Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR743004
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR743004/1
Besluit van de regeringscommissaris van 07 december 2021 no 922/GEZ in plaats van de eilandsraad tot vaststelling van de Verordening motorrijtuigenbelasting Sint Eustatius 2021
Geldend van 01-01-2021 t/m heden
Intitulé
Besluit van de regeringscommissaris van 07 december 2021 no 922/GEZ in plaats van de eilandsraad tot vaststelling van de Verordening motorrijtuigenbelasting Sint Eustatius 2021De regeringscommissaris voor Sint Eustatius, krachtens de artikel 8 van de Wet herstel voorzieningen Sint Eustatius handelende in plaats van de eilandsraad
Gelet op de artikelen 40 en 55 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en artikel 166, eerste en tweede lid, onderdeel h, van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
BESLUIT:
vast te stellen de volgende verordening:
Verordening motorrijtuigenbelasting Sint Eustatius 2021
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
|
een motorrijtuig op drie of meer wielen dat is ingericht voor personenvervoer en wel voor het vervoer van meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen; |
|
een motorrijtuig op drie of meer wielen niet zijnde een personenauto of een autobus, met een toegestane maximum massa van 3.500 kg of minder; |
|
het bestuurscollege van het openbaar lichaam Sint Eustatius; |
|
sticker waarop het belastingjaar staat vermeld en die dient als bewijs van betaling; |
|
de eilandambtenaar als bedoeld in artikel 67, tweede lid, onderdeel b, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; |
|
motorrijtuig als bedoeld in artikel 55, tweede lid, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; |
|
een motorrijtuig op twee wielen, alsmede een dergelijk motorrijtuig dat is verbonden met een zijspanwagen; |
|
een door of vanwege het openbaar lichaam ter identificatie uitgegeven en aan het motorrijtuig te bevestigen plaat met een unieke letter- en cijfercombinatie, daaronder begrepen controleplaten of controlestickers; |
|
de eilandsambtenaar als bedoeld in artikel 67, tweede lid, onderdeel c, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba; |
|
een bij een nummerplaat of bij nummerplaten behorend bewijs van betaling of vrijstelling van de belasting; |
|
het openbaar lichaam Sint Eustatius; |
|
alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande paden of wegen, de tot de wegen behorende bruggen, paden en bermen daarbij inbegrepen; |
|
een motorrijtuig op drie of meer wielen, ingericht voor personenvervoer en wel voor het vervoer van niet meer dan acht personen, de bestuurder daaronder niet begrepen; |
|
een motorrijtuig op drie of meer wielen, niet zijnde een personenauto, een bestelauto, een motorrijwiel of een autobus. |
Artikel 2 Voorwerp van de belasting en belastbaar feit
Onder de naam ‘motorrijtuigenbelasting’ wordt een belasting geheven ter zake van het houden van een motorrijtuig.
Artikel 3 Belastingplicht
-
1. Belastingplichtig is degene die bij aanvang van het belastingtijdvak, genoemd in artikel 6, het motorrijtuig houdt.
-
2. Als houder van het motorrijtuig wordt aangemerkt de persoon:
- a.
op wiens naam het voor het motorrijtuig afgegeven bewijs van verzekering, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen BES is gesteld;
- b.
die het motorrijtuig waarvoor geen bewijs van verzekering als bedoeld onder a. is afgegeven, feitelijk ter beschikking heeft;
- a.
-
3. Als de persoon bedoeld in het tweede lid, onder b, wordt beschouwd degene ten aanzien van wie het gebruik van de openbare weg met het motorrijtuig is geconstateerd.
Artikel 4 Vrijstellingen
-
1. De belasting wordt niet geheven ter zake van een motorrijtuig:
- a.
dat wordt gehouden door het openbaar lichaam en in hoofdzaak is bestemd voor officieel gebruik;
- b.
dat wordt gehouden door in de openbare lichamen Saba of Bonaire wonende of gevestigde personen, is voorzien van voor die openbare lichamen geldige nummerplaten en waarmee niet langer dan een maand van de openbare weg binnen of op het grondgebied van het openbaar lichaam gebruik wordt gemaakt;
- c.
dat niet of nog niet in gebruik is en gedurende een door de door de inspecteur bepaalde termijn voor een bepaald doeleinde op de openbare weg mag worden vervoerd of beproefd.
- a.
-
2. Degene die op grond van het eerste lid, onder a of c, recht heeft op vrijstelling van de belasting, moet zich schriftelijk wenden tot de inspecteur voor de afgifte van nummerplaten en stickers.
-
3. Degene die op grond van het eerste lid, onder b, recht heeft op vrijstelling van de belasting, moet zich wenden tot de inspecteur voor een verklaring waarin de datum van aanvang van het gebruik is aangegeven.
Artikel 5 Maatstaven van heffing en belastingtarieven
De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven die zijn opgenomen in de bijlage bij deze verordening.
Artikel 6 Belastingtijdvak
-
1. Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar dan wel, indien het houderschap in de loop van het kalenderjaar aanvangt, het aantal in dat kalenderjaar nog resterende kalenderkwartalen, waarbij een gedeeltelijk kwartaal als een vol kwartaal wordt aangemerkt.
-
2. Voor een motorrijtuig waarvoor in het lopende en het voorgaand belastingtijdvak geen nummerplaat is afgegeven, vangt het belastingtijdvak aan met ingang van 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin het gebruik van de openbare weg met het voertuig is aangevangen, tenzij de houder van het motorrijtuig aannemelijk maakt dat het gebruik van de openbare weg op een later tijdstip is aangevangen, in welk geval het belastingtijdvak aanvangt met ingang van dat latere tijdstip.
-
3. Voor een motorrijtuig waarvoor in het lopende belastingtijdvak geen nummerplaat is afgegeven, vangt het belastingtijdvak aan met ingang van 1 januari van het jaar waarin het gebruik van de openbare weg met het voertuig is geconstateerd, tenzij de houder van het motorrijtuig aannemelijk maakt dat het gebruik van de openbare weg op een later tijdstip is aangevangen, in welk geval het belastingtijdvak aanvangt met ingang van dat latere tijdstip.
Artikel 7 Wijze van heffing
De belasting wordt geheven bij wege van aanslag waarop de verschuldigde belasting is vermeld.
Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en ontheffing naar tijdsgelang
-
1. De belasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak.
-
2. Indien de belastingplicht in de loop van het kalenderjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor het aantal in het kalenderjaar nog resterende kalenderkwartalen, waarbij een gedeeltelijk kwartaal als een vol kwartaal wordt aangemerkt.
-
3. Indien de belastingplicht in de loop van het kalenderjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing, voor het aantal in het kalenderjaar nog resterende kalenderkwartalen, waarbij de ontheffing van een deel van een kwartaal per volle maand wordt verleend.
-
4. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing als het motorrijtuig waarvoor een nummerplaat is afgegeven in de loop van het belastingtijdvak van houder wisselt en de bij het motorrijtuig behorende nummerplaat of nummerplaten met het daarbij horende ontvangstbewijs aan dit motorrijtuig verbonden blijft of blijven.
-
5. Belastingbedragen van minder dan USD 10,00 worden niet geheven en ontheffingen van minder dan USD 10,00 worden niet verleend.
Artikel 9 Termijnen van betaling
-
1. Het gevorderde bedrag van de belasting moet worden voldaan binnen 30 dagen vanaf de datum van dagtekening van de aanslag als bedoeld in artikel 7.
-
2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het voorgaande lid gestelde termijn.
Artikel 10 Teruggaaf
-
1. Teruggaaf van belasting wordt verleend op een aanvraag als bedoeld in artikel 77 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, indien het motorrijtuig na een schade in de loop van het belastingtijdvak technisch gezien niet meer gerepareerd kan worden en de bij dat motorrijtuig behorende nummerplaat of nummerplaten en het daarbij behorende ontvangstbewijs bij de ontvanger is ingeleverd.
-
2. De in het eerste lid bedoelde teruggaaf wordt verleend voor het aantal in het belastingtijdvak, nadat de omstandigheid zich heeft voorgedaan, nog resterende maanden.
-
3. Bedragen van minder dan USD 10,00 worden niet teruggegeven.
Artikel 11 Kwijtschelding
Bij de invordering van de belasting wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 12 Uitgifte nummerplaat en uitgiftebewijs
-
1. De inspecteur reikt aan de houder van een motorrijtuig of diens gemachtigde het voor de categorie motorrijtuigen waartoe het motorrijtuig behoort vastgestelde aantal nummerplaten en/of controlestickers uit:
- a.
na de betaling van de voor het motorrijtuig verschuldigde belasting en de voor de nummerplaten en controlestickers vastgestelde prijs;
- b.
na een daartoe strekkende aanvraag, als een vrijstelling van de belasting voor het motorrijtuig van toepassing is en het motorrijtuig niet is voorzien van een buiten het openbaar lichaam afgegeven kenteken.
- a.
-
2. De inspecteur reikt aan de houder van een motorrijtuig of diens gemachtigde een bij de nummerplaat of nummerplaten en/of controlestickers behorend uitgiftebewijs uit:
- a.
na betaling van de in een belastingtijdvak verschuldigd geworden belasting; of
- b.
na een daartoe strekkende aanvraag, als een vrijstelling van de belasting voor het motorrijtuig van toepassing is.
- a.
-
3. Het uitgiftebewijs behorend bij de nummerplaat of nummerplaten vermeldt:
- a.
de naam en de woon- of vestigingsplaats van de persoon die het motorrijtuig houdt;
- b.
het nummer van de afgegeven nummerplaat of nummerplaten;
- c.
het merk, type en bouwjaar van het motorrijtuig;
- d.
het nummer van de in het motorrijtuig geplaatste motor of andere aandrijving.
- a.
-
4. Elke nummerplaat is geldig voor het kalenderjaar, dat daarop is vermeld, en, zolang geen nieuwe nummerplaat voor het volgende kalenderjaar is afgegeven, voor de eerste maand van dat kalenderjaar, een en ander mits een geldig, bij die nummerplaat behorend uitgiftebewijs bedoeld in het derde lid kan worden getoond.
-
5. Op verzoek van de houder of diens gemachtigde geeft de inspecteur van het uitgiftebewijs een afschrift af, dat voor de toepassing van deze eilandsverordening voor het oorspronkelijke in de plaats treedt.
-
6. Het bestuurscollege stelt bij besluit, houdende algemene maatregelen, voor één of meer kalenderjaren de kleur, de nummerreeksen, de kentekens en verdere bijzonderheden van de te gebruiken nummerplaten, dan wel de te gebruiken controlestickers, vast.
Artikel 13 Vervanging van onleesbaar, onbruikbaar of verloren geraakte nummerplaten
-
1. Onleesbaar of onbruikbaar geraakte nummerplaten kunnen bij de ontvanger worden ingeleverd ter vervanging door andere nummerplaten, waarbij voor ontvangst wordt getekend. Het nummer van de onleesbaar of onbruikbaar geraakte nummerplaten wordt ingetrokken.
-
2. Voor verloren geraakte nummerplaten worden desgevraagd andere nummerplaten uitgereikt, waarbij voor ontvangst wordt getekend en mits nog een van de eerder uitgereikte, geldende nummerplaten kan worden ingeleverd. Het nummer van de verloren geraakte nummerplaten wordt ingetrokken.
-
3. Bij toepassing van het eerste of tweede lid moet het in artikel 12, derde lid, bedoelde, voor het motorrijtuig afgegeven uitgiftebewijs aan de inspecteur worden aangeboden ter wijziging van de daarop gestelde gegevens. De inspecteur plaatst daarop tevens een aantekening van de uitgifte van de nieuwe nummerplaat of nummerplaten.
Artikel 14 Vervanging of overname motorrijtuig in de loop van het belastingtijdvak
-
1. Indien de houder van een motorrijtuig waarvoor de in een belastingtijdvak verschuldigd geworden belasting is betaald, dit motorrijtuig in dat belastingtijdvak vervangt door een ander motorrijtuig, is hij verplicht het hem voor dat belastingtijdvak uitgereikte ontvangstbewijs, bedoeld in artikel 12, derde lid, ter wijziging aan de inspecteur aan te bieden.
-
2. Nadat de inspecteur het ontvangstbewijs, bedoeld in het eerste lid, heeft gewijzigd en aan de houder heeft teruggegeven, is deze bevoegd de voor het vervangen motorrijtuig uitgegeven nummerplaat of nummerplaten over te brengen op het in gebruik te nemen motorrijtuig.
-
3. Indien voor het in gebruik te nemen motorrijtuig op grond van het in artikel 12, eerste lid, bedoelde besluit andere nummerplaten zijn vereist, worden, in afwijking van het eerste lid, nieuwe nummerplaten uitgereikt tegen inlevering van de oude nummerplaten en na betaling van de eventueel op grond van artikel 5 verschuldigde hogere belasting en de vastgestelde prijs van de nummerplaten.
-
4. Degene die een motorrijtuig, waarvoor de in een belastingtijdvak verschuldigd geworden belasting is betaald, in dat belastingtijdvak van een ander overneemt, is bevoegd, nadat hij het ontvangstbewijs, bedoeld in artikel 12, derde lid, door de inspecteur heeft doen wijzigen, zich op de openbare weg van de voor het motorrijtuig uitgegeven nummerplaat of -platen te bedienen.
Artikel 15 Overige verplichtingen ten dienste van de belastingheffing en -invordering
-
1. De houder van een motorrijtuig is gehouden om ter gelegenheid van de betaling van de belasting te overleggen een geldig bewijs van verzekering, zoals bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen BES, als ook zodanig bij het motorrijtuig behorende geldige bescheiden als de inspecteur nodig oordeelt voor de vaststelling van het belastingbedrag en de bepaling van de soort en het aantal van de af te geven nummerplaten.
-
2. Het bij de nummerplaat behorende en per belastingtijdvak uitgegeven ontvangstbewijs moet gedurende het gebruik van de openbare weg met het motorrijtuig tijdens dat belastingtijdvak in het motorrijtuig aanwezig zijn en op eerste vordering van de ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving of met het opsporen van de overtredingen van deze verordening, worden getoond.
Artikel 16 Nadere regels door het bestuurscollege
Het bestuurscollege kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de motorrijtuigenbelasting, daaronder begrepen regels met betrekking tot nummerplaten en ontvangstbewijzen.
Artikel 17 Verbodsbepalingen
Het is verboden:
- a.
een motorrijtuig waarvoor geen vrijstelling van motorrijtuigenbelasting geldt, op de openbare weg te laten staan of daarmee over de openbare weg te rijden zonder dat voor dat motorrijtuig de motorrijtuigenbelasting is voldaan;
- b.
een motorrijtuig op de openbare weg te laten staan of daarmee over de openbare weg te rijden terwijl dat niet voldoet aan de ingevolge artikel 12, zesde lid, bij besluit aangewezen bijzondere voorschriften, dan wel het overeenkomstig de daarvoor geldende voorschriften buiten het openbaar lichaam uitgegeven kenteken;
- c.
een motorrijtuig op de openbare weg te laten staan of daarmee over de openbare weg te rijden zonder in het bezit te zijn van het bij dat motorrijtuig behorende geldende uitgiftebewijs.
- d.
op een motorrijtuig enig teken of middel aan te brengen of te doen aanbrengen met het oogmerk de herkenning, daaronder begrepen de herkenning met behulp van technische voorzieningen, van de op grond van deze verordening afgegeven nummerplaat of nummerplaten dan wel van het overeenkomstig de daarvoor geldende voorschriften buiten het openbaar lichaam uitgegeven kenteken te bemoeilijken;
- e.
een motorrijtuig op de openbare weg te laten staan of daarmee over de openbare weg te rijden wanneer op dat motorrijtuig enig teken of middel is aangebracht, waardoor de herkenning, daaronder begrepen de herkenning met behulp van technische voorzieningen, van de op grond van deze verordening afgegeven nummerplaat of nummerplaten dan wel van het overeenkomstig de daarvoor geldende voorschriften buiten het openbaar lichaam uitgegeven kenteken wordt bemoeilijkt;
- f.
op een motorrijtuig enig teken of middel, niet zijnde een op grond van deze verordening aan de houder voor dat motorrijtuig afgegeven nummerplaat, aan te brengen of te doen aanbrengen met het oogmerk dit teken of dat middel te doen doorgaan voor een zodanige nummerplaat dan wel met de kennelijke bedoeling dat teken of dat middel te doen doorgaan voor een overeenkomstig de daarvoor geldende voorschriften buiten het openbaar lichaam uitgegeven kenteken;
- g.
een motorrijtuig op de openbare weg te laten staan of daarmee over de openbare weg te rijden wanneer op dat motorrijtuig enig teken of middel is aangebracht dat, niet zijnde een op grond van deze verordening aan de houder voor dat motorrijtuig afgegeven nummerplaat, door kan gaan voor een zodanige nummerplaat dan wel voor een overeenkomstig de daarvoor geldende voorschriften buiten het openbaar lichaam uitgegeven kenteken;
- h.
op een buiten het openbaar lichaam geregistreerd motorrijtuig een teken, niet zijnde een aldaar voor dat motorrijtuig of aan de eigenaar of houder daarvan opgegeven kenteken, aan te brengen of te doen aanbrengen met het oogmerk dat teken te doen doorgaan voor een zodanig kenteken;
- i.
een buiten het openbaar lichaam geregistreerd motorrijtuig op de openbare weg te laten staan of daarmee over de openbare weg te rijden wanneer op dat motorrijtuig een teken is aangebracht dat, niet zijnde een buiten het openbaar lichaam voor dat motorrijtuig of aan de eigenaar of houder daarvan uitgegeven kenteken, kan doorgaan voor een zodanig kenteken.
Artikel 18 Strafbepalingen
Degene die in strijd handelt met enige bepaling van artikel 17 van deze verordening wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie als bedoeld in artikel 27, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht BES.
Artikel 19 Toezicht en opsporing
-
1. Met het toezicht op de naleving van deze verordening en het opsporen van de daarin strafbaar gestelde feiten zijn aangewezen de ambtenaren vermeld in artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES.
-
2. De in het eerste lid bedoelde ambtenaren zijn bevoegd elk motorrijtuig dat zij op de openbare weg aantreffen te onderzoeken en daarvoor de bestuurder tot stilhouden te dwingen.
Artikel 20 Inwerkingtreding
-
1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2021.
-
2. Met ingang 1 januari 2021 wordt de Verordening motorrijtuigenbelasting 2013 ingetrokken, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op belastbare feiten die voor die datum hebben plaatsgevonden.
-
3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.
Artikel 21 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening motorrijtuigenbelasting Sint Eustatius 2021.
Ondertekening
Aldus besloten door de Regeringscommissaris te Sint Eustatius op 07 december 2020
De Regeringscommissaris,
w.g. De heer M.L.A. van Rij
Bijlage bij het Besluit van de eilandsraad van het openbaar lichaam Sint Eustatius van 07 december 2020 no .. tot vaststelling van regels over het heffen van belasting voor motorrijtuigen (Verordening motorrijtuigenbelasting Sint Eustatius 2021
|
Het tarief motorrijtuigbelasting per jaar bedraagt voor een: |
|||
|
a. |
motorrijwiel |
$ |
85.00 |
|
b. |
personenauto en bestelauto: |
$ |
135.00 |
|
c. |
autobus: |
$ |
185.00 |
|
d. |
vrachtauto (maximale massa ledig voertuig meer dan 3.500 kg): |
$ |
240.00 |
|
vermeerderd met: |
$ |
28.00 |
|
|
per eenheid van 1.000 kg boven 3.500 kg, waarbij een deel van een eenheid van 1.000 kg wordt aangemerkt als een volle eenheid van 1.000 kg. |
|||
|
e. |
De onder a t/m d vermelde tarieven worden vermeerderd met : |
||
|
indien nieuwe/vervangende nummerplaten worden afgegeven. |
$ |
45.00 |
|
|
Voor een motorrijwiel geldt een vermeerdering van |
$ |
25.00 |
|
|
f. |
De onder a t/m d vermelde tarieven worden vermeerderd met: |
||
|
indien een nieuwe controlesticker wordt afgegeven. |
$ |
15.00 |
|
|
Voor een motorrijwiel geldt een vermeerdering van |
$ |
7.50 |
TOELICHTING
TOELICHTING bij de Verordening MOTORRIJTUIGENBELASTING Sint Eustatius 2021
A. Algemene toelichting
Wettelijke basis
Art. 40 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Stb. 2010, 365; hierna: FinBES) bepaalt dat de eilandsraad de belastingverordeningen vaststelt. De Verordening motorrijtuigenbelasting Sint Eustatius 2021 is gebaseerd op art. 55 FinBES. Ten tijde van de vaststelling van deze verordening is de Wet herstel voorzieningen van toepassing. In die wet staat aangegeven dat de Regeringscommissaris de bevoegdheden uitoefent die in de Wet financieel beheer Bonaire, Sint Eustatius en Saba aan de eilandsraad en het bestuurscollege toekomen.
B. Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Om duidelijkheid te scheppen over de inhoud van een aantal in de verordening voorkomende begrippen is daarvan een omschrijving opgenomen in art. 1. De meesten daarvan zijn naar hun aard voldoende duidelijk.
De definitie van motorrijtuig is overgenomen uit art. 55 lid 2 FinBES.
Bij de definitie van bestelbus is aangesloten bij een toegestane maximum massa van 3.500 kg of minder. Gelet op de definitie van het begrip vrachtauto is dat gewicht van 3.500 kg de scheidslijn tussen een bestelbus en een vrachtauto. Voor beide wordt een afzonderlijk tarief geheven.
Artikel 2 Belastbaar feit
Het belastbare feit is het houden van een motorrijtuig. Deze bepaling is gelijk aan de bepaling in art. 55 lid 1 FinBES.
Artikel 3 Belastingplicht
De FinBES geeft ook invulling aan de belastingplichtige. Belastingplichtig is degene die bij aanvang van het belastingtijdvak het motorrijtuig houdt (lid 1). Als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het verzekeringsbewijs staat (lid 2 a). Als er geen bewijs van verzekering is afgegeven, dan wordt degene die het motorrijtuig feitelijk ter beschikking heeft, als houder aangemerkt (lid 2b). Als degene die het motorrijtuig feitelijk ter beschikking heeft, wordt aangemerkt degene van wie wordt geconstateerd dat hij of zij met het motorrijtuig gebruik maakt van de openbare weg (lid 3).
Artikel 4 Vrijstellingen
In dit artikel zijn de vrijstellingen opgenomen.
Lid 1
Vrijgesteld is het motorrijtuig dat wordt gehouden door het openbaar lichaam en in hoofdzaak is bestemd voor officieel gebruik (onderdeel a).
Daarnaast is vrijgesteld een motorrijtuig dat wordt gehouden door op Saba of Bonaire wonende of gevestigde personen. Dat motorrijtuig moet dan wel beschikken over voor die openbare lichamen geldige nummerplaten. De vrijstelling geldt alleen indien niet langer dan een maand van de openbare weg op Sint Eustatius gebruik wordt gemaakt (onderdeel b).
Tot slot is vrijgesteld het motorrijtuig dat niet of nog niet in gebruik is, dat gedurende een door de door de inspecteur bepaalde termijn voor een bepaald doeleinde op de openbare weg mag worden vervoerd of beproefd (onderdeel c).
Lid 2
Degene die meent recht te hebben op de vrijstelling van onderdeel a of c, moet zich schriftelijk wenden tot de inspecteur voor de afgifte van nummerplaten en stickers.
Lid 3
Degene die meent recht te hebben op de vrijstelling van onderdeel b, moet zich wenden tot de inspecteur voor een verklaring waarin de datum van aanvang van het gebruik is aangegeven.
Artikel 5 Maatstaven van heffing en belastingtarieven
Op grond van art. 55 lid 3 FinBES mogen de tarieven afhankelijk zijn van de massa van het motorrijtuig, van de aard van de brandstof van het motorrijtuig, van de aard van de aandrijving van het motorrijtuig en van het soort motorrijtuig.
De verordening verwijst naar de tarieventabel. In de tabel zijn verschillende tarieven opgenomen voor motorrijwielen, personenauto en bestelauto’s, autobussen en vrachtauto’s (maximale massa ledig voertuig meer dan 3.500 kg).
Ook gelden er tarieven voor vervangende nummerplaten en controlestickers. Voor motorrijwielen geldt dan de helft van het tarief, omdat die maar één nummerplaat en/of sticker krijgen.
Artikel 6 Belastingtijdvak
De bepaling over het belastingtijdvak moet worden opgenomen indien de belasting over een bepaald tijdvak wordt geheven. Bij de motorrijtuigenbelasting is dat het geval. Art. 55 lid 4 FinBES regelt dat het belastingtijdvak het hele belastingjaar is, dan wel, indien het houderschap in de loop van het jaar aanvangt, het aantal nog in dat kalenderjaar resterende gehele of gedeeltelijke kalenderkwartalen. Dit is overgenomen in lid 1.
Lid 2 regelt de heffing bij gevallen, waarin wordt geconstateerd dat voor een motorrijtuig in het lopende jaar (2021) en in het voorafgaande jaar (2020) geen nummerplaat is afgegeven. In dat geval vangt het tijdvak aan op 1 januari 2020 en wordt vanaf dat moment geheven. Dat is alleen anders, indien de houder aannemelijk maakt dat het gebruik van de openbare weg op een later tijdstip is aangevangen. In dat geval vangt het belastingtijdvak aan met ingang van dat latere tijdstip.
Lid 3 regelt de heffing bij gevallen, waarin wordt geconstateerd dat voor een motorrijtuig in het lopende jaar (2021) geen nummerplaat is afgegeven. In dat geval vangt het tijdvak aan op 1 januari 2021 en wordt vanaf dat moment geheven. Dat is alleen anders, indien de houder aannemelijk maakt dat het gebruik van de openbare weg op een later tijdstip is aangevangen. In dat geval vangt het belastingtijdvak aan met ingang van dat latere tijdstip.
Artikel 7 Wijze van heffing
De motorrijtuigenbelasting wordt geheven bij wege van aanslag.
Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en ontheffing
Het belastingtijdvak is (zie art. 6) in beginsel het hele belastingjaar. De belasting is meteen verschuldigd (lid 1).
Indien de belasting in de loop van het kalenderjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor het aantal in het kalenderjaar nog resterende kalenderkwartalen, waarbij een gedeeltelijk kwartaal als een vol kwartaal wordt aangemerkt (lid 2). Dat betekent bijvoorbeeld dat een persoon, die in mei een auto koopt en die op de openbare weg gaat gebruiken, voor drie kwartalen motorrijtuigenbelasting verschuldigd is.
Andersom geldt het ook. Indien de belastingplicht in de loop van het kalenderjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing, voor het aantal in het kalenderjaar nog resterende kalenderkwartalen, waarbij de ontheffing van een deel van een kwartaal per volle maand wordt verleend. Dat betekent bijvoorbeeld dat een persoon, die eind augustus zijn auto verkoopt en geen nieuwe terugkoopt, ontheffing krijgt voor het laatste kwartaal van 2020 en voor de maand september (lid 3).
Lid 2 en lid 3 (tijdsevenredige (ont)heffing) geldt niet als het motorrijtuig waarvoor een nummerplaat is afgegeven in de loop van het belastingtijdvak van houder wisselt en de bij het motorrijtuig behorende nummerplaat of nummerplaten met het daarbij horende ontvangstbewijs aan dit motorrijtuig verbonden blijft of blijven (lid 4). In die gevallen moeten koper en verkoper de verrekening onderling regelen.
Het vijfde lid regelt dat kleine bedragen van minder dan $ 10 niet worden geheven en niet worden ontheven.
Artikel 9 Termijnen van betaling
De aanslag moet worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening. Dat de Algemene termijnenwet niet van toepassing is op de betaaltermijnen (tweede lid) heeft tot gevolg dat een betaaltermijn die afloopt op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag of daarmee gelijkgestelde dag, niet doorschuift naar de eerstvolgende werkdag.
Artikel 10 Teruggaaf
Dit artikel regelt dat op aanvraag teruggaaf wordt verleend indien het motorrijtuig na een schade in de loop van het belastingtijdvak technisch gezien niet meer gerepareerd kan worden en de bij dat motorrijtuig behorende nummerplaat of nummerplaten en het daarbij behorende ontvangstbewijs bij de ontvanger worden ingeleverd (lid 1). De teruggaaf wordt verleend voor het aantal in het belastingtijdvak, nadat de omstandigheid zich heeft voorgedaan, nog resterende maanden (lid 2). Ook hier geldt dat kleine bedragen, minder dan $ 10,00 niet worden teruggegeven.
Artikel 11 Kwijtschelding
Op grond van art. 84 FinBES kan in de belastingverordening worden bepaald dat geen of slechts gedeeltelijk kwijtschelding van belasting wordt verleend. De motorrijtuigenbelasting leent zich niet voor kwijtschelding. Daarom is in art. 11 opgenomen dat geen kwijtschelding wordt verleend.
Artikel 12 Uitgifte nummerplaat en uitgiftebewijs
Art. 12 regelt het kader rondom de uitgifte van de nummerplaat en het uitgiftebewijs.
Hoofdregel is (lid 1) dat de inspecteur aan de houder (of diens gemachtigde) het voor de categorie motorrijtuigen waartoe het motorrijtuig behoort vastgestelde aantal nummerplaten en/of controlestickers uit, na betaling van de voor het motorrijtuig verschuldigde belasting en de voor de nummerplaten en controlestickers vastgestelde prijs. Als een vrijstelling van toepassing is en het motorrijtuig niet is voorzien van een buiten het openbaar lichaam afgegeven kenteken, wordt de nummerplaat/controlesticker uitgegeven na de aanvraag voor de vrijstelling.
Er wordt bij de nummerplaten/controlestickers ook een uitgiftebewijs verstrekt (lid 2). Dat vermeldt de gegevens van de houder, gegevens over de nummerplaten en gegevens over het motorrijtuig (lid 3). De nummerplaat is geldig voor het kalenderjaar dat daarop is uitgedrukt. Zolang geen nieuwe nummerplaat voor het volgende kalenderjaar is afgegeven is de oude plaat ook geldig voor de eerste maand van het nieuwe kalenderjaar. Mits een geldig bij die nummerplaat behorend uitgiftebewijs kan worden getoond (lid 4). Van het uitgiftebewijs kan ook een kopie worden afgegeven (lid 5).
Lid 6 bepaalt dat het bestuurscollege voor één of meer kalenderjaren de kleur, de nummerreeksen, de kentekens en verdere bijzonderheden van de te gebruiken nummerplaten, dan wel de te gebruiken controlestickers, vaststelt. Dat gebeurt in het Besluit nummerplaten motorrijtuigenbelasting.
Artikel 13 Vervanging van onleesbaar, onbruikbaar of verloren geraakte nummerplaten
Indien een nummerplaat onleesbaar of onbruikbaar is geworden, dan kan deze bij de ontvanger worden ingeleverd ter vervanging door andere nummerplaten, waarbij voor ontvangst wordt getekend. Dat houdt wel in dat het nummer van de onleesbaar of onbruikbaar geraakte nummerplaten wordt ingetrokken (lid 1).
In geval van een verloren nummerplaat kunnen ook andere nummerplaten worden uitgereikt, waarbij voor ontvangst wordt getekend. Voorwaarde is dat een van de eerder uitgereikte, geldende nummerplaten kan worden ingeleverd. Ook hier geldt dat het nummer van de verloren geraakte nummerplaten wordt ingetrokken (lid 2).
In geval van nieuwe nummerplaten als bedoeld in de leden 1 en 2, moet het voor het motorrijtuig afgegeven uitgiftebewijs aan de inspecteur worden aangeboden ter wijziging van de daarop gestelde gegevens. De inspecteur plaatst daarop een aantekening van de uitgifte van de nieuwe nummerplaat of nummerplaten (lid 3).
Artikel 14 Vervanging of overname motorrijtuig in de loop van het belastingtijdvak
Indien een houder in de loop van het tijdvak zijn motorrijtuig verruilt voor een ander, dan moet hij het aan hem voor dat belastingtijdvak uitgereikte ontvangstbewijs ter wijziging aan de inspecteur aan te bieden (lid 1).
De houder is, nadat hij het ontvangstbewijs heeft teruggekregen, bevoegd de voor het oude motorrijtuig uitgegeven nummerplaat of nummerplaten over te brengen op het in gebruik te nemen motorrijtuig (lid 2).
Het kan echter ook zo zijn, dat de houder voor zijn nieuwe motorrijtuig andere nummerplaten nodig heeft. In dat geval zegt lid 3 dat nieuwe nummerplaten worden uitgereikt tegen inlevering van de oude nummerplaten, na betaling van de eventueel verschuldigde hogere belasting en de vastgestelde prijs van de nummerplaten.
De koper van een motorrijtuig, waarvoor de belasting is betaald, die in het belastingtijdvak het motorrijtuig van een ander overneemt, is nadat hij het ontvangstbewijs heeft laten wijzigen, bevoegd zich op de openbare weg van de voor het motorrijtuig uitgegeven nummerplaat of -platen te bedienen (lid 4). Hij mag dus pas met het motorrijtuig rijden als hij het ontvangstbewijs heeft laten aanpassen.
Artikel 15 Overige verplichtingen ten dienste van de belastingheffing en -invordering
Om de belasting te kunnen betalen moet de houder een geldig bewijs van verzekering overleggen. Hij moet verder ook de bij het motorrijtuig behorende geldige bescheiden overleggen, die de inspecteur nodig vindt voor de vaststelling van het belastingbedrag en de bepaling van de soort en het aantal van de af te geven nummerplaten (lid 1).
Het ontvangstbewijs dat bij de nummerplaat wordt afgegeven moet tijdens het gebruik van het motorrijtuig in het motorrijtuig aanwezig zijn. Het moet op eerste vordering worden getoond aan de ambtenaren, belast met het toezicht op de naleving of met het opsporen van de overtredingen van deze verordening (lid 2).
Artikel 16 Nadere regels door het bestuurscollege
Het bestuurscollege kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van deze belasting, daaronder begrepen regels met betrekking tot nummerplaten en ontvangstbewijzen. Dat gebeurt onder andere in het Besluit nummerplaten motorrijtuigenbelasting.
Artikel 17 Verbodsbepalingen
Art. 17 regelt een reeks aan verbodsbepalingen. Deze spreken grotendeels voor zich. Overtreding van deze voorschriften levert een geldboete op.
Artikel 18 Strafbepalingen
Degene geldboete die staat op overtreding van de bepalingen in art. 17, is een boete van categorie 1 als bedoeld in art. 27 lid 4 Wetboek van Strafrecht BES. Dit is (in 2020) een boete van USD 280.
Artikel 19 Toezicht en opsporing
Het toezicht op de naleving en de opsporing op grond van deze verordening is voorbehouden aan de in art. 184 Wetboek van Strafrecht BES genoemde ambtenaren (lid 1). Zij zijn bevoegd om elk motorrijtuig dat zij op de openbare weg aantreffen te onderzoeken en daarvoor de bestuurder tot stilhouden te dwingen (lid 2).
Artikel 20 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2021. Dit is meteen ook de datum van ingang van de heffing. Tot die tijd blijft de Verordening motorrijtuigenbelasting 2013 van toepassing. Deze wordt bij dit artikel ingetrokken met ingang van 1 januari 2021.
Artikel 21 Citeertitel
De citeertitel maakt het mogelijk de verordening in geschriften ‘verkort’ aan te duiden. Als jaartal kan het jaar van inwerkingtreding worden opgenomen. Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening motorrijtuigenbelasting Sint Eustatius 2021”.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl