Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR743051
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR743051/1
Nadere regels betreffende het aanleggen, in stand houden, verplaatsen en verwijderen van kabels en leidingen Amersfoort (Nadere regels kabels en leidingen Amersfoort)
Geldend van 01-08-2025 t/m heden
Intitulé
Nadere regels betreffende het aanleggen, in stand houden, verplaatsen en verwijderen van kabels en leidingen Amersfoort (Nadere regels kabels en leidingen Amersfoort)Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort,
gelet op artikel 5.4 van de Telecommunicatiewet, artikel 7, leden 2 en 5, van de Telecommunicatieverordening Amersfoort 2009 en artikel 3 van de Verordening Ondergrondse infrastructuur Amersfoort;
besluit vast te stellen de volgende nadere regels:
Nadere regels betreffende het aanleggen, in stand houden, verplaatsen en verwijderen van kabels en leidingen Amersfoort (Nadere regels kabels en leidingen Amersfoort)
Artikel 1.1 Begripsbepalingen
In deze nadere regels wordt verstaan onder:
- a.
vergunning: alle vergunningen tot het aanleggen, in stand houden, verplaatsen en verwijderen van kabels en leidingen in openbare gronden, ongeacht de wettelijke benaming of rechtsgrondslag;
- b.
vergunningverlener: degene die door het college van burgemeester en wethouders belast is om namens hen vergunningen voor kabels en leidingen af te geven.
- c.
netbeheerder: een aanbieder als bedoeld in de Telecomverordening of een leidingexploitant als bedoeld in de Verordening Ondergrondse Infrastructuur door of namens wie een vergunningsaanvraag wordt ingediend of een melding wordt gedaan;
- d.
toezichthouder: degene die door het college van burgemeester en wethouders met het toezicht op en de naleving van de in de Telecomverordening, de Verordening Ondergrondse Infrastructuur, de vergunning en deze nadere regels opgenomen regels, voorschriften en aanwijzingen is belast;
- e.
werkzaamheden: alle civiele graaf- en herstraatwerkzaamheden die verband houden met de aanleg, instandhouding, verplaatsing en verwijdering van kabels en leidingen in openbare gronden;
- f.
kabels en leidingen: kabels als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet en kabels en leidingen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Verordening Ondergrondse Infrastructuur;
- g.
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort;
- h.
openbare gronden: openbare gronden als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet en openbare gronden zoals omschreven in artikel 1 van de Verordening Ondergrondse Infrastructuur;
- i.
Telecomverordening: de Telecommunicatieverordening Amersfoort 2009;
- j.
Verordening Ondergrondse Infrastructuur: Verordening Ondergrondse Infrastructuur Amersfoort.
Artikel 1.2 Reikwijdte
-
1. Deze nadere regels hebben betrekking op het verrichten van werkzaamheden voor het aanleggen, in stand houden, verplaatsen en verwijderen van kabels en leidingen in openbare gronden binnen de gemeente Amersfoort door of in opdracht van de netbeheerder.
-
2. Bij de interpretatie van begrippen en oplossing van vraagstukken over kabels en leidingen, waarin niet uitdrukkelijk in deze nadere regels of de plaatselijke verordeningen is voorzien, dient de Telecommunicatiewet en de daarop gebaseerde jurisprudentie zoveel mogelijk als leidraad.
-
3. Ook zijn de geldende Standaard RAW Bepalingen, zoals beheerd en onderhouden door de Stichting CROW en toegepast door de gemeente Amersfoort, van toepassing op de wijze van uitvoering van de werkzaamheden, tenzij de Telecomverordening, de Verordening Ondergrondse Infrastructuur, de vergunning, de nadere regels of de nader door het college vastgestelde voorschriften en beperkingen inhoudelijk daarvan afwijken.
Hoofdstuk 2 Algemene opbreekregels
Paragraaf 2.1 Voorschriften betreffende melding en informatievoorziening
Artikel 2.1.1 Melding en informatievoorziening bij standaardwerkzaamheden
-
1. Voor de uitvoering van werkzaamheden heeft de netbeheerder eerst een vergunning nodig, die door correcte invulling en toezending van het daarvoor bestemde aanvraagformulier met de benodigde bijlagen aan de vergunningverlener wordt verkregen. De afhandeltermijn van een vergunningsaanvraag door de vergunningverlener bedraagt volgens de Algemene wet bestuursrecht in beginsel acht weken.
-
2. Nadat de netbeheerder op voorgeschreven wijze een vergunning heeft verkregen, zorgt deze ervoor dat minimaal vijf werkdagen voorafgaand aan de uitvoering van de in de vergunning omschreven werkzaamheden burgers en bedrijven, die mogelijk hinder van deze werkzaamheden kunnen ondervinden, hiervan op adequate wijze via een schriftelijke kennisgeving op de hoogte worden gesteld.
-
3. De in het tweede lid bedoelde kennisgeving bevat in ieder geval de volgende informatie:
- a.
doel van de werkzaamheden;
- b.
exacte startdatum en duur van de werkzaamheden;
- c.
naam, e-mailadres en telefoonnummer van de (Nederlands sprekende) voorman of uitvoerder;
- d.
wat van de bewoners en bedrijven wordt verwacht;
- e.
een telefoonnummer waarmee de bewoners en bedrijven zich tijdens en na afloop van de werkzaamheden met hun vragen en klachten tot een daarvoor door de netbeheerder aangewezen persoon kunnen wenden.
- a.
-
4. Bij de toezichthouder wordt minimaal vijf werkdagen voorafgaand aan de uit te voeren werkzaamheden naast de in het derde lid genoemde informatie ook de gedetailleerde planning van de werkzaamheden ter goedkeuring overgelegd.
-
5. Onmiddellijk na afronding van de werkzaamheden worden deze door de netbeheerder gereed gemeld bij de toezichthouder onder opgave van in ieder geval:
- a.
het kenmerk van de vergunning;
- b.
de naam van de netbeheerder;
- c.
de naam van de openbare weg waar de werkzaamheden in, op of aan zijn verricht of een andere afdoende locatieaanduiding, dit ter beoordeling van het college.
- a.
Artikel 2.1.2 Melding en informatievoorziening bij werkzaamheden van niet ingrijpende aard
-
1. Voor het doen van een melding van de geplande werkzaamheden van niet ingrijpende aard in de zin van artikel 1, onder m, van de Telecomverordening, maakt de netbeheerder gebruik van het daarvoor vastgestelde formulier.
-
2. De netbeheerder zorgt ervoor dat de melding bedoeld in het eerste lid ten minste vijf werkdagen voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden schriftelijk of per e-mail ter goedkeuring aan de toezichthouder wordt gedaan. Verder is artikel 2.1.1 van deze nadere regels van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de goedkeuring van de melding in de plaats van de vergunning treedt.
-
3. Indien de vergunningverlener of de toezichthouder binnen de termijn van vijf werkdagen, genoemd in het tweede lid, bepaalt dat de geplande werkzaamheden niet onder de reikwijdte van het begrip “werkzaamheden van niet ingrijpende aard” vallen, dan vraagt de netbeheerder alsnog een vergunning overeenkomstig artikel 2.1.1 van deze nadere regels aan.
Artikel 2.1.3 Melding en informatievoorziening bij spoedeisende werkzaamheden
-
1. Ingeval artikel 3 van de Telecomverordening van toepassing is of naar het oordeel van de netbeheerder direct dreigend gevaar voor de omgeving kan ontstaan, waarbij overleg met het college daarover niet kan worden afgewacht, is de netbeheerder gerechtigd onverwijld de noodzakelijke werkzaamheden aan kabels en leidingen in openbare gronden uit te voeren.
-
2. Voor de start van de werkzaamheden ziet de netbeheerder erop toe dat hiervan onverwijld melding wordt gemaakt op de door het college voorgeschreven wijze. Werkzaamheden in verband met een storing die tijdens kantooruren plaatsvinden, worden ook voor aanvang telefonisch gemeld bij de toezichthouder.
-
3. Artikel 2.1.1 van deze nadere regels is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de melding van de spoedeisende werkzaamheden in de plaats van een vergunning treedt en dat gereedmelding van de werkzaamheden de eerstvolgende werkdag moet gebeuren.
Artikel 2.1.4 Melding, voorbereiding en informatievoorziening bij grote werken
-
1. Op aangeven van het college wordt een vergunningsaanvraag die buurtoverstijgend is of een grote invloed op de hoofdinfrastructuur inclusief buurtontsluitingswegen en busbanen heeft, in overleg met de netbeheerder onderverdeeld in deelgebieden, waarbij geldt dat voor elk deelgebied een aparte vergunning is vereist. De werkingsduur van de elkaar opvolgende vergunningen kan worden bekort om de totale continuïteit van het werk te garanderen.
-
2. Voor vergunningen als bedoeld in het eerste lid is de procedure van artikel 2.1.1 van deze nadere regels van overeenkomstige toepassing. In aanvulling op artikel 2.1.1 van deze nadere regels geldt bovendien dat ten minste vijf werkdagen voor de start van de geplande werkzaamheden ook een startoverleg plaatsvindt, waarbij in ieder geval de netbeheerder, diens eventuele aannemer, de vergunningverlener en de gecontracteerde bestratingsaannemer van de gemeente aanwezig zijn. Vervolgens vindt tot aan de definitieve afronding van de werkzaamheden een periodiek voortgangsoverleg plaats.
-
3. Het college bepaalt in overleg met de netbeheerder de locatie van het startoverleg en het periodiek voortgangsoverleg.
-
4. In een opvolgend deelgebied wordt door de netbeheerder niet eerder met de werkzaamheden gestart dan nadat ten minste 80% van de werkzaamheden binnen het daaraan voorafgaande deelgebied naar tevredenheid van het college zijn uitgevoerd.
Paragraaf 2.2 Voorschriften voor werkzaamheden in of op openbare gronden
Artikel 2.2.1 Eisen aan uitvoerende ploegen
-
1. De netbeheerder zorgt ervoor dat elke ploeg, die zich bezighoudt met de uitvoering van de in de vergunning of de melding omschreven werkzaamheden, over ten minste één persoon (bij voorkeur de voorman of uitvoerder) beschikt die in staat is met de toezichthouder in het Nederlands te communiceren. Die persoon moet ook bevoegd zijn om de ploeg aan te sturen en afdwingbare aanwijzingen te geven.
-
2. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden ziet de netbeheerder erop toe dat veiligheidskleding wordt gedragen, die voldoet aan de daarvoor wettelijk gestelde eisen.
-
3. De netbeheerder ziet erop toe dat de voorman of uitvoerder op het eerste verzoek een kopie van de melding of de vergunning en alle daarbij horende tekeningen ter inzage aan de bevoegde instanties overhandigt. Afwijking van de gewaarmerkte tekeningen of in de melding genoemde werkzaamheden is niet eerder toegestaan dan na overleg met en goedkeuring door de toezichthouder.
-
4. De netbeheerder ziet erop toe dat de uitvoering van de werkzaamheden met deugdelijk materiaal en materieel gebeurt.
-
5. De netbeheerder streeft ernaar dat de door de gemeente Amersfoort gehanteerde duurzaamheidscriteria tijdens de uitvoering van de werkzaamheden worden nageleefd. Het door de gemeente Amersfoort op dit punt gevoerde beleid vormt geen beletsel voor de netbeheerder hogere eisen aan zichzelf te stellen.
Artikel 2.2.2 Nulsituatie, proefsleuven en duur van de werkzaamheden
-
1. Voordat daadwerkelijk werkzaamheden worden verricht, zorgt de netbeheerder ervoor dat de oorspronkelijke situatie op beeld voor latere raadpleging wordt vastgelegd.
-
2. Om op een verantwoorde wijze de werkzaamheden uit te voeren, ziet de netbeheerder erop toe dat vooraf zoveel als nodig proefsleuven dwars op het kabeltracé worden gegraven.
-
3. Wanneer eenmaal met de werkzaamheden is begonnen, ziet de netbeheerder erop toe dat deze onafgebroken en zo spoedig mogelijk worden uitgevoerd en voltooid.
Artikel 2.2.3 Scheiding en afvoer van materialen
-
1. Teelaarde, zand, funderingsmateriaal en overige bouwstoffen worden elk gescheiden ontgraven. De netbeheerder draagt zorg voor de uit het werk komende bouwstoffen. Verlies, vermissing of beschadiging van deze bouwstoffen is tot de goedkeuring van het werk door de gemeente voor rekening van de netbeheerder.
-
2. De netbeheerder voert na afloop van zijn werkzaamheden al het overtollig materiaal (zand, grond, puin, kapotte verhardingsmaterialen et cetera) op eigen kosten af en levert het werkterrein schoon op. De hierbij door het college gegeven aanwijzingen worden opgevolgd.
-
3. Blijkt tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dat de uitkomende grond naar de mening van het college niet voor aanvulling geschikt is, dan wordt deze grond door de netbeheerder en voor diens rekening van het werk afgevoerd. Door de netbeheerder wordt op eigen kosten geschikte grond of geschikt zand voor aanvulling op het werk aangeleverd.
-
4. Voordat wordt overgegaan tot het afvoeren van materialen, zoals aangegeven in lid 2 en 3, stelt de netbeheerder zich overeenkomstig de bepalingen van het Besluit bodemkwaliteit en de van toepassing zijnde regelgeving bij of krachtens de Omgevingswet op de hoogte van de kwaliteit van de uitkomende grond.
-
5. Indien tijdens de werkzaamheden bodemverontreiniging wordt geconstateerd, worden de werkzaamheden direct gestaakt. Gelijktijdig worden door de netbeheerder maatregelen getroffen ter voorkoming van verspreiding van de verontreiniging of risico’s voor de volksgezondheid. Pas na toestemming van het college worden de werkzaamheden hervat.
-
6. (Her)gebruik van grond en bouwstoffen gebeurt door de netbeheerder volgens het Besluit bodemkwaliteit en de van toepassing zijnde regelgeving bij of krachtens de Omgevingswet.
-
7. Het bepaalde in dit artikel laat de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van partijen voortvloeiend uit de milieuwetgeving onverlet.
Artikel 2.2.4 Gestuurde boring
-
1. Kruising van een weg die is voorzien van een gefundeerde of gesloten verharding wordt uitgevoerd door middel van het maken van een gestuurde boring loodrecht op de as van de te kruisen weg.
-
2. In door het college met redenen aangegeven gevallen worden ook wegen met elementenverharding gekruist door middel van een gestuurde boring loodrecht op de as van de te kruisen wegen.
-
3. Zijn de in het eerste en tweede lid genoemde gestuurde boringen technisch onuitvoerbaar dan schrijft de toezichthouder na onderzoek ter plaatse een andere methode voor kruising van de weg voor.
Artikel 2.2.5 Bronnering
-
1. De werkzaamheden worden door de netbeheerder uitgevoerd in een droge sleuf.
-
2. Wanneer naar het oordeel van het college niet aan lid 1 is voldaan, wordt naar keuze van de netbeheerder of de verdere uitvoering van de werkzaamheden gestaakt totdat de sleuf voldoende droog is of worden door de netbeheerder op eigen kosten afdoende maatregelen, zoals het plaatsen van een bronnering, getroffen.
-
3. Indien voor het onttrekken van grondwater een vergunning, ontheffing of melding vereist is, draagt de netbeheerder zorg voor de verkrijging daarvan. De netbeheerder draagt alle kosten voor het verkrijgen van de benodigde vergunningen, ontheffingen of meldingen et cetera en het voldoen aan de daaraan verbonden voorschriften.
-
4. Nadat door de netbeheerder op eigen kosten de vereiste toestemmingen zijn verkregen, ziet de netbeheerder erop toe dat de lozing van de bronnering op oppervlaktewater of regenwaterriolering altijd inclusief zandvang en volgens de daarvoor geldende voorschriften gebeurt. Vooraf overlegt de netbeheerder hierover met de adviseur rioleringen van de gemeente Amersfoort.
Artikel 2.2.6 Medegebruik van voorzieningen
-
1. Wanneer naar het oordeel van de toezichthouder een aangevraagd kabel- en leidingentracé geen ruimte biedt voor het aanbrengen van nieuwe kabels en leidingen, is de netbeheerder verplicht de mogelijkheid van huur van bestaande voorzieningen te onderzoeken.
-
2. De netbeheerder die over vrije bestaande voorzieningen beschikt in het volle kabel- en leidingentracé is verplicht deze te verhuren aan de netbeheerder die nieuwe kabels en leidingen wil leggen, tenzij een wettelijk voorschrift of overeenkomst anders bepaalt.
-
3. Zijn er geen mogelijkheden tot het aanleggen van de aangevraagde kabels en leidingen binnen het kabel- en leidingentracé dan is het de taak van de netbeheerder met een alternatief tracé te komen.
Artikel 2.2.7 Ondergrondse ordening en (diepte)ligging
-
1. Alle netbeheerders gedogen elkaar in de ruimte voor kabels en leidingen zoals deze bij de uitvoering van de werkzaamheden in werkelijkheid blijkt te zijn. De nieuw te leggen kabels verhinderen niet de bereikbaarheid van de al in de openbare grond aanwezige kabels en leidingen en de daarbij behorende voorzieningen.
-
2. Om onnodig ruimtebeslag te voorkomen en de ondergrondse ordening beter te structureren, worden de eigen te leggen kabels en leidingen zoveel als mogelijk gebundeld. Verder worden kabels en leidingen die door de netbeheerder blijvend buiten gebruik zijn gesteld bij het openliggen van de sleuf verwijderd, tenzij het college uitdrukkelijk anders heeft bepaald. Daarnaast houdt de netbeheerder bij de aanleg rekening met mogelijke uitbreidingen in de nabije toekomst om op korte termijn in hetzelfde tracé werkzaamheden te voorkomen.
-
3. Kabels en leidingen worden door de netbeheerder in het kabel- en leidingentracé aangelegd volgens het door de gemeente aangegeven dwarsprofiel.
-
4. De netbeheerder legt zijn kabels en leidingen in volgorde van voorkeur eerst onder de verharding van het voetpad, het fietspad of de rijbaan. De netbeheerder ziet erop toe dat de minimale dekking van de kabels en leidingen 60 cm bedraagt, gemeten vanaf de onderzijde van de verharding exclusief de fundering.
-
5. In afwijking van het vierde lid geldt voor mantelbuizen dat dezelfde dekking ten minste 70 cm bedraagt.
-
6. De horizontale afstand van de te leggen kabels en leidingen of ondergrondse objecten tot de riolering en de daarbij behorende voorzieningen bedraagt minimaal 100 cm. Huis- en kolkaansluitingen zijn hiervan uitgezonderd.
-
7. In bermen langs rijbanen bedraagt de afstand van de te leggen kabels en leidingen tot de zijkant van de verharding minimaal 75 cm.
Artikel 2.2.8 Gebruik mantelbuizen, beschermplaten en labels
-
1. De netbeheerder ziet erop toe dat onder inritten van bedrijven mantelbuizen worden aangebracht.
-
2. De netbeheerder ziet erop toe dat onder verharding aangebrachte mantelbuizen aan beide kanten worden afgesloten om eventuele verzanding of verzakking van het wegdek te voorkomen.
-
3. Beschermplaten, afdekplaten en andere voorzieningen ter bescherming van kabels en leidingen worden niet zonder uitdrukkelijke goedkeuring van de toezichthouder in het kabel- en leidingentracé aangebracht.
-
4. Na aanleg van de kabels en leidingen ziet de netbeheerder erop toe dat deze zodanig gelabeld worden, dat de grondeigenaren, de grondroerders of andere derden in staat zijn te achterhalen aan wie de kabel toebehoort. Om dit doel te bereiken worden de kabels en leidingen om de 5 meter van een label of ander blijvend herkenningsteken voorzien. Bij een aftakking van de kabels en leidingen of einde ervan wordt binnen 1 meter een label of ander blijvend herkenningsteken aangebracht.
-
5. Op bovengrondse objecten als bedoeld in artikel 2.2.10 van deze nadere regels wordt door de netbeheerder een herkenningsteken aangebracht met daarop de vermelding van de eigenaar, een identiteitsnummer van de kast en een telefoonnummer dat bij een storing gebeld kan worden.
Artikel 2.2.9 Ondergrondse objecten
-
1. Ondergrondse objecten worden naast het tracé onder de verharding of op particulier terrein gelegd. Zij worden in ieder geval niet in doorgaande tracés of onder inritten gelegd. Bovendien worden zij bij voorkeur niet onder fietspaden en wegen bestemd voor gemotoriseerd verkeer gelegd. Als er geen andere mogelijkheden beschikbaar zijn, dan wordt door de toezichthouder bekeken of zij ergens anders dan onder de verharding gelegd kunnen worden.
-
2. De netbeheerder draagt er zorg voor dat ondergrondse objecten en alle daarbij horende ingaande en uitgaande kabels en leidingen zo min mogelijk hinder veroorzaken voor de bereikbaarheid van de al in de grond aanwezige kabels en leidingen.
-
3. De exacte plaatsbepaling van alle ondergrondse objecten gebeurt in overleg met de toezichthouder. De toezichthouder wordt door de netbeheerder in de gelegenheid gesteld aanwezig te zijn bij de daadwerkelijke plaatsing of aanpassing van de ondergrondse objecten. Alle benodigde vergunningen of ontheffingen voor plaatsing of aanpassing van ondergrondse objecten worden op het eerste verzoek aan de toezichthouder en de overige bevoegde personen of instanties ter inzage overhandigd.
-
4. Handholes, onder welke benaming dan ook, worden door de netbeheerder altijd volledig onder maaiveldniveau aangebracht en zijn rechthoekig van vorm. Handholes hebben een lengte van maximaal 125 cm en een breedte van maximaal 55 cm.
Artikel 2.2.10 Bovengrondse objecten
-
1. Bovengrondse objecten worden onderverdeeld in 3 categorieën. Bovengrondse objecten van de categorie 1 zijn niet breder dan 50 cm, niet dieper dan 30 cm en niet hoger dan 80 cm. Bovengrondse objecten van categorie 2 zijn breder dan 50 cm of hoger dan 80 cm, maar niet breder dan 100 cm, niet dieper dan 30 cm of niet hoger dan 100 cm. Bovengrondse objecten die niet onder categorie 1 of 2 vallen, vallen onder categorie 3.
-
2. De exacte plaatsbepaling van alle bovengrondse objecten gebeurt in overleg met de toezichthouder. De toezichthouder wordt door de netbeheerder in de gelegenheid gesteld aanwezig te zijn bij de daadwerkelijke plaatsing of aanpassing van de bovengrondse objecten. Alle benodigde vergunningen of ontheffingen voor plaatsing of aanpassing van bovengrondse objecten worden op het eerste verzoek aan de toezichthouder en de overige bevoegde personen of instanties ter inzage overhandigd.
-
3. Bij de plaatsbepaling en aankleding van bovengrondse objecten van de categorie 1 en 2 worden in ieder geval de volgende voorschriften en afwegingskaders in acht genomen, waarbij geldt dat voor bovengrondse objecten van de categorie 2 de voorschriften en afwegingskaders strikter toegepast worden:
- a.
de plaats van de objecten belemmert het uitzicht van direct omwonenden niet noemenswaardig;
- b.
de plaats van de objecten levert geen gevaar voor het verkeer op;
- c.
de plaats van de objecten levert geen gevaar op voor de goederen en bezittingen van derden;
- d.
de objecten worden afgewerkt in een voor de betreffende wijk voorgeschreven kleur en de zichtkanten worden voorzien van een anti-wildplaksysteem en/of anti-graffiticoating;
- e.
de plaats van de objecten levert geen noemenswaardige verstoring op van het gebruik van de openbare gronden.
- a.
-
4. Bij de plaatsbepaling en aankleding van bovengrondse objecten van de categorie 3 worden in ieder geval de volgende voorschriften en afwegingskaders in acht genomen:
- a.
de plaatsbepaling van de objecten vindt in een zo vroeg mogelijk stadium plaats;
- b.
de netbeheerder geeft, voor zover dat technisch mogelijk is, alternatieve locaties voor de plaatsing van de objecten ter beoordeling aan het college door;
- c.
de plaats van de objecten belemmert het uitzicht van direct omwonenden niet noemenswaardig;
- d.
de plaats van de objecten levert geen gevaar voor het verkeer op;
- e.
de plaats van de objecten levert geen gevaar op voor de goederen en bezittingen van derden;
- f.
de objecten worden afgewerkt in een voor de betreffende wijk voorgeschreven kleur en de zichtkanten worden voorzien van een anti-wildplaksysteem en/of anti-graffiticoating;
- g.
de plaats van de objecten levert geen noemenswaardige verstoring op van het gebruik van de openbare gronden;
- h.
groenvoorzieningen en speelplaatsen worden zoveel als mogelijk gespaard;
- i.
het college bepaalt bij alle te plaatsen bovengrondse objecten van de categorie 3 in hoeverre de omwonenden bij het proces van plaatsbepaling en afwerking, binnen de door de wet gestelde beperkingen, betrokken kunnen worden;
- j.
de uit de Wet milieubeheer voortvloeiende eisen worden nageleefd;
- k.
de uiterlijke verschijningsvorm van de bovengrondse objecten voldoet aan redelijke eisen van welstand.
- a.
Artikel 2.2.11 Kunstwerken
-
1. Het leggen van kabels en leidingen aan, in of door kunstwerken (bruggen, tunnels, et cetera) is niet mogelijk, tenzij hiermee tijdens de bouw van het kunstwerk rekening is gehouden door middel van speciaal daarvoor bestemde en aangebrachte mantelbuizen of holle ruimten.
-
2. De netbeheerder treedt vooraf in overleg met de gemeente om via de bouwtekeningen na te gaan of de kunstwerken over deze mantelbuizen of holle ruimten beschikken, en zo ja of deze al bezet zijn of een andere bestemming hebben gekregen.
-
3. Voor het openbreken van de verharding van de kunstwerken is de toestemming van het college vereist.
Artikel 2.2.12 Archeologische vondsten
-
1. Worden tijdens de uitvoering van de werkzaamheden objecten opgegraven, die een archeologische waarde kunnen hebben, dan ziet de netbeheerder erop toe dat dit onmiddellijk bij het Centrum voor Archeologie in Amersfoort wordt gemeld. De werkzaamheden worden vanaf dat moment tijdelijk stilgelegd in de nabijheid van de plek waar de mogelijk archeologisch waardevolle vondsten zijn gedaan.
-
2. Naar aanleiding van de melding genoemd in het eerste lid onderzoekt het Centrum voor Archeologie binnen een werkdag of verder archeologisch onderzoek vereist is. Indien door het Centrum voor Archeologie verder archeologisch onderzoek wordt geadviseerd, dan worden de werkzaamheden voor de duur van het archeologisch onderzoek definitief stilgelegd.
Hoofdstuk 3 Technische opbreekregels
Paragraaf 3.1 Voorschriften betreffende veiligheids- en verkeersmaatregelen
Artikel 3.1.1 Afzetting en veiligheid
-
1. De netbeheerder draagt zorg voor voldoende en adequate afzetting van de door hem veroorzaakte opbreking tot en met het moment van het aanbrengen van de tijdelijke verharding. Dit geldt ook voor door het inblazen van kabels en leidingen veroorzaakte blaasgaten.
-
2. De in verband met de werkzaamheden noodzakelijke veiligheids- en verkeersmaatregelen worden op aanwijzing van het college uitgevoerd en onderhouden door de netbeheerder.
-
3. De technische voorschriften in de "Leidraad voor gemeenten en nutsbedrijven inzake (her-) straatwerkzaamheden", uitgave van de VNG en het Overlegorgaan Nutsvoorzieningen september 1990 (herzien in 2000) zijn ook van toepassing op de werkzaamheden.
-
4. Gezien de zorg die de gemeente heeft voor de verkeersveiligheid worden aan de uitvoering bijzondere eisen verbonden. Met name wordt artikel 17 van de in het derde lid genoemde Leidraad uitgebreid met volgende voorschriften:
- a.
Alle borden, hekken en pionnen enzovoort worden in het kader van de tijdelijke verkeersvoorzieningen uitgevoerd in reflecterend materiaal van minimaal klasse II, NEN 3381 of hoger.
- b.
De voorzieningen voldoen bovendien aan de richtlijnen zoals beschreven in de CROW-publicatie 96b "Maatregelen bij werken in uitvoering op niet-autosnelwegen en wegen binnen de bebouwde kom".
- a.
Artikel 3.1.2 Bereikbaarheid voetgangers, fietsers en bestemmingsverkeer
-
1. De netbeheerder draagt zorg voor de bereikbaarheid van woningen, winkels, openbare gebouwen en dergelijke voor alle (minder valide) voetgangers. In overleg met de betrokkenen en de toezichthouder wordt aan de mate van bereikbaarheid nader inhoud gegeven.
-
2. De netbeheerder draagt bij de uitvoering van de werkzaamheden zorg dat het voet- en fietsverkeer zoveel mogelijk doorgang vindt of zorgt in overleg met de gemeentelijke verkeerscoördinator voor een omleidingsroute. Hoofdfietsroutes worden in ieder geval niet opgebroken.
-
3. De hoofdinfrastructuur wordt niet opgebroken. De netbeheerder houdt het gemotoriseerd bestemmingsverkeer naar woningen, winkels, bedrijven, bouwwerken, landerijen et cetera in overleg met de betrokkenen zoveel mogelijk in stand. Indien met de betrokkenen geen overeenstemming wordt bereikt over de beperking van de bereikbaarheid, treedt de netbeheerder voor de start van de werkzaamheden in overleg met de gemeentelijke verkeerscoördinator.
Artikel 3.1.3 Bereikbaarheid openbaar vervoer
Busroutes en busbanen worden niet worden opgebroken. Het openbaar vervoer biedt de passagiers een minimum serviceniveau aan. Daarom mag door de uitvoering van de werkzaamheden het openbaar vervoer slechts in zeer geringe mate gehinderd worden.
Artikel 3.1.4 Bereikbaarheid nood- en hulpdiensten
De netbeheerder draagt zorg voor de bereikbaarheid van en voor alle nood- en hulpdiensten.
Artikel 3.1.5 Bereikbaarheid brandkranen en andere voorzieningen
-
1. Tijdens de uitvoering van werkzaamheden worden door de netbeheerder zodanige maatregelen getroffen dat brandkranen, afsluiters, meters, transformatorruimten, kabelverdelers et cetera steeds goed bereikbaar zijn.
-
2. Om het in het eerste lid gestelde doel te bereiken, ziet de netbeheerder erop toe dat in ieder geval de volgende voorschriften worden nageleefd:
- a.
er wordt een vrije doorrijbreedte voor de brandweer van minimaal 3 meter gegarandeerd;
- b.
een straat wordt op niet meer dan één kant afgesloten;
- c.
de minimale doorrijhoogte bedraagt 4 meter;
- d.
een straal van minimaal 1 meter rondom brandkranen wordt vrijgehouden;
- e.
toegangen tot aanliggende percelen worden niet geblokkeerd;
- f.
alle in- en uitgangen inclusief de nooduitgangen van onder andere bioscopen, ziekenhuizen, cafés en andere voor publiek toegankelijke gebouwen worden minimaal binnen een straal van 2 meter vrijgehouden;
- g.
de tijdsduur van de werkzaamheden wordt onder vermelding van de ingangs- en einddatum bij de gemeentelijke verkeerscoördinator aangegeven;
- a.
Artikel 3.1.6 Verkeersreguleringsplan
-
1. Bij afsluiting van de weg of één van de rijstroken en bij te verwachten hinder en omleidingen wordt minimaal 3 weken voor het begin van de geplande werkzaamheden bij de gemeentelijke verkeerscoördinator een verkeersreguleringsplan ter goedkeuring ingediend.
-
2. De gemeentelijke verkeerscoördinator verbindt aan het goedgekeurde verkeersreguleringsplan nadere voorschriften en beperkingen, die onder andere voor verwezenlijking van de bereikbaarheid en veiligheid van de bedrijven, de inwoners en de hulpdiensten binnen de gemeente Amersfoort, noodzakelijk geacht worden.
-
3. Volgende voorschriften worden bij de uitvoering van de werkzaamheden in ieder geval door de netbeheerder in acht genomen:
- a.
Het is niet toegestaan aan beide kanten van enige weg tegelijkertijd werkzaamheden uit te voeren.
- b.
Werkzaamheden op routes met een grote verkeersdruk, zoals bijvoorbeeld de hoofdinfrastructuur, buurtontsluitingswegen en winkelstraten worden zoveel mogelijk verricht buiten de spitsuren. Desnoods worden de werkzaamheden tijdens de avond- en nachturen of in het weekeinde uitgevoerd.
- c.
Werkzaamheden in winkelstraten of winkelgebieden vinden zo min mogelijk plaats in de aanloop naar en tijdens Sinterklaas en de kerstdagen. Concreet betekent dit dat in de maanden november en december zo min mogelijk werkzaamheden worden uitgevoerd. Ook in de aanloop naar en tijdens grotere evenementen gelden naar analogie dezelfde beperkingen.
- d.
Wegen op de hoofdinfrastructuur en wegen waarover het stads- en streekvervoer plaatsvindt, worden niet op meer dan één plaats tegelijkertijd onderbroken. Werkzaamheden op parallel- en kruisende wegen blijven in een dergelijke situatie gevrijwaard van werkzaamheden. Ook in de nabije omgeving worden geen werkzaamheden uitgevoerd aan buurtstraten die eventueel als omleidingsroute dienst kunnen doen.
- a.
Paragraaf 3.2 Voorschriften voor werkzaamheden in groenvoorzieningen
Artikel 3.2.1 Gazons, bermen en beplanting
-
1. In gazons met een oppervlakte kleiner dan 15 vierkante meter wordt het gras door de netbeheerder in dunne zoden verwijderd. De zoden worden met de begroeide kanten tegen elkaar opgeslagen, vochtig gehouden en zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 48 uur na verwijdering, weer aangebracht. Na het aanbrengen worden de zoden aangerold en de snijranden worden ingeveegd met teelaarde. De zoden worden ten slotte bewaterd.
-
2. In gazons met een oppervlakte groter dan 15 vierkante meter wordt het gras boven het gekozen tracé door de netbeheerder met behulp van een zodensnijmachine vrijgemaakt. De uitkomende zoden met een lengte van maximaal 3 meter worden opgerold, in depot gezet en nat gehouden. De zoden worden zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen 48 uur na verwijdering, weer aangebracht. Na het aanbrengen worden de zoden aangerold en de snijranden worden ingeveegd met teelaarde. Ten slotte worden de zoden bewaterd.
-
3. Als de zoden bedoeld in lid 1 en 2 niet binnen 48 uur na verwijdering opnieuw zijn aangebracht, dan worden zij door de netbeheerder vervangen door nieuwe zoden. De oude onbruikbare zoden worden door de netbeheerder op eigen kosten afgevoerd.
-
4. Gras in bermen en overig landschappelijk gras wordt vooraf door de netbeheerder gemaaid en op eigen kosten afgevoerd. Na het aanvullen van de grond ziet de netbeheerder erop toe dat het gebied opnieuw wordt ingezaaid met een standaard gras- of kruidenmengsel, die voldoet aan de door de gemeente gestelde eisen.
-
5. Voor beplantingen in het algemeen gelden voor de netbeheerder verder nog de volgende voorschriften:
- a.
De netbeheerder komt voorafgaand aan de werkzaamheden met het college overeen welke maatregelen worden genomen om schade aan (te handhaven) beplanting te voorkomen.
- b.
Beplanting wordt niet opgenomen of verwijderd dan na uitdrukkelijke toestemming van het college.
- c.
Beplanting opgenomen in het plantseizoen (1 oktober t/m 15 april) wordt door de netbeheerder ingekuild en zo spoedig mogelijk weer teruggezet, nadat grondverbetering is uitgevoerd. De beplanting moet vóór het terugzetten door de netbeheerder indien nodig worden ingekort en bewaterd.
- d.
Beplanting opgenomen buiten het plantseizoen (16 april t/m 30 september) wordt door de netbeheerder op eigen kosten afgevoerd.
- e.
Herplant van de in onderdeel d genoemde opgenomen beplanting vindt plaats door of in opdracht van het college in het daarop volgende plantseizoen.
- f.
De kosten voor herplant en 1 jaar onderhoud komen voor rekening van de netbeheerder. Het college overlegt vooraf een kostenopgave.
- g.
Beplanting, opgenomen in het plantseizoen (1oktober t/m 15 april), die ondanks de getroffen voorzorgsmaatregelen binnen 6 maanden na herplant niet aanslaat, wordt op kosten van de netbeheerder door het college vervangen. Voordat het college tot vervanging overgaat, wordt de verantwoordelijke netbeheerder hiervan schriftelijk, onder opgave van de geraamde kosten, in kennis gesteld.
- h.
Gesloten heestervakken worden niet doorsneden, maar gekruist door middel van een gestuurde boring onder het vak.
- i.
Grond die als aanvulling is verwerkt in beplantingsvakken of onder gras op een diepte van minder dan 0,80 meter, heeft na verdichting een maximale conuswaarde van 2,0 N/mm2.
- j.
Bij het verdichten van grond in beplantingsvakken of onder gras mag geen verkneding of structuurbederf optreden.
- k.
Het inrichten van een werkterrein of het opslaan van materiaal op gazons is niet toegestaan.
- l.
Gebruikte teelaarde is vrij van elke vorm van verontreiniging en wordt niet verdicht.
- m.
Overbodig zand, puin en ander restafval wordt niet in de plantvakken verwerkt, maar door de netbeheerder op eigen kosten afgevoerd.
- a.
Artikel 3.2.2 Bomen
In aanvulling op of in afwijking van de in artikel 3.2.1, vijfde lid, van deze nadere regels genoemde algemene voorschriften, neemt de netbeheerder voor bomen daarnaast nog de volgende specifieke voorschriften in acht:
- a.
Het kappen van bomen wordt zoveel als mogelijk vermeden. Indien dit niet mogelijk is, dan wordt de normale procedure voor het kappen van een boom doorlopen, waarbij een herplantplicht van toepassing is. De duur vanaf de aanvraag tot de dag van kappen bedraagt ongeveer drie maanden.
- b.
In de wortelzone wordt door de netbeheerder niet gegraven. Indien het leggen van nieuwe kabels en leidingen in het bestaande tracé maar buiten de wortelzone niet mogelijk is, wordt de wortelzone gepasseerd door het boren van mantelbuizen onder het wortelpakket met een minimale diepte van 2,5 meter.
- c.
De netbeheerder ziet erop toe dat bomen zowel onder- als bovengronds niet beschadigd worden. De netbeheerder treft de nodige maatregelen ter bescherming van de bomen, zoals bijvoorbeeld het opbinden van laaghangende takken of het afschermen van bomen of boomgroepen met behulp van hekken aangebracht buiten de wortelzone. Stabilisatiewortels en wortels dikker dan 20 mm in diameter worden niet verwijderd. Ontgraven wortels worden beschermd tegen uitdroging, vorst en beschadiging. Wortels dunner dan 20 mm maar dikker dan 15 mm in diameter worden handmatig doorgezaagd.
- d.
Ontgravingen binnen de wortelzone van de bomen worden door de netbeheerder zo snel mogelijk aangevuld en verdicht tot maximaal 3,5 MPa.
- e.
Het inrichten van een werkterrein of het opslaan van materiaal binnen de kroonprojectie van bomen is niet toegestaan.
- f.
Graafwerkzaamheden binnen de kroonprojectie van bomen worden door de netbeheerder handmatig uitgevoerd.
- g.
Tijdens werkzaamheden wordt niet met zwaar materieel onder en rondom bomen gereden.
- h.
Tijdens de uitvoering of binnen een redelijke termijn na uitvoering van de werkzaamheden geconstateerde schade aan bomen wordt getaxeerd door een onafhankelijke partij op basis van de richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen. De kosten van het rapport en de daarin vastgestelde schade wordt volledig verhaald op de netbeheerder.
Paragraaf 3.3 Voorschriften betreffende het herstel van het straatwerk
Artikel 3.3.1 Tarieven stratenmakers en algemene werkwijze
-
1. De tarieven voor de herstraatwerkzaamheden worden jaarlijks vastgesteld, waarbij de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten vastgestelde richtlijn “Tarieven (Graaf)Werkzaamheden Telecom” van 12 maart 2004, of een daarvoor in de plaats tredende latere regeling of aanvulling van vergelijkbare strekking, als uitgangspunt dient. De onderbouwing van de tarieven wordt jaarlijks vastgesteld en bekendgemaakt.
-
2. De gemeente Amersfoort laat werkzaamheden aan de verhardingen uitvoeren door een door haar gecontracteerde bestratingsaannemer. De kosten worden achteraf bij de netbeheerder in rekening gebracht.
-
3. De afstemming met de gecontracteerde bestratingsaannemer van de gemeente vindt voorafgaand aan de werkzaamheden plaats op initiatief van het college.
-
4. De netbeheerder ziet erop toe dat een sleuf of breekgat maximaal 48 uur open ligt en volgens deze nadere regels is afgezet en beveiligd. Aan het eind van iedere werkweek of vóór erkende feestdagen ziet de netbeheerder erop toe dat de sleuf of het breekgat volgens deze nadere regels is aangevuld en verdicht en dat deze bestratingsgereed aan de gecontracteerde bestratingsaannemer van de gemeente is overgedragen om in één keer definitief te worden herstraat.
-
5. Om het in het vierde lid gestelde doel te bereiken, zorgen de gecontracteerde bestratingsaannemer van de gemeente en de netbeheerder er gezamenlijk voor dat voldoende communicatiekanalen beschikbaar zijn en de onderlinge planning op elkaar is afgestemd. De netbeheerder voert bovendien op de laatste werkdag van de week na 11.00 uur geen graafwerkzaamheden meer uit.
-
6. Om herhaalde openbreking van de bestrating in een bepaald tracé binnen kort tijdsbestek te voorkomen, schrijft het college de verschillende netbeheerders voor om de werkzaamheden tot één combiwerk te bundelen.
Artikel 3.3.2 Aanvulling en verdichting
-
1. Bij het aanvullen van sleuven en breekgaten worden de grondsoorten en de bouwstoffen door de netbeheerder aangebracht in de oorspronkelijke lagen en laagdikten. Alle aanvullingen worden laagsgewijs door de netbeheerder verdicht tot minimaal 3N/mm2, waarbij de te verdichten laag een maximale dikte van 30 cm heeft.
-
2. De verdichting van de aanvulling gebeurt door de netbeheerder zodanig dat de oorspronkelijke dichtheid voorafgaande aan het ontgraven zo goed mogelijk wordt benaderd. Om dit resultaat te bereiken wordt de bovenste laag altijd verdicht met mechanische apparatuur. Waar het technisch mogelijk is, zorgt de netbeheerder ervoor dat er laagsgewijs mechanisch wordt verdicht.
-
3. De proctordichtheid van de aanvullingen onder verhardingen wijkt na verdichten niet meer dan 3% in negatieve zin af van de oorspronkelijke proctordichtheid, zoals deze op korte afstand naast de sleuf wordt aangetroffen.
-
4. Van zand, dat in aanvullingen onder verhardingen is verwerkt, bedraagt de verdichtingsgraad ten minste: - 98% voor het zandbed van rijbanen en voet- en fietspaden op zandondergrond en van rijbanen op kleiondergrond; - 97% voor het zandbed van rijbanen op veenondergrond en voet- of fietspaden op kleiondergrond; - 96% voor het zandbed van voet- en fietspaden op veenondergrond.
-
5. Tekortkomend materiaal dan wel overtollig materiaal wordt respectievelijk door de netbeheerder op eigen kosten aangevoerd of afgevoerd.
-
6. De controle van de verdichting gebeurt door de netbeheerder om de 50 meter aselect met behulp van een automatisch zelfregistrerend (hand)sondeerapparaat, waarbij de conuswaarde wordt gerelateerd aan een voor de te verdichten sleufaanvulling representatief proefvak.
-
7. Het resultaat van de in het zesde lid bedoelde controle wordt schriftelijk door de netbeheerder ter goedkeuring aan de toezichthouder overgelegd.
Artikel 3.3.3 Vervanging beschadigde materialen
-
1. Materialen die tijdens het opbreken van de verharding zijn vrijgekomen worden voor zover ze onbeschadigd zijn door de netbeheerder opnieuw gebruikt.
-
2. Is de situatie overeenkomstig artikel 2.2.2 lid 1 van deze nadere regels vastgelegd en blijkt uit vastgelegde informatie dat de materialen al beschadigd waren, dan draagt de gemeente Amersfoort de kosten voor aanschaf van de nieuwe materialen ter vervanging van de beschadigde materialen. Heeft de netbeheerder echter niet aan zijn verplichting voortvloeiend uit artikel 2.2.2, eerste lid, van deze nadere regels voldaan, dan worden alle kosten die verband houden met de aanschaf van de nieuwe materialen volledig bij de netbeheerder in rekening gebracht.
Artikel 3.3.4 Herstel gesloten verharding en fundering
-
1. Behalve incidentele gevallen, die door het college worden bepaald, wordt gesloten verharding of verharding waarin een fundering is verwerkt niet opgebroken.
-
2. Doet zich een incidenteel geval als bedoeld in het eerste lid voor, dan wordt dit door de netbeheerder te allen tijde uitgevoerd door middel van zagen in het asfalt, beton of andere gesloten verharding op een zodanige steenmaat dat de sleuf na afloop van de werkzaamheden strak kan worden dichtgeblokt met betonstraatsteen keiformaat. Het gebroken asfalt, beton of andere gesloten verharding wordt op eigen kosten door de netbeheerder zelf afgevoerd. Tot het moment van de definitieve bestrating zorgt de netbeheerder op eigen kosten ervoor dat de sleuf of het breekgat dichtgeblokt is. Onder de kosten die voor rekening van de netbeheerder zijn, vallen ook de kosten voor de aanschaf van de betonstraatstenen keiformaat.
-
3. Het herstel van de fundering gebeurt door de netbeheerder zodanig dat deze minimaal gelijkwaardig is aan de oorspronkelijke fundering.
-
4. Opgenomen fundering wordt opnieuw door de netbeheerder aangebracht en aangevuld met gelijkwaardige bouwstoffen tot de oorspronkelijke laagdikte.
-
5. De bestratingsmaterialen worden door de netbeheerder gestraat in maximaal 5 cm schoon straatzand.
-
6. Tekortkomend materiaal dan wel overtollig materiaal wordt respectievelijk door de netbeheerder op eigen kosten aangevoerd of afgevoerd.
-
7. De netbeheerder ziet erop toe dat de afwijking van de tijdelijke bestrating ten opzichte van het omliggende straatniveau maximaal 1 cm bedraagt. Naar de randen van het tijdelijke straatwerk loopt de afwijking terug tot nul.
-
8. Het college kan nadere voorwaarden voor het definitieve herstel van asfaltvoet- en fietspaden stellen. De hiermee gepaard gaande kosten zijn voor rekening van de netbeheerder.
Artikel 3.3.5 Herstel elementenverharding
-
1. 1.De netbeheerder zorgt in ieder geval in volgende gevallen voor tijdelijk straatwerk:
- a.
als het herstraten door de gecontracteerde bestratingsaannemer van de gemeente niet op tijd gestart kan worden;
- b.
als de sleuf niet op tijd gedicht kan worden;
- c.
als een reconstructie van het straatwerk gepland is;
- d.
als de weersomstandigheden herstraten niet toelaten;
- e.
als het door het college aangegeven locaties betreft.
- a.
-
2. Opgebroken straatwerk wordt provisorisch door de netbeheerder met behulp van het aanwezige opgebroken bestratingsmateriaal in overeenstemming met het oorspronkelijke verband hersteld.
-
3. Tegels worden bij tijdelijk herstel door de netbeheerder met de onderzijde naar boven gekeerd aangebracht.
-
4. De netbeheerder ziet erop toe dat de afwijking van de tijdelijke bestrating ten opzichte van het omliggende straatniveau maximaal 1 cm bedraagt. Naar de randen van het tijdelijke straatwerk loopt de afwijking terug tot nul.
-
5. Het straatwerk wordt in schoon straatzand aangebracht. Tekortkomend materiaal dan wel overtollig bestratingsmateriaal wordt respectievelijk door de netbeheerder op eigen kosten aangevoerd of afgevoerd.
-
6. Materiaal dat ter aanvulling van tekortkomend materiaal wordt gebruikt, is in ieder geval van gelijke kwaliteit, afmeting en kleur als het oorspronkelijke bestratingsmateriaal. De kosten voor de aanschaf van het tekortkomend bestratingsmateriaal komen voor rekening van de netbeheerder.
-
7. Het definitieve straatwerk van betonstraatsteen wordt door de gecontracteerde bestratingsaannemer van de gemeente afgestrooid en ingeveegd met brekerzand
-
8. Het definitieve straatwerk van straatbakstenen wordt door de gecontracteerde bestratingsaannemer van de gemeente afgestrooid en ingewassen met brekerzand.
-
9. Het overtollige brekerzand wordt door de gecontracteerde bestratingsaannemer van de gemeente verwijderd als alle voegen van de verharding volledig zijn gevuld.
-
10. De straat- en trottoirkolken worden door de gecontracteerde bestratingsaannemer van de gemeente vóór oplevering van de werkzaamheden schoongemaakt.
Artikel 3.3.6 Herstel nieuwe verharding en sierverharding
-
1. Indien binnen vijf jaar na aanleg, groot onderhoud of herinrichting van de openbare gronden de netbeheerder noodzakelijke werkzaamheden moet uitvoeren, stelt het college bijzondere voorwaarden aan de wijze van herstel. De hiermee gepaard gaande kosten zijn voor rekening van de netbeheerder.
-
2. Voor herstel van sierverharding wordt de in lid 1 genoemde termijn uitgebreid tot tien jaar. De patronen worden vooraf door de netbeheerder vastgelegd en achteraf in opdracht van de gemeente door de gecontracteerde stratenmakers in de oorspronkelijke toestand van ten minste dezelfde kwaliteit hersteld.
-
3. Op het herstel van nieuwe verharding en sierverharding vindt artikel 3.3.5 van deze nadere regels overeenkomstige toepassing, tenzij de in het eerste lid door het college gestelde bijzondere voorwaarden hiervan afwijken.
Paragraaf 3.4 Overige voorschriften
Artikel 3.4.1 Revisietekeningen
Revisietekeningen worden door de netbeheerder binnen twee maanden na aanleg van de kabels en leidingen aan de gemeente op papier of digitaal in een nader door de gemeente te bepalen formaat aangeleverd. Op de revisietekeningen wordt de ligging van de kabels en leidingen en de daarbij behorende infrastructuur door de netbeheerder gedetailleerd aangegeven.
Artikel 3.4.2 Graafrust
-
1. Heeft de netbeheerder de mogelijkheid gehad om binnen een door de gemeente aangewezen projectgebied werkzaamheden uit te voeren, dan heeft dezelfde netbeheerder te dulden dat hetzelfde projectgebied ten minste zes maanden na afronding van het project niet toegankelijk is voor verdere graafwerkzaamheden. Deze regel is niet van toepassing op het verhelpen van spoedeisende storingen.
-
2. De regel uit het eerste lid is ook van toepassing op omvangrijke werkzaamheden, die door de netbeheerder zelf zijn geïnitieerd. Het college beslist of de werkzaamheden al dan niet omvangrijk van aard zijn.
Artikel 3.4.3 Breekverbod en bouwvak
-
1. Het college legt een algemeen breekverbod op aan alle netbeheerders voor werkzaamheden in verhardingen voor het gehele grondgebied van de gemeente, wanneer het ’s nachts vriest en de temperatuur overdag niet boven de +5°C uitkomt.
-
2. Indien andere dan de in het eerste lid bedoelde weersomstandigheden naar het oordeel van het college geen werkzaamheden toelaten, legt het college de betroffen netbeheerders een breekverbod op.
-
3. Tijdens de jaarlijkse bouwvak, waarbij voor de gemeente Amersfoort het vakantierooster voor de regio midden aangehouden wordt, worden door de netbeheerder geen werkzaamheden uitgevoerd. Ook in de periode tussen 21 december en 5 januari van elk jaar en op algemeen erkende feestdagen worden door de netbeheerder geen werkzaamheden uitgevoerd. Ook festiviteiten of activiteiten in de gemeente kunnen aanleiding zijn een breekverbod op te leggen.
-
4. De in het eerste en tweede lid opgelegde breekverboden blijven gelden, totdat het college ze uitdrukkelijk weer heeft ingetrokken.
-
5. Doet zich een geval als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid zich voor dan ziet de netbeheerder erop toe dat alle sleuven en breekgaten volgens deze nadere regels zijn gedicht en gestraat.
Artikel 3.4.4 Schade en aansprakelijkheid
-
1. De netbeheerder treft alle noodzaakzakelijke maatregelen om te voorkomen dat de gemeente of derden schade lijden ten gevolge van de werkzaamheden. Schade aan gemeentelijke eigendommen wordt onmiddellijk door de netbeheerder bij de gemeente gemeld. Schade aan andere dan gemeentelijke eigendommen wordt door de netbeheerder bij de desbetreffende eigenaar gemeld. De netbeheerder is aansprakelijk voor alle schade ten gevolge van de werkzaamheden.
-
2. De netbeheerder vrijwaart de gemeente voor alle aanspraken van derden die direct of indirect verband houden met de uitvoering van de werkzaamheden, ongeacht het moment waarop de aanspraak bij de gemeente geldend wordt gemaakt. Voor zover de gemeente derden al schadeloos heeft gesteld, worden de uitbetaalde schadeposten op de netbeheerder verhaald.
-
3. De netbeheerder kan de uitvoering van de werkzaamheden aan derden opdragen, maar daarbij niet tegelijkertijd de uit deze nadere regels of andere regelgeving aan hem opgedragen dan wel daaruit voortvloeiende verplichtingen en verantwoordelijkheden aan derden overdragen. De netbeheerder blijft voor de gemeente onder alle omstandigheden het eerste aanspreekpunt bij het toezicht en naleving van de direct of indirect uit alle wettelijke voorschriften, de vergunning, deze nadere regels en door de toezichthouder en andere bevoegde instanties of organen bij de uitvoering van de werkzaamheden opgelegde voorschriften en beperkingen.
Hoofdstuk 4 Gebiedsgebonden opbreekregels
Artikel 4.1 Binnenstad en winkelgebieden
-
1. Voor werkzaamheden in de binnenstad en winkelgebieden geldt een afwijkend herstelregime voor bestrating. De netbeheerder ziet erop toe dat het opgenomen straatwerk nog dezelfde dag definitief door de gecontracteerde bestratingsaannemer van de gemeente wordt herstraat.
-
2. Overtollig materiaal in de binnenstad en in winkelgebieden wordt door de netbeheerder dagelijks op eigen kosten afgevoerd.
-
3. Wanneer niet aan de eis zoals opgenomen in het eerste lid kan worden voldaan, dan zorgt de netbeheerder ervoor dat de sleuf of het breekgat in ieder geval gedicht is en in overleg met de toezichthouder van een noodafdekking is voorzien. Bovendien moet het werk met voldoende afzettingsmateriaal door de netbeheerder worden gemarkeerd.
-
4. In de binnenstad en de winkelgebieden mag uitsluitend op maandag tot en met donderdag worden gewerkt. Bovendien is het in de periode van 15 november tot 5 januari van elk jaar in verband met diverse grootschalige festiviteiten in de binnenstad en de winkelgebieden niet toegestaan daar werkzaamheden uit te voeren. Ook in de aanloop naar en tijdens grotere evenementen gelden daar naar analogie dezelfde beperkingen.
-
5. De beperkingen genoemd in het vierde lid gelden niet voor het verhelpen van spoedeisende storingen in bestaande kabels en leidingen en de daarbij horende voorzieningen.
Artikel 4.2 Beschermd stadsgezicht
-
1. In afwijking van artikel 2.1.2 van deze nadere regels geldt voor gebieden, die als rijksstadsgezicht of gemeentelijk stadsgezicht zijn aangewezen, dat ook de uitvoering van werkzaamheden van niet ingrijpende aard in die gebieden vergunningsplichtig is.
-
2. In aanvulling op artikel 2.2.10 van deze nadere regels geldt voor gebieden die als rijksstadsgezicht of gemeentelijk stadsgezicht zijn aangewezen dat de netbeheerder ook het Bureau Monumentenzorg bij de plaatsbepaling en afwerking van bovengrondse objecten betrekt. De netbeheerder voert de werkzaamheden volgens de door het Bureau Monumentenzorg gestelde eisen uit.
Hoofdstuk 5 Slotbepalingen
Artikel 5.1 Nadere voorschriften
Het college is bevoegd nadere voorschriften en beperkingen aan de uitvoering van de werkzaamheden te verbinden, indien deze nadere regels niet in een onderwerp voorzien.
Artikel 5.2 Inwerkingtreding en intrekking oude nadere regels
-
1. Deze nadere regels treden de dag na publicatie in werking.
-
2. De Beleidsregels betreffende het aanleggen, in stand houden, verplaatsen en verwijderen van kabels en leidingen Amersfoort 2009 worden ingetrokken op het moment dat deze nadere regels in werking treden.
Artikel 5.3 Citeertitel
Deze nadere regels worden aangehaald als “Nadere regels kabels en leidingen Amersfoort”.
Ondertekening
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl