Subsidieregeling Preventie plus Jeugd Eindhoven

Geldend van 03-12-2025 t/m heden

Intitulé

Subsidieregeling Preventie plus Jeugd Eindhoven

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven maakt bekend, dat het in de vergadering van 1 juli 2025 heeft besloten

Gelet op artikel 2, derde lid, 3, 5, 6, vierde lid, 7, 8, 9 van de ASV Eindhoven;

Gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;

vast te stellen de Subsidieregeling Preventie plus Jeugd Eindhoven:

Artikel 1 Definities

Alle begrippen die in deze subsidieregeling worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Jeugdwet en ASV Eindhoven:

  • ASV Eindhoven: Algemene Subsidieverordening gemeente Eindhoven;

  • Beoordelingscommissie: volledige aanvragen zoals bedoeld in de ASV Eindhoven worden beoordeeld door een (interne) commissie bestaande uit ten minste experts op het gebied van de Jeugdwet, beleidsmedewerker(s) op het gebied van Jeugd en medewerkers van de afdeling SMOS.IGUS;

  • Het versterken van het gewone leven: iedere jeugdige doorloopt tijdens zijn groei naar volwassenheid in de context van het gezin, school en leefomgeving verschillende levensfases waarbij voorspoed en tegenslag onderdeel uitmaken van het dagelijks leven en de jeugdige leert hiermee om te gaan, al of niet met ondersteuning vanuit de eigen omgeving of vanuit vrij toegankelijke ondersteuning;

  • Hulp en ondersteuning: (collectieve) hulp en ondersteuning voor inwoners van de gemeente Eindhoven op grond van de Jeugdwet, Wet Maatschappelijke ondersteuning en de subsidieregeling Versterken Sociale Basis (VSB);

  • Jeugdhulp: jeugdhulp zoals bedoeld in de Jeugdwet;

  • Jeugdige: jeugdige zoals bedoeld in de Jeugdwet;

  • Koers sociaal (2)040: door de gemeenteraad in juni 2024 vastgestelde visie gericht op het versterken van de sociale basis samen met inwoners, zodat de Eindhovenaren zo goed als mogelijk, zo dichtbij als mogelijk en bij voorkeur in hun eigen leefomgeving ondersteuning kunnen vinden. Wat inwoners zelf kunnen, faciliteren we daar waar nodig. Als aanvulling daarop werken organisaties in het sociaal domein vanuit een gezamenlijke opdracht om de sociale basis te versterken.

  • Maatschappelijke partners: een rechtspersoon zonder winstoogmerk die al of niet met subsidie van het college activiteiten uitvoert op het terrein van het Sociaal Domein en/of waarmee de gemeente Eindhoven een inkooprelatie heeft voor de uitvoering van de Jeugdwet en/of Wmo, waarbij de activiteiten beleidsmatig zijn gerelateerd aan de beleidsdomeinen van het Sociaal Domein, en van belang zijn voor de opgave kansrijk opgroeien binnen de Sociale Koers (2)040.

  • Samenwerking: een samenwerking met een of meer maatschappelijke partners en/of voorzieningen in relatie met de subsidieaanvraag;

  • Sociale basis: de sociale basis bestaat en wordt gevormd door inwoners en de gemeenschappen waar inwoners onderdeel van uitmaken. Iedereen maakt er per definitie onderdeel vanuit en kan eraan bijdragen. In de sociale basis vinden inwoners steun bij elkaar. Daarnaast bestaat er een breed, laagdrempelig en vindbaar aanbod van activiteiten én ondersteuning, in eigen buurt, wijk of daarbuiten (bijv. stedelijk of online). Dit aanbod bestaat uit een combinatie van inwonerinitiatieven, vrijwilligersorganisaties en professionele organisaties.

  • Sociale infrastructuur: het totaal aan al of niet vrij toegankelijke voorzieningen in Eindhoven.

  • Voorliggende voorziening: zijnde een voorziening via een overheidsregeling of uitkering vanuit de overheid of enige landelijke-, provinciale of gemeentelijke subsidieregeling aangevraagd kan worden om in de activiteiten geheel of gedeeltelijk te kunnen voorzien;

  • Vrij toegankelijke ondersteuning: ondersteuning niet zijnde jeugdhulp op grond van de Jeugdwet en/of maatschappelijke ondersteuning op grond van de Wet Maatschappelijk Ondersteuning, binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Eindhoven.

Artikel 2 Doel

Het doel van de subsidieregeling is het vergroten van het bereik en optimaliseren van effectieve activiteiten passend binnen de Koers sociaal (2)040 op de volgende thema’s:

  • a.

    Hulp en ondersteuning van jongvolwassenen (na jeugdhulp met verblijf) in de leeftijd van 17 en 23 jaar richting zelfstandigheid op de leefgebieden wonen, dagbesteding, inkomen, hulp en ondersteuning.

  • b.

    Verbetering van leefstijl en het versterken van het gewone leven tijdens het wachten op specialistische jeugdhulp.

  • c.

    Het voorkomen of verminderen van grondoorzaken van opgroei- en opvoedproblemen bij jeugdigen met ouders met psychische problemen, verslavingsproblemen of een verstandelijke beperking.

  • d.

    Het begeleiden van een kind of jongere wiens ouders in een echtscheidingsperiode zitten middels getrainde professionals die ervoor zorgen dat de belangen van het kind worden behartigd.

  • e.

    Het voorkomen van escalatie en doorverwijzing naar de specialistische jeugd-GGZ bij psychische, psychosociale en psychosomatische klachten van jeugdigen door het bieden van korte en tijdelijke ondersteuning vanuit de huisartsenpraktijken. Uitgevoerd door professionals met de juiste competenties, opleiding en (eventuele) wettelijke registraties

  • f.

    Het voorkomen of verminderen van problemen in gezinnen door ze te koppelen aan een stabiel steungezin in de buurt.

Artikel 3 Doelgroep

Subsidie wordt uitsluitend verleend aan maatschappelijke partners zoals bedoeld in artikel 1.

Artikel 4 De te subsidiëren activiteiten

Een eenmalige, jaarlijkse of meerjarige subsidie wordt verleend voor activiteiten betrekking hebbende op gezinnen met jeugdige(n) en jeugdige(n) uit de gemeente Eindhoven die bijdragen aan een van de thema's uit artikel 2.

Artikel 5 Subsidievereisten activiteiten

Om in aanmerking te komen voor subsidie als bedoeld in artikel 4, wordt in aanvulling op het bepaalde in ASV Eindhoven voldaan aan de volgende vereisten:

  • a.

    de activiteiten worden in samenwerking uitgevoerd; en

  • b.

    de activiteiten voorzien aantoonbaar in een behoefte van jeugdigen en gezinnen van de gemeente Eindhoven; en

  • c.

    de activiteiten zijn gericht op het versterken van het gewone leven; en

  • d.

    de activiteiten vinden plaats in Eindhoven; en

  • e.

    er is voor de activiteiten aantoonbaar draagvlak bij de lokale toegang en/of infrastructuur, waaronder tenminste WIJeindhoven en hiermee zijn afspraken gemaakt over de samenwerking; en

  • f.

    bij een aanvraag om meerjarige subsidie wordt de noodzaak en de behoefte aan een meerjarige subsidie per activiteit aangetoond; en

  • g.

    dat middels een businesscase aangetoond wordt dat de activiteiten aangevraagd op basis van artikel 2 effectief zijn gebleken en maatschappelijke rendement opleveren binnen de sociale infrastructuur van de gemeente Eindhoven.

Artikel 6 Vereisten subsidieaanvraag

  • 1. De subsidie wordt middels een door het college vastgesteld aanvraagformulier aangevraagd

  • 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 4:2 Awb en de ASV Eindhoven, dient de aanvrager een gedegen en onderbouwd plan van aanpak te overleggen waarin ten minste staat beschreven:

  • a.

    hoe de activiteiten aansluiten bij één van de doelen zoals vermeld in artikel 2; en

  • b.

    wat een lacune of ontbrekend of ontoereikend aanbod is in aanwezige hulp en ondersteuning waar de activiteit een antwoord op is; en

  • c.

    hoe de activiteiten betrekking hebben op de jeugdigen en gezinnen van de gemeente Eindhoven; en

  • d.

    hoe invulling wordt gegeven aan de vereisten voor subsidieverlening zoals aangegeven in artikel 5; en

  • e.

    wat de te behalen doelen met de activiteiten zijn; en

  • f.

    met wie en hoe wordt samengewerkt; en

  • g.

    een sluitende begroting waarop voldoende gelden op de begroting zijn gereserveerd; en

  • h.

    de planning en ontwikkeling van de activiteiten met wanneer, hoe, waar, welke inzet plaatsvindt.

Artikel 7 Subsidiabele kosten

Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie zoals bepaald in artikel 4, komen alleen kosten die onlosmakelijk verbonden zijn aan het uitvoeren van de activiteit in aanmerking voor subsidie, zijnde:

  • a.

    Huisvestingskosten: bestaande uit huur, gas, water, elektra, internet, lokale heffingen en vanuit Rijkswege vastgestelde verplichte verzekeringen van in Eindhoven gehuurde panden of voor zover van toepassing zijnde de eigenaarslasten voor een eigen pand. De huisvesting dient in Eindhoven of een aangrenzende gemeente gesitueerd te zijn;

  • b.

    Organisatiekosten: bestaande uit administratiekosten, verzekeringen, kantoorartikelen, internet; drukwerk, communicatie, abonnementen, verplichte contributiebijdragen, bankkosten, kosten voor beheer, licentiekosten. Uitgesloten zijn automatiseringskosten, aanschafkosten computerprogramma’s en computerhardware;

  • c.

    Initiële aanloopkosten: kosten die in verband staan met het opbouwen van de activiteit(en) zoals verbouwkosten om de locatie gereed te maken, leegstandskosten in de beginperiode of eenmalige investeringen om een product of activiteit op te zetten;

  • d.

    Activiteitenkosten: kosten die direct en onlosmakelijk verbonden zijn aan de activiteit.

  • e.

    Personele kosten: bestaande uit kosten die direct en onlosmakelijk verbonden zijn aan de activiteit en op generlei wijze geheel dan wel gedeeltelijk gedekt kunnen worden op basis van beschikkingen Jeugdwet, Wmo en andere landelijke wetgeving op het gebied van sociale zekerheid. Uitgesloten zijn kosten verbonden aan financiële (inzamelings)acties en-, jubilea;

  • f.

    Deskundigheidsbevordering: bestaande uit kosten die direct en onlosmakelijk verbonden zijn aan de uitvoering van de activiteit en/of noodzakelijk zijn voor het verkrijgen van specifieke vaardigheden die nodig zijn voor het uitvoeren van de activiteit die op generlei wijze geheel dan wel gedeeltelijk gedekt kunnen worden uit het opleidingsbudget van de organisatie van subsidieaanvrager.

Artikel 8 Weigeringsgronden

Subsidie wordt in aanvulling op het bepaalde in ASV Eindhoven geweigerd indien:

  • a.

    sprake is van een voorliggende voorziening; of

  • b.

    activiteiten niet bijdragen aan een van de doelen zoals genoemd in artikel 2; of

  • c.

    niet voldaan is aan de subsidievereisten zoals bedoeld in artikel 5; of

  • d.

    wanneer voor het behalen van de resultaten de aanvraag afhankelijk is van voorwaarden terwijl onvoldoende verzekerd is dat aan die voorwaarden op datum aanvraag is voldaan; of

  • e.

    de aanvraag afkomstig is van een commerciële partij met winstoogmerk; of

  • f.

    sprake is van een onevenredige verhouding tussen de totale kosten en het beoogde resultaat van de activiteit.

Artikel 9 Beoordeling subsidieaanvraag

De aanvragen die tijdig en volledig zijn ontvangen worden op basis van deze subsidieregeling beoordeeld door een beoordelingscommissie.

Artikel 10 Subsidieplafond en verdeelcriteria

  • 1. Het subsidieplafond bedraagt € 2.800.000 voor de duur van de subsidieregeling en wordt vastgesteld door het college. Subsidie wordt verstrekt totdat het subsidieplafond is bereikt. Indien nodig kan het college het subsidieplafond herzien.

  • 2. Subsidie wordt verleend op volgorde van ontvangst van volledige subsidieaanvragen totdat het betreffende subsidieplafond bereikt is.

  • 3. Indien een subsidieaanvraag bij eerste indiening niet volledig is, ontvangt de indiener een verzoek tot aanvulling. De aanvraag wordt pas als volledig beschouwd en meegenomen in de rangschikking zodra de ontbrekende gegevens binnen de hersteltermijn zijn aangevuld.

Artikel 11 Aanvraagtermijn

  • 1. In afwijking van het bepaalde in de ASV kunnen aanvragen gedurende het gehele kalenderjaar tot en met 31 januari 2027 worden ingediend, tenzij het subsidieplafond eerder wordt bereikt.

  • 2. Een subsidieaanvraag wordt tenminste 13 weken vóór aanvang van de activiteiten ingediend.

Artikel 12 Beslistermijn

  • 1. Het college beslist binnen 13 weken na ontvangst van een volledige aanvraag.

  • 2. Indien een aanvraag bij eerste indiening niet volledig is en een hersteltermijn wordt geboden conform artikel 4:5 Awb, wordt de beslistermijn verlengd met het aantal weken dat voor herstel is gegeven. Indien de aanvraag niet binnen de hersteltermijn volledig wordt gemaakt, besluit het college de aanvraag buiten behandeling te laten.

Artikel 13 Uitvoering activiteiten

De activiteiten waarvoor een subsidie wordt verstrekt op grond van deze subsidieregeling, dienen binnen de looptijd van deze subsidieregeling te worden uitgevoerd.

Artikel 14 Hardheidsclausule

In alle gevallen waarin deze subsidieregeling niet of niet voldoende voorziet, beslist het college.

Artikel 15 Inwerkingtreding

Deze subsidieregeling treedt in werking met ingang van de dag volgend op haar bekendmaking en geldt voor activiteiten vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2027.

.

Artikel 16 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als Subsidieregeling Preventie plus Jeugd.

Ondertekening

Eindhoven, .

Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven,

, burgemeester

, secretaris

Mij bekend,

De gemeentesecretaris van Eindhoven

Toelichting bij de Subsidieregeling Preventie plus Jeugd

Aanleiding en context

Eindhoven kent al jaren de VSB: de subsidieregeling Versterken Sociale Basis. Hieruit worden initiatieven gefinancierd die bijdragen aan het welzijn van de inwoners. De subsidieregeling VSB is een belangrijk instrument om de gewenste ontwikkelingen in de stad waar te maken. Door de investering in de sociale basis wordt duurdere specialistische jeugdhulp voorkomen.

Inmiddels zijn ook initiatieven gestart (voornamelijk onder het Deltaplan) die niet passen in de sociale basis (ofwel universele preventie), maar ook niet vallen onder de specialistische jeugdhulp. Denk dan aan initiatieven waarvoor geen formele indicatie noodzakelijk is, maar wel een vorm van verwijzing (het is dus niet laagdrempelig toegankelijk voor alle jeugdigen). Er is sprake van zogenaamde selectieve en geïndiceerde preventie1. Selectieve preventie richt zich op groepen jeugdigen en opvoeders met een verhoogd risico op problemen, geïndiceerde preventie richt zich op individuele jeugdigen en opvoeders met een verhoogd risico op problemen en jeugdigen en opvoeders met een beginnend probleem. Door inzet van deze initiatieven wordt (opnieuw) instroom in de specialistische jeugdhulp voorkomen of de duur van deze jeugdhulp verkort. Voor deze variant is de Subsidieregeling Preventie plus ontwikkeld.

Doelen Koers Sociaal (2)040

In 2024 is in Eindhoven de Koers Sociaal (2)040 vastgesteld. Hierin wordt ingegaan op het versterken van de sociale basis en het inzetten op aanvullende (individuele) dienstverlening in het sociaal domein voor de inwoners die dat het hardste nodig hebben. Eén van de opgaven die hierbij is geformuleerd is Kansrijk opgroeien: over het aansluiten bij en versterken van gezinnen en vroegtijdig investeren in de ontwikkeling van onze jeugd, zodat ze gelijke kansen krijgen om zich te ontwikkelen.

Concreet betekent dit onder meer:

Het voorkomen of verminderen van problemen bij jeugdigen of gezinnen middels (collectieve) ondersteuning in de wijk ter vervanging van of als aanvulling op individuele jeugdhulp;

Het voorkomen of verminderen van problemen bij jeugdigen middels gezinszorg met aandacht voor de grondoorzaken van problemen.

De subsidieregeling Preventie plus maakt het mogelijk om effectief gebleken activiteiten passend binnen de Koers Sociaal (2)040 te optimaliseren en het bereik te vergroten.

Indexatie subsidiebedragen

Jaarlijks indexeren we de budgetten voor subsidies. We houden bijvoorbeeld rekening met factoren als inflatie of wijzigingen in de CAO. De gemeenteraad besluit over de hoogte van deze indexering. Het kan voorkomen dat de indexering die de gemeente hanteert anders is dan waar je zelf van bent uitgegaan. Hierdoor kan het zijn dat je een ander bedrag toegekend krijgt dan dat je hebt aangevraagd. Als dit geldt voor jouw subsidieaanvraag dan gaan we met je in gesprek om te bezien hoe dit jouw aanbod en activiteiten beïnvloedt.

Monitoring

Om de effecten van de activiteit te kunnen beoordelen (op proces en inhoud) worden door de gemeente en de organisatie die een subsidieaanvraag doet afspraken gemaakt over evaluatie en monitoring. Deze afspraken komen in de beschikking te staan.

Contact

Als je vragen hebt over de subsidieaanvraag, kun je contact opnemen met subsidiebureaueindhoven@eindhoven.nl.

Artikelgewijs

Artikel 1 Definities

In dit artikel zijn de begrippen gedefinieerd die in deze regeling worden gehanteerd. Er is met het oog op eenduidigheid gekozen om zoveel mogelijk aan te sluiten bij bepalingen in de ASV en de Jeugdwet.

Artikel 2 Doel

In dit artikel worden het doel beschreven van de subsidieregeling. Hiervoor geldt:

Onderdeel c: de focus ligt op het wegnemen/verminderen van grondoorzaken: factoren die een gezonde, veilige en kansrijke ontwikkeling van kinderen in de weg staan, en ter voorkoming dat kinderen op latere leeftijd zelf psychische problemen of een verslaving ontwikkelen.

Onderdeel d: betreft individuele/persoonlijke ondersteuning voor een kind wiens ouders in scheiding liggen, het gaat niet om groepstraining.

Onderdeel f: hier wordt uitdrukkelijk geen vrijwilliger bedoeld die bij gezinnen thuis ondersteuning biedt.

Artikel 3 Doelgroep

De subsidie wordt verleend aan zogeheten maatschappelijke partners. Dit zijn rechtspersonen zonder winstoogmerk. De organisatie kan al een subsidie- en/of inkooprelatie hebben met de gemeente Eindhoven. Ook organisaties zonder subsidie- en/of inkooprelatie kunnen een aanvraag indienen. De organisatie moet activiteiten verrichten op het beleidsterrein jeugd van het Sociaal Domein en deze activiteiten dienen van belang te zijn voor de doelen van de Subsidieregeling Preventie plus.

Artikel 4 De te subsidiëren activiteiten

Alle activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd dienen te passen binnen de doelen zoals genoemd in artikel 2 en zijn gericht op jeugdigen en gezinnen binnen de gemeente Eindhoven tot 18 jaar en indien sprake is van verlengde jeugdhulp tot 23 jaar.

Artikel 5 Subsidievereisten activiteiten

In dit artikel worden vereisten genoemd voor de subsidie.

Activiteiten moeten in samenwerking worden uitgevoerd, daarmee wordt bedoeld dat in de aanvraag duidelijk moet worden dat de aanvraag of door meerdere organisaties wordt gedaan, of dat er nadrukkelijk wordt samengewerkt (dit kan bijvoorbeeld blijken uit correspondentie via email).

De activiteiten zijn gericht op jeugdigen en gezinnen woonachtig in Eindhoven. We sluiten niet direct initiatieven uit die zich daarnaast ook richten op jeugdigen en gezinnen uit omliggende gemeenten zolang dit redelijk is ten aanzien van het aangevraagde subsidiebedrag, maar de nadruk ligt op jeugdigen en gezinnen uit de gemeente Eindhoven.

Met versterken van het gewone leven wordt bedoeld dat de aanvraag zich richt op het leven van de inwoner en zijn/haar directe omgeving. Als hulp, ondersteuning en zorg ben je tijdelijk aanwezig in het leven van een jeugdige en/of gezin. Daarmee is het van belang om het gewone leven van de inwoner duurzaam te versterken, door bijvoorbeeld de sociale omgeving te versterken, de jongeren in zijn/haar kracht te zetten of in te zetten op de bestaanszekerheid.

De activiteiten vinden plaats in Eindhoven.

Voor de activiteiten is aantoonbaar draagvlak bij de lokale toegang en/of infrastructuur (waaronder in ieder geval WIJeindhoven), er zijn ook afspraken gemaakt over samenwerking. De samenwerkingsafspraken zijn schriftelijk vastgelegd en worden bij de aanvraag overlegd.

Geen nadere toelichting.

De activiteiten die aangevraagd worden zijn effectief gebleken binnen de sociale infrastructuur van de gemeente Eindhoven, De effectiviteit blijkt uit een meegestuurde maatschappelijke businesscase of andere beschrijving van het maatschappelijke en financiële rendement.

Artikel 6 Vereisten Subsidieaanvraag

In dit artikel worden de vereisten beschreven, aanvullend op de Awb en ASV Eindhoven, die in de subsidieaanvraag moeten worden beschreven.

Artikel 7 Subsidiabele kosten

Geen nadere toelichting.

Artikel 8 Weigeringsgronden

In artikel 8 zijn weigeringsgronden voor het weigeren subsidie opgenomen, aanvullend op de ASV Eindhoven. De weigeringsgronden gelden voor alle aanvragen. De weigeringsgronden beogen stapeling van subsidie te voorkomen voor eenzelfde activiteit of beogen te voorkomen dat subsidie wordt uitgegeven voor activiteiten die niet passen binnen de doelstellingen van deze subsidieregeling en/of gericht zijn op jeugdigen en gezinnen in Eindhoven. Daarnaast wordt een commerciële partij met winstoogmerk uitgesloten. Ook wordt een aanvraag geweigerd als de voorwaarden waaraan de aanvraag moet voldoen niet met zekerheid gehaald kunnen worden. Een aanvraag waarin een onevenredig bedrag wordt gevraagd ten aanzien van de resultaten wordt ook geweigerd.

Artikel 9 Beoordeling subsidieaanvraag

De aanvraag wordt beoordeeld in een beoordelingscommissie. De beoordeling gaat aan de hand van de volgende categorieën:

Probleemstelling beschrijving: wordt duidelijk wat de meerwaarde is van de aanvraag en past dit binnen de doelen van deze subsidieregeling?

Resultaat: wat is het beoogde resultaat voor de doelgroep en voor de gemeente Eindhoven?

Projectorganisatie: wie gaat het project draaien?

Samenwerking: met wie wordt er samengewerkt?

Randvoorwaarden, risico’s en beheersmaatregelen

Begroting: is er sprake van een realistische begroting en bespaart dit naar verwachting kosten?

Artikel 10 Subsidieplafond en verdeelcriteria

Geen nadere toelichting.

Artikel 11 Aanvraagtermijn

De aanvragen voor deze subsidieregeling kunnen ingediend worden tot en met 31 januari 2027. Deze einddatum is gekozen omdat activiteiten minimaal 9 maanden moeten lopen om resultaat op te leveren. Deze periode wordt gebruikt om het maximale rendement (lees: maximale schaalgrootte/bereik) te onderzoeken. Succesvolle initiatieven moeten een zo groot mogelijk bereik kennen (om de inzet van specialistische jeugdhulp te verminderen.

Artikel 12 Beslistermijn

Geen nadere toelichting.

Artikel 13 Uitvoering activiteiten

Geen nadere toelichting.

Artikel 14 Hardheidsclausule

Geen nadere toelichting.

Artikel 15 Inwerkingtreding

Geen nadere toelichting.

Artikel 16 Citeertitel

Geen nadere toelichting.


Noot
1

Bron: Effecten van preventie in het jeugdveld, 2021, Nederlands Jeugdinstituut