Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR742215
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR742215/1
Parkeerverordening Grote Voertuigen Barendrecht 2007
Geldend van 21-09-2012 t/m heden
Intitulé
Parkeerverordening Grote Voertuigen Barendrecht 2007De raad van de gemeente Barendrecht;
overwegende, dat het wenselijk is om een verordening voor het parkeren van grote voertuigen binnen de gemeente Barendrecht vast te stellen;
gezien het advies van de Commissie Ruimte van 6 maart 2007;
gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 februari 2007;
besluit:
vast te stellen de volgende verordening:
PARKEERVERORDENING GROTE VOERTUIGEN BARENDRECHT 2007
Afdeling 1 Definities en begripsomschrijvingen
Artikel A
In deze verordening wordt verstaan onder:
- a.
RW 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli 1990, Stb. 459;
- b.
Wegenverkeerswet 1994: de Wegenverkeerswet van 21 april 1994, Stb. 475;
- c.
Grote voertuigen: omvat de voertuigen zoals deze onder lid d en e zijn omschreven;
- d.
Vrachtwagen: hetgeen het RW 1990, artikel 1, lid ao verstaat onder een vrachtauto en / of een voertuig met een lengte van meer dan 6,00 meter en / of hoogte van meer dan 2,4 meter met inbegrip van de lading;
- e.
Autobus: hetgeen het RW 1990, artikel 1, lid b verstaat onder een autobus en / of een voertuig met een lengte van meer dan 6,00 meter en / of hoogte van meer dan 2,4 meter;
- f.
Parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk Iaden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of [aten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;
- g.
Houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een motorvoertuig zoals bedoeld in lid c, d en e moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475) aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven;
- h.
Belanghebbendenplaats: een parkeerplaats op het vrachtwagenparkeerterrein of in de openbare ruimte op bedrijventerreinen waarop enkel mag worden geparkeerd door vergunninghouders. Het gaat hierbij om een parkeerplaats die:
- a.
is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RW 1990, of
- b.
gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RW 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd;
- a.
- i.
Vergunning: een door burgemeester en wethouders verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een in deze vergunning bedoeld motorvoertuig (vrachtwagen of bus) te parkeren op daartoe aangewezen belanghebbendenplaats(en);
- j.
Vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie op grond van het bepaalde in deze verordening vergunning is verleend tot het parkeren van een vrachtwagen op een belanghebbendenparkeerplaats;
- k.
Eigenaar: degene aan wie een kenteken is afgegeven voor een motorvoertuig wordt door de toepassing van het bepaalde bij of krachtens deze verordening beschouwd als eigenaar van dat motorvoer-
- l.
Vrachtwagenparkeerterrein: het door de raad aangewezen afgesloten gebied waarop deze parkeerverordening mede van toepassing is.
- m.
College: College van Burgemeester en Wethouders.
Afdeling II Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en vergunningbewijzen
Artikel B
-
1. Het is de eigenaar of houder van grote voertuigen zoals bedoeld in artikel A, lid c, d en e verboden dit voertuig op de weg of belanghebbendenparkeerplaats te parkeren, tenzij burgemeester en wethouders daartoe een vergunning hebben verleend.
-
2. Het in het eerste lid bedoelde verbod geldt niet van maandag tot en met vrijdag tussen 08.00 en 18.00 uur.
-
3. Burgemeester en wethouders kunnen, bij openbaar te maken besluit, uitzonderingen en aanvullingen vaststellen op het bepaalde in lid 1 en 2.
Artikel C
-
1. Burgemeester en wethouders kunnen op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen.
-
2. De aanwijzing van de plaats waar en het tijdstip waarop geparkeerd mag worden met een parkeervergunning geschiedt in alle gevallen door het college door middel van een openbaar te maken besluit.
-
3. Een vergunning wordt verleend op basis van door burgemeester en wethouders vast te stellen toetsingscriteria.
-
4. Burgemeester en wethouders kunnen met een openbaar te maken besluit deze toetsingscriteria wijzigen.
-
5. Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen een vergunning verlenen aan eigenaren of houders van grote voertuigen die niet voldoen aan de toetsingscriteria zoals bedoeld in lid 3.
-
6. Aan de vergunning kunnen beperkingen worden verbonden zowel met betrekking tot de te gebruiken belanghebbendenparkeerplaats als met betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht is.
-
7. Burgemeester en wethouders kunnen aan een vergunning voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Aan een vergunning kunnen burgemeester en wethouders voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer, waaronder mede wordt begrepen het stimuleren van selectief autogebruik.
-
8. Een verstrekte vergunning kan niet worden overgeschreven op naam van een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon.
-
9. De vergunninghouder is verplicht om elke wijziging die van belang is voor het toekennen van de vergunning schriftelijk te melden. Hierop zal door burgemeester en wethouders indien van toepassing een nieuwe vergunning worden verstrekt of zal de bestaande vergunning worden ingetrokken.
Artikel D
-
1. Burgemeester en wethouders beslissen binnen 6 weken na ontvangst van een aanvraag voor een vergunning.
-
2. Burgemeester en wethouders kunnen de in het eerste lid genoemde termijn met ten hoogste 6 weken verlengen. Van een verlenging van deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.
Artikel E
-
1. Een vergunning wordt voor ten hoogste 1 jaar verleend en eindigt daarna van rechtswege.
-
2. Minimaal 6 weken voorafgaand aan het beëindigen van de vergunning zoals bedoeld in het eerste lid krijgt de vergunninghouder schriftelijk de mogelijkheid om een nieuwe vergunning aan te vragen.
-
3. De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:
- a.
de periode (begin- en einddatum) waarvoor de vergunning geldt;
- b.
het weggedeelte of weggedeelten, dan wel de het genummerde parkeervak op het vrachtwagenparkeerterrein waarvoor de vergunning geldt;
- c.
het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend.
- a.
-
4. In afwijking van het gestelde in lid 3 kan de vermelding van het kenteken achterwege blijven indien de vergunninghouder kan aantonen of aannemelijk kan maken dat de vergunninghouder van frequent wisselende vrachtwagens gebruik maakt. Dit wordt in dit geval duidelijk op de vergunning aangegeven.
Artikel F
-
1. Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken of wijzigen:
- a.
op verzoek van de vergunninghouder;
- b.
wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de vergunning ís verleend verlaat of het daar uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt;
- c.
wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de vergunning;
- d.
wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt te vervallen;
- e.
wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften of voorwaarden;
- f.
wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt;
- g.
om redenen van openbaar belang;
- h.
in geval van overlijden van de vergunninghouder;
- i.
in geval van faillissement van de vergunninghouder;
- j.
wanneer de verschuldigde vergunninggelden niet of niet tijdig worden voldaan.
- a.
-
2. In geval van intrekking van een bestaande vergunning is er een mogelijkheid tot restitutie conform de bepalingen zoals opgenomen in de voor de gemeente Barendrecht geldende Parkeerbelastingverordening Grote Voertuigen Barendrecht 2007.
Afdeling III Verbodsbepalingen
Artikel G
-
1. Het is verboden om enig voertuig te plaatsen of te laten staan op een belanghebbendenparkeerplaats, behoudens die voertuigen waarvoor op basis van deze verordening een vergunning is ver(eend.
-
2. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.
Artikel H
-
1. Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden:
- a.
zonder vergunning;
- b.
zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van de vergunning;
- c.
in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften of voorwaarden.
- a.
-
2. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.
Afdeling IV Strafbepaling
Artikel I
Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de eerste categorie.
Afdeling V Overgangs- en slotbepalingen
Artikel J
-
1. Met de opsporing van overtredingen van deze verordening zijn belast de opsporingsambtenaren zoals genoemd in artikel 141 van het Wetboek van Strafverordening.
-
2. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de als buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) aangestelde medewerkers van het parkeerbedrijf PCH Parkeerservices.
Artikel K
Deze verordening kan worden aangehaald als: "Parkeerverordeníng Grote Voertuigen Barendrecht 2007".
Artikel L
-
1. Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na publicatie van deze verordening.
-
2. Deze verordening treedt gelijktijdig in werking met de Parkeerbelastingverordening Grote Voertuigen Barendrecht 2007.
-
3. Na inwerkingtreding van deze verordening vervalt de verordening "Parkeerverordeníng Vrachtwagens Barendrecht".
Ondertekening
Aldus besloten in openbare vergadering van de raad van de gemeente Barendrecht van 26 maart 2007.
De griffier,
mevrouw mr. G.E. Figge
De voorzitter
drs. J. van Belzen
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl