Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR742810
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR742810/1
Beleidsregel toepassing Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) gemeente Het Hogeland
Geldend van 01-08-2025 t/m heden
Intitulé
Beleidsregel toepassing Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) gemeente Het HogelandDe burgemeester van de gemeente Het Hogeland en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Het Hogeland, ieder voor zover het hun bevoegdheden betreft;
Overwegende dat de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) hun beleidsruimte verschaft bij de besluitvorming omtrent het toepassen van hun uit de wet voortvloeiende bevoegdheden;
gelet op het bepaalde in de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;
besluiten vast te stellen de “Beleidsregel toepassing Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) gemeente Het Hogeland”.
Paragraaf 1 Algemeen
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
- 1.
De definities in paragraaf 1.1 van de Wet Bibob zijn van overeenkomstige toepassing op deze beleidsregel, tenzij daarover in lid 2 anders is bepaald.
- 2.
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- a.
Wet: de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob)
- b.
Gemeente: in deze beleidsregel verwijst de gemeente naar een bestuursorgaan (de burgemeester of het college van burgemeester en wethouders) van de gemeente Het Hogeland of naar de rechtspersoon met een overheidstaak. Het hangt van de situatie af wie volgens de wet het recht heeft om iets te doen.
- c.
Eigen onderzoek: het Bibob-onderzoek dat de gemeente Het Hogeland uitvoert, zoals bedoeld in artikel 7a van de Wet Bibob. Voor meer informatie over hoe de gemeente dit eigen onderzoek doet, zie de toelichting van deze beleidsregel.
- d.
Eigen ambtelijke informatie: informatie die binnen de gemeente aanwezig is, bijvoorbeeld in documenten of digitaal. Of informatie die de gemeente kan aanvragen, bijvoorbeeld bij de Omgevingsdienst. De gemeente mag deze informatie gebruiken voor het eigen onderzoek.
- e.
Bibob-vragenformulier: het formulier dat iemand in moet vullen bij de start van een Bibob-onderzoek (zie artikel 7a, lid 5 van de Wet Bibob).
- f.
Vastgoedtransactie: een overeenkomst of een andere rechtshandeling met betrekking tot een onroerende zaak met als doel:
- •
het verwerven of vervreemden van een recht op eigendom of het vestigen, vervreemden of wijzigen van een zakelijk recht;
- •
huur of verhuur;
- •
het verlenen van een gebruikrecht;
- •
de deelname aan een rechtspersoon, een commanditaire vennootschap of een vennootschap onder firma die het recht op eigendom of een zakelijk recht met betrekking tot die onroerende zaak heeft of die onroerende zaak huurt of verhuurt
- g.
Rechtspersoon met een overheidstaak: de gemeente Het Hogeland;
- h.
RIEC: het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum zoals bedoeld in artikel 28, lid 2 onder d van de Wet Bibob. Deze organisatie gaat georganiseerde criminaliteit tegen.
- i.
Bureau: het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, zoals bedoeld in artikel 8 van de wet. De gemeente kan dit bureau vragen om een Bibob-onderzoek uit te voeren.
Artikel 2 De gemeente mag afwijken van deze beleidsregel
In deze beleidsregel heeft de gemeente Het Hogeland omschreven in welke gevallen het een Bibob-onderzoek uitvoert. Ook in andere gevallen kan de gemeente een Bibob-onderzoek uitvoeren als zij dat nodig vindt. De gemeente kan dit doen zolang zij zich aan de Wet Bibob en andere wetten houdt.
Paragraaf 2 Publiekrechtelijke beschikkingen
In dit hoofdstuk leest u wanneer de gemeente de Wet Bibob gebruikt bij aanvragen voor publiekrechtelijke beschikkingen, zoals vergunningen en subsidies.
Artikel 3 Toepassingsbereik bij nieuwe beschikkingen
- 1.
De gemeente voert altijd een eigen Bibob-onderzoek uit als het een aanvraag voor één van de volgende vergunningen ontvangt:
- a.
Alcoholwetvergunning zoals bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet;
- b.
Exploitatievergunning openbare inrichting zoals bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Het Hogeland;
- c.
Exploitatievergunning speelgelegenheid zoals bedoeld in artikel 2:39 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Het Hogeland;
- d.
Flexibele brancheringsvergunning zoals bedoeld in artikel 2:81 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Het Hogeland;
- e.
Exploitatievergunning voor een seksinrichting of escortbedrijf zoals bedoeld in artikel 3:3 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Het Hogeland;
- f.
Vergunningen voor verhuur van reguliere woonruimten in een aangewezen gebied of verhuur van verblijfsruimten aan arbeidsmigranten zoals bedoeld in artikel 5, lid 1 van de Wet goed verhuurderschap, onderdeel a of b.
- 2.
De gemeente kan ook een eigen Bibob-onderzoek uitvoeren als zij een aanvraag ontvangt voor één van de volgende vergunningen. De gemeente voert dit Bibob-onderzoek in ieder geval uit als ook één of meerdere van de situaties onder lid 3 of 4 van dit artikel voorkomen.
- a.
Alcoholwetvergunning voor slijterijbedrijven zoals bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet;
- b.
Bijschrijving (dag)leidinggevende op Alcoholwetvergunning zoals bedoeld in artikel 30a en 30b van de Alcoholwet;
- c.
Alcoholwetvergunning zoals bedoeld in artikel 3 van de Alcoholwet voor paracommerciële rechtspersonen zoals bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet;
- d.
Evenementenvergunning zoals bedoeld in 2:25 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Het Hogeland;
- e.
Aanwezigheidsvergunning kansspelautomaat zoals bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen;
- f.
Een vergunning zoals bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet voor een:
- -
bouwactiviteit;
- -
omgevingsplanactiviteit;
- -
milieubelastende activiteit.
- g.
Omzettingsvergunning of splitsingsvergunning zoals bedoeld in artikel 21 en 22 van de Huisvestingswet.
- h.
Overige vergunningaanvragen waarbij de gemeente de Wet Bibob mag uitvoeren, maar die niet in deze beleidsregel of niet in bijlage 1 (risicoactiviteiten) of bijlage 2 (risicogebieden) staan.
- 3.
De gemeente voert altijd een eigen Bibob-onderzoek uit voor de vergunningaanvragen zoals genoemd in lid 2 uit als:
- a.
de vergunning is aangevraagd voor één of meerdere activiteiten en/of projecten die vallen onder de risicoactiviteiten (zie bijlage 1);
- b.
de locatie waarvoor de vergunning is aangevraagd een risicogebied is (zie bijlage 2).
- 4.
Daarnaast voert de gemeente ook altijd een eigen Bibob-onderzoek uit voor de vergunningaanvragen uit lid 2 als:
- a.
de gemeente dit nodig vindt door eigen ambtelijke informatie of informatie die de gemeente kreeg van één van de partners van het samenwerkingsverband RIEC;
- b.
de gemeente een tip heeft ontvangen van het Landelijk Bureau Bibob, zoals bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob;
- c.
de gemeente een tip heeft ontvangen van de officier van justitie, een ander bestuursorgaan dat de Wet Bibob mag uitvoeren, of van een rechtspersoon met een overheidstaak die de Wet Bibob mag uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.
- 5.
De gemeente voert in beginsel geen eigen Bibob-onderzoek uit voor aanvragen van:
- a.
Overheidsinstanties;
- b.
semioverheidsinstanties;
- c.
toegelaten woningcorporaties die onder de Woningwet vallen;
- d.
(rechts-) personen die bouwactiviteiten namens of in opdracht van een toegelaten woningcorporatie verrichten én worden gefinancierd uit de eigen middelen van de toegelaten woningcorporatie.
- 6.
Bij aanvragen zoals genoemd in lid 5 start de gemeente een eigen Bibob-onderzoek als één van de situaties zoals genoemd in lid 3 of lid 4 van dit artikel voorkomen.
Artikel 4 Toepassingsbereik bij omgevingsvergunning bouwactiviteit
- 1.
De gemeente start een eigen Bibob-onderzoek bij aanvragen voor een beschikking als bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet bij één van de volgende situaties:
- a.
Bouwsom: als het gaat om een aanvraag voor een omgevingsvergunning-bouwactiviteit waarbij de bouwkosten hoger zijn dan € 500.000,- (exclusief btw). De bouwkosten worden door de gemeente berekend op basis van de vigerende Legesverordening.
- b.
Cumulatie: in het geval dat een aanvrager in het tijdvak van één jaar, gerekend vanaf de eerste aanvraag, vier aanvragen (of meer) indient voor een omgevingsvergunning-bouwactiviteit, waarbij de bouwkosten meer dan € 50.000,- maar minder dan € 500.000,- (exclusief btw) bedragen, vindt een Bibob-onderzoek plaats op de vierde aanvraag voor een omgevingsvergunning-bouwactiviteit van dezelfde aanvrager .
- c.
Illegaal gestarte bouwactiviteiten: als reeds begonnen is met de realisatie van een vergunningplichtig bouwwerk, zonder dat daarvoor de vereiste vergunning is verleend en de normkosten meer bedragen dan € 50.000,- (exclusief btw).
- d.
Omzettingsvergunning: een aanvraag voor een omzettingsvergunning of splitsingsvergunning zoals bedoeld in artikel 21 en 22 van de Huisvestingswet.
- 2.
De gemeente start ook een eigen Bibob-onderzoek voor vergunningaanvragen zoals genoemd in lid 1 bij één van de volgende situaties:
- a.
een aanvraag voor een omgevingsvergunning-bouwactiviteit waarbij de bouwkosten meer bedragen dan € 50.000,- of minder bedragen dan of gelijk zijn aan € 500.000,- (exclusief btw) én waarbij sprake is van één of meerdere risicocategorieën (zie bijlage 1).
- b.
een aanvraag voor een omgevingsvergunning-bouwactiviteit, als de normkosten hoger zijn dan € 50.000,- (exclusief btw) én het een locatie betreft die gelegen is in een door het college bij afzonderlijk besluit aangewezen risicogebied (zie bijlage 2).
- 3.
Daarnaast start de gemeente ook een eigen Bibob-onderzoek voor de vergunningaanvragen uit lid 1, ongeacht de bedragen die worden genoemd, als:
- a.
de gemeente dit nodig vindt door eigen ambtelijke informatie of informatie die de gemeente kreeg van één van de partners van het samenwerkingsverband RIEC;
- b.
de gemeente een tip heeft ontvangen van het Landelijk Bureau Bibob, zoals bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob;
- c.
de gemeente een tip heeft ontvangen van de officier van justitie, een ander bestuursorgaan dat de Wet Bibob mag uitvoeren, of een rechtspersoon met een overheidstaak die de Wet Bibob mag uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.
- 4.
Bij een aanvraag omgevingsvergunning-bouwactiviteit zal de Wet Bibob in beginsel niet worden toegepast, in het geval dat de aanvraag afkomstig is van:
- a.
overheidsinstanties;
- b.
semioverheidsinstanties;
- c.
toegelaten woningcorporaties die onder de Woningwet vallen;
- d.
(rechts-) personen die bouwactiviteiten namens of in opdracht van een toegelaten woningcorporatie verrichten én worden gefinancierd uit de eigen middelen van de toegelaten woningcorporatie.
- 5.
Bij aanvragen zoals genoemd in lid 4, start de gemeente wel een eigen Bibob-onderzoek als één van de situaties zoals genoemd in lid 2 of 3 van dit artikel voorkomen.
Artikel 5 Toepassingsbereik bij reeds verleende beschikkingen
- 1.
De gemeente start een eigen Bibob-onderzoek bij verleende vergunningen als beide situaties hieronder voorkomen:
- a.
de gemeente krijgt een melding dat de persoon die de vergunning heeft gekregen de vergunning op naam van iemand anders wil zetten (wijziging aanvrager of vergunninghouder zoals bedoeld in artikel 5.37 van de Omgevingswet), én
- b.
één of meerdere activiteiten waarvoor de vergunning geldt een risicoactiviteit is (zie bijlage 1) en/of in een risicogebied gebeuren (zie bijlage 2). Bij omgevingsvergunningen kan dit alleen als aan de voorwaarden is voldaan van artikel 5.40 van de Omgevingswet (bevoegdheid tot wijziging voorschriften omgevingsvergunning en intrekking omgevingsvergunning).
- 2.
De gemeente kan ook een eigen onderzoek starten bij een verleende vergunning als:
- a.
de gemeente de activiteit of het gebied waarvoor de vergunning geldt na het verlenen van de vergunning heeft toegevoegd aan de risicoactiviteiten (zie bijlage 1) of risicogebieden (zie bijlage 2).
- b.
de leidinggevende(n) en/of zeggenschaphebbende(n) van de persoon die de vergunning heeft gekregen is/zijn veranderd.
- c.
de gemeente dit nodig vindt door eigen ambtelijke informatie en/of informatie van één van de partners van het samenwerkingsverband RIEC.
- d.
de gemeente een tip heeft ontvangen van het Landelijk Bureau Bibob zoals bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob.
- e.
de gemeente een tip heeft ontvangen van de officier van justitie, een ander bestuursorgaan dat de Wet Bibob mag uitvoeren, of een rechtspersoon met een overheidstaak die de Wet Bibob mag uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.
Artikel 6 Toepassingsbereik bij subsidies
De gemeente start een eigen Bibob-onderzoek bij een aanvraag voor een subsidie of een (deels) goedgekeurde subsidie zoals bedoeld in de algemene subsidieverordening als de:
- a.
activiteit waarvoor de subsidie geldt onder één of meer van de risicoactiviteiten valt (zie bijlage 1) en/of in een van de risicogebieden gebeurt (zie bijlage 2);
- b.
gemeente dit nodig vindt door eigen ambtelijke informatie en/of informatie van één van de partners van het samenwerkingsverband RIEC;
- c.
gemeente een tip heeft ontvangen van het Landelijk Bureau Bibob, zoals bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob;
- d.
gemeente een tip heeft ontvangen van de officier van justitie, een ander bestuursorgaan dat de Wet Bibob mag uitvoeren of van een rechtspersoon met een overheidstaak die de Wet Bibob mag uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.
Artikel 7 Toepassingsbereik bij weigering om het Bibob-vragenformulier (volledig) in te vullen
- 1.
Het weigeren om het Bibob-vragenformulier (volledig) in te vullen wordt door de gemeente gezien als ernstig gevaar zoals bedoeld in artikel 3 van de Wet Bibob.
- 2.
Bij een aanvraag voor een vergunning of subsidie kan de gemeente beslissen de aanvraag niet te behandelen op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
- 3.
Als na een geheel of gedeeltelijk afgewezen beschikking een nieuwe aanvraag wordt ingediend zonder nieuwe feiten of veranderende omstandigheden, kan de gemeente de aanvraag afwijzen op grond van artikel 4:6, lid 2.
- 4.
Bij een reeds verleende vergunning of subsidie kan de gemeente de vergunning of subsidie intrekken.
Paragraaf 3 Privaatrechtelijke transacties
In dit hoofdstuk leest u wanneer de gemeente de Wet Bibob kan gebruiken bij privaatrechtelijke transacties, zoals het kopen of verkopen van gebouwen of grond, of bij overheidsopdrachten.
Artikel 8 Toepassingsbereik bij vastgoedtransacties
- 1.
De gemeente kan een Bibob-onderzoek uitvoeren als de gemeente zelf een vastgoedtransactie doet, zoals het kopen, verkopen, huren of verhuren van een gebouw of een stuk grond.
- 2.
De gemeente moet de betrokkene(n) laten weten dat het misschien een eigen Bibob-onderzoek doet en/of het Landelijk Bureau Bibob om advies vraagt. De gemeente zet deze informatie bijvoorbeeld in de verkoopleidraad en/of informeert bij de start van de onderhandelingen de betrokkene(n) hierover.
- 3.
De gemeente neemt een integriteitsclausule op in het contract voor de vastgoedtransactie. Hierin staat dat de gemeente onder het contract uit kan als uit een Bibob-onderzoek blijkt dat de andere partij niet integer is.
- 4.
De gemeente start een eigen Bibob-onderzoek als:
- a.
het vastgoedobject, zoals een gebouw of een stuk grond, gebruikt wordt of gebruikt gaat worden voor één of meerdere activiteiten die vallen onder de risicoactiviteiten (zie bijlage 1) en/of gebeuren in één van de risicogebieden (zie bijlage 2).
- b.
het gebouw belangrijk is voor hoe de omgeving eruitziet (beeldbepalend is).
- c.
de gemeente het risico loopt veel geld te verliezen met de transactie.
- d.
de andere partij ook een aanvraag voor een vergunning of subsidie doet of gaat doen (zie hoofdstuk 2 van deze beleidsregel).
- e.
de gemeente dit nodig vindt door eigen ambtelijke informatie en/of informatie van één van de partners van het samenwerkingsverband RIEC;
- f.
de gemeente een tip heeft ontvangen van het Landelijk Bureau Bibob zoals bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob;
- g.
de gemeente een tip heeft ontvangen van de officier van justitie, een ander bestuursorgaan dat de Wet Bibob mag uitvoeren, of een rechtspersoon met een overheidstaak die de Wet Bibob mag uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.
Artikel 9 Toepassingsbereik bij overheidsopdrachten
- 1.
De gemeente kan een Bibob-onderzoek uitvoeren bij overheidsopdrachten zoals bedoeld in de Aanbestedingswet 2012 en bij zorgovereenkomsten vanuit de Jeugdwet en/of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo).
- 2.
De gemeente moet de partijen, die meedoen aan een aanbesteding of die een zorgovereenkomst willen sluiten met de gemeente, laten weten dat het misschien een eigen Bibob-onderzoek doet en/of het Landelijk Bureau Bibob een onderzoek laat doen. De gemeente zet deze informatie in (aanbestedings)documenten.
- 3.
De gemeente neemt een integriteitsclausule op in het contract. Daarin zet de gemeente dat het onder het contract uit kan als uit een Bibob-onderzoek blijkt dat de uitvoerder van de opdracht niet integer is, zoals bedoeld in artikel 9, lid 2 van de Wet Bibob.
- 4.
De gemeente start een eigen Bibob-onderzoek als:
- a.
één of meerdere activiteiten van de overheidsopdracht onder de risicoactiviteiten vallen (zie bijlage 1) of gebeuren in één van de risicogebieden (zie bijlage 2).
- b.
de gemeente dit nodig vindt door eigen ambtelijke informatie en/of informatie van een van de partners van het samenwerkingsverband RIEC.
- c.
de gemeente een tip heeft ontvangen van het Landelijk Bureau Bibob, zoals bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob.
- d.
de gemeente een tip heeft ontvangen van de officier van justitie, of een ander bestuursorgaan dat de Wet Bibob mag uitvoeren, of van een rechtspersoon met een overheidstaak die de Wet Bibob mag uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.
- e.
de gemeente informatie of een tip (zie onderdeel b tot en met d) heeft ontvangen over een onderaannemer.
- 5.
Als één of meer van de situaties onder artikel 4 voorkomen tijdens het uitvoeren van de opdracht, kan de gemeente ook een eigen Bibob-onderzoek starten.
Artikel 10 Toepassingsbereik bij weigering mee te werken aan het Bibob-onderzoek
- 1.
Als iemand weigert om de Bibob-vragenformulieren (helemaal) in te vullen, dan kan de gemeente beslissen om geen vastgoedtransactie of overheidsopdracht te sluiten met die persoon. Hetzelfde geldt als iemand weigert om informatie te geven aan het Landelijk Bureau Bibob.
- 2.
De gemeente moet informatie over een mogelijke weigering in documenten voor de vastgoedtransactie of de overheidsopdracht zetten, bijvoorbeeld in de Verkoopleidraad of de aanbestedingsdocumenten.
Paragraaf 4 Slotbepalingen
Artikel 11 Wijziging beleid
De “Beleidslijn gemeente Het Hogeland voor de toepassing van de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen (Bibob) door het openbaar bestuur” van 17-09-2019, gepubliceerd 12-11-2019, vervalt op de eerste dag na bekendmaking van dit beleid.
Artikel 12 Overgangsbepalingen
Besluiten genomen krachtens de beleidslijn, bedoeld in artikel 11, die golden op het moment van de inwerkingtreding van dit beleid en waarvoor dit beleid overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens dit beleid.
Artikel 13 Inwerkingtreding
De “Beleidsregel toepassing Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) gemeente Het Hogeland” treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij is bekendgemaakt.
Artikel 14 Citeertitel
Deze beleidsregel wordt aangehaald als “Beleidsregel Wet Bibob gemeente Het Hogeland”.
Ondertekening
Aldus vastgesteld door de burgemeester op 24 juni 2025
H.J. Bolding, burgemeester
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Het Hogeland in zijn vergadering van 24 juni 2025
H.J. Bolding, burgemeester
P.P.M. van Vilsteren, secretaris
Bijlage 1 Risicoactiviteiten
In deze bijlage staan activiteiten waar de gemeente Het Hogeland in beginsel een Bibob-onderzoek voor wil doen. Voor deze activiteiten bestaat een verhoogd risico op criminaliteit of het witwassen van crimineel verdiend geld.
Hoe zijn de risicoactiviteiten bepaald
In de lijst met risicoactiviteiten staan de volgende activiteiten:
- 1.
Activiteiten die onder de Wet Bibob vallen, zoals activiteiten waar een alcoholwetvergunning voor nodig is of sommige milieu- of bouwactiviteiten. Sinds 2013 vallen ook vastgoedtransacties onder de Wet Bibob, en sinds 2022 ook (zorg)aanbestedingen. Deze activiteiten vallen onder de Wet Bibob omdat bij deze activiteiten volgens de overheid een verhoogd risico is op criminaliteit. De overheid maakt hiervoor gebruik van een onderzoek van criminoloog / emeritus hoogleraar Cyrille Fijnaut (hierna: Fijnaut).
- 2.
Activiteiten waarvoor in de gemeente Het Hogeland een vergunning nodig is. Gemeenten mogen ervoor kiezen om voor sommige activiteiten een vergunning verplicht te maken (vergunningplicht voor aan te wijzen bedrijfsmatige activiteiten ter bestrijding van ondermijning). De gemeente heeft besloten dat er een vergunning nodig is voor die activiteiten om problemen zoals overlast of onveilige situaties aan te pakken.
- 3.
Activiteiten waar de gemeente negatieve ervaringen mee heeft. Denk bijvoorbeeld aan problemen met sommige zorgbureaus (zorgfraude), uitzendbureaus of duurzaamheidsprojecten. De gemeente kan ook activiteiten die heel veel voorkomen in een gebied toevoegen aan de lijst.
De overheid heeft er bewust voor gekozen om geen definitieve lijst met risicoactiviteiten te maken, maar gemeenten de vrijheid te geven om zelf activiteiten toe te voegen. Ze kunnen dat bijvoorbeeld doen als uit onderzoek blijkt dat ook andere branches in hun gemeente een verhoogd risico hebben op criminaliteit. Met een definitieve lijst zou ook het risico bestaan dat criminelen overstappen naar andere branches die buiten de Wet Bibob vallen.
Activiteiten die de overheid heeft toegevoegd aan de Wet Bibob
Voor het bepalen van de risicoactiviteiten heeft de overheid het onderzoek van Fijnaut gebruikt.
Fijnaut heeft vier criteria omschreven waarmee je kunt bepalen of een branche een verhoogd risico heeft op criminaliteit:
- 1.
Zijn criminelen goed bekend met de branche?
- 2.
Is het makkelijk om als bedrijf onderdeel te worden van de branche?
- 3.
Is er veel concurrentie tussen kleine bedrijven waarin veel contant geld aanwezig is?
- 4.
Heeft de branche vage, ingewikkelde en soms tegenstrijdige regels?
Op basis van deze criteria heeft de overheid eerst alleen de volgende branches onder de Wet Bibob laten vallen: horeca, bouwsector, autobranche, textielindustrie, de afvalverwerkingsbranche, de transportsector, prostitutie- en seksbedrijven en de goksector.
Later heeft de overheid daar de volgende branches aan toegevoegd: coffeeshops, bedrijven die drugs of andere stoffen die onder de Opiumwet vallen produceren of verhandelen en de ICT-sector.
In 2010 voegde de overheid daar nog de volgende branches aan toe: uitzendbranche, evenementenbranche, belwinkels, Head shops, kansspelautomatenbranche en de vastgoedsector. De reden hiervoor was het onderzoek voor de Evaluatie- en Uitbreidingswet Bibob in 2010. Later voegde de overheid nog de vuurwerksector en kamerverhuur toe.
Ook voegde het sommige niet-vergunningplichtige sectoren als belwinkels, massagesalons en avondkappers toe. Deze sectoren hebben het risico gebruikt te worden voor het witwassen van geld, ontduiken van belasting en andere soorten van criminaliteit. Dit komt deels doordat er veel contant geld aanwezig is en het makkelijk is om onderdeel te worden van de branche (Fijnaut-criteria 2 en 3).
Uit onderzoek blijkt verder dat criminele organisaties in Nederland aanwezig zijn in de horecabranche, groothandel en detailhandel (zoals de import en export van fruit), de vastgoedsector, de prostitutie, de transportsector en de verhuur van motorvoertuigen.
Daarom zijn ook die branches opgenomen in de lijst met risicoactiviteiten.
Wanneer voert de gemeente een Bibob-onderzoek uit bij deze risicoactiviteiten
De gemeente kan een Bibob-onderzoek doen bij publiekrechtelijke beschikkingen (zoals vergunningen of subsidies) of privaatrechtelijke transacties (zoals overheidsopdrachten en vastgoedtransacties).
Voor risicoactiviteiten is niet altijd een vergunning nodig. Als er geen vergunning nodig is voor een activiteit, kan de gemeente de Wet Bibob niet direct uitvoeren. Wel kan het zijn dat de gemeente nog andere beslissingen moeten nemen om die activiteit mogelijk te maken, zoals een omgevingsvergunning geven of een vastgoedtransactie sluiten. Als dat zo is, kan de gemeente de Wet Bibob toch nog uitvoeren.
Het is de bedoeling dat de gemeente de Wet Bibob zo vroeg mogelijk uitvoert. Anders kan het lastig zijn om een beslissing terug te draaien, bijvoorbeeld bij vastgoedtransacties. Ook geeft dit de betrokkene die de activiteit wil uitvoeren snel duidelijkheid.
De gemeente probeert het aantal Bibob-onderzoeken per betrokkene zo klein mogelijk te houden. Toch moet de gemeente soms meerdere keren een Bibob-onderzoek doen bij een betrokkene.
Voorbeelden hoe de gemeente de Wet Bibob uitvoert bij risicoactiviteiten
Voorbeeld 1:
Bij de gemeente komt een ondernemer die een nagelstudio wil beginnen. Nagelstudio’s vallen onder de risicoactiviteiten, dus de gemeente wil hier in beginsel een Bibob-onderzoek voor doen. Maar omdat er geen vergunning nodig is voor een nagelstudio, kan de gemeente het Bibob-onderzoek nu niet doen.
Deze ondernemer zegt dat hij voor de nagelstudio een gebouw van de gemeente wil huren. Dit is een vastgoedtransactie, dus daarvoor kan de gemeente wel een Bibob-onderzoek doen. Zo kan de gemeente het Bibob-onderzoek dus indirect toch uitvoeren voor de nagelstudio.
Als deze ondernemer echter de nagelstudio wilde starten in een gebouw dat niet van de gemeente is, kan de gemeente geen Bibob-onderzoek doen. Huurcontracten met particulieren vallen namelijk niet onder de Wet Bibob.
Voorbeeld 2:
Een ondernemer meldt zich bij de gemeente met een plan om een zorgboerderij te starten. Het gebouw dat de ondernemer hiervoor wil gebruiken is van de gemeente. Dit gebouw is nu nog niet geschikt en heeft een andere functie in het omgevingsplan. De ondernemer wil het gebouw duurzaam verbouwen. Zij vraagt daarvoor duurzaamheidssubsidie aan bij de gemeente.
Het aanbieden van zorg is een risicoactiviteit. Daarom wil de gemeente hiervoor in beginsel een Bibob-onderzoek uitvoeren. De gemeente heeft daar verschillende mogelijkheden voor, want voor alle activiteiten hieronder kan de gemeente een Bibob-onderzoek starten:
- 1.
De ondernemer vraagt een vergunning aan voor een omgevingsplanactiviteit.
- 2.
Er komt een vastgoedtransactie want de ondernemer huurt het gebouw van de gemeente.
- 3.
De ondernemer vraag duurzaamheidssubsidie aan.
- 4.
Voor de zorgactiviteiten koopt de gemeente zorg in bij deze aanbieder.
Het is de bedoeling dat de gemeente het Bibob-onderzoek zo vroeg mogelijk uitvoert. De eerste stap is waarschijnlijk het sluiten van een huurcontract (vastgoedtransactie), of het aanvragen van het omgevingsplanactiviteit.
De gemeente kan het beste al meteen bij die eerste stap het Bibob-onderzoek doen. Zo voorkomt de gemeente dat in een latere stap blijkt dat de ondernemer niet integer is en dan al van alles is geregeld voor de zorgboerderij.
Lijst van risicoactiviteiten
In onderstaande lijst staan de risicoactiviteiten die gelden in de gemeente Het Hogeland.
Ze zijn verdeeld over categorieën.
Onderstaande opsomming van risicocategorieën is niet-limitatief (niet oneindig), maar geeft een indicatie van mogelijke risicocategorieën. Deze opsomming kan aangepast worden als ontwikkelingen hiertoe aanleiding geven.
Horeca-activiteiten
Voor deze activiteiten is meestal een vergunning nodig vanuit de Alcoholwet of de Algemene Plaatselijke Verordening (Apv) van de gemeente, zoals de exploitatievergunning voor openbare inrichtingen.
- 1.
Horecabedrijven
- 2.
Hotel/pensions, of andere locaties om te overnachten
- 3.
Coffeeshops
- 4.
Shisha lounges
- 5.
Zaalverhuur
De rechter heeft in verschillende uitspraken over horecabedrijven geoordeeld dat algemeen bekend is dat deze sector een verhoogd risico heeft op criminaliteit. Zie ook de memorie van toelichting van de Wet Bibob.
Recreatie en vrije tijd
Voor deze activiteiten kan een vergunning nodig zijn vanuit de Algemene Plaatselijke Verordening (Apv) van de gemeente. Ook kan er een combinatie zijn met andere activiteiten, bijvoorbeeld wanneer er ook horeca op een recreatiepark aanwezig is. Dan is er sowieso een vergunning nodig.
- 1.
Recreatieparken
- 2.
Jachthavens
- 3.
Vechtsportgala’s (of vergelijkbare evenementen)
- 4.
Ride outs motorclubs (of vergelijkbare evenementen)
- 5.
Eroticabeurzen
- 6.
Speelautomatenhallen / gamecenters / casino’s
- 7.
Fitnessbedrijven / sportscholen
- 8.
Sporthallen / -complexen
- 9.
Commerciële sportactiviteiten
Prostitutie
Voor deze activiteit is een vergunning nodig vanuit de Algemene Plaatselijke Verordening (Apv) van de gemeente. Voor deze activiteit geldt ook vaak een maximum aantal per gebied.
- 1.
Prostitutie- en seksbedrijven
- 2.
Escortbedrijven
- 3.
Seksbioscopen
- 4.
Erotische massagesalons
- 5.
Sekswinkels
De rechter heeft in verschillende uitspraken over prostitutiebedrijven geoordeeld dat het algemeen bekend is dat deze sector een verhoogd risico heeft op criminaliteit. Zie ook de memorie van toelichting van de Wet Bibob.
Detailhandel en dienstverlening
Voor deze activiteiten is meestal geen vergunning nodig, behalve als de gemeente een vergunning verplicht heeft gemaakt. Soms staat in het Omgevingsplan dat voor deze activiteiten een omgevingsplanactiviteit moet worden aangevraagd:
- 1.
Smartshops / Headshops
- 2.
Giftshops
- 3.
Wellnesscentra / Zonnestudio’s
- 4.
Kappers / Barbershops
- 5.
Nagelstudio’s
- 6.
Tattooshops
- 7.
Belwinkels
- 8.
Goud inkoopbedrijven
- 9.
Pandjeshuizen
- 10.
Verhuur van transportmiddelen (auto’s, (bestel)bussen, deelvoertuigen)
- 11
Darkstores (winkels van waaruit alleen bezorgd wordt, dus waar geen klanten komen)
Wonen
Voor deze activiteiten is meestal een omgevingswetvergunning nodig, bijvoorbeeld voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit. Ook kunnen er vergunningen nodig zijn vanuit de Huisvestingswet, de Wet goed verhuurderschap of regels van de gemeente.
- 1.
Kamerverhuurbedrijven, inclusief omgevingsvergunningen voor kamerverhuur- en/of logiespanden
- 2.
Omzetten/splitsen van woningen/panden voor kamerverhuur of realisatie van (meerdere) woonruimten
- 3.
Aanpassen of transformatie kantoorpanden (naar woningen en/of kamers)
- 4.
Opvang vluchtelingen
- 5.
Huisvesting van arbeidsmigranten
Opslag
Als voor deze activiteiten gebouwd moet worden, is er vaak een omgevingsvergunning nodig.
1. Garageboxen/opslagruimtes
- 2.
Bedrijfsverzamelgebouwen
Milieubelastende activiteiten
Voor deze activiteiten is meestal een vergunning nodig vanuit de Omgevingswet (vergunning voor een milieubelastende activiteit en/of omgevingsplanactiviteit):
- 1.
(gevaarlijke) Afvalbewerking en -verwerking
- 2.
Afvalrecycling
- 3.
Mestverwerking
- 4.
Sloop- en/ of asbestverwijdering
- 5.
Autodemontage, -verhuur of -garage
- 6.
Inrichtingen voor het reinigen van drukhouders, insluitsystemen, ketels, vaten, mobiele tanks, tankauto's, tank- of bulkcontainers
- 7.
Vuurwerkopslag/ transport
- 8.
Datacenters
- 9.
Bunkering
Zorg, welzijn en opleiden
Deze activiteiten gebeuren soms via een overheidsopdracht en soms kan er een subsidie voor worden aangevraagd. Ook is er soms een vergunning voor nodig vanuit de Omgevingswet.
- 1.
Het aanbieden van zorg (inclusief aanbieden van zorgwoningen)
- 2.
Re-integratiebedrijven en -activiteiten
- 3.
Het aanbieden van particuliere schoolactiviteiten
- 4.
Religieuze instellingen
Duurzaamheid en transitie
Voor deze activiteiten is soms een omgevingsvergunning nodig, bijvoorbeeld voor bouwactiviteiten. Ook kan er soms een subsidie voor worden aangevraagd.
- 1.
Energieproductie (inclusief (mest)vergisters, windmolens, zonneparken, enzovoort)
- 2.
Activiteiten voor uitkoop- en opkoopregelingen (in verband met onder andere stikstof)
Vastgoed
- 1.
Verkoop van bedrijfskavels waarop één of meerdere van in deze Bijlage 1 genoemde activiteiten plaatsvinden of zullen gaan plaatsvinden
- 2.
Verhuur gemeentelijke vastgoed waarop één of meerdere van in deze Bijlage 1 genoemde activiteiten plaatsvinden of zullen gaan plaatsvinden
- 3.
Verkoop (voormalige) overheidsgebouwen
- 4.
Overheidsopdrachten waarbij de gemeente partij is
Wanneer de aanvrager niet de uiteindelijke eindgebruiker/betrokkene is of wanneer de financiering nog niet (volledig) bekend is, kan het voorkomen dat er uiteindelijk meerdere Bibob-toets momenten zijn. Dit kan voorkomen als de eigenaar van een restaurant een pand bouwt, maar een andere partij het restaurant gaat runnen. De aanvrager van de bouwvergunning en de aanvrager van de alcoholwetvergunning komen in aanmerking voor een Bibob-toets.
Of wanneer na de bouw het gebouw in delen wordt verkocht, waarbij vooraf nog niet alle kopers bekend zijn.
Bijlage 2 Risicogebieden
In deze bijlage vindt u de gebieden die volgens de gemeente Het Hogeland een risicogebied zijn. Dit zijn bijvoorbeeld nieuwe bedrijventerreinen, gebieden die opgeknapt worden en gebieden waarvan de gemeente vermoedt dat er criminele activiteiten gebeuren. De gemeente vindt het nodig om een Bibob-onderzoek te doen voor activiteiten binnen die gebieden.
De gemeente mag niet voor alle activiteiten binnen deze gebieden een Bibob-onderzoek doen. De gemeente mag zo’n onderzoek alleen doen als de activiteit onder de Wet Bibob valt. Dat is als er een vergunning nodig is voor de activiteit, als het om een vastgoedtransactie gaat of een overheidsopdracht.
Aangewezen risicogebieden:
- •
Eemshaven
- •
Haven Lauwersoog
Bijlage 3 Toelichting
Hoe past de gemeente Het Hogeland de Wet Bibob toe?
In deze bijlage vindt u de toelichting. De toelichting legt de stappen uit die de gemeente zet bij een Bibob-onderzoek. Soms voert de gemeente het onderzoek anders uit. Dit mag, zolang de gemeente zich aan de wet houdt.
Inleiding
Deze beleidsregel legt uit hoe de gemeente Het Hogeland de Wet Bibob uitvoert.
Wat is de Wet Bibob?
Bibob staat voor “Bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur”.
Het doel van de Wet Bibob
Het doel van de Wet Bibob is voorkomen dat de gemeente criminele activiteiten of het witwassen van crimineel verdiend geld mogelijk maakt. De gemeente voert daarom een Bibob-onderzoek uit bij activiteiten die een verhoogd risico op criminaliteit hebben. Met dit onderzoek controleert de gemeente iemands integriteit, dus of iemand te vertrouwen is en niet betrokken is bij criminele activiteiten. De gemeente kan ook mensen uit iemands zakelijke omgeving onderzoeken.
Wanneer kan de gemeente een Bibob-onderzoek doen?
De gemeente mag alleen een Bibob-onderzoek doen bij de volgende activiteiten:
- •
activiteiten waar een vergunning/ontheffing voor nodig is;
- •
activiteiten waarvoor een subsidie wordt aangevraagd;
- •
opdrachten voor de overheid (overheidsopdrachten);
- •
vastgoedtransacties, zoals onder andere het kopen of verkopen van gebouwen of grond van de gemeente.
Wat kunnen de gevolgen zijn van een Bibob-onderzoek?
De gemeente kan bij het vermoeden van crimineel misbruik beslissen geen vergunning, ontheffing, subsidie of overheidsopdracht af te geven, of geen vastgoedtransactie te sluiten. Ook kan de gemeente beslissen om een vergunning of subsidie in te trekken of een overeenkomst te stoppen.
Eigen Bibob-onderzoek door de gemeente
De gemeente start altijd met een eigen Bibob-onderzoek en kan tijdens het onderzoek altijd advies vragen aan het Regionaal Informatie- en Expertise Centrum (RIEC).
Als het eigen Bibob-onderzoek niet genoeg informatie oplevert en/of als er nog onduidelijkheden zijn om een gedegen beslissing te nemen, kan de gemeente het Landelijk Bureau Bibob vragen om een onderzoek te doen. Dit bureau heeft toegang tot meer informatie dan de gemeente.
In de beleidsregel Wet Bibob gemeente Het Hogeland staat wanneer de gemeente een eigen Bibob-onderzoek kan starten. Soms gebruikt de gemeente eigen ambtelijke informatie bij dit onderzoek. Het kan zijn dat de gemeente deze informatie heeft gekregen uit één of meerdere (gesloten) bronnen, zoals gegevens van politie en justitie. De gemeente houdt zich hierbij altijd aan de Wet Bibob.
Als het om een privaatrechtelijke overeenkomst gaat, dan gelden de afspraken in het (algemene) inkoopbeleid van de gemeente, de (algemene) verkoopvoorwaarden van de gemeente en de contracten. Deze beleidsregel is een aanvulling op die afspraken.
De betrokkene moet een Bibob-vragenformulier invullen
Wanneer de gemeente een eigen Bibob-onderzoek start, vraagt het de betrokkene om het Bibob-vragenformulier volledig in te vullen en ondertekend in te leveren bij de gemeente.
De betrokkene moet daarbij ook alle documenten (bijlagen) inleveren waar in het Bibob-vragenformulier om wordt gevraagd. Deze documenten gelden als bewijs voor de antwoorden.
Als de betrokkene een aanvraag doet voor een nieuwe beschikking, zoals een vergunning of subsidie, maken de Bibob-vragenformulieren onderdeel uit van de aanvraag voor de vergunning of subsidie.
Het niet (volledig) invullen of ondertekenen van een Bibob-vragenformulier of het niet aanleveren van gevraagde bijlagen, kan, nadat er een termijn wordt gegeven deze gegevens alsnog aan te leveren, resulteren in het buiten behandeling stellen van een aanvraag.
Registratie en opslag Bibob-formulier en documenten
Het ingevulde Bibob-formulier wordt gezamenlijk met de meegeleverde documenten via de post of persoonlijk ingeleverd op het gemeentehuis.
Deze documenten worden opgeslagen in het bedrijfsprocessensysteem en zijn alleen toegankelijk voor de Bibob coördinator/onderzoekers.
Deze procedure geldt totdat het Bibob-formulier op de website kan worden ingevuld.
Dan wordt het Bibob-formulier via het e-loket van de gemeente ingevuld en met de bijbehorende documenten geüpload. De identiteit van de betrokkene wordt geverifieerd door DigiD.
De personalia van de medewerker(s)/betrokkene(n) die ook op het formulier staan, worden ook via DigiD geverifieerd. Het formulier en de geüploade documenten worden automatisch vastgelegd in het bedrijfsprocessensysteem. De Bibob coördinator/onderzoeker legt de uitslag van het onderzoek in het dossier vast.
Het Bibob-dossier is alleen toegankelijk voor de Bibob coördinator en de Vakteam medewerker(s) die het Bibob onderzoek uitvoeren.
De gemeente voert na de ontvangst van het Bibob-formulier en bijlagen de volgende acties uit:
- 1.
De gemeente controleert en onderzoekt alle informatie die de betrokkene heeft ingevuld op het Bibob-vragenformulier en de toegevoegde documenten (bijlagen).
- 2.
De gemeente controleert en onderzoekt extra informatie die de betrokkene heeft ingeleverd bij de gemeente als de gemeente hierom heeft gevraagd.
- 3.
De gemeente doet onderzoek naar informatie over de betrokkene en de omgeving van de betrokkene in open bronnen waar iedereen toegang toe heeft, zoals de Kamer van Koophandel en het Kadaster, maar bijvoorbeeld ook op het wereldwijde web, krantenartikelen en in ons eigen gegevens/archief.
De gemeente kan via gesloten bronnen de volgende extra gegevens opvragen:
- •
Politiegegevens (zie artikel 4.3 onder l van het Besluit politiegegevens);
- •
Justitiële gegevens, zoals een strafblad;
- •
Informatie van het Landelijk Bureau Bibob, zoals bedoeld in artikel 11a van de Wet Bibob;
- •
Informatie van de Rijksbelastingdienst zoals bedoeld in artikel 7c van de Wet Bibob;
- •
Informatie van JUSTIS (afdeling Track) zoals het opvragen van een Netwerktekening.
De gemeente kan deze extra informatie opvragen van de betrokkene zoals bedoeld in artikel 1, lid 1 van de Wet Bibob, maar ook van Bibob-relaties van de betrokkene.
Daaronder vallen de volgende personen:
- •
degene die direct of indirect leiding geeft of heeft gegeven aan de betrokkene;
- •
degene die direct of indirect zeggenschap heeft of heeft gehad over de betrokkene;
- •
degene die direct of indirect vermogen geeft of heeft gegeven aan de betrokkene;
- •
degene die als leidinggevende, beheerder, bedrijfsleider of vervoersmanager staat vermeld op de aangevraagde of al gegeven beschikking;
- •
degene die met de betrokkene gelijk kan worden gesteld door zijn invloed op de betrokkene.
De betrokkene moet informatie geven over hoe hij het project of de activiteit financiert:
De financiering van het project of de activiteit moet aannemelijk en inzichtelijk zijn. Dit betekent dat geloofwaardig moet zijn dat de betrokkene het geld heeft en dat duidelijk moet zijn waar het geld vandaan komt. Daarom gelden de volgende regels:
Optie 1: De betrokkene gebruikt eigen vermogen
De betrokkene moet kunnen bewijzen dat hij het geld heeft en waar het vandaan komt. Ook als de betrokkene met contant geld betaalt.
Eigen vermogen is bijvoorbeeld ook het rendement van de (gehele) onderneming.
Optie 2: De betrokkene gebruikt vreemd vermogen
In dit geval moet de betrokkene de volgende documenten inleveren:
- •
Een lenings- of schenkingscontract waarop staat wat de voorwaarden voor de lening of schenking zijn. Dit contract moet in het Nederlands zijn, of vertaald zijn naar het Nederlands.
- •
Documenten die de identiteit van de (indirecte) geldgever bewijzen:
- ○
Geldig identiteitsbewijs
- ○
Adres en woonplaats
- ○
Gegevens over de natuurlijke personen (aandeelhouders) als de financiering door rechtspersonen gebeurt.
- ○
- •
Documenten waaruit blijkt waar het geld van de geldgever vandaan komt en om hoeveel geld het gaat. Denk aan overeenkomsten, jaaropgaven, loonstroken en belastingaangiftes.
- •
Bankafschriften waaruit blijkt dat de betrokkene het geld heeft ontvangen.
- •
Betaalt de betrokkene met contant geld? Dan moet de betrokkene laten zien hoe hij aan dit geld komt.
- •
Maakt de betrokkene gebruik van crowdfunding of andere manieren om via een platform geld op te halen bij een groep mensen? Dan kan de gemeente het platform verplichten de identiteit van de uiteindelijke vermogensverschaffers bekend te maken aan de betrokkene of de gemeente.
Onderzoek door het Landelijk Bureau Bibob
De gemeente kan ook het Landelijk Bureau Bibob om advies vragen en een onderzoek laten doen. Het Landelijk Bureau Bibob heeft toegang tot meer informatie dan de gemeente, zoals internationale informatie en informatie van inlichtingendiensten. Een onderzoek door het Landelijk Bureau Bibob heeft daarom meer invloed op een betrokkene en de privacy van een betrokkene dan een onderzoek door de gemeente. De gemeente laat het Landelijk Bureau Bibob daarom alleen een onderzoek doen als zij dit echt nodig vindt.
De gemeente kan het Landelijk Bureau Bibob (LBB) onderzoek laten doen in de volgende gevallen:
- a.
De gemeente heeft nog vragen over de integriteit van de betrokkene en/of de omgeving van de betrokkene, zoals bedoeld in artikel 3, lid 4 van de Wet Bibob;
- b.
De gemeente heeft nog vragen over de bedrijfsstructuur van één of meerdere bedrijven die te maken hebben met de beschikking, overheidsopdracht of vastgoedtransactie;
- c.
De gemeente heeft nog vragen over de financiering van de activiteiten;
- d.
Het Landelijk Bureau Bibob adviseert de gemeente om hen onderzoek te laten doen naar de betrokkene, zoals bedoeld in artikel 11 van de Wet Bibob;
- e.
De gemeente heeft een tip ontvangen van de officier van justitie, of een ander bestuursorgaan, of een rechtspersoon met een overheidstaak, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.
Een betrokkene kan geen bezwaar maken of in beroep gaan tegen een adviesvraag bij het Landelijk Bureau Bibob. De betrokkene kan een aanvraag wel altijd intrekken.
Wanneer besluit de gemeente om geen vergunning of subsidie te verstrekken of geen vastgoedtransactie of overheidsopdracht te sluiten?
De gemeente beoordeelt zelf, of met hulp van het Landelijk Bureau Bibob, of het een negatief of positief Bibob-besluit geeft. In de Wet Bibob staat hoe de gemeente moet omgaan met de kans op criminele activiteiten. Als die kans erg groot is, heeft de Wet Bibob het over ‘een ernstige mate van gevaar’. Als de kans kleiner is heeft de Wet Bibob het over ‘een mindere mate van gevaar’.
Vergunningen en subsidies
In de volgende gevallen kan de gemeente beslissen om een aanvraag voor een vergunning of subsidie niet te behandelen. Of een al verleende vergunning of subsidie in te trekken. Dit kan de gemeente doen volgens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht en op grond van artikel 3 en artikel 4 van de Wet Bibob.
- •
De betrokkene werkt niet mee aan het eigen Bibob-onderzoek van de gemeente. Bijvoorbeeld door het Bibob-vragenformulier niet of niet helemaal in te vullen, en/of niet alle gevraagde bewijzen mee te sturen. Ook niet nadat de gemeente de betrokkene tijd heeft gegeven om de missende informatie aan te vullen.
- •
De betrokkene heeft expres informatie weggelaten van het Bibob-formulier of foute informatie gegeven. Dit is strafbaar volgens artikel 227a en 227b van het Wetboek van Strafrecht. Als de gemeente denkt dat de betrokkene dit heeft gedaan, kan de gemeente aangifte doen bij de politie.
- •
De betrokkene heeft niet goed genoeg kunnen bewijzen dat hij het geld voor de activiteit heeft en hoe hij aan dit geld is gekomen.
- •
De betrokkene werkt niet mee aan het onderzoek van het Landelijk Bureau Bibob. Bijvoorbeeld door de gevraagde informatie of bewijzen niet te geven. Of door niet naar waarheid te antwoorden.
- •
Uit het Bibob-onderzoek blijkt dat er een ernstig mate van gevaar is, zoals bedoeld in artikel 3, lid 1, van de Wet Bibob. Als de vergunning of subsidie al gegeven is, kan de gemeente deze intrekken.
- •
Is er geen ernstige mate van gevaar, maar een mindere mate van gevaar, zoals bedoeld in artikel 3, lid 7, van de Wet Bibob? Dan kan de gemeenten extra voorschriften (regels) opleggen voor de vergunning of subsidie. Die extra voorschriften moeten ervoor zorgen dat het gevaar voor criminele activiteiten verdwijnt of kleiner wordt. Als de betrokkene zich niet aan deze regels houdt, kan de gemeente de vergunning of subsidie intrekken.
- •
Is er wel een ernstige mate van gevaar, maar vindt de gemeente het weigeren of intrekken van de vergunning of subsidie een te zware beslissing ? Ook dan kan de gemeente extra regels opleggen. Die extra regels moeten ervoor zorgen dat het gevaar voor criminele activiteiten verdwijnt of kleiner wordt. Als de betrokkene zich niet aan deze regels houdt, kan de gemeente de vergunning of subsidie alsnog intrekken.
Vastgoedtransacties
In de volgende gevallen kan de gemeente beslissen om een geen vastgoedtransactie te sluiten. Of het contract te verbreken dat na de vastgoedtransactie is gesloten. De gemeente moet die optie wel in het contract hebben opgenomen.
- •
De betrokkene werkt niet mee aan het eigen Bibob-onderzoek van de gemeente. Bijvoorbeeld door het Bibob-vragenformulier niet of niet helemaal in te vullen, en/of niet alle gevraagde bewijzen mee te sturen. Ook niet nadat de gemeente de betrokkene tijd heeft gegeven om de missende informatie aan te vullen.
- •
De betrokkene heeft expres informatie weggelaten van het Bibob-formulier of foute informatie gegeven. Dit is strafbaar volgens artikel 227a en 227b van het Wetboek van Strafrecht. Als de gemeente denkt dat de betrokkene dit heeft gedaan, kan de gemeente aangifte doen bij de politie.
- •
De betrokkene heeft niet goed genoeg kunnen bewijzen dat hij het geld voor de activiteit heeft en hoe hij aan dit geld is gekomen.
- •
De betrokkene werkt niet mee aan het onderzoek van het Landelijk Bureau Bibob. Bijvoorbeeld door de gevraagde informatie of bewijzen niet te geven. Of door niet naar waarheid te antwoorden.
- •
Er is minimaal een mindere mate van gevaar dat de vastgoedtransactie wordt gebruikt voor het witwassen van crimineel geld of vermogen.
- •
Er is minimaal een mindere mate van gevaar dat in of met het gebouw of de grond strafbare activiteiten zullen plaatsvinden.
- •
De gemeente is ervan overtuigd dat de betrokkene mogelijk niet integer is door ernstige strafbare activiteiten waarmee de betrokkene te maken heeft.
- •
De gemeente is ervan overtuigd dat er strafbare activiteiten zijn uitgevoerd om het gebouw of de grond te verkrijgen.
Overheidsopdrachten
In de volgende gevallen kan de gemeente beslissen om geen overheidsopdracht te geven. Of het contract voor deze overheidsopdracht te verbreken. De gemeente moet die optie wel in het contract hebben opgenomen.
- •
De betrokkene werkt niet mee aan het eigen Bibob-onderzoek van de gemeente. Bijvoorbeeld door het Bibob-vragenformulier niet of niet helemaal in te vullen, en/of niet alle gevraagde bewijzen mee te sturen. Ook niet nadat de gemeente de betrokkene tijd heeft gegeven om de missende informatie aan te vullen.
- •
De betrokkene heeft expres informatie weggelaten van het Bibob-formulier of foute informatie gegeven. Dit is strafbaar volgens artikel 227a en 227b van het Wetboek van Strafrecht. Als de gemeente denkt dat de betrokkene dit heeft gedaan, kan de gemeente aangifte doen bij de politie.
- •
De betrokkene heeft niet goed genoeg kunnen bewijzen dat hij het geld voor de activiteit heeft en hoe hij aan dit geld is gekomen.
- •
De betrokkene werkt niet mee aan het onderzoek van het Landelijk Bureau Bibob. Bijvoorbeeld door de gevraagde informatie of bewijzen niet te geven. Of door niet naar waarheid te antwoorden.
- •
Uit het Bibob-onderzoek blijkt dat de betrokkene misschien niet integer is. De gemeente kan dan beslissen dat de partij niet mee mag doen aan de aanbesteding volgens de Aanbestedingswet 2012.
- •
Bij contracten zoals bedoeld in de Jeugdwet en/of de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) kan de informatie uit het Bibob-onderzoek reden voor de gemeente zijn om het contract niet te sluiten of te verbreken.
Hoe snel krijgt de betrokkene de uitslag van het onderzoek?
De gemeente moet binnen een bepaalde periode reageren op de aanvraag van een betrokkene voor een beschikking. Ook het Landelijk Bureau Bibob moet binnen een bepaalde periode reageren op een vraag van de gemeente voor een extra Bibob-onderzoek. In sommige gevallen krijgen de gemeente en het Landelijk Bureau Bibob meer tijd.
Als de gemeente een advies aanvraagt bij het Landelijk Bureau Bibob, dan krijgt de gemeente meer tijd om op de aanvraag te reageren. De periode wordt verlengd met het aantal dagen dat het Landelijk Bureau Bibob nodig heeft om dit advies te geven. De dag dat het Landelijk Bureau Bibob de aanvraag in behandeling neemt telt als dag 1, en de dag dat de gemeente het advies heeft ontvangen telt als de laatste dag. De periode hiertussen mag in principe niet meer dan 8 weken zijn (zie artikel 15, lid 1 van de Wet Bibob).
Als het Landelijk Bureau Bibob niet binnen 8 weken een advies kan geven aan de gemeente, kan het de periode verlengen met nog eens 4 weken (zie artikel 15, lid 3 van de Wet Bibob).
De gemeente laat het de betrokkene direct weten als dit gebeurt.
Mist het Landelijk Bureau Bibob nog informatie om het onderzoek uit te voeren? Dan vraagt het dit op bij de betrokkene, de gemeente of een andere organisatie. De periode die het Landelijk Bureau Bibob moet wachten op deze extra informatie gaat niet af van het totaal van 8 weken dat het Landelijk Bureau Bibob heeft om een advies te geven. Ook de gemeente krijgt deze periode erbij om op de aanvraag te reageren. M.a.w.: de termijn wordt dan opgeschort.
Informatieplicht van de gemeente
Als de gemeente het Landelijk Bureau Bibob een onderzoek laat doen, moet de gemeente dit in een brief laten weten aan de betrokkene. De gemeente laat de betrokkene ook weten dat dit betekent dat de gemeente meer tijd krijgt om over de aanvraag van de betrokkene te beslissen (zie artikel 31 Wet Bibob). Een kopie van die brief voegt de gemeente toe aan de vraag om een advies bij het Landelijk Bureau Bibob.
De gemeente moet de betrokkene een kopie van het advies van het Landelijk Bureau Bibob geven als dit advies reden was voor de gemeente om:
- •
een aanvraag voor een beschikking te weigeren;
- •
een verleende beschikking in te trekken;
- •
extra voorschriften (regels) op te leggen voor de beschikking.
- •
een vastgoedtransactie te weigeren of een voorlopige gunning in te trekken;
- •
een overheidsopdracht te weigeren of in te trekken.
De gemeente moet die kopie ook aan andere personen geven als die zijn onderzocht (derden, zoals bedoeld in artikel 28 en 33 van de Wet Bibob) en de informatie over deze personen onderdeel heeft uitgemaakt van de beslissing van de gemeente. De gemeente mag alleen de onderdelen die over hen gaan met hen delen.
De betrokkene en anderen die de kopie hebben ontvangen moeten de informatie hieruit geheim houden (geheimhoudingsplicht). De gemeente laat dit in een brief aan hen weten (zie artikel 28 Wet Bibob).
Het advies van het Landelijk Bureau Bibob wordt meegezonden met de (voorlopige) beslissing.
Reageren op een negatief Bibob-besluit
Komt er een negatief Bibob-besluit na het onderzoek? Dan mogen de betrokkene en andere personen die zijn onderzocht hierop reageren, zoals bedoeld in artikel 33 van de Wet Bibob.
Andere rechten en plichten van de gemeente
Gebruiken van Bibob-advies (en informatie uit eigen onderzoek)
De gemeente mag een Bibob-advies van het Landelijk Bureau Bibob en informatie uit het eigen onderzoek vijf (5) jaar lang gebruiken voor een andere beslissing.
Aantekening maken in het Bibob-register
Het Bibob-register zorgt ervoor dat verschillende overheidsorganisaties informatie met elkaar kunnen delen. De gemeente maakt een aantekening in het Bibob-register, zoals bedoeld in artikel 7a, lid 7 en 8, van de Wet Bibob, als:
- •
uit het eigen Bibob-onderzoek van de gemeente blijkt dat de betrokkene een gevaar vormt;
- •
de gemeente vermoedt dat de betrokkene de aanvraag heeft ingetrokken omdat de gemeente de Wet Bibob uitvoert.
Het LBB registreert zelf de Bibob-onderzoeken die het heeft uitgevoerd in het Bibob-register.
Tippen andere gemeenten en/of rechtspersonen
De gemeente tipt andere gemeenten of rechtspersonen met een overheidstaak als het denkt dat zij informatie over betrokkenen moeten hebben, zoals bedoeld in artikel 26 van de Wet Bibob.
Delen van gegevens met andere gemeenten en/of rechtspersonen
De gemeente deelt Bibob-informatie met andere gemeenten en/of rechtspersonen met een overheidstaak als zij daarom vragen, zoals bedoeld en onder de voorwaarden in artikel 28, lid 2 onder m van de Wet Bibob.
Bewaartermijn
Na het afronden van de gehele Bibob-procedure, archiveert de gemeente het hele dossier met een bewaartermijn van 5 jaar. Als er geen Bibob-advies wordt verstrekt of het advies “geen bezwaar” geldt, archiveert de gemeente het dossier 2 jaar.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl