Regeling vervalt per 01-01-2027

Subsidieregeling emissieloos bouwen voor marktpartijen

Geldend van 29-07-2025 t/m 31-12-2026

Intitulé

Subsidieregeling emissieloos bouwen voor marktpartijen

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,

gelezen het voorstel van Directeur stedelijke inrichting;

gelet op de artikelen 3, derde lid, 4, 5, tweede lid, 6, derde lid, 8, onderdeel k, 11, 12a, en artikel 14, vierde lid, van de Subsidieverordening Rotterdam 2014;

overwegende, dat het ter bevordering van de volksgezondheid wenselijk is activiteiten te stimuleren van innovatieve ondernemers in de bouw van gebouwen, woningen en kantoren, die bijdragen aan een schone luchtkwaliteit;

besluit:

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • -

    emissieloos: zonder uitlaatemissie van stikstofoxiden, roetdeeltjes en broeikasgassen, uitgezonderd koolstofdioxide die vrijkomt bij gebruik van niet fossiele waterstofdragers in een brandstofcel;

  • -

    emissieloos werktuig: werktuig dat bestemd is dan wel in hoofdzaak gebruikt wordt voor het verrichten van bouwwerkzaamheden in de open lucht en emissieloos wordt aangedreven;

  • -

    ruwbouw: bouw van de onafgewerkte, structurele delen van een gebouw;

  • -

    vernieuwende laadvoorziening: de mogelijkheid om een elektrisch aangedreven werktuig op te laden zonder dat direct gebruik gemaakt wordt van een bouwaansluiting.

Artikel 2 Toepassingsbereik

Deze subsidieregeling is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.

Artikel 3 Activiteiten

  • 1. Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor de volgende activiteiten:

    • a.

      de inzet van emissieloze werktuigen die beschikken over een continu elektrisch vermogen van 56 kilowatt of hoger voor de ruwbouw;

    • b.

      het gebruik van vernieuwende methoden om de accu van elektrisch aangedreven werktuigen op te laden voor de ruwbouw, waaronder in ieder geval de vernieuwende methoden, bedoeld in bijlage 1.

  • 2. De volgende emissieloze werktuigen kunnen in ieder geval worden ingezet:

    • a.

      een bouwwerktuig, zijnde:

      • 1°.

        een mobiele machine als bedoeld in bijlage 2, onderdeel B;

      • 2°.

        een vervoerbare industriële uitrusting als bedoeld in bijlage 2, onderdeel B; of

    • b.

      een hulpfunctie werktuig, zijnde een:

      • 1°.

        voertuig, niet bestemd voor personen- of goederenvervoer over de weg, als bedoeld in bijlage 2, onderdeel C;

      • 2°.

        machine die is gemonteerd op het chassis van een weg- of spoorvoertuig of een drijvend werktuig als bedoeld in bijlage 2, onderdeel C;

    • c.

      een bouwvoertuig, zijnde een voertuig als bedoeld in bijlage 2, onderdeel D, welke voldoet aan de volgende eisen:

      • 1°.

        het voertuig weegt minimaal 4.250 kilogram;

      • 2°.

        het voertuig heeft een in het kentekenregister vastgelegde voertuigkwalificatie N2 of N3; en

      • 3°.

        het voertuig heeft carosseriecode 9, 10, 15, 16, 26, 27, 28 of de aanduiding voor speciale doeleinden SF.

  • 3. Subsidie wordt niet verstrekt voor activiteiten die zien op grond-, weg-, waterbouw-, of infrastructuurprojecten.

Artikel 4 Doelgroep

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt aan:

  • a.

    initiatiefnemers die beschikken over een onherroepelijke omgevingsvergunning tot het bouwen van woningen, kantoren of gebouwen binnen de gemeente Rotterdam en staan ingeschreven in de Kamer van Koophandel; of

  • b.

    de opdrachtnemer van een initiatiefnemer, niet zijnde een natuurlijk persoon, die staat ingeschreven in de Kamer van Koophandel.

Artikel 5 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

Voor subsidie komen de redelijk gemaakte meerkosten ten opzichte van de kosten voor conventionele werktuigen die werken op fossiele brandstoffen in aanmerking die direct verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 3, indien de meerkosten minimaal € 100.000 bedragen.

Artikel 6 Hoogte van de subsidie

Een subsidie bedraagt ten minste €100.000 en ten hoogste € 300.000.

Artikel 7 Subsidieplafond

Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt voor de periode vanaf inwerkingtreding van deze subsidieregeling tot en met 30 juni 2026 een subsidieplafond van € 1.000.000.

Artikel 8 Wijze van verdeling

  • 1. Verstrekking van subsidie vindt plaats op volgorde van ontvangst van complete aanvragen, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt.

  • 2. Als de aanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, geldt als datum van ontvangst van de aanvraag de datum waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen.

  • 3. Indien het vastgestelde subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van het aantal aanvragen dat op dezelfde dag wordt ontvangen, worden de aanvragen die op die dag ontvangen zijn, door middel van loting gerangschikt.

Artikel 9 Aanvraag

  • 1. De subsidieaanvraag wordt digitaal ingediend via Subsidies | rotterdam.nl onder gebruikmaking van eHerkenning en het daar beschikbaar gestelde aanvraagformulier.

  • 2. Alleen volledige aanvragen worden in behandeling genomen. Een aanvraag voor subsidieverlening is volledig, indien:

    • a.

      het aanvraagformulier volledig en naar waarheid is ingevuld;

    • b.

      alle gevraagde gegevens en bescheiden zijn bijgevoegd.

  • 3. Bij de aanvraag wordt in ieder geval de volgende informatie overgelegd:

    • a.

      een ingevuld plan van aanpak dat ten minste een projectplan bevat waarin wordt ingegaan op de problematiek, aanleiding, doelstelling, de uit te voeren activiteiten, verwachte resultaten en een planning;

    • b.

      een sluitende begroting waarin de meerkosten van inzet elektrische werktuigen en innovatieve laadoplossingen en daarbij behorende werkprocessen worden onderbouwd;

    • c.

      een toelichting op de competenties van de aanvrager met betrekking tot ruwbouw;

    • d.

      een recent uittreksel van de Kamer van Koophandel;

    • e.

      indien van toepassing, een opdrachtbrief;

    • f.

      indien van toepassing, een ingevulde en ondertekende de-minimisverklaring.

Artikel 10 Aanvraagtermijn

Aanvragen kunnen worden ingediend in de periode van 1 september 2025 tot en met 30 juni 2026.

Artikel 11 Aanvullende weigeringsgronden

Subsidieverlening wordt geweigerd als de aanvrager eerder subsidie heeft ontvangen op grond van deze regeling.

Artikel 12 Tussentijdse rapportage

De subsidieontvanger legt één keer per jaar een tussentijdse rapportage over aan het college, waarin wordt ingegaan op de reeds verrichte activiteiten en in het kader daarvan verrichte prestaties of subsidiabele lasten en eventueel daaraan gerelateerde baten.

Artikel 13 Verplichtingen subsidieontvanger

Aan de subsidieontvanger worden de volgende verplichtingen opgelegd:

  • a.

    de subsidieontvanger staat toe dat het college de locatie van het bouwwerk, de bedrijfsnaam, de hoogte van het subsidiebedrag en de maatregelen voor emissiereductie direct na verlening publiceert;

  • b.

    de subsidieontvanger registreert de inzet van emissieloze werktuigen, de hoeveelheid afgenomen stroom anders dan direct van het netwerk van Stedin en de extra inzet vanwege gewijzigde werkprocessen;

  • c.

    de subsidieontvanger werkt mee aan het delen met de branche van de projectresultaten, waaronder ten minste:

    • 1°.

      de algemene gegevens over het bouwwerk;

    • 2°.

      het ingezette emissieloos materieel; en

    • 3°.

      de wijze waarop emissiereductie van CO2, stikstofoxiden en fijnstof is gerealiseerd.

Artikel 14 Verantwoording en vaststelling subsidies

Bij de aanvraag tot vaststelling wordt tevens een rapportage over de daadwerkelijk inzet van elektrische werktuigen, vernieuwende laadvoorzieningen en de daarmee gemoeid zijnde meerkosten overgelegd.

Artikel 15 Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin het wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2027, met dien verstande dat deze subsidieregeling van toepassing blijft op reeds verleende subsidies.

Artikel 16 Citeertitel

Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling emissieloos bouwen voor marktpartijen.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van 1 juli 2025.

De secretaris,

G.J.D. Wigmans

De burgemeester,

C.J. Schouten

Bijlage 1. Vernieuwende methoden als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b

Vernieuwende methoden om de accu van elektrisch aangedreven werktuigen op te laden

  • -

    A1.1 aggregaat op wind- of zonne-energie voor off-grid stroomvoorziening die niet is uitgevoerd met verbrandingsmotor;

  • -

    A1.2 aggregaat voor off-grid stroomvoorziening aangedreven door waterstof of waterstofdragers;

  • -

    A1.3 DC laadstation

  • -

    A1.4 hydraulisch aggregaat;

  • -

    A1.5 lasaggregaat;

  • -

    A1.6 lichtmastaggregaat of zelfaangedreven lichtmast;

  • -

    A1.7 stationair batterijpakket voor off-grid stroomvoorziening vanaf 50 kilowattuur;

  • -

    A1.8 verwisselbaar batterijpakket vanaf 50 kilowattuur behorend bij een bouwwerk;

  • -

    A1.9 vliegwiel als vermogensvoorziening.

Bijlage 2. Bouwwerktuig, hulpfunctie werktuig of bouwvoertuig als bedoeld in artikel 3, tweede lid

B.Bouwwerktuigen

B1 Mobiele machines

  • -

    B1.1 asfalt- of betonzagen;

  • -

    B1.2 asfaltspreidmachine of asfaltwerkmachine;

  • -

    B1.3 asfaltvoorlader;

  • -

    B1.4 ballastafwerkmachine;

  • -

    B1.5 bestratingsmachine zelfrijdend;

  • -

    B1.6 beton- of mortelmachine, paver of mobiele 3D printer;

  • -

    B1.7 beton- of bentonietpomp;

  • -

    B1.8 bodemstabiliseerder;

  • -

    B1.9 bulldozer;

  • -

    B1.10 emulsiespuitwagen;

  • -

    B1.11 freesmachine voor asfalt of beton;

  • -

    B1.12 sondeermachine, sondeertruck of sondeerrups;

  • -

    B1.15 gietasfaltketel;

  • -

    B1.16 graaflaadcombinatie;

  • -

    B1.17 grader of wegschaaf;

  • -

    B1.18 funderingsmachine, zijnde een heimachine, drukmachine voor bijvoorbeeld damwanden, trilstelling of vibrostelling;

  • -

    B1.19 hoogwerker

  • -

    B1.20 kabeltreklier;

  • -

    B1.21 mobiele boorinstallatie, grondboormachine, mobiele boorinstallatie ook voor grondankers, grondboormachine, gestuurde boring machine of boorrups;

  • -

    B1.22 mobiele compressor;

  • -

    B1.23 mobiele graafmachine, niet zijnde een overslagmachine;

  • -

    B1.24 mobiele kraan;

  • -

    B1.25 mobiele lopende band, zelf aangedreven mobiel modulair transportsysteem;

  • -

    B1.26 mobiele puinbreekinstallatie;

  • -

    B1.27 mobiele zeefinstallatie of grondzeef;

  • -

    B1.28 mobiele overslagmachine, rupsoverslagmachine, overslagkraan die niet statisch en bekabeld elektrisch is;

  • -

    B1.29 rupsdumper;

  • -

    B1.30 rupsgraafmachine;

  • -

    B1.31 ruw terrein heftruck 4x4 aangedreven;

  • -

    B1.32 schranklader;

  • -

    B1.33 shovel, laadschop, wiellader op banden of rups;

  • -

    B1.34 shuttle buggy;

  • -

    B1.35 sleepgraver of dragline;

  • -

    B1.36 sloopkraan;

  • -

    B1.37 teer- of asfaltsproeier;

  • -

    B1.38 tractor met

  • -

    B1.39 veegmachine

  • -

    B1.40 verreiker;

  • -

    B1.41 vlindermachine uitsluitend ride-on;

  • -

    B1.42 wals

  • -

    B1.43 waterwagen bij asfalt en frees;

  • -

    B1.44 weg-markeringsmachine;

  • -

    B1.45 wieldumper;

  • -

    B1.46 boomverplantingsmachine.

B2 Vervoerbare industriële uitrustingen

  • -

    B2.1 trilplaat, trilblok of stamper;

  • -

    B2.2 mobiele waterpomp voor schoon of vil water;

  • -

    B2.3 pompen voor baggeren;

C Hulpfunctie werktuigen

C1 Elektrische aandrijfmotor met een brandstofcel of een niet-loodhoudend accupakket vooraandrijving van de opbouw van een voertuig, oplegger of spoorvoertuig iinclusief vrachtautorailvoertuig, zijnde een:

  • -

    C1.1 autolaadkraan;

  • -

    C1.2 betonmixer;

  • -

    C1.3 betonpomp;

  • -

    C1.4 binnenlader;

  • -

    C1.5 boor;

  • -

    C1.6 front-end cylinder;

  • -

    C1.7 haakarm;

  • -

    C1.8 kabelsysteem;

  • -

    C1.9 kettingsysteem;

  • -

    C1.10 onderwaartse cylinder;

  • -

    C1.11 portaalarmsysteem;

  • -

    C1.12 mobiele kraan

C2 Elektrische aandrijfmotor met een brandstofcel of een niet loodhoudend accupakket vooraandrijving van hulpfunctie op een vaartuig, niet de voortstuwing, zijnde een:

  • -

    C2.1 grondpers;

  • -

    C2.2 hei-installatie op een heischip;

  • -

    C2.3 kraan

D Bouwvoertuigen

  • -

    D1 betonmixer met carrosseriecode 15;

  • -

    D2 betonpompvoertuig met carrosseriecode 16;

  • -

    D3 boorwagen met carrosseriecode 28;

  • -

    D4 hoogwerker met carrosseriecode 27;

  • -

    D5 kieptruck met carrosseriecode 10;

  • -

    D6 kraanwagen met carrosseriecode 26 of aanduiding SF;

  • -

    D7 voertuig met haakarm met carrosseriecode 9.

Toelichting bij de Subsidieregeling emissieloos bouwen voor marktpartijen

Algemeen

Deze subsidieregeling is een stimuleringsregeling voor initiatiefnemers (projectontwikkelaars, woningbouwcorporaties, bouwbedrijven) en hun opdrachtnemers die bouwwerken uitvoeren binnen de gemeentegrenzen van Rotterdam. Deze regeling heeft tot doel dat de bouw voor projecten in Rotterdam zodanig wordt aangepast, dat deze minder emissies veroorzaakt. Dat kunnen bouwers doen door emissieloze werktuigen in te zetten en zo nodig daarbij alternatieve stroombronnen te gebruiken en de daarbij behorende werkprocessen aan te passen zodanig dat inzet van emissieloze werktuigen mogelijk wordt.

Het gaat in deze regeling alleen om bouwwerken zoals kantoren, scholen, zorginstellingen, winkels, woningen, sporthallen, horeca, etc. en niet om bouwwerken voor GWW- of infraprojecten. Voorts is de afbouw van dit soort gebouwen veelal al emissieloos. Vandaar dat de regeling zich richt op de ruwbouw. Gedurende die fase van de bouw ligt de focus op de constructie en stabiliteit van het gebouw, zonder aandacht te besteden aan esthetiek of afwerking.

Artikelsgewijs

Artikel 3 Activiteiten

Emissieloos bouwen gaat het maken van werk zonder uitstoot van schadelijke stoffen. Kern van de scope van deze subsidieregeling ligt bij inzet van het rijdend en rollend materieel waaronder rupsmaterieel zoals kranen, bulldozers en heistellingen en mobiel materieel als vrachtwagens, shovels, mobiele kranen, dumpers en trekkers. Werktuigen tot een vermogen van 56 kW zijn al goed emissieloos beschikbaar. Vandaar dat deze regeling zicht richt op de ruwbouw en materieel met een vermogen van meer dan 56 kW.

Vernieuwende methoden om accu’s van emissieloze werktuigen op te laden komen ook voor subsidie in aanmerking. Vernieuwende methoden zijn methoden, waarbij de accu’s niet direct van uit de bouwaansluiting worden geladen. Het kan zijn dat er geen bouwaansluiting is en bijvoorbeeld gebruik wordt gemaakt van stroom van het RET-netwerk voor tram en metro. Ook het laden van accu’s via andere energiedragers zoals waterstof is mogelijk. Het laden van accu’s door middel van fossiele brandstoffen is niet subsidiabel.

Onder een hulpfunctie werktuig, niet bestemd voor personen- of goederenvervoer over de weg, valt niet het transporteren van bouwstoffen voor ruwbouw, zoals bijvoorbeeld beton met een betonmixer. De meerkosten van de inzet van bijvoorbeeld een emissieloze betonmixer komen wel voor subsidie in aanmerking.

Artikel 4 Doelgroep

De subsidie wordt alleen verstrekt aan initiatiefnemers of diens opdrachtnemers. Bij initiatiefnemers kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een projectontwikkelaar, woningbouwcorporatie, of bouwbedrijf. Bij opdrachtnemer kan gedacht worden aan een aannemer die de opdracht heeft gekregen een bouwwerk van een projectontwikkelaar of woningbouwcorporatie te realiseren of renoveren.

Artikel 5 Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

Alleen redelijk gemaakte meerkosten ten opzichte van de kosten voor bouwen met fossiele brandstoffen komen in aanmerking voor subsidie. De meerkosten zijn bijvoorbeeld de kosten die:

  • gemaakt worden om emissieloze werktuigen in te zetten ten opzichte van de kosten die inzet van een fossiel aangedreven werktuig vergen. Ook de daarbij behorende meerkosten van wijzigingen in werkprocessen worden vergoed;

  • verbonden zijn aan het gebruik van een alternatieve stroombron. De meerkosten betreffen de extra kosten ten opzichte van het gebruik van een normale bouwaansluiting en meerkosten van daarbij behorende werkprocessen.

Bij meerkosten voor werkprocessen kan gedacht worden aan:

  • Logistiek in verband met beschikbaarheid van energie en daaruit voortvloeiende techniekkeuzes die invloed hebben op het werk, de planning en de benodigde expertise.

  • Veiligheid bij het werken met elektrische machines. De veiligheidsaspecten zijn deels anders vergeleken met een conventionele bouwplaats.

  • Werkwijze en projectplanning kunnen soms ook beïnvloed worden door het werken met emissieloze werktuigen. Beperkte beschikbaarheid van energie of het laadregime van een werktuig kunnen een andere manier van werken noodzakelijk maken.

De meerkosten zullen getoetst worden door een kostendeskundige van het Ingenieursbureau van de gemeente Rotterdam.

De gemaakte meerkosten zijn redelijk als:

  • ze noodzakelijk zijn voor de subsidiabele activiteit;

  • ze gebaseerd zijn op marktconforme prijzen en tarieven;

  • de specificaties van aangeschafte goederen of diensten (en daarmee de kosten) niet hoger zijn dan nodig is voor de subsidiabele activiteit.

Er wordt geen subsidie verleend voor dat deel van de kosten dat het college als niet redelijk beschouwd. Het is belangrijk dat wordt onderbouwd dat de kosten, die voor subsidie worden opgevoerd, redelijk zijn. Onderbouw voor elke opgevoerde kostenpost, waarom deze kosten nodig zijn voor de investering of het project. Leg ook uit waarom bijvoorbeeld niet wordt volstaan met een eenvoudiger, goedkoper product of dienst, met een lager ingeschaalde arbeidskracht, een minder dure expert of met minder uren.

Artikel 9 Aanvraag

Om te controleren of de aanvrager een initiatiefnemer is dan wel werkt in opdracht van een initiatiefnemer, wordt bij de aanvraag een uittreksel van de Kamer van Koophandel en indien van toepassing, een opdrachtbrief overgelegd.

Het college heeft het plan van aanpak nodig om te toetsen of de activiteiten die de aanvrager van plan is uit te voeren, subsidiabel zijn op grond van deze regeling.

De gegevens van de aanvraag zoals samengevat in het plan van aanpak, worden uitsluitend gebruikt voor het verlenen van de subsidie. Deze gegevens worden niet verder verspreid.

Wel publiceert het college na subsidieverlening de locatie van het bouwwerk, de naam van de aanvrager, de hoogte van het subsidiebedrag en de maatregelen voor emissiereductie.

Artikel 11 Aanvullende weigeringsgronden

Het college kan subsidie weigeren als de aanvrager eerder een subsidie heeft verkregen op grond van deze regeling.

Artikel 13 Verplichtingen subsidieontvanger

Direct na de subsidieverlening publiceert het college de in artikel 13, onderdeel a, genoemde gegevens over de subsidie.

De subsidieontvanger is verplicht om bepaalde gegevens te registreren, zoals het gebruik van een specifiek emissieloos werktuig het gebruik van een alternatieve stroomvoorziening zoals stroom van het RET-netwerk of een gewijzigd werkproces. Deze verplichting wordt opgelegd zodat dat het college bij de verantwoording kan toetsen of het aantal gesubsidieerde maatregelen daadwerkelijk zijn genomen.

Het college verplicht de subsidieontvanger om de resultaten te delen met de branche en ten minste de algemene gegevens over het bouwwerk, de inzet van emissieloos materieel en de wijze waarop de besparing van CO2, stikstofoxiden en fijnstof is gerealiseerd, bijvoorbeeld doordat hij gebruik heeft gemaakt van een gewijzigd werkproces, te delen.

Bijlage 2

Onder B1.24 Mobiele kraan wordt bijvoorbeeld een telescoopkraan, torenkraan, rupshijskraan, ruwterreinkraan, draadkraan, minihijskraan of dragline-kraan verstaan.

Onder B2.3 Pompen voor baggeren wordt bijvoorbeeld een DOP-pomp, jetpomp of een booster-baggerstation verstaan.

Onder C1.12 Mobiele kraan wordt bijvoorbeeld een telescoopkraan, torenkraan, rupshijskraan, ruwterreinkraan, draadkraan, minihijskraan of dragline-kraan verstaan.

Dit gemeenteblad ligt ook ter inzage bij het Concern Informatiecentrum Rotterdam (CIC): 010-267 2514 of bir@rotterdam.nl