Beleidsregels leerlingenvervoer Rijssen-Holten 2025

Geldend van 30-07-2025 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-05-2025

Intitulé

Beleidsregels leerlingenvervoer Rijssen-Holten 2025

behorende bij de Verordening leerlingenvervoer Rijssen-Holten 2025

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rijssen-Holten besluit vast te stellen de volgende Beleidsregels leerlingenvervoer Rijssen-Holten 2025.

Het leerlingenvervoer is een wettelijke taak op grond van de artikelen 4 van de Wet op het primair onderwijs (WPO), de Wet op de expertisecentra (WEC) en de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO). Op grond van deze wetten is elke gemeente verplicht een regeling vast te stellen waardoor zij een vervoerskostenvergoeding aanbiedt voor passend vervoer. De gemeenteraad van Rijssen-Holten heeft hiervoor de Verordening bekostiging Leerlingenvervoer Rijssen-Holten 2025 vastgesteld.

Naast het kader van de Verordening leerlingenvervoer gemeente Rijssen-Holten 2025 heeft het college beleidsregels vastgesteld gericht op de uitvoering van de Verordening leerlingenvervoer Rijssen-Holten 2025. Als algemeen uitgangspunt heeft het college benoemd dat ‘het kind centraal staat’ bij de toepassing van deze beleidsregels.

Regel 1. Passend Vervoer

De beoordeling van aanvragen om een vergoeding leerlingenvervoer vindt plaats op grond van de Verordening leerlingenvervoer Rijssen-Holten 2025. Als een leerling in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening is de gemeente gehouden tot gehele of gedeeltelijke vergoeding voor passend vervoer dat aansluit bij het vermogen van de leerling.

Uitgangspunt in de gemeente Rijssen-Holten is dat voor leerlingen tot en met 12 jaar (peildatum 1 augustus van het desbetreffende schooljaar) die niet naar regulier basisonderwijs gaan, in principe aangepast vervoer vergoed wordt. Hiervan kan afgeweken worden als uit onderzoek blijkt dat leerlingen die in de bovenbouw zitten, al of niet na training zelfstandig reizen, gebruik kunnen maken van voorliggende voorzieningen.

Voor leerlingen van 12 jaar en ouder (peildatum 1 augustus van het desbetreffende schooljaar) is sprake van een getrapte vervoerskostenvergoeding, Dit houdt in dat de volgende volgorde wordt gehanteerd:

  • Als de leerling in staat is, al dan niet onder begeleiding, om naar school te fietsen en de afstand niet groter is dan 15 kilometer, dan wordt een fietsvergoeding toegekend van 9 cent per kilometer. Ook ontvangt de begeleider deze vergoeding, ook voor de niet-begeleide rit. Een brommervergoeding van 9 cent behoort daarnaast tot de mogelijkheden, alleen geldt de kilometergrens van 15 kilometer niet.

  • Als de leerling in staat is al dan niet onder begeleiding, om naar school te fietsen op een e-bike, kan een e-bike vergoeding worden toegekend. Deze vergoeding bedraagt maximaal € 2.000,- Aanvrager/leerling kan daarmee zelf een e-bike naar keuze aanschaffen. Op basis van omstandigheden kan een e-bike in een vorm van bruikleen beschikbaar gesteld.

  • Als de leerling in staat is zelfstandig met het openbaar vervoer te reizen en de school kan binnen 1,5 uur vanaf het woonadres bereikt worden, dan wordt de vervoersvoorziening openbaar vervoer toegekend. Voor de bepaling van de reisduur wordt de website 9292.nl gehanteerd.

  • Als de leerling in staat is gebruik te maken van het openbaar vervoer met begeleiding en dit niet meer dan 2 uur op een dag vraagt van een begeleider dan wordt de vervoersvoorziening openbaar vervoer met begeleiding toegekend. Voor de bepaling van de reisduur wordt website 9292.nl gehanteerd.

  • De verzorging van de begeleiding is primair de verantwoordelijkheid van de ouders/verzorgers. De gemeente verstrekt, afhankelijk van de vervoersvoorziening, wel een fiets/brommer-vergoeding of de kosten van het openbaar vervoer van de begeleider.

  • Pas als al deze mogelijkheden geen optie zijn en dit verklaard is door een professional verstrekt de gemeente een bekostiging voor aangepast vervoer in de taxi/taxibusje/touringcar.

  • Op verzoek van ouders kan een kilometervergoeding voor vervoer met eigen auto toegekend worden. Deze vergoeding is gelijk aan de landelijke belastingvrije reiskostenvergoeding en bedraagt voor 2025 € 0,23 per km. Ook de niet belaste rit wordt vergoed. Voor de berekening van het aantal te reizen kilometers wordt de ANWB-routeplanner gehanteerd. Daarbij wordt uitgegaan van de kortste route.

  • Op verzoek van ouders kan een andere passende voorziening verstrekt worden, die goedkoper is dan de bekostiging van de vervoerskosten.

Individueel vervoer

Bij de inzet van aangepast vervoer is het uitgangspunt, dat leerlingen gecombineerd met andere leerlingen worden vervoerd in een touringcar, taxibusje of personenauto. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen kan het voorkomen dat een leerling tijdelijk individueel vervoerd moet worden, omdat het niet samen met andere leerlingen kan worden vervoerd. Dit is individueel vervoer.

Slechts bij één van de onderstaande situaties is het mogelijk om de kosten van het individuele vervoer te vergoeden.

  • Er is een medische noodzaak

    • o

      Om medische redenen is het niet mogelijk om gecombineerd met andere leerlingen vervoerd te worden, ook niet in kleinschalig gecombineerd vervoer.

  • Het individueel vervoer is niet te voorkomen door begeleiding mee te laten gaan in het gecombineerde vervoer.

    • o

      In een aantal situaties is het bieden van begeleiding aan de leerling in het gecombineerde vervoer voldoende om het individueel vervoer te voorkomen. Dit moet altijd onderzocht worden, voordat individueel vervoer wordt ingezet.

  • De leerling wordt de rest van de dag individueel begeleid.

    • o

      Het vervoer van de leerling naar school is één van de schakels in de hele dag zo goed mogelijk te laten verlopen. Voor veel leerlingen is rust een belangrijk ingrediënt voor een goed verloop van de dag. Het vervoer kan daar een rol in spelen. Wanneer dit de aanleiding is om individueel vervoer te overwegen, kan dat alleen als in andere schakels in een dag ook rust wordt aangebracht. Voor het vervoer houdt dit in, dat het individueel vervoer alleen wordt vergoed, als de leerling de rest van de dag ook deze individuele rust en begeleiding wordt aangeboden.

Als dit type vervoer noodzakelijk is, dienen ouders dit aan te tonen en wordt dit toegestaan op basis van een deskundig onafhankelijk onderzoek. Individueel vervoer wordt in beginsel toegekend voor de duur van maximaal drie maanden. Bij een eventuele verlenging wordt opnieuw een belangenafweging gemaakt.

Regel 2 Fruytier-bus

Ten behoeve van het vervoer van Rijssen naar de Reformatorische Scholengemeenschap Jacobus Fruytier, school voor regulier voortgezet onderwijs in Apeldoorn, organiseren ouders van leerlingen van deze school voor eigen rekening vervoer per door henzelf ingekocht busvervoer.

De gemeente beoordeelt dit busvervoer als een voorliggende voorziening voor leerlingen van de VSO Obadjaschool, gevestigd bij de Scholengemeenschap Jacobus Fruytier en voor leerlingen die het regulier voortgezet onderwijs van Scholengemeenschap Jacobus Fruytier bezoeken en door een structurele lichamelijke, verstandelijke zintuiglijke of psychische handicap niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kunnen maken.

Regel 3 Begeleiding

Voor de begeleiding van leerlingen is uitgangspunt dat de begeleider tenminste 14 jaar of ouder is.

Regel 4 Medische keuring

Op basis van artikel 16, lid 1, kan het college een deskundige inschakelen om de noodzakelijk te achten vervoersvoorziening te onderzoeken en onderbouwen. De deskundige kan ook gevraagd worden advies te geven over de ontwikkelingsmogelijkheden van de leerling met betrekking tot zelfstandig(er) reizen.

Regel 5 Co-ouderschap

Bij co-ouderschap kan sprake zijn van twee hoofdverblijven. Indien leerlingenvervoer is gewenst, moeten beide ouders afzonderlijk, voor de dagen dat het kind doordeweeks bij hen verblijft, een aanvraag indienen bij de gemeente waar hij of zij woonachtig is. Hierbij gaat het niet om waar de leerling is ingeschreven. Het gaat om de feitelijke verblijfplaats van de leerling.

De aanvraag wordt getoetst aan de Verordening leerlingenvervoer. Hierbij wordt bekeken of er sprake is van een woning in de zin van de verordening, of de school wel de dichtstbijzijnde toegankelijke is en of voldaan is aan de afstandsgrens. Hierbij geldt de extra voorwaarde dat er regelmaat en structuur moet zijn in het verblijf op de woonadressen.

Regel 6 Schooltijden en wachttijden

Wanneer er binnen een school sprake is van verschillende lesroosters binnen de vaste schooltijden, dan is het voor aangepast vervoer acceptabel als de wachttijd voor een leerling maximaal 2 klokuren bedraagt.

Regel 7 Training zelfstandig reizen

De gemeente Rijssen-Holten stimuleert activiteiten, die zijn gericht op het leren zelfstandig te reizen met openbaar vervoer of vervoer per fiets voor leerlingen die gebruik maken van aangepast vervoer. Een voorbeeld daarvan is het project MEE op Weg.

Bij verstrekking van een gehele of gedeeltelijke vergoeding van aangepast vervoer, kan het college de voorwaarde stellen dat de ouders hun kind laten deelnemen aan dergelijke activiteiten. Dit zal ook in het vervoersontwikkelplan tot uitdrukking moeten komen.

Regel 8 Meerjarige beschikking vervoersvoorziening

Voor leerlingen die het speciaal (basis) onderwijs bezoeken kan de gemeente een meerjarige beschikking afgeven tot maximaal 12 jarige leeftijd.

Voor leerlingen die de leeftijdsgrens van 12 jaar hebben bereikt wordt jaarlijks een beschikking afgegeven, tenzij uit ingewonnen medisch/deskundigen advies blijkt dat een vervoersvoorziening voor langere periode afgegeven kan worden.

Regel 9 Stage in voortgezet speciaal onderwijs en leerlingenvervoer

Voor zover stage een onderdeel vormt van het onderwijsprogramma van het voortgezet speciaal onderwijs, is de gemeente gehouden passend vervoer te bieden.

De gemeente Rijssen-Holten wil vanuit maatschappelijk oogpunt stimuleren dat stage voor leerlingen in het voortgezet speciaal onderwijs zoveel mogelijk in de eigen woonomgeving kan plaatsvinden, oftewel in Rijssen-Holten of in de direct omgeving. Bijkomend voordeel is dat de kans toeneemt dat de leerling het stageadres zelfstandig kan bereiken, wat de zelfstandigheid van de leerling bevordert.

De gemeente gaat er van uit dat scholen deze aspecten mee laten wegen en dat zij stageplaatsen zoveel mogelijk zoeken in de buurt van het woonadres van de leerling. Wij hanteren hierbij een maximale straal van 10 km, gemeten vanaf de woning van de leerling, als acceptabel voor toekennen leerlingenvervoer.

Is dit niet mogelijk dan dient school ervoor te zorgen dat de stageplek op/aan de route is gelegen van de woning naar school.

Een vervoersvoorziening naar een stageplaats moet voorafgaand aan de stage door ouders of verzorgers aangevraagd worden via het digitale aanvraagformulier leerlingenvervoer. Een verzoek om een vervoersvoorziening naar een stageplaats moet vergezeld gaan van een door de school en het stage-bedrijf ondertekende stage-overeenkomst. Hierin zijn tenminste opgenomen het stageadres, de duur van de stage, de dagen en uren waarop stage wordt gelopen.

Een vervoersvoorziening wordt alleen verstrekt voor stage gedurende de schooltijden; voor stage in het weekend of tijdens schoolvakanties wordt geen vervoersvoorziening verstrekt. Om het plannen van stage-vervoer beter mogelijk te maken, worden bij toekenning van aangepast vervoer de schooltijden zoals die in de schoolgids zijn opgenomen als uitgangspunt genomen.

Regel 10 Hoogbegaafdheid

Hoogbegaafdheid alleen is geen reden om vervoer te verstrekken naar een verder weg gelegen school voor primair onderwijs. De ouders moeten aantonen door een verklaring van het schoolbestuur van dichterbij gelegen scholen dat hun kind in de dichtstbijzijnde school niet tot het onderwijs kan worden toegelaten. De gemeente voert zorgvuldig onderzoek o.b.v. de door ouders aangedragen informatie en heeft een vergewisplicht. In de verklaring van een betrokken deskundige dient een onderbouwing te staan over het volgen van voltijds HB onderwijs, de noodzaak tot de inzet van een gespecialiseerde leerkracht en een setting met gelijkgestemden. Bij twijfel zal een specialist worden geraadpleegd.

Regel 11 Vervoersvoorziening tijdelijke handicap

Bij een tijdelijke handicap van een leerling, die maximaal 3 maanden zal duren, blijft het vervoer naar school gedurende die periode een verantwoordelijkheid van de ouders. De bekostiging komt voor hun eigen rekening.

Als vast komt te staan dat een tijdelijke handicap van een leerling langer zal duren dan 3 maanden, kan direct een tijdelijke vervoersvoorziening aangevraagd worden bij de gemeente Rijssen-Holten als de betreffende leerling niet in staat is zelfstandig of met het openbaar vervoer te reizen. De aanvraag moet voorzien zijn van een medische verklaring van de behandeld arts.

Regel 12 Vervoersvoorziening naar NT2 basisonderwijs en Internationale Schakelklas

De gemeente Rijssen-Holten verstrekt een vervoersvoorziening voor het volgen van onderwijs voor het intensief leren van de Nederlandse taal voor leerlingen in de basisschoolleeftijd. Bij de beoordeling van de aanvraag wordt meegewogen in hoeverre de leerling in staat is, evt. na een training, zelfstandig met openbaar vervoer te reizen.

Bij de beoordeling voor welke periode de vervoersvoorziening moet worden toegekend, wordt het advies van de NT-2 school betrokken.

De gemeente Rijssen-Holten verstrekt geen vervoersvoorziening voor het volgen van onderwijs voor het intensief leren van de Nederlandse taal voor leerlingen in het voortgezet onderwijs omdat deze leerlingen geacht worden zelfstandig te kunnen reizen. Wanneer de afstand tussen woning en leslocatie méér dan 15 km bedraagt, is een structurele vergoeding van OV-kosten mogelijk vanuit bijzondere bijstand. Hiervoor moeten ouder(s) een afzonderlijke aanvraag indienen.

Regel 13 Tijdelijk verblijf buiten de gemeente

Burgemeester en wethouders kunnen een tijdelijke vervoersvoorziening voor een periode van maximaal zes weken toekennen aan de ouders van een leerling, die als gevolg van een crisissituatie tijdelijk buiten de gemeente verblijft, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • a.

    de leerling blijft zijn eigen school bezoeken;

  • b.

    in de periode, voorafgaand aan het tijdelijke verblijf buiten de gemeente, is een vervoersvoorziening toegekend op grond van deze verordening; en

  • c.

    de intentie bestaat dat de leerling terugkeert naar de oorspronkelijke gemeente.

Het besluit waarin de vervoersvoorziening is toegekend voorafgaand aan een tijdelijke vervoersvoorziening wordt opgeschort met ingang van de datum van tijdelijk verblijf buiten de gemeente en herleeft weer zodra de leerling terugkeert in de gemeente, tenzij de geldigheidsduur van dit besluit is verstreken.

Regel 14 Gastleerlingen in het speciaal basisonderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs

De gemeente Rijssen-Holten bekostigt geen vervoersvoorziening voor leerlingen die bij wijze van proef tijdelijk een school voor speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs bezoeken.

Regel 15 Medische behandeling en zorg

De gemeente ontvangt regelmatig aanvragen van ouders voor bekostiging van vervoer naar instellingen waar kinderen dagbehandelingen (zorg) krijgen, al dan niet in combinatie met onderwijs.

Het leerlingenvervoer betreft slechts het vervoer naar en van een school op de schooltijden die zijn aangegeven in de schoolgids. Het gaat hierbij om een onderwijsinstelling in de zin van de onderwijswetgeving. Zorginstellingen, medisch kinderdagverblijven en dergelijke worden hier niet toe gerekend. Volgt een kind ook onderwijs op of nabij die zorglocatie, dan kunnen de ouders een (gedeeltelijke) tegemoetkoming voor het leerlingenvervoer krijgen, indien er voor meer dan 50% onderwijs wordt ontvangen en aan de overige eisen van de verordening wordt voldaan. Ook dan moet het gaan om onderwijs in de zin van onderwijswetgeving, dus moet de instelling die het onderwijs verzorgt een "school" zijn. Hierbij geldt dat gemeenten vervoeren in aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens de schoolgids (zie verordening artikel 1, onder "reistijd"). Krijgen kinderen voor, tijdens of na schooltijd zorg of behandelingen, dan zijn toch de schooltijden leidend voor het leerlingenvervoer. Indien er sprake is van 50% onderwijs in de zin van onderwijswetgeving en 50% zorg/behandeling worden de vervoerskosten van een kind voor de ene helft bekostigd op basis van de verordening leerlingenvervoer en de voor de andere helft op basis van een vervoersbepaling op basis van de Jeugdwet.

Regel 16 Berekening vergoeding vervoersvoorziening

Openbaar vervoer:

Vergoeding van de goedkoopst mogelijke wijze van openbaar vervoer voor de leerling en zo nodig diens begeleider.

Eigen vervoer met fiets, brommer of eigen auto:

Vergoeding is in deze beleidsregel vastgesteld en kan, indien noodzakelijk, door het college op een ander niveau worden vastgesteld. Voor de berekening van het aantal te reizen kilometers wordt de ANWB-routeplanner gehanteerd. Daarbij wordt uitgegaan van de kortste route.

Voor de vergoeding in aanschaf van een E-bike wordt uitgegaan van een maximale aanschafwaarde van €2.0000,-. Bij de beschikbaarstelling van een E-bike wordt uitgegaan van een minimale gebruiksduur/inzet voor leerlingenvervoer van 3 jaar. Wanneer alsnog binnen deze 3 jaar voor de leerling een beroep op aanpast vervoer wordt gedaan, wordt de voor die periode verstrekte vergoeding voor de E-bike hiermee verrekend. Indien al bij de aanvraag blijkt dat de leerling minder dan 3 jaar met de E-bike naar de school zal gaan, dan wordt de vergoeding berekend naar evenredigheid van de te verwachten gebruiksduur/inzet van de E-bike voor leerlingenvervoer.

Indien een E-bike in bruikleen wordt toegekend, zijn de daarbij behorende voorwaarden van toepassing.

Aangepast vervoer: Vastgesteld beleid is dat de gemeente de mogelijkheid tot vervoer biedt vanaf een centrale opstapplaats. Dit betekent dat berekening van de bekostiging van de gemeente uitgaat van de km.-afstand tussen de aangewezen opstapplaats en de school vice versa tenzij er sprake is van toekenning van het vervoer vanaf het huisadres van de leerling. In alle gevallen wordt de afstand berekend op basis van ‘snelste route’, berekend door de door vervoerder gehanteerde routeplanner. Voor het aangepast vervoer ingaande het schooljaar 2024-2025 kent de gemeente aan ouders vergoeding toe waarmee ouders in staat moeten zijn het vervoer (in gezamenlijk verband) uit te (laten) voeren. De Stichting Leerlingenvervoer Rijssen-Holten is een ouderinitiatief en organiseert namens ouders het aangepast vervoer. Deze stichting heeft een vervoersovereenkomst afgesloten met een vervoerder. Ouders van leerlingen die voor aangepast vervoer in aanmerking komen, kunnen gebruik maken van het vervoer dat door de stichting is georganiseerd. Hiervoor machtigen ze de gemeente de vergoeding die wij beschikbaar stellen, rechtstreeks over te maken aan de stichting. De stichting verantwoordt rechtsreeks aan de gemeente per leerling de werkelijk gemaakte vervoerskosten.

Voor het schooljaar 2025-2026 hanteren wij de onderstaande vergoedingen voor aangepast vervoer.

Type vervoer

(indicatie door gemeente)

Afstand reis leerling(directe enkele rit)

Vergoeding per km 2025-2026

(exclusief BTW)

Gecombineerd taxivervoer in taxibusje met tenminste 5 leerlingen;

≤ 40 km.

€ 0,82

Gecombineerd taxivervoer in taxibusje met tenminste 5 leerlingen;

> 40 km.

€ 0,75

Gecombineerd taxivervoer, incl. rolstoelvervoer

≤ 40 km.

€ 1,24

Gecombineerd taxivervoer, incl. rolstoelvervoer

> 40 km.

€ 1,11

Taxivervoer in taxi met maximaal 3 medereizigers (kleinschalig vervoer);

≤ 40 km.

€ 2,43

Taxivervoer in taxi met maximaal 3 medereizigers (kleinschalig vervoer):

> 40 km.

€ 2,32

Individueel taxivervoer

≤ 40 km.

€ 2,83

Individueel taxivervoer

> 40 km.

€ 2,70

Individueel rolstoelvervoer

≤ 40 km.

€ 2,06

Individueel rolstoelvervoer

> 40 km.

€ 1,86

Regel 17 Drempelbedrag en inkomensgrens

Wettelijk is het mogelijk aan ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, onder voorwaarden een drempelbedrag op te leggen. Het college heeft besloten het drempelbedrag niet op te leggen aan ouders van een leerling die een speciale school voor basisonderwijs bezoekt. De (noodzakelijke) keuze voor een SBO-school is veel beperkter dan de keuzes voor een reguliere basisschool.

Pleegouders

Pleegouders worden als ‘ouders’ in de zin van de verordening aangemerkt (zie artikel 1). Zij kunnen dus, als zij voldoen aan de voorwaarden, in aanmerking komen voor een vervoervoorziening. In de uitspraak van 31 augustus 1993 (nr. R03.93.1702 en nr. R03.93.1773) vindt de Afdeling het redelijk dat als de verzorgers pleegouders zijn, hun ook het drempelbedrag in rekening gebracht kan worden. Het college van de gemeente Rijssen-Holten kiest ervoor om geen eigen bijdrage bij pleegouders in rekening te brengen. In tegenstelling tot de vrijwillige plaatsing zijn de natuurlijke ouders bij een justitiële plaatsing niet meer aan te spreken voor de extra kosten, tenzij de natuurlijke ouders en niet de pleegouders de aanvraag hebben ingediend. Voogdij-instellingen kunnen ook als ‘ouder’ worden aangemerkt. Zij kunnen tevens een aanvraag indienen. Bij hen kan echter geen drempelbedrag worden vastgesteld, omdat zij geen inkomen in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting hebben. (Deze wet ziet op natuurlijke personen.)

Conform artikel 24 van de Verordening leerlingenvervoer wordt van ouders van een leerling die een school voor basistonderwijs bezoekt, een inkomensafhankelijke eigen bijdrage gevraagd..

Het college heeft besloten de jaarlijkse ledenbrief van de VNG inzake ‘bedragen leerlingenvervoer’ als uitgangspunt te nemen voor de bepaling van de te hanteren inkomensgrens als bedoeld in artikel 23 en 24 van de Verordening leerlingenvervoer Rijssen-Holten 2024. In het geval het inkomen bij de aanvraag leerlingenvervoer voor enig schooljaar door gewijzigde financiële omstandigheden onder de inkomensgrens is gedaald, kan in afwijking van de VNG-ledenbrief uitgegaan worden van het inkomen op de datum van de aanvraag.

Vaststelling en Inwerkingtreding

Deze Beleidsregel is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders in de vergadering van 15 juli 2025 en treed met terugwerkende kracht in werking op 1 mei 2025 voor de aanvragen leerlingenvervoer voor het schooljaar 2025-2026. De Beleidsregels leerlingenvervoer Rijssen-Holten 2018-2019 worden per 1 mei 2025 ingetrokken, maar zijn nog wel van toepassing op aanvragen leerlingenvervoer die ná 1 mei 2025 zijn ontvangen en die betrekking hebben op het schooljaar 2024-2025.