Algemene subsidieverordening gemeente Hoogeveen

Geldend van 01-01-2026 t/m heden

Intitulé

Algemene subsidieverordening gemeente Hoogeveen

De raad van de gemeente Hoogeveen;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

overwegende dat de Algemene subsidieverordening actueel dient te zijn;

besluit vast te stellen de volgende verordening:

Algemene subsidieverordening gemeente Hoogeveen

Artikel 1. Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a. Accountantsverklaring: Een verklaring van een accountant over de betrouwbaarheid van een financieel verslag.

  • b. Awb: Algemene wet bestuursrecht;

  • c. Begrotingssubsidie: subsidie op basis van artikel 4:23, derde lid, onder c van de Awb;

  • d. De-minimissteun: steun die wordt verstrekt op basis van Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L 352/1); Verordening (EU) nr. 2019/316 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 51 I/1); Verordening (EU) nr. 717/2014 van de Commissie van 27 juni 2014 inzake de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserij- en aquacultuursector (PbEU L 190/45), of Verordening (EU) 2018/1923 van de Commissie van 7 december 2018 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun verleend aan diensten van algemeen economisch belang verrichtende ondernemingen (PbEU L 313/2);

  • e. Egalisatiereserve: reserve als bedoeld in artikel 4:72 van de Algemene wet bestuursrecht, bedoeld om toekomstige fluctuaties in de kosten op te kunnen vangen;

  • f. Incidentele subsidie: subsidie die op basis van artikel 4:23, derde lid, onder d van de Awb wordt verstrekt;

  • g. Jaarlijkse subsidie: subsidie die per (boek)jaar of voor een bepaalde periode van maximaal vier jaar wordt verstrekt;

  • h. Onderneming: ieder eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een (economische) activiteit uitoefent;

  • i. Staatssteun: Europees steunkader bestaande uit mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid, 107, 108 of 109 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie heeft vastgesteld, waaronder de Algemene groepsvrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 2017/1084 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 156/1); de Landbouw vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouw- en de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 193/1); en de Visserij vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 1388/2014 van de Commissie van 16 december 2014 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 369/37);

  • j. Subsidieregeling: nadere regels omtrent de verstrekking van subsidie;

  • k. Verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PbEu C 326/47);

Artikel 2. Reikwijdte

  • 1. Deze verordening is van toepassing op de subsidieverstrekking door burgemeester en wethouders, voor bepaalde activiteiten passende binnen de beleidsterreinen van gemeentelijke begroting, met uitzondering van subsidies waarvoor een aparte verordening of nadere regel is opgesteld.

  • 2. Het college van burgemeester en wethouders kunnen bepalen of deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.

Artikel 3. Subsidieregelingen

  • 1. Het college van burgemeester en wethouders kunnen een subsidieregeling vaststellen.

  • 2. Een subsidieregeling bevat ten minste:

    • a.

      een omschrijving van de activiteit waarvoor subsidie kan worden verstrekt;

    • b.

      de wijze van verdeling;

    • c.

      de criteria waaraan de subsidieaanvragen worden getoetst;

    • d.

      hoe de subsidie wordt berekend;

    • e.

      hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.

Artikel 4. Staatssteunregels

  • 1. Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders bij subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze aanvullen.

  • 2. Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling naar het desbetreffende steunkader.

  • 3. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader

  • 4. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor vergoeding in aanmerking die voldoen aan de eisen van het desbetreffende steunkader.

  • 5. Bij subsidies waarop de de-minimisverordening van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor subsidie die voldoen aan de voorwaarden van de de-minimisverordening.

  • 6. Een subsidie die is verleend of vastgesteld wordt ingetrokken, indien sprake is van ongeoorloofde staatssteun.

Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud

  • 1. Het college van burgemeester en wethouders kunnen subsidieplafonds vaststellen. In dat geval bepalen burgemeester en wethouders bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie.

  • 2. Het college van burgemeester en wethouders kunnen een subsidieplafond verlagen als:

    • a.

      het subsidieplafond wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd;

    • b.

      de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd.

  • 3. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.

  • 4. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.

Artikel 6. Aanvraag

  • 1. Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk, via email of via digitaal voorgeschreven wijze (subsidieportaal) ingediend bij het college burgemeester en wethouders. Als hiervoor een aanvraagformulier is vastgesteld geschiedt dit met gebruikmaking daarvan.

  • 2. Bij de aanvraag stuurt de aanvrager in ieder geval de volgende gegevens mee:

    • a.

      een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

    • b.

      de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd en hoe de activiteiten daaraan bijdragen;

    • c.

      een begroting van de kosten van deze activiteit. De begroting bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;

    • d.

      als de aanvrager een onderneming is en staatsmiddelen van toepassing zijn is:

      • i.

        een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

      • ii.

        een verklaring als bedoeld in de verordening met betrekking tot de-minimissteun (de-minimisverklaring);

    • e.

      als het een subsidie betreft die per boekjaar aan een rechtspersoon wordt verstrekt, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag.

  • 3. Een rechtspersoon die voor de eerste keer subsidie aanvraagt, voegt de volgende documenten toe aan de aanvraag:

    • a.

      een exemplaar van de oprichtingsakte;

    • b.

      een exemplaar van de meest recente statuten;

    • c.

      een recent uittreksel uit de Kamer van Koophandel;

    • d.

      het jaarverslag van voorgaand jaar;

    • e.

      de jaarrekening van voorgaand jaar;

    • f.

      de balans van voorgaand jaar.

  • 4. Een rechtspersoon die korter dan één jaar bestaat en die voor de eerste keer subsidie aanvraagt is vrijgesteld van overlegging van genoemde documenten onder bovengenoemd lid onder iv, v en vi.

  • 5. Bij subsidieregeling kan van de voorgaande leden worden afgeweken.

Artikel 7. Aanvraagtermijn

  • 1. Indien een aanvraag voor een eenmalige subsidie niet uiterlijk 8 weken voorafgaand aan de activiteit of het tijdvak waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, wordt ingediend, kan het college van burgemeester en wethouders besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen. Van deze termijn van 8 weken kan bij subsidieregeling worden afgeweken.

  • 2. Een aanvraag om een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, wordt ingediend uiterlijk 1 juni voorafgaand aan het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.

Artikel 8. Beslistermijn

  • 1. Het college van burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk binnen 8 weken, nadat de volledige aanvraag is ingediend.

  • 2. Het college van burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, tweede lid, uiterlijk vóór 31 december van het jaar waarin de aanvraag is ingediend.

  • 3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.

  • 4. Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.

  • 5. De termijn genoemd onder lid 1 en lid 2 kunnen eenmalig met een termijn van vier weken worden verlengd. Dit wordt schriftelijk kenbaar gemaakt aan de aanvrager.

Artikel 9. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden

  • 1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval:

    • a.

      als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt;

    • b.

      als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat door een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun van Nederland onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.

  • 2. Onverminderd het vorige lid weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een Europees steunkader omdat:

    • a.

      subsidie verstrekt zou worden aan een aanvrager die een onderneming drijft die in moeilijkheden verkeert als bedoeld in het desbetreffende steunkader, of

    • b.

      de subsidie geen stimulerend effect heeft als bedoeld in het desbetreffende steunkader.

  • 3. Onverminderd de vorige leden kan het college van burgemeester en wethouders de subsidie verder in ieder geval weigeren:

    • a.

      als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;

    • b.

      als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd;

    • c.

      in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Awb bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;

    • d.

      als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;

    • e.

      als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift;

    • f.

      als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt;

    • g.

      in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen.

  • 4. Het college van burgemeester en wethouders kunnen een subsidie in ieder geval intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

  • 5. Het college van burgemeester en wethouders vorderen een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke uitspraak.

Artikel 10. Verantwoording

Voor zover dit niet is bepaald bij subsidieregeling, wordt bij de verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden.

Artikel 11. Algemene verplichtingen van subsidieontvanger

  • 1. Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht of dat niet, niet tijdig of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld schriftelijk aan het college van burgemeester en wethouders.

  • 2. De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college van burgemeester en wethouders voor handelingen als vermeld in artikel 4:71 van de Awb.

  • 3. Een subsidieontvanger informeert het college van burgemeester en wethouders onverwijld schriftelijk over:

    • a.

      beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon;

    • b.

      relevante wijzingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;

    • c.

      ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat de subsidieontvanger de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet, niet tijdig of niet geheel zal kunnen nakomen;

    • d.

      wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders, en het doel van de rechtspersoon.

Artikel 12. Egalisatiereserve

  • 1. Het is de onderneming aan wie een jaarlijkse subsidie is verstrekt, toegestaan om een egalisatiereserve ten laste van de gemeentelijke subsidie te vormen.

  • 2. Het verschil tussen de vastgestelde gemeentelijke subsidie en de werkelijke kosten van activiteiten waarvoor deze subsidie werd verleend, komt ten gunste onderscheidenlijk ten laste van een apart ingestelde egalisatiereserve dat alleen is opgebouwd uit gemeentelijke subsidie.

  • 3. De omvang van de egalisatiereserve bedraagt niet meer dan 20% van de verleende subsidie.

  • 4. De in lid 1 genoemde egalisatiereserve kan uitsluitend na schriftelijke toestemming van het college van burgemeester en wethouders worden aangewend.

  • 5. Na afloop van de periode waarvoor subsidie is verleend, dan wel na beëindiging van de subsidierelatie restitueert de subsidieontvanger het bedrag van deze reserve binnen een redelijke termijn zoals deze tussen het college van burgemeester en wethouders en de subsidieontvanger wordt afgesproken.

  • 6. In afwijking van de leden 1, 2 en 3 van dit artikel is het een onderneming die een jaarlijkse subsidie ter dekking van exploitatiekosten ontvangt, toegestaan een totaal aan reserves ter hoogte van maximaal 20% van de jaarlijkse exploitatielasten aan te houden.

  • 7. Indien de in lid 6 genoemde totaal aan opgebouwde reserves hoger zijn dan 20% van de jaarlijkse exploitatielasten, wordt door het college van burgemeester en wethouders de subsidie op een lager bedrag vastgesteld. Dit gebeurt naar evenredigheid van het aandeel dat de verleende subsidie heeft in het totaal aan subsidie inkomsten van die onderneming.

  • 8. Het college van burgemeester en wethouders kan bij beschikking afwijken van het bepaalde in het derde en het zevende lid.

Artikel 13. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen

  • 1. Aan een beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen worden verbonden over het beheer en gebruik van hetgeen met de subsidie tot stand is gebracht.

  • 2. Bij subsidies hoger dan € 50.000, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd.

  • 3. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de wet worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan.

  • 4. Bij subsidieregeling kunnen verplichtingen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie aan de subsidie worden verbonden, voor zover deze verplichtingen betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. In de toelichting bij de subsidieregeling wordt uiteengezet waarom daartoe wordt overgegaan.

  • 5. Bij subsidieregeling of verleningsbeschikking kan worden bepaald dat de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor aan het college een vergoeding verschuldigd is als zich een gebeurtenis voordoet als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de wet. Daarbij wordt tevens aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald.

Artikel 14. Eindverantwoording subsidies tot en met € 7.500

  • 1. Subsidies tot en met € 7.500 worden door het college van burgemeester en wethouders direct vastgesteld of verleend en – tenzij toepassing wordt gegeven aan het volgende lid – binnen 8 weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld.

  • 2. Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het vorige lid, kan de aanvrager worden verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen, vindt de vaststelling plaats binnen 8 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.

  • 3. In geval van verlening van een subsidie van ten hoogste € 7.500 wordt een voorschot verstrekt ter hoogte van de verleende subsidie.

Artikel 15. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 7.500

  • 1. Bij subsidies van meer dan € 7.500 dient de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling in:

    • a.

      in geval van een subsidie per kalenderjaar, uiterlijk op 30 april volgend op het kalanderjaar waarover de subsidie is verstrekt;

    • b.

      in andere gevallen uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.

  • 2. De aanvraag tot subsidievaststelling bevat:

    • a.

      een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en aan de verplichtingen is voldaan;

    • b.

      een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten met de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening).

  • 3. Indien de subsidie meer dan €50.000,- bedraagt, bevat de aanvraag tevens:

    • a.

      een balans over het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop;

    • b.

      voor subsidies van meer dan € 100.000,- tevens een accountantsverklaring opgesteld door een onafhankelijke accountant.

  • 4. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.

  • 5. Indien een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het in artikel 15, eerste lid, onder a of b is ingediend, zal het college van burgemeester en wethouders de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen van 6 weken. Als de aanvraag niet binnen deze termijn wordt ingediend, kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling.

  • 6. Ambtshalve vaststelling vindt plaats op maximaal 80% van het bedrag waarop de subsidie zou zijn vastgesteld bij tijdige indiening van de aanvraag tot subsidievaststelling.

  • 7. Het college van burgemeester en wethouders stelt de subsidie vast binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling.

  • 8. De termijn uit lid 7 kan eenmaal met ten hoogste 8 weken worden verlengd.

Artikel 16. Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen

  • 1. Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met gebruikmaking van een bij subsidieregeling voorgeschreven berekeningswijze.

  • 2. Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van de bij subsidieregeling voorgeschreven definities.

  • 3. Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.

Artikel 17. Hardheidsclausule

  • 1. Als een bij of krachtens deze verordening gestelde termijn voor een subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die vanwege bijzondere omstandigheden onevenredig zijn tot de te dienen belangen, kan het college van burgemeester en wethouders een andere termijn vaststellen.

  • 2. Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien onverkorte toepassing zou leiden tot onbillijkheden van overwegende aard.

Artikel 18. Overgangsbepalingen

  • 1. Aanvragen tot vaststelling van subsidies die zijn verleend op basis van de Algemene subsidieverordening gemeente Hoogeveen 2021 worden afgehandeld volgens die verordening.

  • 2. Op de aanvragen om subsidie, die zijn ingediend vóór 1 januari 2026, zijn de bepalingen van de Algemene subsidieverordening gemeente Hoogeveen 2021 van toepassing. Het college van burgemeester en wethouders kan echter voor deze aanvragen de Algemene subsidieverordening gemeente Hoogeveen toepassen, indien dit een voordeel voor aanvrager oplevert.

Artikel 19. Slotbepalingen

  • 1. De Algemene subsidieverordening gemeente Hoogeveen 2021 wordt ingetrokken op 1 januari 2026;

  • 2. Subsidieregelingen gebaseerd op artikel 3 van de Algemene subsidieverordening Hoogeveen 2021 worden geacht te berusten op artikel 3 van deze verordening.

  • 3. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2026.

  • 4. Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening gemeente Hoogeveen.

Ondertekening

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hoogeveen, gehouden op 25 juni 2025.

De griffier,

De voorzitter,

C. ELKEN- VAN MIERLO M. BREUKELMAN