Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR742971
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR742971/1
Gemeenschappelijke Regeling PlusOV
Geldend van 29-07-2025 t/m heden
Intitulé
Gemeenschappelijke Regeling PlusOVHoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Deze gemeenschappelijke regeling verstaat onder:
- •
Ambtelijk overleg: Een door de Deelnemers ingericht gremium, bestaande uit beleidsambtenaren van de Deelnemers en de Directeur dat het Bestuur adviseert over de invulling en uitvoering van de taken van de Bedrijfsvoeringsorganisatie;
- •
Ambtelijk secretaris: Directeur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie;
- •
Bestuur: Het Bestuur van de gemeenschappelijke Regeling PlusOV;
- •
Deelnemers: De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten die aan deze Regeling deelnemen;
- •
Dienstverleningsovereenkomst: Een overeenkomst tussen de rechtspersoon van de Deelnemer die het aangaat (opdrachtgever) en de Bedrijfsvoeringsorganisatie (opdrachtnemer) waarin de afspraken zijn vastgelegd over de uitvoering van de taken bedoeld in artikel 4 en artikel 5 van de Regeling;
- •
Directeur: De Directeur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie;
- •
Doelgroepenvervoer: De niet-openbare vervoerssystemen waarvoor de Deelnemers op grond van specifieke wet- en regelgeving verantwoordelijk zijn en alle overige vervoersystemen waarvan de Deelnemers besluiten dat ze hier toe behoren;
- •
Regeling: De Gemeenschappelijke Regeling PlusOV;
- •
Routegebonden vervoer: Het vervoer in het kader van het leerlingenvervoer (op grond van de Wet op het primair onderwijs, Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs), het vervoer op grond van de Jeugdwet en het vervoer voor dagbesteding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning;
- •
Vraagafhankelijk vervoer: Het sociaal-recreatief vervoer op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning;
- •
Wet: De Wet gemeenschappelijke Regelingen.
Hoofdstuk 2 De Bedrijfsvoeringsorganisatie
Artikel 2 Bedrijfsvoeringsorganisatie
- 1.
Er is een Bedrijfsvoeringsorganisatie genaamd “Vervoerscentrale Stedendriehoek” (handelend onder de naam PlusOV), statutair gevestigd te Lochem.
- 2.
Het Bestuur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie bestaat uit de voorzitter en de leden.
Hoofdstuk 3 Belangen, taken en bevoegdheden
Artikel 3 Belangen
De Bedrijfsvoeringsorganisatie is ingesteld voor de gemeenschappelijke behartiging van de belangen van de Deelnemers met betrekking tot het tot stand brengen en in stand houden van kwalitatief hoogwaardig, herkenbaar, efficiënt en eenvoudig te gebruiken Doelgroepenvervoer.
Artikel 4 Taken
- 1.
De Bedrijfsvoeringorganisatie heeft voor de verwezenlijking van het belang genoemd in artikel 3 de taak het Doelgroepenvervoer waartoe ze een Dienstverleningsovereenkomst heeft gesloten met een Deelnemer te organiseren en uit te voeren, dan wel te laten uitvoeren. Elke Deelnemer kan een Dienstverleningsovereenkomst sluiten met de Bedrijfsvoeringsorganisatie voor het uitvoeren van het Routegebonden vervoer, het Vraagafhankelijk vervoer of beide.
- 2.
Het Bestuur stelt de inhoud van de te sluiten Dienstverleningsovereenkomsten voor het Routegebonden vervoer en het Vraagafhankelijk vervoer vooraf vast.
- 3.
De te sluiten Dienstverleningsovereenkomsten voor het Routegebonden vervoer zijn voor alle Deelnemers identiek;
- 4.
De te sluiten Dienstverleningsovereenkomsten voor het Vraagafhankelijk vervoer zijn voor alle Deelnemers identiek;
- 5.
Voor het sluiten van een Dienstverleningsovereenkomst zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel heeft de Bedrijfsvoeringsorganisatie de toestemming nodig van het Bestuur. Daarbij geldt dat alle Deelnemers stemrecht hebben.
Artikel 5 Nieuwe taken
- 1.
Een Deelnemer kan de Bedrijfsvoeringsorganisatie voor de verwezenlijking van de te behartigen belangen andere dan de in artikel 4 genoemde taak laten uitvoeren. Hiervoor wordt met de Bedrijfsvoeringsorganisatie een Dienstverleningsovereenkomst aangegaan.
- 2.
De aan deze taken verbonden kosten, ook die van het beëindigen van de overeenkomst, worden afzonderlijk geadministreerd en volledig toegerekend aan de betrokken Deelnemer.
- 3.
Voor het sluiten van een Dienstverleningsovereenkomst zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel heeft de Bedrijfsvoeringsorganisatie de toestemming nodig van het Bestuur. Daarbij geldt dat alle Deelnemers stemrecht hebben.
Artikel 6 Bevoegdheden
- 1.
De Deelnemers dragen aan de Bedrijfsvoeringsorganisatie en haar Bestuur de bevoegdheden over die nodig zijn voor de uitvoering van de taak bedoeld in artikel 4 voor zover de Bedrijfsvoeringsorganisatie deze taak of onderdelen daarvan voor de betrokken Deelnemer uitvoert op basis van de gesloten Dienstverleningsovereenkomst.
- 2.
Voor de taken bedoeld in artikel 5, eerste lid, kan overdracht van bevoegdheden plaatsvinden op voorstel van de betrokken Deelnemer. De Regeling hoeft niet te worden gewijzigd.
- 3.
De Deelnemers dragen aan de Bedrijfsvoeringsorganisatie en haar Bestuur geen publiekrechtelijke bevoegdheden over.
- 4.
De Bedrijfsvoeringsorganisatie sluit zich aan bij de Werkgeversvereniging samenwerkende gemeentelijke organisaties (SGO), die door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten op 11 december 2019 is opgericht.
Artikel 7 Beperking privaatrechtelijke bevoegdheden
De Bedrijfsvoeringsorganisatie is zonder instemming van de Deelnemers niet bevoegd tot:
- 1.
het vestigen van opstal-, pand- en hypotheekrechten;
- 2.
het afgeven van garanties of andere waarborgen;
- 3.
het in erfpacht aannemen of uitgeven van roerende of onroerende zaken;
- 4.
het in eigendom aannemen of uitgeven van onroerende zaken;
- 5.
dienstverlening aan private partijen of publieke lichamen anders dan de Deelnemers;
- 6.
Het (her)formuleren van het beleid van de Deelnemers.
Hoofdstuk 4 Bestuur
Artikel 8 Samenstelling
- 1.
Elke Deelnemer wijst uit zijn midden een lid van het Bestuur aan.
- 2.
Het lidmaatschap van het Bestuur eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van de betreffende Deelnemer afloopt. De aftredende leden blijven hun functie waarnemen tot het tijdstip waarop de Deelnemers de nieuwe leden hebben aangewezen.
- 3.
De Deelnemers beslissen binnen twee maanden na de benoeming als bedoeld in het tweede lid over de aanwijzing van de nieuwe leden.
- 4.
De voorziening in een tussentijdse vacature geschiedt binnen twee maanden. Een lid van het Bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stelt hij de voorzitter, alsmede de Deelnemer die hem heeft aangewezen, terstond schriftelijk in kennis.
- 5.
De Deelnemer die een lid heeft aangewezen dat niet langer diens vertrouwen bezit, kan dat lid schorsen of ontslaan. De schorsing of het ontslag gaat onmiddellijk in.
- 6.
Voor elk Bestuurslid wijst een Deelnemer een plaatsvervanger aan. Het tweede tot en met zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 9 Taken en bevoegdheden
Aan het Bestuur behoren alle taken en bevoegdheden die in deze Regeling niet aan de voorzitter zijn opgedragen, waaronder:
- 1.
het vaststellen of wijzigen van uitgangspunten en kaders voor de begroting;
- 2.
het vaststellen en wijzigen van de begroting;
- 3.
het vaststellen van de jaarrekening;
- 4.
een voorgenomen besluit tot aanpassing van deze Regeling;
- 5.
de vaststelling van een Regeling omtrent de ambtelijke organisatie van de Bedrijfsvoeringsorganisatie;
- 6.
De aanstelling en het ontslag van de directeur;
- 7.
De opstelling van een instructie voor de Directeur die ten minste de taken van de Directeur betreft;
- 8.
het besluiten tot het aangaan van overeenkomsten.
Artikel 10 Stemverhouding
- 1.
Elk lid heeft enkel stemrecht in die gevallen dat de aangelegenheid waarover gestemd moet worden betrekking heeft op de Regeling of de taak waarvoor de Deelnemer die het betreffende lid vertegenwoordigd een Dienstverleningsovereenkomst heeft gesloten met de Bedrijfsvoeringsorganisatie.
- 2.
Een besluit kan alleen genomen worden wanneer tenminste 50% van de Deelnemers als bedoeld in artikel 10.1 aanwezig is.
- 3.
Bij een stemming wordt gestemd en besloten op basis van de principes ‘elk lid één stem’ en ‘gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen’.
- 4.
Voor besluiten gericht op vaststelling van de begrotingskaders, de begroting, de jaarrekening, de bestemming van de reserve en de vaststelling van het liquidatieplan bedoeld in artikel 26, tweede lid, geldt bij een stemming de aanvullende eis dat ten minste een meerderheid van tweederde van de uitgebrachte stemmen nodig is.
- 5.
Een lid van het Bestuur dat van opvatting is dat een besluit als bedoeld in het eerste en derde lid tot ongewenste en onrechtvaardige gevolgen leidt voor de Deelnemer die hij vertegenwoordigt, kan een herstemming aanvragen.
- 6.
Bij een herstemming geldt het principe van gewogen stemmen, afgeleid van het aantal inwoners per gemeente op de datum dat deze Regeling in werking treedt.
- 7.
Het aantal stemmen dat elk lid van het Bestuur kan uitbrengen bij een herstemming bedraagt:
- •
voor gemeenten met meer dan 40.000 inwoners: één stem per 10.000 inwoners, waarbij naar boven wordt afgerond als het gaat om meer dan 5.000 inwoners tussen twee meetpunten.
- •
Voor gemeenten tot en met 40.000 inwoners: drie stemmen per gemeente.
- •
- 8.
Bij herstemming is slechts sprake van een rechtsgeldig genomen besluit als
- •
het besluit met in achtneming van het bepaalde in het zesde en zevende lid is genomen én
- •
ten minste 2/3 van de gewogen stemmen voor het besluit zijn én
- •
ten minste 50% van de vertegenwoordigers de Deelnemers die het betreft voor het besluit hebben gestemd.
- •
Artikel 11 Vergaderingen
- 1.
Het Bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast.
- 2.
Het Bestuur vergadert jaarlijks ten minste tweemaal en voorts zo dikwijls als de voorzitter het nodig oordeelt of een lid van het Bestuur hier schriftelijk onder opgaaf van redenen om vraagt.
- 3.
De vergaderingen van het Bestuur zijn openbaar tenzij tenminste 1/5 van de aanwezige leden verzoekt de vergadering besloten te voeren of wanneer de voorzitter het vergaderen achter gesloten deuren nodig acht.
- 4.
In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd, noch een besluit worden genomen over:
- a.
het vaststellen of wijzigen van uitgangspunten en kaders voor de begroting;
- b.
het vaststellen en wijzigen van de begroting;
- c.
het vaststellen van de jaarrekening;
- d.
een voorgenomen besluit tot aanpassing van deze Regeling.
- a.
Artikel 12 Informatie- en verantwoordingsplicht
- 1.
Het Bestuur geeft de Deelnemers alle gevraagde inlichtingen.
- 2.
Het regelement van orde regelt de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde inlichtingen worden verstrekt.
- 3.
Het Bestuur stelt jaarlijks voor 1 januari de kadernota vast.
- 4.
Het Bestuur zendt jaarlijks voor 30 april de kadernota en de ontwerpbegroting aan de raden van de deelnemende gemeenten.
- 5.
Het Bestuur stelt de begroting pas vast nadat ze een inhoudelijke reactie heeft gegeven op de zienswijzen die raden van deelnemende gemeenten op de kadernota en de ontwerpbegroting hebben gegeven.
- 6.
De verslagen van de Bestuursvergaderingen worden binnen 4 weken na vaststelling door het Bestuur gepubliceerd op de website van de Bedrijfsvoeringsorganisatie.
- 7.
Een lid van het Bestuur geeft de Deelnemer die hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door een of meer leden van die Deelnemer worden verlangd.
- 8.
Een lid van het Bestuur is aan de Deelnemer die hem heeft aangewezen verantwoording verschuldigd voor de door hem in het Bestuur ingenomen standpunten.
Hoofdstuk 5 De voorzitter
Artikel 13 De voorzitter
- 1.
Het Bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter.
- 2.
De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het Bestuur.
- 3.
De stukken die van het Bestuur uitgaan worden door de voorzitter ondertekend en door de ambtelijk secretaris mede ondertekend.
- 4.
De voorzitter vertegenwoordigt de Bedrijfsvoeringsorganisatie in en buiten rechte.
- 5.
Hij kan de vertegenwoordiging opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon.
- 6.
Als de voorzitter behoort tot de Deelnemer die partij is bij een geding waarbij de Bedrijfsvoeringsorganisatie is betrokken, oefent de plaatsvervangend voorzitter met betrekking tot dat geding de in het vierde lid genoemde bevoegdheid uit.
- 7.
Als ook de plaatsvervangend voorzitter behoort tot een Deelnemer die partij is bij het in het vijfde lid bedoelde geding, wordt aan een ander lid van het Bestuur opgedragen om de Bedrijfsvoeringsorganisatie met betrekking tot dat geding te vertegenwoordigen.
Hoofdstuk 6 Organisatie
Artikel 14 Organisatie
- 1.
De Bedrijfsvoeringsorganisatie bestaat in ieder geval uit een Directeur en medewerkers.
- 2.
Op het personeel in dienst van de Bedrijfsvoeringsorganisatie is de collectieve arbeidsovereenkomst SGO van toepassing.
Artikel 15 De Directeur
- 1.
De Directeur is het hoofd van de Bedrijfsvoeringsorganisatie en fungeert als ambtelijk secretaris voor het Bestuur.
- 2.
De Directeur staat het Bestuur en de voorzitter bij de uitoefening van hun taak met raad en daad terzijde.
- 3.
De Directeur heeft in de vergadering van het Bestuur een adviserende stem.
- 4.
De Directeur is lid van het ambtelijk overleg.
- 5.
De dagelijkse leiding van de Bedrijfsvoeringsorganisatie berust bij de Directeur.
- 6.
De Directeur is voor zijn handelen verantwoording verschuldigd aan het Bestuur.
- 7.
De directeur is verantwoordelijk voor de benoeming, schorsing en het ontslag van het personeel van de Bedrijfsvoeringsorganisatie.
Hoofdstuk 7 Begroting, jaarrekening, administratie en controle
Artikel 16 Bijdrage
- 1.
Voor deelname aan de Regeling is een Deelnemer geen bijdrage verschuldigd aan de Bedrijfsvoeringsorganisatie.
- 2.
Voor het sluiten van een Dienstverleningsovereenkomst is een Deelnemer een bijdrage verschuldigd aan de Bedrijfsvoeringsorganisatie.
- 3.
De bijdrage per Deelnemer wordt berekent op de wijze zoals aangegeven in bijlage 1 bij deze Regeling.
- 4.
De verschuldigde bijdrage per Deelnemer wordt jaarlijks in de begroting opgenomen waarbij deze bijdrage wordt uitgesplist in een bijdrage per gesloten Dienstverleningsovereenkomst.
- 5.
In de jaarrekening wordt de door elk van de Deelnemers over het betreffende dienstjaar werkelijk verschuldigde bijdrage opgenomen. Ook hierbij wordt de bijdrage uitgesplist in een bijdrage per gesloten Dienstverleningsovereenkomst.
- 6.
Een verschil tussen de begrote en de werkelijke verschuldigde bijdrage wordt direct na vaststelling van de jaarrekening verrekent met de Deelnemers op de wijze zoals aangegeven in bijlage 1.
- 7.
De Deelnemers betalen de bijdrage in voorschotten per kwartaal aan de Bedrijfsvoeringsorganisatie.
- 8.
De Deelnemers dragen er zorg voor dat de Bedrijfsvoeringsorganisatie te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al haar verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.
- 9.
Een eventuele provinciale bijdrage komt alleen ten goede aan de Deelnemer(s) in de betreffende provincie.
Artikel 17 Reservevorming
- 1.
Het Bestuur stelt een algemene reserve in om risico’s gerelateerd aan de bedrijfsvoering op te vangen.
- 2.
De omvang van de algemene reserve is gemaximeerd op 5% van de organisatiekosten in de laatst vastgestelde begroting.
- 3.
Het Bestuur beslist of een nadelig jaarrekeningsaldo geheel of gedeeltelijk ten laste van bestaande reserve wordt gebracht.
- 4.
Het Bestuur beslist met inachtneming van het bepaalde in het tweede lid of een batig jaarrekeningsaldo geheel of gedeeltelijk ten gunste van bestaande reserve zal worden gebracht.
- 5.
Het batig saldo van enig jaar dat niet ten gunste van de bestaande reserve wordt gebracht, vloeit terug naar de rechtspersonen van de Deelnemers op de wijze zoals aangegeven in bijlage 1.
Artikel 18 Administratie en verrekening
- 1.
Het Bestuur stelt regels vast met betrekking tot de organisatie van de administratie en het beheer van vermogenswaarden. Deze regels waarborgen dat aan de eisen van rechtmatigheid, doelmatigheid, verantwoording en controle wordt voldaan.
- 2.
De regels, bedoeld in het eerste lid, voorzien onder meer in de aanwijzing van een registeraccountant als bedoeld in artikel 2:393 van het Burgerlijk Wetboek belast met het onderzoek van de jaarrekening alsmede het ter zake uitbrengen van een verslag, dat behalve de verklaring bij de rekening bevindingen bevat over de vraag of de administratie en het beheer voldoen aan de eisen van rechtmatigheid en doelmatigheid.
- 3.
Het Bestuur stelt regels vast over de controle op de administratie en op het beheer van de vermogenswaarden. De regels waarborgen onder meer dat de rechtmatigheid en doelmatigheid van de administratie en het beheer worden getoetst.
Artikel 19 Archief
- 1.
Ten aanzien van de zorg voor en het beheer van de archiefbescheiden van de Bedrijfsvoeringsorganisatie, alsmede ten aanzien van het toezicht op het beheer zijn de voorschriften van de gemeente Lochem van overeenkomstige toepassing.
- 2.
De aan de uitvoering van het eerste lid verbonden kosten komen ten laste van de Bedrijfsvoeringsorganisatie.
- 3.
Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden is Lochem de archiefbewaarplaats.
- 4.
Het Bestuur is belast met de uitvoering van de zorg en het beheer als bedoeld in het eerste lid.
Hoofdstuk 8 Toetreding en uittreding
Artikel 20 Toetreding
- 1.
De Deelnemers zijn bevoegd te beslissen over toetreding van nieuwe Deelnemers tot de Regeling. Het Bestuur wordt in de gelegenheid gesteld hierover een advies in te dienen.
- 2.
Toetreding is mogelijk als ten minste tweederde van de Deelnemers daartoe besluit.
- 3.
Een toetredende Deelnemer draagt bij toetreding bij aan de algemene reserve. De omvang van deze bijdrage wordt bepaald door de bestaande reserve op het moment van toetreding te delen door het aantal inwoners van de zittende Deelnemers op 1 januari van het jaar van die toetreding. Uitkomst hiervan is een reservebijdrage per inwoner. De toetredende Deelnemer betaalt per inwoner van de eigen gemeente deze reservebijdrage per inwoner. Daarmee draagt de toetredende Deelnemer naar rato bij aan de algemene reserve. Wanneer de bijdrage van de toetredende Deelnemer er toe leidt dat de reserve groter wordt dan het maximum zoals aangegeven in artikel 17.2, dan wordt dit bij de eerstvolgende jaarrekening verrekent conform artikel 16.5.
- 4.
Een in het verleden door de toetredende Deelnemer geleverde bijdrage wordt geacht te zijn afgerekend bij de uittreding van de toetredende Deelnemer. Deze is geen onderdeel bij het bepalen van de bijdrage die de toetredende Deelnemer aan de reserve moet leveren.
- 5.
Toetreden tot de Regeling is mogelijk op het moment dat de eerste Dienstverleningsovereenkomst die de Deelnemer sluit met de Bedrijfsvoeringsorganisatie ingaat.
Artikel 21 Het sluiten van een Dienstverleningsovereenkomst
- 1.
Een Deelnemer kan op elk moment een Dienstverleningsovereenkomst sluiten zoals bedoeld in artikel 5.
- 2.
Een Deelnemer kan alleen een Dienstverleningsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 4 sluiten met de Bedrijfsvoeringsorganisatie op het moment dat er voor de door de Bedrijfsvoeringsorganisatie te leveren dienstverlening een nieuw contract met een leverancier gesloten wordt. Tussentijds aanhaken bij een bestaand contract met een leverancier is niet mogelijk tenzij de Deelnemers anders besluiten.
Artikel 22 Beëindigen van een Dienstverleningsovereenkomst
- 1.
Een Dienstverleningsovereenkomst die is gesloten kan altijd beëindigd worden. Hiervoor is geen andere instemming nodig dan die van de betreffende Deelnemer.
- 2.
Een Dienstverleningsovereenkomst tussen een Deelnemer en de Bedrijfsvoeringsorganisatie wordt gesloten voor onbepaalde tijd.
- 3.
Een Deelnemer informeert het Bestuur schriftelijk indien hij een gesloten dienstverleningsovereenkomst wil beëindigen. Een dergelijke mededeling moet minimaal 24 maanden voor afloop van de door de Bedrijfsvoeringsorganisatie gesloten contracten voor de uitvoering van de betreffende Dienstverleningsovereenkomst, aan het Bestuur kenbaar gemaakt worden.
- 4.
Na ontvangst van de mededeling van de Deelnemer dat deze de Dienstverlenings-overeenkomst wil beëindigen, wijst het Bestuur na overleg met de betreffende Deelnemer een onafhankelijke registeraccountant aan, aan wie het bestuur de opdracht verleend tot het opstellen van een zogenoemd beëindigingsplan. Dit beëindigingsplan is bindend. In het beëindigingsplan worden in ieder geval de in artikel 22.5 bedoelde kosten meegenomen. Dit beëindigingsplan wordt opgesteld uiterlijk 20 maanden voor datum van beëindiging van de DVO. De kosten voor het opstellen van het beëindigingsplan zijn voor rekening van de Deelnemer die zijn deelname aan de DVO wil beëindigen.
- 5.
Het beëindigingsplan bevat in ieder geval de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties die gedurende een periode van drie jaar het directe gevolg zijn van de beëindiging van de DVO door de Deelnemer. In het plan zal stil moeten worden gestaan bij zaken als:
- a.
de financiële gevolgen voor de andere Deelnemers;
- b.
voorwaarden en andere verplichtingen voor de Deelnemer die zijn DVO beëindigt, die aan de uittreding worden verbonden;
- c.
afspraken om de beëindiging en de uitvoering van het beëindigingsplan bestuurlijk, financieel, juridisch en feitelijk in goede banen te leiden.
- a.
-
In het beëindigingsplan worden in elk geval de volgende kostensoorten onderscheiden:
- a.
frictiekosten (eenmalige personele en materiële kosten als gevolg van het uittreden);
- b.
desintegratiekosten (kosten voor afbouw van overcapaciteit in personele en materiële sfeer en andere verplichtingen, de afbouw van risico’s);
- c.
direct en op termijn vervallen kosten (kosten die vervallen bij de uittreding en daaraan verbonden overname van taken);
- d.
schaalnadelen (kosten die niet wijzigen als gevolg van het uittreden);
- e.
aandeel in de reserves en voorzieningen.
- 6.
Alle Deelnemers besluiten uiterlijk 18 maanden voor afloop van de DVO of de uitkomst van het beëindigingsplan gevolgen heeft voor hun deelname aan de DVO.
- 7.
Wanneer de uitkomst van een beëindigingsplan er toe leidt dat één of meer extra Deelnemers hun voornemen kenbaar maken hun deelname aan de DVO te beëindigen, dan wijst het bestuur cf. artikel 22.4 een registeraccountant aan om een nieuw (tweede) beëindigingsplan op te stellen. Dit tweede plan moet uiterlijk 16 maanden voor datum beëindiging van de DVO voorgelegd worden aan het bestuur. De uitkomsten van dit plan zijn eveneens bindend.
- 8.
Elke Deelnemers besluit uiterlijk 14 maanden voor afloop van de DVO over hun deelname aan de DVO. Dit besluit is definitief. Er wordt geen 3e beëindigingsplan opgesteld.
Artikel 23 Uit de Regeling treden
- 1.
De opzegging van de laatste Dienstverleningsovereenkomst die een Deelnemer heeft gesloten met de Bedrijfsvoeringsorganisatie wordt eveneens beschouwd als een verzoek tot uittreding uit de Regeling.
- 2.
Een Deelnemer kan niet eerder uit de regeling treden dan voordat alle Dienstverleningsovereenkomsten die de Deelnemer heeft met de Bedrijfsvoeringsorganisatie zijn geëindigd.
- 3.
Indien de Regeling slechts twee deelnemers heeft wordt een verzoek tot uittreding beschouwd als een verzoek tot opheffing conform artikel 25.
- 4.
De uittredende deelnemer ontvangt een deel van de algemene reserve terug op het moment van uittreding. De omvang van deze teruggave wordt bepaald door de bestaande reserve op 1 januari van het jaar van de uittreding te delen door het aantal inwoners van de alle Deelnemers op 1 januari van het jaar van die uittreding. Uitkomst hiervan is een reservebijdrage per inwoner. De uittredende Deelnemer ontvangt per inwoner van de eigen gemeente deze reservebijdrage per inwoner.
- 5.
Behoudens hetgeen aangegeven in artikel 23.4 zijn er aan het uit de Regeling treden geen financiële gevolgen verbonden.
Hoofdstuk 9 Wijziging en opheffing
Artikel 24 Wijziging van de Regeling
- 1.
De Regeling kan tussentijds worden gewijzigd als ten minste tweederde van de Deelnemers daartoe besluit.
- 2.
De Deelnemers en het Bestuur zijn bevoegd een wijziging van de Regeling aan de Deelnemers in overweging te geven via een daartoe strekkend voorstel.
- 3.
Het Bestuur zendt het voorstel aan de Deelnemers.
- 4.
In afwijking van de vorige leden kan een wijziging of intrekking van artikel 29, eerste lid, en een wijziging of intrekking van dit lid slechts plaats vinden bij een unaniem besluit van alle Deelnemers aan de Regeling.
Artikel 25 Opheffing van de Regeling
- 1.
De Regeling kan tussentijds worden opgeheven als ten minste tweederde van de Deelnemers daartoe besluit.
- 2.
Het Bestuur stelt vooraf na overleg met de Deelnemers het liquidatieplan vast. Dit plan voorziet in een verdeling naar rato van het aandeel van de Deelnemers in de actuele begroting. Het plan voorziet in ieder geval in de regeling van de personele gevolgen.
- 3.
Het Bestuur is belast met de uitvoering van het liquidatieplan.
- 4.
Zo nodig blijft het Bestuur na het tijdstip van opheffing in functie totdat de liquidatie is voltooid.
Hoofdstuk 10 Klachten en geschillen
Artikel 26 Klachtenregeling
Om te voldoen aan de bepalingen in hoofdstuk 9, titel 9.2 van de Algemene wet Bestuursrecht, sluit de Bedrijfsvoeringsorganisatie zich aan bij de Nationale ombudsman.
Artikel 27 Geschillen
Voordat aan artikel 28 van de Wet toepassing wordt gegeven spannen de partijen zich tot het uiterste in het geschil in onderling overleg op te lossen.
Hoofstuk 11 Burgerparticipatie
Artikel 28 Burgerparticipatie
Inwoners van de Deelnemers worden op grond van deze Regeling betrokken bij het functioneren van de Bedrijfsvoeringsorganisatie voor zover dat bij of krachtens wet is vereist, of voor zover door het Bestuur bepaald. Het Bestuur richt in ieder geval een overlegplatform op waarin de inwoners van de Deelnemers plaats kunnen nemen. In het platform is plek voor maximaal 3 inwoners per Deelnemer. Het platform wordt bekendgemaakt onder de naam “Reizigersplatform PlusOV” en heeft een adviserende rol richting de directeur van de Bedrijfsvoeringsorganisatie.
Hoofdstuk 12 Slotbepalingen
Artikel 29 Evaluatie
- 1.
Het Bestuur evalueert het functioneren van de Regeling elke 4 jaar vanaf 2024.
- 2.
Het Bestuur stelt vooraf het doel en de reikwijdte van de evaluatie vast, alsmede de wijze van evalueren.
- 3.
Het Bestuur verzendt de evaluatie gelijktijdig met de Kadernota aan de raden van de deelnemende gemeenten.
- 4.
Het bestuur stelt de evaluatie pas vast nadat de deelnemers de gelegenheid hebben gehad hun zienswijze te geven op de uitkomsten van de evaluatie.
Artikel 30 Duur van de Regeling
De Regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
Artikel 31 Inwerkingtreding
De Regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag die volgt op die waarop de Deelnemer van de gemeente waarin de Bedrijfsorganisatie is gevestigd, deze Regeling overeenkomstig artikel 26 van de Wet bekend heeft gemaakt.
Artikel 32 Citeertitel
De Regeling wordt aangehaald als: Gemeenschappelijke Regeling PlusOV.
Ondertekening
Aldus besloten door:
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Apeldoorn in de vergadering van 11 maart 2025
De secretaris, de burgemeester,
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brummen in de vergadering van 4 maart 2025
De secretaris, de burgemeester,
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Deventer in de vergadering van 4 maart 2025
De secretaris, de burgemeester,
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Epe in de vergadering van 4 maart 2025
De secretaris, de burgemeester,
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hattem in de vergadering van 4 maart 2025
De secretaris, de burgemeester,
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerde in de vergadering van 4 maart 2025
De secretaris, de burgemeester,
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lochem in de vergadering van 4 maart 2025
De secretaris, de burgemeester,
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Voorst in de vergadering van 4 maart 2025
De secretaris, de burgemeester,
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zutphen in de vergadering van 4 maart 2025
De secretaris, de burgemeester,
Bijlage 1: Bijdrage en afrekenen van de bijdrage
Berekening van de bijdrage (tekort)
Elke Deelnemer is per Dienstverleningsovereenkomst die ze heeft gesloten met de Bedrijfsvoeringsorganisatie een bijdrage aan de Bedrijfsvoeringsorganisatie verschuldigd voor die Dienstverleningsovereenkomst. Deze bijdrage wordt als volgt berekend:
- 1.
De Bedrijfsvoeringsorganisatie begroot de totale organisatiekosten die ze maakt voor alle gesloten Dienstverleningsovereenkomsten;
- 2.
Alle kosten die redelijkerwijs direct aan de afzonderlijke Dienstverleningsovereenkomsten kunnen worden toegerekend, worden aan de betreffende Dienstverleningsovereenkomst toegerekend;
- 3.
Daarna worden de overige kosten over de Dienstverleningsovereenkomsten verdeeld naar rato van de verdeling van de personele kosten zoals die bij punt 2 (bovenstaand) zijn verdeeld;
- 4.
Nadat alle kosten zijn toebedeeld aan een Dienstverleningsovereenkomst worden de kosten per Dienstverleningsovereenkomst verdeeld onder de Deelnemers met wie een dergelijke Dienstverleningsovereenkomst is gesloten. Daarbij geldt het volgende:
- a.
De kosten van het vraagafhankelijke Wmo-vervoer worden verdeeld naar rato van het aantal inwoners dat de Deelnemers hadden op 1 januari voorafgaande aan het jaar waarvoor de bijdrage gevraagd wordt (n-1);
- b.
De kosten van het routegebonden vervoer worden eerste verdeeld onder de kosten voor Leerlingenvervoer, Jeugdwetvervoer en Dagbestedingsvervoer. Deze verdeling wordt gedaan op basis van het aantal unieke reizigers per vervoerstroom. Daarna vindt per vervoerstroom een verdeling van de kosten plaats naar de Deelnemers op basis van het aantal inwoners per Deelnemer op 1 januari voorafgaande aan het jaar waarvoor de bijdrage gevraagd wordt (n-1);
- c.
De kosten van overige Dienstverleningsovereenkomsten worden verdeel op de wijze zoals aangegeven in de te sluiten Dienstverleningsovereenkomst.
- a.
Teruggave batig saldo (overschot)
Wanneer het Bestuur besluit een batig saldo in de jaarrekening terug te laten vloeien naar de Deelnemers, dan wordt dit batig saldo aangegeven in de jaarrekening. De verdeling van dit batig saldo onder de Deelnemers gebeurt naar rato van het aantal inwoners van de Deelnemers op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het jaar waarover in de betreffende jaarrekening verantwoording wordt afgelegd (n-2). Een batig saldo dat vanwege de omvang van de reserve niet aan de reserve toegevoegd kan worden (de reserve zit al vol) vloeit automatisch terug naar de deelnemers op de hier beschreven wijze. Hiervoor is geen apart besluit van het Bestuur nodig.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl