Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR743024
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR743024/1
Besluit van de eilandsraad van 4 maart 2021 no. 27/21 ER tot vaststelling van Verordening afvalstoffen Sint Eustatius 2021
Geldend van 01-04-2021 t/m heden
Intitulé
Besluit van de eilandsraad van 4 maart 2021 no. 27/21 ER tot vaststelling van Verordening afvalstoffen Sint Eustatius 2021De eilandsraad van het Openbaar Lichaam Sint Eustatius;
gelet op het bepaalde in artikel 4.7, eerste lid, van de Wet volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer BES;
Besluit:
vast te stellen de navolgende:
Verordening afvalstoffen Sint Eustatius 2021
Hoofdstuk 1. Algemeen
Artikel 1
Voor de toepassing van deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- -
afgewerkte olie: minerale, smeer- en systeemolie die door vermenging met andere stoffen of op andere wijze onbruikbaar is geworden voor het doel waarvoor zij oorspronkelijk is gebruikt;
- -
afvalbrengstation: het afvalbreng-, overslag- en verbrandingsstation aan de Charles A. Arnaud road te Oranjestad; indien het bestuurscollege ook andere locaties binnen het openbaar lichaam aanwijst waar afvalstoffen ter inzameling kunnen worden aangeboden, worden die andere locaties mede onder deze definitie begrepen;
- -
afvalstoffen: afvalstoffen als bedoeld in artikel 1 van de Wet volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer BES;
- -
agrarisch afval: organische afvalstoffen van plantaardige herkomst die vrijkomen bij agrarische activiteiten;
- -
autowrak: motorrijtuig op twee of meer wielen of anders dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud verkeert en dat tevens in kennelijk verwaarloosde toestand verkeert, dan wel omvangrijke delen van een zodanig voertuig;
- -
bedrijfsafvalstoffen: afvalstoffen die geen huishoudelijke afvalstoffen zijn, alsmede huishoudelijke afvalstoffen en klein chemisch afval, nadat deze zijn ingezameld;
- -
beheer van afvalstoffen: inzameling, vervoer, nuttige toepassing en verwijdering van afvalstoffen, met inbegrip van het toezicht op die handelingen en de nazorg voor stortplaatsen na sluiting en met inbegrip van de activiteiten van afvalstoffenhandelaars en afvalstoffenmakelaars;
- -
bestek: lepels, vorken, messen en ander gerei dat gebruikt wordt om mee te eten;
- -
beker: hoge kop om uit te drinken;
- -
confetti: feestversiering in de vorm van uit te strooien snippers;
- -
destructiemateriaal: kadavers en ander afval van dierlijke herkomst;
- -
doelmatig beheer van afvalstoffen: zodanig beheer van afvalstoffen dat daarbij rekening wordt gehouden met het geldende afvalstoffenplan;
- -
draagtas: tas, met of zonder handgreep;
- -
gescheiden inzameling: inzameling waarbij een afvalstoffenstroom gescheiden gehouden wordt naar soort en aard van de afvalstoffen om een specifieke behandeling te vergemakkelijken;
- -
gevaarlijke afvalstoffen: afvalstoffen als bedoeld artikel 1 van de Wet volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer BES;
- -
groot tuinafval: organische afvalstoffen uit tuinen, zoals bomen, struiken en takken die van een zodanige omvang of een zodanig gewicht zijn dat zij niet kunnen worden aangeboden in een inzamelmiddel;
- -
grof huishoudelijke afval: huishoudelijk afvalstoffen van een zodanige omvang of een zodanig gewicht dat zij ook na verkleining niet kunnen worden aangeboden in een inzamelmiddel;
- -
hergebruik: elke handeling waarbij producten of componenten die geen afvalstoffen zijn, opnieuw worden gebruikt voor hetzelfde doel als dat waarvoor zij waren bedoeld;
- -
huishoudelijk afval: afvalstoffen afkomstig uit particuliere huishoudens;
- -
in de handel brengen: het importeren en/of op de markt aanbieden van een product;
- -
inzameldienst: de in artikel 7, eerste lid, aangewezen inzameldienst;
- -
inzameling: het ophalen of anderszins innemen van afvalstoffen met inbegrip van de voorlopige sortering en de voorlopige opslag van afvalstoffen;
- -
inzamelmiddel: door het bestuurscollege beschikbaar gestelde of goedgekeurde voorwerp voor het opslaan en ter inzameling aanbieden van (categorieën van) afvalstoffen;
- -
klein chemisch afval (kca): gevaarlijke afvalstoffen afkomstig van huishoudelijk gebruik alsmede, voor zover daaronder niet reeds begrepen:
- 1.
accu’s en batterijen;
- 2.
afbijtmiddel;
- 3.
afgewerkte olie en remolie;
- 4.
afgewerkte olie;
- 5.
asbest of asbesthoudend materiaal;
- 6.
beits en houtverduurzamingsmiddelen;
- 7.
benzine;
- 8.
bestrijdingsmiddelen / insecticiden;
- 9.
etsvloeistoffen als salpeterzuur en zwavelzuur;
- 10.
gootsteenontstopper (natriumhydroxide,zwavelzuur);
- 11.
injectienaalden;
- 12.
kwastontharder en wasbenzine;
- 13.
kwastreiniger;
- 14.
kwikschakelaars (bijvoorbeeld niet-digitale verwarmingsthermostaten);
- 15.
kwikthermometers (vanwege het giftige kwik);
- 16.
lak;
- 17.
lampenolie;
- 18.
medicijnen;
- 19.
motorolie;
- 20.
oliefilters;
- 21.
ontwikkelaar en fixeer voor foto’s;
- 22.
petroleum;
- 23.
spaarlampen en energiezuinige lampen;
- 24.
thinner;
- 25.
tl-buizen;
- 26.
verf;
- 27.
verfproducten als terpentine;
- 28.
verfverdunner;
- 29.
zoutzuur.
- 1.
- -
kunststof: een materiaal bestaande uit een polymeer, waaraan mogelijk additieven of andere stoffen zijn toegevoegd, en dat als een structureel hoofdbestanddeel van eindproducten kan worden gebruikt, met uitzondering van natuurlijke polymeren die niet chemisch gewijzigd zijn en met inbegrip van styrofoam;
- -
kunststofproduct voor eenmalig gebruik: een product dat geheel of gedeeltelijk van kunststoffen is gemaakt en niet werd bedacht, ontworpen of in de handel gebracht om binnen zijn levensduur meerdere cycli te maken door te worden teruggestuurd naar een producent om opnieuw gevuld te worden of opnieuw gebruikt te worden voor het doel waarvoor het gemaakt was.
- -
mengsel: een mengsel of een oplossing bestaande uit twee of meer stoffen;
- -
monomeer: een stof die covalente bindingen kan vormen door herhaalde koppeling van soortgelijke of ongelijke moleculen onder de voorwaarden van de voor dat proces gebruikte polymerisatiereactie;
- -
nuttige toepassing: elke handeling met als voornaamste resultaat dat afvalstoffen een nuttig doel dienen door hetzij in de betrokken installatie, hetzij in de ruimere economie, andere materialen te vervangen die anders voor een specifieke functie zouden zijn gebruikt, of waardoor de afvalstof voor die functie wordt klaargemaakt;
- -
op de markt aanbieden: het in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, verstrekken van een product met het oog op distributie, consumptie of gebruik;
- -
polymeer: een stof die bestaat uit moleculen die worden gekenmerkt door een opeenvolging van een of meer soorten monomeereenheden. Die moleculen moeten over een reeks molecuulgewichten verdeeld zijn, waarbij de verschillen in molecuulgewicht in de eerste plaats het gevolg zijn van verschillen in het aantal monomeereenheden. Een polymeer bevat het volgende:
- a)
een gewichtsmeerderheid van moleculen die bestaan uit ten minste drie monomeereenheden die op covalente wijze aan ten minste een andere monomeereenheid of andere reactieve stof zijn gebonden;
- b)
minder dan een gewichtsmeerderheid aan moleculen van hetzelfde molecuulgewicht.
- a)
In deze definitie betekent „monomeereenheid” de gereageerde vorm van een monomeer in een polymeer;
- -
preventie: maatregelen die worden genomen voordat een stof, materiaal of product afvalstof is geworden, ter vermindering van:
- a.
de hoeveelheden afvalstoffen, al dan niet via het hergebruik van producten of de verlenging van de levensduur van producten;
- b.
de negatieve gevolgen van de geproduceerde afvalstoffen voor het milieu en de menselijke gezondheid, of
- c.
het gehalte aan schadelijke stoffen in materialen en producten;
- a.
- -
recycling: nuttige toepassing waardoor afvalstoffen opnieuw worden bewerkt tot producten, materialen of stoffen, voor het oorspronkelijke doel of voor een ander doel, met inbegrip van het opnieuw bewerken van organische afvalstoffen, en met uitsluiting van energieterugwinning en het opnieuw bewerken tot materialen die bestemd zijn om te worden gebruikt als brandstof of als opvulmateriaal;
- -
rietje: een buisje om drinken mee op te zuigen;
- -
roerstaafje: gerei dat wordt gebruikt voor het mengen of omroeren van dranken;
- -
verwerking: nuttige toepassing of verwijdering, met inbegrip van aan toepassing of verwijdering voorafgaande voorbereidende handelingen;
- -
verwijdering: elke handeling met afvalstoffen die geen nuttige toepassing is zelfs indien de handeling er in tweede instantie toe leidt dat stoffen of energie worden teruggewonnen,
- -
voedselverpakkingen: alle producten die kunnen worden gebruikt voor het insluiten, beschermen, afleveren en aanbieden van voedsel;
- -
voorbereiding voor hergebruik: nuttige toepassing bestaande uit controleren, schoonmaken of repareren, waarbij producten of componenten van producten, die afvalstoffen zijn geworden, worden klaargemaakt zodat ze zullen worden hergebruikt zonder dat verdere voorbehandeling nodig is.
- -
Wattenstaafjes: een staafje met aan een of twee uiteinden een klein plukje watten.
Artikel 2
-
1. Het is verboden zich van afvalstoffen te ontdoen op andere wijze dan voorzien in deze verordening.
-
2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor dode honden en katten en andere kleine huisdieren, die op eigen grond worden begraven.
-
3. Verplicht tot het nemen van alle maatregelen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd, teneinde nadelige gevolgen voor het milieu zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, is degene:
- a.
bij wie in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf afvalstoffen ontstaan,
- b.
die afvalstoffen verwijdert, of
- c.
die afvalstoffen verhandelt of
- d.
die bemiddelt bij de verwijdering van afvalstoffen, en
- e.
die weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat door de verwijdering van die afvalstoffen nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan of kunnen ontstaan.
- a.
Artikel 3
-
1. De eilandsraad stelt tenminste eenmaal in de vijf jaar een afvalstoffenplan vast, dat richting geeft aan de in de eerst volgende vijf jaar te nemen beslissingen ten aanzien van het voorkomen van het ontstaan en verwijderen van afvalstoffen
-
2. Bij het opstellen van het afvalstoffenplan door het bestuurscollege wordt de volgende voorkeursvolgorde over de verwijdering van afvalstoffen aangehouden: preventie, producthergebruik, materiaalhergebruik, toepassing van verbranden met energiewinning, verbranden en storten
-
3. Het afvalstoffenplan bevat in ieder geval:
- a.
de hoofdlijnen van het beleid ter uitvoering van deze verordening;
- b.
een uitwerking van deze hoofdlijn en met betrekking tot daarbij aangegeven categorieën van afvalstoffen of verwijderingswijzen;
- c.
de benodigde capaciteit voor het verbranden of storten van afvalstoffen.
- a.
Artikel 4
-
1. Het bestuurscollege betrekt bij de voorbereiding van het afvalstoffenplan de naar zijn oordeel meest belanghebbende instellingen en organisaties en andere relevante bestuursorganen.
-
2. Het ontwerp van het afvalstoffenplan wordt gedurende tenminste vier weken ter inzage gelegd.
-
3. Gedurende de in het tweede lid bedoelde termijn kan iedereen schriftelijk bedenkingen inbrengen tegen het ontwerp. Hiervan wordt voor de terinzagelegging openbare kennisgeving gedaan.
Hoofdstuk 2. Preventie en hergebruik
Artikel 5
Het bestuurscollege kan nadere regels stellen in het belang van het voorkomen of beperken van het ontstaan van afvalstoffen met betrekking tot:
- a.
het vervaardigen;
- b.
invoeren;
- c.
voorhanden hebben;
- d.
aan een ander ter beschikking stellen of;
- e.
in ontvangst nemen;
- f.
van daarbij aangewezen producten of categorieën van producten.
Artikel 6
Het bestuurscollege kan nadere regels stellen in het belang van het bevorderen van het hergebruik van producten of materialen of anderszins in het belang van bescherming van het milieu en daarbij personen die daarbij aangegeven producten op de markt brengen, verplichten deze of soortgelijke producten na gebruik in te nemen en op een daarbij aangegeven wijze te verwijderen.
Hoofdstuk 3. Aanwijzing inzameldienst en ander inzamelaars
Artikel 7
-
1. Het bestuurscollege wijst een inzameldienst aan die is belast met het inzamelen, overslaan, vervoeren, bewerken of verwerken van afvalstoffen overeenkomstig deze verordening.
-
2. Naast de inzameldienst kan het bestuurscollege natuurlijke - of rechtspersonen of instanties aanwijzen, die belast zijn met het afzonderlijk inzamelen, overslaan en vervoeren van daarbij aangewezen afvalstoffen.
Hoofdstuk 4. Het hebben en zich ontdoen van huishoudelijke afvalstoffen
Afdeling 1. Algemeen
Artikel 8
-
1. Het is verboden zonder vergunning van het bestuurscollege van derden afkomstige huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen, te vervoeren, te bewaren, te verwerken en/of te vernietigen,
-
2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor de inzameldienst en voor een aangewezen persoon of instantie bedoeld in artikel 7, tweede lid.
-
3. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden aan een ander dan de inzameldienst, de personen of instanties aangewezen overeenkomstig artikel 7, tweede lid, of de houder van een vergunning om huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen.
Artikel 9
-
1. Het bestuurscollege draagt er zorg voor
- a.
dat tenminste een maal per week huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld en ter inzameling kunnen worden aangeboden bij elk perceel waar deze afvalstoffen plegen te ontstaan;
- b.
dat op ten minste één afvalbrengstation in voldoende mate gelegenheid wordt geboden om huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden. Het bestuurscollege stelt de dagen, tijden en wijze van aanbieden van de afvalstoffen vast.
- a.
-
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het verboden de hierna genoemde afvalstoffen aan de inzameldienst bij het perceel ter inzameling aan te bieden:
- a.
klein chemisch afval;
- b.
wrakken en ander grof huishoudelijk afval;
- c.
destructiemateriaal;
- d.
andere door het college, bij openbaar bekend te maken besluit aangewezen afvalstoffen.
- a.
-
3. In het belang van een doelmatig beheer van afvalstoffen kan het bestuurscollege bepalen dat in afwijking van het bepaalde in het eerste lid:
- a.
huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld nabij elk perceel;
- b.
huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld met een bij verordening aangegeven regelmaat;
- c.
in een gedeelte van het grondgebied geen huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld.
- a.
-
4. Het bestuurscollege treft maatregelen betreffende:
- a.
het voorkomen dat afvalstoffen als zwerfafval in het milieu terecht komen dan wel teneinde te bereiken dat dit zo min mogelijk gebeurt;
- b.
het opruimen van afvalstoffen die als zwerfafval in het milieu terecht zijn gekomen.
- a.
Artikel 10
-
1. Een ieder is verplicht zijn afvalstoffen gescheiden volgens de instructies aan te bieden.
-
2. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen op een andere wijze ter inzameling aan te bieden aan de inzameldienst dan overeenkomstig het bepaalde in dit artikel.
-
3. Het ter inzameling aanbieden van huishoudelijk afvalstoffen mag uitsluitend geschieden door op de daarvoor door het bestuurscollege vastgestelde dagen en tijden door middel van het daarvoor aangewezen inzamelmiddel.
-
4. Een inzamelmiddel mag uitsluitend gebruikt worden voor de categorie van afvalstoffen waarvoor het is aangewezen en daarbij gebruikmaken van afzonderlijke aanbieding voor de categorie ‘dry waste/recyclable” en de categorie “overig/non-recyclable”.
-
5. Een inzamelmiddel moet op ordelijke wijze en deugdelijk gesloten geplaatst te worden bij het perceel waar de afvalstoffen ontstaan, aan de kant van de weg, zo dicht mogelijk bij de rijweg, op een voor het inzamelpersoneel goed zichtbare plaats.
-
6. Uit het inzamelmiddel mogen geen voorwerpen uitsteken op zodanige wijze dat daardoor verwondingen kunnen ontstaan of de inzameling anderszins kan worden bemoeilijkt.
-
7. De houder van een inzamelmiddel draagt ervoor zorg dat dit na lediging doch uiterlijk aan het eind van de inzameldag van de openbare weg is verwijderd.
-
8. Een inzamelmiddel mag met de daarin aan te bieden huishoudelijke afvalstoffen niet zwaarder zijn dan het daarvoor vastgestelde maximumgewicht.
Artikel 11.
-
1. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen van beperkte omvang en gewicht die zijn ontstaan buiten een perceel, achter te laten in de openbare ruimte, anders dan in daartoe bestemde afvalbakken of andere middelen ter inzameling van deze afvalstoffen.
-
2. Reclamedrukwerk, ander promotiemateriaal en de verpakking daarvan, die in weerwil van het eerste lid in de openbare ruimte wordt weggeworpen of achtergelaten, wordt terstond opgeruimd door degene die het in de betreffende omgeving onder het publiek verspreidde.
-
3. Het is verboden afvalstoffen op een voor het publiek waarneembare plaats in de open lucht en buiten een inrichting als bedoeld in artikel 1 van de Wet volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer BES op te slaan of opgeslagen te hebben, anders dan door het in overeenstemming met hetgeen in deze verordening opgenomen over het aanbieden of overdragen van huishoudelijke afvalstoffen.
Artikel 12.
-
1. Als de inzameldienst containers voor huishoudelijke afvalstoffen plaatst ten behoeve van een woonwijk of ander gebied, is het verboden daarin afvalstoffen afkomstig van buiten die woonwijk of dat gebied achter te laten.
-
2. Het is verboden:
- a.
zodanige containers te verwijderen van de daarvoor bestemde standplaatsen,
- b.
daarin andere afvalstoffen dan huishoudelijke afvalstoffen of bij of krachtens artikel 8, tweede lid, aangewezen huishoudelijke afvalstoffen achter te laten of het normaal gebruik ervan op andere wijze te belemmeren.
- a.
Artikel 13.
Als door de inzameldienst containers voor de gescheiden inzameling van een bepaalde categorie van huishoudelijke afvalstoffen worden geplaatst, is het verboden daarin andersoortige afvalstoffen achter te laten.
Artikel 14.
Het bestuurscollege kan nadere regels stellen ten aanzien van het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen. Daarbij kan worden bepaald dat deze in bijzondere gevallen op afroep ter inzameling kunnen worden aangeboden.
Afdeling 2. Aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen bij een afvalbrengstation
Artikel 15.
-
1. Het bestuurscollege stelt dagen en tijden vast voor het aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen bij een afvalbrengstation en kan nadere regels stellen betreffende de aanbieding op een afvalbrengstation van huishoudelijke afvalstoffen.
-
2. Het bestuurscollege kan daarbij onder meer regels stellen inhoudende
- a.
de maximale omvang of het maximale gewicht van een aan te bieden stuk of bundel afval,
- b.
een zodanige wijze van aanbieding van afvalstoffen, dat deze met behulp van een kraanwagen kunnen worden verladen;
- c.
de wijze van verpakking van de afvalstoffen.
- a.
-
3. Het is verboden huishoudelijke afvalstoffen aan te bieden of achter te laten buiten de vastgestelde dagen en tijden en in afwijking van de door het bestuurscollege vastgestelde regels.
Artikel 16.
-
1. Het bestuurscollege stelt in elk geval nadere regels betreffende de afzonderlijke aanbieding op een afvalbrengstation van huishoudelijke afvalstoffen die niet bij het perceel ter inzameling mogen worden aangeboden.
-
2. Het bestuurscollege kan daarbij in elk geval regels stellen betreffende de wijze van verpakking en etikettering van de aangeboden huishoudelijke afvalstoffen.
Afdeling 3. Aanwezig hebben van huishoudelijke afvalstoffen
Artikel 17.
-
1. Het is verboden op een voor het publiek zichtbare plaats huishoudelijke afvalstoffen aanwezig te hebben.
-
2. Het verbod geldt niet voor huishoudelijke afvalstoffen in een inzamelmiddel en voor huishoudelijke afvalstoffen die binnen drie werkdagen zullen worden aangeboden aan een afvalbrengstation.
Hoofdstuk 5. Het hebben en zich ontdoen van bedrijfsafvalstoffen
Artikel 18.
Hoofdstuk 4 is van overeenkomstige toepassing op bedrijfsafvalstoffen met dien verstande
- a.
dat voor “huishoudelijke afvalstoffen” steeds wordt gelezen “bedrijfsafvalstoffen”;
- b.
dat voor “klein chemisch afval” wordt gelezen “gevaarlijke afvalstoffen”.
Artikel 19.
-
1. In zoverre in afwijking van het bepaalde in artikel 18 is het verboden zonder voorafgaande vergunning van het bestuurscollege gevaarlijke afvalstoffen ter inzameling aan te bieden of aan te bieden.
-
2. Het bestuurscollege kan aan de vergunning voorschriften verbinden, onder meer ook betreffende de verpakking en etikettering van de gevaarlijke afvalstoffen.
Hoofdstuk 6. De verwijdering van vloeibare afvalstoffen
Artikel 20.
Het is verboden vloeibare afvalstoffen voorhanden te hebben op een zodanige wijze dat daardoor verontreiniging, beschadiging, of onvoldoende afwatering van een weg dan wel anderszins nadelige gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan.
Artikel 21.
Het is verboden zich van vloeibare afvalstoffen te ontdoen aan een ander dan aan de inzameldienst of de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 22.
Artikel 22.
Het is verboden zonder vergunning van het bestuurscollege vloeibare afvalstoffen in te zamelen, te bewaren, te bewerken, te verwerken of te vernietigen. Het verbod geldt niet voor de inzameldienst.
Artikel 23.
-
1. Het bestuurscollege kan nadere regels stellen omtrent:
- a.
de wijze en de plaats waar vloeibare afvalstoffen ter inzameling kunnen worden aangeboden;
- b.
de tijden waarop deze door de inzameldienst of de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 22 worden opgehaald of kunnen worden aangeboden op een daarbij aangewezen in zamelplaats.
- a.
-
2. Het is verboden vloeibare afvalstoffen ter inzameling aan te bieden anders dan overeenkomstig het krachtens het eerste lid bepaalde.
Artikel 24.
Het is verboden vloeibare afvalstoffen anders te vervoeren dan in deugdelijke, vloeistofdichte tanks.
Hoofdstuk 7. De verwijdering van autowrakken
Artikel 25.
-
1. Het is verboden een of meer autowrakken op een voor het publiek zichtbare plaats aanwezig te hebben.
-
2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor de houder van een vergunning.
Artikel 26.
Het is verboden zich van een autowrak te ontdoen door afgifte aan een ander dan de inzameldienst of de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 37.
Artikel 27.
-
1. Het is verboden zonder vergunning van het bestuurscollege van derden afkomstige autowrakken in te zamelen, te bewaren, te bewerken, te verwerken of te vernietigen.
-
2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor de inzameldienst.
Hoofdstuk 8. Overige bepalingen ter bescherming van het milieu
Artikel 28.
Het is verboden ter inzameling gereedstaande afvalstoffen of inzamelmiddelen te doorzoeken of te verspreiden, te stoten, te schoppen, omver te werpen, weg te nemen of door deze anderszins te behandelen zonder daartoe krachtens deze verordening gerechtigd te zijn.
Artikel 29.
-
1. Het is verboden afvalstoffen op of in de bodem te brengen of te houden, te verbranden, te bewaren, over te laden of anderszins te bewerken, te verwerken of te vernietigen.
-
2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover het betreft het ter inzameling aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen overeenkomstig deze verordening of het bewaren met het oog daarop;
- a.
voor door het bestuurscollege aangewezen afvalstoffen op daartoe daarbij aangewezen plaatsen;
- b.
voor zover de betrokken handeling krachtens een hindervergunning is toegestaan.
- a.
-
3. Het bestuurscollege kan ontheffing verlenen van het verbod bedoeld in het eerste lid.
Artikel 30.
-
1. Het is verboden afvalstoffen op een zodanige plaats op te slaan of opgeslagen te hebben, dat deze vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats zichtbaar zijn
-
2. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover het betreft de inzameling aanbieden overeenkomstig deze verordening.
-
3. Het bestuurscollege kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 31.
-
1. Het is verboden afvalstoffen zodanig te vervoeren dat de weg daardoor kan worden verontreinigd of dat daardoor nadelige gevolgen kunnen ontstaan voor het milieu.
-
2. Het bestuurscollege kan nadere regels stellen ten aanzien van het bepaalde in het eerste lid.
Artikel 32.
De rechthebbende, de beheerder of bedrijfsleider van een winkel, hal, kraam of soortgelijke gelegenheid waar eet- of drinkwaren worden verstrekt, die ter plaatse plegen te worden genuttigd:
- a.
draagt er zorg voor dat ten behoeve van het publiek een voldoende aantal manden, bakken of soortgelijken voorwerpen aanwezig is, waarin papier, plastic bekers, etensresten en ander afval kunnen worden achtergelaten en die van een zodanige constructie zijn, dat het afval daarin deugdelijk geborgen blijft;
- b.
draagt er zorg voor dat die voorwerpen regelmatig en tijdig worden geledigd;
- c.
draagt er zorg voor dat afval dat niet in de in dat onderdeel bedoelde voorwerpen is gedeponeerd en zich bevindt binnen een onbelemmerde straal van 4 meter van de in de aanhef bedoelde gelegenheid van de openbare weg wordt verwijderd.
Artikel 33.
-
1. Degene die een bedrijf uitoefent draagt ervoor zorg dat op de weg achtergebleven stoffen en andere voorwerpen die het milieu verontreinigen en die kennelijk uit zijn bedrijf afkomstig zijn dan wel daarvoor zijn bestemd, worden verwijderd:
- a.
ten minste dagelijks, uiterlijk één uur voor zonsondergang, en ook
- b.
terstond op eerste aanzegging van een ambtenaar of aangewezen instantie, belast met de handhaving van deze verordening.
- a.
-
2. Het eerste lid geldt niet voor degene die een bedrijf uitoefent in een inrichting in de zin van de Wet volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer BES.
Artikel 34.
De organisator van een evenement, betoging of optocht draagt er zorg voor dat na afloop van het evenement, de betoging of de optocht op de weg achtergebleven veeg- en zwerfafval, stoffen en voorwerpen worden verwijderd.
Hoofdstuk 9. Algemene bepalingen met betrekking tot vergunningen en ontheffingen
Artikel 35.
-
1. De aanvraag om een vergunning of ontheffing wordt schriftelijk ingediend.
-
2. De aanvrager verstrekt alle inlichtingen en legt alle bescheiden over die nodig zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
-
3. Een vergunning of ontheffing kan worden geweigerd, indien
- a.
het verlenen daarvan niet in overeenstemming is met wet- en regelgeving of het afvalstoffenplan of
- b.
anderszins niet in het belang is van een doelmatig en milieuhygiënisch verantwoord afvalstoffenbeheer.
- a.
-
4. Een vergunning of ontheffing kan onder beperkingen worden verleend.
-
5. Aan een vergunning of ontheffing worden voorschriften verbonden in het belang van een doelmatig en milieuhygiënisch verantwoord afvalstoffenbeheer.
-
6. Tot die voorschriften kan behoren dat de vergunninghouder financiële zekerheid stelt voor de naleving van de aan de vergunning verbonden gestelde voorschriften.
Artikel 36.
-
1. Het bestuurscollege beschikt op een aanvraag binnen zestig dagen na ontvangst van de aanvraag.
-
2. Het kan deze termijn eenmaal met ten hoogste dertig dagen verlengen.
Artikel 37.
-
1. Het bestuurscollege kan een vergunning of ontheffing geheel of gedeeltelijk intrekken of ambtshalve wijzigen, indien
- a.
de bij de aanvraag verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn, dat op de aanvraag een andere beschikking zou zijn gegeven, indien juiste en volledige gegevens bekend zouden zijn geweest;
- b.
beperkingen waaronder de vergunning of ontheffing is verleend of voorschriften die eraan zijn verbonden, niet zijn nageleefd;
- c.
zich na de verlening nieuwe omstandigheden hebben voorgedaan of gebleken is van inzichten, die zouden hebben geleid tot weigering van de vergunning of ontheffing of tot het verlenen daarvan onder andere beperking en of het verbinden daaraan van andere voorschriften.
- a.
-
2. Voorts kan het bestuurscollege een vergunning of ontheffing op verzoek van de houder ervan wijzigen indien het belang van een doelmatige en milieu hygiënisch verantwoord afvalstoffenbeheer zich daartegen niet verzet.
Hoofdstuk 10. Bepalingen over kunststofproducten voor eenmalig gebruik
Artikel 38. Toepassingsbereik
De bepalingen in dit hoofdstuk zijn van toepassing op kunststof bestek, bekers, borden, confetti, draagtassen, rietjes, roerstaafjes en voedselverpakkingen en wattenstaafjes voor eenmalig gebruik.
Artikel 39. Verbodsnorm (kunststof) draagtassen voor eenmalig gebruik
-
1. Het is verboden kunststof draagtassen voor eenmalig gebruik in de handel te brengen.
-
2. Draagtassen voor eenmalig gebruik vervaardigd van een ander materiaal dan kunststof mogen niet in de handel worden gebracht.
Artikel 40. Verbodsnorm overige kunstofproducten voor eenmalig gebruik
Het is verboden de volgende kunststofproducten voor eenmalig gebruik in de handel te brengen:
- a)
bekers;
- b)
bestek;
- c)
borden;
- d)
confetti
- e)
rietjes;
- f)
roerstaafjes;
- g)
voedselverpakkingen, en
- h)
wattenstaafjes.
Artikel 41. Tijdelijke ontheffing van het verbod
-
1. Het Bestuurscollege kan op verzoek ontheffing verlenen van het verbod in de artikelen 39 en 40.
-
2. Een ontheffing kan alleen worden aangevraagd en verleend voor de evenementen Carnaval en Statia Day, voor het jaar der inwerkingtreding van deze verordening.
-
3. Aan de ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden.
-
4. Een verzoek om ontheffing wordt uiterlijk 3 maanden voorafgaand aan de evenementen als be-doeld in het tweede lid ingediend.
Hoofdstuk 11. Slotbepalingen
Artikel 42.
Overtreding van de bepalingen uit deze verordening worden aangemerkt strafbare feiten ingevolge artikel 10.13 van de Wet Volkshuisvesting, ruimtelijke ontwikkeling en milieu.
Artikel 43.
-
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 april 2021.
-
2. In afwijking van het eerste lid:
- a.
treedt het in handel brengen van kunststof producten genoemd in artikel 40 met ingang van 01 juni 2021 in werking;
- b.
treedt artikel 39 in werking met ingang van 01 augustus 2021;
- a.
-
3. Bij de inwerkingtreding van deze verordening wordt de Afvalstoffenverordening Sint Eustatius (A.B. 2018, 24) wordt ingetrokken.
-
4. Een vergunning of ontheffing verleend op grond van de Afvalstoffenverordening Sint Eustatius (2018, 24) blijft gedurende 3 maanden na de in het eerste lid bedoelde datum van kracht en geldt dan als vergunning of ontheffing op grond van deze verordening.
Artikel 44.
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening afvalstoffen Sint Eustatius 2021.
Ondertekening
Aldus vastgesteld door de eilandsraad van Sint Eustatius op 4 maart 2021.
De eilandsraad van Sint Eustatius
De wnd. griffier,
w.g. J.C.M. van Berkel.
De voorzitter,
w.g. Mr. mr. M.L.A. van Rij.
Goedgekeurd door de Regeringscommissaris op 9 maart 2021*
* Handelende op grond van artikel 10 van de Wet herstel voorzieningen Sint Eustatius
MEMORIE VAN TOELICHTING
DE EILANDSRAAD VAN HET OPENBAAR LICHAAM ST EUSTATIUS;
Algemeen:
- 1.
Inleiding
Het openbaar lichaam St Eustatius streeft naar een gezonde leefomgeving voor alle inwoners en een versterking van het groene imago van het eiland. In dat kader werkt het openbaar lichaam toe naar het verminderen van de hoeveelheid afval en schadelijke stoffen die op het eiland terecht komen en in het bijzonder naar een vermindering van materialen die een groot risico hebben om in het milieu te belanden, zoals kunststofproducten. Om dat te bereiken, werkt het openbaar lichaam samen met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aan maatregelen die gericht zijn op een algehele verbetering van het afvalbeheer en aan het beperken van de milieuvervuiling op het eiland, waaronder het verminderen van plastic zwerfafval. De onderhavige wijziging van de afvalstoffenverordening die gericht is op het invoeren van een verbod op het in de handel brengen van aangewezen categorieën wegwerpplastics past daarbij.
De verwachting is dat met de genoemde maatregel het aandeel plastic producten voor eenmalig gebruik in het zwerfafval aanzienlijk zal verminderen. Ook zal de maatregel een bijdrage leveren aan een schonere reststroom in het afval en daarmee een vermindering van schadelijke uitstoot uit de openluchtverbrander.
- 2.
Overwegingen bij de invoering van een verbod op categorieën kunststofproducten voor eenmalig gebruik
Afvalprobleem
St Eustatius kampt met een plastic zwerfafvalprobleem dat het gevolg is van het gebruik van kunststofproducten voor eenmalig gebruik. Op St Eustatius worden kunststofproducten voor eenmalig gebruik in grote getalen op de markt gebracht. De meeste van die producten worden geïmporteerd en blijven in het afvalstadium op het eiland achter. Na afdanking verspreiden de wegwerpplastics zich over het landschap en naar zee, waar ze een bedreiging vormen voor het milieu en de koraalriffen rond de eilanden die bekend staan om hun schoonheid en tevens van aanzienlijk belang zijn voor de lokale economie.
De kunststofproducten voor eenmalig gebruik bedreigen niet alleen St Eustatius’s natuur en lokale economie, ze kunnen ook maar in beperkte mate worden gerecycled in het kleinschalige recyclingsysteem op St Eustatius. Sommige plastic producten, zoals plastic flessen en andere harde plastics, kunnen makkelijk worden gescheiden van ander restafval en vervolgens worden geëxporteerd voor recycling. Wegwerpplastics daarentegen, worden met het restafval mee verbrand in een openlucht verbrander en dat gaat gepaard met emissies van schadelijke stoffen. Het verbranden van kunststofproducten voor eenmalig gebruik is helaas noodzaak, omdat het exporteren van die categorieën kunststofproducten te kostbaar is en bovendien in het recyclingsproces te weinig oplevert vanwege de lage waarde van dit type plastic. Dat laatste zorgt er ook voor dat er weinig interesse is van buitenaf in het afnemen van deze afvalstroom. De exportmogelijkheden zijn daardoor zeer beperkt.
Bestuurlijke en maatschappelijke ontwikkelingen
De wens om een oplossing te vinden voor het verminderen van wegwerpplastics bestaat op St Eustatius al langere tijd. In 2018 werd door de eilandsraad van St Eustatius een motie aangenomen om regelgeving te ontwikkelen die gericht is op het verminderen van het aanbod en gebruik van wegwerpplastics. In de zomer van 2019 ondertekenden het openbaar lichaam, vertegenwoordigd door de regeringscommissaris, en de staatssecretaris van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een intentieverklaring gericht op de uitfasering van plastic producten voor eenmalig gebruik op St Eustatius, uiterlijk in 2021. Het invoeren van een verbod op kunststofproducten voor eenmalig gebruik past ook binnen bredere ontwikkelingen die zich op dit gebied voordoen in Europa en de rest van de wereld.
De afgelopen jaren is er op St Eustatius ook een maatschappelijke trend waargenomen in de richting van vervanging van wegwerpplastics door milieuvriendelijke alternatieven, met name bij restaurants en hotels. Verschillende hotels en restaurants zijn inmiddels overgestapt op duurzame alternatieven voor wegwerpproducten, zoals rietjes van papier of gras en kartonnen eetbakjes.
Hoewel er door een enkele speler in de horeca- en dienstverleningssector voorzichtige pogingen zijn ondernomen bij het helpen reduceren van het gebruik van kunststofproducten voor eenmalig gebruik, kan niet worden gezegd dat de marktspelers op St Eustatius uit eigen beweging structureel verantwoordelijkheid hebben genomen voor dat type producten na het op de markt brengen ervan.
Er wordt door marktpartijen onvoldoende nagedacht over de vraag wat er met kunststofproducten voor eenmalig gebruik moet gebeuren na consumptie, terwijl de impact van dergelijke producten in de afvalfase op het milieu groot is. In een eerder stadium is geprobeerd om via informele afspraken marktspelers op hun verantwoordelijkheden aan te spreken bij het reduceren van wegwerpplastics. Zo werd een convenant gesloten om het gebruik van plastic tassen bij de supermarkten terug te dringen. Dat bleek echter geen effectieve maatregel. Ingrijpen via regeling door het openbaar lichaam ligt, gelet op ervaringen uit het recente verleden, daarom meer in de rede.
Consultatie en draagvlak
Vooruitlopend op de implementatie van een verbod op wegwerpplastics is in verschillende rondes met belanghebbenden gesproken over maatregelen om het gebruik van wegwerpplastics terug te dringen. De gesprekken zijn gevoerd met de branches die redelijkerwijs de grootste impact ondervinden van een verbod op wegwerpplastics, namelijk de horeca en supermarkten. Uit deze gesprekken, en de eerdere consultaties met belanghebbenden, werd duidelijk dat er breed draagvlak is voor de invoering van een verbod op bepaalde categorieën wegwerpplastic.
Bij de gespreksronde over de aanpak van wegwerpplastics kwam vanuit zowel het bedrijfsleven als vanuit de lokale gemeenschap sterk het verzoek naar voren om via overheidsingrijpen een krachtig standpunt op wegwerpplastics in te nemen en met dwingende maatregelen te komen. Zowel burgers als bedrijven beschouwen een regeling van het openbaar lichaam als de meest effectieve maatregel voor het terugdringen van wegwerpplastics op het eiland.
- 3.
De reikwijdte van het verbod
De nieuwe bepalingen in de afvalstoffenverordening beogen een forse reductie van de meest vervuilende en minst recyclebare wegwerpplastics door het in de handel brengen ervan te verbieden. Beoogd wordt een vermindering van de impact van (micro)plastics op het milieu en een reductie van het aandeel plastic in het afvalsysteem en in het zwerfafval in het bijzonder. Om tot een drastische reductie te komen van de meest vervuilende en minst recyclebare wegwerpplastics, heeft het verbod betrekking op de volgende reeks plastic wegwerpproducten: bestek, bekers, borden, confetti, draagtassen, rietjes, roerstaafjes, voedselverpakkingen en wattenstaafjes voor eenmalig gebruik.
Voor een nadere duiding van een deel van de kunststofproducten waar het verbod voor gaat gelden, is aansluiting gezocht bij hetgeen daar in het dagelijkse spraakgebruik onder wordt verstaan, met dien verstande dat onder het begrip (draag)tas in deze artikelen wordt verstaan, elke zak of buidel die je (meestal aan de hand) meeneemt om erin op te bergen wat je bij je wilt hebben. Een draagtas is dus een verpakking, met of zonder handgreep, bedoeld om – al dan niet een verzameling - producten in de hand of op de rug mee te vervoeren. Daaronder vallen ook tassen, met of zonder handgreep, die in (super)markten vaak gebruikt worden voor onverpakte levensmiddelen, zoals brood, fruit, groente of rauwe vis of vlees.
Het verbod gaat gelden voor de in artikel 39 en 40 aangewezen categorieën kunststofproducten voor eenmalig gebruik. Die categorieën producten kunnen van een grote verscheidenheid aan kunststoffen worden gemaakt. Kunststoffen zijn er in vele soorten en maten. Voor de omschrijving van kunststofproducten in deze verordening is aansluiting gezocht bij de begripsomschrijving die wordt gehanteerd in Europese regelgeving. Kunststoffen worden gedefinieerd als polymere materialen waaraan eventueel additieven zijn toegevoegd. Buiten alle twijfel staat daarom dat de zogeheten styrofoam voedselverpakkingen die op St Eustatius vaak worden gebruikt om afhaalmaaltijden in te verpakken, binnen de reikwijdte van verboden kunststofproducten voor eenmalig gebruik vallen.
Maar ook sommige natuurlijke polymeren kunnen onder de eerder aangehaalde definitie van kunststoffen vallen. Het betreft dan de zogeheten bioplastics. De in de onderhavige afvalstoffenverordening aangewezen kunststofproducten voor eenmalig gebruik die met gewijzigde natuurlijke polymeren worden geproduceerd of kunststoffen die op basis van biologische, fossiele of synthetische basisstoffen worden geproduceerd, komen niet in de natuur voor en vallen daarom ook binnen de reikwijdte van het verbod. De definitie van kunststoffen omvat daarom ook de op polymeren gebaseerde rubberen producten en kunststoffen op biologische basis en biologisch afbreekbare kunststoffen, ongeacht of zij van biomassa zijn afgeleid of bedoeld zijn om na verloop van tijd biologisch af te breken. Kunststoffen op biologische basis en biologisch afbreekbare kunststoffen hebben eenzelfde levenscyclus als kunststoffen die zijn geproduceerd uit fossiele brandstoffen, tenzij deze worden verwerkt in een commerciële compostfaciliteit. Aangezien St Eustatius geen commerciële compostfaciliteit heeft en wegwerpplastics bovendien een relatief grote kans hebben als zwerfafval te eindigen, is besloten de genoemde producten gemaakt van kunststoffen in de brede zin van het begrip te verbieden.
- 4.
Wanneer geldt het verbod?
Met ingang van 1 maart 2021 is het in de handel brengen van kunststoftassen voor eenmalig gebruik verboden. Er is gekozen voor een relatief snelle invoering van het verbod, omdat de stakeholders al geruime tijd op de hoogte zijn van de plannen met betrekking tot dit verbod. Ook zijn er reeds voldoende alternatieven beschikbaar in de vorm van papieren tassen en herbruikbare tassen. De stakeholders krijgen desondanks tot 1 augustus 2021 de tijd om hun huidige voorraden plastic tassen op te gebruiken.
Op diezelfde datum mogen tassen voor eenmalig gebruik die van een ander materiaal zijn vervaardigd dan kunststof niet meer gratis in de handel worden gebracht. Detailhandelaren of dienstverleners die besluiten om draagtassen voor eenmalig gebruik te verkopen die niet van kunststof zijn gemaakt, zoals papieren tassen voor eenmalig gebruik, mogen zelf de hoogte van het verkoopbedrag daarvan vaststellen. Er is voor gekozen deze maatregel tegelijkertijd in te voeren om verwarring voor stakeholders zoveel mogelijk te voorkomen. Beide maatregelen zullen gezamenlijk worden gecommuniceerd.
- 5.
Voor wie geldt het verbod?
Het verbod op het in de handel brengen van kunststofproducten voor eenmalig gebruik richt zich tot alle op Sint Eustatius aanwezige personen die een van de in artikel 39 en artikel 40 genoemde producten voor eenmalig gebruik in de handel brengen. Dat kunnen bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend zijn: producenten, winkeliers en importeurs. Omdat het verbod geldt voor eenieder die in het kader van een handelsactiviteit, al dan niet tegen betaling, wegwerpplastic verstrekt met het oog op distributie, consumptie of gebruik vallen bijvoorbeeld ook lokale distributeurs, leveranciers en webshops onder het verbod. Concreet betekent dit dat het verbod de gehele detailhandel en dienstverleningssector van St Eustatius treft.
- 6.
Uitzonderingen
Om het verbod effectief te laten zijn, is er afgezien van het opnemen van uitzonderingen op het gebruik van kunststofdraagtassen. Er wordt ook geen uitzondering gemaakt voor plastic draagtassen die nu nog worden gebruikt om bijvoorbeeld onverpakte levensmiddelen in te verpakken, zoals fruit. Een dergelijke uitzondering is niet nodig, omdat er herbruikbare alternatieven zijn, zoals netjes. Ook kan er eenvoudig worden overgestapt op papieren tassen. De enige marktverkoper op het eiland die onverpakte versproducten verkoopt kan overstappen op papieren tasjes. Papieren tassen zijn al in gebruik op sommige andere verkooppunten (supermarkten, winkels). De overstap van de marktverkoper op papieren tasjes zal daarom voor zowel de verkoper als voor de klanten geen grote aanpassing vergen.
Er is wel gekozen voor het introduceren van een tijdelijke ontheffingsmogelijk van het verbod voor de twee grootste, jaarlijkse evenementen op het eiland. Dat zijn Carnaval en Statia Day. Bij voorkeur worden vanaf de inwerkingtreding van de gewijzigde afvalstoffenverordening ook tijdens deze evenementen zo veel als mogelijk herbruikbare voedsel- en drankverpakkingen geïntroduceerd. Om dat zo veel mogelijk te garanderen, is het mogelijk gemaakt om voorwaarden aan de ontheffing te verbinden. Gelet op de impact die het verbod kan hebben op de organisatie van deze evenementen, en om de organisatoren van de twee grootste evenementen op het eiland voldoende ruimte te geven zich aan te passen aan de nieuwe regelgeving, wordt tot een ontheffingsmogelijkheid gecreëerd. De periode waarin is voorzien in een tijdelijke ontheffingsmogelijkheid is nadrukkelijk bedoeld als een overgangsfase. Het wordt wenselijk geacht dat juist ook de organisatoren van grote evenementen toewerken naar een situatie waarin het gebruik van kunststof wegwerpproducten niet langer aan de orde is. Een verzoek kan worden ingediend bij het bestuurscollege, die de aanvraag beoordeeld. De bestuursrechtelijke rechtsbescherming wordt geregeld via de Wet administratieve rechtspraak BES.
- 7.
Gevolgen voor burgers en bedrijven
Met ingang van het verbod op wegwerpplastics zullen bedrijven, met name horecabedrijven en supermarkten, genoodzaakt zijn alternatieven te zoeken voor de kunststof wegwerpproducten die momenteel worden aangeboden. Alternatieven die de laatste jaren al op het eiland zijn verschenen, zijn papieren en suikerrieten bordjes, bekers en voedselverpakkingen, herbruikbare rietjes, herbruikbaar bestek, katoenen zakjes voor versproducten en herbruikbare boodschappentassen.
Omdat duurzame alternatieven vaak duurder zijn dan wegwerpplastics, kan een volledige overstap naar alternatieven financiële consequenties hebben. Als bedrijven besluiten dergelijke kosten door te vertalen in de verkoopprijzen van hun producten kan dat ook de individuele consument raken.
Daar staat tegenover dat het met de kostenstijging mogelijk meevalt. Niet alle wegwerpproducten die nu worden aangeboden moeten noodzakelijkerwijs door een alternatief worden vervangen. Het verstrekken van rietjes bij dranken is bijvoorbeeld niet noodzakelijk, evenals het verstrekken van plastic bestek bij een afhaalmaaltijd. De hogere inkoopkosten van duurzame alternatieven die moeten worden gedragen door bedrijven kunnen dus gedeeltelijk worden gemitigeerd door in het geheel af te zien van de inkoop van (duurzame, herbruikbare) rietjes of wegwerpbestek. Het is aan de bedrijven om daarin een eigen keuze te maken. Als de keuze valt op het vervangen van producten voor eenmalig gebruik door herbruikbare varianten, hoeft er bovendien maar eenmalig hogere kosten te worden gemaakt.
Het is onmogelijk om in dit stadium een accurate inschatting te maken van de wijze waarop bedrijven invulling gaan geven aan het verbod op het in de handel brengen van de kunststofproducten voor eenmalig gebruik. Bedrijven hebben immers de keuze om de producten te vervangen door duurzame alternatieven voor eenmalig gebruik, herbruikbare alternatieven of bedrijven kunnen ervoor kiezen om voor enkele artikelen helemaal geen vervanging in te kopen. De overwegingen om bepaalde nalevingsopties te kiezen verschillen per bedrijf en moeten in de nabije toekomst nog blijken.
Burgers zullen moeten wennen aan nieuwe producten en materialen. Daarnaast kan het voorkomen dat bepaalde producten voor consumenten iets duurder worden. Het is de inschatting dat de hogere kosten voor alternatieve producten maar een klein percentage bedragen van de totale kosten die huishoudens besteden aan boodschappen. Om de gevolgen voor burgers verder te verzachten worden de volgende maatregelen getroffen.
Via een te ontwikkelen communicatiecampagne worden burgers (en bedrijven) geadviseerd over beschikbare en geschikte alternatieven, waaronder het gebruik van herbruikbare en betaalbare alternatieven zoals kartonnen producten, en wordt indien mogelijk ondersteuning geboden door een eerste set alternatieven gratis aan inwoners van St Eustatius aan te bieden. Voor de communicatiecampagne is een bedrag gereserveerd. Het belangrijkste onderdeel van de campagne is gericht op het aanbieden van een ‘starterspakket’ met informatie en alternatieven voor wegwerpplastics aan alle Stakeholders op het eiland. Daarnaast zullen als onderdeel van de campagne posters en video’s worden verspreid. Er wordt hierin zoveel mogelijk samengewerkt met de jongste generaties.
- 8.
Handhaving en naleving
Het openbaar lichaam is verantwoordelijk voor handhaving van het verbod. Handhaving van de maatregel is gericht op een relatief klein aantal bedrijven. De aanspraak op de totale handhavingscapaciteit kan daarom tot een minimum worden beperkt. De handhavingstaken worden belegd bij de huidige teams die verantwoordelijk zijn voor de inspectie van horeca en supermarkten. Het uitvoeren van een controle op de aanwezigheid van de in het handelsverbod aangewezen wegwerpplastics tijdens de reguliere horeca- en supermarktcontroles is een bescheiden extra taak.
Het introduceren van een apart meldpunt voor consumenten wordt niet noodzakelijk geacht. Consumenten die een overtreding van het verbod willen melden kunnen daarvoor terecht bij de Government Information Services, waarna de melding terecht komt bij de verantwoordelijk beleidsmedewerker van het openbaar lichaam.
De verbodsnorm zal moeten leiden tot een verandering van het gedrag van alle betrokkenen, van winkelier tot consument. De marktpartijen zullen zich moeten oriënteren op andere producten en in sommige gevallen de klant erop moeten wijzen dat er betaald moet worden voor tassen voor eenmalig gebruik. De consument doet er op zijn beurt verstandig aan vanaf de invoering van het verbod een eigen tas en herbruikbare lunchbox mee te nemen. Uit door het openbaar lichaam verricht onderzoek bleek dat het draagvlak onder de inwoners van St Eustatius voor een verbod groot is en ook acceptabel gevonden wordt. Het is de inschatting dat die accepterende grondhouding en de immateriële voordelen die normconform gedrag kunnen opleveren, bijdragen aan de naleving van het verbod. Een nader te ontwikkelen bewustwordings- en voorlichtingscampagne met heldere communicatie over het verbod vanuit het openbaar lichaam kan naleving verder ondersteunen.
Verder is van de gelegenheid gebruik gemaakt om enkele praktische aanpassingen te doen. Zo is het nu expliciet opgenomen dat het verboden is huishoudelijke afvalstoffen die zijn ontstaan buiten een perceel achter te laten in de openbare ruimte, anders dan in de daartoe bestemde afvalbakken.
Ook is er een artikel toegevoegd waarin het verbod voor inrichtingen is opgenomen om afval in de open lucht op te slagen.
Tevens is een bepaling toegevoegd waarin staat aangegeven dat overtreding van deze verordening tot een strafbaar feit leidt en waar dit op berust.
Artikelsgewijze toelichting:
Artikel I
Definities
Dit onderdeel bevat een omschrijving van enkele in de regeling gebruikte begrippen. De omschrijving van de begrippen kunststof, kunststofproducten voor eenmalig gebruik en in de handel brengen zijn gebaseerd op de definitie van deze begrippen in Richtlijn (EU) 2019/904 over de vermindering van de effecten van bepaalde kunststofproducten op het milieu.
Als gevolg van deze omschrijving wordt onder kunststofproducten voor eenmalig gebruik ook verstaan de zogeheten ‘bioplastics’. Dat zijn kunststoffen die met gewijzigde natuurlijke polymeren worden geproduceerd of kunststoffen die op basis van biologische, fossiele of synthetische basisstoffen worden geproduceerd.
In de definitie van kunststof is expliciet opgenomen dat het materiaal ‘styrofoam’ daar onderdeel van uitmaakt. Het materiaal styrofoam wordt op Sint Eustaitus op grote schaal gebruikt als eenmalige voedselverpakking voor afhaalmaaltijden. Styrofoam verpakkingen belanden frequent als zwerfafval in het milieu op Saba. Om geen misverstanden te laten bestaan over de vraag of styrofoam ook als kunststof moet worden beschouwd, is het expliciet opgenomen in de definitie van kunststof.
Hoodfstuk 10
Artikel 39
In dit artikel wordt het verbod op het in de handel brengen van kunststof draagtassen voor eenmalig gebruik geïntroduceerd. Het verbod op het in de handel brengen geldt voor alle kunststof draagtassen voor eenmalig gebruik. Wat onder kunststof draagtassen moet worden verstaan, wordt nader omschreven in het algemeen deel van de toelichting.
Deze (hoofd)bepaling kent geen uitzonderingen. Er zijn dus geen bijzondere omstandigheden aangewezen waaronder het verbod niet geldt.
Dit artikel bevat tevens een verbod op het gratis in de handel brengen van draagtassen voor eenmalig gebruik, gemaakt van een ander materiaal dan kunststof. Dat betekent dat onder meer voor papieren tassen door de consument moet worden betaald. Ook voor alle andere tassen die voor eenmalig gebruik zijn bedoeld, maar die niet van kunststof zijn gemaakt, moet een financiële bijdrage worden betaald.
Artikel 40
Deze bepaling bevat een opsomming van kunststofproducten voor eenmalig gebruik die niet meer in de handel mogen worden gebracht.
Voor de omschrijving van de producten in de onderdelen a t/m h is aansluiting gezocht bij hetgeen daar in het normale spraakgebruik onder wordt verstaan.
Artikel 41
In deze bepaling is voorzien in een tijdelijke ontheffingsmogelijkheid van het verbod in het jaar der inwerkingtreding van de verordening. De ontheffingsmogelijkheid is enkel gecreëerd voor de twee grootste evenementen van het eiland, te weten: Carnaval en Saba Day. Voor andere gelegenheden bestaat er geen mogelijkheid om ontheffing van het verbod als bedoeld in de artikelen 39 en 40 te verzoeken. Na die termijn is een ontheffingsverzoek niet langer mogelijk.
De bestuursrechtelijke rechtsbescherming wordt geregeld via de Wet administratieve rechtspraak BES.
Artikel 43 regelt de inwerkingtreding, waarbij dit gefaseerd wordt gedaan.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl