VERGUNNINGEN, TOEZICHT EN HANDHAVING LEEFOMGEVING GEMEENTE HALDERBERGE Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Halderberge 2025-2028 GEMEENTE HALDERBERGE Vastgesteld d.d. 15 juli 2025

Geldend van 05-08-2025 t/m heden

Intitulé

VERGUNNINGEN, TOEZICHT EN HANDHAVING LEEFOMGEVING GEMEENTE HALDERBERGE Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Halderberge 2025-2028 GEMEENTE HALDERBERGE Vastgesteld d.d. 15 juli 2025

1. Inleiding

1.1 Achtergrond en aanleiding

Voor u ligt onze ‘Uitvoerings- en Handhavingsstrategie Halderberge 2025’ (hierna: U&H-strategie). Deze strategie vervangt het VTH Beleid Halderberge, vastgesteld op 30 januari 2018. Deze U&H-strategie bevat het beleidskader voor de uitvoering van de taken met betrekking tot vergunningverlening, toezicht en handhaving (hierna VTH).

Tot voor kort werd dit ook wel het VTH-beleid genoemd. De op 1 januari 2024 in werking getreden Omgevingswet vervangt echter de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) en zorgt voor een nieuw wettelijk kader met bijkomende nieuwe terminologie. Deze U&H-strategie is tot stand gekomen in nauwe afstemming met de buurgemeenten Etten-Leur, Moerdijk, Roosendaal, Rucphen en Zundert, hierna te noemen De6. Binnen deze gezamenlijke U&H-strategie heeft elke gemeente de gelegenheid om naar eigen behoefte de juiste accenten voor de gemeente te leggen (couleur locale).

Deze U&H-strategie bevat het beleidskader voor alle taken met betrekking tot VTH van Halderberge.

Met deze strategie wordt aangesloten op actuele wet- en regelgeving en de praktijk op het gebied van VTH. Halderberge streeft ernaar om de kwaliteit van de leefomgeving te beschermen en daar waar mogelijk te verbeteren.

De inzet door de overheid betekent echter niet dat elk risico kan worden uitgesloten en elke overtreding voorkomen kan worden. De omvang van de taak bij vergunningverlening, het houden van toezicht en handhaven in combinatie met de schaarse middelen (personeel en financiën) maakt het noodzakelijk om prioriteiten te stellen en keuzes te maken met betrekking tot onder andere de volgende vragen: Waar moeten de prioriteiten liggen? Hoe strikt worden zaken geregeld en gecontroleerd? En welke inspanning wordt daarvoor geleverd?

Om die vragen te kunnen beantwoorden is het ten eerste noodzakelijk om inzicht te hebben in de omvang van de risico’s die samenhangen met activiteiten. Zijn die groot, dan krijgen ze meer prioriteit. In de tweede plaats is er een meer principiële afweging: waar ligt de grens tussen de eigen verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven en die van de gemeentelijke overheid? In de derde plaats is er een praktische reden: de capaciteit en middelen van de gemeente voor vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn beperkt en bij de inzet daarvan moeten keuzes gemaakt worden. Tussen deze drie zaken moet voldoende balans zijn. Hoe de gemeente Halderberge met deze balans omgaat wordt in deze U&H- strategie beschreven. De prioriteiten en doelen worden aangegeven, evenals de instrumenten die worden ingezet om deze te realiseren. Deze strategie vormt de basis voor het jaarlijks op te stellen uitvoeringsprogramma waarin wordt vastgelegd welke activiteiten dat jaar worden uitgevoerd en met welke middelen. De verantwoording vindt plaats via het jaarverslag.

Deze U&H-strategie bevat uitvoeringsbeleid en is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Daarmee is het een uitzondering op de gangbare lijn dat de gemeenteraad beleid vaststelt. De reden hiervoor is gelegen in het feit dat het uitvoeringsbeleid betreft en in het feit dat landelijke wetgeving het college aanwijst als bevoegd gezag en daardoor als het bestuursorgaan dat de U&H-strategie moet vaststellen.

1.2 Leeswijzer

De U&H-strategie omvat 8 hoofdstukken. In hoofdstuk 1 staan de achtergrond, aanleiding, reikwijdte en doel van deze strategie. In hoofdstuk 2 staat het wettelijk kader waarbinnen deze strategie tot stand is gekomen. Relevante ontwikkelingen worden in hoofdstuk 3 beschreven. In hoofdstuk 4 zijn de gemeentelijke uitgangspunten voor deze strategie benoemd. Hoofdstuk 5 bevat de beschrijving van de risicoanalyse. De prioriteiten en doelen staan in hoofdstuk 6. Hoofdstuk 7 gaat in op de strategieën en instrumenten en hoe deze worden ingezet om de doelen te realiseren. Tot slot zijn de organisatie en de benodigde middelen in hoofdstuk 8 benoemd.

1.3 Reikwijdte en doel

Reikwijdte

Dit document bevat het beleidskader voor alle VTH-taken die volgens de Omgevingswet (inclusief de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen) aan de gemeente zijn opgedragen met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Daarnaast vallen de VTH-taken die voortkomen uit de Algemene plaatselijke verordening (Apv) en de bijzondere wetten, zoals de Alcoholwet, er ook onder.

Het gaat hier in het algemeen om het toetsen van aanvragen om een vergunning, het houden van toezicht en het handhaven van wet- en regelgeving met betrekking tot de bebouwde en onbebouwde leefomgeving. Toezicht op en handhaving van regels binnen het sociaal en financieel domein (zoals uitkeringsfraude, leerplicht en belastingen) vallen buiten de reikwijdte van het deze U&A-strategie.

Doel

Wettelijke regels, normen en vergunningvoorschriften zijn er onder andere op gericht om bescherming te bieden tegen gezondheids-, veiligheids- en milieurisico’s. Vanwege dit grote maatschappelijk belang is het noodzakelijk dat deze regels worden nageleefd. Het is een taak van de overheid om de naleving te bevorderen en hierop toe te zien.

Voor een verdere uitwerking van dit doel en de (sub)doelen verwijzen we naar hoofdstuk 6.

2. Wettelijk kader

2.1 U&H-strategie

In artikel 13.5 van het Omgevingsbesluit is bepaald dat de bestuursorganen die zijn belast met de uitvoerings- en handhavingstaak een uitvoerings- en handhavingsstrategie (in een of meer documenten) moeten vaststellen. Daarin moet gemotiveerd worden aangegeven welke doelen worden gesteld voor de uitvoering en handhaving en welke werkzaamheden met het oog op die doelen zullen worden verricht. Onder de Wabo was dit geregeld in artikel 5.2 Wabo en artikel 7.2 Besluit omgevingsrecht (Bor). Met deze U&H-strategie geven wij invulling aan deze wettelijke verplichting.

Deze U&H-strategie geeft weer hoe wij een eenduidige werkwijze en een integrale afweging van de inzet van beschikbare middelen willen bereiken. Het biedt de belangrijkste basis voor het jaarlijks opstellen van het uitvoeringsprogramma. Vanwege de ontwikkelingen in het omgevingsrecht, zoals de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) op 1 januari 2024 betekent dit een veranderde werkwijze van de VTH-taken ten opzichte van het verleden. Omdat deze nieuwe wet- en regelgeving in de kinderschoenen staat en regelmatige wijzigingen verwacht kunnen worden, is deze U&H-strategie een dynamisch document dat wij tussentijds aanpassen als veranderende wet- en regelgeving hierom vraagt.

Op het gebied van openbare orde en veiligheid is het Integraal Veiligheidsplan 2023 - 2026 vastgesteld . Met de uitvoering van de VTH-taken wordt een zo optimaal mogelijke bijdrage geleverd aan doelen uit dit beleidskader.

2.2 Kwaliteitsbevordering en afstemming uitvoering en handhaving

In afdeling 13.2 van het Omgevingsbesluit zijn de belangrijkste eisen beschreven waaraan de U&H-strategie, het uitvoeringsprogramma, de uitvoeringsorganisatie en de evaluatierapportage moeten voldoen. De voor het bereiken van de doelen en voor het verrichten van de werkzaamheden benodigde en beschikbare financiële en personele middelen moeten inzichtelijk worden gemaakt en in de begroting worden gewaarborgd en voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma moeten voldoende financiële en personele middelen beschikbaar zijn (zie hoofdstuk 8 van deze U&H-strategie).

In artikel 18.20 van de Omgevingswet is vastgelegd dat de betrokken bestuursorganen zorgdragen voor een goede kwaliteit van de uitoefening van de uitvoeringstaak en de handhavingstaak. De gemeenteraad kan regels stellen over de uitoefening van deze taken door het college van burgemeester en wethouders (zie paragraaf 7.5 van deze U&H-strategie).

2.3 Beleidscyclus

Zoals hiervoor is beschreven zijn in de Omgevingswet en het Omgevingsbesluit eisen opgenomen waaraan de verscheidene (beleids)documenten en handhavings- en vergunningenorganisatie moet voldoen. Deze eisen leiden tot een strategische, programmatische en onderling afgestemde uitoefening van de VTH-taken. Hierdoor wordt een transparante en systematische manier van werken bereikt, waarmee gestuurd kan worden op prioriteiten en de in te zetten capaciteit en waarover achteraf via het evaluatieverslag verantwoording kan worden afgelegd.

Het start met stap 1, de risicoanalyse en vervolgens het bepalen van de prioriteiten (WAT). Daarna volgen procedurele, inhoudelijke en organisatorische eisen.

Stap 2: HOE geven we invulling aan het bereiken van goede naleving op de gestelde prioriteiten.

Deze manier van werken is deels wettelijk bepaald, deels door jurisprudentie en deels door (landelijke) bestuurlijke afspraken zoals met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO).

De beleidscyclus kan als volgt worden weergegeven:

Big 8 cyclus

Het systematisch doorlopen van deze cyclus zorgt ervoor dat vergunningverlening, toezicht en handhaving steeds doelmatiger kan worden uitgevoerd.

Stap 1, ‘WAT vraag’ nader toegelicht.

Prioriteiten en doelen

Prioriteiten en doelen zijn tot stand gekomen op basis van een visie op vergunningverlening, toezicht en handhaving (hoofdstuk 4) en een probleemanalyse (hoofdstuk 5 en 6), waarbij het Halderbergs’ “Bestuursakkoord 2022 – 2026 Samen aan de slag” en het Halderbergs’ “Collegewerkprogramma 2022 – 2026 Samen aan de slag” belangrijke input levert voor beantwoording van de ‘WAT vraag’. De risicoanalyse bestaat uit een beschouwing van interne vakspecialisten van het taakveld waarop zij werkzaam zijn en een risicoanalyse van de fysieke leefomgeving. Dit is een inschatting van de kans dat in de gemeente Halderberge wetten en regels worden overtreden en wat de impact daarvan is.

Strategie en uitvoering

Vervolgens wordt beschreven hoe de doelen uit de U&H-strategie worden gerealiseerd. Aangegeven is welke strategieën worden gehanteerd, zoals de handhavingsstrategie, welke instrumenten ingezet worden en hoe met andere partijen wordt samengewerkt.

Planning en control: Het borgen van de middelen

De doorwerking van de prioriteiten en doelen op de personele en financiële capaciteit vindt plaats in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma en wordt geborgd in de begroting.

Rapportage en evaluatie: Bijstellen U&H-strategie

De risicoanalyse, die onderdeel uitmaakt van deze U&H-strategie, wordt periodiek opgesteld en bestuurlijk vastgesteld. Het uitvoeringsprogramma wordt jaarlijks geëvalueerd. De U&H-strategie, de evaluatie en de actualisatie van de probleemanalyse vormen de basis voor het uitvoeringsprogramma. In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma wordt vastgelegd welke activiteiten dat jaar worden uitgevoerd, welke prioriteiten daarbij gesteld worden en met welke capaciteit de werkzaamheden worden uitgevoerd. Tot slot staat beschreven hoe de resultaten worden gemonitord en hoe hierover verantwoording wordt afgelegd.

2.4 Externe partners

Samenwerking met partners wordt steeds belangrijker. Risico’s en speerpunten voor vergunningen, toezicht en handhaving worden steeds vaker gezamenlijk met meerdere deelnemers in het netwerk bepaald. Halderberge voert deze vervolgens, binnen eigen prioritering en autonomie uit. Dit vraagt om een sterke verbinding met partners.

Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

De Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (hierna OMWB) voert als belangrijke partner in mandaat de milieutaken uniform uit voor haar gemeenten. Afstemming van deze taken en de uniforme borging is vastgelegd in het jaarlijks werkprogramma en de MWB-norm (Midden- en West-Brabant norm) welke door het Algemeen Bestuur van de OMWB is vastgesteld. De deelnemers hebben ook het wettelijk voorgeschreven Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK) vastgesteld. Het kader beschrijft de algemene uitgangspunten en strategieën die door de OMWB worden gehanteerd bij de uitvoering van de VTH-milieutaken. Hiermee is de afstemming op bestuurlijk niveau geborgd en wordt voldaan aan de eisen die wetgeving stelt aan uitvoering en afstemming met de omgevingsdienst.

Veiligheidsregio (brandveiligheid)

Veel gemeentelijke taken op het gebied van brandveiligheid zijn uitbesteed aan de brandweer (onderdeel van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant, hierna VRMWB). De brandweer voert als belangrijke partner taken op het gebied van brandveiligheid uit voor haar gemeenten. Het gaat dan om advisering bij vergunningverlening en handhaving en het uitvoeren van controles. De inzet van de brandweer is geregeld in het basistakenpakket. Afspraken worden vastgelegd in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma.

Provincie Noord-Brabant

De provincie Noord-Brabant maakt in de uitvoering, bij haar provinciale taken, ook gebruik van de instrumenten vergunningverlening, toezicht en handhaving. De provincie is het bevoegde gezag voor de uitvoering van de VTH-taken bij een aantal bedrijven en activiteiten in Halderberge. Het gaat hierbij met name om vergunningverlening en handhaving met het oog op zwaardere milieuactiviteiten en natuurbescherming (onder andere tegen stikstof). Daarnaast heeft de provincie Noord-Brabant de (wettelijke) taak gekregen om de samenwerking tussen bestuursorganen op het gebied van de VTH-taken te coördineren. Dit komt tot uiting in het interbestuurlijk toezicht (IBT) dat zij uitvoeren over gemeenten. De provincie ziet erop toe dat gemeenten voldoen aan de wettelijk gestelde kwaliteitseisen voor de organisatie en de medewerkers.

Verbinding bestuurs- en strafrecht (politie en OM)

Wanneer strafrecht of bestuursrecht wordt ingezet is afhankelijk van de geldende wet- en regelgeving. Bestuursrecht is gericht op herstel van de situatie (ongedaan maken van de overtreding) en strafrecht is gericht op het vaststellen dat er (g)een strafbaar feit is gepleegd. Een doel van strafrecht is vergelding, wie een strafbaar feit heeft begaan, mag daar niet mee wegkomen.

De afstemming met de organen (politie en OM) die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving is in het beleid geregeld via de lijn van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). Dit komt erop neer dat individuele casussen vanuit het VTH-domein (via AOV’ers) worden geagendeerd bij de basisteam driehoek of de lokale driehoek. Bovendien legt zowel de U&H-strategie als het uitvoeringsprogramma en jaarverslag een link met veiligheid en de Apv (openbare orde) om zo bestuurs- en strafrechtelijke besluitvorming integraal te benaderen. Waarbij Halderberge de U&H-strategie en het uitvoeringsprogramma deelt met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving, met als doel prioriteiten met elkaar te delen waardoor afstemming van werkzaamheden kan plaatsvinden.

Samen sterk in het Brabant

Het buitengebied is uniek, waardevol en kwetsbaar. Daarom is het belangrijk om het in de huidige staat te behouden. Om het buitengebied goed te kunnen beschermen is een goede samenwerking tussen de verschillende handhavingsdiensten van essentieel belang. Hiervoor is het project “Samen Sterk in Brabant” (SSiB) gestart. Dit is een samenwerking van de provincie Noord-Brabant, alle Brabantse gemeenten, de 3 Brabantse waterschappen, de 3 Brabantse omgevingsdiensten, het OM, de politie, Brabant Water, Evides en terreinbeheerders (Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en Brabants Landschap). De focus ligt op de aanpak van stroperij, wild crossen en (drugs)afvaldumpingen. Maar overtredingen als het verwaarlozen van dieren en illegale hennepteelt worden ook opgespoord. Hiertoe is binnen Noord-Brabant een handhavingsteam 24 uur per dag en zeven dagen per week op pad in het buitengebied.

3. Ontwikkelingen en bestaand beleid

3.1 Profiel van de gemeente

De gemeente Halderberge heeft een oppervlakte van ongeveer 7.500 hectare en is een groene woongemeente met circa 31.000 inwoners. De kernen Bosschenhoofd, Hoeven, Oudenbosch, Oud Gastel en Stampersgat hebben ieder hun eigen identiteit en zijn daar trots op. Halderberge is goed bereikbaar via weg, water en spoor. Met vliegveld Breda International Airport binnen de gemeentegrenzen is Halderberge zelfs vanuit de lucht goed bereikbaar. Halderberge kent een uitgebreid agrarisch buitengebied, een groot aantal bedrijventerreinen, religieus erfgoed en een rijke toeristische en recreatieve cultuur.

3.2 Landelijke ontwikkelingen

3.2.1 Omgevingswet

Het omgevingsrecht was versnipperd in tientallen wetten, ongeveer 120 AMvB’s en een vergelijkbaar aantal ministeriële regelingen. Deze historisch gegroeide hoeveelheid aan wetten, regels en afspraken voor de fysieke leefomgeving is sinds 1 januari 2024 geïntegreerd in één nieuw stelsel. De Omgevingswet zet de gebruiker centraal én beoogt meer flexibiliteit te bieden. De wet gaat over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving en bevat regels over ruimtelijke ordening, infrastructuur, bouwen, monumenten, milieu, natuur en brandveiligheid. Het doel van de Omgevingswet is meer ruimte voor maatwerk, minder regels, minder onderzoekslasten en heldere toetsingskaders.

De Omgevingswet is ingrijpend en vergt de nodige veranderingen in de organisatie en processen.

De wet richt zich, in lijn met de bovenstaande verbeterdoelen, grotendeels op cultuur, houding en werkwijze en in mindere mate op de invoering van juridisch-planologische instrumenten. Daarmee sluit de Omgevingswet aan bij de veranderprocessen die veel gemeenten al hebben ingezet (bijvoorbeeld het resultaat- en klantgericht werken) als gevolg van een veranderende samenleving. Voor de gemeente kent de Omgevingswet vier kerninstrumenten. Dit zijn de Omgevingsvisie, het Omgevingsplan, Programma’s en de Omgevingsvergunning.

Er wordt gestuurd op deregulering en doelvoorschriften. Dat geeft meer ruimte aan bijv. ondernemers om eisen in te vullen. Meer vrijheid betekent ook meer maatwerk en overleg en kost daardoor meer tijd.

3.2.2. Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb)

Vanuit de gedachte dat de bouwkwaliteit van bouwwerken kan en moet worden verbeterd, is er ook voor de bouwplantoetsing en het bouwtoezicht een nieuw stelsel ingegaan op 1 januari 2024. Daarbij zijn bouwpartners zelf meer verantwoordelijk voor die bouwkwaliteit. Dit wordt geregeld via de Wkb.

Het privaatrechtelijke gedeelte van het Wkb-stelsel wordt mogelijk gemaakt door wijziging van het Burgerlijk Wetboek (hierna BW). Het publiekrechtelijk gedeelte van het Wkb-stelsel is op 1 januari 2024 opgegaan in het stelsel van de Omgevingswet.

Het is de verwachting dat met de invoering van de Wkb er op termijn minder werkzaamheden bij vergunningen en toezicht door gemeenten worden verricht. Het zou kunnen betekenen dat er meer handhavingswerkzaamheden van bestaande situaties ontstaan. Bij grotere risico’s en kwetsbare functies zijn er redenen om de betrokkenheid van het bevoegd gezag te behouden.

3.2.3. Arbeidsmarkt

De huidige krapte op de arbeidsmarkt heeft ook effect op het VTH-domein. Om de uitvoering van VTH-taken niet te veel onder druk te zetten en de werkdruk bij medewerkers te verlichten moeten wij meer regionaal samenwerken en efficiënter werken. Dit laatste kan onder andere plaatsvinden door de inzet van meer (innovatieve) digitale instrumenten. De krapte biedt daarom ook kansen.

3.2.4. Openbare ruimte

Vanuit de landelijke overheid worden steeds meer toezichtstaken die nu bij de politie horen (impliciet) overgedragen naar de gemeenten. Ook heeft de VNG een voorstel gedaan bepaalde politietaken over te gaan dragen naar de gemeenten, bijvoorbeeld op het gebied van verkeer (snelheidscontroles

e.d.). Deze taken moeten door de gemeentelijke toezichthouders (met opsporingsbevoegdheid) worden uitgevoerd.

3.2.5. Ondermijnende criminaliteit

Ondermijnende criminaliteit bestaat uit alle vormen van misdaad die een bedreiging vormen voor de integriteit van onze samenleving. Denk aan zaken als cybercrime, drugshandel en -productie, mensenhandel, wapenhandel etc. Maar ook onderwerpen als het (op grote schaal) ontduiken van belasting, crimineel geld witwassen of frauderen met vastgoed, uitkeringen of overheidssubsidies. De aanpak van georganiseerde misdaad vraagt om een georganiseerde overheid en een integrale aanpak.

De verbinding tussen bestuurs- en strafrecht is belangrijk voor een goede aanpak van ondermijnende criminaliteit en een level-playing-field. De Provincie Noord-Brabant heeft aangegeven dat een borging van deze verbinding met de U&H-strategie dient te worden bereikt. De afstemming met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving is in de strategie geregeld via de lijn van de LHSO. Dit komt erop neer dat individuele casussen vanuit het VTH-domein (via AOV’ers) worden geagendeerd bij het basisteam driehoek (artikel 13 lid 1 van de Politiewet 2012) of de lokale driehoek (artikel 13 lid 3 van de Politiewet 2012). Het jaarlijkse uitvoeringsprogramma is gebaseerd op zowel deze U&H-strategie als het Integraal Veiligheidsplan 2023-2026. Hiermee wordt een duidelijke link gelegd tussen de organen die belast zijn met bestuurs- en strafrechtelijke handhaving. Waarbij deze U&H-strategie en het jaarlijkse uitvoeringsprogramma afgestemd worden met de organen (politie en OM) die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving, met als doel prioriteiten met elkaar te delen waardoor afstemming van werkzaamheden kan plaatsvinden.

De integrale aanpak en samenwerking zijn gericht op de inzet van preventieve, bestuursrechtelijke, privaatrechtelijke, fiscale en/of strafrechtelijke instrumenten. Onderdeel van deze integrale aanpak is de bestuurlijke aanpak. Binnen de bestuurlijke aanpak neemt het openbaar bestuur maatregelen die de georganiseerde criminaliteit in de activiteiten belemmeren of frustreren. Wanneer de strafrechtelijke opsporing en vervolging door politie en justitie gecombineerd wordt met bestuurlijke en fiscale middelen, ontstaat de meest optimale vorm van de bestrijding van georganiseerde criminaliteit: de geïntegreerde aanpak. Hieraan werken verschillende partijen zoals gemeente, provincie, politie, OM, belastingdienst en bijzondere opsporingsdiensten. De ene keer zal dat leiden tot bestuurlijk, de andere keer tot fiscaal- of strafrechtelijk optreden.

3.2.6. Duurzaamheid

Nederland staat voor grote opgaven op het gebied van de leefomgeving. Er moet een groot aantal nieuwe woningen worden gebouwd, om de opwarming van de aarde te beperken moeten er locaties worden gevonden voor windmolens en zonnepanelen, en door klimaatverandering, de landbouw, woningbouw en bedrijvigheid staat de draagkracht van de bodem, het water en de biodiversiteit onder grote druk. Al deze opgaven komen samen op het beperkte grondgebied van Nederland. Het aanpakken ervan is een ingewikkelde puzzel, niet alleen omdat voor bestaande en nieuwe functies ruimte moet worden gevonden, maar ook omdat daarbij rekening moet worden gehouden met de interactie tussen het benodigde ruimtegebruik. Hoe kunnen woonwijken niet alleen snel worden aangelegd maar ook zodanig dat ze bestand zijn en blijven tegen langere periodes van droogte, warmte en heftigere regenbuien, hoe kan de uitkoopregeling voor de landbouw tegelijkertijd bijdragen aan de vermindering van de stikstofdepositie op natuurgebieden en de aanpak van verdroging, en hoe kunnen windturbines en zonnepanelen een plaats krijgen zonder landschappen al te veel aan te tasten en met draagvlak onder de bevolking? Deze vraagstukken op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, stikstofdepositie e.d. raken ook de VTH-taken op gemeentelijk niveau.

3.3 Gemeentelijke ontwikkelingen en beleid

3.3.1 Collegewerkprogramma 2022-2026 “Samen aan de slag”

Deze bestuursperiode is naast de uitvoering van alle normale werkzaamheden voor onze inwoners en bedrijven, vooral gericht op het (verder) uitvoeren van de grote projecten in onze gemeente. Denk hierbij aan het Religieus Erfgoed in Oudenbosch, de nieuwe dorpshuizen in Hoeven, Stampersgat en Bosschenhoofd, de vernieuwbouw van het Markland College en de reconstructie van het centrum van Oud Gastel.

Voor zowel het gewone werk als voor de projecten geldt dat wij hierbij graag willen samenwerken met onze inwoners en ondernemers. Sterker nog, wij willen onze inwoners en ondernemers meer dan ooit centraal stellen bij de uitvoering van onze taken en projecten. Dit doen we op allerlei manieren, maar vooral ook door goed te luisteren naar inbreng, hiermee aan de slag te gaan en dit ook duidelijk terug te koppelen. Meer dan vroeger leveren wij hiervoor ook maatwerk per doelgroep. We maken het gemeentebestuur beter zichtbaar en aanspreekbaar met het gebruik van moderne communicatiemiddelen, zoals bijvoorbeeld sociale media. Wij hopen met deze werkwijze ook het vertrouwen in de overheid en het gemeentebestuur in het bijzonder, te kunnen versterken.

Uit het nieuwe collegewerkprogramma blijkt dat er voor een groot gedeelte sprake is van het voortzetten van huidig beleid. In de komende periode kunnen we profiteren van al het werk dat de afgelopen periode al verzet is. Dit gaat bijvoorbeeld om verbetering van werkprocessen, het uitvoeren van taken en projecten en diverse voorbereidende werkzaamheden.

Naast het voortzetten van bestaand beleid wordt nieuw beleid vooral ingezet binnen de thema’s woningbouw, verkeer, afval en dienstverlening. Participatie en communicatie zijn daarbij een belangrijke rode draad voor zowel het bestaand beleid als voor nieuw beleid. Een gezond financieel beleid met oog voor de vermogenspositie en het weerstandsvermogen van de gemeente blijft een belangrijke randvoorwaarde.

Alle ambities en speerpunten voor de komende bestuursperiode zijn in dit collegewerkprogramma overzichtelijk aangegeven per programma. De programma’s zijn: Bestuur en burgerzaken, Veiligheid, Openbare Ruimte, Ruimtelijke- en Economische ontwikkelingen, Zorg, Jeugd en Participatie, Onderwijs, Sport en Cultuur en Financiën.

Daarnaast is een onderdeel over de bedrijfsvoering opgenomen, waarin wordt aangegeven wat de aandachtspunten vanuit het collegewerkprogramma voor de gemeentelijke organisatie zijn.

3.3.2 Omgevingsvisie

Op 10 februari 2022 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Halderberge vastgesteld.

Halderberge heeft de ambitie om de komende 10 tot 20 jaar verder te gaan ontwikkelen als een gemeente waar het prettig en veilig wonen, werken, leven en recreëren is. Met de omgevingsvisie willen we op deze vlakken bereiken dat Halderberge aantrekkelijk blijft én nog aantrekkelijker wordt. We noemen dat “het versterken van de kwaliteit van de leefomgeving”. Dat kan door de waarden te versterken én door bij te dragen aan de opgaven.

Bij de waarden gaat het om de vraag wat kenmerkend is voor Halderberge en Halderberge uniek maakt. Het DNA van Halderberge! Dit is per kern of gedeelte van het buitengebied beschreven.

De opgaven zijn de speerpunten van beleid waar we aan willen werken. We kiezen in deze omgevingsvisie voor negen algemene speerpunten. Deze speerpunten zijn:

1. Werken aan een duurzame en klimaatbestendige omgeving;

2. Werken aan een gezonde en veilige leefomgeving;

3. Versterken van de biodiversiteit;

4. Behoud en (her)ontwikkeling van bijzonder cultureel erfgoed;

5. Behoud en versterking van een aantrekkelijk buitengebied;

6. Versterken aantrekkelijkheid voor recreanten en toeristen;

7. Zorgen dat het in Halderberge goed wonen is voor iedereen;

8. Behoud van actieve dorpen en een actieve samenlevingen

9. Bieden van een aantrekkelijk economisch klimaat.

Er zijn opgaven die voor de hele gemeente gelden. Ook is er per kern of deelgebied een aanvulling gemaakt.

We nodigen iedereen uit om met goede initiatieven te komen om de leefomgeving mooier en beter te maken. Het is wenselijk als deze initiatieven binnen de omgevingsvisie passen; dat wil zeggen dat ze passen binnen de waarden en opgaven die in dit document zijn benoemd. Zo versterken we met elkaar de waarden en dragen we bij aan de opgaven. Deze omgevingsvisie kan dus gebruikt worden als een soort toetsingskader waarin te zien is aan wat voor zaken we denken en op welke vlakken we inwoners, ondernemers en organisaties in Halderberge willen uitnodigen om samen met ons te werken aan de toekomst.

De omgevingsvisie vraagt op sommige punten ook een actieve rol van een lokale overheid. De omgevingsvisie geldt daarom ook voor de gemeente en haar ketenpartners.

3.3.3 Omgevingsplan en Bopa Beleid

De Omgevingswet geeft opdracht om vóór 1 januari 2032 voor het gehele grondgebied van de gemeente één Omgevingsplan vast te stellen. Tot de vaststelling van dat Omgevingsplan gelden de regels uit de huidige bestemmingsplannen. Binnen Halderberge wordt nu stapsgewijs gewerkt aan de totstandkoming van het Omgevingsplan.

Daarnaast introduceert de Omgevingswet de term “Buitenplanse omgevingsplan activiteit (Bopa)”. Dit komt neer op initiatieven die niet binnen het Omgevingsplan (momenteel nog de bestemmingsplannen) passen. Het is de bedoeling om bij aanvragen van initiatieven die niet (rechtstreeks) in het Omgevingsplan c.q. de bestemmingsplannen passen te beoordelen of die initiatieven toch kunnen worden toegestaan. Hiervoor dient er beleid als een beoordelingskader beschikbaar te zijn. Onder de Wabo was dit het “kruimelbeleid”. Momenteel is er een Bopa-beleidskader in ontwikkeling. Tot de vaststelling van dat Bopa beleid worden dit soort verzoeken beoordeeld aan de hand van het “kruimelbeleid”.

3.3.4 Wkb-beleid

Als nieuw stelsel met een nieuwe systematiek biedt de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen voor de technische bouwactiviteit gemeenten op enkele onderdelen de gelegenheid om uitvoeringsbeleid vast te stellen. Het gaat er met name om in hoeverre vertrouwd kan worden dat marktpartijen, binnen het nieuwe stelsel, uit zichzelf aan wettelijke verplichtingen zullen voldoen als de gemeenten zich niet meer of minder bezighouden met het toezicht daarop. Gemeenten kunnen beleid ontwikkelen in hoeverre zij, als blijvend bevoegd gezag in het kader van de handhaving, binnen het nieuwe wettelijke kader, zicht of grip willen houden op de bouwtechnische toets en het bouwtechnische toezicht. Momenteel wordt onderzocht of hiervoor een Wkb-beleidskader wenselijk is om te ontwikkelen.

3.3.5 Woonvisie 2021-2025

De Woonvisie 2021-2025 is op 7 oktober 2021 vastgesteld door de gemeenteraad.

In deze woonvisie wordt ingegaan op de hedendaagse ontwikkelingen op het gebied van wonen. Daarbij ligt het accent op 4 zogenaamde woonwaarden; deze lopen als een rode draad door de woonvisie:

• Goed wonen voor iedereen in een groen, veelzijdig en landelijk woonmilieu

• De vijf dorpen met unieke kernkwaliteiten

• Duurzame ontwikkeling in bouwen en wonen

• Ruimte voor initiatief en samenwerking

In de komende jaren zetten we in op:

• Leefbaarheid van de kernen

• Verduurzaming van de woningmarkt

• Betaalbaarheid en beschikbaarheid

• Levensloopbestendig en toekomstgericht

• Wonen en zorg

3.3.6 (ontwerp) Woonzorgvisie 2024-2040

Momenteel wordt er gewerkt aan Woonzorgvisie 2024-2040.

De gemeente Halderberge wil dat al haar inwoners goed kunnen wonen. Ook ouderen en inwoners met een zorg- of ondersteuningsvraag. Hiervoor heeft de gemeente een woonzorgvisie opgesteld. Deze is in ontwerp gereed.

In deze woonzorgvisie worden de ambities op de huisvestings- en ondersteuningsopgave naar wonen, welzijn en zorg voor met name ouderen en de overige aandachtsgroepen vastgelegd. Wij zetten ons in op drie ambities:

• Ambitie op wonen: Geschikte woningen voor onze inwoners in leefbare en vitale wijken.

• Ambitie op welzijn: Onze inwoners wonen in een omgeving die samenredzaamheid, meedoen en ontmoeting stimuleert.

• Ambitie op (ouderen)zorg: Onze inwoners zijn zoveel als mogelijk zelfredzaam, als gemeente zetten we in op bewustwording, preventie en passende ondersteuning waar nodig.

3.3.7 Economische visie 2021-2025

In de Economische Visie Halderberge 2021-2025 wordt de ambitie geuit om de komende jaren meer halen uit bestaande bedrijven en voorzieningen. Op de bedrijventerreinen, in de kernen en in het buitengebied. Door te werken aan goede bedrijfshuisvesting en een aantrekkelijke bedrijfsomgeving voor alle ondernemers. Door wat Halderberge te bieden heeft in de spotlight te zetten. En door een sterkere samenwerking tussen ondernemers, onderwijs en gemeente.

3.3.8 Integraal Veiligheidsplan 2023-2026

Artikel 38b van de Politiewet 2012 bepaalt, dat de gemeenteraad, ten minste eenmaal in de vier jaar, de doelen vaststelt die de gemeente op het terrein van de veiligheid nastreeft door de handhaving van de openbare orde en de hulpverlening door de politie. Hiertoe is het ‘Integraal Veiligheidsplan 2023-2026’ vastgesteld. Met de uitvoering van de VTH-taken wordt een zo optimaal mogelijke bijdrage geleverd aan doelen uit het IVP.

Veiligheid is één van de belangrijkste aandachtsgebieden van de overheid. Gemeenten hebben hierin een cruciale rol samen met veiligheidspartners waaronder politie, OM, VRMWB, Zorg- en Veiligheidshuis De Markiezaten en inwoners, organisaties en ondernemers. Gezamenlijk worden maatregelen voorbereid, instrumenten ingezet, nieuwe creatieve oplossingen bedacht en verbindingen gelegd met flankerend beleid. De gemeente heeft daarbij de regierol: zij verbindt, initieert, inspireert, (co)financiert en bewaakt. De gezamenlijke aanpak richt zich op sociale en fysieke veiligheidsthema’s. Sociale veiligheid heeft betrekking op dreigingen, overlast en criminaliteit veroorzaakt door mensen onderling. Fysieke veiligheid gaat over de bedreiging van gezondheid en goederen door allerhande ongevallen in de natuur of technologie. Elk thema brengt zijn eigen voor de hand liggende partners met zich mee en kent zijn eigen dilemma’s en oplossingen.

Als gemeente investeren we in de veiligheid van onze inwoners, zodat inwoners zich veilig voelen in de eigen leefomgeving. Soms nemen we hierin de leiding en soms ondersteunen we. In onze aanpak staat preventie voorop, waarbij we doorpakken daar waar het nodig is. Samen met inwoners en andere partners streven we naar een veilige en prettige omgeving om te wonen, werken en recreëren. Een samenleving waarin inwoners weerbaar zijn, zich beschermd weten en zich veilig voelen, waarin overlast en criminaliteit zo veel als mogelijk voorkomen worden, waarin aanwezige overlast en criminaliteit stevig aangepakt worden.

De veiligheidsvraagstukken in de gemeenten van het politiedistrict ‘De Markiezaten’ en de lokale accenten zijn leidend voor hetgeen in het IVP is opgenomen. De gemeenteraad vervult een kaderstellende rol en heeft de doelen van het veiligheidsbeleid vastgesteld voor de periode tot en met 2026. Het zal daarbij steeds vaker gaan om gezamenlijk ontwikkelde beleidsdoelen aangezien veiligheid zich niet beperkt tot de gemeentegrenzen.

Het jaarlijkse uitvoeringsprogramma is gebaseerd op deze U&H-strategie en het IVP. Hiermee wordt een duidelijke link gelegd tussen de organen die belast zijn met bestuurs- en strafrechtelijke handhaving.

3.3.9 Openbare orde en veiligheid

Binnen de openbare orde en veiligheid van de gemeente Halderberge is de toezicht en handhaving een belangrijk aspect. Het gaat hierbij met name over de regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Denk hierbij aan naleving van de regels van de Algemene plaatselijke verordening, kleine verkeersovertredingen en overtredingen van bijzondere wetten zoals de Alcoholwet. Toezicht en handhaving in de openbare ruimte is een gedeeltelijke verantwoordelijkheid van gemeente en politie. De gemeente zorgt met boa’s voor de ogen en oren op straat en kunnen daar ingrijpen waar de leefbaarheid wordt aangetast door overtredingen die overlast veroorzaken en tot kleine ergernissen leiden. De politie is primair aan zet wanneer het gaat om het handhaven van de openbare orde en veiligheid. Boa’s en politie vullen elkaar dus aan en dragen samen zorg voor leefbaarheid en veiligheid op straat.

3.3.10 Evenementenbeleid

De gemeente Halderberge is een groene en toeristische gemeente. In de gemeente wordt ook een groot aantal evenementen georganiseerd. Het aanbod van deze evenementen is divers. Te alle tijden wordt er gestreefd naar een goede balans tussen de positieve effecten van de evenementen en de woon-en leefomgeving. Ook de belangen van de organisatoren en de directe omwonenden worden hierbij meegenomen. Er wordt gestreefd naar het borgen en beperken van de risico’s op het gebied van de openbare orde en veiligheid, zedelijkheid volksgezondheid en het milieu. Het evenementenbeleid biedt hiervoor de kaders en de eisen die aan evenementen worden gesteld.

3.3.11 Damoclesbeleid 2020 district Markiezaten Gemeente Halderberge

De burgemeester treedt streng op tegen de illegale handel in drugs. Dit doet hij vanuit het oogpunt van de openbare orde en veiligheid, het beschermen van het woon- en leefklimaat en de volksgezondheid. Het voorkomen en bestrijden van de negatieve effecten van drugshandel blijft ook de komende jaren van groot belang. De acht gemeenten van district De Markiezaten hebben gezamenlijk een integraal veiligheidsplan opgesteld. Het aanpakken van de georganiseerde criminaliteit is één van de strategische opgaven waar wij ons voor inzetten. Een stevige integrale aanpak maakt hier onderdeel van uit. Een zo veel als mogelijk gelijk Damoclesbeleid en het consequent uitvoeren van dit beleid vormt de basis.

In artikel 13b Opiumwet is voor de burgemeester een juridisch instrument opgenomen om op te treden tegen deze misstanden. In deze beleidsregel staat omschreven op welke manier door de burgemeester gebruik wordt gemaakt van zijn bevoegdheid. Een strikte handhaving is noodzakelijk om overlast en andere negatieve verschijnselen tegen te gaan. Deze aanpak is niet nieuw. Binnen de acht gemeenten van district De Markiezaten bleek echter dat gemeenten op uiteenlopende wijze invulling geven aan de bevoegdheid. Daarnaast is vanaf 1 januari 2019 artikel 13b Opiumwet gewijzigd. Daarom is het Damoclesbeleid binnen de acht gemeenten geactualiseerd. Omdat georganiseerde criminaliteit niet stopt bij de gemeentegrenzen is getracht zoveel mogelijk districtelijke eenheid te creëren om een waterbedeffect tegen te gaan. Tot slot creëren de burgemeesters duidelijkheid voor overtreders, handhavingspartners en overige betrokkenen met deze beleidslijn. Met deze beleidslijn wordt beoogd:

• Te voorkomen en beheersen van de negatieve effecten van de handel in en het gebruik van drugs op het openbare leven en andere lokale omstandigheden;

• Illegale handel te beëindigen en beëindigd te houden;

• Bekendheid weg te nemen van het pand waarin de handel plaatsvindt;

• De loop naar het pand te doorbreken;

• De aangiftebereidheid/signaalfunctie van de burgers te stimuleren.

3.3.12 Brabantse norm weerbare overheid

Eén gezamenlijke aanpak voor alle Brabantse gemeenten en de provincie om ondermijning en criminele activiteiten te voorkomen. Dat is het doel van de ‘Brabantse norm weerbare overheid'. Het is een handreiking aan gemeenten om criminele activiteiten te signaleren en te voorkomen. Criminelen maken gebruik van subsidieregelingen of vragen vergunningen aan. Dat vraagt om een overheid die weerbaar is tegen ondermijning. De handreiking helpt gemeenten te werken aan een Brabant-brede manier van werken. Dat voorkomt dat criminelen die bot vangen bij de ene gemeente elders gaan ‘winkelen’ en zo hun slag slaan. De Brabantse norm is een groeimodel. Er worden tips gegeven om te werken aan bewustwording, informeren en het beveiligen van informatie, beleid en handhaving en een veilige werkomgeving met aandacht voor integriteit. We implementeren deze norm binnen de VTH-werkzaamheden en -werkprocessen van onze organisatie.

Een belangrijk onderdeel daarvan is het toepassen van de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen openbaar bestuur (Wet Bibob). De Wet Bibob is een (preventief) bestuursrechtelijk instrument. Als er een ernstig gevaar dreigt dat bijvoorbeeld een vergunning wordt misbruikt, kan het bevoegd gezag de aanvraag weigeren of de afgegeven vergunning intrekken. Zo wordt voorkomen dat de overheid criminele activiteiten faciliteert en wordt bovendien de concurrentiepositie van bonafide ondernemers beschermd. Om de mate van gevaar te bepalen, kunnen we advies aanvragen bij het Landelijk Bureau Bibob (LBB). In Halderberge toetsen we aan de “Beleidsregel voor de toepassing van de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur 2019”.

4. Uitgangspunten voor uitvoerings- en handhavingsstrategie

4.1 Dienstverlening; servicegericht en daar waar nodig daadkrachtig

De samenleving wordt complexer en in snel tempo digitaler. De wensen en eisen van onze inwoners, ondernemers, samenwerkingspartners en bezoekers veranderen continu. Er is een groeiende behoefte aan een open en transparante overheid. Daarnaast is de wens steeds meer zelf te kunnen bepalen op welke manier, op welk moment en via welk kanaal producten of diensten worden ontvangen. Dit vraagt iets van de manier waarop we onze dienstverlening vormgeven. Betrouwbaar, makkelijk, duidelijk en op maat. Tegelijkertijd dienen we als overheid ook het maatschappelijk belang, moeten we steeds belangen afwegen en in die afweging moeten we transparant zijn. Rekening houdend met dit alles heeft Halderberge een Manifest Dienstverlening opgesteld met uitgangspunten wat men qua dienstverlening van de gemeente Halderberge mag en kan verwachten.

4.2 Focus op de grootse risico’s

Evenals de voorgaande jaren zal ook de komende jaren het accent van de U&H strategie liggen op het beheersbaar houden en terugdringen van de bestaande grotere omgevingsrisico’s en het voorkomen van nieuwe grotere omgevingsrisico’s. De gemeentelijke inzet zal zich concentreren op deze meest risicovolle situaties. De gemeentelijke inzet concentreert zich op die situaties die een zeer grote impact hebben op de samenleving.

4.3 Eigen verantwoordelijkheid en ruimte voor eigen initiatief

De uitdagingen liggen in de tweede plaats in een verschuiving bij de inzet van de verschillende instrumenten die we hebben op basis van het omgevingsrecht. Het accent lag tot nu toe op het programmatisch en vanuit de regelgeving sturen op naleefgedrag en daarnaast de inwoners en ondernemers meer op hun eigen verantwoordelijkheid aan te spreken maar hen ook de ruimte laten om met eigen oplossingen te komen. De gemeente vindt het belangrijk om ruimte te bieden aan initiatieven en geen onnodige barrières op te werpen. Dat betekent dat de VTH-taken ook deels vanuit de invalshoek van inwoners en ondernemers wordt ingevuld. Waar de eigen verantwoordelijkheid onvoldoende leidt tot het realiseren van het gewenste effect, zullen inwoners en ondernemers gefaciliteerd worden. Uitgangspunt is de verwachting dat veel ondernemers en inwoners deze verantwoordelijkheid goed aan kunnen. Maar daar waar dit niet het geval is en leidt tot onacceptabele risico’s zal zo nodig stevig handhavend worden opgetreden (high trust – high penalty).

4.4 Van handhaving naar preventie

Een andere uitdaging is het vroegtijdiger bijsturen in ontwikkelingen die voorzienbaar problematisch kunnen worden. Er wordt momenteel relatief veel tijd besteed aan handhavingssituaties over overlast waar in essentie sprake is van onderliggende ‘burenruzies’. Door alerter te zijn op mogelijke onderliggende conflicten bij klachten of signalen kunnen dergelijke escalaties mogelijk worden voorkomen en wordt buitensporige inzet vanuit de handhaving voorkomen. Dit gebeurt door de preventieve en voorlichtende rol van toezichthouders (al dan niet met opsporingsbevoegdheid), de inzet van communicatie-instrumenten, subsidies, mediation, buurtbemiddeling of via maatschappelijke ondersteuning.

Hetzelfde geldt voor het voorkomen van onnodige overtredingen of klachten doordat inwoners en ondernemers onvoldoende op de hoogte zijn van risico’s en regelgeving. Ook hier kan tijdige voorlichting via de website en gemeentelijke publicaties herstelkosten en eventuele schade voorkomen. Ook bij de aanpak om te komen tot een veilige leefomgeving staat preventie voorop waarbij wordt doorgepakt daar waar het nodig is.

Om dit mogelijk te maken is een goed zicht op ontwikkelingen binnen de gemeente vereist. Bijvoorbeeld als het gaat om de vestiging van bedrijvigheid aan huis, initiatieven van inwoners, bedrijven/verenigingen, veranderend gebruik van vrijkomende bebouwing of renovatie en verbouwing van bestaande gebouwen (in verband met brandveiligheid). Niet door nog alleen meer toezicht uit te oefenen, maar ook door slim gebruik te maken van bestaande informatie, signalering, inzet van nieuwe technologie én de bereidheid van inwoners en ondernemers om bijvoorbeeld verbouwingen tijdig te melden.

4.5 Communicatie

De gemeente Halderberge wil communicatie zo organiseren, dat het dienend is aan de doelstellingen uit de U&H-strategie, het uitvoeringsprogramma en het jaarverslag. De communicatie speelt ook in op de beleving van de inwoners en vergroot het vertrouwen van de inwoners in de aanpak van de overheid.

Communicatiedoelstellingen

• Informeren over actuele wetten en regelgeving.

• Begrip vergroten dat we samen verantwoordelijk zijn voor een veilige en prettige leefomgeving en voor de kwaliteit van de leefomgeving.

• Bevorderen van het naleven van wetten en regels.

• Vergroten van het vertrouwen in de overheid.

Met communicatie streven we dus een preventieve werking na van het naleven van wetten en regels. Voor handhaving, deels ook voor vergunningverlening, is kennis hebben van de regels, de risico’s en de sancties van het allergrootste belang. We gaan het gesprek aan met inwoners en bedrijven aan over wat er goed gaat en wat er nog beter kan.

Kernboodschap

De U&H-strategie heeft als doel: de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te beschermen en daar waar mogelijk te verbeteren. Dit vertaalt zich in de kernboodschap voor de inwoners:

Samen zijn we verantwoordelijk voor een veilige en prettige leefomgeving.

Communicatiestromen algemeen

• We bieden een overzichtelijk en laagdrempelige ingang naar informatie over actuele wet- en regelgeving.

• Onze medewerkers zijn ambassadeurs voor onze gemeente en denken mee in oplossingen en mogelijkheden voor onze inwoners en ondernemers.

Balans tussen communicatie en effectief handelen

Boodschap, actie en verwacht effect moeten in balans zijn. Op de eerste plaats komt het informeren van inwoner/ondernemer. Het bekend zijn met de regels en wetgeving is een voorwaarde om de juiste keuzes te kunnen maken. Bij het signaleren van overtredingen of nalatigheid kan op basis van wat aangetroffen wordt een keuze gemaakt worden tussen samen oplossen, sancties opleggen en aanvullend externe communicatie inrichten. Hierbij houden we altijd het doel en de kernboodschap voor ogen.

Nauwkeurigheid in communicatie

Met doelgroepgerichte communicatie zorgen we ervoor dat de juiste doelgroep de goede informatie krijgt op het juiste moment. Hiervoor is het nodig na te denken welke communicatiebehoefte er is, en welke afstemming/participatie vanuit wetgeving of beleid gevraagd wordt van de initiatiefnemer (gemeente of inwoner/bedrijf). Het is van belang om vergunningverlening/handhaving en communicatie zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen.

Inspanningen zichtbaar maken

Wij zijn gericht op het delen van succes. De communicatie maakt zichtbaar hoe geïnvesteerd wordt in de veilige en prettige leefomgeving van de gemeente.

5. Van een risicoanalyse naar VTH-strategieën

5.1 Inleiding

De vaststelling van de U&H-strategie is tot stand gekomen via twee sporen. Het eerste spoor betrof het via een risicoanalyse door vakspecialisten bepalen van prioriteiten met behulp van een risicomatrix. Gedurende het tweede spoor heeft de besluitvorming over die prioritering plaatsgevonden en is de strategie bestuurlijk vastgesteld.

In dit hoofdstuk wordt bovenvermelde werkwijze kort toegelicht. In hoofdstuk 6 worden de resultaten gepresenteerd. Deze resultaten bieden een basis voor de prioriteiten die gesteld worden voor de taakvelden vergunningverlening, toezicht en handhaving.

5.2 Risicoanalyse

Een belangrijk onderdeel van de strategie is het, via een risicoanalyse, in beeld brengen van risico’s en effecten van de taakvelden vergunningverlening, toezicht en handhaving. Hieruit volgt een prioritering die als vertrekpunt is gebruikt voor het opstellen en uitwerken van de U&H-strategieën

Om een goede risicoanalyse en afweging te kunnen maken tussen alle gemeentelijke VTH-taken is gebruik gemaakt van een risicomatrix.

5.3 Werking risicoanalyse

Om de VTH-taken te kunnen prioriteren is een inventarisatie gemaakt waarbij voor de taakvelden:

• Bouwen

• Gebruik (omgevingsplan)

• APV/bijzondere wetten

• Milieu

• Brandveiligheid

De taken in beeld zijn gebracht. Per taak zijn vervolgens de risico’s, effecten en naleefgedrag gewogen (risicoanalyse) aan de hand van de volgende beoordelingscriteria:

• Financieel/economisch

• Volksgezondheid

• Veiligheid

• Energie & klimaatadaptatie & duurzaamheid.

Aan de hand van de daaruit voortvloeiende scores is vervolgens een prioriteitenverdeling gemaakt. De volgende prioriteiten zijn hierbij gehanteerd:

• Extra hoog

• Hoog

• Middel

• Laag

• Extra laag

5.4 Analyse vakspecialisten

De basis voor de huidige prioriteiten wordt gevormd door de risicoanalyse. Een onderdeel van de risicoanalyse is de beoordeling door de vakspecialisten van de De6-gemeenten. Deze vakspecialisten zijn in het VTH-domein werkzaam. Zij hebben een goed beeld van de ontwikkelingen binnen het taakveld. Bovendien kennen zij de lokale situatie en de eventuele knelpunten waar zij in de dagelijkse praktijk mee te maken hebben. De resultaten van de De6-brede risicoanalyse is bijgevoegd als bijlage 2. Maar omdat er in elke afzonderlijke gemeente (dus ook in Halderberge) specifieke lokale omstandigheden aanwezig zijn, wordt hieronder in paragraaf 6.1 aangegeven aan welke taken er in Halderberge een hogere prioriteit wordt toegekend.

5.5 Uitvoeringsprogramma en jaarverslag

Op basis van de prioriteiten en strategieën wordt jaarlijks een uitvoeringsprogramma opgesteld. In het uitvoeringsprogramma worden de prioriteiten en strategieën gekoppeld aan de beschikbare capaciteit. Het college van burgemeester en wethouders heeft hierbij de mogelijkheid om op grond van bestuurlijke afwegingen de prioriteiten en bijbehorende strategieën aan te passen.

Jaarlijks wordt een verslag gemaakt met conclusies en (eventuele) verbeterpunten die dienen als input voor het opstellen van een nieuwe U&H-strategie en nieuw uitvoeringsprogramma. Hierdoor is het mogelijk de prioriteiten bij te stellen en in te spelen op actuele zaken en de prioriteitenlijst opnieuw bestuurlijk vast te laten stellen. Voor zover mogelijk en noodzakelijk worden aanpassingen in De6-verband voorbereid.

6. Prioriteiten en doelen

6.1 Resultaten prioritering

Het gaat hier om vergunningverlening, toezicht en handhaving van wet- en regelgeving met betrekking tot de bebouwde en onbebouwde leefomgeving; het omgevingsrecht. De genoemde instrumenten hebben, naast andere instrumenten zoals het verlenen van subsidie en het geven van voorlichting, als doel de kwaliteit van de leefomgeving te beschermen en daar waar mogelijk te verbeteren.

Zoals hiervoor is beschreven is de basis voor de prioriteitenlijst gevormd door de risicoanalyse. Verzoeken om handhaving en klachten zijn niet opgenomen in de prioriteitenlijst, zij hebben – in beginsel – altijd een hoge prioriteit, vanuit een wettelijke taak en/of uit oogpunt van klantgerichtheid. Calamiteiten en ongewone voorvallen zijn ook niet opgenomen in de prioriteitenlijst, hiervoor wordt standaard capaciteit gereserveerd. De prioritering die voortkomt uit de risicoanalyse wordt verder uitgewerkt in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma.

De prioriteitenlijst die in De6-verband is opgesteld is in bijlage 2 bijgevoegd. Hieronder staan de hoogste prioriteringen van deze lijst genoemd (prioritering gebaseerd op naleefgedrag). Deze taken hebben de hoogste prioriteit omdat deze taken scoren als een zeer hoog/hoog risico:

Taakveld

Taak

Prioriteit

APV en Bijzondere wetten

Overlast - drugs (inclusief toepassing art. 13b Opiumwet)

zeer hoog

APV en Bijzondere wetten

Afval - illegale stort chemisch

hoog

APV en Bijzondere wetten

Afval - illegale stort overig

hoog

APV en Bijzondere wetten

Overlast - vuurwerk

hoog

 
 
 

Bouwen

Illegale bouwactiviteiten

zeer hoog

Bouwen

Bedrijven categorie 3

hoog

Bouwen

Bedrijven categorie 4

hoog

Bouwen

Monumenten

hoog

Bouwen

Publiek categorie 2

hoog

Bouwen

Publiek categorie 3

hoog

Bouwen

Wonen categorie 3

hoog

 
 
 

Brandveiligheid

Risicovolle bedrijven

zeer hoog

Brandveiligheid

Gebouwgroep 1

hoog

Brandveiligheid

Gebouwgroep 2

hoog

Brandveiligheid

Gebouwgroep 3

hoog

Brandveiligheid

Gebouwgroep 4

hoog

Brandveiligheid

Gebouwgroep C

hoog

 
 
 

Gebruik (bestemmingsplan)

Gebruik bouwwerken

hoog

Gebruik (bestemmingsplan)

Huisvesting arbeidsmigranten

hoog

 
 
 

Milieu

Illegale milieuactiviteiten

zeer hoog

Milieu

Afval(water)beheer

hoog

Milieu

Autodemontagebedrijven

hoog

Milieu

Benzinestation met LPG

hoog

Milieu

Bijzondere woongebouwen

hoog

Milieu

Chemische industrie; grootschalige opslag gevaarlijke stoffen, Bevi

hoog

Milieu

Garages en autoherstelbedrijven

hoog

Milieu

Horeca

hoog

Milieu

Chemische industrie; kleinschalige opslag gevaarlijke stoffen

hoog

Milieu

Natte en chemische wasserijen

hoog

Milieu

Veehouderij

hoog

 
 
 

Slopen

Illegale sloopactiviteiten

hoog

Slopen

Sloopmelding met asbest

hoog

In de De6-prioritering is een aantal taken anders geprioriteerd dan van toepassing op de lokale situatie in Halderberge. Het college heeft daarom besloten om ook aan de volgende taken een andere prioriteit toe te kennen:

Taakveld

Taak

Prioriteit was / wordt

 
 
 
 

APV en Bijzondere wetten

Overlast jeugd

gemiddeld

hoog

 
 
 
 

APV en Bijzondere wetten

Zwervers en daklozen

laag

gemiddeld

 
 
 
 

APV en Bijzondere wetten

Prostitutie

laag

gemiddeld

 
 
 
 

APV en Bijzondere wetten

Seksbedrijf

laag

gemiddeld

 
 
 
 

APV en Bijzondere wetten

Stoken

gemiddeld

laag

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

In de bovenstaande tabellen ontbreken een aantal (nieuwe) taken die geen onderdeel hebben uitgemaakt van de risicoanalyse. Gelet op de lokale situatie heeft het college besloten om deze taken toe te voegen met de prioriteit zeer hoog. Dit omdat de impact van de activiteit c.q. de situatie op de samenleving groot is.

Taakveld Taak Prioriteit

Taakveld

Taak

Prioriteit

 
 
 

APV en Bijzondere wetten

Overlast – Wonen (Wet Victoria)

Zeer hoog

 
 
 

In de prioriteitenlijst die in De6-verband is opgesteld, is binnen het taakveld Bouwen de taak Illegale bouwactiviteiten als zeer hoog geprioriteerd. Echter het begrip ‘illegale bouwactiviteiten’ is zeer ruim en omvat activiteiten die een grote impact hebben tot activiteiten die een geringe impact hebben. Gelet op de lokale situatie heeft het college besloten om deze taak te splitsen.

Taakveld

Taak

Prioriteit

Bouwen

Illegale bouwactiviteiten (Monumenten, Bedrijven categorie 3, Bedrijven categorie 4, Publiek categorie 2, Publiek categorie 3 en Wonen categorie 3)

zeer hoog

 
 
 

Bouwen

Illegale bouwactiviteiten (Wonen categorie 1, Wonen categorie 2, Bedrijven categorie 1, Bedrijven categorie 2, Publiek categorie 1 en Overige)

gemiddeld

Een nadere omschrijving van de taken binnen de taakvelden Bouwen en Brandveiligheid is opgenomen in bijlage 3.

6.2 Doelen

Hierna zijn, aan de hand van de beoogde maatschappelijke effecten, weergegeven welke (sub)doelen we willen bereiken en welke uitgangspunten we daarbij hanteren. De doelen en uitgangspunten zijn vervolgens uitgesplitst naar indicatoren voor vergunningen, toezicht en handhaving. Op basis van concrete activiteiten die we uitvoeren worden de (sub)doelen en uitgangspunten in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma verder geconcretiseerd en in het jaarlijks jaarverslag vindt monitoring plaats.

EEN BETROUWBARE EN GASTVRIJE GEMEENTE

LEEFBARE EN VEILIGE KERNEN

• De kwaliteit van de leefomgeving te beschermen en daar waar mogelijk te

verbeteren.

• Een veilige en gezonde fysieke leefomgeving waar inwoners, ondernemers en

bezoekers van de gemeente Halderberge het prettig vinden om te verblijven en te

ondernemen.

1. De veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en kwaliteit van de fysieke leefomgeving wordt beschermd en blijft op niveau of wordt verbeterd.

2. De risico’s voor de omgeving waarin een bepaalde activiteit wordt uitgeoefend, worden zo veel als mogelijk beperkt.

3. We sturen op de (eigen) verantwoordelijkheid van onze inwoners, ondernemers of organisaties.

4. We werken dienstbaar en faciliterend samen met inwoners, ondernemers, organisaties en ketenpartners met ieder zijn eigen verantwoordelijkheden.

Vergunningen

  • 1.

    In minimaal 80% van de situaties waarbij vooroverleg is gevoerd, leidt het vooroverleg tot een volledige en juiste aanvraag.

  • 2.

    Op 100% van de aanvragen om een vergunning wordt binnen de wettelijk vastgestelde beslistermijn een besluit genomen.

3. Minimaal 80% van de beschikkingen blijven in stand na bezwaar en/of (hoger) beroep

Toezicht

  • 1.

    Bij minimaal 90% van de gecontroleerde vergunningen wordt géén overtreding geconstateerd.

  • 2.

    Bij minimaal 80% van de uitgevoerde controles (op basis van meldingen en/of regels die rechtstreeks verbindend zijn bij of krachtens ‘de wet’) wordt géén overtreding geconstateerd.

  • 3.

    100% van alle ingekomen klachten worden binnen twee werkdagen opgepakt.

Handhaving

  • 1.

    100% van de handhavingsbeschik-kingen leidt tot beëindiging van de overtreding(en).

  • 2.

    Op 100% van de verzoeken tot handhaving wordt binnen de wettelijk vastgestelde beslistermijn een besluit genomen.

  • 3.

    Minimaal 80% van de beschikkingen blijven in stand na bezwaar en/of (hoger) beroep.

  • 1.

    We nemen een faciliterende rol in en denken in mogelijkheden, gericht op het mogelijk maken van initiatieven en ontwikkelingen.

  • 2.

    We benaderen vraagstukken integraal.

  • 3.

    We stimuleren en bevorderen eigen verantwoordelijkheid en naleefgedrag van onze inwoners, ondernemers en organisaties.

  • 4.

    We komen, zijn en blijven in verbinding met onze inwoners, ondernemers en organisaties.

  • 5.

    We schatten goed in waar, wanneer en welke risico’s zich kunnen voor doen.

  • 6.

    We handelen effectief en efficiënt om administratieve en toezichtslasten te beperken.

  • 7.

    We waarborgen rechtszekerheid en rechtsgelijkheid.

  • 8.

    We werken via een U&H-strategie en een jaarlijks uitvoeringsprogramma.

  • 9.

    We zijn transparant over het door ons gevoerde beleid.

Vergunningen

  • 1.

    Iedere aanvraag heeft één aanspreekpunt.

  • 2.

    Iedere aanvraag handelen we, binnen de wettelijke beslistermijnen, zo snel als mogelijk af.

3. Het risico van de activiteit is bepalend voor de diepgang van de toetsing van de aanvraag

Toezicht

  • 1.

    Het toezicht wordt, waar mogelijk, integraal uitgevoerd.

  • 2.

    Het risico van de activiteit is bepalend voor de diepgang van het toezicht.

3. Het toezicht wordt effectief en efficiënt uitgevoerd

Handhaving

  • 1.

    De Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht wordt toegepast.

  • 2.

    Er wordt direct opgetreden bij het constateren van een overtreding met direct gevaar.

3. Verzoeken tot handhaving worden altijd opgepakt

7. Strategie en uitvoering

7.1 Strategieën

In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de doelen en prioriteiten uit hoofdstuk 6 worden gerealiseerd. Hiertoe wordt een drietal strategieën ingezet. De drie uitvoeringsstrategieën zijn gebaseerd op landelijke strategieën en zijn aangevuld met regionale afspraken en gemeentelijke werkwijzen. De gemeente hanteert de volgende uitvoeringsstrategieën.

- Vergunningenstrategie (Paragraaf 7.2)

Hierin wordt de aanpak beschreven om voorschriften op te leggen aan activiteiten.

- Toezichtstrategie (Paragraaf 7.3)

Deze bevat de verschillende toezichtinstrumenten met een beschrijving van de wijze waarop deze worden ingezet. Ook de wijze waarop preventie wordt ingezet om naleefgedrag te bevorderen en overtredingen te voorkomen, de preventiestrategie, is als onderdeel van de toezichtstrategie beschreven.

- Handhavingsstrategie (Paragraaf 7.4)

Voor de aanpak bij constatering van overtredingen wordt de LHSO gevolgd. Ook de wijze waarop de gemeente omgaat met gedogen, de gedoogstrategie, wordt in dit hoofdstuk beschreven.

De samenhang tussen de strategieën is schematisch weergegeven in onderstaande figuur.

7.2 Vergunningenstrategie

Uitgangpunt bij vergunningverlening is dat inwoners en ondernemers verantwoordelijk zijn voor het indienen van goede en volledige aanvragen en meldingen. De aanvraag vormt immers de basis voor de te verlenen vergunning en na vergunningverlening voor adequaat toezicht en eventueel handhaving. De gemeente heeft de taak om de verschillende belangen vanuit de verschillende disciplines te coördineren, waaronder het algemeen maatschappelijk belang. Onze gemeente hanteert hierbij het principe “Ja, mits…”. De initiatiefnemer beschikt hierbij over één vast aanspreekpunt vanuit de gemeente na indiening van een (concept)aanvraag.

Risicogericht toetsen

Het risicogericht toetsen sluit aan bij de intentie van de Omgevingswet (inclusief de Wkb) om zoveel als mogelijk vrijheden en verantwoordelijkheden bij inwoners en ondernemers te laten. Het risicogericht toetsen maakt het voor Halderberge mogelijk om de beschikbare capaciteit en beschikbare kwaliteit daarin te zetten waar dat het meeste nodig is en op die manier zoveel mogelijk maatwerk toe te passen. Door risicogericht te werken kunnen activiteiten uit de risicomatrix / prioriteitenlijst (bijlage 2) met een verlaagd risico minder streng worden getoetst dan activiteiten met een verhoogd risico.

Bij het risicogericht toetsten komt de prioritering van de activiteiten, zoals bepaald in de risicomatrix / prioriteitenlijst (bijlage 2) samen met het diepteniveau waarop een aanvraag om een vergunning getoetst wordt aan wet- en regelgeving. Dit leidt tot de volgende toets-intensiteit:

Prioriteit

Toetsingsniveau

Zeer hoog / hoog

Niveau 3

Gemiddeld

Niveau 2

Laag / Zeer laag

Niveau 1 of 0

Wel dient er bij de bepaling van de prioriteit en het toetsingsniveau steeds rekening gehouden te worden met de lokale afwijkingen van de risicomatrix / prioriteitenlijst zoals genoemd in hoofdstuk 6. In die gevallen geldt een hogere toets-intensiteit. Dit geldt ook voor (concept)aanvragen waarvan tevoren bekend is dat er omstandigheden zijn die extra gevoeligheden meebrengen. In die gevallen zal qua toetsing zoveel mogelijk maatwerk worden toegepast.

Toetsingsniveaus

Niveau 3

Volledig toetsen; alles in samenhang controleren. Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de stukken, aangeleverd om het betreffende aspect te kunnen toetsen, in de juiste vorm zijn. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en worden de uitkomsten gecontroleerd en/of nagerekend.

Niveau 2

Representatief toetsen: controle van de toonaangevende onderdelen. Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de aangeleverde stukken om het betreffende aspect te kunnen toetsen in de juiste vorm zijn. Van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten aannemelijk zijn. De belangrijkste aangeleverde gegevens en berekeningen worden gecontroleerd, dan wel nagerekend.

Niveau 1

Uitgangspuntentoets en visueel toetsen;

- Bevatten de stukken voldoende informatie over de uitgangspunten? Gecontroleerd wordt of de globale uitgangspunten op de stukken die zijn aangeleverd om het desbetreffende aspect te kunnen toetsen, in voldoende mate en in samenhang zijn weergegeven.

- Kloppen de uitgangspunten en lijken de uitkomsten aannemelijk? Gecontroleerd wordt of de uitgangspunten op de stukken die zijn aangeleverd om het betreffende aspect te kunnen toetsen in de juiste vorm zijn, waarbij van ieder te toetsen aspect wordt nagegaan of de uitgangspunten juist zijn en of de uitkomsten aannemelijk.

Niveau 0

Het niet of zeer globaal beoordelen of aan een voorschrift wordt voldaan.

Samenwerking bij vergunningverlening

Vergunningaanvragen worden beoordeeld vanuit de benodigde disciplines en afhankelijk van de aangevraagde activiteit vindt samenwerking plaats met diverse interne en externe adviseurs.

Voor zover er (ingevolge de Wkb) nog sprake is van aanvragen die een technische bouwplantoetsing nodig hebben, worden die aanvragen getoetst door een extern bureau (SWECO). Binnen de De6 samenwerking wordt de mogelijkheid onderzocht om de constructeurstaak samen uit te voeren met eigen medewerkers.

Voor de toetsing van (brand)veiligheidsaspecten bij vergunningverlening vraagt de gemeente een advies bij de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant.

Bouwplannen worden voorgelegd aan een gemeentelijke adviescommissie; de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (hierna; CRK). Deze commissie bestaat uit onafhankelijke externe deskundigen met een ambtelijk secretaris en ambtelijk adviseur. De CRK voert de welstandstoetsing uit en adviseert hierover aan het college van burgemeester en wethouders bij het verlenen van een omgevingsvergunning. Daarnaast adviseert de CRK over plannen met de activiteit “monumenten”. In een aantal gevallen kan ook de “Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed” en de provincie Noord-Brabant over een vergunningaanvraag adviseren.

Het overhevelen van het basistakenpakket en alle overige milieutaken naar de OMWB betekent voor de gemeente Halderberge dat de VTH (mileu-)taken extern worden uitgevoerd. De vergunningverlening met betrekking tot milieubelastende activiteiten (hierna MBA) is door de gemeente Halderberge gemandateerd aan de OMWB. Bij een aanvraag om vergunning die betrekking heeft op meerdere activiteiten heeft de gemeente de regie op het proces en wordt het besluit door de gemeente genomen.

7.3 Toezichtstrategie

Een toezichtstrategie geeft aan welke activiteiten worden ondernomen om vast te stellen of wet- en regelgeving wordt nageleefd en hoe deze zijn georganiseerd. Om na te gaan of voorschriften ook gedurende langere tijd en in alle situaties worden nageleefd, is het noodzakelijk om programmatisch toezicht uit te voeren. Daarnaast is het nodig om capaciteit te reserveren voor onaangekondigde en steekproefsgewijze controles en surveillance. Bij het opstellen van het toezichtprogramma (als onderdeel van het jaarlijkse uitvoeringsprogramma) worden, om het aantal te controleren locaties te bepalen, aan de hand van de risicomatrix / prioriteitenlijst (bijlage 2), de volgende toezichtspercentages gebruikt;

Prioriteit

Toezichtspercentage

Zeer hoog

100% toezicht

Hoog

75% toezicht.

Gemiddeld

50% toezicht

Laag

25% toezicht

Zeer laag

10% toezicht

Als vooraf het aantal te controleren locaties niet is te bepalen, wordt op basis van ervaringscijfers een aantal uren/controles per jaar opgenomen in het uitvoeringsprogramma. Dit betreft voornamelijk toezichtstaken op illegale zaken, zoals illegale bouwactiviteiten en diverse vormen van het onjuist aanbieden van afval.

Risicogestuurd toezicht

Risicogestuurd toezicht (RGT) wordt ingezet vanuit de visie “meer toezicht waar nodig, minder waar mogelijk”. Het doel is de aandacht van toezicht vooral te leggen op die locaties waar een verhoogd risico aanwezig is, zowel op aspecten van veiligheid als op niet-naleving van de wet- en regelgeving. De doelstelling is dook dat het RGT geen verzwaring van de toezichtlast in zijn totaliteit tot gevolg heeft. Op bedrijfsniveau kan RGT wel een vermindering of verzwaring van de toezichtlast geven, afhankelijk van het risicoprofiel van het betrokken bedrijf.

Planning toezicht

De planning vindt plaats op taak, projectbasis of thema. De taken zijn opgenomen in de vastgestelde risicomatrix / prioriteitenlijst (bijlage 2), waarbij de prioriteit is bepaald.

Planning op projectbasis houdt in dat vooraf bepaald wordt welke handhavingspartners deelnemen en waarop (minimaal) gecontroleerd gaat worden.

Planning op thema houdt in dat er alleen gecontroleerd wordt op een bepaald onderdeel van de taak.

Opleveringscontrole

In de planning wordt rekening gehouden met het uitvoeren van opleveringscontroles. Na ontvangst van een melding van de vergunninghouder dat de betreffende activiteit gereed is, vindt (steekproefsgewijs) een opleveringscontrole plaats. Dit kan een fysieke of een administratieve controle zijn.

Bouwen

Voor bouwen hanteren we de volgende uitgangspunten:

1. We programmeren het bouwtoezicht aan de hand van toegekende prioriteiten uit de risicomatrix / prioriteitenlijst (bijlage 2) met het daaraan gekoppelde toezichtspercentage.

2. De mate van bouwtoezicht voor bouwwerken waarop de Wkb van toepassing is, is geregeld in het Wkb-beleidskader.

3. We passen RGT toe.

Milieu

Voor het bepalen van het jaarlijks milieutoezicht (gebruiksfase) geldt een afwijkende procedure. Hiervoor hanteren we de volgende uitgangspunten:

1. Allereerst houden we rekening met taken en werkzaamheden die voortvloeien uit het Gemeenschappelijk Uitvoeringskader (GUK). Het GUK bevat een meerjarenprogramma met branchgerichte prioritering. Deze regionale kaders prevaleren boven de kaders uit deze U&H-strategie. De verplichtingen die voortvloeien uit het GUK nemen we op in het jaarlijks werkprogramma OMWB. Het GUK stelt iedere gemeentelijke deelnemer van de OMWB vast en is onder andere gebaseerd op een regionale omgevingsanalyse.

2. Vervolgens programmeren we het milieutoezicht aan de hand van de toegekende prioriteiten uit de risicomatrix / prioriteitenlijst (bijlage 2) met het daaraan gekoppelde toezichtspercentage.

3. We passen RGT toe.

Brandveiligheid

Voor brandveiligheid hanteren we de volgende uitgangspunten:

1. We nemen in het jaarlijks uitvoeringsprogramma de prioriteiten op die door het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant zijn vastgelegd in het basistakenpakket (BTP).

2. Vervolgens bepalen we het toezicht aan de hand van de prioriteiten uit de risicomatrix / prioriteitenlijst (bijlage 2) en het daarbij behorende toezichtpercentage.

3. We passen RGT toe.

APV / bijzondere wetten

Voor het programmeren van het toezicht dat onderdeel is van de taken uit de APV en bijzondere wetten hanteren we de volgende uitgangspunten:

1. De capaciteit voor het toezicht programmeren we aan de hand van de toegekende prioriteiten uit de risicomatrix / prioriteitenlijst (bijlage 2) met het daaraan gekoppelde toezichtpercentage.

2. We werken met gebiedsboa’s en boa’s met een taakaccent, bijvoorbeeld horeca.

3. We stellen voor de inzet van de boa’s werkroosters op en plannen jaarlijks project- en themacontroles in (bijvoorbeeld toezicht op schenken alcoholhoudende dranken en afvalscheiding.) De toezichtpercentages die voortvloeien uit de risicomatrix / prioriteitenlijst (bijlage 2) passen we als leidraad toe bij het bepalen van de jaarlijkse inzet op de uitvoering van de verschillende taken / thema’s.

Toezicht op algemene regels

Door deregulering en lastenverlichting is een aantal vergunningen en meldingen vervangen door algemene regels. Dergelijke activiteiten moeten voldoen aan de algemene regels. Daarnaast kennen diverse wetten en verordeningen verbodsbepalingen waarop toezicht gehouden wordt. Het vergt van de overheid (extra) inspanning om de locaties die niet vergunnings-/meldingsplichtig zijn en wel aan algemene regels moeten voldoen in beeld te brengen en te houden om de toezichtstaak naar behoren uit te kunnen voeren. Om de niet bekende locaties op te sporen en te controleren op de algemene regels en toe te zien op algemene verbodsbepalingen wordt hiermee in de capaciteitsplanning rekening gehouden.

Controle op illegale activiteiten

Naast het toezicht houden op verleende vergunningen, ingekomen meldingen en de algemene regels is er capaciteit nodig voor het opsporen van illegale activiteiten. In het uitvoeringsprogramma wordt capaciteit opgenomen voor vrije surveillance om illegale activiteiten op te sporen. Dit kan zijn het illegaal bouwen, illegaal storten van afval, strijdig gebruik van percelen en/of gebouwen, etc. Het is mogelijk om, eventueel met partners, op projectmatige wijze te controleren en hieraan bepaalde prioriteiten te verbinden. De projecten worden in het uitvoeringsprogramma opgenomen.

Klachten

Het indienen van klachten is een instrument voor inwoners en ondernemers (en in sommige gevallen overheden) om de gemeente te attenderen op een (mogelijke) overtreding van wet- en regelgeving. Om een kwalitatief goede dienstverlening te borgen is het van belang dat een klacht volgens de daarvoor gemaakte werkafspraken in behandeling wordt genomen.

Klachten met betrekking tot de fysieke leefomgeving kunnen betrekking hebben op één of meerdere instanties. Wanneer de behandeling van de klacht niet (primair) bij de gemeente ligt, wordt deze doorgezet naar de betreffende instantie, zoals OMWB, Waterschap Brabantse Delta, VRMWB of politie.

Wij nemen, in beginsel, alle klachten binnen twee werkdagen in behandeling (ongeacht de aan de taak toegekende prioriteit waarop de klacht betrekking heeft). Een toezichthouder zal de situatie op locatie beoordelen en wij zullen de klager, indien gewenst, informeren over de verdere afhandeling van de klacht. In het geval van een klacht, is de gemeente niet aan een beslistermijn gebonden, echter streven wij ernaar om de klager, maar ook de mogelijke overtreder, zo snel mogelijk duidelijkheid te verschaffen. Waar mogelijk, en zoveel als mogelijk, proberen wij ook naast een eventuele formele procedure ook via buurtbemiddeling en/of mediation een oplossing te bereiken.

Integrale aanpak

Een van de primaire taken van een gemeente is het scheppen en borgen van een veilige leefomgeving voor de inwoners. Hierin speelt het onderwerp ondermijnende criminaliteit een belangrijke rol. Een samenleving waar criminele groepen hun activiteiten zonder al te veel problemen kunnen uitvoeren en hierin misschien onbewust worden gefaciliteerd door de overheid, mondt uit in een vrijstaat en is onacceptabel. Onderzoeken laten zien dat de ondermijnende criminaliteit een florerende industrietak is. Daarom voert de gemeente toezicht uit en werkt de gemeente conform een Bibob-beleid. Gemeentelijk toezicht wordt uitgevoerd door een toezichthouder (al dan niet met opsporingsbevoegdheid). Ieder vanuit hun eigen rol en bevoegdheden kunnen met toezicht bijdragen aan de signalering en aanpak van ondermijning. Deze toezichtstaken worden door de gemeente in samenwerking uitgevoerd met andere handhavingspartners zoals politie, belastingdienst, UWV, Douane, OMWB, brandweer e.d. Waarbij gemeente met name een signalerende functie en initiërende rol heeft.

7.4 Handhavingsstrategie

Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht

Bevoegde overheden en handhavingsinstanties in Nederland hebben gezamenlijk de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (hierna LHSO) vastgesteld. Ook de gemeente Halderberge werkt conform de LHSO en stelt de LHSO vast. Met de LHSO grijpen overheden passend en uniform in bij bevindingen die gedaan zijn tijdens toezicht. Zo zorgt de LHSO voor een gelijk speelveld. Verder verbindt de LHSO het bestuurs- en strafrecht met elkaar.

De LHSO is de opvolger van de LHS uit 2014. In de kern is de strategie nagenoeg onveranderd. Wat anders is, is dat de aansluiting op de Omgevingswet goed wordt gelegd, terminologie wordt geactualiseerd en de bestuurlijke boete wordt toegevoegd. Verder is de relatie tussen bestuursrecht en strafrecht (nog) beter beschreven en geborgd. De LHSO is toegevoegd als bijlage 4.

Verzoek tot handhaving

Een verzoek tot handhaving is een instrumenten voor inwoners en ondernemers (en in sommige gevallen overheden) om de gemeente te attenderen op (mogelijke) overtreding van wet- en regelgeving. Om een kwalitatief goede dienstverlening te borgen is het van belang verzoeken tot handhaving in overeenstemming met de daarvoor gemaakte werkafspraken in behandeling worden genomen. Een verzoek tot handhaving wordt altijd in behandeling genomen en afgewerkt binnen de daarvoor geldende wettelijke termijn. Een toezichthouder zal de situatie op locatie beoordelen en wij zullen de verzoeker informeren over de verdere afhandeling van het verzoek tot handhaving. In het geval van een verzoek tot handhaving is de gemeente gebonden aan de in de Algemene wet bestuursrecht gestelde termijnen. Echter streven wij ernaar om de verzoeker, maar ook de mogelijke overtreder, zo snel mogelijk duidelijkheid te verschaffen. Dit impliceert niet dat dan ook altijd tot handhaving wordt overgegaan. Waar mogelijk proberen wij naast de formele procedure ook via buurtbemiddeling en/of mediation een oplossing te bereiken.

Uit jurisprudentie blijkt, dat een handhavingsbeleid dat erop gericht is om nooit op te treden tegen overtredingen met een lage prioriteit, niet toelaatbaar is. Dit betekent echter niet dat er geen prioriteiten mogen worden gesteld bij de handhaving. Prioriteitstelling is toegestaan om in het kader van efficiënte handhaving onderscheid te maken in de manier waarop uitvoering wordt gegeven aan de handhavingstaak. Prioritering kan van invloed zijn op de mate waarin toezicht wordt gehouden op de naleving van voorschriften. Echter, als een belanghebbende om handhaving verzoekt, mag hier niet uitsluitend verwezen worden naar prioriteitstelling. Van handhaving mag alleen onder bijzondere omstandigheden worden afgezien. De keuze van een bestuursorgaan om in verband met een beperkte handhavingscapaciteit een bepaalde overtreding een lage prioriteit toe te kennen, geldt niet als een bijzondere omstandigheid. Het orgaan zal dus na een verzoek om handhaving een afweging moeten maken in het individuele geval, waarbij rekening gehouden moet worden met de belangen van de verzoeker. Dit kan resulteren in het besluit om van handhaving af te zien, rekening houdend met het karakter van het overtreden voorschrift, het daarbij betrokken algemene belang en de belangen van de verzoeker. Leidt de afweging naar aanleiding van een verzoek van een belanghebbende tot het nemen van een sanctiebesluit, dan levert dit geen strijd op met het gelijkheidsbeginsel ten opzichte van gevallen waarin niet om handhaving is verzocht en geen sanctiebesluit is genomen, aangezien in die gevallen er geen omstandigheid aanwezig is waarbij in de bestuurlijke afweging rekening moet worden gehouden met een verzoek tot handhaving.

Richtlijn handhaving bij overtreding door de eigen organisatie.

Het kan voorkomen dat de eigen organisatie een handeling verricht die in strijd is met wet- en regelgeving. Als dit geconstateerd wordt moet hiertegen opgetreden worden. Om te zorgen dat er in voorkomende gevallen gelijkluidend zal worden opgetreden is deze richtlijn opgesteld.

1. Collegiaal overleg

In eerste aanleg zal er bij het constateren van een overtreding een collegiaal overleg plaats vinden. De toezichthouder die de overtreding heeft geconstateerd zal, nadat dit is afgestemd met de jurist handhaving, contact opnemen met de collega die betrokken is bij de gemaakte overtreding. Langs deze weg wordt getracht om de overtreding ongedaan te maken. Van het contact wordt door de toezichthouder een schriftelijke notitie gemaakt bestaande uit een controlerapport en de reactie van de collega die bij de gemaakte overtreding is betrokken. Beide documenten worden aan het handhavingsdossier toegevoegd.

2. Overleg MT

Indien het overleg niet leidt tot het opheffen van de overtreding na het collegiaal overleg zal de toezichthouder die de overtreding heeft geconstateerd de uitkomst van het gesprek terugkoppelen met de jurist handhaving. De toezichthouder en de jurist handhaving zullen de overtreding en het hieraan gekoppeld collegiaal overleg bespreken met de teamleider Klantzaken. Van dat contact wordt een schriftelijke notitie gemaakt, die aan het handhavingsdossier wordt toegevoegd. De teamleider Klantzaken zal de overtreding bespreken in het Managementteam (MT). Ook hiervan wordt een schriftelijke notitie gemaakt, die aan het handhavingsdossier wordt toegevoegd.

3. Advies burgemeester en wethouders

Als er via het MT geen overeenstemming bereikt wordt over de geconstateerde overtreding zal de jurist handhaving een advies voorleggen aan het college van burgemeester en wethouders. De beslissing van het college is dan bindend. Het advies, inclusief het besluit van het college, wordt in het handhavingsdossier opgenomen.

Richtlijn handhaving bij overtreding door andere overheden.

Het kan voorkomen dat andere overheden handelingen verrichten die in strijd zijn met wet- en regelgeving. Indien dit wordt geconstateerd, wordt hiertegen opgetreden zoals bij alle overige zaken. Dit gebeurt dan volgens de handhavingsstrategie die is vastgelegd in de LHSO. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de bestuurlijk portefeuillehouder handhaving zo spoedig mogelijk in kennis wordt gesteld van een handhavingszaak.

Gedoogstrategie

Wet- en regelgeving zijn bedoeld om chaos te voorkomen en (beleids-)doelstellingen te bereiken. Het college en in voorkomende gevallen de burgemeester, hebben daarom een wettelijke plicht om handhavend op te treden tegen overtredingen van wet- of regelgeving. Dit handhavend optreden is ook het uitgangspunt. Er zijn echter situaties denkbaar waarbij handhaving tijdelijk niet wenselijk of zelfs onmogelijk is. Dit noemt ‘men’ ook wel gedogen: “De bevoegdheid om op basis van een algemene belangenafweging tijdelijk en doelbewust op grond van een schriftelijk verzoek van de overtreder onder voorwaarden via een besluit geheel of gedeeltelijk af te zien van handhavend optreden tegen een overtreding”. Gedogen blijft altijd een uitzondering op de hoofdregel, te weten handhavend optreden. De afgelopen periode van 13 jaren was er in Halderberge slechts één situatie waarin gedogen aan de orde was. Bij gedogen gaat het dus om zeer uitzonderlijke situaties en omstandigheden. Die vergen beslissingsruimte en dus zo weinig mogelijk regels om maatwerk te kunnen bieden. Daarbij komt dat gedogen aan het kader dient te voldoen van actuele jurisprudentie. Om binnen dat kader van actuele jurisprudentie het juiste maatwerk te kunnen leveren, passen daar wat Halderberge betreft geen gemeentelijke beleidsregels voor gedogen bij. Die zouden het gewenste maatwerk slechts bemoeilijken. Er wordt dus per gedoogsituatie bekeken hoe daarop besloten wordt en welke voorwaarden in een gedoogbesluit zullen worden opgenomen.

7.5 Kwaliteitsbevordering

Er gelden landelijke kwaliteitscriteria voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). De landelijke kwaliteitscriteria voor de kritische massa (deskundigheid en ervaring) zijn verplicht voor VTH-taken van het basistakenpakket van de omgevingsdiensten. Hiervoor geldt dat het kwaliteitsniveau via een verordening moet vastliggen (artikel 18.23 van de Omgevingswet). Voor de overige taken geldt er een zorgplicht (artikel 18.20 van de Omgevingswet). De invulling hiervan is vrij.

Op 14 december 2023 heeft de gemeenteraad de Verordening uitvoering en handhaving (omgevingsrecht) gemeente Halderberge vastgesteld. Deze verordening is in De6 verband voorbereid en opgesteld. De verordening volgt deels de modelverordening van de VNG. Op één onderdeel wijkt de verordening echter af van de modelverordening. In De6 verband is ervoor gekozen om de landelijk vastgestelde kwaliteitscriteria niet van toepassing te verklaren op de uitvoering en handhaving van de thuistaken. De kwaliteit van de uitvoering en handhaving van de thuistaken wordt op een andere wijze gewaarborgd en heeft in ieder geval betrekking op de dienstverlening, de uitvoeringskwaliteit van diensten en producten, financiën en waardering. Op de uitvoering en handhaving van de basistaken en plustaken zijn echter, zoals geregeld in de modelverordening van de VNG, de landelijke kwaliteitscriteria wel van toepassing. Dit laatste is, zoals gezegd, wettelijk bepaald voor de basistaken die krachtens de wet in opdracht van burgemeester en wethouders door omgevingsdiensten worden verricht.

Het doel van de wettelijke kwaliteitseisen is het creëren van een robuust en professioneel werkende uitvoeringsstructuur voor vergunningverlening, toezicht en handhaving die:

• kwaliteitsverbetering, afstemming en gegevensuitwisseling, afstemming straf- en bestuursrecht, en een landelijk speelveld / level playing field nastreeft;

• bijdraagt aan de realisatie van beleidsdoelen in de fysieke leefomgeving;

• leidt tot vermindering van regel- en toezichtdruk;

• onafhankelijkheid, professionaliteit en vakmanschap, betrouwbaarheid, eenvoud en gezamenlijkheid borgt.

De Omgevingswet geeft ons meer ruimte en mogelijkheden om inhoudelijk integrale afwegingen te maken. Het doel van de wet is vooral om ontwikkelingen mogelijk te maken die zorgen voor een verbetering van de omgevingskwaliteit. Ook bij deze nieuwe manier van werken moeten we voldoen aan de wettelijke kwaliteitseisen.

7.6 Monitoring en verantwoording

In hoofdstuk 6 is vastgelegd welke doelen we willen bereiken. In hoofdstuk 7 zijn de strategieën beschreven die binnen het VTH-domein worden ingezet om een bijdrage te leveren aan de realisatie van deze doelen. Door monitoring van de voortgang wordt zicht gehouden op de mate van doelrealisatie (effectiviteit).

Monitoring van bovenstaande indicatoren vindt jaarlijks plaats in het op te stellen jaarverslag. Het jaarverslag wordt door het college vastgesteld en ter kennisname aan de gemeenteraad voorgelegd. Indien uit de monitoring van de indicatoren blijkt dat de doelstelling niet gerealiseerd wordt, wordt hierover een verklaring opgenomen in het jaarverslag. Indien nodig worden verbetermaatregelen voorgesteld die ertoe dienen te leiden dat in het vervolg de doelstelling wel gerealiseerd wordt.

7.7 Mediation en buurtbemiddeling

Bij conflictsituaties kan de gemeente mediation of buurtbemiddeling inzetten/aanbieden. Waarbij beide instrumenten worden ingezet middels inhuur van externen of vrijwilligers. Mediation en buurtbemiddeling zijn complementair aan een vergunningen-, toezichts- of handhavingstraject.

Mediation is een proces waarin twee of meer partijen die met elkaar een conflict hebben, onder leiding van een externe, onafhankelijke derde, zelf door onderhandelen zoeken naar een oplossing in het wederzijds belang. Hierbij wordt een onafhankelijke mediator ingeschakeld. Mediation wordt veelal toegepast bij geëscaleerde conflicten, bij complexe en/of politiek-bestuurlijk gevoelige zaken, wanneer het om meerdere partijen gaat en wanneer de vertrouwelijkheid van het proces belangrijk is.

Buurtbemiddeling helpt mensen om conflicten op te lossen. Het doel van buurtbemiddeling is om de communicatie tussen mensen op gang te brengen en hen te ondersteunen in het maken van afspraken om overlast in de toekomst te voorkomen. Betrokkenen moeten wel bereid zijn om samen tot een oplossing te komen. Bij de aanpak van buurtbemiddeling blijven politie en justitie buiten beeld.

8. Organisatie en middelen

8.1 Het wettelijk kader

Voor het uitvoeren van strategieën en het bereiken van doelen, zijn personele capaciteit en financiële middelen nodig. Zoals eerder in dit plan is aangegeven stelt het Omgevingsbesluit, in artikel 13.10, dat het college van burgemeester en wethouders ervoor zorgdraagt, dat:

a. De voor het bereiken van de doelen en voor het verrichten van de werkzaamheden de benodigde en beschikbare financiële en personele middelen inzichtelijk worden gemaakt en in de begroting worden gewaarborgd; en

b. Voor de uitvoering van het uitvoeringsprogramma voldoende financiële en personele middelen beschikbaar zijn.

In dit hoofdstuk gaan we hier nader op in.

8.2 Personele capaciteit

Vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn organisatorisch grotendeels ondergebracht bij team Klantzaken. Uitzondering daarop betreft de (werkzaamheden van de) BOA’s en Vergunningverlening APV en Bijzondere Wetten. Laatstgenoemde medewerkers zijn ondergebracht bij het team Regie en Verbinding.

Voor alle vergunningverlening, toezicht en handhaving is op 1 januari 2024 de volgende capaciteit (formatie) beschikbaar (let op: dit is niet de feitelijke bezetting). Hierbij dient wel de kanttekening te worden geplaatst dat binnen deze fte’s ook overige taken, zoals deelname aan projecten, wordt uitgevoerd.

Formatie (per 1-1-2024)

Fte

Functie

Omgevingswet

 

Administratieve ondersteuning

1,23

Casemanager vergunningen

4,33

Inspecteur toezicht en handhaving

4,23

Jurist Leefomgeving

4,39

 
 

APV en Bijzondere wetten

 

Casemanager vergunningen (incl. administratie)

1,67

Jurist APV

1,17

Toezicht (BOA)

7

8.3 Input voor de begroting

Op dit moment is het zo in de (meerjaren)begroting geregeld dat jaarlijks een inschatting wordt gemaakt van de capaciteit en middelen die nodig zijn voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. De baten en lasten worden in de jaarlijkse P&C momenten geactualiseerd.

8.4 Uitbesteden

Veel gemeentelijke taken worden uitgevoerd door de voornoemde teams, met de kanttekening de de gemeente Halderberge de bouwtechnische toets uitbesteed aan een extern bouwkundig ingenieursbureau. Daarnaast worden specifieke uitvoeringstaken door de zogenaamde verbonden partijen (gemeenschappelijke regelingen) uitgevoerd. Ook die taken worden dus “uitbesteed”. De reden hiervan kan zijn dat dat verplicht gebeurt, maar het kan ook een eigen keuze betreffen. Deze uitbesteding c.q. deelname aan een gemeenschappelijke regeling kost natuurlijk geld. De hieraan verbonden uitgaven zijn opgenomen in de begroting.

Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

De omgevingsdienst werkt zichtbaar samen met de gemeente Halderberge aan een schone, duurzame en veilige omgeving. Dit door het uitvoeren van de VTH-taken (uitvoering en handhaving) op het gebied van milieu. Deze taken worden elk jaar vastgelegd in een werkprogramma.

Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant

Vele gemeentelijke taken op het gebied van brandveiligheid, rampenbestrijding en crisisbeheersing zijn uitbesteed aan de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Voor wat betreft brandveiligheid gaat het dan om advisering bij vergunningverlening en handhaving en het uitvoeren van toezicht en controles. De inzet van de brandweer is geregeld in het basistakenpakket. De inzet van de brandweer is verdisconteerd in de (totale) bijdrage van de gemeente aan de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (VRMWB).

Ondertekening

Bijlagen

Bijlage 1: Afkortingen

Bijlage 2 Risicomatrix/Prioriteitenoverzicht

Bijlage 3: Nadere omschrijving van de taken binnen de taakvelden Bouwen en Brandveiligheid

Bijlage 4: Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO)

Bijlage 1: Lijst met veel gebruikte afkortingen

Wetgeving en besluiten

AMvB Algemene Maatregel van Bestuur

APV Algemene Plaatselijke Verordening

Awb Algemene wet bestuursrecht

BARIM Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer

Bor Besluit omgevingsrecht

GUK Gemeenschappelijke uitvoeringskader

IPO Het Interprovinciaal Overleg

LHSO Landelijke Handhavingsstrategie

MBA Milieubelastende activiteit

Ow Omgevingswet

RGT Risicogestuurd toezicht

RO Ruimtelijke Ordening

VTH Vergunningen Toezicht en handhaving

VRMWB Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant

Wabo Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Wet Bibob Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur

Wkb Wet kwaliteitsborging voor het bouwen

Wm Wet milieubeheer

Wro Wet ruimtelijke ordening

Organisaties

B&W College van burgemeester en wethouders

OMWB Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant

SSIB Samen Sterk in Brabant

VNG Vereniging Nederlandse Gemeenten

Overig

BOA Buitengewoon opsporingsambtenaar

DSO Digitaal Stelsel Omgevingswet

IBT Interbestuurlijk Toezicht

Bijlage 2: Risicomatrix/prioriteitenlijst (in De6-verband opgesteld)

Taakveld

Taak

Prioriteit

APV en Bijzondere wetten

Overlast - drugs (inclusief toepassing art. 13b Opiumwet)

1. zeer hoog

APV en Bijzondere wetten

Afval - illegale stort chemisch

2. hoog

APV en Bijzondere wetten

Afval - illegale stort overig

2. hoog

APV en Bijzondere wetten

Overlast - vuurwerk

2. hoog

APV en Bijzondere wetten

Drank- en Horeca - exploitatie

3. gemiddeld

APV en Bijzondere wetten

Evenement - C (groot)

3. gemiddeld

APV en Bijzondere wetten

Overlast - wonen

3. gemiddeld

APV en Bijzondere wetten

Afval - zwerfvuil

3. gemiddeld

APV en Bijzondere wetten

Overlast - openbare plaats en water

3. gemiddeld

APV en Bijzondere wetten

Stoken

3. gemiddeld

APV en Bijzondere wetten

Betoging, demonstratie, openbare manifestatie

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Drank en Horeca - leeftijd

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Overlast - jeugd

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Zwervers en daklozen

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Afval - containers

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Afval - inzameling

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Collecteren, venten, standplaatsen, prostitutie, reclame-uitingen en aanplakken

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Drank- en Horeca - sluitingstijd

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Drank- en Horeca - terras

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Evenement - A (melding / klein)

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Evenement - A (melding)

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Evenement - B (middel)

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Explosie

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Gebruik openbaar water

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Gebruik openbare plaats

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Overlast - geluid

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Kappen

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Markten

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Overlast - dieren

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Samen sterk in het buitengebied

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Seksbedrijf

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Speelgelegenheden, speelautomatenhallen, kansspelen

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Uitwegen

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Verkeer, parkeren en stallen

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Vuurwerk - verkoopvergunning

4. laag

Bouwen

Illegale bouwactiviteiten

1. zeer hoog

Bouwen

Bedrijven categorie 3

2. hoog

Bouwen

Bedrijven categorie 4

2. hoog

Bouwen

Monumenten

2. hoog

Bouwen

Publiek categorie 2

2. hoog

Bouwen

Publiek categorie 3

2. hoog

Bouwen

Wonen categorie 3

2. hoog

Bouwen

Bedrijven vergunningvrij

3. gemiddeld

Bouwen

Publiek vergunningvrij

3. gemiddeld

Bouwen

Wonen categorie 1 (eenvoudige kleine verbouwingen en bouwwerken)

3. gemiddeld

Bouwen

Wonen categorie 2 (complexe verbouwingen en bouwwerken)

3. gemiddeld

Bouwen

Bedrijven categorie 1 (eenvoudige kleine verbouwingen en bouwwerken)

4. laag

Bouwen

Bedrijven categorie 2 (complexe verbouwingen en bouwwerken)

4. laag

Bouwen

Overige (zoals bruggen, viaducten en tunnels)

4. laag

Bouwen

Publiek categorie 1 (eenvoudige kleine verbouwingen en bouwwerken)

4. laag

Bouwen

Wonen vergunningvrij

4. laag

Brandveiligheid

Risicovolle bedrijven

1. zeer hoog

Brandveiligheid

Gebouwgroep 1

2. hoog

Brandveiligheid

Gebouwgroep 2

2. hoog

Brandveiligheid

Gebouwgroep 3

2. hoog

Brandveiligheid

Gebouwgroep 4

2. hoog

Brandveiligheid

Gebouwgroep C

2. hoog

Brandveiligheid

Brandveiligheid evenementen & overige plaatsen

3. gemiddeld

Brandveiligheid

Gebouwgroep A

4. laag

Brandveiligheid

Gebouwgroep B

4. laag

Gebruik (bestemmingsplan)

Gebruik bouwwerken

2. hoog

Gebruik (bestemmingsplan)

Huisvesting arbeidsmigranten

2. hoog

Gebruik (bestemmingsplan)

Aanleggen

3. gemiddeld

Gebruik (bestemmingsplan)

Gebruik grond

4. laag

Milieu

Illegale milieuactiviteiten

1. zeer hoog

Milieu

Afval(water)beheer

2. hoog

Milieu

Autodemontagebedrijven

2. hoog

Milieu

Benzinestation met LPG

2. hoog

Milieu

Bijzondere woongebouwen

2. hoog

Milieu

Chemische industrie; grootschalige opslag gevaarlijke stoffen, Bevi

2. hoog

Milieu

Garages en autoherstelbedrijven

2. hoog

Milieu

Horeca

2. hoog

Milieu

Chemische industrie; kleinschalige opslag gevaarlijke stoffen

2. hoog

Milieu

Natte en chemische wasserijen

2. hoog

Milieu

Veehouderij

2. hoog

Milieu

Besluit bodemkwaliteit

3. gemiddeld

Milieu

Transport en distributiebedrijven

4. laag

Milieu

Akkerbouw en open grond teelt

4. laag

Milieu

Benzinestation zonder lpg

4. laag

Milieu

Beurzen en evenementencomplexen

4. laag

Milieu

Bouwmaterialenproducenten

4. laag

Milieu

Bouwnijverheid en installatietechniek

4. laag

Milieu

Crematoria

4. laag

Milieu

Dienstverlening landbouw

4. laag

Milieu

Diversen

4. laag

Milieu

Energie- en waterbedrijven

4. laag

Milieu

Gesloten bodemenergiesystemen

4. laag

Milieu

Glastuinbouw

4. laag

Milieu

Hotels, pensions en B&B's

4. laag

Milieu

Hout- en meubelindustrie

4. laag

Milieu

Jachthavens

4. laag

Milieu

Kantoorgebouw

4. laag

Milieu

Metalektro bedrijven

4. laag

Milieu

Overige industrie

4. laag

Milieu

Praktijkruimte

4. laag

Milieu

Scheepswerven

4. laag

Milieu

Scholen

4. laag

Milieu

Sportvelden en sportgebouwen

4. laag

Milieu

Voorzieningen en installaties

4. laag

Milieu

Winkels

4. laag

Milieu

Ziekenhuis, Verzorgingstehuis, Psychiatrische inrichting

4. laag

Milieu

Zwembaden

4. laag

Slopen

Illegale sloopactiviteiten

2. hoog

Slopen

Sloopmelding met asbest

2. hoog

Slopen

Sloopmelding (particulier kleiner dan 35 m2)

3. gemiddeld

Slopen

Sloopmelding zonder asbest

4. laag

Slopen

Sloopvergunning

4. laag

Bijlage 2: Risicomatrix/prioriteitenlijst (in De6-verband opgesteld)

Taakveld

Taak

Prioriteit

APV en Bijzondere wetten

Overlast - drugs (inclusief toepassing art. 13b Opiumwet)

1. zeer hoog

APV en Bijzondere wetten

Afval - illegale stort chemisch

2. hoog

APV en Bijzondere wetten

Afval - illegale stort overig

2. hoog

APV en Bijzondere wetten

Overlast - vuurwerk

2. hoog

APV en Bijzondere wetten

Drank- en Horeca - exploitatie

3. gemiddeld

APV en Bijzondere wetten

Evenement - C (groot)

3. gemiddeld

APV en Bijzondere wetten

Overlast - wonen

3. gemiddeld

APV en Bijzondere wetten

Afval - zwerfvuil

3. gemiddeld

APV en Bijzondere wetten

Overlast - openbare plaats en water

3. gemiddeld

APV en Bijzondere wetten

Stoken

3. gemiddeld

APV en Bijzondere wetten

Betoging, demonstratie, openbare manifestatie

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Drank en Horeca - leeftijd

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Overlast - jeugd

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Zwervers en daklozen

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Afval - containers

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Afval - inzameling

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Collecteren, venten, standplaatsen, prostitutie, reclame-uitingen en aanplakken

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Drank- en Horeca - sluitingstijd

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Drank- en Horeca - terras

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Evenement - A (melding / klein)

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Evenement - A (melding)

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Evenement - B (middel)

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Explosie

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Gebruik openbaar water

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Gebruik openbare plaats

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Overlast - geluid

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Kappen

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Markten

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Overlast - dieren

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Samen sterk in het buitengebied

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Seksbedrijf

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Speelgelegenheden, speelautomatenhallen, kansspelen

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Uitwegen

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Verkeer, parkeren en stallen

4. laag

APV en Bijzondere wetten

Vuurwerk - verkoopvergunning

4. laag

Bouwen

Illegale bouwactiviteiten

1. zeer hoog

Bouwen

Bedrijven categorie 3

2. hoog

Bouwen

Bedrijven categorie 4

2. hoog

Bouwen

Monumenten

2. hoog

Bouwen

Publiek categorie 2

2. hoog

Bouwen

Publiek categorie 3

2. hoog

Bouwen

Wonen categorie 3

2. hoog

Bouwen

Bedrijven vergunningvrij

3. gemiddeld

Bouwen

Publiek vergunningvrij

3. gemiddeld

Bouwen

Wonen categorie 1 (eenvoudige kleine verbouwingen en bouwwerken)

3. gemiddeld

Bouwen

Wonen categorie 2 (complexe verbouwingen en bouwwerken)

3. gemiddeld

Bouwen

Bedrijven categorie 1 (eenvoudige kleine verbouwingen en bouwwerken)

4. laag

Bouwen

Bedrijven categorie 2 (complexe verbouwingen en bouwwerken)

4. laag

Bouwen

Overige (zoals bruggen, viaducten en tunnels)

4. laag

Bouwen

Publiek categorie 1 (eenvoudige kleine verbouwingen en bouwwerken)

4. laag

Bouwen

Wonen vergunningvrij

4. laag

Brandveiligheid

Risicovolle bedrijven

1. zeer hoog

Brandveiligheid

Gebouwgroep 1

2. hoog

Brandveiligheid

Gebouwgroep 2

2. hoog

Brandveiligheid

Gebouwgroep 3

2. hoog

Brandveiligheid

Gebouwgroep 4

2. hoog

Brandveiligheid

Gebouwgroep C

2. hoog

Brandveiligheid

Brandveiligheid evenementen & overige plaatsen

3. gemiddeld

Brandveiligheid

Gebouwgroep A

4. laag

Brandveiligheid

Gebouwgroep B

4. laag

Gebruik (bestemmingsplan)

Gebruik bouwwerken

2. hoog

Gebruik (bestemmingsplan)

Huisvesting arbeidsmigranten

2. hoog

Gebruik (bestemmingsplan)

Aanleggen

3. gemiddeld

Gebruik (bestemmingsplan)

Gebruik grond

4. laag

Milieu

Illegale milieuactiviteiten

1. zeer hoog

Milieu

Afval(water)beheer

2. hoog

Milieu

Autodemontagebedrijven

2. hoog

Milieu

Benzinestation met LPG

2. hoog

Milieu

Bijzondere woongebouwen

2. hoog

Milieu

Chemische industrie; grootschalige opslag gevaarlijke stoffen, Bevi

2. hoog

Milieu

Garages en autoherstelbedrijven

2. hoog

Milieu

Horeca

2. hoog

Milieu

Chemische industrie; kleinschalige opslag gevaarlijke stoffen

2. hoog

Milieu

Natte en chemische wasserijen

2. hoog

Milieu

Veehouderij

2. hoog

Milieu

Besluit bodemkwaliteit

3. gemiddeld

Milieu

Transport en distributiebedrijven

4. laag

Milieu

Akkerbouw en open grond teelt

4. laag

Milieu

Benzinestation zonder lpg

4. laag

Milieu

Beurzen en evenementencomplexen

4. laag

Milieu

Bouwmaterialenproducenten

4. laag

Milieu

Bouwnijverheid en installatietechniek

4. laag

Milieu

Crematoria

4. laag

Milieu

Dienstverlening landbouw

4. laag

Milieu

Diversen

4. laag

Milieu

Energie- en waterbedrijven

4. laag

Milieu

Gesloten bodemenergiesystemen

4. laag

Milieu

Glastuinbouw

4. laag

Milieu

Hotels, pensions en B&B's

4. laag

Milieu

Hout- en meubelindustrie

4. laag

Milieu

Jachthavens

4. laag

Milieu

Kantoorgebouw

4. laag

Milieu

Metalektro bedrijven

4. laag

Milieu

Overige industrie

4. laag

Milieu

Praktijkruimte

4. laag

Milieu

Scheepswerven

4. laag

Milieu

Scholen

4. laag

Milieu

Sportvelden en sportgebouwen

4. laag

Milieu

Voorzieningen en installaties

4. laag

Milieu

Winkels

4. laag

Milieu

Ziekenhuis, Verzorgingstehuis, Psychiatrische inrichting

4. laag

Milieu

Zwembaden

4. laag

Slopen

Illegale sloopactiviteiten

2. hoog

Slopen

Sloopmelding met asbest

2. hoog

Slopen

Sloopmelding (particulier kleiner dan 35 m2)

3. gemiddeld

Slopen

Sloopmelding zonder asbest

4. laag

Slopen

Sloopvergunning

4. laag

Bijlage 3:Nadere omschrijving van de taken binnen de taakvelden Bouwen en Brandveiligheid

Brandveiligheid

(Brandveiligheid) Risicovolle bedrijven

Opslag gevaarlijke stoffen

Fabriek/opslag/magazijn/werkplaats > 2.500 m2 en/of > 50 personen < 150 personen

(Brandveiligheid) Evenementen & overige plaatsen

Kermis > 50 personen

Kampeerterrein > 50 personen

Markt > 50 personen

Openluchtrecreatie > 50 personen

Sportpark > 50 personen

Evenementen/tenten

(Brandveiligheid) Gebouwgroep 1

Theater, schouwburg, bioscoop, museum, bibliotheek

Overdekt winkelcentrum (meerdere winkelgebouwen) > 50 personen

School VO (leerlingen > 12 jaar) > 50 personen

Overige gebouwen bijeenkomst (gebedshuis, buurthuis etc.) > 50 personen

Fabriek/opslag/magazijn/werkplaats > 150 personen

Gebouwen met gezondheidsfunctie, geen bedgebied > 50 personen

Kantoren > 150 personen

Winkelgebouw > 50 personen

Politiebureau zonder cellen > 150 personen

Gezondheidsdiensten > 50 personen (tandarts, huisarts, polikliniek)

Zwembad > 50 personen

Sportruimte/sportzaal/sporthal/sportcentrum > 50 personen

(Brandveiligheid) Gebouwgroep 2

Hotel/motel/pension > 10 personen

Asiel-/opvangcentrum voor tijdelijk verblijf van mensen > 10 personen

(Brandveiligheid) Gebouwgroep 3

Ziekenhuis, verpleeghuizen, bejaardenoorden etc.

Kinderdagverblijf en peuterspeelzaal

Dagopvang voor verminderd zelfredzame personen

Gebouwen met gezondheidsfunctie met bedgebied > 10 personen

Basisschool (leerlingen < 12 jaar) > 10 personen

Politiegebouw met cellen

(Brandveiligheid) Gebouwgroep 4

Zorgwoningen

Kamergewijze verhuur

(Brandveiligheid) Gebouwgroep A

Gezondheidsdiensten < 50 personen (tandarts, huisarts, polikliniek)

Kampeerterrein < 50 personen

Winkelgebouw < 50 personen

Agrarische bebouwing (stallen, kassen etc.)

Transformatorhuis < 2.500 m2

Asiel/-opvangcentrum voor tijdelijk verblijf van mensen < 10 personen

(Brandveiligheid) Gebouwgroep B

Parkeergarage (besloten) < 2.500m2

Politiebureau zonder cellen < 50 personen

Fabriek/opslag/magazijn/winkelplaats < 2.500m2 en/of < 50 personen

Kantoren < 150 personen

Hotel/motel/pension < 10 personen

Gebouwen met gezondheidsfunctie, geen bedgebied < 50 personen

Overige gebouwen bijeenkomst (gebedshuis, buurthuis etc.) < 50 personen

(Brandveiligheid) Gebouwgroep C

Parkeergarage (besloten) > 2.500 m2

Transformatorhuis > 2.500m2

Cafés, discotheek en restaurant < 50 personen

Gebouwen met gezondheidsfunctie met bedgebied < 10 personen

Woonfunctie gecombineerd gebruik (bijv. wonen boven winkel)

Palletbedrijven

Woonfunctie in woongebouw (flats, aanleunwoningen, portiekwoningen)

Bouwen (nieuwbouw of verbouw van gebouwen en bouwwerken (geen gebouwen zijnde))

(Bouwen) Wonen categorie 1

Dakopbouw / dakkapel

Aan- of bijgebouw < 90m2

Kleine bouwwerken zoals schuttingen e.d.

(Bouwen) Wonen categorie 2

Constructieve wijzigingen

Eensgezinswoningen nieuwbouw tot 10 stuks

Aan- of bijgebouwen > 90m2

(Bouwen) Wonen categorie 3

Appartementen

Woongebouwen (i.c.m. diverse functies)

Eensgezinswoningen projecten van 11 stuks of meer

Woonzorg gebouwen

(Bouwen) Publiek categorie 1

Aan- of bijgebouwen < 90 m2

Kleine bouwwerken zoals een schutting, container, berging, fietsenhok, portakabin, en tijdelijke gebouwen

(Bouwen) Publiek categorie 2

Aan- of bijgebouwen > 90m2

Horeca

Scholen

(Bouwen) Publiek categorie 3

Bijeenkomstfunctie > 1.000m2

(Bouwen) Bedrijven categorie 1

Loodsen tot 1.000m2

Containers

Tijdelijke gebouwen

Aan- of bijgebouwen < 1.000m2

Portakabin < 500m2

Bouwwerken, geen gebouw zijnde, tot 100m2 (silo’s, waterbassins, installaties)

Winkels < 500m2

Agrarische neven- en bijgebouwen

(Bouwen) Bedrijven categorie 2

Aan- of bijgebouwen 1.000 m2 tot 5.000m2

Winkels van 500m2 tot 1.000m2

Kantoorgebouwen

(Bouwen) Bedrijven categorie 3

Aan- of bijgebouwen > 5.000m2

Winkels > 1.000m2

Bedrijfsverzamelgebouwen

Bedrijfsgebouwen agrarische sector

(Bouwen) Bedrijven categorie 4

Bouwwerken/gebouwen voor zware industrie

Extreem grote bouwwerken/gebouwen (>15.000m2)

BRZO-bedrijven

IPPC-bedrijven

megastallen

(Bouwen) Overig

Bruggen

Viaducten

Tunnels

Bijlage 4:LHSO

https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR709021/1