Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR742964
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR742964/1
Beleidsregels brede ondersteuning toeslagenaffaire West Betuwe 2025
Geldend van 30-07-2025 t/m heden
Intitulé
Beleidsregels brede ondersteuning toeslagenaffaire West Betuwe 2025Hoofdstuk 1 Toegang
Artikel 1. Rechthebbende
De volgende inwoners van gemeente West Betuwe kunnen in aanmerking komen voor brede ondersteuning toeslagenaffaire door het college:
- •
Aangemelde inwoners als gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire die nog geen eindbeoordeling hebben ontvangen;
- •
Erkend gedupeerde ouders;
- •
Erkend gedupeerde ex-partners;
- •
Kinderen van gedupeerde ouders die de kindregeling hebben ontvangen;
- •
Nabestaanden van overleden aanvragers.
Deze inwoners worden hierna aangeduid als rechthebbende.
(artikel 2:21 lid 1 van de Wet hersteloperatie toeslagen)
Artikel 2. Gezinsdefinitie
Brede ondersteuning wordt ook geboden aan het gezin van de rechthebbende. Voor de definitie van gezin wordt aangesloten bij artikel 4 lid 1 onder c van de Participatiewet. Per rechthebbende wordt beoordeeld wie tot zijn of haar gezin behoort, waarbij het moment van melding bij het college bepalend is.
(artikel 2:21 lid 2 van de Wet hersteloperatie toeslagen)
Artikel 3. Verificatieproces bij UHT
Brede ondersteuning is gekoppeld aan het herstelproces bij Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT).
Als een rechthebbende bij UHT aangeeft voor brede ondersteuning in aanmerking te willen komen, ontvangt de gemeente de contactgegevens via UHT. Rechthebbenden kunnen zich ook direct bij gemeente West Betuwe melden. Kinderen moeten zich altijd rechtstreeks bij de gemeente melden.
Als inwoners zichzelf bij gemeente West Betuwe melden voor brede ondersteuning, dan wordt bij UHT gecontroleerd of diegene kan worden aangemerkt als rechthebbende. Voor deze verificatie verwerkt de gemeente persoonsgegevens.
Artikel 4. Causaliteit
De causaliteit tussen de toeslagenaffaire en de brede ondersteuning die de gemeente biedt, is duidelijk en direct: de brede ondersteuning is een reactie op het onrecht dat ouders en gezinnen is aangedaan door de onterechte stopzetting van kinderopvangtoeslagen tussen 2005 en 2019.
Artikel 5. Interne werkwijze en toetsing
Over de brede ondersteuning aan alle aanvragers vindt overleg plaats tussen meerdere consulenten van team sociaal voordat het plan van aanpak wordt voorgelegd aan rechthebbende. Indien nodig wordt een extern deskundige geraadpleegd.
Alle aanvragen worden getoetst bij het herstelteam van de VNG voordat deze worden opgenomen in het plan van aanpak.
Voor de brede ondersteuning hanteren we de termijnen zoals deze met ingang van 1 januari 2025 zijn opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. Dit is toegevoegd als bijlage 1.
Artikel 6. Woongemeente
Brede ondersteuning kan in bijzondere omstandigheden ook geboden worden aan een rechthebbende die in een andere gemeente woont. Zo nodig vindt dan overleg plaats met de woongemeente van de rechthebbende.
(artikel 2:21 lid 3 van de Wet hersteloperatie toeslagen)
Artikel 7. Brede ondersteuning aan minderjarige kinderen
Een minderjarige vanaf 16 jaar wordt beschouwd als handelingsbekwaam en kan zelf een beroep doen op brede ondersteuning van de gemeente waar de ouder die het gezag heeft woont. Als beide ouders het gezag delen, maar niet dezelfde woonplaats hebben, volgt het kind de woonplaats van de ouder bij wie het feitelijk verblijft volgens de Basisregistratie Personen.
Hoofdstuk 2 Vaststellen hulpvraag en opstellen plan van aanpak
Artikel 8. Vaststellen hulpvraag en doelstellingen
Brede ondersteuning richt zich op een nieuwe start op de volgende vijf leefgebieden: wonen, financiën, gezin, zorg en werk. Na aanmelding neemt de gemeente zo spoedig mogelijk contact op met de rechthebbende voor een eerste gesprek.
Tijdens dit gesprek wordt de huidige situatie per leefgebied besproken en getoetst aan de onderstaande doelen, om zo de hulpvraag van de rechthebbende vast te stellen:
- a.
Leefgebied: Wonen
Doel: Passende woning
Beschrijving doel (voor zover haalbaar op individueel niveau): Veilige en betaalbare plek om te wonen
- b.
Leefgebied: Financiën
Doel: Financieel vaardig en in balans
Beschrijving doel (voor zover haalbaar op individueel niveau): In staat zijn om een financieel gezonde huishouding te voeren
- c.
Leefgebied: Gezin
Doel: Veilige leefomgeving
Beschrijving doel (voor zover haalbaar op individueel niveau): Samenleven en opgroeien in een veilige omgeving waarbij kinderen zich kunnen ontwikkelen
- d.
Leefgebied: Zorg
Doel: Positieve gezondheid
Beschrijving doel (voor zover haalbaar op individueel niveau): Welzijn vanuit lichamelijke en geestelijke gezondheid
- e.
Leefgebied: Werk
Doel: Werkzekerheid
Beschrijving doel (voor zover haalbaar op individueel niveau): Duurzaam kunnen participeren in een arbeidsproces met minimaal de beschikking over een startkwalificatie
Artikel 9. Plan van aanpak
Brede ondersteuning wordt verleend op basis van een plan van aanpak. Dit plan wordt opgesteld binnen acht weken na het eerste gesprek waarin de hulpvraag voor brede ondersteuning is vastgesteld. Naast de te behalen doelen, staat in het plan van aanpak ook welke (materiële) voorzieningen passend zijn om voor cliënt een duurzaam toekomstperspectief te kunnen hebben. Het plan van aanpak wordt opgesteld voor elke rechthebbende die een beroep doet op de brede ondersteuning en het gezin. Bij het plan van aanpak wordt een beschikking toegevoegd waartegen bezwaar- en beroep openstaat. Het plan van aanpak wordt zowel door de gemeente als de rechthebbende getekend.
(artikel 2:21 lid 4 van de Wet hersteloperatie toeslagen)
Artikel 10. Inzet voorzieningen
De (materiële) voorzieningen die nodig zijn om een nieuwe start te kunnen maken, worden getoetst aan de gestelde doelen en vervolgens toegekend of afgewezen en gemotiveerd via het plan van aanpak.
Artikel 11. Brede ondersteuning is gericht op hulp – niet op spullen
Materiële verstrekkingen, zoals bijvoorbeeld een laptop, huisraad of een fiets, zijn alleen onderdeel van de brede ondersteuning als:
- •
De verstrekking is passend is voor het kunnen maken van een nieuwe start;
- •
Het besluit over de toekenning van de materiële verstrekking plaatsvindt binnen zes maanden na het eerste gesprek.
(artikel 2:21 lid 4a van de Wet hersteloperatie toeslagen)
Artikel 12. Huisbezoek voor vaststellen noodzaak en omvang
Als de noodzaak en omvang van een materiële verstrekking niet goed kan worden bepaald, kan een huisbezoek plaatsvinden. Dit kan helpen om een beter beeld te krijgen van de woon- en leefsituatie van de rechthebbende in relatie tot de brede ondersteuning. Het huisbezoek gebeurt in overleg met de rechthebbende en wordt van tevoren aangekondigd. Als de rechthebbende het huisbezoek niet wil, heeft deze het recht om dit bezoek te weigeren. Weigering kan invloed hebben op de brede ondersteuning als hierdoor onvoldoende vastgesteld kan worden wat de rechthebbende nodig heeft om een nieuwe start te maken.
Artikel 13. Wijze van verstrekken
Als voorzieningen en/of materiële verstrekkingen onderdeel zijn van het plan van aanpak, verstrekt het college voor voorzieningen in natura of materiële verstrekking één of meerdere voorschotten.
De betaling wordt, in overleg met de rechthebbende, gedaan aan de verkoper of direct aan de rechthebbende, aan de hand van een of meerdere offerten. Als de betaling aan de rechthebbende wordt gedaan, moeten de bijbehorende factuur binnen één maand na ontvangst van de betaling ingeleverd worden bij de medewerker van de brede ondersteuning.
Artikel 14. Geen terugwerkende kracht
Brede ondersteuning is gericht op het maken van een nieuwe start en de toekomst. In het plan van aanpak wordt bepaald wat de rechthebbende op dat moment nodig heeft voor het maken van een nieuwe start. In principe worden er geen voorzieningen met terugwerkende kracht toegekend, omdat de noodzaak dan niet vastgesteld kan worden. Het vergoeden van schade of gemiste kansen uit het verleden valt onder het financieel herstel bij UHT, niet onder de brede ondersteuning.
Artikel 15. Niet vergoed
De volgende zaken worden niet vergoed vanuit de brede ondersteuning:
- a.
Verkeersboetes.
- b.
Cosmetische ingrepen, tenzij hier een medische noodzaak voor is.
- c.
Verbouwingen en/of aanpassingen aan de woning en/of tuin.
- d.
Vakanties.
- e.
Luxegoederen (denk hierbij aan iPad, smartwatches, spelcomputers, elektrische fietsen, elektrische steps, smartphones en tuinsets).
- f.
Structurele kosten levensonderhoud (waaronder energiekosten).
Bovenstaande lijst is niet volledig. Bij het beoordelen van een aanvraag zullen de individuele omstandigheden per rechthebbende worden afgewogen om tot een besluit te komen. Als vanuit de brede ondersteuning geen vergoeding plaatsvindt, zal samen met de rechthebbende worden gezocht of er een andere passende oplossing is en zal worden doorverwezen waar mogelijk.
Artikel 16. Geen schulden
Het rijk heeft een schuldenaanpak opgesteld voor erkende gedupeerden, hun toeslagpartners en ex-toeslagpartners. Deze aanpak is gericht op het binnen de reikwijdte van de verschillende regelingen betalen en kwijtschelden van achterstanden. De regelingen hebben betrekking op publieke schulden (schulden bij overheidsinstanties), private schulden, schulden die betaald zijn vanuit de ontvangen compensatie en een regeling voor de afhandeling van ouders met een schuldregeling (Msnp/Wsnp). De uitvoering hiervan ligt bij (de gemandateerde van) het ministerie van Financiën, niet bij de gemeente. Daarom worden er in beginsel geen schulden betaald vanuit de brede ondersteuning.
Artikel 17. Toeleiding naar reguliere ondersteuning
Toeleiding naar reguliere ondersteuning kan onderdeel uitmaken van het plan van aanpak, als niet te voorzien is dat de gestelde doelen binnen afzienbare termijn via de brede ondersteuning kunnen worden behaald. In die gevallen draagt het begeleiden naar de reguliere ondersteuning van de gemeente bij aan het (duurzaam) kunnen maken van de nieuwe start.
Artikel 18. Aanpassing plan van aanpak
Terugkerende aanvragen voor voorzieningen worden getoetst aan de eerder vastgestelde doelen op de vijf leefgebieden. Tussentijdse aanpassing van het plan van aanpak is alleen mogelijk als dit in lijn is met de eerder vastgestelde doelen, tenzij er nieuwe feiten of omstandigheden zijn aanleiding geven om de doelen aan te passen.
Hoofdstuk 3 Beëindiging
Artikel 19. De rechthebbende heeft een nieuwe start gemaakt
De brede ondersteuning eindigt op het moment dat de rechthebbende een nieuwe start in het kader van herstel heeft kunnen maken. Dit is in ieder geval binnen 24 maanden na het eerste gesprek.
(artikel 2:21 lid 4b van de Wet hersteloperatie toeslagen)
Artikel 20. Niet erkend als gedupeerde ouder door UHT
De brede ondersteuning eindigt binnen 30 dagen nadat de Dienst Toeslagen het college heeft geïnformeerd dat de aanvrager een afwijzende beschikking heeft ontvangen en dat diegene dus niet is aangemerkt als gedupeerde.
In overleg met de inwoner wordt bepaald of reguliere ondersteuning nodig en gewenst is.
(artikel 2:21 lid 6 van de Wet hersteloperatie toeslagen)
Hoofdstuk 4 Slotbepalingen
Artikel 21. Hardheidsclausule
Het college kan een bepaling geheel of gedeeltelijk buiten toepassing laten als de toepassing ervan zou leiden tot uitzonderlijk onbillijke of onredelijke gevolgen.
Artikel 22. Inwerkingtreding
De beleidsregel treedt in werking op de dag na bekendmaking.
Artikel 23. Citeertitel
Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels brede ondersteuning toeslagenaffaire West Betuwe 2025.
Ondertekening
Aldus vastgesteld op 15 juli 2025,
Burgemeester en wethouders van de gemeente West Betuwe
Gemeentesecretaris,
Philip Bosman
Burgemeester,
Servaas Stoop
Bijlage 1: Termijnen brede ondersteuning
Per 1 januari 2025 zijn er termijnen voor de brede ondersteuning opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. Met de termijnen komt er meer uniformiteit en duidelijkheid over hoe de brede ondersteuning (hulp) door gemeenten aan getroffen inwoners van de toeslagenaffaire eruitziet.
De hulp vanuit de gemeente blijft doelgerichte hulp op maat. Hierbij is de situatie van het gezin bij het eerste gesprek het startpunt van de ondersteuning.
De termijnen geven duidelijkheid over het proces van de brede ondersteuning, gelden voor alle gemeenten en zijn als volgt:
Eerste gesprek na aanmelding
Na aanmelding vindt het eerste gesprek plaats binnen een redelijke termijn. Doorgaans wordt een termijn van maximaal acht weken als redelijk beschouwd. Nadat een ouder of kind zich heeft aangemeld bij de gemeente en het recht op hulp is bevestigd bij UHT, geldt een redelijke termijn tot het moment waarop een eerste gesprek met een medewerker van team sociaal plaatsvindt. In het gesprek wordt de huidige situatie geïnventariseerd en wordt besproken of er een hulpvraag is waarbij gemeentelijke ondersteuning gewenst is.
Vastellen van de hulpvraag
Bij de kennismaking wordt de huidige situatie van de rechthebbende op de vijf leefgebieden besproken. Wanneer in dit gesprek de ouder of het kind een hulpvraag heeft waarbij gemeentelijke ondersteuning gewenst is, is dit ook het eerste gesprek. De hulpvraag wordt opgenomen in het plan van aanpak. De gemeente informeert de ouder of het kind dat het eerste gesprek heeft plaatsgevonden en legt deze datum vast. Het plan van aanpak wordt binnen acht weken na het eerste gesprek opgesteld.
Opstellen (eerste) plan van aanpak
Binnen acht weken vanaf de datum van het eerste gesprek wordt het (eerste) plan van aanpak opgesteld. In het plan van aanpak wordt de situatie beschreven van de ouder of het kind op het moment van aanmelden voor hulp bij de gemeente. Er wordt aangegeven welke hulpvra(a)g(en) er zijn, naar welke doelen er wordt toegewerkt en op welke manier de gemeente de ouder of het kind daarbij ondersteunt. In het plan van aanpak wordt de datum opgenomen waarop het eerste gesprek heeft plaatsgevonden. Dit is belangrijk, omdat de termijnen rondom de duur van de brede ondersteuning gaan lopen vanaf de datum van dit eerste gesprek. Bij het plan aanpak komt een beschikking, waartegen beroep en bezwaar mogelijk is. Bijna altijd is dit eerste plan van aanpak, een plan van aanpak op hoofdlijnen. Immers, herstel is geen eenvoudig noch lineair proces. Er is twee jaar lang de tijd om tot een volledig plan van aanpak te komen.
Bepalen welke spullen noodzakelijk zijn
Er is zes maanden de tijd om te bepalen welke spullen noodzakelijk zijn. Spullen zijn alleen onderdeel van de brede ondersteuning, indien het verstrekken ervan noodzakelijk is om de doelen, zoals opgenomen in het plan van aanpak, te bereiken. Besluiten over wat (acuut) aan spullen noodzakelijk is worden binnen zes maanden na het eerste gesprek genomen. De spullen zijn altijd ondersteunend aan de hulp die is opgenomen in het plan van aanpak. Het daadwerkelijk verstrekken van deze spullen kan ook na de periode van zes maanden gebeuren.
Volledig maken plan van aanpak
Er is een periode van twee jaar om het plan van aanpak volledig uit te werken en te bepalen welke hulpverlening nodig is om de gestelde doelen te bereiken. Gedurende deze twee jaar wordt besproken wat nodig is om tot een compleet plan van aanpak te komen. Er is dus twee jaar de tijd om het plan van aanpak aan te vullen, en stapsgewijs toe te werken naar de hoofddoelen die zijn vastgesteld. De hulp zelf kan langer doorlopen dan de twee jaar, en zelfs pas daarna starten, mits de beslissing over wat nodig is aan hulp wel al daarvoor werd genomen.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl