leiding in bedrijf is genomen, wordt er van uitgegaan dat de betreffende kabel of leiding langer dan 15 jaar of in het geval van een vitale transportleiding langer dan 30 jaar aanwezig is.

Artikel 21 Besluit voorlopige vaststelling nadeelcompensatie

  • 1. Het college neemt binnen acht weken na indiening van het verzoek een besluit:

    • a.

      om het verzoek buiten behandeling te laten indien dit is ingediend na de termijn als genoemd in artikel 18.

    • b.

      om het verzoek buiten behandeling te stellen indien dit naar het oordeel van het college niet of onvoldoende is onderbouwd en nadat de belanghebbende eerst in de gelegenheid is gesteld dit verzuim te herstellen binnen een termijn van vier weken nadat het verzuim kenbaar is gemaakt aan de belanghebbende.

    • c.

      om het verzoek geheel of gedeeltelijk toe te kennen.

    • d.

      om het verzoek af te wijzen.

  • 2. Het college kan de termijn als genoemd in het eerste lid van dit artikel eenmalig met zes weken verlengen. Het college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis.

Artikel 22 Verzoek definitieve vaststelling nadeelcompensatie

Het verleggen van de kabel of leiding is gereed op het moment dat de werkzaamheden voor de verlegging geheel zijn afgerond. Zo spoedig mogelijk na dat moment, doch uiterlijk binnen de termijn van vijf jaar na afronding van de werkzaamheden, dient de leidingexploitant een verzoek tot definitieve vaststelling van de nadeelcompensatie in bij het college.

Artikel 23 Inhoud verzoek definitieve vaststelling nadeelcompensatie

Het verzoek bevat, naast de gegevens bedoeld in artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht, ten minste:

  • a.

    een verwijzing naar het besluit van het college tot voorlopige vaststelling van nadeelcompensatie.

  • b.

    een naar kostensoort gespecificeerde opgave van het schadebedrag aan de hand van het model opgenomen in bijlage 1 van deze regeling.

Artikel 24 Besluit definitieve vaststelling nadeelcompensatie

  • 1. Het college neemt binnen acht weken na indiening van het verzoek een besluit:

    • a.

      om het verzoek buiten behandeling te laten indien dit is ingediend na de termijn genoemd in artikel 6.

    • b.

      om het verzoek buiten behandeling te laten indien dit naar het oordeel van het college niet of onvoldoende is onderbouwd en nadat de belanghebbende eerst in de gelegenheid is gesteld het verzuim te herstellen binnen een termijn van vier weken nadat het verzuim kenbaar is gemaakt aan belanghebbende.

    • c.

      om het verzoek geheel of gedeeltelijk toe te kennen.

    • d.

      om het verzoek af te wijzen.

  • 2. Het college kan de termijn als genoemd in het eerste lid van dit artikel eenmalig met zes weken verlengen. Het college stelt verzoeker hiervan schriftelijk in kennis.

Artikel 25 Betaling nadeelcompensatie

  • 1. Indien nadeelcompensatie is bepaald op basis van een vaste prijs dan dient de belanghebbende na gereedkomen van de werkzaamheden een factuur in ten hoogte van het bedrag aan nadeelcompensatie. Uitbetaling vindt plaats binnen 30 dagen nadat de factuur is ingediend.

  • 2. Indien nadeelcompensatie is bepaald op basis van voor- en nacalculatie dan dient na vaststelling van de definitieve nadeelcompensatie en na gereedkomen van de werkzaamheden de belanghebbende een factuur in ter hoogte van het bedrag aan nadeelcompensatie. Uitbetaling vindt plaats binnen 30 dagen nadat de factuur is ingediend.

Hoofdstuk 4 Kostentechnische bepalingen

Artikel 26 Algemeen

  • 1. De hoogte van de kosten voor het verleggen van een kabel of leiding worden vastgesteld op basis van de hierna volgende bepalingen. De kosten worden vastgesteld aan de hand van werkelijke verleggingskosten.

  • 2. De kosten worden onderverdeeld in kosten van ontwerp en begeleiding, kosten van uit- en in bedrijf stellen, kosten van uitvoering en kosten van materiaal.

Artikel 27 Kosten van ontwerp en begeleiding

Onder kosten van ontwerp en begeleiding worden verstaan de kosten van werkzaamheden voorafgaand aan, en tijdens de uitvoering. Het gaat om kosten voor:

  • a.

    het voeren van overleg en correspondentie;

  • b.

    directievoering en het houden van toezicht;

  • c.

    detailengineering en de daaruit voortvloeiende uitvoerende werkzaamheden;

  • d.

    het voldoen aan verplichtingen vanuit wet- en regelgeving;

  • e.

    het aanbesteden werk;

  • f.

    de benodigde vergunningen en leges.

Artikel 28 Kosten van uit- en in bedrijf stellen

Onder de kosten van het uit- en in bedrijf stellen worden verstaan:

  • a.

    kosten van het spannings- of productloos maken van de kabel of leiding;

  • b.

    kosten van het weer in bedrijf stellen van de kabel of leiding;

  • c.

    kosten samenhangend met tijdelijke voorzieningen van operationele aard.

Artikel 29 Uitvoeringskosten

Onder uitvoeringskosten worden verstaan:

  • a.

    kosten van civieltechnische, bouwkundige en installatietechnische werkzaamheden;

  • b.

    kosten samenhangend met het verwijderen van verlaten kabels en leidingen;

  • c.

    kosten van constructieve en bijzondere voorzieningen;

  • d.

    kosten van tijdelijke voorzieningen van fysieke aard.

Artikel 30 Materiaalkosten

Onder materiaalkosten worden verstaan: de kosten van bedrijfseigen materialen die noodzakelijk zijn voor de instandhouding van de functie van de te verleggen kabel of leiding en de daarvoor noodzakelijke beschermingsconstructies.

Artikel 31 Bundeling werkzaamheden

Indien sprake is van het bundelen van werkzaamheden van verschillende leidingexploitanten geeft de combicoördinator inzicht in de verdeling van de gezamenlijke kosten.

Hoofdstuk 5 Slot

Artikel 32 Inwerkingtreding en intrekking

  • 1. Deze regeling treedt in werking op de dag na die waarop deze bekend is gemaakt.

  • 2. De Verlegregeling Kabels en Leidingen 2012 wordt ingetrokken op het moment dat deze regeling in werking treedt.

Ondertekening

Bijlage 1 Kostenspecificatie (als bedoeld in de artikelen 18, 19 en 23 van de Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen Amersfoort)

Leidingexploitant:

 

Kabel of leiding (kenmerk):

 

Materiaal, medium, leeftijd, diameter:

 

Prijspeil kostenraming (dd-mm-jjjj):

 

Onnauwkeurigheidsmarge (%):

 

Omschrijving

Eenheid

Prijs per eenheid

Aantal

Geraamd / begroot bedrag

1. materiaalkosten

 
 
 
 

……………………………………

 
 
 
 

……………………………………

 
 
 
 

Subtotaal

 
 
 
 

Totaal materiaalkosten

 

2. kosten van uit en in bedrijf stellen

 
 
 
 

……………………………………

 
 
 
 

……………………………………

 
 
 
 

Subtotaal

 
 
 
 

Totaal uit en in bedrijf stellen

 

3. kosten van ontwerp en begeleiding

 
 
 
 

…………………………………..

 
 
 
 

…………………………………..

 
 
 
 

Subtotaal

 
 
 
 

Totaal ontwerp en begeleiding

 

4. uitvoeringskosten

 
 
 
 

………………………………….

 
 
 
 

………………………………….

 
 
 
 

Subtotaal

 
 
 
 

Totaal uitvoeringskosten

 

Totaal raming / begroting

 

Opmerkingen bij deze tabel:

  • -

    Indien werkzaamheden voor meerdere kabels of leidingen van leidingexploitanten worden verricht, moet worden aangegeven welke verdeelsleutel voor de verdeling van kosten naar kostensoorten per kabel of leiding wordt gehanteerd.

  • -

    Ingeval sprake is van gecombineerde werkzaamheden dient de leidingexploitant zijn deel van de geraamde kosten weer te geven in de kostenraming. De onderbouwing (verdeelsleutel tussen leidingexploitanten en het totaal geraamde bedrag dient te worden bijgevoegd bij de kostenraming).

  • -

    Indien de gemeente op verzoek van de leidingexploitant werkzaamheden verricht in het kader van de verlegging, waarvan de kosten voor rekening van de leidingexploitant zijn (bijv. mechanisch grondonderzoek), dan dienen deze kosten zichtbaar te zijn verwerkt in deze specificatie.

Bijlage 2 Schadevergoedingsregime voor kabels en leidingen (als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen Amersfoort)

Jaar

Percentage

1

100%

2

100%

3

100%

4

100%

5

100%

6

80%

7

72%

8

64%

9

56%

10

48%

11

40%

12

32%

13

24%

14

16%

15

8%

16 >

0%

Bijlage 3 Schadevergoedingsregime voor vitale transportleidingen (als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Nadeelcompensatieregeling kabels en leidingen Amersfoort)

Jaar

Percentage

Jaar

Percentage

1

100%

17

44,8%

2

100%

18

41,6%

3

100%

19

38,4%

4

100%

20

35,2%

5

100%

21

32,0%

6

80%

22

28,8%

7

76,8%

23

25,6%

8

73,6%

24

22,4%

9

70,4%

25

19,2%

10

67,2%

26

16,0%

11

64,0%

27

12,8%

12

60,8%

28

9,6%

13

57,6%

29

6,4%

14

54,4%

30

3,2%

15

51,2%

31 >

0%

16

48,0%

 
 

Toelichting

Inleiding

Met enige regelmaat komt het voor dat de gemeente bij de uitvoering van haar taken ter behartiging van het algemeen belang besluiten neemt, dan wel werken uitvoert of doet uitvoeren, waardoor één of meer burgers of bedrijven onevenredig zwaar worden benadeeld. Deze besluiten of feitelijke handelingen zijn rechtmatig. Toch kan er onder omstandigheden een verplichting tot vergoeden van schade ontstaan. Deze verplichting is gebaseerd op het rechtsbeginsel van “égalité devant les charges publiques” (gelijkheid van openbare lasten).

Met het vaststellen van deze nadeelcompensatieregeling voor kabels en leidingen wordt een exclusieve publiekrechtelijke regeling in het leven geroepen op grond waarvan benadeelden voldoende zekerheid wordt verschaft op welke wijze een verzoek om nadeelcompensatie kan worden ingediend en volgens welke normen het eventuele nadeel dat niet ten laste van de benadeelde behoort te blijven, zal worden vergoed. De regeling roept geen nieuwe aansprakelijkheden in het leven, die naar de huidige stand van het recht niet reeds bestaan.

De gemeente zal de leidingexploitanten (in de ingetrokken Verlegregeling aangeduid als netbeheerders) in een zo vroeg mogelijk stadium informeren over haar plannen. Daartoe wordt ongeveer driemaandelijks een coördinatieoverleg kabels en leidingen gehouden, waarvoor alle leidingexploitanten worden uitgenodigd. Doel van deze bijeenkomst is elkaar te informeren over de (wederzijdse) plannen ten aanzien van werkzaamheden en projecten in de infrastructuur. De planningen die onder andere besproken worden zijn meerjarenplannen, jaarplannen en plannen die op korte termijn worden gerealiseerd.

De regeling is gebaseerd op de binnen de gemeente te voorziene planningshorizon. De gemeente gaat er vanuit dat binnen vijf jaar na het verlenen van een vergunning voor het leggen van een kabel of leiding in openbare gronden de gemeente geen werkzaamheden uitvoert, die verlegging van een conform vergunning aangelegde kabel of leiding noodzakelijk maakt. Na deze vijf jaar wordt een periode van 5 tot 15 jaar gehanteerd, waarbij het bedrag aan nadeelcompensatie trapsgewijs wordt afgebouwd van 80% naar 0% van de gemaakte kosten. Voor vitale transportleidingen wordt een termijn gehanteerd van 5 tot 30 jaar, waarbij het bedrag van nadeelcompensatie trapsgewijs wordt afgebouwd van 80% naar 0%. Voor meer informatie wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting.

Vitale transportleidingen die ouder dan 30 jaar zijn, komen op basis van deze nadeelcompensatieregeling niet in aanmerking voor nadeelcompensatie. Deze termijn van 30 jaar is mede gebaseerd op adviezen van de commissie Burgering en op de in de verlegregelingen van het Rijk gehanteerde termijnen, die algemeen als redelijk worden beschouwd. Bovendien is het niet wenselijk een langere termijn vast te stellen. Voor de gemeente is het al lastig genoeg te voorspellen hoe de openbare ruimte er over 15 jaar uit zal zien, laat staan welke ontwikkelingen zich over 30 jaar zullen voordoen. We leven immers in een tijd waarin de ontwikkelingen elkaar in snel tempo opvolgen. Naast de dynamiek van de individualisering en privatisering van de openbare ruimte mag ook niet uit het oog worden verloren dat de gemeente Amersfoort te kampen heeft met een schaarste aan geschikte ondergrondse ruimte voor de aanleg of uitbreiding van netwerken. Verder moet nog worden opgemerkt dat de kabels en leidingen om niet liggen, zodat een verschuiving van het risico van de kosten van verlegging na 30 jaar ook voor vitale transportleidingen redelijk is.

Voor de leidingexploitanten is het verder van groot belang dat ingrepen aan hun vitale transportleidingen tot het uiterste minimum worden beperkt, aangezien bijna iedere ingreep de kwaliteit van dat deel van het netwerk in negatieve zin beïnvloedt en de leveringszekerheid in gevaar brengt. Uitgangspunt in de nadeelcompensatieregeling is dan ook dat verlegging van vitale transportleidingen zo veel als mogelijk wordt voorkomen. Om dit doel te bereiken is in de nadeelcompensatieregeling de verplichting opgenomen dat de gemeente bij gebiedsontwikkeling in een zo vroeg mogelijk stadium in contact treedt met de leidingexploitant. Zeker indien het duidelijk is dat de uitvoering van een mogelijk ontwerp of plan voor het te ontwikkelen gebied belemmerd zou kunnen worden door de aanwezigheid van een vitale transportleiding is het belangrijk om gezamenlijk met de betrokken leidingexploitant naar goede en betaalbare alternatieven te zoeken. Daarbij kunnen een reeks van vragen aan de orde komen. Zo kan bijvoorbeeld de vraag gesteld worden of een aanpassing van het ontwerp nuttig en haalbaar is als daardoor verlegging van deze dure ondergrondse infrastructuur voorkomen kan worden.

Voor alle duidelijkheid moet nog uitdrukkelijk worden opgemerkt dat het ook bij een mogelijke verlegging van niet-vitale kabels en leidingen noodzakelijk is met de betrokken leidingexploitanten al vroegtijdig bij de gebiedsontwikkeling in overleg te treden.

Hoofdstuk 1 Algemeen

Artikel 1 Begripsbepalingen

Schadebedrag: Dit is het centrale begrip in de nadeelcompensatieregeling. Het schadebedrag omvat uitsluitend de kosten die gemaakt moeten worden om de verlegging uit te voeren. Uitgangspunt bij de bepaling van het schadebedrag bij een verlegging van een kabel of leiding zijn de werkelijke verleggingskosten. De verleggingskosten omvatten alle directe kosten die de leidingexploitant moet maken om de kabel of leiding te verleggen. Vermogensschade en inkomensschade worden niet als uitgangspunt genomen. Van het schadebedrag wordt een bepaald percentage als nadeelcompensatie uitgekeerd. De nadeelcompensatie wordt bepaald aan de hand van het bepaalde in deze regeling.

Vitale transportleiding: Dit zijn kabels en leidingen die aan bepaalde kenmerken voldoen en daardoor extra waardevol zijn voor de leidingexploitant. Aan het verleggen van deze kabels en leidingen is een langer schadevergoedingsregime gekoppeld.

De overige begripsomschrijvingen behoeven geen toelichting.

In deze regeling worden een aantal begrippen gebruikt die in de Verordening Ondergrondse Infrastructuur Amersfoort en de Telecommunicatieverordening Amersfoort 2009 en de daarop gebaseerde Beleidsregels kabels en leidingen Amersfoort zijn gedefinieerd of nader aangevuld. Om eventuele discussies over de reikwijdte en inhoud van deze begrippen te voorkomen wordt hier expliciet naar verwezen.

Hoofdstuk 2 Nadeelcompensatie

Artikel 2 Nadeelcompensatie algemeen

Wanneer het college van de gemeente Amersfoort het besluit neemt om een vergunning te wijzigen of in te trekken, en daarbij een aanwijzing geeft tot het verleggen van een kabel of leiding, dan kan dit leiden tot schade die redelijkerwijs niet of niet geheel tot het normale bedrijfsrisico van de leidingexploitant moet worden gerekend. In dat geval kan de leidingexploitant om nadeelcompensatie verzoeken. Op basis van deze regeling wordt bepaald of nadeelcompensatie toegekend wordt en hoe hoog het bedrag is dat wordt uitgekeerd.

Wanneer in deze regeling wordt gesproken over “verleggen” dan wordt hiermee gedoeld op verplaatsen in brede zin, dit houdt zowel het verwijderen als aanpassen van een kabel of leiding in.

Artikel 3 Berekening schadebedrag

Voor de hoogte van eventuele nadeelcompensatie zijn de artikelen in hoofdstuk 2 bepalend. De omvang van de nadeelcompensatie is afhankelijk van het schadebedrag. Het schadebedrag dient inzichtelijk te worden gemaakt aan de hand van de verschillende kostenposten, deze zijn in hoofdstuk 4 uitgewerkt.

Artikel 4 Nadeelcompensatie binnen vijf jaar na vergunningverlening

Artikel 4 bepaalt dat de nadeelcompensatie 100% van het schadebedrag bedraagt in de periode tot 5 jaar na het moment van vergunningverlening. De periode van vijf jaren is de periode waarin redelijkerwijs voor de gemeente voorzienbaar is dat werken in de openbare ruimte plaats zullen gaan vinden.

Artikel 5 Uitkeringspercentage schadebedrag

In de bijlagen 2 en 3 zijn aan de hand van twee tabellen de schadevergoedingspercentages opgenomen voor kabels en leidingen die onder de werkingssfeer van artikel 5 vallen.

Artikel 6 Geen recht op nadeelcompensatie

Als een vergunning (meer dan) vijftien jaar geleden is afgegeven dan zal geen nadeelcompensatie worden uitgekeerd. Voor vitale transportleidingen bedraagt deze termijn dertig jaar. De kosten voor verlegging worden in dat geval volledig tot het bedrijfsrisico van de leidingexploitant gerekend.

Artikel 7 Nadeelcompensatie indien geen sprake is van openbare gronden

De artikelen 7 en 8 gaan over de hoogte van de nadeelcompensatie indien de kabel of leiding niet in openbare gronden ligt.

We onderscheiden de situaties waarbij er sprake is van ligging van een kabel of leiding in grond die in eigendom is van belanghebbende zelf, de kabel of leiding op grond van een zakelijk recht ligt of de situatie waarin er een gedoogplicht krachtens de Belemmeringenwet Privaatrecht op de kabel of leiding rust.

Het onderscheid wordt gemaakt in aansluiting op gelijke bepalingen in de Overeenkomst inzake verleggingen van kabels en leidingen buiten beheersgebied (OKL) op rijksniveau. Ingevolge de regels van het onteigeningsrecht kan aanspraak worden gemaakt op volledige schadeloosstelling in geval een kabel of leiding ligt in grond die in eigendom is van de leidingexploitant, ingeval er een zakelijk recht rust op deze kabel of leiding of een omgevingsplan gedoogplicht bestaat.

Artikel 8 Berekening nadeelcompensatie indien geen sprake is van openbare gronden

Voor de bepaling van de hoogte van de nadeelcompensatie is in dit artikel aangesloten bij hetgeen bepaald is in de Onteigeningswet. Dit betekent dat 100% van het schadebedrag vergoed zal worden.

Indien de te verleggen kabel of leiding niet in de openbare gronden ligt en niet in grond van de leidingexploitant, noch met een zakelijk recht of een gedoogplicht op basis van de Belemmeringenwet Privaatrecht. In dat geval bestaat de nadeelcompensatie uit de kosten van ontwerp en begeleiding én de uitvoeringskosten. De materiaalkosten en de kosten van het uit en terug in bedrijfstellen worden niet vergoed.

Artikel 9 Wederzijdse beperking van schade

Partijen dienen, in het kader van de verlegging van een kabel of leiding schadebeperkend op te treden. Zij moeten rekening houden met de wederzijdse belangen bijvoorbeeld bij de technische oplossing of de keuze van het tracé. De verlegging moet gerealiseerd worden op basis van een technisch adequaat alternatief dat tegen de maatschappelijk laagste kosten gerealiseerd kan worden.

Artikel 10 Vergoeding kosten bij meerdere verleggingen

Indien het voor de realisatie van een werk bijvoorbeeld noodzakelijk is om tussentijds gebruik te maken van een of meer tijdelijke verleggingen totdat het definitief vastgestelde tracé beschikbaar komt en deze werkzaamheden in het vooroverleg met de leidingexploitant zijn besproken om hierover (binnen de grenzen van de redelijkheid en billijkheid) overeenstemming te bereiken, dan wordt het geheel aan uitgevoerde werkzaamheden inclusief het aanbrengen van de kabels en leidingen in het definitief vastgestelde tracé als één verlegging beschouwd.

Op alle overige, al dan niet tussentijdse verleggingen, is de nadeelcompensatieregeling niet van toepassing en komen de kosten, voor zover deze door de leidingexploitant inzichtelijk en aannemelijk worden gemaakt, voor rekening van de gemeente.

De kostentechnische bepalingen uit hoofdstuk vier zijn hier eveneens op van toepassing. De kostenspecificatie dient bij voorkeur zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen vijf jaar na de laatste verlegging door de leidingexploitant bij het college aangeleverd te worden.

Artikel 11 Geen vergoeding

Als een vergunning wordt verleend aan een leidingexploitant voor het leggen van een kabel of leiding op een locatie waarvan de gemeente vermoedt dat de kabel of leiding binnen vijf jaar verlegd zal moeten worden als gevolg van de uitvoering van werkzaamheden en in de vergunning daartoe een bepaling is opgenomen, dan zal geen nadeelcompensatie worden toegekend.

Artikel 12 Verticale verlegging als gevolg van grondverzakking

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 13 Vaste prijs

De nadeelcompensatie kan worden bepaald op basis van een vaste prijs of op basis van voor- en nacalculatie. Dit artikel bepaalt dat de verrekening van de nadeelcompensatie op basis van een vaste prijs plaatsvindt als blijkt dat het voorlopig vastgestelde bedrag aan nadeelcompensatie lager is dan €10.000,-. Wanneer de begroting van de geraamde kosten lager is dan €10.000,- wordt deze raming als vaststaand beschouwd en als nadeelcompensatie uitgekeerd. Het voordeel van een vaste prijs ligt in de lagere kosten als gevolg van minder administratieve lasten voor zowel leidingexploitant als gemeente en het niet hoeven te (her)onderhandelen over de definitieve nadeelcompensatie.

In andere situaties geldt in principe verrekening op basis van voor- en nacalculatie. Partijen kunnen in overleg met elkaar ook voor verleggingen waarvan het geraamde bedrag aan nadeelcompensatie meer bedragen dan €10.000,- afspraken maken over verrekening van nadeelcompensatie op basis van een vaste prijs.

Hoofdstuk 3 Bepalingen van procedurele aard

Artikel 14 Schriftelijke mededeling voornemen

De gemeente Amersfoort voert vooroverleg met de leidingexploitant nadat de leidingexploitant eerst per brief geïnformeerd is over de plannen en de consequenties voor betrokken kabels en leidingen. De leidingexploitant kan in de brief eventueel ook verzocht worden zelf informatie te verschaffen over noodzakelijk te verleggen kabels en leidingen.

Bij de voorbereiding van een concreet project vindt overleg plaats over de gevolgen van de uit te voeren werkzaamheden met onder andere de leidingexploitanten. Bij complexe projecten vindt er (meestal) een startbijeenkomst plaats met alle leidingexploitanten, waarna er overleg plaatsvindt tussen de werkvoorbereider en een vertegenwoordiger van de betreffende leidingexploitant om de noodzakelijke werkzaamheden van de leidingexploitant door te spreken en af te stemmen op de gemeentelijke werkzaamheden, al dan niet uitmondend in een offerte en opdrachtverlening.

In het eerste lid gaat het met name over het vooroverleg in het kader van de projectuitvoering. Voordat een plan überhaupt uitgevoerd kan worden, moet het eerst worden ontwikkeld. Het tweede lid gaat dan ook expliciet over het vooroverleg met de betrokken leidingexploitanten bij de gebiedsontwikkeling. Zeker bij grootschalige projecten, waarbij de verlegging van de ondergrondse infrastructuur zowel de gemeente als de leidingexploitanten voor onvoorziene en onoverbrugbare financiële kosten kan plaatsen, is het zaak dat beide partijen reeds bij de gebiedsontwikkeling zo vroeg mogelijk aan tafel zitten om eventuele struikelblokken te bespreken en op te lossen. De mogelijkheid van het doen van een oriëntatiemelding bij het Kadaster biedt gebiedsontwikkelaars een handvat een eerste indruk te krijgen of de aanwezige ondergrondse infrastructuur een belemmering voor de uitvoerbaarheid van hun initiële plan vormt. Aan de hand van het resultaat van de oriëntatiemelding moet dan worden gekeken of men samen met de leidingexploitant het plan zodanig kan aanpassen dat de kosten voor beide partijen tot een acceptabel minimum kunnen worden beperkt. Ook de jurisprudentie betreffende nadeelcompensatie noopt hiertoe.

Artikel 15 Vooroverleg

De gemeente Amersfoort streeft ernaar in overleg tot overeenstemming te komen over de verlegging van kabels en leidingen. Tijdens het vooroverleg worden aspecten met betrekking tot de technische oplossing en planning aan de orde gesteld en wordt gestreefd naar overeenstemming hierover. Daarnaast kan door middel van de opgegeven kostenindicatie worden bekeken of er sprake kan zijn van een situatie als bedoeld in artikel 13. Hoewel het in dit artikel niet expliciet is opgenomen, is het primaire doel van het overleg eerst te bekijken of de uitvoering van de geplande werkzaamheden mogelijk is zonder de kabels en leidingen te moeten verleggen.

Artikel 16 Geen noodzakelijke verlegging

Door bijvoorbeeld een wijziging van de scope van een project kan blijken dat verplaatsing of verwijdering van bepaalde kabels en leidingen toch niet noodzakelijk is. In die omstandigheden kan het voor de leidingexploitant om andere redenen wel gewenst zijn dat er werkzaamheden aan deze kabels en leidingen wordt uitgevoerd. Deze door de leidingexploitant te maken kosten worden in dit artikel in beginsel van de reikwijdte van de nadeelcompensatieregeling uitgesloten en bovendien wordt in het tweede lid van dit artikel aangegeven dat die werkzaamheden van de leidingexploitant geen impact mogen hebben op de door de gemeente uit te voeren werken.

Artikel 17 Aanwijzing tot verlegging

Het college kan een vergunning voor een kabel of leiding wijzigen of intrekken en daarbij de leidingexploitant een aanwijzing geven voor het verleggen van deze kabel of leiding. Dit gebeurt voor zover dit mogelijk is op basis van overeenstemming bereikt in het vooroverleg als bedoeld in artikel 15. De aanwijzing richt zich op de noodzaak tot verleggen en het tijdstip waarop dit gerealiseerd moet zijn. Ook kan hierin worden aangegeven dat er sprake is van nadeelcompensatie in de vorm van een vaste prijs (zoals in artikel 13 omschreven) of op basis van nacalculatie.

Verder is in het derde lid bepaald dat, indien de leidingexploitant gevolg heeft gegeven aan de aanwijzing en er binnen de termijn van 5 jaar geen begin is gemaakt met de werkzaamheden waarvoor de aanwijzing is gegeven, de leidingexploitant recht heeft op volledige vergoeding van alle door hem in redelijkheid gemaakte kosten. In de Telecommunicatiewet is een artikel van gelijke strekking opgenomen.

De aanwijzing is onderdeel van de intrekking of wijziging van de vergunning en daarmee staat er bezwaar en beroep in de zin van de Algemene wet bestuursrecht tegen open.

Artikel 18 Verzoek tot voorlopige vaststelling nadeelcompensatie

De datum waarop een leidingexploitant een aanwijzing heeft gekregen tot het verleggen van een kabel of leiding is bepalend voor het ingaan van de termijn waarbinnen belanghebbende een verzoek tot voorlopige vaststelling van nadeelcompensatie kan indienen. Hoewel de termijn voor het indienen van een verzoek tot de betaling van nadeelcompensatie 5 jaar bedraagt, verwacht de gemeente dat dit in de praktijk, onder andere in verband met de afsluiting van projectbudgetten, zo spoedig mogelijk zal gebeuren.

Artikel 19 Inhoud verzoek tot voorlopige vaststelling nadeelcompensatie

Om tot een beslissing te kunnen komen op het verzoek, zijn meer gegevens noodzakelijk dan in artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht als minimum zijn opgesomd. De aanduiding van de aard en de omvang van de schade en de specificatie van het schadebedrag dienen bepaald te worden op basis van de verschillende kostenposten gebruikmakend van bijlage 1.

Artikel 20 Bewijslast kabel of leiding

De leidingexploitant zal zelf de periode moeten aantonen van de ligging van de betreffende kabel of leiding op die locatie. In beginsel zal dit plaatsvinden met een vergunning of een daarmee gelijk te stellen schriftelijke toestemming.

Indien een vergunning ontbreekt wordt gerekend vanaf de datum waarop het leggen volgens de registratie van de leidingexploitant is aangevangen dan wel de kabel of leiding in bedrijf is genomen. Indien niet kan worden aangetoond op welke datum vergunning is verleend c.q. op welke datum het leggen is aangevangen dan wel de kabel of leiding in bedrijf is genomen, wordt er van uit gegaan dat de betreffende kabel of leiding langer dan 15 jaar aanwezig is of in het geval van een vitale transportleiding langer dan 30 jaar aanwezig is.

Artikel 21 Besluit voorlopige vaststelling nadeelcompensatie

De gemeente neemt binnen acht weken na indiening van het verzoek een besluit inhoudende één van de in dit artikel opgesomde mogelijkheden. Het verzoek om nadeelcompensatie wordt niet in behandeling genomen als dit meer dan vijf jaar nadat door het college een aanwijzing is gegeven aan de leidingexploitant voor het verleggen van een kabel of leiding wordt ingediend. Het verzoek kan geheel of gedeeltelijk worden toegekend of in zijn geheel worden afgewezen (bijvoorbeeld wanneer de verlegging van de kabel of leiding niet door een aanwijzing van de gemeente wordt veroorzaakt).

Indien de aanvraag onvoldoende gegevens bevat voor een beoordeling van het verzoek om nadeelcompensatie of voor de vaststelling van het schadebedrag dan zal de aanvrager voor een periode van 4 weken de gelegenheid krijgen om aanvullende informatie te verstrekken. De termijn van 8 weken na indiening van het verzoek om nadeelcompensatie, waarbinnen het college een besluit dient te nemen, wordt opgeschort met ingang van de dag waarop aanvullende informatie wordt gevraagd.

Het (voorlopige) besluit tot vaststelling van nadeelcompensatie is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht waardoor de mogelijkheid van bezwaar en beroep openstaat.

De gemeente kan de termijn eenmalig met een redelijke termijn verlengen, met een maximum van acht weken. Dit zal schriftelijk aan de belanghebbende worden medegedeeld.

Artikel 22 Verzoek definitieve vaststelling nadeelcompensatie

De leidingexploitant dient binnen een termijn van vijf jaar nadat de werkzaamheden voor de verlegging van de kabel of leiding zijn afgerond het verzoek in te dienen voor de definitieve vaststelling van de nadeelcompensatie. De definitieve vaststelling wordt bepaald op basis van werkelijk gemaakte kosten.

Artikel 23 Inhoud verzoek definitieve vaststelling nadeelcompensatie

Het verzoek moet in elk geval bevatten:

  • de aanwijzing tot verleggen op basis van artikel 17,

  • het besluit over de voorlopige vaststelling van de nadeelcompensatie op basis van artikel 21.

Artikel 24 Besluit definitieve vaststelling nadeelcompensatie

Zie de toelichting op artikel 21.

Artikel 25 Betaling nadeelcompensatie

Is de nadeelcompensatie definitief vastgesteld dan dient de leidingexploitant voor de betaling daarvan een factuur in te dienen. Uitbetaling vindt plaats binnen 30 dagen nadat de factuur is ingediend.

Hoofdstuk 4 Kostentechnische bepalingen

Artikel 26 Algemeen

Bij de bepaling van de nadeelcompensatie is sprake van een berekening op basis van de werkelijke kosten. Dit zijn de kosten die direct toegerekend kunnen worden aan de verlegging van een kabel of leiding. Kabels en leidingen worden beschouwd als niet verhandelbare objecten en hebben in die zin geen economische waarde. Tot slot is hierbij van belang dat de verlegging gerealiseerd moet worden op basis van een technisch adequaat alternatief tegen de maatschappelijk laagste kosten ten opzichte van de meest voor de hand liggende variant. Leidingexploitant en gemeente Amersfoort ondervinden geen nadeel van de gekozen oplossing.

De meest voor de hand liggende variant is een verlegging van de kabel of leiding ter plaatse van de probleemlocatie. Denkbaar is echter, dat één van de partijen gebaat is bij een andere oplossing. Dit is bijvoorbeeld het geval indien de situatie ter plaatse van het uit te voeren werk zo ingewikkeld is, dat de leidingexploitant er de voorkeur aan geeft - ook vanuit het oogpunt van efficiënt beheer - de kabels en leidingen gedeeltelijk te verplaatsen dan wel andere maatregelen te treffen buiten de grenzen van het uit te voeren werk. In principe dient te worden gekozen voor dit laatst genoemde, meest aantrekkelijke alternatief, tenzij de andere partij ten gevolge daarvan in een slechtere positie komt te verkeren dan het geval zou zijn geweest bij verlegging ter plaatse van de probleemlocatie. Partijen kunnen dan nadere afspraken maken over de schadeverdeling. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn indien een kabel of leiding over een grotere lengte wordt verlegd dan bij een oplossing op de probleemlocatie. Voor de leidingexploitant kan dit dus nadeliger uitpakken.

Als bij een verlegging de leidingexploitant de gelegenheid benut om bijvoorbeeld de capaciteit uit te breiden, of andere kwantificeerbare voordelen heeft, dan komen de kosten ervan niet in aanmerking voor vergoeding. Ook de kosten van het rijzen van een kabel of leiding worden niet vergoed (artikel 14).

Artikel 27 Kosten van ontwerp en begeleiding

Bij de post ontwerp en begeleiding betekent dit dat de leidingexploitant het aantal uren en de tarieven moet overleggen. De leidingexploitant mag in principe pas kosten declareren vanaf het moment dat overeenstemming is bereikt over de oplossing. In de praktijk houdt dit in dat de eerste paar afstemmingsoverleggen niet kunnen worden gedeclareerd in verband met de maatschappelijke afstemmingsplicht.

Artikel 28 Kosten van uit- en in bedrijfstellen

Tijdelijke voorzieningen van operationele aard zijn voorzieningen die benodigd zijn om de levering tijdens de uitvoering van een verlegging te waarborgen. Voorbeelden zijn extra kosten van personele aard ten behoeve van bedrijfsvoering en hulpmiddelen zoals watertanks, gasflessen en noodaggregaten.

Artikel 29 Uitvoeringskosten

Kosten van civieltechnische, bouwkundige en installatietechnische werkzaamheden zijn bijvoorbeeld werkputten en ondersteuningen. Alle tijdelijke voorzieningen van fysieke aard die nodig zijn tijdens de bouw vallen onder de uitvoeringskosten. Onder tijdelijke voorzieningen van fysieke aard worden alle tijdelijke fysieke leidingverbindingen verstaan die de leidingexploitant moet aanleggen en later buiten bedrijf moet stellen. Deze kosten houden nauw verband met de noodzakelijke continuïteit van het bedrijfsproces van de betrokken leidingexploitant. Het betreffen voorzieningen die worden opgeheven zodra de definitieve verlegging is gerealiseerd. De kosten die de aannemer moet maken om de kabel of leiding uit de grond te halen vallen onder uitvoeringskosten. Ook het opslaan in hanteerbare stukken en het transport op de bouwlocatie zijn uitvoeringskosten. De kosten samenhangend met de uitvoering van het verwijderen van verlaten kabels en leidingen vallen eveneens onder uitvoeringskosten. De kosten voor de afvoer van vrijgekomen materialen naar een tijdelijk werkterrein behoren tot de uitvoeringskosten.

Artikel 30 Materiaalkosten

Onder materiaalkosten worden in elk geval verstaan: de kosten van leidingcomponenten, de kosten van elektrotechnische, werktuigbouwkundige en civieltechnische materialen, alsmede de kosten van bouwmaterialen waaronder die bestemd voor gebouwen waarin delen van leidingsystemen worden ondergebracht.

Transportkosten en stortkosten van vrijgekomen kabels en leidingen vanaf de bouwlocatie naar de stort of verwerkingslocatie behoren tot de materiaalkosten. Dit geldt niet wanneer de kabel of leiding asbesthoudende stoffen bevat. Hierbij is in aanmerking genomen dat deze kosten bij vervanging van de kabel of leiding op eigen initiatief ook ten laste komen van de leidingexploitant.

De materiaalkosten van constructieve en/of bijzondere voorzieningen die worden veroorzaakt door eisen van derden vallen onder de materiaalkosten.

De materiaalkosten van constructieve en/of bijzondere voorzieningen die worden veroorzaakt door eisen van gemeente vallen onder de uitvoeringskosten.

Artikel 31 Bundeling werkzaamheden

In geval van bundeling van werkzaamheden van verschillende leidingexploitanten moeten de kosten worden verdeeld over de verschillende leidingexploitanten. De projectkosten worden verdeeld in direct aan de leidingexploitanten toe te delen kosten en gezamenlijke kosten. De direct toe te delen kosten zijn kosten van in- en uit bedrijf stellen en materiaalkosten exclusief de extra materialen die nodig zijn voor de gezamenlijke kruising. De gezamenlijke kosten zijn de uitvoeringskosten, ontwerp en begeleiding en de extra materialen die nodig zijn om gezamenlijk te kruisen.

De verdeelsleutel voor de gezamenlijke kosten wordt bepaald op basis van de afzonderlijke fictieve kosten van uitvoering en ontwerp en begeleiding die zouden moeten worden gemaakt als elke leidingexploitant afzonderlijk zou kruisen.

Hoofdstuk 5 Slot

Artikel 32 Inwerkingtreding en intrekking

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.