Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR741091
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR741091/1
Besluit van de regeringscommissaris van 5 mei 2020 no. 11 in plaats van de eilandsraad tot vaststelling van de Referendumverordening openbaar lichaam Sint Eustatius 2020
Geldend van 01-06-2020 t/m heden
Intitulé
Besluit van de regeringscommissaris van 5 mei 2020 no. 11 in plaats van de eilandsraad tot vaststelling van de Referendumverordening openbaar lichaam Sint Eustatius 2020De regeringscommissaris voor Sint Eustatius, handelend op grond van artikel 3, eerste lid, van de Tijdelijke wet verwaarlozing Sint Eustatius in plaats van de eilandsraad;
gelet op artikel 152 van de Wet openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
Besluit:
vast te stellen de navolgende
Referendumverordening openbaar lichaam Sint Eustatius 2020
Artikel 1 Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
- a.
concept eilandsraadsbesluit: een aan of door de eilandsraad voorgelegd voorstel tot een besluit dat in de agenda van een eilandsraadsvergadering is opgenomen;
- b.
volksraadpleging: een door het eilandbestuur van het openbaar lichaam Sint Eustatius te houden stemming waarbij kiesgerechtigden zich kunnen uitspreken over een concept eilandsraadsbesluit of een zaak of aangelegenheid van algemeen belang;
- c.
volksinitiatief: een op initiatief van de bevolking van het eiland Sint Eustatius te houden volksraadpleging over een zaak of aangelegenheid van algemeen belang, niet zijnde een concept-eilandsraadsbesluit;
- d.
raadplegend referendum: een op initiatief van de eilandsraad te houden volksraadpleging over een concept-eilandsraadsbesluit;
- e.
raadgevend referendum: een op initiatief van de bevolking van het eiland Sint Eustatius te houden volksraadpleging over een concept eilandsraadsbesluit;
- f.
geldige uitslag: een uitslag van een stemming die als zodanig kan worden beschouwd als een uitspraak die representatief is als weergave van de mening van de kiesgerechtigde bevolking van het eiland Sint Eustatius ten opzichte van de bij die stemming bepaalde vraagstelling.
- g.
uitkomst van de stemming: het resultaat van de stemming bij een geldige uitslag van het aantal geldig uitgebrachte stemmen per keuzemogelijkheid afgezet tegen het totale aantal van de geldig en ongeldig uitgebrachte stemmen, weergegeven in aantal en overeenkomstige percentages;
- h.
kiesgerechtigde:
- 1.
de meerderjarige ingezetene van het openbaar lichaam Sint Eustatius met de Nederlandse nationaliteit, aan wie het actieve kiesrecht niet is ontnomen;
- 2.
de meerderjarige ingezetene van het openbaar lichaam Sint Eustatius die vijf jaren of langer legaal ingezetene is, aan wie het actieve kiesrecht niet is ontnomen.
- 1.
Artikel 2. Referendabele besluiten
Concept eilandsraadsbesluiten kunnen onderwerp zijn van een volksraadpleging, met uitzondering van besluiten:
- a.
over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, kwijtscheldingen en schenkingen;
- b.
over de hoogte van geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers en hun nabestaanden;
- c.
de vaststelling, wijziging of intrekking van de arbeidsvoorwaardenregeling en daaruit voortvloeiende besluiten met betrekking tot de griffier en de medewerkers van de griffie;
- d.
over de vaststelling van de eilandelijke begroting en de rekening;
- e.
over de vaststelling van eilandelijke tarieven en belastingen;
- f.
over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten in het kader van deze verordening;
- g.
ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de wetgever waaromtrent de eilandsraad geen beleidsvrijheid heeft;
- h.
die naar het oordeel van de eilandsraad hun grondslag vinden in een eerder genomen besluit waarover een referendum is gehouden of kon worden gehouden; of
- i.
waarvan de eilandsraad van mening is dat andere dringende redenen aanleiding zijn om geen referendum te houden.
Artikel 3. Samenstelling referendumcommissie
-
1. De eilandsraad stelt een onafhankelijke referendumcommissie in en benoemt en ontslaat haar leden.
-
2. De referendumcommissie bestaat uit drie leden; de voorzitter wordt door de eilandsraad benoemd.
-
3. Voor de besluitvorming is een quorum vereist van drie leden.
-
4. De commissie wordt ondersteund door de eilandgriffier of een door de eilandgriffier aan te wijzen me-dewerker van de griffie.
-
5. De voorzitter en de leden van de commissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van het openbaar lichaam Sint Eustatius.
-
6. De leden worden benoemd voor een periode van vier jaren. Aftredende leden kunnen worden herbe-noemd indien de eilandsraad na vier jaren besluit de referendumcommissie in stand te houden.
-
7. De leden kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij die aftreden of ontslag hebben genomen blijven hun functie waarnemen totdat in hun opvolging is voorzien.
Artikel 4. Taken referendumcommissie
-
1. De commissie als bedoeld in artikel 3 heeft tot taak:
- a.
de eilandsraad te adviseren over de toepassing van artikel 2;
- b.
de eilandsraad een voorstel te doen voor de vraagstelling van een volksraadpleging;
- c.
toezicht te houden op de uitvoering van de verordening en de organisatie van een volksraadpleging;
- d.
toezicht te houden op de objectiviteit van de door het openbaar lichaam te verstrekken voorlichting;
- e.
de eilandsraad te adviseren over de evaluatie van een gehouden volksraadpleging.
- a.
-
2. De commissie adviseert voorts gevraagd en ongevraagd over aanpassingen van deze verordening, over de bij een volksraadpleging alsmede verzoeken daartoe te volgen procedure en over alle overige zaken die een volksraadpleging betreffen.
-
3. De adviezen van de commissie zijn openbaar.
-
4. De commissie kan zich, na goedkeuring van de eilandsraad, doen laten bijstaan door externe adviseurs.
Artikel 5 Initiatief van de eilandsraad (raadplegend referendum/volksraadpleging)
-
1. De eilandsraad kan besluiten tot het houden van een raadplegend referendum of een volksraadpleging.
-
2. Het bepaalde in artikel 8 en volgende is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 6. Inleidend verzoek (raadgevend referendum/volksinitiatief)
-
1. Een inleidend verzoek om een referendum te houden wordt uiterlijk een week voor de plenaire behandeling van het concept eilandsraadsbesluit bij de eilandsraad ingediend. Het verzoek is voorzien van een dagtekening en vermeldt om welk concept besluit het gaat.
-
2. Het verzoek wordt ondersteund door ten minste een tiende deel van de kiesgerechtigden. Elke handtekening gaat vergezeld van een daarbij behorende naam, adres, woonplaats en geboortedatum.
-
3. De in het tweede lid bedoelde ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door het bestuurscollege verstrekt standaardformulier, dat ter ondertekening in het eilandelijke administratiegebouw ligt. Bij het plaatsen van een handtekening op een lijst dient de kiesgerechtigde zich te legitimeren met een geldig identiteitsbewijs.
-
4. Indien het verzoek voldoet aan het bepaalde in de voorgaande leden, beslist de eilandsraad, met in achtneming van artikel 2, of het verzoek tot het houden van een referendum wordt ingewilligd.
-
5. Als het verzoek wordt ingewilligd, wordt het concept eilandsraadsbesluit waarop het referendumverzoek betrekking heeft in de vergadering van de eilandsraad plenair behandeld.
-
6. De stemming over het concept eilandsraadsbesluit, zoals dat luidt na verwerking van de aanvaarde amendementen, wordt aangehouden tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop het referendum wordt gehouden, tenzij eerder negatief over de ontvankelijkheid van het referendumverzoek wordt beslist.
-
7. Een inleidend verzoek om een volksinitiatief te houden wordt bij de eilandsraad ingediend. Het verzoek is voorzien van een dagtekening en vermeldt de zaak of aangelegenheid van algemeen belang waarop voorzien is dat het volksinitiatief betrekking heeft. De leden 2 tot en met 4 van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing op het volksinitiatief.
Artikel 7. Definitief verzoek (raadgevend referendum/volksinitiatief)
-
1. Kiesgerechtigden dienen binnen zes weken na de dag dat de eilandsraad het besluit bedoeld in artikel 6, vierde lid, heeft genomen, een definitief verzoek om een referendum te houden in.
-
2. Dit verzoek wordt ondersteund door ten minste een vijfde deel van kiesgerechtigden.
-
3. Artikel 6, tweede lid, tweede volzin en artikel 6, derde lid, zijn van toepassing.
-
4. Als het verzoek voldoet aan het bepaalde in de voorgaande leden neemt de eilandsraad een besluit over het houden van het referendum.
-
5. Een inleidend verzoek om een volksinitiatief te houden wordt bij de eilandsraad ingediend. Het verzoek is voorzien van een dagtekening en vermeldt de zaak of aangelegenheid van algemeen belang waarop voorzien is dat het volksinitiatief betrekking heeft. De leden 1 tot en met 4 van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing op het volksinitiatief.
Artikel 8. Datum
De eilandsraad stelt tegelijk met het besluit om een volksraadpleging, volksinitiatief, raadplegend referendum dan wel een raadgevend referendum te houden, of zo spoedig mogelijk daarna, gehoord het bestuurscollege, de dag vast waarop de volksraadpleging, volksinitiatief,- raadplegend referendum dan wel een raadgevend referendum wordt gehouden.
Artikel 9. Vraagstelling
-
1. De vraag- en keuzemogelijkheden bij de stemming van een volksraadpleging worden waar mogelijk beperkt tot de vraag waarvan beantwoording mogelijk is waaruit blijkt dat een kiesgerechtigde "voor" of "tegen" het voorstel is, en zo niet het geval, met meerdere eenduidige keuzemogelijkheden.
-
2. Bij een volksinitiatief wordt aan de kiesgerechtigden de vraag voorgelegd middels de vraag- en keuzemogelijkheden die overeenstemt met het (de) door het initiatief naar voren gebrachte belang of zaak.
Artikel 10. Budget
Nadat is besloten tot het houden van een volksraadpleging, brengt de eilandsraad een bedrag op de begroting voor voorlichting en organisatie.
Artikel 11. Uitvoering
Het bestuurscollege is belast met de organisatie en uitvoering van een volksraadpleging, zij kunnen daartoe het bureau Burgerlijke Stand en Registratie aanwijzen ter ondersteuning in de uitvoering van deze taken.
Artikel 12. Uitkomst volksraadpleging
-
1. De uitkomst van de stemming van een volksraadpleging is niet-bindend;
-
2. De uitkomst van de stemming van een volksraadpleging wordt als geldige uitslag beschouwd wanneer een drie vijfde deel van de kiesgerechtigden een stem heeft uitgebracht;
-
3. In het geval een volksraadpleging betreft de constitutionele status van het eiland Sint Eustatius of van het openbaar lichaam Sint Eustatius geldt dat als geldige uitslag wordt beschouwd wanneer een drie vierde deel van de kiesgerechtigden een stem heeft uitgebracht.
-
4. De stemmen worden geteld door het daartoe voor die stemming aangewezen stembureau(s).
-
5. Het stembureau maakt na telling bekend: het opkomstpercentage alsmede het totale aantal uitgebrachte stemmen, met een onderverdeling in de twee categorieën:
- a.
geldig uitgebrachte stemmen;
- b.
ongeldig uitgebrachte stemmen.
- a.
-
6. Als geldig uitgebrachte stem wordt beschouwd: een stembiljet waarop eenduidig de keuze van de kiesgerechtigde blijkt middels het volledig of gedeeltelijk met rood ingekleurd zijn van een vakje voor één keuzemogelijkheid.
-
7. Als ongeldig uitgebrachte stem wordt beschouwd: een stembiljet waarop niet eenduidig de keuze van de kiesgerechtigde blijkt middels het volledig of gedeeltelijk met rood ingekleurd zijn van een vakje voor één keuzemogelijkheid.
-
8. De opkomst bij de stemming wordt bepaald aan de hand van het totaal uitgebrachte stemmen afgezet tegen het aantal kiesgerechtigden.
-
9. De uitkomst van de stemming wordt bepaald aan de hand van het totaal van de geldig en ongeldig uitgebrachte stemmen, waartegen de bij de stemming voor een bepaalde keuzemogelijkheid of keuzemogelijkheden wordt afgezet.
-
10. Indien bij een geldige uitslag van een raadplegend of raadgevend referendum een meerderheid van tenminste de helft van het aantal geldig uitgebrachte stemmen is uitgebracht op één bepaalde keuzemogelijkheid, dan dient de eilandsraad de uitkomst te betrekken bij diens besluitvorming.
-
11. Indien bij een geldige uitslag van een volksinitiatief een meerderheid van tenminste de helft van het aantal geldig uitgebrachte stemmen is uitgebracht op één bepaalde keuzemogelijkheid, dan dient de eilandsraad de uitkomst te betrekken bij diens bestuurlijk optreden.
-
12. Indien bij een geldige uitslag van een volksraadpleging de vereiste meerderheid van het aantal geldig uitgebrachte stemmen is uitgebracht op ondubbelzinnig overeenkomende onderdelen die in meerdere opties van de stemming tot de keuzemogelijkheden behoorde, dan dient de eilandsraad de uitkomst ten aanzien van die onderdelen van die keuzemogelijkheden te betrekken bij diens besluitvorming of bestuurlijk optreden.
Artikel 13. Strafbepalingen
Met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie wordt gestraft degene die:
- a.
stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen namaakt of vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;
- b.
stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen die hij zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken, dan wel deze met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, in voorraad heeft met het met het oogmerk deze wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;
- c.
als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is overleden;
- d.
bij een verkiezing door gift of belofte een kiezer omkoopt om volmacht te geven tot het uitbrengen zijn stem;
- e.
stelselmatig personen aanspreekt of anderszins persoonlijk benadert ten einde hen te bewegen het formulier op hun oproepingskaart, bestemd voor het stemmen bij volmacht, te ondertekenen en deze kaart af te geven.
Artikel 14. Intrekking oude verordening.
-
1. De Referendumverordening Sint Eustatius 2014-2, A.B. 2014 no 26 en 32 en de Eilandsverordening Referendum staatkundige toekomst eilandgebied Sint Eustatius 2005, A.B. 2005 no 3, worden ingetrokken.
-
2. Besluiten genomen op basis van de in lid 1 genoemde verordeningen behouden, voor zover nog wettelijk van belang, hun geldigheid.
Artikel 15. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op 1 juni 2020.
Artikel 16. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als ‘Referendumverordening openbaar lichaam Sint Eustatius 2020‘.
Ondertekening
Sint Eustatius, 5 mei 2020
De regeringscommissaris voor Sint Eustatius
w.g. mr. M.L.A. van Rij
Toelichting
Het openbaar lichaam Sint Eustatius heeft de mogelijkheid tot het houden van een raadplegend (initiatief vanuit de Eilandsraad) of raadgevend (initiatief vanuit de bevolking) referendum over een concept-eilandsraadsbesluit. Tevens is in de verordening de mogelijkheid tot het indienen van een volksinitiatief neergelegd. Op initiatief van de bevolking van het eiland Sint Eustatius, kan een volksraadpleging over een zaak of aangelegenheid van algemeen belang, niet zijnde een concept-eilandsraadsbesluit, gehouden wor-den. Een referendum of volksinitiatief wordt gehouden onder de kiesgerechtigden van het hele grondge-bied van het openbaar lichaam Sint Eustatius. Een referendum of volksinitiatief kan zich niet uitstrekken tot buiten het grondgebied van het openbaar lichaam waarin een referendum of volksinitiatief gehouden wordt.
Het bestuurscollege is verantwoordelijk voor het opstellen van een standaardformulier ondersteuningsver-klaring die gebruikt zal worden bij het referendum, dit dient tijdig voor gebruik vastgesteld te worden. De ondersteuningsverklaring zal voor eenieder beschikbaar zijn bij het administratiegebouw. Melding hiervan en de locatie van het gebouw dient via de lokale media medegedeeld te worden. Dit voor het geval er per-sonen zijn die niet bekend zijn met de locatie van het eilandelijke administratiegebouw.
Gebruikelijk is dat het bestuurscollege bij de uitvoering van haar taken op basis van de Kieswet alsmede van de referendumverordening gesteund wordt door het bureau Burgerlijke stand en registratie (BSR).
Niet alleen de eilandsraad kan een initiatief tot het houden van een raadplegend referendum indienen. Kiesgerechtigden kunnen ook een verzoek indienen tot het houden van een raadgevend referendum. Een referendum of volksinitiatief biedt de burgers de mogelijkheid hun stem te laten horen als hun politieke vertegenwoordigers een besluit dreigen te nemen dat in hun ogen verkeerd is. Het is logisch dat burgers dan ook zelf kunnen beslissen wanneer dit noodzakelijk is. Het zou onjuist zijn wanneer alleen de raad kan bepalen bij welk besluit het moment is aangebroken waarop burgers hun gekozen vertegenwoordigers kun-nen 'corrigeren'.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl