Besluit van de regeringscommissaris van 07 december 2020 no. 921/GEZ in plaats van de eilandsraad tot vaststelling van de Verordening op de heffing en invordering van de toeristenbelasting 2021 (Verordening toeristenbelasting Sint Eustatius 2021)

Geldend van 17-12-2020 t/m heden

Intitulé

Besluit van de regeringscommissaris van 07 december 2020 no. 921/GEZ in plaats van de eilandsraad tot vaststelling van de Verordening op de heffing en invordering van de toeristenbelasting 2021 (Verordening toeristenbelasting Sint Eustatius 2021)

De regeringscommissaris voor Sint Eustatius, krachtens artikel 8 van de Wet herstel voorzieningen Sint Eustatius handelende in plaats van de eilandsraad;

Overwegende dat op grond van artikel 53 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba een eilandelijke toeristenbelasting kan worden geheven ter zake van verblijf binnen het grondgebied van het openbaar lichaam door niet-ingezetenen van het openbaar lichaam;

Gelet op de artikelen 40 en 53 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en artikel 166, eerste en tweede lid, onderdeel h, van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

Besluit:

vast te stellen de

Verordening op de heffing en invordering van Toeristenbelasting (Verordening toeristenbelasting Sint Eustatius 2021)

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

etmaal:

een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 21.00 uur, dan wel een gedeelte daarvan;

homestay:

een woonhuis met maximaal 5 gastenkamers, dat geregistreerd dient te zijn bij Sint Eustatius Tourism Development Foundation, waar de betalende gast interactie kan hebben met de bewoner en gebruik kan maken van de gemeenschappelijke woonruimte;

maand:

een aaneengesloten tijdvak van 30 etmalen;

passagiersschip:

een schip dat uitsluitend of hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van passagiers die voor toeristische doeleinden, hoofdzakelijk in de zeereis zelf gelegen, deelnemen aan die reis;

pleziervaartuig:

een vaartuig dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor de recreatie, niet zijnde een passagiersschip of een zeilend bedrijfsvaartuig;

sportvissersvaartuig:

een vaartuig, niet zijnde een passagiersschip, vissersschip of pleziervaartuig, dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van personen die sportvisserij beoefenen;

vaartuig:

een passagiersschip, zeilend bedrijfsvaartuig, pleziervaartuig of sportvissersvaartuig;

zeilend bedrijfsvaartuig:

een vaartuig dat uitsluitend of hoofdzakelijk met behulp van zeilen pleegt te worden voortgestuwd en dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van personen.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam toeristenbelasting wordt een eilandbelasting geheven ter zake van het verblijf binnen het grondgebied van het openbaar lichaam door niet-ingezetenen van het openbaar lichaam:

  • a.

    met overnachting tegen monetaire vergoeding, verder te noemen landtoeristenbelasting;

  • b.

    aan boord van vaartuigen, waarvoor wegens de aanwezigheid in de wateren van het openbaar lichaam havenbelasting wordt betaald, verder te noemen: watertoeristenbelasting.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2.

  • 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt.

  • 3. Als degene die gelegenheid biedt tot verblijf wordt in ieder geval aangemerkt:

    • a.

      de eigenaar van een onroerende zaak waar een niet-ingezetene verblijft, indien deze onroerende zaak door de eigenaar zelf wordt geëxploiteerd;

    • b.

      de exploitant van een onroerende zaak waar een niet-ingezetene verblijft;

    • c.

      de schipper of gezagvoerder die een vaartuig onder zijn verantwoordelijkheid heeft of de beheerder of gebruiker van het vaartuig.

  • 4. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is belastingplichtig degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.

Artikel 4 Vrijstelling landtoeristenbelasting en vrijstelling watertoeristenbelasting

  • 1. De landtoeristenbelasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:

    • a.

      van een lid van de bemanning van een vliegtuig dat het grondgebied van het openbaar lichaam aandoet;

    • b.

      van degene die mede verblijf houdt op een vaartuig voor welk verblijf de watertoeristenbelasting is verschuldigd;

    • c.

      in een woning die bij het Sint Eustatius Tourism Development Foundation geregistreerd is als een homestay.

  • 2. De watertoeristenbelasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:

    • a.

      dat korter duurt dan vier uren;

    • b.

      aan boord van een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden;

    • c.

      aan boord van kano's, roei- en volgboten;

    • d.

      aan boord van motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter;

    • e.

      aan boord van een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het water van het openbaar lichaam bevindt.

Artikel 5 Maatstaf van heffing

  • 1. De landtoeristenbelasting wordt berekend over het bedrag dat ter zake van het verblijf in rekening wordt gebracht, exclusief belastingen en vergoedingen voor aanvullende diensten.

  • 2. De watertoeristenbelasting wordt geheven per persoon naar het aantal etmalen dat verblijf is gehouden.

Artikel 6 Belastingtarief

  • 1. Het tarief van de landtoeristenbelasting bedraagt 7 procent van de heffingsmaatstaf.

  • 2. Het tarief van de watertoeristenbelasting bedraagt per etmaal:

    • a.

      voor verblijf met overnachting: ....................... $ 3,00;

    • b.

      voor verblijf zonder overnachting: .................. $ 2,00.

Artikel 7 Belastingtijdvak

  • 1. Het belastingtijdvak voor de landtoeristenbelasting is gelijk aan de kalendermaand.

  • 2. Het belastingtijdvak voor de watertoeristenbelasting is gelijk aan de aaneengesloten periode gedurende welke het vaartuig binnen de wateren van het openbaar lichaam aanwezig is. De belastingplichtige is verplicht bij aanvang van het verblijf hiervan opgave te doen.

Artikel 8 Wijze van heffing

  • 1. De belasting wordt bij wege van voldoening op aangifte geheven.

  • 2. Een door de eilandambtenaar, bedoeld in artikel 67, tweede lid, onderdeel b, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, uitgereikt aangiftebiljet voor de landtoeristenbelasting moet binnen een termijn van vijftien dagen na het einde van het belastingtijdvak bij hem worden ingeleverd. De in de vorige volzin bedoelde eilandambtenaar kan voor de genoemde termijn een kortere termijn in de plaats stellen.

  • 3. Een door de eilandambtenaar, bedoeld in artikel 67, tweede lid, onderdeel b, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, uitgereikt aangiftebiljet voor de watertoeristenbelasting moet binnen een termijn van zes uren na aanvang van het verblijf ter zake waarvan de belasting verschuldigd wordt, bij hem worden ingeleverd. De in de vorige volzin bedoelde eilandambtenaar kan voor de genoemde termijn een kortere termijn in de plaats stellen.

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld ter zake van het verblijf op vaartuigen

De watertoeristenbelasting is verschuldigd bij de aanvang van het verblijf.

Artikel 10 Termijnen van betaling

  • 1. De landtoeristenbelasting moet binnen vijftien dagen na het einde van het belastingtijdvak overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de eilandambtenaar, bedoeld in artikel 67, tweede lid, onderdeel c, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

  • 2. De watertoeristenbelasting moet binnen zes uren na aanvang van het verblijf ter zake waarvan de belasting verschuldigd wordt of, zo dit eerder is, voor het vertrek van het vaartuig naar zee, overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de eilandambtenaar, bedoeld in artikel 67, tweede lid, onderdeel c, van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

  • 3. Indien voor het doen van aangifte uitstel is verleend, wordt de in het eerste en tweede lid genoemde termijn met de duur van dit uitstel verlengd.

  • 4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 11 Kwijtschelding

Bij de invordering van de belasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na haar bekendmaking.

  • 2. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2021.

  • 3. De 'Verordening toeristenbelasting 2019, wordt ingetrokken met ingang van de in het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Artikel 13 Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening toeristenbelasting Sint Eustatius 2021.

Ondertekening

Aldus besloten te Sint Eustatius op 07 december 2020

De regeringscommissaris voor Sint Eustatius,

w.g. De heer M.L.A. van Rij

TOELICHTING BIJ DE VERORDENING AFVALSTOFFENHEFFING SINT EUSTATIUS 2021

A. Algemene toelichting

1. Wettelijke basis

Artikel 40 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: FinBES; Stb. 2010, 365) bepaalt dat de eilandsraad de belastingverordeningen vaststelt. De verordening toeristenbelasting is gebaseerd artikel 53 FinBES. Ingevolge artikel 8 van de Wet herstel voorzieningen Sint Eustatius oefent de Regeringscommissaris de aan de eilandsraad en bestuurscollege in de Wet openbare financiën toegewezen taken.

2. Opzet

De toeristenbelasting kent twee varianten:

  • -

    een toeristenbelasting voor het verblijf in een logeerruimte (in de verordening verder genoemd: ‘landtoeristenbelasting’);

  • -

    een toeristenbelasting voor het verblijf op vaartuigen (in de verordening verder genoemd: ‘watertoeristenbelasting’).

De eerste wordt niet geheven als de tweede is of wordt geheven (artikel 4).

B. Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Om duidelijkheid te scheppen over de inhoud van een aantal in de modelverordening voorkomende begrippen is daarvan een omschrijving opgenomen in artikel 1.

Artikel 2 Belastbaar feit

Voor de omschrijving van het belastbare feit is aansluiting gezocht bij de tekst van artikel 53 FinBES. Uit de bepalingen over de belastingplicht in dat artikel blijkt dat zowel het verblijf aan land als het verblijf aan boord van vaartuigen in de heffing kan worden betrokken. In beide gevallen moet het gaan om verblijf door niet-ingezetenen van het openbaar lichaam. Dat hoeven dus niet alleen toeristen te zijn.

Het begrip 'verblijf houden' is ruim. Het kan ieder soort verblijf betreffen, zoals het verblijven in een ontspanningscentrum, in een museum, op het strand, in een hotel, een appartement enz. Hoewel de FinBES daartoe niet verplicht, beperkt de verordening om praktische redenen het belastbaar feit tot een verblijf met overnachting tegen vergoeding of op vaartuigen waarvoor havenbelasting wordt betaald.

Artikel 3 Belastingplicht

De omschrijving van de belastingplicht stemt overeen met het bepaalde in artikel 53 FinBES.

Eerste lid

De verblijfbieder is in beginsel belastingplichtig.

Tweede lid

De verblijfbieder is bevoegd de toeristenbelasting op de verblijfhouder (de ‘toerist’) te verhalen. Dit kan bijvoorbeeld door deze heffing via de kamerprijs of huurprijs in rekening te brengen of deze heffing afzonderlijk bij de toerist in rekening te brengen. De aanduiding ‘als zodanig’ houdt in dat de doorberekende belasting geen onderdeel uitmaakt van de prijs voor het verblijf en dus ook niet beïnvloed wordt door eventuele prijsvoorschriften.

Derde lid

De wet benoemt voor een aantal gevallen wie in ieder geval als verblijfbieder wordt aangemerkt. Deze zijn in de verordening overgenomen (derde lid).

Onderdeel a geldt in beginsel ook in situaties dat de eigenaar een niet-ingezetene is. Maar als de heffing wordt beperkt tot de gevallen van verblijf met overnachting tegen vergoeding in welke vorm dan ook, dan kunnen de eigenaren/niet-ingezetenen voor hun eigen verblijf niet in de heffing worden betrokken. Onderdeel a beperkt zich dan tot de gevallen waarin zij de onroerende zaak verhuren aan niet-ingezetenen.

Als de eigenaren een exploitant inschakelen voor de verhuur, dan is die exploitant op grond van onderdeel b belastingplichtig. Dit onderdeel heeft ook betrekking op het verblijf door niet-ingezetenen in zogenoemde time-share appartementen. In dat geval koopt de niet-ingezetene het gebruiksrecht om één of meer weken per jaar in het appartement te verblijven. De koopsom is in wezen een afkoopsom voor het verblijf. Dit betekent dat als de koper van het gebruiksrecht een niet-ingezetene van het openbaar lichaam is, hij verblijft ‘tegen monetaire vergoeding’.

In onderdeel c is vastgelegd dat als voor het verblijf van niet-ingezetenen die per schip op Sint Eustatius arriveren een toeristenbelasting wordt geheven, de schipper of gezagvoerder van het vaartuig, of de beheerder of gebruiker daarvan, kan worden aangemerkt als degene die gelegenheid tot verblijf biedt. Deze bepaling ziet zowel op (schippers van) pleziervaartuigen waarvan de passagiers meer dan één dag op Sint Eustatius verblijven, al dan niet met overnachting op het schip, als op (schippers van) cruiseschepen waarvan de passagiers slechts enkele uren op Sint Eustatius verblijven. Er is voor het belasten van dit verblijf niet aangesloten bij een overnachting, maar bij het aantal etmalen dat verblijf wordt gehouden. Een deel van een etmaal wordt voor een geheel gerekend (artikel 1). Een verblijf tot vier uren aan boord van een vaartuig is om doelmatigheidsredenen vrijgesteld van belasting in artikel 4.

Vierde lid

Als er geen verblijfbieder is aan te wijzen, is degene die als niet-ingezetene verblijft (de verblijfhouder) belastingplichtig (vierde lid).

Artikel 4 Vrijstellingen

In artikel 4 is een aantal vrijstellingen opgenomen voor de ‘landtoeristenbelasting’ (eerste lid) en voor de ‘watertoeristenbelasting’ (tweede lid).

Artikel 5 Maatstaf van heffing

Voor de landtoeristenbelasting is als heffingsmaatstaf gekozen voor een percentage van de overnachtingprijs. De overnachtingprijs is de prijs die voor de overnachting als zodanig wordt betaald, dus exclusief belastingen en de prijs voor een ontbijt. Voor de watertoeristenbelasting is gekozen voor het aantal etmalen dat verblijf wordt gehouden.

Artikel 6 Belastingtarief

Gekozen is voor een tarief als percentage van de overnachtingsprijs (landtoeristenbelasting) van 7% en een tarief per etmaal of gedeelte daarvan (watertoeristenbelasting) van $ 3 met overnachting en van $2 zonder overnachting.

Artikel 7 Belastingtijdvak

Voor de landtoeristenbelasting is het belastingtijdvak gelijk aan de kalendermaand. Voor de watertoeristenbelasting is het belastingtijdvak de aaneengesloten periode gedurende welke het vaartuig binnen het watergebied aanwezig is. De belastingplichtige moet hiervan bij de aanvang van het verblijf opgave doen.

Artikel 8 Wijze van heffing

De heffing wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte. Bij de heffing bij wege van voldoening op aangifte stelt de belastingplichtige met de aangifte zelf de belastingschuld vast (en betaalt hij die op aangifte). De aangiftetermijn is 15 dagen voor de landtoeristenbelasting en zes uren voor de watertoeristenbelasting, omdat het verblijf meestal van korte(re) duur is. Op grond van artikel 74, eerste lid, FinBES kan in de belastingverordening worden opgenomen dat de heffingsambtenaar een kortere aangiftetermijn kan stellen. Daarin voorziet de laatste volzin van het tweede en derde lid.

Daarnaast moet een belastingplichtige op een gegeven moment om uitreiking van een aangiftebiljet verzoeken als dit nog niet aan hem is uitgereikt (artikel 8.5, derde lid, Belastingwet BES). Het bestuurscollege kan bepalen onder welke voorwaarden het aangiftebiljet bij de invorderingsambtenaar in plaats van bij de heffingsambtenaar kan worden ingediend (artikel 8.5, vierde lid, Belastingwet BES in samenhang met artikel 67, tweede lid, onderdeel c, FinBES).

Artikel 9 Ontstaan van de belastingschuld ter zake van het verblijf aan boord van vaartuigen

Gelet op het bepaalde in artikel 7 en in verband met een doelmatige heffing en invordering is de watertoeristenbelasting verschuldigd bij de aanvang van het verblijf. Dat maakt het mogelijk dat direct na aanvang van het verblijf aangifte kan worden gedaan en kan worden betaald. Zie hiervoor artikel 8, onderscheidenlijk artikel 10.

Artikel 10 Termijnen van betaling

Op grond van artikel 75, eerste lid, FinBES vermeldt de belastingverordening welke betaaltermijn geldt voor de voldoeningsbelastingen. De betaaltermijn moet worden afgestemd op de aangiftetermijn genoemd in artikel 8. De betaaltermijn van ‘vijftien dagen’ is gelijk aan de wettelijke aangiftetermijn. Voor de watertoeristenbelasting geldt een betaaltermijn van ‘zes uren’.

Als voor het doen van aangifte uitstel is verleend, wordt de in het eerste en tweede lid genoemde termijn met de duur van dit uitstel verlengd (derde lid). Deze bepaling is ontleend aan artikel 8.11, vijfde lid, Belastingwet BES.

Dat de Algemene termijnenwet niet van toepassing is op de betaaltermijnen (vierde lid) heeft tot gevolg dat een betaaltermijn die afloopt op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag of daarmee gelijkgestelde dag, niet doorschuift naar de eerstvolgende werkdag.

Artikel 11 Kwijtschelding

Op grond van artikel 84 FinBES kan in de belastingverordening worden bepaald dat geen of slechts gedeeltelijk kwijtschelding van belasting wordt verleend. De toeristenbelasting leent zich niet voor kwijtschelding. Daarom is in artikel 11 opgenomen dat geen kwijtschelding wordt verleend.

Artikel 12 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2021. Dit is meteen ook de datum van ingang van de heffing. Tot die tijd blijft de Verordening toeristenbelasting 2019 van toepassing. Deze wordt bij dit artikel ingetrokken met ingang van 1 januari 2021

Artikel 13 Citeertitel

De citeertitel maakt het mogelijk de verordening in geschriften ‘verkort’ aan te duiden. Als jaartal kan het jaar van inwerkingtreding worden opgenomen. Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening toeristenbelasting Sint Eustatius 2021”.