Beleidsregel Wet Bibob gemeente Zuidplas 2025

Geldend van 01-08-2025 t/m heden

Intitulé

Beleidsregel Wet Bibob gemeente Zuidplas 2025

De Burgemeester en het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Zuidplas, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;

Overwegende dat;

  • -

    De gemeente Zuidplas alleen zaken wil doen met integere partijen;

  • -

    De aanpak van ondermijning één van de speerpunten van het veiligheidsbeleid is;

  • -

    Voorkomen moet worden dat de gemeente criminele activiteiten faciliteert;

  • -

    De gemeente Zuidplas gezien de wijzigingen van de Wet Bibob in de afgelopen jaren en de inwerkingtreding van de Omgevingswet, het wenselijk vindt de eerder vastgestelde beleidsregel te vervangen door een nieuwe beleidsregel.

Gelet op het bepaalde in de Wet Bibob en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, alsook de relevante bepalingen in de Alcoholwet, de Omgevingswet, de Huisvestingswet, de Algemene plaatselijke verordening Zuidplas, de Verordening Fysieke Leefomgeving Zuidplas, de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning, de gemeentelijke Subsidieverordening, de Aanbestedingswet 2012, de Wet goed verhuurderschap, de Wet op het Kansspelen en het Burgerlijk Wetboek.

B E S L U I T E N

vast te stellen de “Beleidsregel Wet Bibob gemeente Zuidplas 2025”.

Hoofdstuk 1 Algemeen

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

  • 1. De definities uit paragraaf 1.1 van de Wet Bibob zijn van overeenkomstige toepassing op deze beleidsregel.

  • 2. In aanvulling op de definities van de Wet Bibob wordt in deze beleidsregel verstaan onder:

    • a)

      Aanvraag: een aanvraag zoals bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb);

    • b)

      Advies: het advies zoals bedoeld in artikel van de Wet Bibob;

    • c)

      APV: Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Zuidplas;

    • d)

      Beschikking: een beschikking zoals bedoeld in artikel 1:3, tweede lid, van de Awb;

    • e)

      Bestuursorgaan: de burgemeester onderscheidenlijk het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zuidplas;

    • f)

      Betrokkene: de aanvrager van een beschikking, de houder van een vergunning, de subsidieontvanger, de natuurlijke persoon of rechtspersoon met wie een vastgoedtransactie is aangegaan, de gegadigde die wil deelnemen aan een aanbestedingsproces, de partij aan wie een overheidsopdracht is gegund of de onderaannemer;

    • g)

      Bibob-onderzoek: de wijze waarop de gemeente Zuidplas in beginsel toepassing geeft aan artikel 7a van de wet.

    • h)

      Bibob-vragenformulier: een formulier gebaseerd op de regeling als bedoeld in artikel 7a, vijfde lid, van de Wet Bibob;

    • i)

      Eigen ambtelijke informatie: informatie die binnen de gemeentelijke organisatie aanwezig is en die de gemeente in het kader van het Bibob-onderzoek kan gebruiken en/of informatie waarover de gemeente op verzoek over kan beschikken;

    • j)

      RIEC: het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum, het regionaal samenwerkingsverband zoals bedoeld in artikel 28 tweede lid onder d van de Wet Bibob;

    • k)

      Landelijk Bureau Bibob (verder LBB): het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur zoals bedoeld in artikel 8 van de Wet Bibob;

    • l)

      Verbonden partij: een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente Zuidplas een bestuurlijk en/of financieel belang heeft;

    • m)

      Wet Bibob: de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob).

Artikel 1.2 Afwijking van de Beleidsregel

De gemeente behoudt zich het recht voor om af te wijken van deze Beleidsregel. De gemeente kan een eigen Bibob-onderzoek uitvoeren in andere gevallen dan omschreven in deze Beleidsregel, mits dit in overeenstemming is met de Wet Bibob en overige toepasselijke wet- en regelgeving.

Publiekrechtelijke beschikkingen

Hoofdstuk 2 APV en bijzondere wetten

Artikel 2.1 Bibob-onderzoek bij een aanvraag voor een vergunning

Een Bibob-onderzoek wordt uitgevoerd bij aanvragen voor een:

  • 1.

    Alcoholwetvergunning op grond van artikel 3 van de Alcoholwet;

  • 2.

    Exploitatievergunning op grond van artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening;

  • 3.

    Evenementenvergunning op grond van artikel 2:25 van de Algemene Plaatselijke Verordening indien sprake is van een vechtsportgala of evenementen die georganiseerd worden voor of door motorclubs;

  • 4.

    Een vergunning voor de exploitatie van een speelgelegenheid op grond van artikel 2:39 van de Algemene Plaatselijke Verordening;

  • 5.

    Een vergunning voor het exploiteren van een seksinrichting of escortbedrijf op grond van artikel 3:4 van de Algemene Plaatselijke Verordening;

  • 6.

    Een vergunning voor het exploiteren van een bedrijf in een door de burgemeester aangewezen gebouw, gebied of bedrijfsmatige activiteit op grond van artikel 2:40a van de Algemene Plaatselijke Verordening;

  • 7.

    Een ontheffing voor het stallen van voertuigen op grond van artikel 5:2 van de Algemene Plaatselijke Verordening;

  • 8.

    Een ontheffing voor het plaatsen van een voertuig dat is voorzien van handelsreclame op grond van artikel 5:7 van de Algemene Plaatselijke Verordening;

  • 9.

    Vergunning voor verkoop van consumentenvuurwerk op grond van artikel 2:72 van de Algemene Plaatselijke Verordening;

  • 10.

    Vergunning voor aanwezigheid van kansspelautomaten op grond van artikel 30b van de Wet op de kansspelen;

  • 11.

    Vergunningen zoals bedoeld in artikel 21, 22 en 41 van de Huisvestingswet;

  • 12.

    Vergunning voor de verhuur van verblijfsruimten aan arbeidsmigranten zoals bedoeld in artikel 5, lid 1 van de Wet goed verhuurderschap, onderdeel a of b.

Artikel 2.2 Uitzonderingen

  • 1. Wanneer een Alcoholwetvergunning of een exploitatievergunning wordt aangevraagd door een paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet vindt er in beginsel geen Bibob-onderzoek plaats;

  • 2. Bij het bijschrijven van een leidinggevenden op het aanhangsel (artikel 30 Alcoholwet) vindt er in beginsel geen eigen Bibob-onderzoek plaats, met uitzondering van situaties waarin een wijziging plaatsvindt in één van de bestuurders/het bestuur van het horecabedrijf.

Hoofdstuk 3 Omgevingsactiviteit Bouw

Artikel 3.1 Bibob-onderzoek bij aanvraag voor een omgevingsvergunning bouwactiviteit

Uitvoering van het Bibob-onderzoek vindt plaats bij een aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 5.1 tweede lid Omgevingswet als zij vallen onder één van de onderstaande gevallen:

A. Bouwkosten

Een Bibob-onderzoek vindt plaats in geval van een aanvraag voor een omgevingsvergunning bouwactiviteit waarbij de bouwkosten hoger of gelijk zijn aan €500.000, - (exclusief btw). De bouwkosten worden door de gemeente berekend op basis van de vigerende Legesverordening.

B. Risico-categorieën

Een Bibob-onderzoek vindt plaats in geval van een aanvraag voor een omgevingsvergunning bouwactiviteit waarbij de bouwkosten hoger of gelijk zijn aan €50.000,- (exclusief btw) én waarbij sprake is van één of meerdere risicocategorieën zoals aangegeven in bijlage 1 van deze Beleidsregel.

C. Risicogebied

Een Bibob-onderzoek vindt plaats in geval van een aanvraag voor een omgevingsvergunning bouwactiviteit, waarbij de bouwkosten hoger of gelijk zijn aan €50.000,- (excl. btw) en waarbij het een locatie betreft die gelegen is in een door het college bij afzonderlijk besluit aangewezen risicogebied zoals bepaald in bijlage 2 van deze Beleidsregel.

D. Cumulatie

In het geval dat een aanvrager in het tijdvak van twee jaar, gerekend vanaf de ontvangstdatum van de eerste aanvraag, vier aanvragen (of meer) indient voor een omgevingsvergunning bouwactiviteit, waarbij de bouwkosten meer dan €50.000,- maar minder dan €500.000,- (exclusief btw) bedragen, kan vanaf de vierde aanvraag voor een omgevingsvergunning-bouwactiviteit van dezelfde aanvrager een Bibob-onderzoek plaatsvinden.

Artikel 3.2 Uitzonderingen

  • 1. Bij een aanvraag als bedoeld in artikel 3.1 zal in beginsel geen Bibob-onderzoek plaatsvinden in het geval dat de aanvraag afkomstig is van:

    • a.

      Een overheidsinstantie;

    • b.

      Een semioverheidsinstantie;

    • c.

      Een toegelaten woningcorporatie, waarmee wordt bedoeld dat de woningcorporatie is toegelaten door de Minister van Volkshuisvesting conform artikel 19 van de Woningwet;

    • d.

      (rechts-) Personen die bouwactiviteiten namens of in opdracht van een toegelaten woningcorporatie verrichten én worden gefinancierd uit de eigen middelen van de toegelaten woningcorporatie;

    • e.

      Een rechtspersoon of organisatie waaraan de gemeente zelf deelneemt.

Hoofdstuk 4 Omgevingsactiviteit Milieu

Artikel 4.1 Bibob-onderzoek bij een aanvraag voor een milieubelastende activiteit

Uitvoering van het Bibob-onderzoek vindt plaats bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning milieubelastende activiteit (artikelen 5.1 en 5.2 Omgevingswet) waarbij sprake is van één of meerdere risicocategorieën genoemd in bijlage 1.

Artikel 4.2 Uitzonderingen

Bij een aanvraag voor een milieubelastende activiteit (artikelen 5.1 en 5.2 Omgevingswet) zal in beginsel geen Bibob-onderzoek plaatsvinden in het geval dat de aanvraag afkomstig is van:

  • a.

    Een overheidsinstantie;

  • b.

    Een semioverheidsinstantie.

Hoofdstuk 5 Bibob-onderzoek bij reeds verleende beschikkingen

Artikel 5 Bibob-onderzoek bij verleende beschikkingen

  • 1. Uitvoering van het Bibob-onderzoek zal plaatsvinden bij verleende beschikkingen waarop deze Beleidsregel van toepassing is, indien:

    • a.

      Er sprake is van een situatie zoals bedoeld in artikel 5:37 Omgevingswet (wijziging tenaamstelling vergunninghouder) en deze persoon/organisatie is niet in het eerdere Bibob-onderzoek onderzocht en/of de activiteit(en) waar deze beschikking op ziet in Bijlage 1 van deze Beleidsregel zijn aangewezen als een risicocategorie en/of vallen binnen een in Bijlage 2 van deze Beleidsregel genoemd risicogebied.

    • b.

      Er sprake is van een van de gevallen zoals benoemd in Hoofdstuk 9 van deze Beleidsregel;

  • 2. De gemeente kan een Bibob-onderzoek starten bij een verleende vergunning, indien:

    • a.

      De verstrekte vergunning betrekking heeft op een activiteit die op basis van een daartoe genomen besluit van de gemeente na de verstrekking van de beschikking in Bijlage 1 is aangewezen als risicocategorie;

    • b.

      De locatie waarop de verstrekte vergunning betrekking heeft is gelegen in een concreet bepaald gebied dat op basis van een daartoe genomen besluit van de gemeente na de verstrekking van de beschikking valt binnen een in Bijlage 2 genoemd risicogebied;

    • c.

      De leidinggevende(n) en/of zeggenschaphebbende(n) van de persoon die de vergunning heeft gekregen is/zijn veranderd.

Hoofdstuk 6 Subsidies

Artikel 6 Bibob-onderzoek bij subsidies

  • 1. De gemeente kan een eigen Bibob-onderzoek uitvoeren bij een aanvraag voor een subsidie of een reeds verleende subsidie, zoals bedoeld in de Algemene subsidieverordening Zuidplas.

  • 2. De gemeente zal een Bibob-onderzoek starten met betrekking tot een aanvraag om een subsidie dan wel een reeds vastgestelde of verleende subsidie zoals bedoeld in de Algemene subsidieverordening Zuidplas wanneer sprake is van een van de gevallen zoals benoemd in Hoofdstuk 9 van deze Beleidsregel.

  • 3. De gemeente zal een Bibob-onderzoek starten met betrekking tot een aanvraag om een subsidie zoals bedoeld in de Algemene subsidieverordening Zuidplas wanneer de subsidie betrekking heeft op een activiteit als genoemd in bijlage 1 of plaatsvindt in een risicogebied zoals bedoeld in bijlage 2.

Privaatrechtelijke transacties

Hoofdstuk 7 Vastgoed

Artikel 7.1 Toepassingsbereik bij vastgoedtransacties

  • 1. De gemeente zal de Wet Bibob toepassen bij vastgoedtransacties waarbij de gemeente partij is, indien:

    • a.

      Bekend is dat in de toekomst een aanvraag voor een beschikking zoals genoemd in deze beleidsregel nodig is, ongeacht of hiervoor een afzonderlijk Bibob-onderzoek zal worden uitgevoerd;

    • b.

      Het vastgoedobject wordt gebruikt of gebruikt zal worden voor één of meerdere activiteiten die genoemd zijn in Bijlage 1 van deze beleidsregel en/of het object gesitueerd is in een in Bijlage 2 bij deze beleidsregel genoemd risicogebied;

    • c.

      Indien er sprake is van een van de gevallen zoals benoemd in Hoofdstuk 9 van deze beleidsregel;

    • d.

      De betrokken partij bij een eerder Bibob-onderzoek onderwerp is geweest en daarbij sprake was van een negatieve uitkomst.

  • 2. Bij de start van onderhandelingen over een vastgoedtransactie, zal de gemeente de wederpartij schriftelijk in kennis stellen dat een Bibob-onderzoek deel kan uitmaken van de procedure.

  • 3. In de overeenkomst wordt een integriteitsclausule opgenomen, op basis waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding, opzegging, vernietiging of opschorting van de overeenkomst indien sprake is van gevaren op de A- of B-grond als bedoeld in de Wet Bibob. Indien de Bibob-procedure niet is afgerond voor het aangaan van de overeenkomst, zijn hieromtrent ontbindende voorwaarden in de overeenkomst opgenomen.

Artikel 7.2 Uitzonderingen

  • 1. Bij een vastgoedtransactie zal in beginsel geen Bibob-onderzoek plaatsvinden, in het geval sprake is van een transactie met een van de volgende partijen of in een van de volgende situaties:

    • a.

      Een overheidsinstantie;

    • b.

      Een semioverheidsinstantie;

    • c.

      Een toegelaten woningcorporatie, waarmee wordt bedoeld dat de woningcorporatie is toegelaten door de Minister van Volkshuisvesting conform artikel 19 van de Woningwet;

    • d.

      Een drinkwaterbedrijf is, als bedoeld in artikel 1 van de Drinkwaterwet;

    • e.

      Een aanbieder van een openbaar telecommunicatienetwerk of openbaar elektronisch communicatienetwerk is, als bedoeld in de Telecommunicatiewet;

    • f.

      Een netbeheerder is, als bedoeld in artikel 1 van de Elektriciteitswet 1998, artikel 1 van de Gaswet en artikel 1 van de Warmtewet;

    • g.

      Het een overdracht van snippergroen betreft met een maximale oppervlakte van 100 m2.

Hoofdstuk 8 Overheidsopdrachten

Artikel 8 Toepassingsbereik bij overheidsopdrachten

  • 1. De gemeente zal een Bibob- onderzoek starten indien de activiteit(en) van de overheidsopdracht genoemd zijn in Bijlage 1 van deze beleidsregel en/of de opdracht wordt uitgevoerd in een gebied dat in Bijlage 2 bij deze beleidsregel genoemd is als risicogebied;

  • 2. De gemeente kan de Wet Bibob toepassen bij overheidsopdrachten zoals bedoeld in de Aanbestedingswet 2012, dan wel een overeenkomst zorg vanuit de Jeugdwet en/of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

  • 3. In de aanbestedingsdocumenten wordt de mogelijkheid van een Bibob-onderzoek opgenomen, in welk geval betrokken gehouden is een Bibob-vragenformulier in te vullen als daarom wordt verzocht en om eventuele nadere vragen te beantwoorden. Ook kan advies worden ingewonnen op grond van artikel 9 tweede lid van de Wet Bibob. Tevens wordt als voorwaarde gesteld dat een onderaannemer niet zonder toestemming wordt gecontracteerd en wordt in het kader van die voorwaarde het recht voorbehouden om een Bibob-onderzoek naar de onderaannemer te doen.

  • 4. Er wordt een integriteitsclausule opgenomen op basis waarvan kan worden overgegaan tot uitsluiting van de inschrijvende partij indien zich een van de situaties zoals bedoeld in artikel 9 tweede lid van de Wet Bibob voordoet dan wel een situatie zoals bedoeld in artikel 10.3 van deze Beleidsregel.

  • 5. In de tekst van de overeenkomst, of de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden, die wordt aangegaan bij een procedure tot gunning van een overheidsopdracht:

    • a.

      Worden voorwaarden opgenomen op basis waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding van de overeenkomst, indien zich één van de situaties als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de wet voordoet dan wel een situatie zoals bedoeld in artikel 10.3 van deze Beleidsregel.

    • b.

      Wordt een voorwaarde opgenomen op basis waarvan een onderaannemer met het oog op diens acceptatie, niet zonder toestemming kan worden gecontracteerd.

    • c.

      Wordt een voorwaarde opgenomen op grond waarvan kan worden overgegaan tot ontbinding van de overeenkomst indien door de betrokken niet of niet volledig wordt voldaan aan het bepaalde van artikel 7a, tweede en derde lid, respectievelijk artikel 12, derde lid, van de Wet Bibob.

  • 6. Indien een Bibob-onderzoek wordt gestart naar aanleiding van een procedure tot gunning van een overheidsopdracht, komt er geen gunningsbeslissing of daarmee beoogde overeenkomst tot stand zolang het onderzoek niet of niet volledig is afgerond, tenzij partijen dat nadrukkelijk anders overeenkomen.

Hoofdstuk 9 Algemene uitzonderingen

Artikel 9 Algemene uitzonderingen

De gemeente kan te allen tijde overgaan tot het starten van een Bibob-onderzoek indien er aanwijzingen zijn die het vermoeden rechtvaardigen dat sprake is van een mindere mate van gevaar of een ernstig gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob, op grond van:

  • Eigen ambtelijke informatie;

  • Informatie verkregen van het Bureau, zoals een tip als bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob;

  • Informatie afkomstig van een van de partners uit het samenwerkingsverband RIEC;

  • Informatie verkregen op grond van artikel 26 van de Wet Bibob;

  • Informatie uit open bronnen;

  • Overige signalen.

Hoofdstuk 10 Weigeren volledig invullen Bibob-vragenformulieren

Artikel 10.1 Aanvraag beschikking

Bij een weigering om de Bibob-vragenformulieren (inclusief de gevraagde bescheiden) volledig ingevuld te retourneren, zullen bij aanvragen om een beschikking de daartoe gestelde regels van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) toegepast worden. Bij aanhoudende weigering zal de gevraagde beschikking buiten behandeling worden gesteld op grond van artikel 4:5 van de Awb. In geval van een vastgoedoverdracht zal dit leiden tot het niet sluiten hiervan dan wel het ontbinden van de overeenkomst. In geval van een overheidsopdracht (artikel 2:87 lid 1 onder h juncto lid 2 onder e van de Aanbestedingswet 2012) zal dit leiden tot het uitsluiten van de overheidsopdracht.

Artikel 10.2 Verleende beschikking

Bij verleende beschikkingen zal een weigering om de Bibob-vragenformulieren (inclusief de gevraagde bescheiden) volledig ingevuld te retourneren op grond van artikel 4 lid 1 van de Wet Bibob worden beschouwd als een ernstige mate van gevaar zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob. De verstrekte beschikking kan als gevolg daarvan worden ingetrokken.

Artikel 10.3 Vastgoed en overheidsopdrachten

Indien sprake is van een vastgoedtransactie of een overheidsopdracht, zal de weigering van betrokkene om de formulieren (inclusief de gevraagde bescheiden), zoals bedoeld in artikel 7a lid 5 Wet Bibob volledig ingevuld te retourneren, dan wel de weigering om ingevolge artikel 12 lid 3 Wet Bibob aanvullende gegevens aan het LBB te verstrekken, kan dit leiden tot het niet tot stand komen van de overeenkomst. In het geval van een vastgoedtransactie kan deze weigering ertoe leiden dat de vastgoedovereenkomst niet wordt gesloten of, indien deze reeds is gesloten, wordt ontbonden of anderszins wordt beëindigd voordat levering heeft plaatsgevonden. Bij een overheidsopdracht kan deze weigering ertoe leiden dat de opdracht niet wordt gegund of, indien reeds gegund, de overeenkomst wordt ontbonden, geschorst of vernietigd.

Hoofdstuk 11 Slotbepalingen

Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. Deze beleidsregel is vastgesteld door de burgemeester respectievelijk het college van burgemeester en wethouders op 8 juli 2025 en treedt een dag na publicatie in werking.

  • 2. Deze beleidsregel wordt aangehaald als “Beleidsregel Wet Bibob gemeente Zuidplas 2025”.

  • 3. De beleidsregel Wet Bibob gemeente Zuidplas 2013 komt te vervallen op de dag waarop deze beleidsregel in werking treedt.

Ondertekening

Aldus vastgesteld op 8 juli 2025

Burgemeester van Zuidplas,

Het college van burgemeester en wethouders van Zuidplas,

Bijlage 1: Risicoactiviteiten of categorieën

In deze bijlage zijn activiteiten of categorieën opgenomen, waarbij er een risico aanwezig is dat met die activiteiten strafbare feiten worden gepleegd, dan wel dat die activiteit wordt gebruikt om onrechtmatig verkregen voordelen te benutten.

Het benoemen van onderstaande activiteiten betekent niet dat voor deze activiteiten ook een vergunningplicht geldt of gaat gelden. Wanneer er activiteiten (gaan) plaatsvinden waarvoor geen beschikking dient te worden afgegeven of geen overeenkomst wordt aangegaan die onder de werking van de Wet Bibob valt, kan er ook geen Bibob-toets kunnen plaatsvinden.

Risicocategorieën waarbij door de gemeente Zuidplas de Wet Bibob in beginsel zal worden toegepast:

  • 1.

    Afvalbewerkings- en -verwerkingsbedrijven

  • 2.

    Afvalrecyclingbedrijven

  • 3.

    Autodemontagebedrijven

  • 4.

    Bedrijfsverzamelgebouwen

  • 5.

    Bedrijven waar wapens en munitie worden gebruikt en/of opgeslagen

  • 6.

    Coffeeshops

  • 7.

    Darkstores

  • 8.

    (erotische) Massagesalons

  • 9.

    Energieproducenten (w.o. (mest)vergisters, windmolens, zonneparken, etc.)

  • 10.

    Fitnessbedrijven / sportscholen

  • 11.

    Garageboxen / opslagruimtes

  • 12.

    Geldwisselkantoren

  • 13.

    Herstelinrichting voor motorvoertuigen (garagebedrijf)

  • 14.

    Horecabedrijven

  • 15.

    Hotels / pensions

  • 16.

    Inrichtingen/milieubelastende activiteiten voor het reinigen van drukhouders, insluitsystemen, ketels, vaten, mobiele tanks, tankauto's, tank- of bulkcontainers

  • 17.

    Kamerverhuurbedrijven en/of bedrijven die zich bezighouden met woningsplitsingen (alsmede omgevingsvergunningen voor kamerverhuur- en/of logiespanden)

  • 18.

    Kappers / Barbershops / Nagelstudio’s / Tattooshops

  • 19.

    Mestverwerkingsbedrijven

  • 20.

    Omzetten / splitsen van woningen / panden voor kamerverhuur of realisatie van (meerdere) woonruimten

  • 21.

    Prostitutie- en seksbedrijven, escortbedrijven, seksbioscopen en sekswinkels

  • 22.

    Recreatieparken

  • 23.

    Reïntegratiebedrijven en/of activiteiten;

  • 24.

    Religieuze instellingen

  • 25.

    Ride outs motorclubs (of vergelijkbare evenementen)

  • 26.

    Shisha-lounges

  • 27.

    Sloopbedrijven / asbestverwijderingsbedrijven

  • 28.

    Smart-, head- en growshops

  • 29.

    Speelautomatenhallen / Gamecenters

  • 30.

    Sporthallen en -complexen

  • 31.

    Telecomwinkels

  • 32.

    Transformatie kantoorpanden (naar woningen en/of kamers)

  • 33.

    Transportsector

  • 34.

    Uitzendbureaus

  • 35.

    Vechtsportgala’s (of vergelijkbare evenementen)

  • 36.

    Verhuur en/of verkoop van transportmiddelen (zoals auto’s, (bestel)bussen, deelvoertuigen)

  • 37.

    Verhuur van gemeentelijk vastgoed waarop één of meerdere van de in deze Bijlage 1 genoemde activiteiten plaatsvinden of zullen gaan plaatsvinden.

  • 38.

    Verkoop van bedrijfskavels waarop één of meerdere van de in deze Bijlage 1 genoemde activiteiten plaatsvinden of zullen gaan plaatsvinden

  • 39.

    Verkoop (voormalige) overheidsgebouwen

  • 40.

    Vuurwerkbranche

  • 41.

    Wellnesscentra / zonnestudio’s/ bedrijfsmatige sauna’s

  • 42.

    Zorgbureaus / zorgaanbieders (inclusief aanbieden van zorgwoningen)

Bovenstaande opsomming van risicocategorieën is niet-limitatief, maar geeft een indicatie van mogelijke risicocategorieën. Deze opsomming kan aangepast worden, indien ontwikkelingen hiertoe aanleiding geven.

Bijlage 2: Risicogebieden

De gemeente kan bepaalde gebieden aanwijzen waarbij het wenselijk is dat in dat gebied een Bibob-onderzoek wordt gestart indien sprake is van een aanvraag om een beschikking, een verleende vergunning of een vastgoedtransactie wordt aangegaan of een overheidsopdracht wordt gegund.

Hiervan kan bijvoorbeeld sprake zijn bij nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen, revitalisatie van gebieden, bepaalde gebieden waar sprake is van (vermoedens van) ondermijnende activiteiten, en dergelijke.

Toelichting Beleidsregel Wet Bibob gemeente Zuidplas 2025

Doel van de Wet Bibob voor de gemeente

De Wet Bibob geeft de gemeente de mogelijkheid de achtergrond van een aanvrager van bijvoorbeeld een vergunning, subsidie of vastgoedtransactie met de gemeente te onderzoeken. Als gevaar dreigt dat een vergunning of subsidie wordt misbruikt voor criminele activiteiten of dat crimineel vermogen wordt geïnvesteerd, kan de gemeente de aanvraag weigeren, de afgegeven vergunning of subsidie intrekken of overheidsopdrachten of overeenkomsten ontbinden

Zo kan de gemeente bij een aanvraag van de Alcoholwetvergunning screenen op het verleden van de aanvrager en de leidinggevenden. De gemeente onderzoekt bij een Bibob toets verder de financiering en de achtergrond van de onderneming.

Doel van de beleidsregels

De gemeente is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet Bibob. Door het implementeren van een beleidsregel biedt de gemeente meer structuur en zekerheid in haar werkwijze aan zowel medewerkers, inwoners, ondernemers en andere initiatiefnemers.

De beleidsregel is zo opgesteld, dat in een zo vroeg mogelijk stadium de Wet Bibob wordt ingezet. Wanneer er bijvoorbeeld plannen zijn om een nieuw hotel te realiseren, waarbij er en sprake is van kavelverkoop, bouwactiviteiten en uiteindelijk ook een Alcoholwetvergunning wordt aangevraagd, dan zal eerst gekeken worden of bij de kavelverkoop een Bibob-toets zal worden gestart. Dit voorkomt dat een initiatiefnemer te maken krijgt met meerdere Bibob-toetsen en dat pas in een laat stadium de integriteit van de initiatiefnemer wordt getoetst. Belangrijk hierbij wel is dat inzichtelijk is wie (uiteindelijk) zeggenschap heeft over de activiteiten (eindgebruiker) en hoe de financiering van het volledige project gaat plaatsvinden. Wanneer de initiatiefnemer niet de uiteindelijke eindgebruiker/betrokkene is, of wanneer de financiering nog niet (volledig) bekend is, kan het zijn dat er uiteindelijk meerdere toetsmomenten zijn. Bijvoorbeeld wanneer de eigenaar van het hotel die de vastgoedtransactie aangaat en het bouwwerk realiseert een andere partij is dan de gebruiker van het hotel die de Alcoholwetvergunning aanvraagt, of wanneer projecten in delen worden verkocht waarbij vooraf niet alle kopers bekend zijn.

De kan- en zal- bepaling

In de Bibob beleidsregel wordt onderscheid gemaakt tussen de zal- en kan- bepaling. De zal-bepaling houdt in dat de gemeente er op stuurt dat ten aanzien van dat onderdeel steeds aan de Wet Bibob wordt getoetst. Als de beleidsregel toch niet wordt toegepast, dient dit nader te worden gemotiveerd. De zal-bepaling geeft een duidelijke lijn aan waardoor er geen willekeur ontstaat. Daarnaast gaat er een preventieve werking van uit. Personen die een vergunning willen misbruiken voor criminele activiteiten zullen minder snel een vergunning aanvragen bij de gemeente wanneer zij zien dat de Wet Bibob actief toegepast wordt.

Niet alle toepassingsgebieden zijn in de gemeente even kwetsbaar voor criminaliteit. Het staat daarom niet in verhouding om bij alle aanvragen altijd een Bibob-toets te starten. Voor de toepassingsgebieden die onder de kan- bepaling vallen, geldt dat de gemeente in ieder geval de Wet Bibob toepast als ze daartoe een tip krijgt van het Openbaar Ministerie of een signaal ontvangt van een van de partners binnen het RIEC-samenwerkingsverband. Dit is een meer reactieve toepassing van de Wet Bibob.

Toelichting per toepassingsgebied

Om te bepalen hoe de Wet Bibob toegepast wordt per toepassingsgebied is gebruikt gemaakt van het Ondermijningsbeeld uit 2019 en het Bibob-model opgesteld door het RIEC. Deze beleidsregel is steeds zo veel mogelijk afgestemd op het beleid met omliggende gemeenten om zo een waterbedeffect te voorkomen en de Wet Bibob zo effectief mogelijk toe te kunnen passen. Uitgangspunt is om de Wet Bibob zo gericht mogelijk in te zetten.

Horeca & kansspelen

Verschillende elementen maken de horecabranche kwetsbaar voor ondermijnende criminaliteit 1

  • De sociale functie (bijvoorbeeld een ontmoetingsplek voor criminelen);

  • Financiële kenmerken (bijvoorbeeld gebruik voor witwassen);

  • Kwetsbaarheden rond wet- en regelgeving (denk aan vergunningsvrije horeca).

Speelgelegenheden zijn kwetsbaar voor witwassen en als ontmoetingsplek voor criminelen2 .

Seksinrichtingen

De prostitutiebranche is kwetsbaar voor mensenhandel3 . Daarnaast is deze branche kwetsbaar voor witwassen en drugshandel4 .

Evenementen bij risicocategorieën

Uit onderzoek blijkt dat een deel van de vechtsportevenementen op verschillende wijze kwetsbaar is voor criminaliteit. Voorbeelden hiervan zijn financiering via illegaal gekregen geld en daarbij witwassen en (VIP-) bezoekers met criminele antecedenten5 .

Criminele motorbendes, ook wel Outlaw Motorcycle Gangs (OMG’s), zijn hiërarchisch georganiseerde motorclubs die door hun leden gebruikt worden voor (de afscherming van) criminele en ondermijnende activiteiten6 . Uit diverse onderzoeken blijkt dat de meerderheid van de leden van OMG’s een strafblad heeft. Wanneer zowel clubleden als clubleiders betrokken zijn bij crimineel gedrag, is dit een sterke aanwijzing dat een bepaalde outlaw motorclub gecategoriseerd kan worden als ‘criminele organisatie’. Sommige OMG’s zijn zelfs door de hoogste rechter verboden.

Bouw & milieu bij risicocategorieën

Het is niet proportioneel en mogelijk om bij alle omgevingsvergunningen een Bibob-toets te starten. Hierbij staat het doel (voorkomen van misbruik), niet in verhouding met de lasten voor de organisatie en de aanvrager. We starten een Bibob-toets indien de aanvraag voldoet aan de in de beleidsregel genoemde criteria.

Huisvesting

Op dit moment is de huisvestingsverordening binnen de gemeente Zuidplas van toepassing op de vergunning omzetting, onttrekking, samenvoeging en woningsplitsing. Er vindt in principe geen Bibob-toets plaats bij woning(bouw)corporaties tenzij hier aanleiding toe bestaat.

Vastgoedtransacties

Om de Wet Bibob zo doelmatig mogelijk toe te passen, is gekozen om de Bibob-toets toe te passen bij een selectief aantal transacties.

Overheidsopdrachten

De Wet Bibob geeft de gemeente een extra instrument om de integriteit van een inschrijver te beoordelen. Omdat de Aanbestedingswet hier ook mogelijkheden voor biedt, is gekozen voor een kan- bepaling.

Subsidies

Vanwege het verspreide karakter van subsidies en de relatief kleine bedragen, is gekozen om niet bij alle aanvragen standaard een Bibob-toets te doen. Gezien de landelijke ontwikkelingen is gekozen om de Bibob-toets bij subsidieaanvragen in de risicocategorie of risicogebied toe te passen.


Noot
1

Regionaal informatie- en expertisecentrum Midden-Nederland, april 2022. Horeca en georganiseerde ondermijnende criminaliteit.

Noot
2

CCV, geraadpleegd op 28-11-2022 via Kansspelen en illegaal gokken - Het CCV.

Noot
3

Comensha, geraadpleegd op 29-1102022 via Vormen van mensenhandel - CoMensha - Coördinatiecentrum tegen Mensenhandel.

Noot
4

WODC, 10 december 2021. De Nederlandse seksbranche. Een onderzoek naar omvang en aard, beleid, toezicht en handhaving.

Noot
5

L. Loef en E. Lagendijk, 2015. Bad Boys network: Over de relatie tussen full contact vechtsport en criminaliteit. Politie & Wetenschap.

Noot
6

RIEC-LIEC, geraadpleegd op 18-01-2023 via Criminele motorbendes | Maatregelen en documenten | RIEC-LIEC Informatie- en Ex- pertisecentrum.