Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR743005
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR743005/1
Besluit van de regeringscommissaris 07 december 2020 no. 923/GEZ in plaats van de eilandsraad tot vaststelling van de tarieven voor speelvergunningsrecht Sint Eustatius (Verordening speelvergunningsrecht Sint Eustatius 2021)
Geldend van 01-01-2021 t/m heden
Intitulé
Besluit van de regeringscommissaris 07 december 2020 no. 923/GEZ in plaats van de eilandsraad tot vaststelling van de tarieven voor speelvergunningsrecht Sint Eustatius (Verordening speelvergunningsrecht Sint Eustatius 2021)De Regeringscommissaris voor Sint Eustatius, krachtens artikel 8 van de wet herstel voorzieningen Sint Eustatius, handelende in de plaats van de eilandsraad.
Gelet op art. 1 van de Wet hazardspelen BES I en art. 1 onder a en art. 5 van de Wet speelvergunningsrecht hazardspelen BES;
b e s l u i t:
vast te stellen de volgende verordening:
Verordening speelvergunningsrecht Sint Eustatius 2021
Artikel 1. Begripsbepalingen
- a.
Speelvergunningsrecht: het bij hazardspelen als bedoeld in de Wet hazardspelen I ten behoeve van het openbaar lichaam te heffen recht;
- b.
Vergunninghouder: degene aan wie een vergunning is verleend op grond van artikel 1 van de Wet hazardspelen BES I.
- c.
Openbaar lichaam: openbaar lichaam Sint Eustatius.
Artikel 2. Belastbaar feit
Onder de naam "speelvergunningsrecht" wordt voor het houden van een vergunning tot exploiteren van een gelegenheid voor hazardspelen.
Artikel 3. Belastingplicht
Het speelvergunningsrecht is verschuldigd door de vergunninghouder.
Artikel 4. Maatstaven van heffing en tarief
-
1. Het tarief bedraagt 10% van het uit de vergunning voortvloeiende bruto-bedrag der ontvangsten in het boekjaar.
-
2. Indien krachtens dezelfde vergunning meerdere gelegenheden voor hazardspelen worden geëxploiteerd, wordt het speelvergunningsrecht geheven als ware voor elk van deze gelegenheden afzonderlijk een vergunning verleend.
-
3. Onder het bruto-bedrag der ontvangsten worden mede begrepen de niet geïncasseerde speelschulden.
-
4. De vergunninghouder is verplicht een boekhouding en administratie in te richten en te voeren waaruit het bruto-bedrag der ontvangsten onweerlegbaar blijkt.
-
5. Indien krachtens dezelfde vergunning meerdere gelegenheden voor hazardspelen worden geëxploiteerd, is de vergunninghouder verplicht voor elk van die gelegenheden een afzonderlijke boekhouding en administratie in te richten en te voeren waaruit het bruto-bedrag der ontvangsten van de desbetreffende gelegenheid onweerlegbaar blijkt.
-
6. Het totaal verschuldigde bedrag wordt naar beneden op gehele USD afgerond.
Artikel 5. Wijze van heffing
Het speelvergunningsrecht wordt geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.
Artikel 6. Belastingjaar
Het belastingjaar is gelijk aan het boekjaar.
Artikel 7. Ontstaan van de belastingschuld
Het speelvergunningsrecht is verschuldigd aan het einde van het boekjaar.
Artikel 8. Termijnen van betaling
-
1. Het speelvergunningsrecht moeten worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in art. 5:
- a.
mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;
- b.
schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.
- a.
-
2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.
Artikel 9. Teruggaaf
Er kan teruggaaf worden verleend van het speelvergunningsrecht dat te veel of ten onrechte betaald is aan het eind van het belastingjaar.
Artikel 10. Kwijtschelding
Bij de invordering van het speelvergunningsrecht wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 11. Inwerkingtreding
-
1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2021.
-
2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.
Artikel 12. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening speelvergunningsrecht Sint Eustatius 2021.
Ondertekening
Aldus vastgesteld door de Regeringscommissaris te Sint Eustatius op 07 december 2020
De regeringscommissaris voor Sint Eustatius,
w.g. De heer M.L.A. van Rij
TOELICHTING bij de Verordening speelvergunningsrecht Sint Eustatius 2021
A. Algemene toelichting
Wettelijke basis
Art. 40 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Stb. 2010, 365; hierna: FinBES) bepaalt dat de eilandsraad de belastingverordeningen vaststelt. De Verordening speelvergunningsrecht Sint Eustatius 2021 is gebaseerd op art. 5 van de Wet speelvergunningsrecht Sint Eustatius 2021.
B. Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Om duidelijkheid te scheppen over de inhoud van een aantal in de verordening voorkomende begrippen is daarvan een omschrijving opgenomen in art. 1.
Artikel 2 Belastbaar feit
Het belastbare feit is het houden van een vergunning tot exploiteren van een gelegenheid voor hazardspelen.
Artikel 3 Belastingplicht
Belastingplichtig is degene die de vergunning in de zin van art. 1 van de Wet hazardspelen I houdt. De vergunning kan worden verleend aan een exploitant van hazardspelen in daartoe met name aan te wijzen en speciaal daarvoor ingerichte hotels.
Artikel 4 Maatstaf van heffing en tarief
Lid 1
Dit artikel regelt het tarief. De Wet speelvergunningsrecht hazardspelen BES schrijft geen tarief voor. Er is gekozen voor 10%, gelijk aan het wettelijke tarief voor de Loterijvergunningsrechten. Het tarief van 10% wordt geheven over het bruto-bedrag van de ontvangsten in het boekjaar.
Lid 2
In de verordening zijn bepalingen opgenomen die ook in de wet staan, die van belang zijn voor het bepalen van de heffingsmaatstaf en het tarief. Zo geldt dat, indien op dezelfde vergunning meerdere gelegenheden voor hazardspelen worden geëxploiteerd, het speelvergunningsrecht wordt geheven alsof sprake was van afzonderlijke vergunningen (art. 3 lid 2 van de Wet).
Lid 3
Niet geïncasseerde speelschulden vallen ook onder het bruto-bedrag van de speelschulden (art. 3 lid 3 van de Wet).
Lid 4
Op grond van art. 4 lid 1 van de Wet is de vergunninghouder verplicht een boekhouding en administratie in te richten waaruit het bruto-bedrag van de ontvangst onweerlegbaar blijkt.
Lid 5
De vergunninghouder is, indien op dezelfde vergunning meerdere gelegenheden voor hazardspelen worden geëxploiteerd, verplicht voor elk van de gelegenheden een afzonderlijke administratie te voeren (art. 4 lid 2 van de Wet).
Lid 6
Het totaal verschuldigde bedrag wordt naar beneden op gehele USD afgerond.
Artikel 5 Wijze van heffing
Het speelvergunningsrecht wordt geheven op basis van de zogenaamde heffing op andere wijze. Dit is een vormvrije heffingsmethodiek. Er is onderscheid gemaakt tussen een mondelinge en een schriftelijke kennisgeving.
Artikel 6 Belastingjaar
De belasting wordt geheven per boekjaar (art. 3 lid 1 van de Wet).
Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld
Het belastingtijdvak is het hele boekjaar. De belasting is verschuldigd aan het einde van het boekjaar.
Artikel 8 Termijnen van betaling
Indien de kennisgeving mondeling wordt gedaan of de kennisgeving wordt uitgereikt, moeten de rechten terstond worden betaald op het moment van het mondeling doen of het uitreiken van de kennisgeving. Indien een kennisgeving achteraf wordt toegezonden, dan moet deze worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. Dat de Algemene termijnenwet niet van toepassing is op de betaaltermijnen (tweede lid) heeft tot gevolg dat een betaaltermijn die afloopt op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag of daarmee gelijkgestelde dag, niet doorschuift naar de eerstvolgende werkdag.
Artikel 9 Teruggaaf
In art. 8 van de Wet is bepaald dat teruggaaf kan worden verleend indien te veel of ten onrechte speelvergunningsrecht is betaald.
Artikel 10 Kwijtschelding
Op grond van art. 84 FinBES kan in de belastingverordening worden bepaald dat geen of slechts gedeeltelijk kwijtschelding van belasting wordt verleend. Er wordt geen kwijtschelding verleend van de speelvergunningsrechten.
Artikel 11 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2021. Dit is meteen ook de datum van ingang van de heffing.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl