Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR742061
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR742061/1
Beleidsregel Verlagen uitkering WerkSaam Westfriesland
Geldend van 01-08-2025 t/m heden
Intitulé
Beleidsregel Verlagen uitkering WerkSaam WestfrieslandInleiding
De Participatiewet regelt voor de meest voorkomende woonsituaties hoe hoog de uitkering is. WerkSaam mag deze uitkering verlagen als er sprake is van lage of geen woonkosten. In deze beleidsregel staat in welke situaties WerkSaam de uitkering verlaagt en met welk percentage of bedrag.
In deze beleidsregel staat ook hoe WerkSaam omgaat met inkomsten uit commerciële (onder)verhuur of kostgangers. In de Participatiewet is namelijk vastgelegd dat als sprake is van bewoning van een woning met een of meer huurders, onderhuurders of kostgangers, de daaruit voortvloeiende lagere algemene noodzakelijke kosten van het bestaan, als inkomen in aanmerking moeten worden genomen. Behalve als sprake is van de kostendelersnorm, dan is dit namelijk al in de wet geregeld. Maar het is aan de gemeenten zelf, om hier inhoud aan te geven. Dit doen wij in deze beleidsregel.
Het dagelijks bestuur van WerkSaam Westfriesland;
gezien het advies van de cliëntenraad van WerkSaam Westfriesland van 30 juni 2025;
gelet op de artikelen 27 en 33 lid 4 van de Participatiewet;
omdat het wenselijk is regels vast te stellen voor het verlagen van de uitkering vanwege de woonsituatie en het aftrekken van inkomsten uit commerciële verhuur;
b e s l u i t :
de beleidsregel Verlagen uitkering WerkSaam Westfriesland te wijzigen. De tekst na wijziging luidt als volgt:
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
In deze beleidsregel betekent:
- a.
Bijstandsnorm: de hoogte van de uitkering waar de cliënt recht op heeft. Dit staat in artikel 21 van de Participatiewet.
- b.
Cliënt: de persoon die een uitkering van WerkSaam ontvangt.
- c.
COA: Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
- d.
COA-toelage: de totale financiële toelage die de client ontvangt van het COA op grond van de Regeling Verstrekkingen Asielzoekers (Rva 2005).
- e.
Commerciële huurprijs: de prijs voor het gebruik van de woning of een gedeelte daarvan die minimaal de basishuur is zoals die is opgenomen in de Wet op de huurtoeslag. De basishuur is het bedrag aan huur na aftrek van de huurtoeslag.
- f.
Gehuwdennorm: de hoogte van de uitkering waar gehuwden recht op hebben. Dit staat in artikel 21 onderdeel b van de Participatiewet. Met gehuwden worden ook ongehuwden die een gezamenlijke huishouding voeren bedoeld.
- g.
HAR: Hotel- en accommodatieregeling (van het COA).
- h.
Huurprijs: het bedrag dat de cliënt moet betalen voor het gebruik van de woning of een gedeelte daarvan.
- i.
Kostganger: de persoon die inwoont bij de huurder of eigenaar van een woning en daarvoor een vergoeding betaalt die minimaal gelijk is aan het bedrag genoemd in artikel 5 lid 3. Deze vergoeding is ook bedoeld voor het gebruik van maaltijden. De kostganger is geen partner of bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad van de huurder of eigenaar van de woning.
- j.
WerkSaam: het dagelijks bestuur van WerkSaam Westfriesland.
- k.
Woonkosten:
-
- +
als het gaat om een huurwoning, de per maand geldende huurprijs.
- +
als het gaat om een eigen woning, de hypotheekrente per maand en de bij de woning horende kosten, namelijk de rioolrechten, het eigenaarsgedeelte van de onroerendezaakbelasting en de waterschapsbelasting, de opstalverzekering en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor groot onderhoud.
- +
Artikel 2. Doelgroep
Deze beleidsregel is van toepassing op cliënten van 21 jaar of ouder. Ook gehuwden van wie één partner jonger is dan 21 jaar vallen onder deze beleidsregel.
Artikel 3. Verlaging woonsituatie
De verlaging van de uitkering vanwege de woonsituatie is:
- a.
20% van de gehuwdennorm als de cliënt geen woning heeft of gebruik maakt van de Kortdurende opvang (KDO) van een zorgaanbieder.
- b.
15% van de gehuwdennorm als de cliënt in een woning woont waarvoor de cliënt geen woonkosten hoeft te betalen.
- c.
voor de client die gedurende 6 maanden gebruik heeft gemaakt van de HAR van het COA en daarna nog steeds in deze accommodatie gehuisvest is, gelijk aan het verschil tussen de voor deze persoon geldende bijstandsnorm en de COA-toelage die de client tijdens deze periode ontving. Deze verlaging wordt verminderd met het eigen aandeel in de kosten van de premie voor de basisverzekering op grond van de Zorgverzekeringswet en een forfaitair bedrag per maand voor het verplichte eigen risico op grond van de Zorgverzekeringswet.
Artikel 4. Commerciële (ver)huur
- 1.
Er is sprake van commerciële (ver)huur, onder(ver)huur of een kostganger als is voldaan aan 2 voorwaarden:
-
- a.
Er is een huur- of kostgangersovereenkomst waarin een commerciële huurprijs staat en deze huurprijs periodiek wordt aangepast.
- b.
De huurprijs wordt elke maand betaald
- a.
- 2.
Als de huurprijs inclusief water- en energiekosten is, dan is de commerciële huurprijs dit bedrag onder aftrek van een normbedrag voor water- en energiekosten als genoemd artikel 5 lid 2 van deze beleidsregel.
- 3.
Bij een kostganger is de huurprijs inclusief een bedrag voor water- en energiekosten en maaltijden. De commerciële huurprijs is deze huurprijs onder aftrek van het normbedrag als genoemd in artikel 5 lid 3 van deze beleidsregel.
Artikel 5. Inkomsten uit commerciële verhuur
- 1.
WerkSaam trekt de inkomsten uit commerciële verhuur, onderverhuur of een kostganger af van de bijstandsnorm. WerkSaam doet dit op basis van artikel 33 lid 4 van de Participatiewet.
- 2.
Als een deel van de inkomsten is bedoeld voor water- en energiekosten verlaagt WerkSaam deze inkomsten met € 102,- per maand.
- 3.
Inkomsten uit een kostganger verlaagt WerkSaam met € 302,- per maand.
- 4.
Deze bedragen komen uit het vltb-rapport van de Werkgroep Rekenmethode vtlb van Recofa.
Artikel 6. Overgangsbepaling
Indien de cliënt op 1 augustus 2025 gebruik maakt van de 24-uursopvang binnen de Kortdurende Opvang, treedt deze beleidsregel voor deze cliënt in werking op 1 november 2025. Gedurende de eerste 3 maanden na deze datum wordt de in artikel 3 bedoelde verlaging beperkt tot 10% van de gehuwdennorm.
Artikel 7. Inwerkingtreding en citeertitel
- 1.
Deze gewijzigde beleidsregel treedt in werking op 1 augustus 2025.
- 2.
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: beleidsregel verlagen uitkering WerkSaam Westfriesland.
Ondertekening
Vastgesteld in de vergadering van het dagelijks bestuur van 10 juli 2025,
De voorzitter,
Y.W. Nijsingh
De directeur financiële bedrijfsvoering,
A. Witte
Toelichting
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
De meeste cliënten die een woning huren krijgen een huurtoeslag van de Belastingdienst. De huur die na aftrek van de huurtoeslag overblijft noemt de Belastingdienst basishuur. De basishuur is dus het bedrag dat de cliënt altijd zelf moet betalen (de basishuur bedraagt op dit moment circa € 199,- per maand voor personen met een minimuminkomen). WerkSaam gebruikt deze basishuur om te bepalen of er sprake is van een commerciële verhuur. Dit is meestal zo als de huurprijs hoger is dan de basishuur. Als de huurprijs lager is dan de basishuur, dan is er meestal sprake van het delen van kosten en is de kostendelersnorm van toepassing. Er is dan geen sprake van commerciële verhuur.
Ook kan er sprake zijn van een kostganger. Dit is een persoon die inwoont bij de huurder of eigenaar van de woning en daarvoor een vergoeding betaalt. Deze vergoeding is niet alleen voor het gebruik van de woning maar ook voor de maaltijden, internet en/of meubels. De partner van de huurder of eigenaar van de woning kan nooit een kostganger zijn. Ook een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad is geen kostganger. Een bloedverwant in de eerste graad is een kind of ouder. Als het gaat om een kind of ouder van de partner, dan is het een aanverwant in de eerste graad. Een bloedverwant in de tweede graad, is een opa en oma, kleinkind of broer en zus. Als het gaat om een opa en oma, kleinkind of broer en zus van de partner, dan is het een aanverwant in de tweede graad.
Artikel 3. Verlaging woonsituatie
Als de cliënt lage of geen woonkosten heeft, dan verlaagt WerkSaam de bijstandsnorm. De Participatiewet spreekt over lagere noodzakelijke kosten van levensonderhoud door de woonsituatie. Dit staat in artikel 27 van de Participatiewet. WerkSaam verlaagt de uitkering niet als de kostendelersnorm van toepassing is. Deze norm is al lager omdat de woonkosten gedeeld kunnen worden.
In artikel 3 noemen wij 3 woonsituaties. De eerste situatie is dat de cliënt geen woning heeft om in te wonen of tijdelijk niet zelfstandig kan wonen en gebruik maakt van de Kortdurende opvang bij een zorgaanbieder in West-Friesland. Dit betreft een tijdelijke woonplek voor mensen die dakloos zijn geraakt en in een crisis- of noodsituatie zitten..
De Kortdurende opvang maakt sinds 1 januari 2025 onderdeel uit van ‘Wonen met Ondersteuning’. Hier is sprake van een consortium bestaande uit Leger des heils, dnoDoen en Leviaan. Met als onderaannemers Arkin en de Steenuil. Het team Regionale Toegang bepaalt de indicatie, het consortium bepaalt de plek en welke zorgaanbieder.
De Kortdurende opvang bestaat uit de 12- en de 24-uursopvang. In beide gevallen is sprake van lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan als gevolg van de woonsituatie, zoals bedoeld in artikel 27 van de wet. Van de bewoners wordt door de zorgaanbieder een eigen bijdrage gevraagd. De bijdrage voor de 24-uursopvang is hoger dan de 12-uursopvang, omdat hierbij 24 uur per dag onderdak en zorg wordt verleend. Bij de 12-uursopvang is dit niet het geval. De lagere eigen bijdrage voor de bewoners die van de 12-uursopvang gebruik maken, worden gecompenseerd omdat zij overdag niet bij de zorgaanbieder verblijven en als gevolg hiervan (hogere) kosten maken. Daarom achten wij voor beide vormen een verlaging van 20% met de van de gehuwdennorm passend.
Het consortium biedt ook nog andere woonvormen aan, zoals Ondersteund wonen. Bij Ondersteund Wonen heeft de bewoner een eigen kamer en een keuken en moet zelf de maaltijden bereiden. De eigen bijdrage is verschuldigd aan de zorgaanbieder. Bij deze woonvorm is niet of nauwelijks sprake van lagere bestaanskosten, waardoor een verlaging achterwege kan blijven.
Daarnaast zijn er de woonvormen Beschermd wonen en Beschermd thuis. Dit zijn opnames via de Wet Langdurige Zorg (WLZ). De inning van de eigen bijdrage vindt dan plaats door het CAK. De eigen bijdrage wordt berekend op basis van het inkomen en vermogen van 2 jaar geleden. Als de inwoner geen of een laag inkomen heeft dan kan bij het CAK een aanpassing van de eigen bijdrage worden aangevraagd. In de meeste gevallen, wanneer het inkomen niet hoger is dan zak- en kleedgeldniveau, zal dan geen eigen bijdrage worden geïnd. Voor het recht op bijstand betekent dit dat in deze gevallen kan worden volstaan met het verstrekken van de inrichtingsnorm (zak- en kleedgeldnorm).
De forensische opvang is bedoeld voor personen die te maken hebben (gehad) met Justitie. Dit verblijf is meestal een onderdeel van een nazorgtraject na een periode van detentie. Deze vorm van opvang valt niet onder de verlagingen in dit artikel. Cliënten in de forensische opvang krijgen alleen zak- en kleedgeld. Dit heeft WerkSaam geregeld in de “Beleidsregel verblijf in inrichting”.
De tweede situatie is als de cliënt in een woning woont waarvoor hij/zij geen woonkosten hoeft te betalen. Denk bijvoorbeeld aan krakers. Het kan ook zijn dat iemand anders de woonkosten betaalt, bijvoorbeeld de ex-partner. De verlaging is dan 15% van de gehuwdennorm.
De derde situatie betreft vergunninghouders die nadat zij de maximale periode van de Hotel- en accommodatieregeling hebben doorlopen, nog steeds in de HAR-accommodatie opgevangen worden. Tijdens de HAR vallen zij onder de Regeling Verstrekkingen Asielzoekers (Rva 2005). Gedurende deze periode ontvangt de vergunninghouder wekelijks leef- en eetgeld, een wooncomponent en een mogelijke vergoeding voor buitengewone kosten van het COA. Aangezien de HAR fungeert als een voorliggende voorziening op de bijstand, ontvangt de vergunninghouder voor zijn levensonderhoud gedurende deze periode dus geen bijstand. Als de gemeente na 6 maanden (gerekend vanaf de dag van plaatsing via de HAR) nog geen definitieve huisvesting heeft gevonden, stopt het COA de verstrekkingen aan de vergunninghouder. Vanaf dit moment ontstaat er veelal recht op bijstand. In onderling overleg met de gemeente, achten wij het redelijk om het ‘uitkeringsniveau’ van de vergunninghouder op hetzelfde niveau te houden, als tijdens de HAR. Dit omdat de situatie van de vergunninghouder voor wat betreft het uitgavenpatroon, ongewijzigd blijft. Ten aanzien van één onderdeel wijzigt dit wel, want gedurende de HAR is de vergunninghouder via het COA verzekerd voor ziektekosten. Dit wijzigt bij het einde van de HAR. Hierdoor gaat de vergunninghouder extra kosten maken. Deze gaan wij compenseren. Het gaat om:
- •
de basispremie voor de zorgverzekering (min de zorgtoeslag);
- •
het wettelijk verplichte eigen risico voor de zorgverzekering (wij compenseren hiervoor een forfaitair bedrag per maand, gelijk aan het jaarbedrag gedeeld door 12).
Artikel 4. Commerciële (ver)huur
Met dit artikel bepaalt WerkSaam of er sprake is van commerciële (ver)huur of niet. Dit is nodig om te bepalen welke bijstandsnorm van toepassing is. De cliënt kan de huurder zijn maar ook de verhuurder.
In de (onder)huur- of kostgangerovereenkomst moet de huurprijs staan. Het moet gaan om een commerciële huurprijs. In de toelichting bij artikel 1 staat wat dit is. Ook staat in de overeenkomst dat de huurprijs periodiek wordt aangepast. Meestal is dat één keer per jaar. Verder moet de huurprijs ook betaald worden. De cliënt moet dit kunnen aantonen. WerkSaam gebruikt deze voorwaarden om te bepalen of er sprake is van commerciële huur. De rechter heeft in een uitspraak bepaald dat bij een lagere huurprijs ook gekeken moet worden naar de situatie van de cliënt. Er kan dan toch sprake zijn van commerciële huur/verhuur. Het gaat erom dat de cliënt een redelijke prijs betaalt of vraagt voor de kamer of woning. Ook kan het zijn dat de verhuurder de huurprijs niet aanpast, bijvoorbeeld omdat de woning in slechte staat is. Dan kan er toch sprake zijn van commerciële huur/verhuur.
Bij kamerverhuur is de huurprijs vaak ook bedoeld voor het gebruik van water- en energiekosten. Bij kostgangers zelfs ook voor het gebruik van de maaltijden, internet en meubels. Ook dan bepalen wij of er sprake is van commerciële verhuur. Het is niet altijd duidelijk welk deel van de huurprijs is bedoeld voor het gebruik van woning en welk deel voor de andere kosten. Daarom tellen wij bij de basishuur een bedrag op voor gas, water en stroom. Bij kostgangers komt daar nog een bedrag bij voor de maaltijden en andere kosten. Wij gebruiken hiervoor de bedragen uit het vltb-rapport van de Werkgroep Rekenmethode vtlb (vrij te laten bedrag) van Recofa, voor wettelijke schuldsaneringen. Wij leggen dit verder uit in de toelichting op artikel 5.
Artikel 5. Inkomsten uit commerciële verhuur
De cliënt die een woning of een deel daarvan (onder)verhuurt of een kostganger heeft, heeft hieruit inkomsten. Als het gaat om commerciële verhuur trekken wij deze inkomsten af van de bijstandsnorm. Dit doen wij op basis van artikel 33 lid 4 van de Participatiewet. Als er geen sprake is van commerciële verhuur doet WerkSaam niets met deze inkomsten. Dan is namelijk de kostendelersnorm van toepassing. Er is dan al rekening gehouden met deze inkomsten.
WerkSaam trekt niet altijd alle inkomsten af van de bijstandsnorm. Een deel van de inkomsten is soms bedoeld voor kosten die de verhuurder al heeft gemaakt, zoals water- en energiekosten. Om te bepalen hoeveel dat is gebruiken wij de bedragen uit het vtlb-rapport van de Werkgroep Rekenmethode vtlb van Recofa. Dit rapport bepaalt dat bij kamerhuur de kosten van water en energie € 3,34 per dag is. Dat komt neer op € 101,67 per maand, afgerond € 102,-.
Voorbeeld:
De inkomsten uit verhuur zijn € 3 5 0 ,- per maand . Dit bedrag is ook bedoeld voor het gebruik van gas, water en energie . WerkSaam bepaalt dat het bedrag voor gas, water en stroom € 102,- per maand is. Van de bijstands norm trekt WerkSaam € 2 48,- af.
Bij een kostganger doet WerkSaam hetzelfde. Ook hier geldt het bedrag van € 3,34 per dag voor de kosten van gas, water en energie. Daarnaast rekent WerkSaam voor de kosten van maaltijden € 6,57 per dag. Dit is in totaal € 9,91 per dag. Per maand is dit € 301,36 wat wij afronden op € 302,-.
Voorbeeld:
De inkomsten uit een kostganger zijn € 600 ,- per maand. WerkSaam bepaalt dat het bedrag voor kosten (energie, maaltijden , etc.) € 302,- per maand is. Van de bijstandsnorm trekt WerkSaam € 298,- af.
Als er meer kostgangers zijn dan gebruikt WerkSaam bij de tweede kostganger 80% van de hierboven genoemde bedragen. Bij een derde kostganger is dit 70%.
Voorbeeld:
Er zijn 2 kostgangers. Zij betalen allebei € 600 ,- per maand. Het bedrag voor kosten is voor kostganger 1 € 302,- per maand. Voor kostganger 2 is dit € 241,60 per maand (80% x € 302, - ). Van de bijstandsnorm trekt WerkSaam € 6 56,40 af (€ 1 . 200 ,- - € 298,- - € 241,60 ).
Artikel 6. Overgangsbepaling
In artikel 3, onderdeel a, is bepaald dat een verlaging van 20% van de gehuwdennorm wordt toegepast wanneer de cliënt gebruik maakt van de Kortdurende Opvang (KDO) van een zorgaanbieder. Deze verlaging geldt ook voor cliënten die gebruik maken van de 24-uursopvang. Deze beleidswijziging heeft nadelige financiële gevolgen voor cliënten die op het moment van inwerkingtreding van deze beleidsregel al gebruik maken van de 24-uursopvang. Om deze cliënten de gelegenheid te geven zich aan te passen aan de nieuwe situatie, is voor hen een overgangsregeling getroffen die voorziet in een redelijke overgangsperiode.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl