Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR741289
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR741289/1
Monumenteneilandsverordening Sint Eustatius 2020
Geldend van 01-07-2020 t/m heden
Intitulé
Monumenteneilandsverordening Sint Eustatius 2020De regeringscommissaris voor Sint Eustatius, handelend op grond van artikel 3, eerste lid, van de Tijde-lijke wet verwaarlozing Sint Eustatius in plaats van de eilandsraad;
gelet op de artikelen 152 Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba jo. 2, 3, 6 en 8 van de Monumentenwet BES;
Besluit:
vast te stellen de navolgende
Monumenteneilandsverordening Sint Eustatius 2020
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 1
Deze verordening neemt de definities van de Monumentenwet BES over en bedoelt verder met "monumentenraad": de commissie bedoeld in artikel 3, eerste lid, van deze verordening.
Artikel 2
Het bestuurscollege brengt, na advies van de monumentenraad te hebben ingewonnen, ten minste een maal per twee jaar aan de eilandsraad een rapport uit van de aanwezigheid van monumenten en stads- en dorpsgezichten alsmede van de toestand waarin de beschermde monumenten en de beschermde stads- en dorpsgezichten zich bevinden.
Hoofdstuk 2 Monumentenraad
Artikel 3.
-
1. Het bestuurscollege stelt een commissie in als bedoeld in artikel 118 van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, genaamd Monumentenraad, met als taak om het bestuurscollege gevraagd of ongevraagd van advies te dienen met betrekking tot monumentenzorg.
-
2. De leden dienen deskundig te zijn op het gebied van de technische, financiële en/of juridische aspecten van monumentenzorg, bouwkunde, stedenbouwkunde, kunst, geschiedenis van het eiland en het volk van Sint Eustatius en/of toerisme.
-
3. Bij eilandbesluit, houdende algemene maatregelen, worden de inrichting en de werkwijze van de monumentenraad geregeld.
Artikel 4
-
1. Monumenten kunnen al dan niet op verzoek van een belanghebbende door het bestuurscollege worden aangewezen tot beschermd monument.
-
2. Alvorens een beslissing te nemen wint het bestuurscollege het advies in van de monumentenraad in welke advies de monumentenraad in elk geval motiveert of een monument al dan niet van algemeen belang is als bedoel in artikel 1, onderdeel a, van de Monumentenwet BES om te worden aangewezen tot beschermd monument.
-
3. Een besluit tot aanwijzing wordt met redenen omkleed, vermeldt in ieder geval de monumentale waarde van de zaak en op grond van welk algemeen belang of welke algemene belangen, is besloten de zaak tot een beschermd monument aan te wijzen.
-
4. Het bestuurscollege neemt op verzoek tot het aanwijzen van een monument tot een beschermd monument binnen een termijn van zes maanden een besluit.
Artikel 5
-
1. Een besluit tot aanwijzing wordt zo spoedig mogelijk door het bestuurscollege schriftelijk aangetekend ter kennis gebracht van de eigenaren en van de rechthebbenden met een beperkt zakelijk recht van het betreffende monument, alsmede van de verzoeker, indien om aanwijzing is verzocht. Bij onroerende monumenten geschiedt de kennisgeving voor zoveel mogelijk aan degenen, die als zodanig in de openbare registers bekend staan.
-
2. Het besluit tot aanwijzing wordt tevens zo spoedig mogelijk door het bestuurscollege ter algemene kennis gebracht door vermelding vooraf van de ter inzagelegging ervan in een of meer plaatselijke dag- of nieuwsbladen, en voorts op de publicatie van officiële mededelingen gebruikelijke wijze.
Hoofdstuk 3 Monumentenregister
Artikel 6
-
1. Het bestuurscollege houdt van beschermde monumenten en beschermde stad- en dorpsgezichten een openbaar register bij, genaamd het monumentenregister. In het register schrijft het bestuurscollege de monumenten en stad- en dorpsgezichten in, die tot beschermde monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten zijn aangewezen. Hierbij wordt vermeld, met redenen omkleed, de monumentale waarde ervan en van het algemene belang of de algemene belangen op grond waarvan tot bescherming van de monumentale waarde is besloten. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen roerende en onroerende monumenten. De inschrijvingen geschieden, nadat de periode van ter inzagelegging van het besluit tot aanwijzing is verstreken.
-
2. De inrichting en het beheer van het in het eerste lid bedoelde register worden geregeld bij eilandbesluit, houdende algemene maatregelen. Het register berust onder het bestuurscollege en is voor een ieder ter inzage op ten kantore van de Directie ENI, sectie planning en ruimtelijke ontwikkeling. Eenieder kan zich aldaar op eigen kosten afschriften doen verstrekken.
Artikel 7
-
1. Het monumentenregister wordt gevormd door de verzameling van registerbladen en relevante gegevens betreffende beschermde roerende en onroerende monumenten en stads- en dorpsgezichten. De verzameling van registerbladen kan in een geautomatiseerde vorm worden opgeslagen.
-
2. Van een beschermd monument of stads- en dorpsgezicht wordt vermeld:
- a.
de datum van inschrijving in het monumentenregister;
- b.
de beschrijving van het monument of stads- en dorpsgezicht;
- c.
de monumentale waarde;
- d.
een omschrijving van het algemene belang, dat de aanwijzing tot beschermd monument of stads- en dorpsgezicht rechtvaardigt;
- e.
voor zover het betreft een beschermd stads- en dorpsgezicht, de voor het stads- en dorpsgezicht geldende bestemmingsvoorschriften.
- a.
-
3. Van een onroerend monument wordt vermeld:
- a.
de plaatselijke aanduiding;
- b.
de kadastrale aanduiding;
- c.
de datum van kennisgeving aan de hypotheekbewaarder van de inschrijving in het monumen-tenregister.
- d.
Van een roerend monument wordt vermeld:
- e.
voor zover aan het bestuurscollege bekend, de naam, de voornamen en het woonadres van de eigenaar en, indien van toepassing, de rechthebbende met een beperkt zakelijk recht;
- f.
de plaats waar het monument zich ten tijde van de inschrijving bevindt;
- g.
indien het op grond van een vergunning als bedoeld in artikel 5 van de Monumentenwet BES mag worden verplaatst, de plaats of plaatsen, waarheen het mag worden verplaatst.
- h.
In het register wordt voorts aantekening gehouden van:
- i.
verbeteringen van onjuiste of onvolledige gegevens over een ingeschreven beschermd monument of stads- en dorpsgezicht;
- j.
wijzigingen die aan het beschermde monument zijn ontstaan of aangebracht, met vermelding van de datum van wijziging en, voor zover bekend, de reden daarvan;
- k.
wijzigingen in de omstandigheden die bepalend zijn geweest om een monument of stads- en dorpsgezicht aan te wijzen als beschermd monument, onderscheidenlijk stads- en dorpsgezicht.
- l.
wijzigingen van bestemmingsvoorschriften met betrekking tot beschermd stads- en dorpsgezichten, nadat de desbetreffende eilandsverordening waarbij die wijzigingen zijn vastgesteld in werking is getreden.
- m.
wijzigingen in de kadastrale tenaamstelling of kadastrale aanduiding van een onroerend monument nadat de hypotheekbewaarder het bestuurscollege daarvan kennis heeft gegeven.
- a.
Artikel 8
-
1. Het bestuurscollege geeft, indien het een onroerend goed betreft, binnen veertien dagen na de inschrijving van een beschermd monument in het monumentenregister, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van deze verordening, daarvan door middel van een afschrift, kennis aan de hypotheekbewaarder.
-
2. Het bestuurscollege is ambtshalve of op verzoek van een belanghebbende bevoegd, in het register wijzigingen aan te brengen of beschermde monumenten, na de monumentenraad gehoord te hebben, van het register af te voeren. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing. De artikelen 4 en 5 zijn van overeenkomstige toepassing tenzij de wijzigingen in het register geen veranderingen in de mate van bescherming te weeg zullen brengen of van ondergeschikte aard zijn en de
Hoofdstuk 4 Afbraak zonder herstel
Artikel 9
-
1. Indien een vergunning wordt aangevraagd om een beschermend monument zonder herstel geheel of gedeeltelijk af te breken, hoort het bestuurscollege zo spoedig mogelijk de monumentenraad.
-
2. Het bestuurscollege maakt het verzoek, alsmede zijn besluit terstond bekend op de in artikel 5, tweede lid, van deze verordening aangegeven, wijze.
-
3. Een vergunning om een beschermd monument zonder herstel geheel of gedeeltelijk af te breken, wordt van kracht zes weken nadat zij is bekendgemaakt. Indien binnen die termijn een verzoek om schorsing is ingediend, treedt zij niet eerder in werking dan nadat op dat verzoek is beslist.
Artikel 10
-
1. Een besluit tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Monumentenwet BES wordt met redenen omkleedt.
-
2. Het bestuurscollege kan aan een vergunning voorwaarden verbinden in het belang van de m
-
3. Monumentenzorg. Een vergunning kan worden verleend voor een bepaalde tijd.
Artikel 11
-
1. Het bestuurscollege kan een verleende vergunning bij een met redenen omkleed besluit geheel of gedeeltelijk intrekken indien blijkt dat:
- a.
de vergunning ten gevolge van onjuiste of onvolledige gegevens is verleend;
- b.
de vergunninghouder de aan de vergunning verbonden voorschriften niet naleeft of anderszins misbruik maakt van de vergunning;
- c.
de vergunninghouder op ondeskundige wijze graafwerk ter opsporing of ter onderzoeking van monumenten verricht dan wel op ondeskundige wijze herstelwerkzaamheden aan een beschermd monument verricht;
- d.
sinds het tijdstip van de vergunningverlening de omstandigheden aan de zijde van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd dat, na afweging van alle betrokken belangen, in redelijkheid tot het oordeel moet worden gekomen dat, ter bescherming van de belangen van het beschermde monument, de vergunning niet langer in stand kan blijven.
- a.
-
2. Het bestuurscollege neemt geen beslissing als bedoeld in het eerst lid, alvorens de vergunninghouder gehoord althans behoorlijk opgeroepen is, tenzij de vereiste spoed zich hiertegen verzet.
-
3. De beslissing bedoeld in het tweede lid wordt terstond schriftelijk ter kennis van de vergunninghouder gebracht.
Hoofdstuk 5 Beschermde stads en- dorpsgezichten
Artikel 12
-
1. De eilandsraad kan stads- en dorpsgezichten aanwijzen als beschermde stads- of dorpsgezichten.
-
2. Voordat de eilandsraad besluit tot aanwijzing, wijziging van een aanwijzing of intrekking van een aanwijzing, wordt een ontwerpbesluit ter inzage gelegd gedurende zes weken. Van de terinzagelegging wordt vooraf bekendgemaakt door publicatie in het Afkondigingsblad. Iedereen kan gedurende deze termijn van zes weken zijn zienswijze indienen met betrekking tot het ontwerpbesluit.
-
3. De eilandsraad besluit zo spoedig mogelijk na afloop van deze termijn omtrent de aanwijzing. De eilandsraad gaat in zijn besluit in op de tijdig ingediende zienswijzen.
-
4. Het besluit wordt bekendgemaakt door publicatie van het besluit in het Afkondigingsblad.
-
5. Van het besluit wordt schriftelijk ter kennis gebracht aan degenen, die bekend zijn als eigenaar en beperkt gerechtigde van onroerend goed binnen het aangewezen gebied alsmede aan de bewaarder der openbare registers bedoeld in titel 1, afdeling 2, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES.
Artikel 13
-
1. In beschermde stads- of dorpsgezichten is het verboden een bouwwerk geheel of gedeeltelijk af te breken zonder- of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bestuurscollege.
-
2. Aan een vergunning als bedoeld in het vorige lid kunnen ter bescherming van het stads- en dorpsgezicht voorwaarden worden verbonden.
-
3. Geen sloopvergunning is vereist voor het afbreken ingevolge een aanschrijving van het bestuurs-college.
Hoofdstuk 6 Subsidie
Artikel 15 Begripsbepalingen
Bedoeld is met:
|
herstel: |
het treffen van voorzieningen tot opheffing van bouwtechnische gebreken, het normale onderhoud te boven gaand, noodzakelijk voor de instandhouding van de cultuurhistorische waarde van het monument; |
|
subsidiabel onderhoud: |
het doen van onderhoud en schilderwerk aan houtwerk en reparaties aan voegwerk die bijdragen aan de instandhouding van de benoemde cultuurhistorische waarden van het monument; |
|
subsidiabele herstelkosten: |
die kosten die noodzakelijk zijn om de in de aanwijzing van een beschermd monument genoemde onderdelen van dat monument, op sobere en doelmatige wijze te herstellen en te conserveren. Dit betreft de geraamde en door het bestuurscollege goedgekeurde bedragen van:
|
|
subsidieplafond: |
het bedrag dat jaarlijks in totaal beschikbaar is voor het verstrekken van subsidies krachtens deze regeling; |
|
subsidievaststelling: |
het besluit van het bestuurscollege waarbij het bedrag van de subsidie definitief wordt vastgesteld en dat aanspraak geeft op uitbetaling; |
|
subsidieverlening: |
het besluit van het bestuurscollege dat een voorwaardelijke aanspraak op subsidie geeft; |
|
verdeelsleutel: |
wijze waarop de beschikbare subsidie wordt verdeeld over de aanvragers |
Artikel 16 Grondslag en werkingssfeer
-
1. In dit hoofdstuk wordt afgeweken van de subsidieverordening Sint Eustatius.
-
2. Het bestuurscollege kan aan de eigenaren, beperkt gerechtigden of degenen die ingevolge het Burgerlijk Wetboek BES tot onderhoud en herstel gehouden zijn, op aanvraag een tegemoetkoming toekennen in de kosten van onderhoud en herstel van een beschermd monument.
-
3. De subsidie wordt berekend over de kosten van de subsidiabele voorzieningen, met uitzondering van de kosten waarvoor op grond van enige andere regeling subsidie in de kosten van de voorzieningen kan worden verkregen.
-
4. Ingeval van brandschade worden de kosten berekend aan de hand van de kosten van de te treffen voorzieningen minus de bij voldoende dekking uit te keren verzekeringspenningen.
Artikel 17 Subsidieplafond
-
1. Het bestuurscollege kent slechts subsidie toe voor zover de begrote financiële middelen voor het betreffende jaar en doel toereikend zijn (subsidieplafond).
-
2. Aanvragen om subsidie, die in verband met het bepaalde in lid 1 niet kunnen worden toegekend, worden door het bestuurscollege afgewezen maar kunnen in een volgend jaar opnieuw worden ingediend.
Artikel 18 Hoogte van de subsidie
-
1. De subsidiabele kosten van de voorzieningen dienen tenminste $ 1.000,- te bedragen.
-
2. De subsidie bedraagt maximaal 50% van de goedgekeurde subsidiabele kosten met per object een maximum van $ 10.000 vastgesteld subsidie per tijdvak van drie jaar.
Artikel 19 Weigeringsgronden
-
1. Het bestuurscollege wijst een aanvraag af of kan het toe te kennen subsidiebedrag beperken indien:
- a.
met het treffen van de voorzieningen het belang van de monumentenzorg niet of in onvoldoende mate wordt gediend;
- b.
de kosten van de voorzieningen niet in een redelijke verhouding staan tot het te bereiken resultaat;
- c.
met het treffen van de voorzieningen is begonnen voordat de aanvrager een voorlopige subsidiebeschikking heeft ontvangen;
- d.
met het treffen van vergunningplichtige voorzieningen is begonnen voordat een monumentenvergunning is verleend;
- a.
-
3. Indien de totale aanspraken op subsidie hoger zijn dan het subsidieplafond, wordt het beschikbare bedrag volgens navolgende verdeelsleutel verdeeld over het aantal aanvragers:
- a.
aanvragen in verband met herstel krijgen voorrang boven aanvragen in verband met onderhoud;
- b.
bij aanvragen in verband met voorzieningen gericht op herstel krijgen aanvragen met een hogere bouwtechnische noodzaak voorrang boven aanvragen met een lagere bouwtechnische noodzaak;
- c.
bij aanvragen in verband met voorzieningen gericht op herstel met een gelijke bouwtechnische noodzaak wordt het beschikbare bedrag naar evenredigheid verdeeld;
- d.
bij aanvragen in verband met onderhoud wordt het beschikbare bedrag naar evenredigheid verdeeld.
- a.
-
4. Het bestuurscollege kan in het belang van de monumentenzorg afwijken van het bepaalde in dit artikel.
Artikel 20 Subsidieaanvraag
-
1. De aanvraag voor de subsidie dient op 1 september voorafgaand aan het jaar waarin de kosten gemaakt zullen worden, te zijn ingediend en voorzien van de benodigde bijlagen.
-
2. Onder de in het eerste lid genoemde bijlagen, wordt in ieder geval bedoeld:
- a.
een onderbouwing van de kostenraming door offertes;
- b.
offertes van bedrijven met aantoonbare ervaring van monumentenherstel;
- c.
een projectmatige plan van aanpak met realistisch tijdpad;
- d.
een objectieve kwaliteitscontrole.
- a.
-
3. Het bestuurscollege besluit uiterlijk 1 november daaropvolgend op de aanvraag omtrent subsidieverlening.
-
4. Indien niet wordt voldaan aan het gestelde in het eerste lid stelt het bestuurscollege de aanvrager in de gelegenheid om binnen twee weken de ontbrekende gegevens alsnog in te dienen.
-
5. Van het bepaalde in het eerste lid kan worden afgeweken wanneer als gevolg van brand of een andere calamiteit op korte termijn voorzieningen aan het monument moeten worden getroffen.
Artikel 21 Voorschot
Het bestuurscollege kan op basis van zijn beschikking tot subsidieverlening bepalen dat een voorschot aan de aanvrager wordt uitbetaald.
Artikel 22 Subsidievoorwaarden
-
1. De subsidie wordt verleend onder de voorwaarden dat:
- a.
de aanvang van de werkzaamheden tenminste twee weken van tevoren wordt gemeld aan het bestuurscollege;
- b.
met de uitvoering van de werkzaamheden wordt begonnen binnen 26 weken na de datum van het besluit tot verlening van subsidie;
- c.
de werkzaamheden voltooid zijn en een gereed melding, geverifieerd door een onafhankelijk deskundige, wordt ingediend binnen 104 weken na de subsidieverlening;
- d.
aan de door het bestuurscollege met controle belaste personen:
- -
toegang wordt verleend tot het monument;
- -
inzage wordt verleend in de op het treffen van de voorzieningen betrekking hebbende gegevens;
- -
- e.
dat de eigenaar, het pand regelmatig zal onderhouden.
- a.
-
2. Het bestuurscollege kan in bijzondere gevallen afwijken van het bepaalde in lid 1 of in het belang van de monumentenzorg aanvullende voorwaarden verbinden aan het verlenen van subsidie.
Artikel 23 Gereedmelding en vaststelling subsidie
-
1. De aanvrager dient een aanvraag tot subsidievaststelling in, zo spoedig mogelijk na voltooiing van de werkzaamheden doch in elk geval binnen 104 weken na subsidievaststelling. Een gereedmelding geldt mede als aanvraag tot subsidievaststelling.
-
2. De gereedmelding als bedoeld in het eerste lid bevat:
- a.
een volledig ingevuld gereedmeldingsformulier, zoals ter beschikking gesteld;
- b.
een volledig en duidelijk kostenoverzicht;
- c.
een kopie van alle originele rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de restauratiewerkzaamheden dan wel indien de aanvrager een rechtspersoon is een verklaring van een registeraccountant overlegt waaruit blijkt dat het overgelegde kostenoverzicht juist en volledig is;
- a.
-
3. De hoogte van de vast te stellen subsidie wordt berekend op basis van de bij de verlening aanvaarde subsidiabele kosten van voorzieningen en van de in lid 1 en 2 genoemde stukken of de werkelijke kosten van de voorzieningen als deze hoger dan wel lager zijn en op basis van de principe verdeling uit artikel 18;
Artikel 24 Ambtshalve vaststelling van de subsidie
Als de aanvrager nalatig is en nalatig blijft om een gereedmelding in te dienen, stelt het bestuurscollege de subsidie ambtshalve vast op nihil.
Artikel 25 Terugbetaling voorschotten
Als voorschotten zijn uitbetaald en het bedrag van de vastgestelde subsidie lager is dan het bedrag van de uitbetaalde voorschotten, moet het meerdere terugbetaald worden.
Artikel 26 Uitbetaling van de subsidie
De subsidie wordt uitbetaald binnen zes weken na het besluit tot subsidievaststelling onder verrekening van de eventueel reeds uitbetaalde voorschotten.
Artikel 27 Intrekking van subsidie
Ingeval van niet-naleving van één of meer van de voorwaarden als bedoeld in deze verordening kan het bestuurscollege al naar gelang de ernst van de overtreding:
- a.
een besluit tot verlening en/of vaststelling van subsidie geheel of gedeeltelijk intrekken;
- b.
reeds betaalde subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen.
Artikel 28
Indien op grond van artikel 8 van de Monumentenwet BES de eigenaar van een beschermd roerend monument op aanwijzing van het bestuurscollege verplicht wordt tot het aan het openbaar lichaam afstaan in bruikleen daarvan ter bezichtiging, kent het bestuurscollege aan hem op zijn verzoek een naar redelijkheid te bepalen schadevergoeding toe.
Hoofdstuk 7 Slotbepalingen
Artikel 29 Intrekking oude verordening
De Monumenteneilandsverordening Sint Eustatius, A.B. 2008 no 4, wordt ingetrokken.
Artikel 30 Overgangsbepaling
-
1. Een krachtens Monumenteneilandsverordening Sint Eustatius aangewezen en geregistreerd beschermd monument, voorlopig monument of beschermd stads- of dorpsgezicht, worden geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.
-
2. De krachtens Monumenteneilandsverordening Sint Eustatius benoemde leden van de Monumentenraad, blijven aan totdat er nieuwe leden op basis van deze verordening worden benoemd doch uiterlijk voor een termijn van 6 maanden.
Artikel 31 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2020
Artikel 32 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als ‘Monumenteneilandsverordening Sint Eustatius 2020’.
Ondertekening
Sint Eustatius, 26 mei 2020
De regeringscommissaris voor Sint Eustatius
w.g. De heer M.L.A. van Rij
Toelichting
De Monumentenwet BES legt het openbaar lichaam Sint Eustatius de verplichtingen op tot het stellen van nadere regels in een Monumenteneilandsverordening. Naar aanleiding daarvan is deze verordening geschreven en vastgesteld om te voldoen aan de verplichting tot het vaststellen van een verordening waarin voorzieningen worden getroffen tot het behoud van monumenten en stads- en dorpsgezichten.
De Monumenteneilandsverordening Sint Eustatius 2020 beschrijft onder andere de bescherming van monumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en de samenstelling van het monumentenregister. De Monumenteneilandsverordening Sint Eustatius was juridisch achterhaald en onvolledig samengesteld, waardoor het noodzakelijk is geacht een nieuwe Monumenteneilandsverordening vast te stellen.
In deze verordening zijn artikelen opgenomen die zien op de wijze waarop beschermde monumenten worden aangewezen, hoe de publicatie van zulke aanwijzingen geschiedt, wat het openbare monumentenregister inhoudt, en hoe een eigenaar van een onroerende zaak ter kennis wordt gebracht als zijn onroerende zaak de aanwijzing tot beschermd monument krijgt.
Tevens zijn er bepalingen opgenomen over de wijze waarop en de gevallen waarin aan betrokkenen een tegemoetkoming in de kosten van onderhoud en herstel kunnen worden toegekend.
Hoofdstuk 1:
Voor de specifieke uitleg van de in deze verordening terugkomende begrippen, dient artikel 1, van de Monumentenwet BES geraadpleegd te worden. Deze wet is te vinden op www.wetten.overheid.nl.
Hoofdstuk 2:
Het bestuurscollege stelt een commissie in als bedoeld in artikel 118 van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, genaamd Monumentenraad. Op grond van dit artikel kan de eilandsraad, het bestuurscollege of de gezaghebber andere commissies instellen. Op basis van deze bevoegdheid stelt het bestuurscollege een Monumentenraad in. De Monumentenraad heeft als taak het bestuurscollege gevraagd of ongevraagd van advies te dienen met betrekking tot monumentenzorg.
Hoofdstuk 3:
In dit hoofdstuk wordt nader uitgelegd hoe de inschrijving in het openbare monumentenregister plaats vindt en aan welke voorwaarden de inschrijving moet voldoen.
Hoofdstuk 4:
Een verzoek om schorsing bedoeld in artikel 9, derde lid, van deze verordening dient schriftelijk plaats te vinden
Hoofdstuk 6:
De Monumenteneilandsverordening heeft een link met de Monumentenwet-BES. Deze andere wettelijke basis is de reden waarom gekozen is een afzonderlijk subsidiehoofdstuk in deze Monumenteneilandsverordening op te nemen.
De procedures in de subsidieverordening Sint Eustatius wijken op een heel aantal punten af van de Monumenteneilandsverordening Sint Eustatius 2020. Zo geldt voor een monumentensubsidie bijvoorbeeld 1 september als uiterlijke aanvraagdatum, terwijl die in de subsidieverordening op 1 april is gesteld voorafgaand aan het jaar waarvoor de subsidie gaat gelden. Hoewel de subsidie elke 5 jaar kan terugkomen, is de monumentensubsidie qua karakter een eenmalige subsidie. De monumentensubsidie heeft geen periodiek karakter in de zin dat jaarlijks een subsidieaanvraag wordt ingediend.
Hoofdstuk 7
Er is reeds een Monumentenraad op grond van de Monumenteneilandsverordening Sint Eustatius, de leden van de monumentenraad waren na de inwerkingtreding van die verordening en de inwerkingtreding van het Besluit inrichting en werkwijze Monumentenraad benoemd. Conform laatst genoemde regeling worden de leden voor een periode van 4 jaren benoemd met mogelijkheid van herbenoeming. Gezien het voorgaande en het feit dat de huidige leden reeds meer dan 4 jaren geleden benoemd zijn is het wenselijk om de leden van de Monumentenraad of te herbenoemen, dan wel nieuwe leden te benoemen als een lid niet herbenoemd kan of wenst te worden.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl