Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR742949
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR742949/1
Regeling vervalt per 31-12-2028
Subsidieregeling Cultuur 2026-2028
Geldend van 29-07-2025 t/m 30-12-2028
Intitulé
Subsidieregeling Cultuur 2026-2028Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere;
Gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Almere 2020;
BESLUIT:
vast te stellen de navolgende Subsidieregeling Cultuur 2026-2028
Artikel 1 – Definities
- a.
adviescommissie: adviescommissie als bedoeld in het instellingsbesluit Adviescommissie Kunst & Cultuur gemeente Almere;
- b.
ASV: de Algemene subsidieverordening Almere 2020.
- c.
college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere.
- d.
cultuurbeleid: het huidige cultuurbeleid van de gemeente Almere, zoals vastgelegd in het beleidsplan ‘Cultuurkoers 2040 & Cultuurplan 2025-2028’.
- e.
instellingen: privaatrechtelijke rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid en zonder winstoogmerk.
- f.
stelsel van baten en lasten: het stelsel waarbij inkomsten en uitgaven toegerekend worden aan het jaar waarop ze betrekking hebben, ongeacht het moment van betaling.
- g.
talentontwikkeling en muziekeducatie: activiteiten die zich primair richten op het ontdekken, benutten en ontwikkelen van talent of muzikaal talent, van individuen of groepen binnen de kunst- en cultuursector, en buiten de context van formeel onderwijs. De activiteiten richten zich op het begeleiden van deze individuen of groepen, of het aanbieden van ontwikkeltrajecten, met als doel doorstroming naar het professionele veld te bevorderen.
Artikel 2 – Doel
Het doel van deze regeling is het mede mogelijk maken van de ontwikkeling en bestendiging van de culturele infrastructuur in Almere, zoals bedoeld in het cultuurbeleid, via jaarlijkse en meerjarige subsidieafspraken.
Artikel 3 – Criteria aanvrager en activiteiten
-
1. Het college verstrekt uitsluitend subsidie aan instellingen die in de gemeente Almere actief zijn binnen de cultuursector en statutaire doelstellingen hebben op het gebied van cultuur.
-
2. De activiteiten van de instellingen die op grond van deze regeling subsidie aanvragen:
- a.
leveren een bijdrage aan het in artikel 2 genoemde doel;
- b.
zijn primair van artistieke of inhoudelijke culturele aard;
- c.
hebben een structureel karakter; en
- d.
zijn (grotendeels) openbaar toegankelijk.
- a.
Artikel 4 – Subsidielijn A: Basisfuncties
-
1. Het college verstrekt binnen deze subsidielijn per basisfunctie zoals genoemd in Bijlage 1 van deze regeling uitsluitend een meerjarige subsidie aan één instelling voor de periode 2026-2028.
-
2. In afwijking van het eerste lid kan voor de basisfunctie bibliotheekwerk slechts voor het jaar 2026 een eenjarige subsidie aangevraagd worden.
Artikel 5 – Subsidielijn B: Cofinanciering medeoverheden
Het college verstrekt binnen deze subsidielijn uitsluitend een meerjarige subsidie aan instellingen die voor de periode 2026–2028 meerjarige ondersteuning ontvangen van de landelijke Basisinfrastructuur, één van de Rijkscultuurfondsen of de provincie Flevoland.
Artikel 6 – Subsidielijn C: Talentontwikkeling en muziekeducatie
Het college verstrekt binnen deze subsidielijn uitsluitend een meerjarige subsidie aan instellingen die in de periode 2026–2028 culturele initiatieven realiseren op het gebied van talentontwikkeling en muziekeducatie.
Artikel 7 – Subsidielijn D: Overige culturele initiatieven
Het college verstrekt binnen deze subsidielijn uitsluitend een jaarlijkse subsidie aan instellingen die in de periode 2026–2028 culturele initiatieven realiseren die niet onder subsidielijn A, B of C vallen.
Artikel 8 – Aanvraagprocedure
-
1. Instellingen kunnen per aanvraagtermijn slechts één aanvraag indienen.
-
2. Indien een instelling per aanvraagtermijn meerdere aanvragen indient, dan neemt het college uitsluitend de eerste volledig ingediende aanvraag in behandeling. Overige aanvragen van dezelfde instelling laat het college buiten behandeling.
-
3. Instellingen kunnen meerjarige subsidies voor maximaal drie jaar aanvragen en in de periode vanaf 2026 tot en met 2028.
-
4. Indien een aanvraag voor subsidielijn C niet voor toekenning in aanmerking komt vanwege ontoereikende middelen, kan het college, indien de aard en inhoud van de aanvraag daartoe aanleiding geven, de aanvraag ambtshalve beoordelen als een aanvraag voor subsidielijn D. Het college doet hiervan mededeling aan de aanvrager.
Artikel 9 – Termijnen
-
1. Instellingen dienen aanvragen binnen subsidielijn A, B, C, en D uiterlijk op 30 september 2025 in.
-
2. Voor daaropvolgende subsidiejaren binnen subsidielijn D geldt als uiterste indieningsdatum 30 juni van het jaar voorafgaand aan het betreffende subsidiejaar.
-
3. Het college beslist op een aanvraag voor een jaarlijkse of meerjarige subsidie binnen 3 maanden na sluiting van de indieningstermijn of zoveel eerder als dat mogelijk is.
-
4. Indien de aanvragen als bedoeld in het eerste lid niet hebben geleid tot een subsidietoekenning voor een of meer van de functies in subsidielijn A, kan het college:
- a.
de termijn voor het indienen van aanvragen voor die functies heropenen; of
- b.
voor zover het de functie Cultuurcentrum Buiten betreft, besluiten om in afwijking van artikel 4 een meerjarige subsidie toe te kennen voor de periode 2027-2028. In dit geval blijft artikel 14, vierde en vijfde lid, onverkort van toepassing. Aanvragen hiervoor dienen instellingen uiterlijk op 30 juni 2026 in.
- a.
Artikel 10 – Bij de aanvraag in te dienen gegevens
In aanvulling op de in artikel 6, tweede lid, van de ASV genoemde gegevens verstrekt een instelling bij haar aanvraag informatie over:
- a.
de wijze waarop de instelling voldoet aan de hoofdcriteria artistieke en/of inhoudelijke kwaliteit en organisatorische kwaliteit en de daarbij behorende subcriteria zoals opgenomen in Bijlage 2 bij deze subsidieregeling; en
- b.
de wijze waarop zij invulling geeft aan de Governance Code Cultuur, de Fair Practice Code, de Code Culturele Diversiteit en haar duurzaamheidsambities. Die toelichting bevat per onderdeel concrete doelstellingen en beschrijft op welke wijze de instelling deze binnen de subsidieperiode realiseert en monitort.
- c.
Indien het aangevraagde subsidiebedrag hoger is dan in de voorgaande periode, een toelichting op hetgeen met de extra middelen zal worden gerealiseerd.
Artikel 11 – Aanvullende gegevens in te dienen bij de aanvraag bij een meerjarige subsidie (subsidielijn A, B en C)
-
1. Bij een aanvraag voor een meerjarige subsidie over de periode 2026–2028 voegt de instelling in aanvulling op artikel 10 van deze regeling de volgende documenten toe:
- a.
Een meerjarenbeleidsplan waarin wordt ingegaan op de visie, doelstellingen, activiteiten en de beoogde maatschappelijke en culturele impact van de instelling.
- b.
Een meerjarige sluitende begroting voor de periode 2026–2028 met een toelichting per begrotingspost, waarin de onderliggende aannames worden toegelicht. De begroting bevat tevens de gerealiseerde cijfers over de drie aan het subsidiejaar voorafgaande jaren.
- c.
Een toelichting op de meerjarige (financiële) risico’s die de instelling signaleert bij de uitvoering van de activiteiten en hoe zij daarmee omgaat. Geef daarbij een inschatting van de omvang van de risico's (klein, middel of groot) en wat dit financieel zou betekenen.
- d.
Een beschrijving van de meerjarige financiële positie van de instelling met een toelichting op de balansposten.
- e.
Een toelichting op de verwachte meerjarige personele ontwikkelingen binnen de instelling, waaronder wijzigingen in de formatie die van substantiële aard zijn.
- f.
Een toelichting op de post subsidies, waarin de instelling aangeeft welke subsidie-inkomsten zij verwacht en wat de status is van de aanvragen bij fondsen, provincies of overheden en andere financiële toezeggingen.
- a.
-
2. Voor zover de instelling subsidie wenst voor één van de functies uit subsidielijn A, licht de instelling in de aanvraag toe dat en op welke wijze zij aan de betreffende functieomschrijving in Bijlage 1 voldoet.
-
3. Het eerste en tweede lid van dit artikel is van overeenkomstige toepassing op aanvragen voor een subsidie voor de functie bibliotheekwerk, met dien verstande dat de aanvrager het beleidsplan, de begroting, toelichting op (financiële) risico’s, de beschrijving van de financiële positie en toelichting op personele ontwikkelingen mag toespitsen op het jaar 2026.
-
4. Voor zover de instelling subsidie wenst vanuit subsidielijn B verstrekt de instelling bij haar aanvraag een afschrift van de beschikking waaruit de ondersteuning vanuit de landelijke Basisinfrastructuur, één van de Rijkscultuurfondsen of de provincie Flevoland blijkt. Indien die beschikking gepubliceerd is kan de instelling volstaan met verwijzing daarnaar.
-
5. Voor zover de instelling subsidie wenst voor subsidielijn C, licht de instelling in de aanvraag toe dat en op welke wijze haar activiteiten voldoen aan talentontwikkeling en muziekeducatie als bedoeld in artikel 1, onder g, van deze regeling.
Artikel 12 – Aanvullende gegevens in te dienen bij de aanvraag bij een eenjarige subsidie (subsidielijn D)
Bij een aanvraag voor een eenjarige subsidie voegt de instelling in aanvulling op artikel 10 van deze regeling de volgende documenten toe:
- a.
Een sluitende begroting voor het betreffende subsidiejaar met een toelichting per begrotingspost, waarin de onderliggende aannames worden toegelicht.
- b.
Een toelichting op de (financiële) risico’s die de instelling signaleert bij de uitvoering van de activiteiten en hoe zij daarmee omgaat.
- c.
Een beschrijving van de financiële positie van de instelling met een toelichting op de balansposten.
- d.
Een toelichting op de post subsidies, waarin de instelling aangeeft welke subsidie-inkomsten zij verwacht en wat de status is van de aanvragen bij fondsen, provincies of overheden en andere financiële toezeggingen.
Artikel 13 – Beoordeling en beoordelingscriteria
-
1. Het college legt aanvragen voor eenjarige en meerjarige subsidies die voldoen aan de eisen van deze regeling voor aan een adviescommissie die over inhoudelijke expertise beschikt. De adviescommissie kan externe deskundigen inschakelen als zij dat nodig vindt. De adviescommissie presenteert haar advies aan het college.
-
2. Het uitgangspunt is dat het college volgens het advies van de adviescommissie besluit, onder de voorwaarde dat de gemeenteraad de daarvoor benodigde begroting vaststelt.
-
3. Het college kan gemotiveerd afwijken van het advies van de adviescommissie.
-
4. Het college beoordeelt aan de hand van het advies van de adviescommissie of de aanvragen bijdragen aan de ambities zoals beschreven in het cultuurbeleid. Dit gebeurt op basis van twee hoofdcriteria:
- a.
artistieke en/of inhoudelijke kwaliteit;
- b.
organisatorische kwaliteit.
- a.
-
5. De beoordeling vindt plaats op basis van een puntensysteem, zoals uitgewerkt in Bijlage 2 behorend bij deze regeling. Elk hoofdcriterium wordt beoordeeld op een schaal van 0 tot 50 punten. De artistieke en/of inhoudelijke kwaliteit telt voor 55% mee in de totaalscore, de organisatorische kwaliteit voor 45%.
-
6. Het college rangschikt de aanvragen op basis van hun totaalscore. Het beschikbare budget wordt vervolgens verdeeld in volgorde van deze rangschikking.
-
7. De verdeling vindt plaats per subsidielijn. Voor subsidielijn A geldt dat per functie uitsluitend de hoogst gerangschikte, en met een voldoende beoordeelde, aanvraag wordt gehonoreerd. Bij gelijke totaalscores binnen subsidielijn 1 prevaleert de aanvraag met de hoogste score op artistieke en/of inhoudelijke kwaliteit. Bij gelijke totaalscores op artistieke en/of inhoudelijke kwaliteit, vindt een loting plaats tussen de partijen met de gelijke totaalscore. Voor subsidielijn B, C en D kan het college meerdere aanvragen honoreren, afhankelijk van de beschikbare middelen.
-
8. Het college kan besluiten slechts een deel van het aangevraagde bedrag toe te kennen, afhankelijk van de redelijkheid van de begroting, de verhouding tussen kosten en activiteiten en het bereik in Almere.
-
9. De adviescommissie kan bij de aanvrager nadere informatie opvragen ter verduidelijking van de aanvraag.
Artikel 14 – Subsidieplafonds en (her)verdeling
-
1. Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt een subsidieplafond van € 16.492.000 voor het jaar 2026, gebaseerd op prijspeil 2025.
-
2. Voor subsidieverlening op grond van deze regeling geldt een jaarlijks subsidieplafond van € 9.464.000 voor de jaren 2027 en 2028, gebaseerd op prijspeil 2025.
-
3. Binnen de subsidieplafonds genoemd in het eerste lid, gelden de volgende deelplafonds:
- a.
Subsidielijn A – Culturele basisfuncties: maximaal € 13.937.000, onderverdeeld als volgt:
- o
Bemiddelingsfunctie cultuureducatie: € 1.091.000
- o
Bibliotheekwerk: € 7.028.000
- o
Cultuurcentrum Buiten: € 97.000
- o
Cultuurcentrum Haven: € 776.000
- o
Ontwikkeling cultuursector (kennisdeling en stimuleringsfonds): € 776.000
- o
Poppodiumvoorziening: € 320.000
- o
Professioneel Stadsgezelschap Theater: € 235.000
- o
Stadsschouwburg en Culturele huiskamer van de stad: € 3.614.000
- o
- b.
Subsidielijn B – Cofinanciering medeoverheden: maximaal € 1.470.000 per jaar, vermeerderd met het deel van het jaarlijkse subsidieplafond dat na toekenning in subsidielijn A beschikbaar blijft.
- c.
Subsidielijn C – Talentontwikkeling en muziekeducatie: maximaal € 431.000, vermeerderd met het deel van het jaarlijkse subsidieplafond dat na toekenning van subsidielijn A en B beschikbaar blijft.
- d.
Subsidielijn D – Overige culturele initiatieven: maximaal € 654.000 per jaar, vermeerderd met het deel van het jaarlijkse subsidieplafond dat na toekenning in subsidielijn A, B en C beschikbaar blijft.
- a.
-
4. Binnen de subsidieplafonds genoemd in het tweede lid, gelden de volgende jaarlijkse deelplafonds:
- a.
Subsidielijn A – Culturele basisfuncties: maximaal € 6.909.000, onderverdeeld als volgt:
- o
Bemiddelingsfunctie cultuureducatie: € 1.091.000
- o
Cultuurcentrum Buiten: € 97.000
- o
Cultuurcentrum Haven: € 776.000
- o
Ontwikkeling cultuursector (kennisdeling en stimuleringsfonds): € 776.000
- o
Poppodiumvoorziening: € 320.000
- o
Professioneel Stadsgezelschap Theater: € 235.000
- o
Stadsschouwburg en Culturele huiskamer van de stad: € 3.614.000
- o
- b.
Subsidielijn B – Cofinanciering medeoverheden: maximaal € 1.470.000 per jaar, vermeerderd met het deel van het jaarlijkse subsidieplafond dat na toekenning in subsidielijn A beschikbaar blijft.
- c.
Subsidielijn C – Talentontwikkeling en muziekeducatie: maximaal € 431.000, vermeerderd met het deel van het jaarlijkse subsidieplafond dat na toekenning van subsidielijn A en B beschikbaar blijft.
- d.
Subsidielijn D – Overige culturele initiatieven: maximaal € 654.000 per jaar, vermeerderd met het deel van het jaarlijkse subsidieplafond dat na toekenning in subsidielijn A, B, en C beschikbaar blijft.
- a.
-
5. Indien een subsidie voor een onderdeel van subsidielijn A niet tot het daarvoor vastgestelde deelplafond wordt verleend, kan het resterende bedrag door het college worden aangewend voor subsidieverlening binnen subsidielijn B, mits het totaal van de jaarlijkse deelplafonds van subsidielijn A en B niet wordt overschreden.
-
6. Indien na toepassing van het derde, vierde en vijfde lid van dit artikel het subsidieplafond nog niet is uitgeput, kan het resterende bedrag door het college worden aangewend voor subsidieverlening binnen subsidielijn C, mits het totaal van de jaarlijkse deelplafonds van subsidielijn A, B en C niet wordt overschreden.
-
7. Indien na toepassing van het derde, vierde, vijfde en zesde lid van dit artikel het subsidieplafond nog niet is uitgeput, kan het resterende bedrag door het college worden aangewend voor subsidieverlening binnen subsidielijn D, mits het totale jaarlijkse subsidieplafond niet wordt overschreden.
-
8. In afwijking van het bepaalde in de leden twee tot en met zeven van dit artikel geldt dat voor zover het bepaalde in artikel 9, vierde lid, zich voordoet, het college kan besluiten het betreffende deelplafond niet aan te wenden binnen subsidielijn B, C en D, maar beschikbaar te houden voor subsidiering van de niet ingevulde functie(s) in hetzelfde jaar of een of meer opvolgende jaren.
-
9. Het college maakt de jaarlijkse verdeling van de subsidieplafonds over de vier subsidielijnen, alsmede eventuele herverdelingen als bedoeld in het derde en vierde lid, vooraf bekend via het gemeenteblad en op de gemeentelijke website.
-
10. De subsidieaanvraag bedraagt maximaal € 300.000 per kalenderjaar voor instellingen die binnen subsidielijn B subsidie aanvragen en die zijn opgenomen in bijlage 1.2 behorende bij artikel 4 van het Convenant cultuur 2025-2028 dat de provincie Flevoland en de gemeente Almere hebben afgesloten met de Staat der Nederlanden.
-
11. Het college kan het subsidieplafond, bedoeld in het eerste en tweede lid, alsmede de jaarlijkse deelplafonds, bedoeld in het derde en vierde lid, verlagen indien daartoe aanleiding bestaat. Het besluit tot verlaging maakt het college bekend via het gemeenteblad en op de gemeentelijke website. Dit kan betekenen dat voor reeds ingediende of verleende aanvragen minder subsidie wordt toegekend.
-
12. Het college kan het subsidieplafond voor subsidielijn D voor een bepaald jaar verhogen met middelen die beschikbaar zijn gekomen. Het besluit tot verhoging maakt het college bekend via het gemeenteblad en op de gemeentelijke website.
-
13. De subsidie wordt verleend onder het voorbehoud dat de raad voldoende gelden ter beschikking stelt. Voor meerjarige subsidies betekent dit dat de subsidie tussentijds kan worden aangepast indien de raad in enig jaar onvoldoende gelden ter beschikking stelt.
-
14. Voor instellingen die een meerjarige subsidie ontvangen, kan het college jaarlijks aanvullend subsidie verstrekken ter dekking van loon- en prijsontwikkelingen. Toekenning vindt uitsluitend plaats op basis van een door het college vastgestelde indexering.
Artikel 15 – Aanvullende weigeringsgronden
Het college kan, in aanvulling op hoofdstuk 4 van de ASV, subsidie weigeren indien:
- a.
de instelling voor een van de hoofdcriteria minder dan 30 punten scoort;
- b.
de aanvraag niet voldoet aan de vereisten uit de Algemene wet bestuursrecht, de ASV of deze regeling.
Artikel 16 – Verantwoording
-
1. Het inhoudelijk verslag, bedoeld in artikel 16, tweede lid, en artikel 17, tweede lid, onder a, van de ASV bevat aanvullend:
- a.
Een toelichting op en beschrijving van de activiteiten en beoogde doelstellingen op het gebied van publieksbereik, duurzaamheid, en de mate van naleving van de codes genoemd in artikel 10, onder b, van deze regeling;
- b.
Een toelichting op de positionering van de instelling en het belang dat het voor de stad dient;
- c.
De actuele bestuurssamenstelling, met vermelding van eventuele mutaties daarin gedurende de jaren 2026, 2027 en 2028;
- a.
Artikel 17 – Tussentijdse verantwoording
-
1. De subsidieontvanger van een meerjarige subsidie dient, voor zover zij in het daaraan voorafgaande kalenderjaar subsidie heeft ontvangen, uiterlijk op 30 april 2027 en 30 april 2028 een tussentijdse verantwoording in over respectievelijk het kalenderjaar 2026 en 2027. Subsidie mag uitsluitend worden toegerekend aan het kalenderjaar waarin de activiteiten daadwerkelijk zijn uitgevoerd. De subsidieontvanger toont in het verslag de uitvoering van de activiteiten aan met inhoudelijke en financiële verantwoordingsstukken die zijn gedateerd binnen het betreffende kalenderjaar conform het stelsel van baten en lasten.
-
2. De tussentijdse verantwoording bestaat uit een inhoudelijk en financieel verslag overeenkomstig artikel 16 van de regeling.
-
3. Het college stelt de meerjarige subsidie jaarlijks vast.
Artikel 18 - Betaling
Meerjarige subsidies worden per kalenderjaar betaald en voor zover van toepassing, bevoorschot, op basis van het voor dat jaar vastgestelde bestedingsritme. Er vindt geen voorfinanciering plaats over meerdere jaren tegelijk, tenzij het college hiervoor gemotiveerd besluit.
Artikel 19 – Citeertitel
Deze subsidieregeling worden aangehaald als: “Subsidieregeling Cultuur 2026-2028”.
Artikel 20 – Duur van de regeling
Deze subsidieregeling treedt in werking de dag nadat deze bekend is gemaakt en eindigt op 31 december 2028.
Ondertekening
Aldus vastgesteld in de B en W-vergadering d.d. 23 juli 2025
burgemeester en wethouders van Almere,
de secretaris,
A. van Mazijk
de burgemeester,
W.H.J.M. van der Loo
BIJLAGE 1: Omschrijving functies Subsidielijn A
1. Bemiddelingsfunctie cultuureducatie
Voor de functie Bemiddelingsfunctie Cultuureducatie komt in aanmerking de instelling die:
- a.
fungeert als schakel tussen het primair en voortgezet onderwijs enerzijds en lokale culturele instellingen en makers anderzijds; met als doel kennismaking en ontwikkeling van culturele kennis en vaardigheden;
- b.
adviseert bij de vorming en uitvoering van cultuureducatiebeleid op scholen; en
- c.
deskundigheid van cultuureducatie bevordert van leerkrachten, cultuurcoördinatoren en makers.
2. Bibliotheekwerk
Voor de functie Bibliotheekwerk komt in aanmerking een instelling die:
- a.
uitvoering geeft aan de wettelijke kernfuncties van een sociaal-culturele-educatieve bibliotheek, zoals bedoeld in de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen;
- b.
bijdraagt aan de persoonlijke en culturele ontwikkeling, en de maatschappelijke kansen van een breed publiek door het bieden van een (fysieke) ontmoetingsplaats, kennis, informatie en activiteiten;
- c.
een breed publiek bereikt en zorg draagt dat alle inwoners van Almere toegang hebben tot een volwaardige bibliotheek; en
- d.
rekening houdt met mogelijke aanpassingen van de functie als gevolg van wijzigingen in landelijke wetgeving gedurende de subsidieperiode.
3. Cultuurcentrum Buiten
Voor de functie Cultuurcentrum Buiten komt in aanmerking een instelling die:
- a.
een breed en divers cultureel aanbod programmeert binnen het stadsdeel Almere Buiten;
- b.
een groot en/of breed publiek bereikt met de programmering, met bijzondere aandacht voor inwoners van Almere Buiten; en
- c.
voor elk kalenderjaar een jaarrond cultureel programma vormt, waaronder theater, film, expositie en/of muziek.
4. Cultuurcentrum Haven
Voor de functie Cultuurcentrum Haven komt in aanmerking een instelling die:
- a.
een breed en divers cultureel aanbod programmeert binnen het stadsdeel Almere Haven;
- b.
een groot en/of breed publiek bereikt, met bijzondere aandacht voor inwoners van Almere Haven; en
- c.
voor elk kalenderjaar een jaarrond cultureel programma vormt, waaronder theater, film, expositie en/of muziek.
5. Ontwikkeling Cultuursector (kennisdeling en stimuleringsfonds)
Voor deze functie komt in aanmerking een instelling die:
- a.
culturele projecten in Almere faciliteert en financiert ter stimulering van de brede culturele ontwikkeling in de stad; en
- b.
activiteiten uitvoert gericht op kennisdeling voor culturele makers en organisaties in Almere.
6. Poppodiumvoorziening
Voor de functie Poppodiumvoorziening komt in aanmerking een instelling die:
- a.
een breed en divers aanbod heeft waarin zowel (professioneel) geprogrammeerde popmuziek als activiteiten van startende makers geprogrammeerd worden, waarbij de focus ligt op programmering van concerten en live-muziek; en
- b.
daarmee een groot en/of breed publiek bereikt.
7. Professioneel Stadsgezelschap Theater
Voor deze functie komt in aanmerking een Almeers theatergezelschap dat:
- a.
in nauwe verbinding staat met de stad en voorstellingen maakt die relevant zijn voor Almere en haar inwoners;
- b.
beschikt over een stadsoverstijgend karakter, en theateraanbod verzorgt in Almere en daarbuiten; en
- c.
stevig verankerd is in de culturele infrastructuur in Almere.
8. Stadsschouwburg / Culturele huiskamer van de stad
Voor deze functie komt in aanmerking een instelling die:
- a.
een breed en divers cultureel aanbod programmeert;
- b.
een groot en/of breed publiek bereikt;
- c.
voor elk kalenderjaar een jaarrond cultureel programma vormt, waaronder theater, expositie, muziek, architectuur en/of gesprek & debat; en
- d.
verantwoordelijkheid voor cultuur in Almere toont doordat het een actieve rol vervult in het Almeerse culturele ecosysteem door inzet van ruimte ten behoeve van samenwerking en samenhang in de sector. Bij het inzetten van ruimte is speciale aandacht voor talentontwikkeling en cultuureducatie.
BIJLAGE 2: Beoordelingssystematiek Cultuursubsidies Almere
Aanvragen worden beoordeeld op twee hoofdcriteria:
- 1.
Artistieke en/of inhoudelijke kwaliteit (wegingsfactor: 55%)
- 2.
Organisatorische kwaliteit (wegingsfactor: 45%)
Binnen elk hoofdcriterium worden 5 subcriteria beoordeeld die hieronder puntsgewijs worden besproken. Elk subcriterium kent een maximum van 10 punten, waardoor per hoofdcriterium maximaal 50 punten behaald kunnen worden.
I. Artistieke en/of inhoudelijke kwaliteit
1.1 Profiel/signatuur van de instelling
De aanvrager heeft een herkenbaar artistiek en/of inhoudelijk cultureel profiel. Dit komt tot uiting in een onderscheidend programma en hoe de activiteiten van de instelling een bijzondere of unieke bijdrage leveren aan de Almeerse culturele sector. Uit de aanvraag blijkt een heldere visie die beeld geeft van de artistieke en/of inhoudelijk culturele ontwikkeling die de aanvrager voor ogen heeft. Er wordt ook gekeken hoe de signatuur wordt vertaald naar de activiteiten. Met andere woorden: dat de activiteiten logisch voortvloeien uit de visie van de instelling.
1.2 Impact van activiteiten op de ontvanger
Impact verwijst naar de mate waarin de artistieke/inhoudelijke activiteiten de cultuurbeoefenaar en/of cultuurbezoeker aanspreken en van betekenis zijn. Welke impact op de cultuurbeoefenaar en/of cultuurbezoeker heeft de aanvrager voor ogen? Uit de aanvraag blijkt dat de aanvrager in staat is om de intentie van de artistieke/inhoudelijke activiteiten daadwerkelijk over te brengen op de cultuurbeoefenaar en/of cultuurbezoeker. De activiteiten weten een verhaal te vertellen, roepen gevoelens op, zetten aan tot nadenken of dragen betekenis over. Ze laten een blijvende indruk achter, weten te prikkelen of het publiek te raken. Instellingen kunnen ook impact hebben door gericht te programmeren (dus passend bij de impact die ze willen maken op de ontvanger) en cultuurbezoekers en/of cultuurbeoefenaars actief te betrekken bij betekenisvolle activiteiten.
1.3 Meerwaarde voor de stad
Wat is de toegevoegde waarde van jouw activiteiten voor de stad Almere? Er wordt gekeken naar de manier waarop de activiteiten een bijdrage leveren aan de realisatie van de ambities en doelstellingen beschreven in de Cultuurkoers 2040 & Cultuurplan 2025-2028. De toetsing op dit criterium draait ook om de manier waarop de aanvrager zich verhoudt tot stedelijke vraagstukken, lokale en/of regionale actualiteit en tot de buurt waarin een instelling gevestigd of actief is. Een instelling kan ook van meerwaarde zijn voor de stad door met hun culturele activiteiten een bijdrage te leveren aan andere domeinen, zoals zorg, welzijn of onderwijs.
1.4. Deskundigheid van de aanvrager
Uit de aanvraag blijkt de vakinhoudelijke vaardigheid van de bij de aanvraag betrokken professionals. Uit de aanvraag blijkt ook de mate waarin zij beschikken over de noodzakelijke specifieke deskundigheid om kwalitatief hoogstaand werk te leveren en het projectplan te verwezenlijken. Hierbij kan gedacht worden aan een omschrijving van de (functie)profielen die binnen de instellingen bestaan en de diploma- of ervaringsvereisten die gesteld worden aan de bij de aanvraag betrokken professionals. Ook kan gedacht worden aan het werken met VOG's. Daarnaast hebben we aandacht voor de doorontwikkeling van vaardigheden van de professionals. Indien de instelling ook met vrijwilligers werkt, kan dit ook betrekking hebben op de deskundigheid(sbevordering) van de vrijwilligers.
1.5 Vernieuwing en (door)ontwikkeling
Uit de aanvraag blijkt hoe de instelling er zorg voor draagt dat activiteiten actueel en relevant blijven. Er wordt gekeken of de activiteiten bijdragen aan de veranderende stad. De activiteiten passen bij deze tijd en/of kijken vooruit naar de toekomst. Er kan aandacht zijn voor nieuwe generaties van zowel publiek als makers, of nieuwe kunstvormen. Er kan ook gedacht worden aan vernieuwing en ontwikkeling binnen de huidige discipline.
II. Organisatorische kwaliteit
2.1 Financiën en begroting
Bij dit subcriterium kijken we of de aanvrager een financieel goed onderbouwd en haalbaar plan heeft. Dat betekent onder andere een sluitende begroting, met toelichting bij elke begrotingspost. We beoordelen ook de financiële positie van de instelling en evenwichtige financieringsmix van de begroting. Hierbij kan gedacht worden aan een mix van andere dan gemeentelijke financieringsstromen zoals bijdragen van bedrijven, crowdfunding en fondsen. Verder bekijken we of het bedrag dat wordt aangevraagd past bij de omvang van de activiteiten en het aantal mensen dat hiermee bereikt wordt. Uit de aanvraag blijkt de kwaliteit van de bedrijfsvoering van de aanvrager, zoals die onder andere tot uiting komt in zijn ondernemerschap. We kijken ook naar de toelichting op de financiële risico’s voor de uitvoering van de activiteiten die de instelling voorziet en hoe zij daarmee omgaat. Tot slot letten we op de uitleg over personele veranderingen binnen de instelling, vooral als er belangrijke aanpassingen in het team worden verwacht.
2.2 Uitvoerbaarheid
In hoeverre de aanvrager in staat is om met zijn organisatie de beoogde plannen uit te voeren? Bij dit criterium, beoordelen we in hoeverre de aanvrager een realistisch en uitvoerbaar plan presenteert en of de plannen passen bij de schaal van de instelling. Hierbij beoordelen we ook of het plan een heldere aanpak, duidelijke doelstellingen en realistische planning heeft. We kijken ook naar de toelichting op de risico’s die de instelling voorziet voor het niet (conform plan) kunnen uitvoeren van de activiteiten uit de aanvraag. En hoe zij daarmee omgaat.
2.3 Publieksbereik
Er wordt helder omschreven welke doelgroep(en) de aanvrager met zijn activiteiten wil bereiken. Ook wordt toegelicht hoeveel cultuurbeoefenaars en/of cultuurbezoekers de aanvrager wil bereiken en hoe dat wordt aangepakt. De aanvraag beschrijft onder andere de marketing- en communicatiestrategie die hij inzet om zijn doelgroep(en) te bereiken. Ook wordt beoordeeld of het beoogde publieksbereik passend is bij de omvang en doelstellingen van de instelling.
2.4 Positionering en samenwerking:
Bij dit subcriterium beoordelen we de mate waarin de aanvrager zich bewust is van de eigen positionering in het Almeerse culturele veld en de mate waarin de aanvrager aantoonbaar opereert in samenhang met andere (vergelijkbare) instellingen. Hierbij kijken we naar de inbedding van de instelling in de stad, Flevoland, de Metropool Regio Amsterdam en/of in het (buiten)land. Er wordt beschreven hoeveel en welke samenwerkingen de aanvrager aangaat. Dit kan om samenwerkingen binnen en buiten het culturele veld gaan. Per samenwerking wordt een toelichting gegeven hoe deze samenwerking eruitziet en hoe deze logisch voortvloeien uit de visie van de instelling.
2.5 Culturele codes en duurzaamheid
Er wordt gekeken naar de mate waarin en de wijze waarop de aanvrager invulling geeft aan de Governance Code Cultuur, de Fair Practice Code en de Code Culturele Diversiteit. Ook toont de aanvrager aan bewuste keuzes te maken met betrekking tot duurzaamheid. Onderdeel hiervan is dat de aanvrager de huidige situatie binnen de instelling omschrijft rondom zowel de codes als duurzaamheid. Per code worden daarnaast concrete doelstellingen geformuleerd voor de looptijd van de subsidie. Hetzelfde geldt voor duurzaamheid. Ook beschrijft de aanvrager op welke wijze hij deze doelstellingen binnen de subsidieperiode realiseert en monitort op het gebied van zowel de codes als duurzaamheid.
Met duurzaamheid bedoelen we het verminderen van de ecologische voetafdruk met aandacht voor natuur en milieu. Het gaat hierbij niet om “verduurzamen” in de betekenis van de continuïteit van de instelling en de levensvatbaarheid van de instelling en/of activiteiten op lange termijn.
Scoring per criterium
Elk subcriterium kent een maximum van 10 punten, waardoor voor elk hoofdcriterium een score tussen 0 en 50 punten kan worden toegekend. De totaalscore wordt berekend volgens de formule:
Totaalscore = (Artistieke en/of inhoudelijke kwaliteit x 0,55) + (Organisatorische kwaliteit x 0,45) x 2 = aantal punten ten opzichte van maximale score van 100 punten.
Bij gelijke scores prevaleert de aanvraag met de hoogste score op artistieke en/of inhoudelijke kwaliteit.
|
Score |
Toelichting |
|
0 punten |
Criterium wordt niet besproken |
|
1 punt |
Zeer slecht: Voldoet op geen enkel punt aan de gestelde eisen. Zeer ver onder de verwachtingen. Gebreken op meerdere essentiële punten. |
|
2 punten |
Slecht: Slechts in zeer beperkte mate aan de vereisten voldaan. |
|
3 punten |
Zeer sterk onvoldoende: Ruimte voor meerdere fundamentele verbeteringen. |
|
4 punten |
Sterk onvoldoende: Enkele positieve elementen, maar nog steeds onder de maat. |
|
5 punten |
Onvoldoende: Voldoet op hoofdlijnen, maar net niet voldoende. |
|
6 punten |
Voldoende: Behaalt de basisdoelen. Acceptabel niveau. Maar meerdere verbeterpunten mogelijk. |
|
7 punten |
Ruim voldoende: Goede basis met meerdere verbeterpunten. |
|
8 punten |
Goed: Voldoet ruim aan de verwachtingen. Meerdere sterke punten, een aantal punten van kritiek. |
|
9 punten |
Zeer goed: Presteert op hoog niveau. Bijna alleen maar sterke punten, vrijwel geen kritiekpunten. |
|
10 punten |
Uitmuntend/perfect: Overstijgt alle verwachtingen. Geen punten van kritiek. |
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl