Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR740721
Naar de door u bekeken versie
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR740721/2
Geldend van 01-05-2026 t/m heden
Visie op Rhenen 2035
Inhoudsopgave
Deze visie bestaat uit de volgende onderdelen:
- a.
- b.
- c.
- d.
- e.
- f.
- g.
-
h.
BIJLAGE 3: BELANGRIJKSTE CONCLUSIES VAN HET TRENDONDERZOEK VISIE OP RHENEN (2023)
-
i.
BIJLAGE 4: BEANTWOORDING VRAGEN KADERNOTA VISIE OP RHENEN (2023)
- j.
- k.
- l.

1 Inleiding
Hoe willen we leven in Rhenen in 2035?
Deze vraag staat centraal in de Visie op Rhenen 2035. De visie geeft aan waar we op inzetten bij wonen, werken, samenleven, energie opwekken en bijvoorbeeld recreëren in de gemeente Rhenen.
Met een Visie op Rhenen 2035:
-
a.
Beschrijven we beeldend wat wij, als gemeente en gemeenschap, belangrijk vinden;
-
b.
Weten we waar we extra aandacht aan besteden; dit staat op de voorgrond;
-
c.
Hebben we met elkaar een duidelijk beeld waar we naartoe willen werken;
-
d.
Kan de gemeente in de toekomst de juiste keuzes maken.
De Visie op Rhenen 2035 geeft de richting aan voor de komende jaren. Bij iedere toekomstige oplossing kijken we hoe deze past binnen de sfeer en de waarden van de Visie op Rhenen 2035.
De Visie op Rhenen 2035 is een toekomstvisie en omgevingsvisie ineen en geeft de richting aan voor de komende jaren.
Een visie van ons allemaal
De inwoners, ondernemers, gemeente en organisaties van Rhenen hebben samen drie voorlopige visies opgesteld. Het gemeentebestuur heeft gekozen voor deze Visie op Rhenen. Deze keuze is mede gebaseerd op een advies van de gemeenschap.
In de periode tot 2035 veranderen omstandigheden. De gemeentelijke organisatie volgt de gebeurtenissen nauwlettend en adviseert het college wanneer de omstandigheden zodanig veranderen dat de Visie op Rhenen moet worden aangepast of het tempo van realisatie (versnellen of vertragen). Elke vier jaar (nieuwe bestuursperiode) toetst het college of de visie nog voldoet of dat accentverschuiving nodig is. De raad gaat hierover in debat en besluit over de eventueel herziene Visie op Rhenen.
Juridische status van de Visie op Rhenen 2035
De Visie op Rhenen 2035 is een toekomst- en omgevingsvisie ineen. Het gaat over het gehele grondgebied van de gemeente Rhenen. In de visie beschrijven wij welke kant we met elkaar op willen de komende jaren. Het helpt bij het maken van keuzes in zaken als samenleven, wonen, werken, ontspannen, vervoer.
De visie bindt de gemeente
De Visie op Rhenen 2035 is juridisch bindend voor de gemeente. Het vormt het begin van de beleidscyclus. Keuzes in de nabije toekomst zijn in lijn met de Visie op Rhenen 2035. Of de gemeente wijkt daar beargumenteerd vanaf, bijvoorbeeld bij onvoorziene gebeurtenissen. Dit zorgt er voor dat de besluiten die het college neemt consequent zijn. Daarnaast is het voor inwoners transparant hoe deze besluiten tot stand komen.
Vertaling naar omgevingsplan
De omgevingsvisie is niet juridisch bindend voor burgers. Hiervoor is het nodig de omgevingsvisie te vertalen naar een omgevingsplan. Burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen worden betrokken bij de voorbereiding van het omgevingsplan. Hoofdregel is dat de raad het omgevingsplan vaststelt. Voor kleine wijzigingen heeft de raad deze bevoegdheid gedelegeerd aan het college.
Het eerste omgevingsplan van de gemeente Rhenen
Op 1 januari 2024 trad de Omgevingswet in werking. Vanaf die dag vormen de huidige bestemmingsplannen en het overige ruimtelijke beleid automatisch het eerste omgevingsplan. De rechten en plichten die nu staan in het bestemmingsplan blijven dus gelden. In de loop van de tijd zal de gemeente het omgevingsplan wijzigen. De Visie op Rhenen 2035, inclusief de deelgebieden, vormt daarvoor de basis.
Randzonevisie (2025): De eerste wijziging van de Visie op Rhenen 2035
Onze gemeente heeft meerdere randzones. Randzones zijn overgangsgebieden tussen het landelijk gebied en de bestaande kernen (Achterberg, Elst en Rhenen), bedrijventerrein Remmerden en natuurgebied de Utrechtse Heuvelrug. Deze gebieden worden als specifieke deelgebieden genoemd in de Visie op Rhenen. Ook staat in de Visie op Rhenen dat we deze randzones optimaal ontwikkelen. Daarmee bedoelen we dat ruimte kostbaar is, we benutten elke plek met de juiste functies: landbouw, wonen, recreatie, natuur, energieopwekking of werken (niet-agrarische bedrijfsfuncties). In 2025 zijn de randzones verder uitgewerkt. We noemen dit de Randzonevisie. Het is de eerste wijziging van de Visie op Rhenen. In de Randzonevisie zijn details en keuzes, zoals voor woningbouwlocaties, verder uitgewerkt. De uitwerking van de randzones leest u terug in hoofdstuk 4 Randzonevisie en in bijlage 1 ‘Kernmerken en opgaven per deelgebied’. In bijlage 1 ziet u van elke randzone de historische opbouw, de kwaliteiten, de mogelijke verbeteringen van die kwaliteiten en onze visie op de randzone.
Leeswijzer
De gemeente Rhenen kent verschillende deelgebieden. Elk deelgebied heeft eigen kenmerken. Hoofdstuk 2 beschrijft deze kenmerken en toont de deelgebieden op een kaart van de gemeente Rhenen. In hoofdstuk 3 staat de Visie op Rhenen. De Visie op Rhenen verwijst naar de verschillende deelgebieden. De Visie op Rhenen heeft namelijk gevolgen voor de invulling en het gebruik van de ruimte. Hoofdstuk 3 begint met de punten waar de Visie op Rhenen in ieder geval aan moet voldoen van de gemeente, de provincie en/of het Rijk. Deze uitgangspunten komen uit de Kadernota participatieproces Visie op Rhenen (juni 2021). In hoofdstuk 4 wordt de Randzonevisie (2025) toegelicht.
De Visie op Rhenen is vastgesteld door de gemeenteraad (juni 2023) en voor de randzones van Rhenen gewijzigd in 2025. De uitwerking en uitvoering staat in grote lijn beschreven in hoofdstuk 5.
Er zijn 7 bijlagen:
De realisatie van de Visie op Rhenen 2035 betekent voor ieder deelgebied bepaalde opgaven. De belangrijkste opgaven per deelgebied staan in bijlage 1.
Bijlage 2 bevat het advies van de samenleving aan het gemeentebestuur over de drie voorlopige visies. Welke voorlopige visie heeft de voorkeur?
De Visie op Rhenen houdt rekening met ontwikkelingen in de maatschappij. Hier is onderzoek naar gedaan. In bijlage 3 staan de belangrijkste conclusies van dit trendonderzoek en deze vormen een integraal onderdeel van de Visie op Rhenen.
In Bijlage 4 wordt antwoord gegeven op de vragen uit hoofdstuk 4 van de Kadernota participatieproces Visie op Rhenen (juni 2021).
Bijlage 5 beschrijft verschillende contextscenario’s. Dit zijn gebeurtenissen die mogelijk gaan plaatsvinden en waar wij geen tot weinig invloed op hebben maar die wel invloed hebben op wat wij willen bereiken: de Visie op Rhenen.
Bijlage 6 beschrijft de verschillende momenten en manieren waarop gemeente en samenleving samen de Visie op Rhenen 2035 hebben ontwikkeld.
Bijlage 7 beschrijft het participatieproces van de Randzonevisie (2025).

2 Wat kenmerkt Rhenen
Wat kenmerkt Rhenen
De gemeente Rhenen heeft in 2022 meer dan 20.000 inwoners en is prachtig gelegen op de Utrechtse Heuvelrug en langs de Rijn. In de gemeente zijn diverse deelgebieden te onderscheiden. Elk met zijn eigen kernmerken en kwaliteiten. In dit hoofdstuk beschrijven we deze deelgebieden omdat de Visie op Rhenen consequenties heeft voor de deelgebieden.
Het huidige Rhenen
De gemeente heeft een oppervlakte van bijna 43 km2 en bestaat in grote lijn uit drie type gebieden:
-
a.
Dichtbebouwde gebieden, hieronder vallen de kernen Achterberg, Elst, Rhenen, het bedrijventerrein Remmerden en de bedrijvenlocatie Achterberg en woonzorglocatie Heimerstein.
-
b.
De randzones, dit zijn de overgangsgebieden tussen bebouwd en onbebouwd.
-
c.
De nagenoeg onbebouwde gebieden zoals de uiterwaarden, de Utrechtse Heuvelrug en het agrarisch gebied.
Ieder type gebied kent deelgebieden. Bepaalde kenmerken maken een deelgebied. De grenzen van ieder deelgebied zijn bepaald met behulp van kaarten, zoals de hoogtekaart Nederland. Ook zijn informatiebronnen gebruikt, zoals de Omgevingsverordening van de provincie Utrecht [zie informatiebronnen, einde hoofdstuk 2]. Gezocht is naar natuurlijke grenzen op basis van bodem, hoogte, landschap, wegen en bebouwing, verkaveling en cultuurhistorie. Op basis hiervan kunnen 25 deelgebieden worden onderscheiden.
Rhenen in de regio
Geografisch ligt de gemeente Rhenen in de provincie Utrecht op het grensvlak met de provincie Gelderland. Doordat de gemeente tegen de grens van de provincie Utrecht ligt, heeft de gemeente te maken met verschillende provinciale visies. Het is van belang om aansluiting te houden bij mogelijkheden die beide provincies ons kunnen bieden. Door onze geografische ligging is gemeente Rhenen de zuidelijke toegang voor Regio FoodValley. Dit is een samenwerking met zeven andere gemeenten.
Gemeente Rhenen werkt samen met haar omliggende gemeenten, want veel opgaven stoppen niet bij de gemeentegrens. In FoodValley-verband werken we samen met de Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen aan de verstedelijkingsstrategie om de groeiende bevolking een goede plek te geven. Een ander voorbeeld: met de twee provincies, drie buurgemeenten, landbouw- en natuurorganisaties trekken we samen op in het gebiedsproces Binnenveld. Dit unieke landschap verdient de gezamenlijke aandacht.
De Visie op Rhenen 2035 is uitgangspunt in overleggen met de regio. Op enkele regionale opgaven loopt de Visie op Rhenen al vooruit.
Na vaststelling: de uitwerking
Nu de gemeenteraad in 2023 de Visie op Rhenen 2035 heeft vastgesteld, is duidelijk welke kenmerken van de deelgebieden we willen behouden en/of versterken. Bovendien is nu helder welke opgaven er liggen per deelgebied. De Visie op Rhenen kan nu worden uitgewerkt in omgevingsplannen, uitvoeringsprogramma’s, sectoraal beleid en/of projecten. Dit gebeurt voor verschillende deelgebieden, afzonderlijk per deelgebied, en in samenspraak met de samenleving. Een voorbeeld van een uitwerking van de Visie op Rhenen 2035 is de Randzonevisie (2025). De keuze voor een programma, plan en/of project is afhankelijk van de opgaven en kansen van een deelgebied en de wijze waarop de gemeente wil sturen op het bereiken van de opgaven.
In de geest van de Omgevingswet wordt iedereen – gemeente en gemeenschap – uitgenodigd om bij te dragen aan een blijvende positieve ontwikkeling van de gemeente. Dit kan door aan te sluiten bij de kenmerken en opgaven per deelgebied, zoals beschreven in de Visie op Rhenen 2035.
Met de Visie op Rhenen weet iedereen waar we als gemeente en gemeenschap aan (willen) werken. Initiatiefnemers en mensen die al plannen hebben, kunnen zelf nagaan in hoeverre hun initiatief of plan past bij de kenmerken en opgaven van het deelgebied waar het initiatief of plan op van toepassing is. De kenmerken en opgaven per deelgebied werken als toetsingskader: draagt mijn initiatief of plan bij aan het behoud en/of de versterking van het gebied?
In 2027 actualiseren we de Visie op Rhenen 2035.
2.2 Omschrijving 25 deelgebieden
1 Historische kern Rhenen
De historische kern Rhenen is een beschermd stadsgezicht. De Cunerakerk en Cuneratoren zijn Rijksmonument; de toren is een baken. Het winkelgebied in de historische kern heeft ook een functie voor andere kernen dan Rhenen.
2 Kern Rhenen
De kern Rhenen kent verschillende woonbuurten met eigen identiteiten door type woningen, hoe groen het er is en de mate waarin het hoogteverschil merkbaar is. Ook verschillen de voorzieningen per buurt. De kern Rhenen heeft een treinstation met een verbinding in de richting van Utrecht.
3 Kern Elst
De kern Elst kent een geschiedenis van tabaksteelt. Verschillende voormalige tabaksschuren zijn bewaard gebleven. Elst heeft een kleine dorpskern met de benodigde winkels. Een veerpont zorgt voor verbinding met de overkant van de Neder-Rijn.
4 Kern Achterberg
De kern Achterberg is het kleinste dorp van de gemeente Rhenen. Van oorsprong is Achterberg een agrarisch dorp; er zijn nog verschillende (monumentale) boerderijen aanwezig. Veel inwoners zijn betrokken bij één van de drie kerken. De kleine dorpskern heeft enkele winkels.
5 Heimerstein
Heimerstein is een voormalig landgoed dat door Zideris in gebruik is als woon-zorglocatie voor mensen die (intensieve) zorg en/of begeleiding nodig hebben. Het is een dorp op zich met het hoofdgebouw en de verschillende zijgebouwen. Dit deelgebied markeert de overgang van de Grebbeberg naar de Gelderse vallei.
6 Veeneind
Het Veeneind ligt tussen de Cuneraweg en de wijk Petenbos van de gemeente Veenendaal. De bebouwing aan weerszijden van de Cuneraweg is langzaam gegroeid en zal nog verder groeien (stedebouwkundigplan 2004-2005). In dit deelgebied zijn de woningen veelal vrijstaand. Er is lintbebouwing op langgerekte kavels.
7 Bedrijventerrein Remmerden
Bedrijventerrein Remmerden is gelegen aan de N225 en biedt ruimte aan verschillende bedrijfstypen met verschillende grootte.
8 Bedrijvenlocatie Achterberg
Bedrijvenlocatie Achterberg is een compact gebied voor enkele bedrijven. De locatie is duidelijk begrensd door de Achterbergsestraatweg, Bergweg, Boslandweg en een bossage aan de noordzijde. De locatie ligt midden in een groen en agrarisch gebied en sluit niet aan op andere bebouwing. Het ligt in de groene corridor Rhenen-Achterberg.
9 Randzone Elst
Randzone Elst is een natuurlijke overgang tussen woonkern en bosrand. Het gebied wordt gebruikt voor agrarische doeleinden en is een afwisseling van open percelen en percelen voorzien van beplanting. Langs de N416 staan huizen als een los lint met doorkijkjes naar de agrarische percelen. Het gebied wordt gebruikt voor recreatie. Voetbalverenigingen Oranje-wit en de Musketiers en de tennisvereniging hebben er hun thuis. Hier bevindt zich ook het voormalig defensieterrein Zwijnsbergen (MOB complex).
10 Randzone Rhenen West
In Randzone Rhenen West wisselen agrarische percelen en kleine bospercelen elkaar af. Door dit gebied loopt hoofdweg N225. Langs deze weg is er lintbebouwing. Het gebied vormt een ecologische verbinding tussen Utrechtse Heuvelrug en de uiterwaarden van de Rijn.
11 Randzone Rhenen Oost
In randzone Rhenen Oost bevinden zich Ouwehands Dierenpark en sportpark Candia. Verder wordt het gebied omringd door het natuurgebied de Laarsenberg en loopt hoofdweg N225 langs het gebied.
12 Randzone Achterberg Noord
Randzone Achterberg Noord is een agrarisch gebied met (grote) agrarische bedrijven, rechte wegen en rechte, rationeel verdeelde kavels. De kavels liggen strak en recht naast elkaar, zoals dat vaak is gedaan in landbouwgebieden in dit soort veenweidelandschappen. Dat maakt het land makkelijker te bewerken en goed te gebruiken voor agrarisch gebruik. Er zijn houtwallen en op enkele plekken staan langs de kavelranden bomen. Over de grote open kavels is er vrij zicht op het Binnenveld. Is aangewezen als zoekgebied in de gebiedsverkenning Binnenveld (zoals is vastgesteld in de raadsvergadering van 16 december 2025).
13 Randzone Achterberg Zuid
Randzone Achterberg Zuid is een agrarisch gebied met een aantal agrarische bedrijven, woningen en andere bebouwing. Over de open kavels is er vrij zicht richting de kern Achterberg en natuurgebied de Laarsenberg. Is aangewezen als zoekgebied in de gebiedsverkenning Binnenveld (zoals is vastgesteld in de raadsvergadering van 16 december 2025).
14 Heerlijkheid
Heerlijkheid wordt begrensd door de verkeersluwe Oude Veensegrindweg en de drukke provinciale weg, N233. Het gebied ligt direct aan het natuurgebied Kwintelooijen. Het is een gevarieerd gebied met onder meer een wooncomplex voor senioren, vrijstaande woningen, bedrijven en een vakantiepark. Daarnaast zijn er nog enkele open agrarische percelen in het gebied aanwezig.
15 Randzone Remmerden
Randzone Remmerden is een akker waar een nationale fietsroute doorheen loopt. De bosrand markeert de rand van dit open, agrarische gebied. Aan drie zijden wordt het gebied begrensd door het bestaande bedrijventerrein Remmerden. Naast de agrarische percelen zijn aan de Autoweg ook enkele woningen en de begraafplaats terug te vinden.
16 Hoornwerk
Het Hoornwerk maakt onderdeel uit van de Grebbelinie dat een hydrologisch-militair-verdedigingssysteem is. Dit complex is een rijksmonument. De aanleg van het hoornwerk begon in de achttiende eeuw. Het hoornwerk was bedoeld voor de afsluiting en verdediging van de weg Wageningen-Rhenen. In het landschap zijn duidelijk de hoekige vormen te zien, die verhoogd in het landschap liggen.
17 Groene corridor Rhenen - Achterberg
Groene corridor Rhenen - Achterberg. De groene corridor verbindt de Laarsenberg met de Utrechtse Heuvelrug. Hier zal het Natuurnetwerk Nederland (NNN) doorheen gaan lopen. De functie van de groene corridor zelf concentreert zich op de smalle groene corridor tussen Achterberg en Rhenen. In de groene corridor ligt bedrijfslocatie Achterberg.
18 Cultureel erfgoed - Ter Horst
Cultureel erfgoed - Ter Horst. Hier bevindt zich de fundering van het voormalige kasteel Ter Horst. Het kasteel was gelegen op een voormalige horst (=hoogte) in het archeologisch landschap. Het kasteel vormde het middelpunt met uitwaaierende kavels eromheen. Op de kavelgrenzen bevinden zich enkele knotbomen. Een klein westelijk gedeelte van Cultureel erfgoed – Ter Horst is aangewezen als zoekgebied in de gebiedsverkenning Binnenveld (zoals is vastgesteld in de raadsvergadering van 16 december 2025).
19 Veengebied Achterbergse Hooilanden
Veengebied Achterbergse Hooilanden. In dit gebied bevindt zich een gedeelte van de inundatiezone (een zone die opzettelijk onder water kan worden gezet) van de Grebbelinie. Het is een bijzonder natuurgebied met veenrestanten, weidevogels en waterloop De Grift.
20 Binnenveld
Het Binnenveld is een agrarisch landschap met grote verscheidenheid in verschijningsvorm door verschil tussen hoog en droog en laag en nat. Het deel van het Binnenveld dat grenst aan een bedrijventerrein van Veenendaal kent een structuur van lange, smalle, rechte kavels. De randen van de kavels zijn beplant, zo ook het erf van de huizen die in een enkele rij naast elkaar staan. De spoorlijn en de Spoorlaan doorkruisen de rechte verkavelingsstructuur diagonaal. Het deel eronder is open, vlak en nat met rechte wegen en blokvormige kavels – dit wordt een broekontginningslandschap genoemd. Het zuidelijk deel is een kampenlandschap: langgerekte kavels, rechte wegen en sloten, en de bomenrijen langs de wegen zijn als schermen in het landschap. Ook onderdeel van het Binnenveld is de Nude: fruitteelt, eikenbomen langs de N225 en de aanwezigheid van meidoornhagen. In het oostelijk deel van het Binnenveld bevindt zich een aantal afzonderlijke rijksmonumenten: bunkers, wallen, verdedigingswerken, kades en de inundatiezone (een zone die opzettelijk onder water kan worden gezet) van de Grebbelinie. Het noordelijk deel van het Binnenveld is aangewezen als zoekgebied in de gebiedsverkenning Binnenveld (zoals is vastgesteld in de raadsvergadering van 16 december 2025).
21 Oostflank Utrechtse Heuvelrug
In de Oostflank Utrechtse Heuvelrug bevinden zich agrarische percelen in een licht glooiend landschap. De bossen van de Utrechtse Heuvelrug markeren de rand van het gebied. Op de N233 is veel verkeer.
22 Utrechtse Heuvelrug
De Utrechtse Heuvelrug is een uitgestrekt bos met monumentale en waardevolle bomen en enkele open plekken met heide. Door de hoogteverschillen zijn er natuurlijke uitkijkpunten. Het gebied heeft een hoge natuurwaarde en is dus aantrekkelijk voor recreatie. Daarnaast is het een waterwinningsgebied. Er zijn enkele hoofdwegen en er is een fijnmazig netwerk van onverharde paden. Verder bevinden zich hier de landgoederen Prattenburg, Remmerstein, De Tangh en Kwintelooijen.
23 Uiterwaarden
De Uiterwaarden is een open gebied met ver zicht. Bij hoogwater kan de Neder-Rijn hier haar water kwijt. Het gebied heeft bijzondere natuurwaarden, ook door de steilranden. Aan de rand van het gebied bevindt zich een zomerdijk. In het gebied vindt natuurgerichte recreatie plaats. Aansluitend aan de rand van Rhenen liggen in de uiterwaarden een passantenhaven, parkeerplaats, loswal, evenemententerrein en een horecaonderneming.
24 Cuneraweg Noord
Cuneraweg Noord ligt tussen de Cuneraweg, de spoorlijn en de Noordelijke en Zuidelijke Meentsteeg. Het is een vrij open gebied met vooral een agrarisch karakter. Het is een overgangsgebied tussen en met zichten op het Binnenveld en de Utrechtse Heuvelrug.
25 Cuneraweg Zuid
Tussen de Cuneraweg, de spoorlijn en de Zuidelijke Meentsteeg ligt Cuneraweg Zuid. In het gebied zijn verschillende bedrijven en een aantal woonpercelen aanwezig aan de Cuneraweg met daarachter nog enkele open agrarische percelen.
Informatiebronnen voor Visie op Rhenen 2035 (vastgestelde versie juni 2023)
De volgende kaartlagen zijn over en/of naast elkaar gelegd om tot een begrenzing van een deelgebied te komen:
-
a.
Luchtfoto 2021
-
b.
Kadastrale grenzen
-
c.
Bestemmingsplangrenzen en grenzen van losse bestemmingen
-
d.
Interim Omgevingsverordening Utrecht waaronder de kernrandzones
-
e.
Natura 2000 en Natuur Netwerk Nederland
-
f.
Basisregistratie Grootschalige Topografie (Rijksdienst voor ondernemend Nederland) – begroeid terreindeel
-
g.
Basisregistratie Adressen en Gebouwen – bouwjaar panden
-
h.
Hoogtekaart Nederland
-
i.
Grondsoortenkaart en geomorfologie
3 De Visie op Rhenen 2035
In dit hoofdstuk staat de Visie op Rhenen 2035
In de beschrijving staan bepaalde onderwerpen op de voorgrond. De andere onderwerpen doen er ook toe, maar staan niet expliciet beschreven. Zo ontstaat een beter beeld van de sfeer die voortkomt uit de keuze voor bepaalde waarden.
De Visie op Rhenen 2035 is beschreven alsof het al 2035 is
Soms staan er details in om ons dit voor te kunnen stellen. Bij de details gaat het om de boodschap; niet alles dat staat beschreven, zal precies zo worden gerealiseerd. Bij de uitwerking, straks, van de Visie op Rhenen 2035 hebben we het daar weer over. Sowieso zal in 2035 de Visie op Rhenen niet (helemaal) zijn gerealiseerd. Er wordt naartoe gewerkt. De beschrijving geeft de richting aan. De Visie op Rhenen is daarmee een richtinggevend document dat alleen de gemeente zelf bindt. Het geeft het college van burgemeester en wethouders de ruimte om binnen het gedachtegoed van de visie zijn eigen afwegingen te maken. Ook vormt het een startpunt voor het omgevingsplan dat de gemeenteraad zal vaststellen. De Visie op Rhenen is echter geen statisch document. Onze samenleving en de fysieke leefomgeving verandert voortdurend. De gemeenteraad kan de Visie waar nodig aanpassen op deze veranderingen.
Ten slotte, misschien klinkt het soms te mooi om waar te kunnen worden. Dat is met opzet. Zo is er over gesproken en ambitie helpt om verder te komen dan we misschien voor mogelijk houden. Er is wel oog voor wat er kan gebeuren, dat invloed heeft op wat wij willen bereiken en waar wij rekening mee moeten houden. Zie bijlage 5.
3.1 Uitgangspunten van overheden
Visie op Rhenen 2035 (2023)
De gemeenteraad van Rhenen, de provincie Utrecht en/of het Rijk hebben aangegeven dat de Visie op Rhenen aan het volgende moet voldoen.
In de Visie op Rhenen:
-
a.
moet er extra ruimte komen voor het realiseren van minimaal 1.000 woningen tot 2040;
-
b.
moet er minimaal 5 hectare extra bouwgrond komen voor bedrijfsactiviteiten;
-
c.
moet er ruimte komen voor voorzieningen voor het opwekken van schone energie om in 2040 energieneutraal te zijn;
-
d.
zijn nieuwe gebouwen en nieuwe inrichting van de openbare ruimte aangepast aan de veranderingen van het klimaat;
-
e.
is het Rhenense Binnenveld een landelijk gebied. Het blijft primair bedoeld voor agrarische activiteiten op het gebied van voedselvoorziening en natuur. Het land van de agrariërs die willen stoppen, is interessant voor agrariërs die meer ruimte nodig hebben, bijvoorbeeld voor het extensiveren van hun bedrijf. Het vrijkomende land van agrariërs is ook interessant voor natuurontwikkeling. Andere functies zijn mogelijk in het Binnenveld als zij bijdragen aan het groene karakter hiervan, zoals natuurrecreatie. Alleen de randen van het Binnenveld kunnen eventueel worden benut voor andere doeleinden, zoals wonen of de duurzame energieopgave;
-
f.
telt iedereen mee en kan iedereen meedoen;
-
g.
worden de Natura 2000-gebieden niet aangetast en in het Natuurnetwerk Nederland vinden in principe geen ruimtelijke ontwikkelingen plaats;
-
h.
kunnen het waterwingebied en het grondwaterbeschermingsgebied beperkt worden gebruikt;
-
i.
wordt het Militair Erfgoed Grebbelinie beschermd.
In de beschrijving van de Visie op Rhenen 2035 staat de D in bijvoorbeeld (D1, 2, 3) of (D12) voor deelgebied. De nummers komen overeen met de nummers op de kaart van Rhenen in hoofdstuk 2.
Uitgangspunten Randzonevisie (2025)
Binnen de gemeente speelden in 2025 drie gebiedstrajecten. De gebiedsverkenning Binnenveld, het Programma landelijk gebied en de Randzonevisie, wijziging Visie op Rhenen 2035. Tijdens het proces met het college en de gemeenteraad is een van de uitgangspunten gewijzigd. Naast de doelstelling van 1.000 woningen in en rond de kernen voor 2040, wordt het streven nog 2.500 woningen extra te bouwen. De zoeklocaties hiervoor zijn aangewezen rondom Achterberg en deels tegen de Nijverkamp aan, het noordelijk deel van het deelgebied Binnenveld.
3.2 Visie op Rhenen 2035: Behoud ons Rhenen en maak het nog mooier
a ) Belangrijkste verandering: het goede van de gemeente onderhouden en verbeteren
Met alles wat de gemeente Rhenen mooi maakt, is in de periode 2022-2035 behoedzaam omgegaan:
-
a.
de cultuurhistorie, zoals van de Grebbeberg en de Cunerakerk;
-
b.
de natuur in de gemeente Rhenen;
-
c.
het open landschap van onder andere de uiterwaarden en het Binnenveld;
-
d.
de vele vrijwilligers die bijdragen aan de samenleving;
-
e.
het karakteristieke aan de kernen, zoals de tabaksschuren in Elst, de kerkgemeenschappen in Achterberg en de wederopbouw (na 1945) van Rhenen;
-
f.
Ouwehands Dierenpark.
Van dit alles kunnen we nu, in 2035, dus nog steeds genieten.
b ) Woonbuurten: dichter bij elkaar en groener
In de kernen wonen nu meer mensen dan voorheen. De voordelen: de natuurlijke sociale vangnetten zijn blijven bestaan en ook de winkels zijn er nog steeds. In Elst is er zelfs een lunchroom bijgekomen en in Rhenen-hoog staan iedere week meerdere marktkramen. Vooral voor oudere inwoners is dit alles fijn. Zorg, sociaal contact en hulp zijn zo dicht bij huis.
In de kernen is bijgebouwd én er is meer groen gekomen. De gemeente houdt hierbij rekening met de 3‑30‑300 regel waarbij vanuit elke woning 3 bomen zichtbaar zijn, elke buurt minstens 30% bladerdak heeft en iedere inwoner van Rhenen binnen 300 meter van een park of groene ruimte woont. Ook particulieren droegen hieraan bij. Zo bleven de woonbuurten leefbaar in de hete zomers. Het groen en de hoge bomen zorgen voor schaduw en verkoeling. Het groen nodigt uit om naar buiten te gaan voor spel, ontmoeting, sport of een wandeling. Voor jongeren is er meer, en meer divers aanbod in de buitenruimte om elkaar te ontmoeten en om te bewegen.
c ) Woningen: extra woningen, ook in Achterberg, Elst en Rhenen
In iedere kern (D1, 2, 3, 4 en 6) zijn woningen bijgebouwd op een schaal en in een stijl die passen bij de kern. Indien mogelijk zijn woningen gerealiseerd door oude gebouwen om te bouwen. Ook is de bestaande woningvoorraad goed benut doordat daar waar mogelijk bestaande woningen zijn gesplitst in twee of meer wooneenheden.
Verdeeld over de kernen (D1, 2, 3, 4) en rond de kernen (D9, 10, 11, 12, 13) ontstonden zo ongeveer 1.000 nieuwe woningen. Jongeren, gezinnen en ouderen konden zo in hun dorp of stad blijven. Voor ouderen zijn kleinere woningen naar wens gebouwd. Hierdoor kwamen eengezinswoningen vrij voor jonge gezinnen. De bouw van woningen aan de randen van de kernen (D9, 10, 11, 12 ,13) bleef beperkt. Het groen dat hierdoor verdween, is op andere manieren teruggekomen: langs de wegen en de gevels van gebouwen, in de tuinen en op daken. Het vrije zicht over de open kavels is behouden; in de randzones van Achterberg, Elst en Rhenen is geen hoogbouw gekomen.
Aan de rand van het Binnenveld (D20), tegen de grens met Veenendaal, is een zoekgebied voor de ontwikkeling van een nieuwe woonkern benoemd. Er is onderzoek gedaan naar de wenselijkheid en haalbaarheid van een nieuwe woonkern met zelfstandige basisvoorzieningen.
De Oostflank Utrechtse Heuvelrug (D21) is een overgangsgebied van stedelijk naar natuur. Het heeft een parkachtig karakter. Zo is het open landschap behouden. Ontwikkelingen die er plaatsvonden, hebben de kwaliteit van het gebied en de aanwezige natuur verbeterd. In dit gebied (D21) is de samenhang tussen wonen, recreatie en natuur versterkt.
In ieder deelgebied waar nieuwe woningen komen, zijn zo mogelijk innovatieve woonvormen toegepast, zodat jong en oud bij elkaar woont en voor elkaar kan zorgen. Nieuwe woonvormen, zoals erfdelen en knarrenhofjes waar jong en oud samenwonen op grote percelen, verrijken de woningvoorraad in de gemeente. Bovendien zijn de goedkopere nieuwbouwwoningen – huur en koop - eerst beschikbaar gesteld aan inwoners. Zo kunnen meer mensen in de gemeente Rhenen blijven wonen.
Met alle woningen die erbij komen, groeit het aantal inwoners.
d ) Samenleven: we staan voor elkaar klaar
We zijn gesteld op onze welvaart en ons sociale leven. We werken veel, houden van gezelligheid en genieten van de goede restaurants in onze gemeente. Ook zorgen we voor elkaar. De gemeente faciliteert dat ouderen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen, kan dat niet, dan staat in iedere kern een locatie voor 24-uurs zorg klaar. Bovendien weten we hoe we moeten omgaan met mensen in onze omgeving die tekenen van dementie vertonen.
In 2035 staan wij dus nog steeds klaar voor de mensen die het moeilijker hebben. Ook staan wij klaar voor mensen die het minder hebben. De gemeente Rhenen heeft haar uiterste best gedaan om te zorgen dat in 2035 geen enkele inwoner meer in armoede leeft. Daarnaast helpt de gemeente bijvoorbeeld bij het energiezuiniger maken van woningen en het laten delen in cultuur en muziek.
Rhenen heeft een rijk cultureel leven en veel verschillende sportverenigingen. De leden en vrijwilligers van deze organisaties en verenigingen vormen het cement van de samenleving. De gemeente ondersteunt deze organisaties en verenigingen in brede zin.
In 2035 hebben we geleerd om beter contact te hebben met mensen die anders in het leven staan en andere denkbeelden en/of gewoonten hebben. Groepsactiviteiten en samen cultuur en muziek maken en beleven, dragen daaraan bij. Wat er te doen is in de gemeente, kan daarvoor gemakkelijk worden opgezocht, ook door wie niet digitaal vaardig is. Dus alles staat op websites, wordt gedeeld via sociale media en is op papier te vinden: activiteiten op het gebied van welzijn, sport, cultuur, leren, vrije tijd, zorg en politiek. Dit past bij ons idee van meedoen. In 2035 kijken we namelijk breder naar het idee van ‘meedoen’; het gaat om een zinvolle invulling van de dag en kan bestaan uit vrijwilligerswerk, betaald werk, training en/of (om)scholing.
e ) Gezondheid en welzijn: wandelen in de natuur en langs de culturele schatten van ons mooie Rhenen
Voor ons plezier, (mentale) gezondheid en welzijn bewegen we tegenwoordig meer – van jong tot oud. Kinderen spelen buiten en met z’n allen sporten, wandelen en fietsen we volop. Vaak doen we dit in gezelschap. Onze omgeving nodigt dan ook uit om naar buiten te gaan voor bewegen en ontmoeten. Wat cultuur-historische waarde had, is namelijk bewaard gebleven, eventueel in ere hersteld en/of verder versterkt. Zo is de Delftse schoolstijl (wederopbouw) in de benedenstad van de historische kern (D1) beter zichtbaar door verbouwing en renovatie. Het Hoornwerk (D16) is in ere hersteld, net als de stadsmuur en het Koningin Elisabethplantsoen (D1). En in Elst (D3) is het gelukt om een tabaksschuur een openbare functie te geven. Er vinden nu allerlei activiteiten plaats voor jong en oud. Ook de natuur zien we als een cultuurschat. We hebben gedaan wat we konden om de kwaliteit van de natuur te verbeteren.
De verschillende natuur, dichtbij de kern of iets verder afgelegen, en cultuur bieden interessante en mooie wandel- en fietsroutes. Nieuwe wandel- en fietsroutes zijn gecreëerd en bestaande routes zijn opgeknapt. De wandel- en fietsroutes vormen een fijnmazig net, toegankelijk voor alle inwoners. Waar de weg of het pad van laag naar hoog gaat, staan voldoende zitbankjes om tijdens de klim even uit te rusten.
f ) Economie en energie: zonnepanelen op woningen en bedrijven
Op twee plekken in de gemeente is ruimte gemaakt voor nieuwe bedrijven om zich te vestigen. Het gaat om randzone Remmerden (D15) tegen Remmerden (D7) aan, en het Binnenveld (D20) naast bedrijventerrein Nijverkamp (gemeente Veenendaal). Het gaat om kleine tot middelgrote bedrijven die weinig tot geen belasting vormen voor het milieu. Tussen het nieuwe bedrijventerrein in Binnenveld (D20) en de eventueel nieuwe woningen in dit gebied is voldoende groene ruimte.
Verspreid over de gemeente zijn nieuwe en bestaande woningen voorzien van werkruimtes. Handig voor kleinschalige bedrijven.
Energie besparen helpt en toch gebruiken wij steeds meer elektriciteit. Bijvoorbeeld voor warmtepompen, airco’s, elektrische auto’s en digitaal werken. Bovendien groeit de bevolking en gaan we van het aardgas af. Samen betekent dit dat wij ook meer schone energie moeten opwekken. We hebben daarom verschillende energiebronnen nodig.
In de gemeente Rhenen zetten we eerst in op goede isolatie van woningen en andere gebouwen. We combineren dit met zonne-energie op daken van woningen en gebouwen. Het gaat om alle woningen en gebouwen: bestaande en nieuwe. Waar mogelijk liggen aan de zonkant zonnepanelen en bestaat de schaduwkant uit sedum als extra isolatie. Dit om zoveel mogelijk te voorkomen dat er grote zonneweides moeten komen die het landschap wezenlijk veranderen. Het dorpse en agrarische karakter van de gemeente was en blijft namelijk een groot goed.
Behalve besparen, isoleren en zonne-energie opwekken, onderzochten we sinds 2022 andere mogelijkheden om aan schone energie te komen. De waterkracht van de Neder-Rijn. Aandelen in een windpark op zee. Dubbel gebruik van de ruimte, bijvoorbeeld door parkeerplaatsen een dak van zonnepanelen te geven. Kleine windmolens naast (agrarische) bedrijven voor eigen gebruik en eventueel omliggende woningen en bedrijven.
g ) Agrarische sector: goed lopende bedrijven
In het Binnenveld (D20) hebben agrariërs de ruimte gekregen om hun bedrijf te runnen met oog voor verduurzaming en lokale voedselvoorziening zonder een rendabele exploitatie uit het oog te verliezen. Jongeren die boer wilden worden, kregen daartoe de kans. De agrariërs werkten verschillende manieren uit om de landbouw te verduurzamen en te zorgen voor lokale voedselvoorziening zonder een rendabele exploitatie uit het oog te verliezen. Dit deden zij samen met Wageningen Universiteit. Op deze manier werd het stikstofprobleem gedeeltelijk opgelost en bleven hun bedrijven toekomstbestendig. Ook de agrariërs hebben het maximale gedaan om op hun gebouwen en land schone energie op te wekken met behulp van zon en wind.
h ) Natuur
De waarde van de natuur, zowel boven de grond als eronder, komt goed tot haar recht in de natuurgebieden, maar ook daarbuiten, zoals bij de landbouw. En in de kernen en op de bedrijventerreinen ziet de gemeente er in 2035 groener uit dan nu. Nieuw groen en groen dat wordt vervangen, helpt om de kwaliteit van de natuur te verbeteren en de biodiversiteit te vergroten. Gezonde natuur zorgt voor schone lucht en beschermt ons beter tegen extreme weersomstandigheden als hitte, droogte en heftige regenval. Het groen zelf moet ook beter tegen extreme weersomstandigheden kunnen. Deze weersomstandigheden maken dat agrariërs ook aanpassingen zullen doen. Zij zullen (gedeeltelijk) andere gewassen telen en de verblijven van de dieren veranderen met het oog op dierenwelzijn.
i ) Toerisme: natuur en cultuur zijn goed voor inwoners van de gemeente en uit de regio
Het toerisme in de gemeente is maar weinig toegenomen het afgelopen decennium. Het gaat vooral om mensen uit de regio. Net als de lokale bevolking, genieten zij van de natuur, het water, de cultuur en de gastronomie die onze gemeente te bieden heeft.
Langs de Rijn zijn schaduwvolle strandjes aangelegd. En er zijn twee wandelpaden bijgekomen die ook toegankelijk zijn voor mensen in een rolstoel. Beide wandelpaden liggen in de uiterwaarden (D23). Eén pad loopt langs de Rijn naar het centrum van Rhenen. En één loopt langs de Veerweg en de oude steenfabriek in Elst. De bomen langs de wandelpaden zorgen voor schaduw.
De historische kern van Rhenen (D1) koesteren we. We spannen ons in om de oude glorie te herstellen en/of te onderhouden. De Delftse School-stijl is er prominent aanwezig. Er is een haven gekomen die in grootte en gebruik bij de schaal van de gemeente Rhenen past.
In het Binnenveld (D20) is een natuurlijk bosbad aangelegd. In de buurt kan er bij de boer worden gekampeerd. Jongeren vermaken zich hier ook prima. Recreatie en sport zijn belangrijk voor onze gezondheid en ons welzijn, maar deze schaden de dieren in de natuur en het milieu niet.
j ) Verkeer en vervoer: doorgaand verkeer niet door stadscentrum
We hebben nog steeds een voorkeur voor de auto, maar zijn gaan inzien dat auto’s te veel ruimte innemen voor onze andere waarden: in de gemeente kunnen blijven wonen, de natuur behouden, de historische kern (D1) koesteren en de woonbuurten groener maken en deze geschikt houden voor spelen, bewegen en ontmoeten.
Ten eerste rijden er minder auto’s en vrachtwagens door het stadscentrum van Rhenen (D1) en Elst (D3). We hebben met elkaar en de provincie creatieve oplossingen bedacht om dit te realiseren. Het is ons daarbij gelukt om de centra van Rhenen en Elst goed bereikbaar te houden voor de lokale bevolking en de toeristen, ook met de auto. Er is voldoende parkeergelegenheid.
Ten tweede is er een beter netwerk aan fietspaden. We kunnen ons goed en snel op de fiets verplaatsen tussen de dorpen en de stad en naar school en werk in de regio. Zo zijn er fietstunnels of -bruggen op de plekken die eerder de gevaarlijkste kruispunten waren.
Ten derde is het aanbod van het openbaar vervoer verbeterd. In overleg met de provincie zijn structurele oplossingen gerealiseerd om het aanbod van routes blijvend te vergroten. De inzet van vrijwilligers speelt daarbij een rol. Zo kunnen extra routes worden gereden en ritten worden aangevraagd. De verbetering van de OV-verbinding tussen het treinstation van Rhenen (D2) en die van Kesteren helpt ook.
Ten vierde is in de hele gemeente deelvervoer geïntroduceerd: auto’s, scooters en fietsen.
Ten slotte is de Rijnbrug (D2) verbreed. Dat is een verbetering, hoewel door de toename van het aantal inwoners in de regio en onze voorkeur voor de auto, het verkeer hier in de spits nog steeds wel eens vast staat.
k ) Gemeentebestuur: Rhenen blijft een zelfstandige en zelfbewuste gemeente
De gemeente groeit van 20.000 naar zo’n 25.000 tot 27.000 inwoners. We hechten aan onze zelfstandigheid om onze cultuur-historische identiteit te kunnen bewaren. We willen graag blijven wie we zijn.
De bestuurscultuur van de gemeente is nog meer samen verkennen en samen doen geworden. Inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties nemen volop initiatief om het leven in de gemeente te verbeteren. Zij nodigen steeds anderen uit om ook mee te doen. Samen komen zij ook zelf in actie om het initiatief uit te laten groeien tot iets van waarde voor de gemeenschap. Initiatieven kunnen gaan over diverse onderwerpen. Met elkaar iets voor elkaar doen, is het motto.
De gemeente kan ook worden uitgenodigd om mee te doen aan een initiatief. Gelijk aan iedere genodigde, bepaalt de gemeente zelf hoe aan een initiatief mee te doen.
De gemeente kan ook worden uitgedaagd door inwoners. Wanneer inwoners menen dat zij iets beter kunnen oppakken en/of uitvoeren dan de gemeente, is hier ruimte voor. De gemeente blijft daarbij wel altijd verantwoordelijk voor borging van minimale eisen die zij stelt aan een gezonde en veilige leefomgeving.
NB
In 2025 liepen er drie ruimtelijke trajecten in de gemeente Rhenen: Het Programma Landelijk Gebied, de Randzonevisie en de Gebiedsverkenning Binnenveld. Deze drie trajecten zijn van invloed op de visie genoemd in deze bovenstaande paragraaf 3.2. De visie in paragraaf 3.2 dateert van 2023. De belangrijkste wijzigingen met het opstellen van de Randzonevisie (2025) zijn:
-
a.
er zijn twee plekken toegevoegd waar nieuwe bedrijven zich kunnen vestigen. Het gaat om randzone Cuneraweg Noord (D24) en randzone Cuneraweg Zuid (D25);
-
b.
de visie dat ongeveer 1.000 nieuwe woningen toegevoegd worden in en rond de kernen, wordt uitgebreid met 2.500 woningen rondom Achterberg en in het noordelijk deel van het Binnenveld tegen Nijverkamp aan. Hiervoor loopt een apart traject, de gebiedsverkenning Binnenveld, waarin deze gronden zijn aangewezen als een zoekgebied waar grootschalige woningbouw wordt onderzocht.
4 Randzonevisie (2025)
De gemeente Rhenen staat voor meerdere ruimtelijke opgaven
Er is behoefte aan ruimte voor woningbouw, landbouw, niet-agrarische bedrijvigheid, recreatie, natuur en energieopwekking. Juist in de randzones – de overgangsgebieden tussen bebouwing en landelijk gebied – komen deze ambities samen. In de Visie op Rhenen 2035 is daarom uitgesproken dat deze zones “optimaal benut” moeten worden. Deze Randzonevisie geeft hieraan een nadere invulling. In deze visie zijn ook twee nieuwe randzones opgenomen: Cuneraweg Noord en Cuneraweg Zuid, naar aanleiding van een verzoek tot vestiging van bedrijven op deze locaties. Ook zijn de randzones Rhenen en Achterberg in tweeën gesplitst.
Onze leefomgeving staat voor ingrijpende veranderingen. De energietransitie en klimaatadaptatie stellen nieuwe eisen aan het gebruik van de ruimte en vragen om aanpassingen in de landbouw en inrichting van het landschap. Tegelijkertijd is er een toenemende druk op de ruimte door de behoefte aan woningen, economische ontwikkeling en een gezondere leefomgeving. We zien ook vanuit de samenleving steeds vaker initiatieven ontstaan voor woningbouw, recreatie of hergebruik, ook wel functieverandering genoemd, van bestaande erven. Nieuwe woningen of bedrijven hebben ook weer invloed op de opgaven vanuit de energietransitie. Vooral in de randzones komen deze opgaven samen. Hier botsen belangen, maar ontstaan ook kansen voor slimme combinaties van functies, zoals landbouw, wonen, recreatie, energieopwekking, natuur en werken (niet-agrarische bedrijfsfuncties). Die ruimte is alleen niet onbegrensd. Ontwikkelingen zijn alleen mogelijk als ze rekening houden met de kwaliteiten van het gebied en daar ook een bijdrage aan leveren. In deze Randzonevisie bepalen we voor alle randzones individueel wat de kansen zijn voor het versterken van de kwaliteiten van de betreffende randzone, welke ontwikkelruimte daarbij past en welke randvoorwaarden daar dan bij horen. In dit hoofdstuk lichten we toe hoe we naar deze opgave kijken.

De Randzonevisie in relatie tot het beleid van de provincie Utrecht
De provincie Utrecht ziet randzones als kansrijke gebieden en biedt beleidsmatig ruimte voor ontwikkeling. Die ruimte is niet onbegrensd: initiatieven moeten aansluiten bij de kwaliteiten van het gebied en daar een aantoonbare bijdrage aan leveren. Omdat deze kwaliteiten per randzone verschillen, variëren ook de ontwikkelmogelijkheden. Mede om die reden stimuleert de provincie Utrecht de gemeente Rhenen om een randzonevisie op te stellen.
Op dit moment worden initiatieven individueel afgestemd met de provincie Utrecht. Door samen met gebiedspartijen en de provincie Utrecht een integrale visie op te stellen, krijgt de gemeente een beleidskader in handen. Dit vergroot de kans van slagen voor initiatieven en versnelt de afstemming met de provincie Utrecht. De Randzonevisie biedt daarmee helderheid, richting en versnelling in planprocessen.
In de randzones zijn de stad-landverbindingen van groot belang voor de provincie Utrecht. Dit gaat verder dan fysieke verbindingen zoals recreatieve routes: het gaat ook om verbindingen via landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarden. Denk aan het behoud van openheid, karakteristieke verkavelingsstructuren, zichtlijnen, natuurwaarden en archeologische elementen.
Ook het natuurlijk systeem speelt een sleutelrol. De provincie Utrecht beschouwt natuur als een samenhangend geheel van bodem, water, planten en dieren. Een gezond systeem houdt water vast, voedt de bodem en biedt ruimte aan biodiversiteit – en draagt zo ook bij aan een gezonde, klimaatbestendige leefomgeving voor mensen. Daarom is het belangrijk natuur en landschap te versterken en waar nodig te herstellen.
Voor Rhenen betekent dit een zorgvuldige balans tussen ontwikkelen en beschermen. Door de ligging tussen waardevolle natuurgebieden en de rijke cultuurhistorie vraagt elke ruimtelijke keuze om een afgewogen aanpak, waarin nieuwe functies samengaan met behoud en versterking van de gebiedskwaliteit.
De randzones in de Randzonevisie
Deze Randzonevisie geeft richting aan de toekomstige ontwikkeling van de randzones. Per randzone is in beeld gebracht welke functies het meest kansrijk zijn en onder welke voorwaarden ontwikkelingen mogelijk zijn. Zo ontstaat er duidelijkheid: waar is ruimte voor kleinschalige woningbouw, dagrecreatie of een nieuwe invulling van een erf, en waar staat behoud van het huidige landschap, gronden voor de landbouw of natuur centraal. Tegelijk laat de visie zien hoe initiatieven kunnen bijdragen aan de kwaliteiten van de randzones én aan de bredere doelen uit de Visie op Rhenen 2035. Uiteindelijk is het doel om de juiste functie op de juiste plek te laten landen en op een zorgvuldige manier sturing te kunnen geven aan initiatieven in de randzones. Deze Randzonevisie helpt bij het maken van ruimtelijke keuzes én bij het beoordelen van initiatieven uit de samenleving. En deze visie maakt duidelijk waar ruimte is voor ontwikkeling, én onder welke voorwaarden. Daarmee vormt de visie een ruimtelijk kompas én toetsingskader.

Ontwikkelen met respect voor de waarden en kwaliteiten van de plek
In de gemeente Rhenen is de druk op de ruimte groot. De gemeente zoekt ruimte voor woningbouw, toekomstbestendige landbouw, niet-agrarische bedrijvigheid, energieopwekking én recreatie. Om ontwikkelingen mogelijk te maken is ook ruimte nodig voor compensatie in de vorm van natuurontwikkeling, zowel kwalitatief als kwantitatief. De randzones kunnen een belangrijke rol vervullen in deze ruimtelijke vraagstukken.
Om het ontwikkelpotentieel van de randzones goed te kunnen bepalen zijn in deze Randzonevisie de kenmerken en kwaliteiten van de gebieden uitgebreid in beeld gebracht. Daarbij is gekeken naar de stad-landverbindingen, maar ook naar de aanwezige waarden op het gebied van natuur, landschap, groen, archeologie en cultuurhistorie. Deze elementen bepalen in belangrijke mate het karakter van de randzones en vormen samen een essentieel onderdeel van de identiteit van Rhenen.

Landschap
De ontstaansgeschiedenis van het landschap van de gemeente Rhenen is grotendeels bepaald door de voorlaatste ijstijd, zo’n 150.000 jaar geleden. Landijs drong ver Nederland binnen. In de Gelderse Vallei lag een grote ijstong, die zand en grond uit de ondergrond voor zich uitduwde. De Utrechtse Heuvelrug is door dit landijs opgestuwd. De randzone Rhenen West bijvoorbeeld is aan de bovenzijde redelijk vlak, doordat het landijs de bovenzijde van de stuwwal afvlakte. Een tweede belangrijke kracht, die van invloed is geweest op de randzones van Rhenen is het smeltwater van diezelfde ijsplaat uit de ijstijd.
De randen van de Utrechtse Heuvelrug zijn gevormd doordat aan het einde van de ijstijd het smeltwater water en sediment naar beneden spoelde. Aan de voet van de Utrechtse Heuvelrug ligt een ring van zogenoemde sandrs en puinwaaiers. Een sandr is een mix van zand en grind, die aan het einde van de ijstijd door smeltwater naar beneden zijn gespoeld. De sandrs zien we met name aan de westzijde van de Utrechtse Heuvelrug. Puinwaaiers zijn eveneens afzettingen van zand en grind. Ze hebben een kegelvormige vorm en zijn ontstaan als een beek plotseling zijn kracht verloor, bijvoorbeeld in een dooiperiode. Deze afzettingen komen vooral voor aan de oostzijde van de gemeente Rhenen. Voor een deel is de rand van de Utrechtse Heuvelrug bedekt met een laag dekzand. Deze is na de voorlaatste ijstijd door de wind afgezet.
Een bijzonder geologisch fenomeen vormen de droogdalen. Dit zijn de oude smeltwaterdalen, die door het inslijten van smeltwater zijn ontstaan. Ze zorgen voor langgerekte dalen die dwars staan op de Utrechtse Heuvelrug. Deze dalen zijn op meerdere plekken goed te zien. We zien ze binnen de randzones als waardevolle elementen. We zorgen ervoor dat de dalen van beneden naar boven goed herkenbaar, aantrekkelijk en toegankelijk voor inwoners en bezoekers, zijn.

Natuur/groen
De randzones van Rhenen grenzen voor een groot deel aan de Utrechtse Heuvelrug, de Laarsenberg of de uiterwaarden van de Rijn. Deze drie gebieden vallen binnen het zogenoemde Natuurnetwerk Nederland (NNN). Ze zijn in de provinciale Omgevingsverordening beschermd als natuurgebied. Direct aansluitend op NNN-gebieden zijn ook Groene Contourgebieden aangewezen in de provinciale Omgevingsverordening. In de Groene Contourgebieden zijn agrarische en niet-stedelijke zones opgenomen, die belangrijk zijn voor het versterken en verbinden van natuur, maar die niet formeel tot het NNN behoren. Ze sluiten daar echter wel op aan en worden gezien als ontwikkelzones voor nieuwe natuur. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen zijn beperkt en onder voorwaarden mogelijk als het geheel bijdraagt aan de versterking van de natuur.
Binnen de randzones komen allerlei natuurwaarden voor. In meerdere randzones vinden we bosjes en brede houtsingels. Deze vervullen een belangrijke rol voor de ecologische waarde in een gebied. In bosranden en overgangsgebieden met veel landschapselementen vinden we een hoge dichtheid aan soorten (kleine) zoogdieren, vogels en insecten. Een aantal houtwallen, zoals in randzone Rhenen West, is al heel oud. Deze kennen extra kwaliteiten. Door een rijke, voedselrijke bodem met veel organisch materiaal is het bodemleven er gevarieerder. Bovendien kennen deze houtwallen een stevige opbouw met oude bomen, struikenlaag en een kruidenlaag, waar veel soorten insecten en vlinders in voorkomen.
In meerdere randzones vinden we percelen met bloemrijk / ruig grasland of bloemrijke bermen. In de lage delen van het landschap, zoals de randzones rond Achterberg vinden we ook sloten met oeverbeplanting. Ook kennen de randzones rond Achterberg fraaie laanbeplantingen, zoals langs de Friesesteeg en de Snijdersteeg.
Binnen het provinciale beleid en regelgeving (waaronder de Omgevingsverordening) en het gemeentelijk omgevingsplan zijn meerdere ecologische verbindingen en groene contourgebieden aangewezen. Deze hebben als doel om natuurgebieden met elkaar te verbinden en uitwisseling van soorten mogelijk te maken. Een belangrijke verbinding vormt de ecologische samenhang tussen de Utrechtse Heuvelrug en de uiterwaarden van de Rijn, maar ook tussen de Thijmseberg en de Laarsenberg. Er zijn veel soorten die gebruik maken van zowel nattere gebieden in de uiterwaarden als de droge en beschutte plekken van het bos. Dit geldt onder andere voor diverse soorten amfibieën en reptielen. Ook veel vlindersoorten gebruiken beide biotopen. Meerdere soorten vogels en zoogdieren trekken tussen verschillende leefgebieden heen en weer, zoals dassen, marters en reeën.

Cultuurhistorie/archeologie
In en rond Rhenen zijn allerlei bijzondere archeologische vondsten gedaan. Zo werd begin jaren ’50 in het droogdal bij randzone Rhenen West een groot vroeg middeleeuws grafveld gevonden. Daarnaast komen op de Utrechtse Heuvelrug talloze grafheuvels voor, wat erop wijst dat er al lange tijd bewoning rond de Utrechtse Heuvelrug heeft plaatsgevonden. Zo zijn er rond het bedrijventerrein Remmerden allerlei vondsten gedaan uit de Bronstijd en de IJzertijd, zoals keramiekresten en sporen van boerderijstructuren. In Achterberg bevindt zich een ondergronds archeologisch rijksmonument, het kasteelterrein Ter Horst.
Rond de Utrechtse Heuvelrug bevinden zich ook veel cultuurhistorische waarden. Veel gebouwen hebben een status als rijksmonument of gemeentelijk monument. Daarbij gaat het onder andere om landhuizen, zoals Remmerstein, Prattenburg, oude tabaksschuren en boerderijen. Rondom de Utrechtse Heuvelrug liggen talloze oude akkers die al eeuwenlang in gebruik zijn voor de landbouw. Het gaat vaak om opgehoogde en vruchtbare zandgronden, die door langdurig gebruik rijk zijn aan voedingsstoffen en al eeuwenlang in gebruik zijn bij de landbouw. Voor de oprichting van landgoederen werd vaak het reliëf van de Utrechtse Heuvelrug gebruikt om bijzondere uitzichten te creëren. Bij veel van deze landgoederen zijn de oude zichtlijnen ook nog intact en zichtbaar. Ook dat zijn waardevolle elementen om te behouden, net zoals de parkaanleg en de bijbehorende bos- en landbouwpercelen. Door verschillende randzones loopt De Via Regia, de oude handelsroute tussen Utrecht en Keulen. Deze weg is opgenomen binnen de Cultuurhistorische Hoofdstructuur van de provincie Utrecht.

Landbouw
De landbouw is een dragende kracht voor onze identiteit. Dit komt tot uiting in het landschap, onze (cultuur)historie en in de manier waarop mensen het landelijk gebied beleven. In veel randzones is de landbouw dan ook prominent aanwezig.
De landbouw vervult in de randzones vaak een meervoudige rol. Zo worden de gronden gebruikt voor het verbouwen van voedsel en voor het houden van dieren. Daarnaast draagt agrarisch gebruik in sommige gebieden bij aan het behoud van een open landschap dat ruimtelijke kwaliteit uitstraalt. Op andere plekken helpt het om cultuurhistorische elementen zoals oude droogdalen, kavelstructuren of zichtlijnen van landgoederen zichtbaar en herkenbaar te houden. Daarnaast zijn er agrarische gronden die een hoge natuur- of ecologische waarde hebben, bijvoorbeeld door extensief gebruik of de aanwezigheid van bijzondere natuur- en diersoorten. Deze kwaliteiten erkennen én benutten we. In deze Randzonevisie zoeken we daarom naar kansen om dit dubbelgebruik te behouden, te versterken of verder te ontwikkelen. De landbouw blijft daarmee niet alleen een economische pijler, maar ook een sleutel tot ruimtelijke kwaliteit.
Tegelijkertijd staan we als gemeente voor grote ruimtelijke opgaven. De vraag naar ruimte voor bijvoorbeeld nieuwe woningen en lokale bedrijvigheid is groot en urgent. Dat betekent dat in sommige gevallen agrarisch grondgebruik plaats zal moeten maken voor andere functies. Waar dit speelt, zijn we terughoudend en zorgvuldig. Als er sprake is van transformatie dan is een goede inpassing met aandacht voor de landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische kwaliteiten van het gebied belangrijk. De randzones van Rhenen vormen daarmee het overgangsgebied bij uitstek: tussen stad en land, tussen functies, tussen verleden en toekomst. In deze visie kiezen we voor een benadering die landbouw, landschap, natuur en verstedelijking (ruimte voor woningen, lokale bedrijvigheid en recreatie) niet tegenover elkaar plaatst, maar juist zoekt naar balans en versterking.

Een goede balans
In deze Randzonevisie zoeken we een balans tussen functies onderling. Het gaat dan om de functies: wonen, landbouw, werken (niet-agrarische bedrijfsfuncties), recreatie (verblijfs- en dagrecreatie), natuur/ecologie en energieopwekking. Niet alle functies kunnen op dezelfde plek en ook de toekomst van de landbouw is voor de gemeente heel belangrijk. We moeten keuzes maken. Wonen en landbouw gaan bijvoorbeeld niet goed samen op dezelfde plek. Het vinden van een goede balans staat daarom centraal. Wat betreft de mogelijkheden voor het grootschalig opwekken van duurzame energie hebben we met deze Randzonevisie inhoudelijk geen wijzigingen aangebracht in de Visie op Rhenen 2035. Uit onderzoek van de provincie Utrecht volgt namelijk dat er voor grootschalige windenergie geen ruimte in de randzones is. Dit komt onder andere door de aanwezigheid van woningen en beschermde natuur. Voor de kleine ontwikkelingen van zon op land geldt ons huidige ‘Beleidskader zonnepanelen op land’.

Naast de balans tussen functies onderling zoeken we naar een balans tussen functies en kwaliteiten. Dit leidt ertoe dat we in sommige randzones meer nieuwe functies toelaten dan in andere. Zijn er veel natuurwaarden of cultuurhistorische kwaliteiten, dan zijn de mogelijkheden beperkt. Als er weinig waarden zijn of als deze sterk verbeterd kunnen worden, dan zijn de ontwikkelkansen voor nieuwe functies groter. Anderzijds geven we aan hoe een functie (als deze toegelaten kan worden) kan bijdragen aan de kwaliteit in het gebied. We noemen dat een kwaliteitsinvestering. Een kwaliteitsinvestering is een maatregel die bijdraagt aan het versterken, herstellen of behouden van de kwaliteit van een gebied - bijvoorbeeld door het behouden van bestaande kwaliteiten, het herstellen van zichtlijnen, of het aanleggen van houtsingels, ecologische verbindingen en recreatieve routes.
Ontwikkelkansen gaan hand in hand met kwaliteitsinvesteringen. Nieuwe functies zijn dan ook niet vanzelfsprekend. Bij een ruimtelijke ontwikkeling, zoals woningbouw of bedrijfsuitbreiding, moet ook een kwaliteitsinvestering worden gedaan, passend bij het gebied. Bijvoorbeeld door met de ontwikkeling van een nieuw woonerf ook nieuwe landschapselementen aan te leggen of met de vestiging van een recreatief bedrijf ook een nieuw wandelpad aan te leggen. In bijlage 1 staat per randzone beschreven wat mogelijke passende maatregelen zijn. Ook hierbij geldt: we zoeken daarbij naar een goede, zorgvuldige balans. Dit betekent dat hoe groter (de impact van) een ontwikkeling, hoe groter ook de kwaliteitsinvestering moet zijn. In de weegschaal hieronder ziet u de ontwikkelingen aan de linkerzijde en mogelijke kwaliteitsinvesteringen aan de rechterzijde. Deze moeten in evenwicht zijn, in balans.

5 Uitvoering
Uitvoering
Met de Visie op Rhenen hebben we samen een koers uitgezet. Er liggen kansen en opgaven. Hier werken we mee om onze Visie op Rhenen 2035 te bereiken. De gemeente doet dit graag samen met inwoners, ondernemers en organisaties op dezelfde manier als de Visie op Rhenen 2035 tot stand is gekomen. We verkennen samen en doen samen.
5.1 Uitvoering Visie op Rhenen 2035
De Visie op Rhenen in relatie tot bestaand beleid en hoger beleid
Bij de uitwerking van de Visie op Rhenen is het bestaande beleid van de gemeente en het beleid van hogere overheden leidend. Dit geldt ook voor afspraken die al zijn gemaakt in de regio. Wanneer bestaand gemeentebeleid toe is aan herziening, wordt de Visie op Rhenen richtinggevend.
De Visie op Rhenen in relatie tot regionale overleggen
De Visie op Rhenen is uitgangspunt in overleggen met de regio. Op enkele regionale opgaven loopt de Visie op Rhenen al vooruit.
Van Visie op Rhenen naar uitvoering
De gemeenteraad stelt de Visie op Rhenen vast als omgevingsvisie onder de Omgevingswet.
Uitvoering van de Visie op Rhenen gebeurt in de eerste plaats door middel van het bestuursprogramma van het college van burgemeester en wethouders. Op basis van dit bestuursprogramma zijn bijvoorbeeld de randzones verder uitgewerkt in de Visie op Rhenen.
Vervolgens wordt de Visie op Rhenen uitgewerkt in een uitvoeringsagenda. De uitvoeringsagenda is aanvullend aan het bestuursprogramma. De agenda geeft de doelen aan voor de langere termijn. In de uitvoeringsagenda staat welke stappen de gemeente gaat zetten om ieder doel te bereiken en binnen welke tijd. De gemeente geeft daarbij steeds duidelijk aan wat de gemeente kan doen en waarvoor de gemeente een beroep moet doen op andere overheden, zoals het waterschap en de provincie. De uitvoeringsagenda geeft bovendien de ruimte aan voor initiatieven vanuit de samenleving. Deze initiatieven moeten bijdragen aan de richting die uit de Visie op Rhenen spreekt.
Werken in een beleidscyclus
De omgevingsvisie geeft sturing en richting aan alle plannen, beleidsontwikkeling en projecten op het gebied van de fysieke leefomgeving. Uitvoering kan plaats vinden in omgevingsplannen, programma’s, sectoraal beleid, gebiedsgerichte visies en/of projecten. De keuze voor een programma, plan en/of project is afhankelijk van de opgaven en kansen van een deelgebied en de wijze waarop de gemeente wil sturen op het bereiken van de opgaven.

Na uitvoering volgt monitoring, evaluatie en zo nodig aanpassing van de Visie op Rhenen. Op deze wijze komt de logische cyclus van beleidsontwikkeling, beleidsdoorwerking, uitvoering en terugkoppeling rond.
Monitoring en evaluatie van de Visie op Rhenen
De gemeente ziet de Visie op Rhenen als een levend document: het wordt aangepast als ontwikkelingen of omstandigheden dit nodig maken. De snelheid waarmee dit gebeurt, is afhankelijk van de snelheid van ontwikkelingen of de bestuurlijke visie op ontwikkelingen. Er zijn geen voorgeschreven termijnen.
Met de gemeenteraad spreekt het college af dat tekstuele correcties altijd kunnen worden verwerkt in de Visie op Rhenen. En als er nieuw sectoraal beleid wordt vastgesteld door de gemeenteraad, kan het college van burgemeester en wethouders besluiten om dit te verwerken in de Visie op Rhenen. Aanpassingen die echt een bijstelling van de koers van de Visie op Rhenen betekenen, worden vanzelfsprekend door de gemeenteraad vastgesteld.
Proceswijzer
Voor initiatiefnemers vanuit de samenleving maakt de gemeente een proceswijzer. Dit is een handleiding voor initiatiefnemers en laat zien op welke wijze initiatiefnemers rekening kunnen houden met de Visie op Rhenen. De proceswijzer is gericht op initiatieven die passen binnen de Visie op Rhenen en die dus goed zouden zijn voor Rhenen, maar op basis van bestaande regels nog geen vergunning kunnen krijgen. Met de proceswijzer krijgen initiatiefnemers inzicht in de stappen die in ieder geval gezet moeten worden om te voldoen aan wettelijke vereisten. Bovendien deelt de proceswijzer kennis over het organiseren van verschillende belangen en het uitnodigen van belangstellenden om met elkaar het initiatief te realiseren.
Hoe gaan we om met kosten bij ontwikkelingen
De gemeente is verplicht om kosten voor werkzaamheden of maatregelen, waar initiatiefnemers van profiteren, bij die initiatiefnemers in rekening te brengen. Dit geldt onder de Wet ruimtelijke ordening, maar ook onder de Omgevingswet. Als de gemeente eigenaar is van de grond waarop wordt gebouwd, dan berekent de gemeente de gemaakte kosten door in de verkoopprijs van de kavels en de verhuur- en pachtprijzen. Als de gemeente geen eigenaar is van de grond, dan sluit de gemeente bij voorkeur vooraf een overeenkomst met de eigenaar. In deze overeenkomst staat welke kosten in rekening worden gebracht. Als het niet mogelijk is om vooraf afspraken te maken, moet de gemeente op een andere manier kosten verhalen. Dit kan in het omgevingsplan (de vervanger van het bestemmingsplan) of in een omgevingsvergunning.
Relatie met milieuaspecten
Milieu is een integraal onderdeel van de fysieke leefomgeving. Onder milieu verstaan we ook de kwaliteit van de bodem, het grondwater en het oppervlakte water. In Europees verband zijn de zogenoemde vier milieubeginselen vastgelegd. Dit zijn afspraken over de manier waarop we zorgen voor ons milieu. Als gemeente hebben we kennis van de vier milieubeginselen1 en beschouwen we milieu als een integraal onderdeel van de fysieke leefomgeving.
Vanuit dit oogpunt hanteert de gemeente Rhenen de volgende uitgangspunten:
-
a.
De door de Rijksoverheid wettelijk vastgestelde kwaliteitseisen vormen het minimale niveau voor de gemeente Rhenen. Daar waar afwegingsruimte beschikbaar is vanuit milieu, hanteren we voornamelijk het ‘ja, mits’ uitgangspunt. Met als doel dat meer functies in elkaars nabijheid kunnen voorkomen, zonder beperkingen op te leveren.
-
b.
De milieukwaliteit wordt per saldo niet onevenredig aangetast. Onevenredige aantasting van milieukwaliteit treedt op als wettelijke normen worden overschreden. Tussen aantasting en onevenredige aantasting van de milieukwaliteit ligt delicate afwegingsruimte. Daar waar deze afwegingsruimte bij de gemeente ligt, wordt een integrale benadering van belangen gevraagd. Waar nodig én mogelijk wordt de milieukwaliteit verbeterd;
-
c.
Bij de bescherming en de verbetering van de milieukwaliteit zoeken we naar koppelkansen met ruimtelijke ontwikkelingen en andere beleidsvelden;
-
d.
Gebiedsgericht milieubeleid: de milieukwaliteit in een gebied is passend voor de functie van dat gebied. Het mengpaneel binnen de Omgevingswet kan ons in staat stellen om op sommige milieuaspecten wat strenger en op andere wat minder strenge regels te hanteren (waarbij bedacht dient te worden dat de bandbreedtes in de Omgevingswet zodanig zijn gekozen dat altijd sprake blijft van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat). Op dit moment hanteert de gemeente nog geen gebiedsgericht milieubeleid.
De gemeente volgt (nu en straks) de milieukwaliteitseisen op Rijksniveau. Op het moment dat de gemeente heeft uitgewerkt hoe om te gaan met de bandbreedtes op het gebied van milieu (denk aan: lucht, geluid, externe veiligheid, trilling, geur en bodem) verwerkt de gemeente dit in de Visie op Rhenen 2035.
1 Deze luiden als volgt:
-
a.
Het voorzorgsbeginsel: als er goede redenen zijn om te vrezen dat een activiteit (waar een vergunning voor nodig is) negatieve gevolgen kan hebben voor het milieu dan moet deze activiteit worden voorkomen.
-
b.
Het beginsel van preventief handelen: milieuvervuiling moet zoveel als mogelijk worden voorkomen.
-
c.
Het beginsel van bestrijding aan de bron: als een activiteit negatieve gevolgen voor het milieu heeft dan moet als eerste worden gekeken naar de directe omgeving van de activiteit: kan er iets worden veranderd bij of in de directe omgeving van de activiteit?
-
d.
Het beginsel van de vervuiler betaalt: degene die de activiteit uitvoert, moet ook betalen voor het voorkomen of opruimen van de negatieve gevolgen.
5.2 Uitvoering Randzonevisie (2025)
Uitvoering Randzonevisie (2025)
Een eerste uitvoering van de Visie op Rhenen 2035 is de Randzonevisie (2025). In de randzones zoeken we naar de juiste balans in het mogelijk maken van ruimtelijke ontwikkelingen én het realiseren van kwaliteitsverbeteringen. Daarbij hanteren we het principe dat hoe groter (de impact van) een ontwikkeling, hoe groter ook de kwaliteitsinvestering moet zijn. Een kwaliteitsinvestering is een maatregel die bijdraagt aan het versterken, herstellen of behouden van de kwaliteit van een gebied. De bedoeling van dit beleid is dat inwoners of ondernemers die nieuwe woningen of andere functies in de randzones mogen realiseren zo’n kwaliteitsinvestering in de omgeving doen. We onderzoeken daarbij de kansen en mogelijkheden hoe kwaliteitsverbetering in het ene gebied kan zorgen voor (stedelijke) ontwikkeling in een ander gebied. Na vaststelling van deze visie zal een normering en een methodiek worden uitgewerkt, zodat initiatieven hierop kunnen worden uitgewerkt en getoetst. Initiatiefnemers zijn aan zet om als onderdeel van hun ruimtelijke ontwikkeling te laten zien hoe ze invulling willen geven aan de kwaliteitsinvestering. In eerste instantie zetten we in op kwaliteitsverbetering op eigen terrein. Voor sommige initiatieven zal gelden dat het fysiek onmogelijk is om de (volledige) investeringsopgave op eigen gronden te realiseren. Dat kan bijvoorbeeld zo zijn als het perceel te klein is en de eigenaar geen gronden in bezit heeft om de investering uit te kunnen voeren. Of omdat de gronden die in eigendom zijn al een dusdanige kwaliteit hebben dat extra investeren niet direct een grote meerwaarde heeft. In dit soort situaties is een financiële afdracht in een landschapsfonds aan de orde. De gelden die in het fonds gestort worden, worden ingezet om gemeentelijke natuur- en landschapsinvesteringsprojecten uit te voeren. De uitvoering en instandhouding van de kwaliteitsinvestering worden privaatrechtelijk vastgelegd. We sluiten daarvoor een anterieure overeenkomst met een initiatiefnemer waarin de bijdrage aan kwaliteitsverbetering wordt vastgelegd.
In enkele randzones zien we ruimte voor stedelijke ontwikkelingen op locaties binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Op aangeven van de provincie Utrecht geldt als voorwaarde dat we voor deze locaties een natuurvisie op moeten stellen. Hier gaan we mee aan de slag. We volgen hierbij het provinciale beleid en regelgeving en hanteren daarbij de meerwaardebenadering. Dit betekent dat nieuwe ontwikkelingen binnen het NNN alleen mogelijk zijn als er geen alternatieve locaties buiten het netwerk zijn en als er een natuurvisie wordt opgesteld die laat zien hoe natuurkwaliteit wordt behouden én versterkt. Daarbij wordt gezocht naar een meerwaarde voor natuur, landschap en biodiversiteit in de omgeving van de ontwikkeling. Deze aanpak zorgt ervoor dat ruimtelijke opgaven zorgvuldig worden ingepast, en dat de samenhang en kwaliteit van het natuurnetwerk op de lange termijn behouden blijft. We onderzoeken daarbij de kansen en mogelijkheden hoe kwaliteitsverbetering in het ene gebied kan zorgen voor (stedelijke) ontwikkeling in een ander gebied.
Tot slot onderzoeken we hoe het (nieuwe) provinciale en regionale beleid rond vrijkomende agrarische bebouwing kansen kan bieden voor onze gemeente. Ons uitgangspunt is dat agrariërs in het Binnenveld zoveel mogelijk ontwikkelruimte behouden om hun bedrijf voort te zetten. Eigenaren die hun erf (gedeeltelijk) anders willen gebruiken, willen we waar mogelijk meer ruimte geven voor dubbelgebruik, meerjarige overgangssituaties en mogelijkheden om te kunnen omschakelen. Dat kan gaan om nieuwe landbouwvormen (zoals akkerbouw of agrarisch natuurbeheer), om niet-agrarische bedrijvigheid of om functies als verblijfsrecreatie of kleinschalige horeca. Bij vrijwillige bedrijfsbeëindiging willen we kijken naar mogelijkheden om vrijkomende bouw- en sloopmeters in te zetten in de randzones in plaats van in het Binnenveld. Zo voorkomen we bijvoorbeeld dat nieuwe woonerven in het agrarisch gebied ontstaan, die op termijn de ontwikkelingsruimte van blijvende agrariërs kunnen belemmeren.
BIJLAGE 1: KENMERKEN EN OPGAVEN PER DEELGEBIED
Kenmerken en opgaven per deelgebied
De Visie op Rhenen 2035 heeft gevolgen voor de inrichting en het gebruik van de ruimte. Deze gevolgen zijn inzichtelijk gemaakt per deelgebied. De Randzonevisie (2025) is de eerste wijziging van de Visie op Rhenen 2035. Bij het vaststellen van deze Randzonevisie zijn de kenmerken en de opgaven van de randzones verder uitgewerkt. Deze zijn bij elke randzone verwerkt in een visie op die randzone.
Kenmerken per deelgebied
Per deelgebied zijn de kenmerken beschreven. De Visie op Rhenen geeft aan welke goede kenmerken van de gemeente Rhenen te behouden en/of te versterken.
Per deelgebied liggen er opgaven
De Visie op Rhenen 2035 leidt tot verschillende opgaven die na vaststelling nader worden uitgewerkt. De belangrijkste opgaven staan in deze bijlage beschreven. Bepaalde opgaven kunnen alleen worden gerealiseerd door de inzet van één of meerdere organisaties. Aan andere opgaven kunnen ook individuele inwoners, ondernemers of professionals bijdragen.
Naast de opgaven per deelgebied is er een aantal deelgebied overstijgende opgaven.*
Deze zijn:
-
a.
Deelvervoer (auto’s, scooters en fietsen) breed introduceren in de gemeente, met name in gebieden met veel auto’s of waar veel automobilisten willen parkeren.
-
b.
Goede isolatie van woningen en andere gebouwen, opwekken van energie, vooral met zonnepanelen, en zorgen voor een toereikende elektrische infrastructuur.
-
c.
Het verbeteren van OV-verbindingen binnen gemeente Rhenen en richting andere gemeenten.
-
d.
Het netwerk van fietspaden verbeteren, inclusief oversteekplekken veiliger maken.
-
e.
Aandacht voor de gevolgen van klimaatverandering, zoals hittestress en wateroverlast.
-
f.
Meer bomen planten en ander groen toevoegen in de kernen van gemeente Rhenen.
-
g.
Randzones optimaal ontwikkelen.
-
h.
In de randzones inzetten op natuurlijk spelen, wandelen en recreëren.
-
i.
De cultuurhistorie van landgoederen onderhouden.
-
j.
Informatie over erfgoed en geschiedenis verbeteren.
-
k.
Op plekken van archeologisch en cultuurhistorische belang de mogelijkheden om te wandelen verbeteren.
-
l.
Waardevolle ontmoetingen tussen mensen mogelijk maken.
*: bij sommige deelgebieden zijn deze opgaven nog wel extra genoemd, omdat deze opgaven specifieke aandacht vragen in het betreffende deelgebied.
Strategische doelen
De initiatieven:
-
a.
zorgen voor een gezond, duurzame en veilige leefomgeving met een evenwichtige bevolkingssamenstelling;
-
b.
versterken ruimtelijke kwaliteiten;
-
c.
versterken Rhenen als actieve en vitale gemeente waar in balans groen en rust wordt afgewogen met levendigheid en ondernemerschap;
-
d.
zijn in balans met andere initiatieven;
-
e.
leiden naar een sociaal en economisch gezonde samenleving;
-
f.
zijn toekomstbestendig, gezond, leefbaar, evenwichtig en initiatiefrijk.
De kenmerken en opgaven spelen een belangrijke rol bij het opstellen van het omgevingsplan en bij de toetsing van (buitenplanse) omgevingsvergunningen.
Het omgevingsplan bevat juridisch bindende regels waarmee kan worden gezorgd dat kenmerken behouden blijven en opgaven gerealiseerd kunnen of zelfs moeten worden.
Bij de afweging van nieuwe initiatieven vormen de kenmerken en opgaven het toetsingskader: een initiatief past bij de kenmerken van een deelgebied en/of levert een positieve bijdrage aan de opgaven van het deelgebied en/of de deelgebied overstijgende opgaven en/of het algemeen belang en/of de strategische doelen en/of heeft een positieve impact op conclusies van de trendverkenning (zie bijlage 3).
Visiekaart Randzonevisie (2025)
Hieronder ziet u de visiekaart die hoort bij de Randzonevisie (2025). De visiekaart wordt verder besproken bij de verschillende randzones.

1 Historische kern Rhenen
Over de historische kern Rhenen
De historische kern Rhenen is een beschermd stadsgezicht. De Cunerakerk en Cuneratoren zijn beeldbepalende Rijksmonumenten; de toren is een baken. Het winkelgebied in de historische kern heeft ook een functie voor andere kernen dan Rhenen.

Kenmerken historische kern Rhenen
De kenmerken zijn:
-
a.
Historisch stadscentrum
-
b.
Smalle pittoreske straatjes, pleintjes en restanten van eeuwenoude stadsmuur
-
c.
Cunerakerk met toren die zichtbaar is vanuit de wijde omgeving
-
d.
Recreatief en toeristisch aantrekkelijk
-
e.
Kleinstedelijke en dorpse kwaliteiten
-
f.
Kern winkelgebied
-
g.
Beperkte mogelijkheden om te parkeren
Opgaven historische kern Rhenen voor individuen
De opgaven zijn:
-
a.
In ere herstellen en/of beter zichtbaar maken: de gevels van de Delftse school en de wederopbouw.
-
b.
Gevels, daken en tuinen: meer begroeiing aanbrengen en beter water opvangen.
-
c.
Het plaatsen van zonnepanelen die passen bij de historische gebouwen.
-
d.
Ruimte boven winkels bewoonbaar maken.
-
e.
Inzetten op deelvervoer.
2 Kern Rhenen
Over kern Rhenen
De kern Rhenen kent verschillende woonbuurten met eigen identiteiten door type woningen, hoe groen het er is en de mate waarin het hoogteverschil merkbaar is. Ook verschillen de voorzieningen per buurt. De kern Rhenen heeft een treinstation met een verbinding in de richting van Utrecht.

Kenmerken kern Rhenen
De kenmerken zijn:
-
a.
Gevarieerd woningaanbod
-
b.
Woonwijken met eigen identiteit
-
c.
Hoogteverschil zichtbaar in verschillende wijken
-
d.
Groene ecologische verbindingen door de kern en speelvoorzieningen
-
e.
Treinstation met goede verbinding in de richting van Utrecht
-
f.
Voorzieningencentrum, ook voor andere kernen
-
g.
Veel zzp-ers in de dienstverlening
-
h.
Plaatsen van archeologisch en cultuurhistorisch belang
Opgaven kern Rhenen voor (samenwerkende) organisaties
De opgaven voor (samenwerkende) organisaties zijn:
-
a.
Van NS-station een verbindingsknooppunt maken om het gebruik van het OV en deelvervoer te verbeteren en te stimuleren.
-
b.
Verbeteren van de OV-verbindingen richting de vlakbij Rhenen gelegen intercitystations, de gemeenten Utrechtse Heuvelrug, Wageningen, Ede (in het bijzonder ziekenhuis Gelderse Vallei) en de regio Betuwe.
-
c.
Knelpunt Rijnbrug oplossen.
-
d.
Meer bomen planten.
-
e.
Aanleggen: schaduwrijke wandelpaden die via cultuur-historische gebouwen en plekken naar de natuur voeren.
-
f.
Aanleggen: veilige fietsroutes naar scholen en andere voorzieningen.
-
g.
Voorzieningen voor recreatie ook goed toegankelijk maken voor kinderen en mindervaliden.
-
h.
Bij mogelijke inbreiding goedkope duurzame woningen bouwen in de stijl van de kern; hoogbouw van een aantal verdiepingen past hier.
3 Kern Elst
Over de kern Elst
De kern Elst kent een geschiedenis van tabaksteelt. Verschillende voormalige tabaksschuren zijn bewaard gebleven. Elst heeft een kleine dorpskern met een aantal winkels. Een veerpont zorgt voor verbinding met de overkant van de Neder-Rijn.

Opgaven kern Elst voor (samenwerkende) organisaties
De opgaven zijn:
-
a.
Ruimte maken om (extreem) hevige regenbuien op te vangen en zo wateroverlast te voorkomen.
-
b.
Meer bomen planten en ander groen toevoegen.
-
c.
Voorzieningen behouden voor ouderen en zo mogelijk uitbreiden.
-
d.
Voorzieningen behouden voor de jeugd (>12 jaar) en zo mogelijk uitbreiden van Elst.
-
e.
In vrije tussenruimtes duurzame woningen bouwen in de stijl van de kern, waaronder kleinere woningen naar wens voor oudere inwoners
-
f.
Karakteristieke doorkijkjes richting uiterwaarden behouden.
-
g.
Oude gebouwen ombouwen naar woningen.
4 Kern Achterberg
Over de kern Achterberg
De kern Achterberg is het kleinste dorp van de gemeente Rhenen. Van oorsprong is Achterberg een agrarisch dorp; er zijn nog verschillende (monumentale) boerderijen aanwezig. Veel inwoners zijn betrokken bij één van de drie kerken. De kleine dorpskern heeft enkele winkels.

Opgaven kern Achterberg voor (samenwerkende) organisaties
De opgaven zijn:
-
a.
Ook kleinere woningen voor ouderen bouwen in de stijl van de kern.
-
b.
Innovatieve woonvormen ontwikkelen, zodat jong en oud bij elkaar woont en voor elkaar kan zorgen.
-
c.
Meer saamhorigheid op maatschappelijke thema’s realiseren.
-
d.
Winkels behouden.
-
e.
Aanleggen: schaduwrijke wandelpaden die naar de natuur leiden.
-
f.
Voorzieningen voor verschillende leeftijdsgroepen behouden en zo mogelijk uitbreiden.
5 Heimerstein
Over Heimerstein
Heimerstein is een voormalig landgoed dat door Zideris in gebruik is als woon-zorglocatie voor mensen die (intensieve) zorg en/of begeleiding nodig hebben. Het is een dorp op zich met het hoofdgebouw en de verschillende zijgebouwen. Dit deelgebied markeert de overgang van de Grebbeberg naar de Gelderse vallei.

6 Veeneind
Over het Veeneind
Het Veeneind ligt tussen de Cuneraweg en de wijk Petenbos van de gemeente Veenendaal. De bebouwing aan weerszijden van de Cuneraweg is langzaam gegroeid en zal nog verder groeien (stedebouwkundigplan 2004 2005). In dit deelgebied zijn de woningen veelal vrijstaand. Er is lintbebouwing op langgerekte kavels.

7 Bedrijventerrein Remmerden
Over het bedrijventerrein Remmerden
Bedrijventerrein Remmerden is gelegen aan de N225 en biedt ruimte aan verschillende bedrijfstypen met verschillende grootte.

Opgaven bedrijventerrein Remmerden voor (samenwerkende) organisaties
De opgaven voor (samenwerkende) organisaties zijn:
-
a.
Een kwalitatieve toekomstbestendige bedrijvigheid creëren, passend bij de aard van het bedrijventerrein.
-
b.
Uitbreiden van het bedrijventerrein met minimaal 5 hectare.
-
c.
Beter openbaar vervoer naar en van Remmerden vanuit de verschillende omliggende kernen.
-
d.
Energieneutraal maken van bedrijventerrein.
-
e.
Uitvoering geven aan de warmtetransitie.
-
f.
Grootschalige opwekking van energie op o.a. daken.
-
g.
Vervoer over water verkennen.
-
h.
Passende uitbreiding onderzoeken.
8 Bedrijvenlocatie Achterberg
Over bedrijvenlocatie Achterberg
Bedrijvenlocatie Achterberg is een compact gebied voor enkele bedrijven. De locatie is duidelijk begrensd door de Achterbergsestraatweg, Bergweg, Boslandweg en een bossage aan de noordzijde. De locatie ligt midden in een groen en agrarisch gebied en sluit niet aan op andere bebouwing. Het ligt in de groene corridor Rhenen-Achterberg.

9 Randzone Elst
Over randzone Elst
Randzone Elst is een natuurlijke overgang tussen woonkern en bosrand. Het gebied wordt gebruikt voor agrarische doeleinden en is een afwisseling van open percelen en percelen voorzien van beplanting. Langs de N416 staan huizen als een los lint met doorkijkjes naar de agrarische percelen. Het gebied wordt gebruikt voor recreatie. Voetbalverenigingen Oranje-wit en de Musketiers en de tennisvereniging hebben er hun thuis. Hier bevindt zich ook het voormalig defensieterrein Zwijnsbergen (MOB-complex).

U leest hieronder over de kenmerken, historische opbouw, de kwaliteiten, de mogelijke verbeteringen van die kwaliteiten en over de visie die de gemeente op de randzone heeft.
Kenmerken randzone Elst
De kenmerken zijn:
-
a.
Natuurlijke overgang tussen woonkern en bosgebied met oude akkers
-
b.
Gebied met agrarisch karakter met lange smalle percelen
-
c.
Afwisseling tussen open percelen en percelen voorzien van beplanting langs perceelsgrenzen en rondom erven
-
d.
Bosrand als afbakening van het gebied
-
e.
Woonbebouwing als een los lint aan de weg, met doorkijkjes over de agrarische percelen
-
f.
Recreatief uitloopgebied voor de woonkernen
-
g.
Voetbalvereniging Oranje-wit en Musketiers
-
h.
Voormalig defensieterrein Zwijnsbergen (MOB-complex)
-
i.
Plaatsen van archeologisch en cultuurhistorisch belang
-
j.
Onderdeel van de stuwwal met twee droogdalen
-
k.
Verschillende percelen hebben een status als Natuurnetwerk Nederland (NNN), maar zijn niet ingericht als natuur
-
l.
Langeafstandsfietsroute (LF-route) loopt door het gebied heen
-
m.
Nog geen rechtstreekse verbinding met het recreatief wandelnetwerk van de uiterwaarden en Utrechtse Heuvelrug
-
n.
Grote variatie in openheid (agrarisch grasland en akkerland) en geslotenheid (beplanting, recreatie en wonen)
-
o.
Mix aan functies aanwezig, waarbij eenheid voor een deel ontbreekt: agrarisch landschap (agrarisch grasland, akkerland en een kwekerij), MOB-complex, een veldsportcomplex, een bungalowpark en grote/diepe woonpercelen
Historische opbouw van het dorp Elst
Het dorp Elst ligt op de flank van de Utrechtse Heuvelrug, op de overgang van de stuwwal naar de Rijn. Voor de oorspronkelijke eerste bewoners van Elst was dit een gunstige plek. De uiterwaarden van de rivier werden gebruikt als hooilanden en brachten ook andere voordelen zoals visserij en handel. Het dorp lag hoog genoeg om niet te overstromen. Hoger op de stuwwal was het over het algemeen te droog voor landbouw. Het bos en (later) de heidegronden werden gebruikt voor het beweiden van dieren en het steken van plaggen, waarmee de lagergelegen akkers werden bemest.
Elst is ontstaan als boerennederzetting met twee langgerekte parallel lopende wegen. Deze vormen nu de Rijksstraatweg en de Franseweg. Rond deze twee straten lagen de akkers. Ook in de huidige stedenbouwkundige structuur van Elst is dit nog goed terug te zien. Beide straten vormen de grenzen van de bebouwing. Daarbuiten bevinden zich alleen enkele kleine lintbebouwingen (zoals de Engweg en de Sportweg), incidentele bebouwing en andere functies, zoals de voetbalvelden en de manege.

Elst heeft zich in de loop van de tijd ontwikkeld van agrarische straten tot een echt woondorp. De akkers tussen de Rijksstraatweg en de Franseweg zijn geleidelijk bebouwd. De eerste groei van Elst vond met name plaats door de historische boerenlinten te verdichten. Later ontstond bebouwing langs enkele dwarsstraten en werden er kleine straatjes toegevoegd tussen de Rijksstraatweg en de Franseweg. Na de naoorlogse periode werden er ook huizen gebouwd langs de verbindingsweg naar Veenendaal, de Veenendaalsestraatweg. Aan de noordzijde van Elst is eveneens dwars op de Rijksstraatweg een weg aangelegd, de Bosweg. Deze lag tot 2006 in een andere gemeente en heeft daardoor een eigen ontwikkeling gehad.
Typisch voor de naoorlogse groei van Elst is de bijna organische bebouwing. We bedoelen daarmee dat het vaak begon met een doodlopend straatje als dwarsstraat van een bestaande weg, welke later werd doorgetrokken naar een overliggende dwarsstraat. Dit is op historische kaarten van de jaren ’70 goed te zien. Soms lag er op een perceel eerst een bedrijf dat later werd uitgeplaatst en waarvoor woningen in de plaats kwamen. Zo is het dorp Elst straatje voor straatje en buurtje voor buurtje aan elkaar gegroeid. Nog altijd bevinden zich allerlei kleine percelen tussen de bebouwing die niet bebouwd zijn. Tussen de Rijksstraatweg en Zwijnsbergen zijn geen dwarsstraten aangelegd. Wel bevinden zich kleine bedrijven in het tussenliggende gebied.
Kwaliteiten van randzone Elst
Het dorp Elst wordt omgeven door natuurgebieden. Al van oudsher ligt de grens van (de akkers van) Elst en het bosgebied (landgoed Prattenburg) ongeveer op dezelfde plek. Een deel van de akkers tussen het bos en de Franseweg en (meer zuidelijk) Zwijnsbergen zijn in de provinciale Omgevingsverordening benoemd als Natuurnetwerk Nederland (NNN). Een deel van de oude akkers ten noorden van de Franseweg is niet meer op die manier herkenbaar. Door de aanleg van de sportvelden, de komst van de manege en de aanleg van enkele straten is dit gebied veel kleinschaliger geworden. Ten zuiden van de Sportweg ligt nog een grotere open akker en hetzelfde geldt voor het noordelijke deel van de Franseweg. Ook waardevol zijn de zichtlijnen langs de Paardenkop tussen de Bosweg en de Vissersweg. Hiermee blijft de historische grens (richting bos en Bosweg) zichtbaar. In het zuidwesten van de randzone, ten noorden van Zwijnsbergen, ligt een oud droogdal. Dit is een cultuurhistorisch waardevol fenomeen. Hoewel er tegenwoordig geen water meer doorheen stroomt, zijn dit soort droogdalen namelijk nog altijd zichtbaar in het reliëf van het gebied. Ze zijn daarmee een tastbare herinnering aan de natuurlijke ontstaansgeschiedenis van de Utrechtse Heuvelrug.
Kwaliteitsverbetering randzone Elst
De randzone Elst kan aantrekkelijker worden gemaakt op het gebied van landschap en recreatie. Dit doen we door het gebied samenhangender in te richten en de overgang tussen de woonkern Elst en het bos van de Utrechtse Heuvelrug te verbeteren. Bijvoorbeeld door nieuwe landschapselementen toe te voegen die het landschap begeleiden. We benutten kansen om de landschappelijke en ecologische kwaliteiten van de bosrand te versterken door in de bosrand een laag met struiken (de mantelvegetatie) en kruidenrijk grasland (zoomvegetatie) toe te voegen. Daarnaast kunnen houtsingels dwars op de stuwwal en bloemrijke graslanden een fraaie toevoeging zijn. Een zorgvuldige landschappelijke inpassing van nieuwe en herontwikkelde percelen/erven is ook van belang, zodat verrommeling van het gebied wordt tegengegaan. Verder ligt er een belangrijke opgave rondom het onderwerp water. Met de focus op de waterkwaliteit en kwantiteit gaan we kijken naar de samenhang tussen stedelijk en landelijk gebied. We benutten daarbij kansen om extra waterbergingsvoorzieningen te realiseren om zo beter in te kunnen spelen op hevige regenbuien en wateroverlast zo veel mogelijk te voorkomen. Ook zoeken we naar mogelijkheden om de (zicht)relatie tussen de bestaande (lint)bebouwing en het achterliggende (agrarische) gebied te versterken. Daarnaast kunnen de recreatieve verbindingen met de Utrechtse Heuvelrug en landgoed Prattenburg worden verbeterd. Bijvoorbeeld door een toeristisch overstappunt met horecavoorziening te realiseren en oude verdwenen padenstructuren in het gebied terug te brengen. Hierdoor wordt het makkelijker om vanuit de woonkern Elst een ommetje te maken richting het bos. Ook het zichtbaar en herkenbaar maken van het droogdal ten noorden van Zwijnsbergen is een kwaliteitsverbetering van deze randzone.
Visie op randzone Elst
Elst is een landelijk compact dorp met een toegankelijke natuurlijke overgang naar het bos. Elst blijft zich ontwikkelen tussen de historische grenzen, waaraan het haar ontstaan heeft te danken, de Rijksstraatweg en de Franseweg / Zwijnsbergen. De organische ontwikkeling van het dorp tussen de Rijksstraatweg en de Franseweg / Zwijnsbergen is nog niet uitontwikkeld. Er liggen tal van mogelijkheden om deze ontwikkeling door te zetten en te kiezen voor inbreiden. Te veel ontwikkelingen in de dorpsranden zou het dorp doen uitwaaieren en de kwaliteiten verminderen. Dat neemt niet weg dat er in de randzone nog enkele wat grotere stedelijke functies aanwezig zijn. Bijvoorbeeld het sportpark, de manege en het MOB-complex. Wanneer hier ruimte ontstaat voor ontwikkeling zien we kansen om woningen te realiseren. Het is daarbij belangrijk om dit naar aard en schaal aan te laten sluiten bij de kenmerken en kwaliteiten van de betreffende locatie.
In Randzone Elst benutten we dan ook vooral de kansen die er liggen om bebouwing, natuur en landschap in en rondom de randzone meer met elkaar te verweven en te verbinden en de relatie tussen dorpskern-randzone-Utrechtse Heuvelrug te versterken. Agrarische en natuurgronden in combinatie met recreatieve en/of woonfuncties kunnen hier een rol in spelen. De functie ‘werken’ (niet-agrarische bedrijfsfuncties) vinden we minder passend in deze randzone.
Voor alle ontwikkelingen in deze randzone geldt dat we daarbij moeten onderzoeken hoe we de bereikbaarheid en ontsluitingsmogelijkheden van de ontwikkeling en Elst in het algemeen kunnen waarborgen. We hebben daarbij speciale aandacht voor de fietser door in te zetten op een fietsroute over de Franseweg als alternatief voor de Rijksstraatweg.
Zwijnsbergen
In de provinciale Omgevingsverordening is dit gebied aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarmee is het belangrijkste doel in dit gebied de aanleg van natuur om daarmee de ecologische kwaliteiten van de bosrand te vergroten. Ook ligt hier de ambitie om meer wandelpaden aan te leggen en daardoor het dorp Elst beter te verbinden met het bosgebied. Nieuwe bebouwing mag in dit gebied niet leiden tot het oprekken van de dorpsrand, maar moet juist een afronding zijn, door een stevige groene rand te maken, waarin wonen dan een plaats krijgt. Ook ontstaat hier een definitieve rand door het aanliggende gebied her in te richten ten behoeve van natuur.Het verlies aan landbouwareaal beperken we zoveel mogelijk.
Direct ten westen van het MOB-complex zien we een grote koppelkans om enkele kleinschalige woonerven te realiseren en dit te combineren met natuurontwikkeling en het beleefbaar en waarneembaar maken van het hier aanwezige droogdal. Tegelijkertijd moeten we constateren dat deze percelen een provinciale status als NNN hebben. Dat maakt dat de ruimte voor ontwikkeling naar wonen nu niet mogelijk is, ondanks dat de gronden feitelijk voor agrarische doeleinden worden benut. Met enige ruimte voor woningbouw en natuurontwikkeling kunnen de ecologische kwaliteiten in het gebied versterkt worden. Zonder deze ontwikkelruimte verwachten we namelijk ook dat de kans dat de NNN-gronden daadwerkelijk van agrarisch naar natuur omgezet worden gering is. Door rondom een woonerf een robuuste landschappelijke zone aan te brengen met landschapselementen en wandelmogelijkheden wordt het wonen echt te gast in het landschap en de natuur. De woonerven geven ook de mogelijkheid om volkshuisvestelijk een bijdrage te leveren met kansen voor doelgroepen als starters en ouderen. Wanneer daarbij bijvoorbeeld in stijl met de voor Elst typische tabaksschuren wordt ontwikkeld ontstaat op een passende manier een nieuw woonmilieu. Deze ontwikkelrichting werken we binnen de provinciale meerwaardebenadering verder uit in combinatie met een natuurvisie waarin we laten zien hoe natuurkwaliteit wordt behouden én versterkt. Daarbij wordt gezocht naar een meerwaarde voor natuur, landschap en biodiversiteit in de omgeving van de ontwikkeling. Deze aanpak zorgt ervoor dat de beoogde woningbouw zorgvuldig worden ingepast, en dat de samenhang en kwaliteit van het natuurnetwerk op de lange termijn behouden blijft. Daarbij hebben we ook oog voor de alternatievenafweging waaruit volgt dat de ontwikkeling alleen hier mogelijk is en niet elders.
Engweg / Sportweg
In de omgeving Engweg/Sportweg, maar ook langs de Bosweg bevinden zich grote/diepe woonpercelen. We zien hier ruimte om een enkele woning of een kleinschalige dag- of verblijfsrecreatieve functie te realiseren. Nieuwe verblijfsaccommodaties moeten daarbij iets toevoegen aan het bestaande aanbod. Bij de nieuwe ontwikkelingen voor woningbouw en recreatie vinden we het wel belangrijk dat er een goede kwaliteitsverbetering plaatsvindt, bijvoorbeeld door het slopen van overtollige bebouwing of het landschappelijk inpassen van het perceel.
We voorkomen dat dit gebied aan ‘het stedelijk gebied’ van Elst vastgroeit. Het blijft een onderdeel van de randzone en daarom voegen we op een zorgvuldige manier nieuwe bebouwing toe. Alleen op enkele plekken in de bebouwingslinten (waar brede doorzichten zijn) is de toevoeging van een enkel erf in de vorm van erfwonen denkbaar. Erfwonen is een woonvorm waarbij meerdere huishoudens samen op een gedeeld erf wonen, dat wordt omringd door groene of agrarische percelen. De woningen en het erf vormen een samenhangend geheel en heeft de uitstraling van een agrarisch erf. Voor de woningen kunnen voormalige stallen worden gebruikt of een bouwvorm die doet denken aan een hoofdwoning met bijgebouwen. Doorgaans bestaat een klein erf uit 3 à 5 woongebouwen, waarin maximaal 10 wooneenheden kunnen worden gerealiseerd. Als er in de ruimtelijke opzet van dit deelgebied een grotere eenheid vrijkomt (bijvoorbeeld door het afstoten van een voetbalveld of het vertrek van de manage of een boerderij), dan is een groter woonerf in het groen een mogelijkheid. Een groter woonerf bestaat uit maximaal 20 à 30 woningen. Ook hier geldt dat woonvormen in stijl met de voor Elst typische tabaksschuren passend zijn.
Franseweg-Noord
In dit gebied is de relatie tussen de Franseweg en het bosgebied nog het beste in stand gebleven. Al van oudsher ligt er een open akker tussen de Franseweg en de bosrand. Alleen op een plek (aan de Bosweg) waar ooit een nertsenfokkerij heeft gelegen, zijn nu enkele riante woonpercelen gerealiseerd. Grote ambitie in dit deelgebied is om de overgang tussen het bos en het omliggende landschap natuurlijker te maken. Dit kan bijvoorbeeld door struiken, lage beplanting en ruig grasland aan te leggen. Zo wordt de overgang van bos naar open gebied geleidelijk en minder abrupt. Veel insecten en vogels hebben voordeel van zo’n natuurlijke overgangszone. Bovendien ligt er een kans om meer wandelpaden tussen het dorp Elst en het bos te realiseren.
Uitdaging is wel om de openheid in het gebied zoveel mogelijk te behouden. Nieuwe ontwikkelingen in de vorm van wonen of recreatie zijn hier alleen denkbaar als ze de openheid niet belemmeren en bijdragen aan de hiervoor genoemde ecologische en recreatieve verbeteringen. De herontwikkeling van een van de diepe agrarische percelen aan de Franseweg is mogelijk denkbaar met een woonfunctie of (kleinschalige) recreatieve functie.
Paardenkop
In de visie blijft er een onbebouwde zone tussen de Bosweg en de Vissersweg liggen. Daarom zetten we in op het behoud van de zichtlijnen vanaf de Paardenkop richting de open plekken ten noorden en zuiden van deze weg. Op de hoek van de Paardenkop met de Franseweg en de Vissersweg zijn kleinschalige ontwikkelingen in de vorm van erfwonen denkbaar om de entree van het dorp te verfraaien. Met name aan de noordzijde van de Paardenkop kan de herontwikkeling van het bestaande erf (met opstallen) een kwaliteitsverbetering opleveren.

10 Randzone Rhenen West
Over randzone Rhenen West
In randzone Rhenen West wisselen agrarische percelen en kleine bospercelen elkaar af. Door dit gebied loopt hoofdweg N225. Langs deze weg is er lintbebouwing. Het gebied vormt een ecologische verbinding tussen Utrechtse Heuvelrug en de uiterwaarden van de Rijn.

U leest hieronder over de kenmerken, historische opbouw, de kwaliteiten, de mogelijke verbeteringen van die kwaliteiten en over de visie die de gemeente op de randzone heeft.
Kenmerken randzone Rhenen West
De kenmerken zijn:
-
a.
Afwisseling tussen agrarische percelen en kleine bospercelen
-
b.
Lintbebouwing langs de hoofdweg
-
c.
Afwisseling tussen vrije zichten en doorkijkjes tussen woningen en bossages over de uiterwaarden
-
d.
Ecologische verbinding tussen Utrechtse Heuvelrug en de uiterwaarden van de Rijn
-
e.
Doorkijkjes op de Rijn en de uiterwaarden
-
f.
Plaatsen van archeologisch en cultuurhistorisch belang
-
g.
Onderdeel van de stuwwal met de aanwezigheid van een droogdal
-
h.
Grote variatie in openheid (agrarisch grasland en akkerland) en geslotenheid (bos en wonen)
-
i.
Noordzijde is een grondwaterbeschermingsgebied
-
j.
Aantal percelen zijn Natuurnetwerk Nederland (Stadsbossen Rhenen en Landgoed De Tangh), de overige gronden zijn Groene Contour
-
k.
Het reliëf van de Utrechtse Heuvelrug is voor een groot deel niet zichtbaar door opgaand groen, ook Landgoed De Tangh ligt verscholen. Op een aantal plekken is door of tussen de groenstructuren vanuit de bebouwde omgeving van Rhenen zicht op de open agrarische percelen
-
l.
Wandelroutes tussen Rhenen en de Stadsbossen aanwezig en een landelijke fietsroute op de N-weg
-
m.
Voornamelijk aan de N-weg bevinden zich provinciale monumenten
Historische opbouw van randzone Rhenen West
Aan de zuidkant en zuidwestkant van de Utrechtse Heuvelrug zijn de stad Rhenen en het buurtschap Remmerden ontstaan. Vanuit Rhenen en het buurtschap Remmerden is de hele zuidelijke en zuidwestelijke flank van de Utrechtse Heuvelrug geschikt gemaakt voor de landbouw. Eeuwenlang bestond deze flank uit grote open akkers, afgewisseld met bospercelen en brede houtwallen. De houtwallen werden over het algemeen aangelegd om wild buiten te houden en vaak ook als veekering voor het eigen vee. De akkers liepen door tot boven op het plateau van de Utrechtse Heuvelrug. Het plateau is het verhoogde landschap dat is ontstaan in de voorlaatste ijstijd, zo’n 150.000 jaar geleden.
Een deel van de randzone Rhenen West ligt rondom een oud droogdal. Deze akkers worden allemaal omgeven door brede houtwallen. De twee bovenste akkers liggen op het plateau van de Utrechtse Heuvelrug. Ook rond Remmerden zijn door de vroege landbouw grotere open akkers ontstaan. Later is een groot deel van deze akkers ingevuld met het bedrijventerrein. Rondom het huidige bedrijventerrein ligt nog een brede zone met akkers. Tussen het voormalige buurtschap en huidige bedrijventerrein Remmerden en de stad Rhenen werd in de jaren ’20 van de vorige eeuw landgoed De Tangh opgericht met een fraai landhuis en een prieel met bijzondere uitzichten op de Rijn en de Betuwe.

De stad Rhenen was eeuwenlang een compact stadje aan de voet van de Utrechtse Heuvelrug. In de 20e eeuw begint de stad zich langzaam maar zeker iets uit te breiden langs de belangrijkste uitvalswegen. Pas eind jaren ’50 begint de groei van Rhenen grotere vormen aan te nemen en worden ook de oude akkers langs de Nieuwe Veenendaalseweg bebouwd. Eind jaren ’70 is het hele gebied ten zuiden van het Paardenveld en de Nieuwe Veenendaalweg bebouwd. In de jaren ’80 volgt een nieuwe wijk ten noorden van Paardenveld en in de jaren ’90 tenslotte de wijken tussen de Koerheuvelweg en de Reumersweg. Hoewel er daarna nog meerdere plannen zijn geweest om enkele akkers te bebouwen, zijn de wijken hier niet meer uitgebreid.
Kwaliteiten van randzone Rhenen West
Deze randzone heeft veel verschillende kwaliteiten op het gebied van cultuurhistorie, archeologie, landschap en natuur. Het gebied vormt een kleinschalige overgang tussen de uiterwaarden van de Rijn en landgoed De Tangh, dat aan de rand van het bos ligt. De zichtlijnen op het landgoed en het landhuis zijn hier van grote waarde. Langs de Utrechtsestraatweg staan oude boerderijen en tabaksschuren met een monumentale status. Ook de zogenoemde droogdalen in dit gebied zijn cultuurhistorisch waardevol.
Vooral in het oostelijke deel van de randzone komt alles samen: het droogdal, houtwallen en blokvormige akkers zorgen ervoor dat landschap, historie en natuur duidelijk herkenbaar aanwezig zijn. Dit geeft het gebied een sterke en eigen identiteit. De akkers die in het noordelijke deel van randzone Rhenen West liggen maken geen deel uit van het droogdal zelf. Ze liggen op een oorspronkelijk plateau, dat is gevormd door het schurende landijs in de voorlaatste ijstijd, en zijn daardoor vrij vlak. Een opvallend kenmerk hier is het uitzicht vanaf de Nieuwe Veenendaalseweg: je kijkt uit over een groot open akkergebied met houtwallen, die het begin van het droogdal markeren. Dit is de enige plek bij de noordelijke entree van Rhenen waar je het landschap écht kunt ervaren – door het open zicht, het reliëf en de samenhang van natuurlijke en agrarische elementen.
Een groot deel van de akkers in de randzone Rhenen West vormen een ecologische verbindingszone. De verschillende akkers met houtwallen in de Randzone Rhenen West zijn in de provinciale Omgevingsverordening opgenomen als Groene Contourgebied.
Kwaliteitsverbetering randzone Rhenen West
De belangrijkste kansen om de kwaliteiten in deze randzone te verbeteren liggen op het vlak van het verhogen van de ecologische en recreatieve kwaliteiten. Op enkele plekken langs de Utrechtsestraatweg liggen kansen om bestaande erven ‘op te knappen’ en oude gebouwen te benutten voor een nieuwe ontwikkeling.
Het huidige agrarische grondgebruik gecombineerd met de robuuste groene omzomingen zorgt in belangrijke mate voor de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van de randzone Rhenen West. Juist in de overgangen van bos naar akkers is vaak een grote variatie aan soorten planten en bomen te vinden. Daardoor liggen er in deze randzone kansen om de ecologische kwaliteiten verder te versterken. Dit kan door de omliggende gronden verder te versterken en natuurinclusiever te maken, bijvoorbeeld door in te zetten op kruiden- en faunarijke akkers. Een dergelijke inrichting gaat ook goed samen met het kenmerkende open karakter van de agrarische percelen, de beleving van de aanwezige hoogteverschillen, de cultuurhistorische waarden en de ecologische ambities. Daarbij zoeken we ook kansen om de recreatieve verbinding tussen de Palmerswaard en Utrechtse Heuvelrug te verbeteren en nieuwe wandelroutes te maken waarmee het aanwezige droogdal beter beleefbaar en toegankelijk gemaakt kan worden.
Visie op randzone Rhenen West
Door alle kenmerken en kwaliteiten van de oude akkers en houtwallen in deze randzone zijn de ontwikkelkansen beperkt. De focus ligt voornamelijk op behoud van wat er al is. Dat neemt niet weg dat er een grote meerwaarde ligt om de bestaande grote open landbouwpercelen, die landschappelijk en cultuurhistorisch gezien ook waardevol zijn, verder te versterken en te voorzien van meer natuurwaarden. Op die manier kunnen we namelijk de ambitie waarmaken om een ecologische verbinding te maken tussen de Utrechtse Heuvelrug en de Palmerswaard en landbouw, natuur en landschap nog meer met elkaar verweven. Dit kan bijvoorbeeld door dubbelgebruik in de vorm van agrarisch natuurbeheer. Om deze ambitie extra kracht bij te zetten en waar te kunnen maken kan het nodig zijn om een financiële drager te zoeken. Dit kan via de inzet van subsidieregelingen, zoals Kwaliteitsimpuls Natuur en Landschap (SKNL), en/of het bieden van ruimte voor ontwikkeling.
Tegelijk sluiten we een nieuwe bebouwde functie uit in deze randzone, zoals wonen. Ook de functie ‘werken’ (niet-agrarische bedrijfsfuncties) vinden we niet passend bij het karakter van het gebied. En voor nieuwe dag- of verblijfsrecreatieve functies geldt dat ze vanwege onder andere het verscholen karakter en de beperkte bereikbaarheid niet direct voor de hand liggen.
Voor het westelijk deel van randzone Rhenen West staat het behoud van het zicht op en vanuit landgoed De Tangh voorop. De ecologische en cultuurhistorische kwaliteit is hier hoog en kan nauwelijks aan kwaliteit winnen. Alleen bij hergebruik van oude stallen op bestaande erven, bijvoorbeeld in de vorm van kleinschalige woningbouw of recreatieve ontwikkeling, kan een kwaliteitsverbetering worden bereikt als daarmee het erf een betere beeldkwaliteit en inpassing krijgt.

11 Randzone Rhenen Oost
Over randzone Rhenen Oost
In randzone Rhenen Oost bevinden zich Ouwehands Dierenpark en Sportpark Candia. Verder wordt het gebied omringd door het natuurgebied de Laarsenberg en loopt hoofdweg N225 langs het gebied.

U leest hieronder over de kenmerken, historische opbouw, de kwaliteiten, de mogelijke verbeteringen van die kwaliteiten en over de visie die de gemeente op de randzone heeft.
Historische opbouw van randzone Rhenen Oost
Het gebied ten oosten van de stad Rhenen, rondom de Laarsenberg, had lange tijd een onbebouwd karakter. In 1932 vestigde Ouwehands Dierenpark Rhenen zich hier, waarna het terrein in de loop der jaren werd uitgebreid met een omvang van 22 hectare. Ook het sportpark Candia vond hier een plek. Daarmee veranderde het gebied geleidelijk in een zone met belangrijke recreatieve en sportieve functies.

Kwaliteiten van randzone Rhenen Oost
Randzone Rhenen Oost kenmerkt zich door haar recreatieve aantrekkingskracht, zowel voor de eigen inwoners als voor toeristen en recreanten van buiten Rhenen. Intensieve en extensieve recreatieve functies bevinden zich hier naast elkaar. Het is belangrijk om deze recreatieve kwaliteiten richting de toekomst op een goede manier te blijven combineren met de ook sterk aanwezige natuurwaarden.
Kwaliteitsverbetering randzone Rhenen Oost
Dit bosrijke gebied biedt kansen om de natuurwaarden verder te versterken door natuurlijke inpassing in lijn met de omliggende natuurbeheertypen van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Door te kiezen voor gemengd loofbos en het benutten van open plekken voor nieuwe natuur, kan de ruimtelijke kwaliteit worden verhoogd. Ontwikkelingen dienen dan ook te passen binnen de ecologische structuur en het karakter van het NNN. Verder geldt dat we de fietsverbinding naar sportpark Candia en Ouwehands Dierenpark willen verbeteren en inzetten op het rolstoelvriendelijk maken van het sportpark.
Visie op randzone Rhenen Oost
Met Ouwehands Dierenpark en Sportpark Candia is randzone Rhenen Oost een intensief en vol gebied te noemen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in deze randzone zijn dan ook alleen via herontwikkeling van bestaande functies voorstelbaar, waarbij aandacht moet zijn voor de aanwezige natuurwaarden. We denken daarbij aan functies op het gebied van wonen of recreatie. Eventuele nieuwe verblijfsaccommodaties moeten daarbij iets toevoegen aan het bestaande aanbod.
We ondersteunen de duurzame doorontwikkeling van Ouwehands Dierenpark. Deze vindt plaats binnen de kaders van het provinciale beleid, met inzet op zorgvuldige afstemming tussen partijen en oog voor de specifieke context en kwaliteiten van het gebied. Een eventuele uitbreiding zal niet binnen de randzone Rhenen Oost plaatsvinden, maar in het aangrenzende deelgebied Utrechtse Heuvelrug (D22).
12 Randzone Achterberg Noord
Over randzone Achterberg Noord
Randzone Achterberg Noord is een agrarisch gebied met (grote) agrarische bedrijven, rechte wegen en rechte, rationeel verdeelde kavels. De kavels liggen strak en recht naast elkaar, zoals gebruikelijk in veenweidelandschappen. Er zijn houtwallen en op enkele plekken staan langs de kavelranden bomen. Over de grote open kavels is er vrij zicht op het Binnenveld.

U leest hieronder over de kenmerken, historische opbouw, de kwaliteiten, de mogelijke verbeteringen van die kwaliteiten en over de visie die de gemeente op de randzone heeft.
Kenmerken randzone Achterberg Noord
De kenmerken zijn:
-
a.
Gebied met agrarisch karakter
-
b.
(Grote) agrarische bedrijven, soms met een multifunctioneel karakter
-
c.
Rechte wegen en rechte rationele kavels
-
d.
Houtwallen, kavelranden op aantal plekken voorzien van enkele bomenlaan
-
e.
Vrij zicht over de grote open kavels
-
f.
Historische Friesesteeg met begeleidende bomenstructuur doorsnijdt het gebied
-
g.
Grondwater vlak onder het maaiveld
-
h.
Veenweidelandschap
-
i.
Fietsknooppuntennetwerk op historische Friesesteeg
Historische opbouw van de randzones rond het dorp Achterberg
Het dorp Achterberg is ontstaan op de flank van de Utrechtse Heuvelrug. De naam verwijst naar de ligging: het dorp ligt gezien vanuit Rhenen letterlijk ‘achter de berg’. Hier ontstonden de eerste boerderijen langs de Cuneraweg en twee zijwegen, de Hogesteeg en De Dijk. De Dijk vormt een kleine zandrug dat vanaf de Utrechtse Heuvelrug het veengebied in stak. Hier zaten de agrariërs hoog genoeg om droog te kunnen wonen en akkers aan te leggen en tegelijk de nattere lage gronden te benutten. Naarmate de ontwatering van het veenontginningsgebied verbeterde, vestigden zich daar steeds meer boerderijen.
Tot na de Tweede Wereldoorlog bestond Achterberg slechts uit enkele bebouwingslinten met daaromheen alleenstaande boerderijen. In de jaren ‘60 ontstaat rond de Achterbergsestraatweg en de Molenweg een klein cluster van bebouwing. In de jaren ’80 vindt de eerste planmatige uitbreiding plaats, rond De Hoef. In de jaren ’90 wordt dit aangevuld met De Horst en wordt het gebied tussen de Hogesteeg en de Cuneraweg opgevuld. Twintig jaar later groeit Achterberg verder ten westen van de Achterbergsestraatweg. Het resultaat is een compact dorp aan de westzijde van de Cuneraweg met nog altijd de originele lintbebouwingen in het veenweidelandschap ten oosten van de Cuneraweg.

Kwaliteiten van de randzones rond het dorp Achterberg
Het dorp Achterberg ligt precies op de overgang van het hogere zandgebied naar het vlakke veenweidelandschap. Het dorp zelf is vooral gebouwd op het zand. De langgerekte kavels aan de oostzijde van de Cuneraweg, die extra worden benadrukt door lange rijen bomen en struiken (groensingels), hebben een bijzondere landschappelijke waarde en lopen door tot aan de Zuidelijke Meentsteeg en de Grift. De landbouwgronden rondom Achterberg zijn belangrijk voor de agrarische sector. Het zijn vaak grote aaneengesloten kavels. De oude bouwlanden kennen hier een natuurlijke geschiktheid voor de landbouw. Maar ook de veenweidekavels hebben door de water- en voedselrijke ondergrond een goede waarde. Aan de zuidkant van het dorp heb je uitzicht op de flank van de Laarsenberg. Een bijzonder historisch element is het terrein van het oude kasteel Ter Horst. Dit terrein is een beschermd archeologisch rijksmonument. Hoewel er geen resten van het kasteel zelf meer te zien zijn, is het gebied speciaal vanwege de opvallende waaiervormige indeling van de kavels.
Kwaliteitsverbetering randzone Achterberg Noord
In deze randzone ligt een opgave om beter water vast te houden. Juist ten westen van de spoorlijn kan water zich ophopen bij hevige buien. Het afvoeren van water bij hevige buien en tegelijk vasthouden van water binnen het gebied vraagt om een stevige groenblauwe structuur. Het gebied ten noorden van Achterberg leent zich voor zo’n ontwikkeling. Bij bestaande sloten kan de ecologische kwaliteit worden verbeterd door natuurvriendelijke oevers te realiseren, elzensingels aan te planten of rietkragen aan te brengen. Het versterken van de dorpsrand met groene recreatieve voorzieningen, zoals het kunnen maken van een ommetje, is ook een goede mogelijkheid om een kwaliteitsinvestering te doen.
Visie op randzone Achterberg Noord
Randzone Achterberg Noord is in de gebiedsverkenning Binnenveld aangewezen als een zoekgebied waar grootschalig woningbouw wordt onderzocht. Vooruitlopend op de uitkomst hiervan, werken we niet mee aan kleinschalige woningbouwprojecten en overige ontwikkelingen die een mogelijke verstedelijking later in de weg staan. Wel staan we open voor agrarische bedrijven die willen verduurzamen.
De visie op de noordelijke randzone van Achterberg kent verschillende kanten en belangen. Enerzijds ligt hier de ambitie om zoveel mogelijk ruimte voor de landbouw te behouden. Nabij de dorpskern zien we wel een spanningsveld tussen de agrarische activiteiten, de leefbaarheid en gezondheidseffecten. Ook ontbreekt er een herkenbare en aantrekkelijke dorpsrand aan de noordzijde van Achterberg. Een dorpsuitbreiding in deze randzone biedt kansen om deze aspecten aan te pakken. Tegelijk speelt in Achterberg een verstedelijkingsdiscussie en ligt er de opgave voor een robuuste groenblauwe structuur tussen Utrechtse Heuvelrug en Binnenveld. Daarom liggen er voor dit gebied meerdere mogelijke ontwikkelrichtingen:
-
a.
Direct aan de kern Achterberg wordt een dorpse uitbreiding gerealiseerd met een robuuste groenstructuur met een recreatief ommetje. Daarbij vinden we het belangrijk dat niet de hele structuur wordt volgebouwd en er voldoende lucht en ruimte overblijft met doorzichten naar het achterliggende landschap. Een dorpse uitbreiding binnen de gedachten van kernranden van de provincie Utrecht bestaat uit ongeveer 50 woningen.
-
b.
In combinatie met een robuuste groenblauwe structuur worden in de kenmerkende oost-west richting meerdere grote en kleine woonerven in de stijl van een boerenerf ontwikkeld in de lintbebouwing. Verstedelijking van een brede rand gaat dan samen met het vasthouden van water en versterken van de ecologische verbinding en het behouden van voldoende doorzichten naar het achterliggende landschap. Een groot boerenerf bestaat uit ongeveer 20 tot 30 woningen, terwijl een klein boerenerf bestaat uit 3 à 5 woongebouwen, waarin maximaal 10 wooneenheden kunnen worden gerealiseerd.
Voor beide ontwikkelrichtingen geldt dat we daarbij moeten onderzoeken hoe we de bereikbaarheid en ontsluitingsmogelijkheden van de ontwikkeling en Achterberg in het algemeen kunnen waarborgen.
Naast de mogelijkheid voor dorpsuitbreiding liggen er kansen om via de herontwikkeling van bestaande percelen in deze randzone woningen, recreatieve functies, werkfuncties met een landelijke uitstraling of andere vorm van landbouw te realiseren. Dit kan bijvoorbeeld wanneer een eigenaar ervoor kiest het gebruik van het perceel te wijzigen, zoals bij vrijwillige bedrijfsbeëindiging of omschakeling naar een andere functie. We vinden het belangrijk dat de nieuwe functies op een kleinschalige manier in het landschap worden ingepast door in te zetten op erfontwikkelingen waarbij sprake is van een hoofdgebouw met ondergeschikte bijgebouwen.

13 Randzone Achterberg Zuid
Over randzone Achterberg Zuid
Randzone Achterberg Zuid is een agrarisch gebied met een aantal agrarische bedrijven, woningen en andere bebouwing. Over de open kavels is er vrij zicht richting de kern Achterberg en natuurgebied de Laarsenberg.

U leest hieronder over de kenmerken, historische opbouw, de kwaliteiten, de mogelijke verbeteringen van die kwaliteiten en over de visie die de gemeente op de randzone heeft.
Kenmerken randzone Achterberg Zuid
De kenmerken zijn:
-
a.
Open agrarisch gebied met een aantal erven en zicht op het dorp Achterberg en natuurgebied de Laarsenberg
-
b.
Grenst direct aan de huidige dorpskern en woningbouwlocatie Achterberg-Zuid
-
c.
De Cuneraweg is een historisch bebouwingslint, vormt de scheiding tussen het zand- en veenweidelandschap en is een van de zuidelijke entrees van Achterberg. Ook de Boslandweg is een historische weg
-
d.
Mix aan functies aanwezig: agrarisch grasland, enkele agrarische erven, woonerven en andere bebouwing
-
e.
Bebouwing ligt open in het landschap en is weinig met groen ingepakt
Historische opbouw van de randzones rond het dorp Achterberg
Het dorp Achterberg is ontstaan op de flank van de Utrechtse Heuvelrug. De naam verwijst naar de ligging: het dorp ligt gezien vanuit Rhenen letterlijk ‘achter de berg’. Hier ontstonden de eerste boerderijen langs de Cuneraweg en twee zijwegen, de Hogesteeg en De Dijk. De Dijk vormt een kleine zandrug dat vanaf de Utrechtse Heuvelrug het veengebied in stak. Hier zaten de agrariërs hoog genoeg om droog te kunnen wonen en akkers aan te leggen en tegelijk de nattere lage gronden te benutten. Naarmate de ontwatering van het veenontginningsgebied verbeterde, vestigden zich daar steeds meer boerderijen.
Tot na de Tweede Wereldoorlog bestond Achterberg slechts uit enkele bebouwingslinten met daaromheen alleenstaande boerderijen. In de jaren ‘60 ontstaat rond de Achterbergsestraatweg en de Molenweg een klein cluster van bebouwing. In de jaren ’80 vindt de eerste planmatige uitbreiding plaats, rond De Hoef. In de jaren ’90 wordt dit aangevuld met De Horst en wordt het gebied tussen de Hogesteeg en de Cuneraweg opgevuld. Twintig jaar later groeit Achterberg verder ten westen van de Achterbergsestraatweg. Het resultaat is een compact dorp aan de westzijde van de Cuneraweg met nog altijd de originele lintbebouwingen in het veenweidelandschap ten oosten van de Cuneraweg.

Kwaliteiten van de randzones rond het dorp Achterberg
Het dorp Achterberg ligt precies op de overgang van het hogere zandgebied naar het vlakke veenweidelandschap. Het dorp zelf is vooral gebouwd op het zand. De langgerekte kavels aan de oostzijde van de Cuneraweg, die extra worden benadrukt door lange rijen bomen en struiken (groensingels), hebben een bijzondere landschappelijke waarde en lopen door tot aan de Zuidelijke Meentsteeg en de Grift. De landbouwgronden rondom Achterberg zijn belangrijk voor de agrarische sector. Het zijn vaak grote aaneengesloten kavels. De oude bouwlanden kennen hier een natuurlijke geschiktheid voor de landbouw. Maar ook de veenweidekavels hebben door de water- en voedselrijke ondergrond een goede waarde. Aan de zuidkant van het dorp heb je uitzicht op de flank van de Laarsenberg. Een bijzonder historisch element is het terrein van het oude kasteel Ter Horst. Dit terrein is een beschermd archeologisch rijksmonument. Hoewel er geen resten van het kasteel zelf meer te zien zijn, is het gebied speciaal vanwege de opvallende waaiervormige indeling van de kavels.
Kwaliteitsverbetering randzone Achterberg Zuid
In randzone Achterberg Zuid is het essentieel om de zichtlijnen tussen het dorp en de Laarsenberg te behouden en waar mogelijk te versterken. Nieuwe landschapselementen kunnen hierbij helpen als ze zorgvuldig worden geplaatst. We zetten in op een zorgvuldige landschappelijke inpassing van nieuwe en herontwikkelde erven. Daarnaast zoeken we naar kansen om recreatieve verbindingen tussen Achterberg en richting de Laarsenberg te maken en te zorgen voor een herkenbare zuidelijke dorpsentree. Een aantrekkelijke groene dorpsrand kan recreatieve ontspanningsmogelijkheden bieden, zoals het maken van een ommetje.
Visie op randzone Achterberg Zuid
Randzone Achterberg Zuid is in de gebiedsverkenning Binnenveld aangewezen als een zoekgebied waar grootschalige woningbouw wordt onderzocht. Vooruitlopend op de uitkomst hiervan, werken we niet mee aan kleinschalige woningbouwprojecten en overige ontwikkelingen die een mogelijke verstedelijking later in de weg staan. Wel staan we open voor agrarische bedrijven die willen verduurzamen.
Randzone Achterberg Zuid is een herkenbaar agrarisch landschap zonder uitgesproken natuur- of cultuurhistorische waarden. De landbouwfunctie is in deze randzone goed vertegenwoordigd en is belangrijk om de zichtrelatie tussen Achterberg en de Laarsenberg te kunnen waarborgen. Tegelijkertijd is er in dit gebied sprake van dynamiek, onder meer door de woningbouwlocatie Achterberg-Zuid. Er liggen kansen om direct aansluitend op deze ontwikkeling en de dorpskern opnieuw een of meerdere nieuwe woonstraatjes te realiseren en te zorgen voor een herkenbare zuidelijke dorpsentree. Een dorpse uitbreiding binnen de gedachten van kernranden van de provincie Utrecht bestaat uit ongeveer 50 woningen. We willen zuinig zijn op de aanwezige landbouwgrond. Maar tegelijkertijd moet er ruimte worden gemaakt voor woningbouw. Het compact houden van woonbebouwing in de randzones past daar het beste bij. We moeten daarbij onderzoeken hoe we de bereikbaarheid en ontsluitingsmogelijkheden van de ontwikkeling en Achterberg in het algemeen kunnen waarborgen.
Naast de mogelijkheid voor dorpsuitbreiding liggen er kansen om via de herontwikkeling van bestaande percelen in deze randzone woningen, recreatieve functies, werkfuncties met een landelijke uitstraling of andere vorm van landbouw te realiseren. Dit kan bijvoorbeeld wanneer een eigenaar ervoor kiest het gebruik van het perceel te wijzigen, zoals bij vrijwillige bedrijfsbeëindiging of omschakeling naar een andere functie. We vinden het belangrijk dat de nieuwe functies op een goede manier in het landschap worden ingepast door in te zetten op erfontwikkelingen waarbij sprake is van een hoofdgebouw met ondergeschikte bijgebouwen. We zien via herontwikkeling ruimte voor het ontstaan van grotere boerenerven, zodat je vanuit de groene corridor via de grotere boerenerven de dorpskern bereikt. Een groot boerenerf bestaat uit ongeveer 20 tot 30 woningen.
Wat betreft recreatie bieden we ook ruimte voor de ontwikkeling van enkele nieuwe dag- en verblijfsrecreatieve functies binnen de aanwezige lintstructuur. Daarbij geldt ook dat het op een kleinschalige manier moet plaatsvinden in een erfopzet. We zoeken daarbij een recreatieve verbinding met de Laarsenberg en willen niet dat kenmerkende zichtlijnen tussen de Laarsenberg en Achterberg hierdoor verloren gaan. Nieuwe verblijfsaccommodaties moeten daarbij iets toevoegen aan het bestaande aanbod.

14 Heerlijkheid
Over Heerlijkheid
Heerlijkheid wordt begrensd door de verkeersluwe Oude Veensegrindweg en de drukke provinciale weg, N233. Het gebied ligt direct aan het natuurgebied Kwintelooijen. Het is een gevarieerd gebied met onder meer een wooncomplex voor senioren, vrijstaande woningen, bedrijven en een vakantiepark. Daarnaast zijn er nog enkele open agrarische percelen in het gebied aanwezig.

U leest hieronder over de kenmerken, historische opbouw, de kwaliteiten, de mogelijke verbeteringen van die kwaliteiten en over de visie die de gemeente op de randzone heeft.
Kenmerken Heerlijkheid
De kenmerken zijn:
-
a.
Gebied voor extensieve recreatie en toerisme
-
b.
Vakantiepark aanwezig
-
c.
Rhenendael, wooncomplex voor senioren
-
d.
Gevarieerd gebied met bedrijven, woningen, een buitenplaats, familie van woningen
-
e.
Veel verkeer op provinciale weg N233
-
f.
Verkeersluwe Oude Veensegrindweg die is ingericht als (recreatieve) fietsstraat en de entreeroute vormt voor Kwintelooijen
-
g.
Flank van de Utrechtse Heuvelrug met het einde van twee droogdalen
-
h.
De Oude Veensegrindweg en Cuneraweg zijn historische structuurdragers met begeleidende boomstructuren
-
i.
Enkele provinciale monumenten gelegen aan de N233
-
j.
Redelijk besloten gebied door bebouwing en beplanting met enkele open ruimten waardoor het gebied mede aantrekkelijk is voor (beschermde) flora en fauna
Historische opbouw van Heerlijkheid
Randzone Heerlijkheid is een smalle flankzone tussen het bos- en heidelandschap van de Utrechtse Heuvelrug en het veenontginningsgebied bij Veenendaal, bestaande uit akkers. Deze akkers werden veelal omgeven door houtsingels. Op de kaart van 1950 is te zien dat er slechts enkele gebouwen aanwezig zijn en dat enkele bospercelen zijn aangelegd. Een grote verandering vond plaats in de jaren ’50 en ’60. Langs de Cuneraweg ontstond lintbebouwing en er kwamen functies als een zwembad. In 1946 kreeg ook het kerkje Eben Haëzer een plek in het gebied. Tot 1985 werd het kerkje gebruikt voor kerkdiensten en verenigingswerk. Eind jaren ’50 werd het ziekenhuis van Rhenen hierin deze randzone gebouwd (als vervanging van een klein hospitaal, dat hier al in 1946 was gevestigd). Ook de locatie van manege Blauwendraad stamt uit deze tijd. Met de afwisseling van houtwallen, bosjes, weides en functies is het een besloten groen gebied. Het zuidelijk deel van deze randzone is minder bebouwd en kent ook enkele brede doorzichten en fraaie open akkers tegen de achtergrond van bos. Na 1975 zijn de belangrijkste veranderingen de groei of transformatie van bestaande functies geweest. Het ziekenhuis van Rhenen werd in 1997 gesloopt en is getransformeerd tot een groene, boomrijke woonomgeving met veel schaduw en een rustige sfeer. Afgelopen jaren werd in deze randzone een klein aantal nieuwe woningen gerealiseerd.

Kwaliteiten binnen Heerlijkheid
Met de ligging tussen Veenendaal en de Utrechtse Heuvelrug heeft Heerlijkheid een belangrijke functie als overgangsgebied. Met de nabijheid van Kwintelooijen vormt het gebied ook een recreatieve entreefunctie. Uit waarnemingen uit de omgeving blijkt dat verschillende beschermde diersoorten zich thuis voelen in het gebied. Het is dan ook van belang om de natuurlijke en recreatieve kwaliteiten van de Heerlijkheid richting de toekomst te behouden, ook om de functie als overgangsgebied te kunnen blijven vervullen.
Kwaliteitsverbetering Heerlijkheid
Met de ligging tussen Veenendaal en de Utrechtse Heuvelrug heeft Heerlijkheid een belangrijke functie als overgangsgebied. Met de nabijheid van Kwintelooijen vormt het gebied ook een recreatieve entreefunctie. Uit waarnemingen uit de omgeving blijkt dat verschillende beschermde diersoorten zich thuis voelen in het gebied. Het is dan ook van belang om de natuurlijke en recreatieve kwaliteiten van de Heerlijkheid richting de toekomst te behouden, ook om de functie als overgangsgebied te kunnen blijven vervullen.
Visie op Heerlijkheid
In de visie vormt de Heerlijkheid een groen en bebouwd gebied tussen Veenendaal en het bos. Het gebied kenmerkt zich door een gevarieerde aanwezigheid van flora en fauna, maar ook van hoogbouw, (recreatie) bedrijven en (families van) woningen. De onsluitingsmogelijkheden op de N233/Cuneraweg en de oude Veenendaalsegrindweg (ingericht als (recreatieve)fietsstraat) zijn begrensd. De ontwikkelkansen voor woon-, werk- en/of recreatieve functies zien wij langs de as van de organische dichtheid, waarbij bijvoorbeeld de recreatieve kansen aansluitend op de huidige activiteiten kunnen plaats vinden en kansen voor woningen via het aanbrengen van boskamers en een kleine familie van woningen. Ontwikkelingen kunnen mits passend bij de kenmerken van het gebied. Naast deze ontwikkelingsmogelijkheden bieden we ook ruimte om grotere woningen te splitsen en mantelzorgwoningen te bouwen en voegen we wandel- en fietspaden toe tussen de Cuneraweg en het bos.

15 Randzone Remmerden
Over randzone Remmerden
Randzone Remmerden is een akker waar een fietsroute doorheen loopt. De bosrand markeert de rand van dit open, agrarische gebied. Aan drie zijden wordt het gebied begrensd door het bestaande bedrijventerrein Remmerden. Naast de agrarische percelen zijn aan de Autoweg ook enkele woningen en de begraafplaats terug te vinden.

U leest hieronder over de kenmerken, historische opbouw, de kwaliteiten, de mogelijke verbeteringen van die kwaliteiten en over de visie die de gemeente op de randzone heeft.
Kenmerken randzone Remmerden
De kenmerken zijn:
-
a.
Grote open agrarische akker
-
b.
Bosrand markeert de rand van dit open gebied
-
c.
Onderdeel van de stuwwal met twee droogdalen, reliëf beperkt aanwezig
-
d.
Vrijwel het hele gebied heeft een status als Natuurnetwerk Nederland (NNN), maar is niet ingericht als natuur
-
e.
Landelijke fietsroute loopt door het gebied heen
-
f.
Grotendeels archeologisch monument
-
g.
Primair agrarisch landschap met aan de westzijde een cluster van woonpercelen en aan de noordwestzijde een begraafplaats
Historische opbouw van randzone Remmerden
Aan de zuidkant en zuidwestkant van de Utrechtse Heuvelrug zijn de stad Rhenen en de buurtschap Remmerden ontstaan. Vanuit Rhenen en de buurtschap Remmerden is de hele zuidelijke en zuidwestelijke flank van de Utrechtse Heuvelrug geschikt gemaakt voor de landbouw. Eeuwenlang bestond deze flank uit grote open akkers, afgewisseld met bospercelen en brede houtwallen. De houtwallen werden over het algemeen aangelegd om wilde dieren buiten te houden en vaak ook als veekering voor het eigen vee. De akkers liepen door tot boven op het plateau van de Utrechtse Heuvelrug.
De buurtschap Remmerden bestond tot begin 20e eeuw uit een klein cluster woningen. Na 1910 werden ten noorden van de buurtschap enkele steenbakkerijen opgericht, welke tot in de jaren ’50 steeds verder werden uitgebreid. In de periode daarna werden er telkens nieuwe bedrijven toegevoegd aan het cluster. Remmerden groeide gestaag uit tot het bedrijventerrein dat het vandaag de dag is.

Kwaliteiten van randzone Remmerden
Bedrijventerrein Remmerden is vanuit de vestiging en doorontwikkeling van steenfabrieken tot stand gekomen en fasegewijs uitgebreid. De nu aanwezige randzone bestaat grotendeels uit grote akkers tussen het bedrijventerrein en de bosrand van de Utrechtse Heuvelrug. Bekend is dat in het gebied aardkundige (droogdal) en archeologische waarden aanwezig zijn. Een groot deel van de akkers in de randzone vormen een ecologische verbindingszone. Het gebied rond Remmerden is beschermd als Natuurnetwerk Nederland (NNN), hoewel het daadwerkelijke gebruik op dit moment geen natuur is.
Kwaliteitsverbetering randzone Remmerden
De overgangen tussen het bedrijventerrein, de agrarische gronden en de bossen van de Utrechtse Heuvelrug zijn allen abrupt te noemen. De grootste kwaliteitsverbetering in dit gebied zien we daarom in het realiseren van goede overgangszones richting de bossen voor de Utrechtse Heuvelrug. Dit doen we door de open agrarische percelen ten noorden van de Autoweg en ten oosten van het bestaande bedrijventerrein te behouden. Verder zetten we in op het hand in hand te laten gaan van nieuwe werkfuncties en natuurontwikkeling. Door bijvoorbeeld kruiden- en faunarijke inrichting tussen en rondom nieuwe bedrijfspercelen te realiseren, kan een hoogwaardige landschappelijke inpassing van bedrijvigheid worden bereikt én de ecologische waarden van het gebied verstevigd worden. Daarbinnen liggen kansen om archeologische en aardkundige waarden herkenbaar en beleefbaar te maken binnen de hoogwaardige landschappelijke inpassing. Tot slot ligt er een belangrijke opgave rondom het onderwerp water. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in deze randzone is het van belang om ruimte te maken om (extreem) hevige regenbuien op te vangen en zo wateroverlast te voorkomen.
Visie op randzone Remmerden
Rond Remmerden zijn ontwikkelingsmogelijkheden beleidsmatig bijzonder beperkt vanwege de status als Natuurnetwerk Nederland (NNN). Ook hier kunnen de akkers tussen Remmerden en het bos een kwaliteitsversterking gebruiken en fors in ecologische kwaliteit winnen. In deze randzone zien we kansen voor enige uitbreiding met bedrijvigheid als daarmee een groot deel van deze randzone ingericht wordt met natuurwaarden. Door een directe koppeling te leggen tussen de ontwikkeling van nieuwe bedrijvigheid met natuurontwikkeling kan hier de overgang van bedrijventerrein naar het landschap verbeteren en tegelijk een ecologische verbinding ontstaan. Deze ontwikkelrichting werken we binnen de provinciale meerwaardebenadering verder uit in combinatie met een natuurvisie waarin we laten zien hoe natuurkwaliteit wordt behouden én versterkt. Daarbij wordt gezocht naar een meerwaarde voor natuur, landschap en biodiversiteit in de omgeving van de ontwikkeling. Het verlies aan landbouwareaal beperken we zoveel mogelijk.
Deze aanpak zorgt ervoor dat de beoogde bedrijvigheid zorgvuldig worden ingepast, en dat de samenhang en kwaliteit van het natuurnetwerk op de lange termijn behouden blijft. Daarbij hebben we ook oog voor de alternatievenafweging waaruit volgt dat de ontwikkeling alleen hier mogelijk is en niet elders. In de natuurvisie betrekken we ook de beoogde uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein van 5 hectare binnen het deelgebied Bedrijventerrein Remmerden (D7). Deze agrarische gronden hebben namelijk ook een status als NNN. We zetten in op een ontwikkeling die zelfvoorzienend is in de energiebehoefte van de nieuwe functies. Deze ambitie wordt meegenomen in de verdere uitwerking van de ontwikkeling. Naast deze ontwikkelrichting blijven we in algemene zin mogelijkheden voor energieopwekking in deze randzone onderzoeken, waarbij we inzetten op het zo min mogelijk aantasten van het open karakter.

16 Hoornwerk
Over Hoornwerk
Het Hoornwerk maakt onderdeel uit van de Grebbelinie dat een hydrologisch-militair-verdedigingssysteem is. Dit complex is een rijksmonument. De aanleg van het hoornwerk begon in de achttiende eeuw. Het hoornwerk was bedoeld voor de afsluiting en verdediging van de weg Wageningen-Rhenen. In het landschap zijn duidelijk de hoekige vormen te zien, die verhoogd in het landschap liggen.

Kenmerken Hoornwerk
De kenmerken zijn:
-
a.
Het unieke, in samenhang met het landschap ontworpen hydrologische en militair verdedigingssysteem, bestaande uit een samenhangend stelsel van onder andere forten, dijken, kanalen en inundatiekommen (dit zijn gebieden die opzettelijk onder water kunnen worden gezet).
-
b.
Groen en overwegend rustig karakter
-
c.
Een toekomstbestendige circulaire onderneming
-
d.
Open landschap
-
e.
Nabij het hoornwerk ligt de versterkte Grebbedijk
17 Groene corridor Rhenen – Achterberg
Over Groene corridor Rhenen – Achterberg
Groene corridor Rhenen - Achterberg. De groene corridor verbindt de Laarsenberg met de Utrechtse Heuvelrug. Hier zal het Natuurnetwerk Nederland (NNN) doorheen gaan lopen. De functie van de groene corridor zelf concentreert zich op de smalle groene corridor tussen Achterberg en Rhenen. In de groene corridor ligt bedrijfslocatie Achterberg.

U leest hieronder over de kenmerken, historische opbouw, de kwaliteiten, de mogelijke verbeteringen van die kwaliteiten en over de visie die de gemeente op de randzone heeft.
Kenmerken Groene corridor Rhenen – Achterberg
De kenmerken zijn:
-
a.
Oude bouwlanden op de flanken van de stuwwallen
-
b.
Bolle ligging van het landschap
-
c.
Openheid en zicht over het agrarische gebied (mede door hoogte)
-
d.
Aanwezigheid van steilranden en graften bij de Laarsenberg (een graft is een knik of mini-terras op een helling)
-
e.
Ecologische verbindingszone
-
f.
Recreatief aantrekkelijk gebied
-
g.
Relatie en zicht op oostelijk en westelijk deel Utrechtse Heuvelrug
-
h.
Plaatsen van archeologisch en cultuurhistorisch belang
-
i.
Einde van twee droogdalen
-
j.
Gedeeltelijke ligging in grondwaterbeschermingsgebied (westzijde)
-
k.
Versnipperde gronden met een status als Natuurnetwerk Nederland (NNN) met een concentratie aan de oostkant. De tussenliggende gronden hebben een status als Groene Contour.
-
l.
Spoorlijn en de provinciale weg vormen grote barrières, slechts enkele infrastructurele oversteekmogelijkheden
-
m.
Door het gebied lopen verschillende fiets- en wandelroutes
-
n.
Gevarieerd agrarisch landschap (kwekerijen, grasland, akkerland) met voornamelijk in het westen agrarische erven, woonerven en aan de noordrand van Rhenen grote woonpercelen in bossetting
-
o.
Westzijde van het gebied is meer gesloten (erven en beplanting) dan de oostzijde (open landschap)
Historische opbouw van Groene corridor Rhenen – Achterberg
Van oorsprong volgde de Cuneraweg geheel de oostelijke flank van de Utrechtse Heuvelrug. Het dorp Achterberg ontstond langs de Cuneraweg. Parallel aan de Cuneraweg liep de Bovenweg. Deze is lange tijd nagenoeg onbebouwd gebleven. Vanaf de jaren ’20 komen er langzaam maar zeker enkele boerderijen bij. Op de flank van de Utrechtse Heuvelrug lagen akkers, die tot Achterberg doorliepen. Hetzelfde gold voor de flank van de Laarsenberg. In de jaren ’90 van de 19e eeuw werd de spoorlijn aangelegd, die de Cuneraweg splitste. Vanaf de kruising met de spoorlijn werd een nieuwe weg aangelegd richting Rhenen (de huidige Lijnweg N233). In het gebied tussen de Lijnweg en de Bovenweg werden meerdere erven bebouwd, waardoor dit stukje nu een wat verdicht beeld heeft.
Aan de Cuneraweg onder aan de Laarsenberg zijn nauwelijks erven bebouwd. De boerenerven die er waren lagen aan een parallelweg, Laareind. Tussen Laareind en Achterberg zijn later enkele grotere moderne agrarische bedrijven geplaatst.

Met de groei van de stad Rhenen vanaf de jaren ’60 werden steeds meer akkers op de flanken en het plateau van de Utrechtse Heuvelrug bebouwd. Daarbij werd een nieuwe ontsluiting aangelegd, de huidige Bergweg. Langs de Bergweg ontstond een lint van vrijstaande woonhuizen. De noordzijde vormt een open lint met doorzichten op de helling en het Binnenveld.
Kwaliteiten van Groene corridor Rhenen – Achterberg
Deze randzone is van bijzonder belang als ecologische en landschappelijke verbinding tussen de Utrechtse Heuvelrug en de Laarsenberg / Grebbeberg. Het gebied kenmerkt zich grotendeels door de openheid en is ten opzichte van de directe omgeving, de stedelijke gebieden van Rhenen en Achterberg, relatief weinig veranderd. Voor de landbouw kent het gebied een hoge kwaliteit. Er liggen grotere kavels met een hoge natuurlijke bodemgeschiktheid (eerdgronden). Het gebied is in het provinciaal beleid (Omgevingsverordening) grotendeels aangewezen als Groene Contour en deels valt het binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Verschillende percelen in het gebied zijn ingericht met het doel om landbouw en natuur samen te laten gaan. Een groot deel van de flank langs de Cuneraweg kent oude akkers. Bij de Laarsenberg zien we bovendien steilranden en graften. Een graft is een knik of mini-terras op een helling. Een kwaliteit in deze randzone vormen ook de zichten op de hellingen en de bossen van de Utrechtse Heuvelrug en Laarsenberg op de achtergrond. Ook de zichtlijnen vanaf de Bergweg op de helling en het Binnenveld zijn waardevol. Op twee plekken is het einde van een droogdal zichtbaar.
Kwaliteitsverbetering Groene corridor Rhenen – Achterberg
De belangrijkste kansen om de kwaliteiten in deze randzone te verbeteren liggen op het vlak van het verhogen van de ecologische en recreatieve kwaliteiten. Dit kan door het gebruik van gronden natuurinclusiever te maken. Bijvoorbeeld door in te zetten op kruidenrijke akkers, en te zoeken naar (sterkere) ecologische verbinding binnen de groene corridor. Zo’n soort inrichting gaat ook goed samen met het kenmerkende open karakter van het agrarische percelen, de beleving van het aanwezige reliëf, de cultuurhistorische waarden en de ecologische ambities. In de hele randzone liggen kansen om met houtsingels of bloemenrijke akkerranden niet alleen de ecologische kwaliteiten te verbeteren, maar ook de eenheid van het gebied te versterken. Deze dienen dwars op de flank te worden aangelegd om zo de weidse zichten te behouden. Daarnaast zoeken we naar kansen om recreatieve verbindingen tussen Rhenen en richting de Laarsenberg te maken. Ook liggen er kansen om de aanwezige graften in het gebied te herstellen.
Op enkele plekken langs de Cuneraweg (zowel in het westelijke deel als in het oostelijke deel net ten zuiden van Achterberg) liggen kansen om bestaande erven ‘op te knappen’ en oude opstallen te benutten voor een nieuwe ontwikkeling. In het gebied tussen de Bergweg en de Bovenweg liggen kansen om met groenstructuren, zoals door boomsingels dwars op de hoogtelijnen, het gebied te verfraaien.
Visie op Groene corridor Rhenen – Achterberg
In de hele Groene corridor streven we naar een sterkere verwevenheid tussen landbouw en natuur, bijvoorbeeld door dubbelgebruik in de vorm van agrarisch natuurbeheer. Daarbij liggen kansen om de verbinding te zoeken met het Utrechts Landschap, die in het gebied verschillende percelen in eigendom heeft.
Het huidige provinciale beleid en regelgeving (waaronder de Omgevingsverordening) geeft, voornamelijk door de aanwezigheid van de Groene Contour en het Natuurnetwerk Nederland, zeer beperkte kansen voor extra bebouwing in dit deelgebied. We voeren dan ook een terughoudend beleid in het toevoegen en uitbreiden van bebouwing. Waar bebouwing wordt toegevoegd of uitgebreid, gaat dit altijd samen met kwaliteitsinvesteringen in het gebied. Geconcentreerde ontwikkelingen zijn niet wenselijk. De zichtassen uit 2023 (en beschreven op bladzijde 17 van de Stedenbouwkundige visie Achterbergsestraatweg Rhenen, 2019) behouden we. Op basis hiervan lichten we hierna toe welke ontwikkelkansen we zien.
Gebied tussen de Bergweg en de Cuneraweg (ten westen van de N233)
In deze zone is sprake van hele incidentele bebouwing aan de Bovenweg. Hier liggen kansen om incidenteel enkele erven toe te voegen of bestaande te transformeren. Zowel de functie wonen als kleinschalige vormen van recreatie zijn hier mogelijk. Nieuwe verblijfsaccommodaties moeten daarbij iets toevoegen aan het bestaande aanbod. De uitstraling van deze erven dient overeen te komen met een klein agrarisch erf. De erven moeten los blijven liggen en bijdragen aan het vergroten van de ecologische kwaliteiten in het gebied. Qua bouwvorm van een nieuw erf denken we aan een hoofdwoning met bijgebouwen. Doorgaans bestaat een erf uit 3 à 5 woongebouwen, waarin maximaal 10 wooneenheden kunnen worden gerealiseerd. De voorkeur gaat uit naar percelen aan de zuidzijde (buiten de Groene Contour). Langs de Cuneraweg liggen er kansen om op bestaande erven enkele woningen toe te laten, bijvoorbeeld ter vervanging van oude stallen. Langs de Bergweg zien we geen kansen voor woningbouw op onbebouwde gronden. Dit blijft open lintbebouwing met doorzichten. Hier zijn alleen kansen wanneer een eigenaar een perceel wenst te herontwikkelen.
Gebied langs de Laarsenberg (ten oosten van de N233)
De rand van de Laarsenberg blijft een open overgangsgebied tussen het bos en het Binnenveld. Ook blijven de weidse zichten in deze randzone behouden, waaronder de zichtassen uit 2023 en beschreven op bladzijde 17 in de Stedenbouwkundige visie Achterbergsestraatweg Rhenen, 2019. Historisch gezien kent een groot deel van deze randzone geen bebouwing en dat willen we zo behouden. Daarmee houden we de herkenbaarheid van dit landschap intact. Als bestaande erven langs het Laareind vrij komen, liggen hier mogelijkheden voor kleine woonerven. Voor de woningen kunnen voormalige stallen worden gebruikt of een bouwvorm die doet denken aan een hoofdwoning met bijgebouwen. Doorgaans bestaat een klein boerenerf uit 3 à 5 woongebouwen, waarin maximaal 10 wooneenheden kunnen worden gerealiseerd. Naast de herontwikkeling op bestaande erven zien wij incidenteel de mogelijkheid voor een kleinschalige stedelijke ontwikkeling ten oosten van en direct grenzend aan de N233 en ten zuiden van de Bergweg. Mits benoemde kwaliteiten van de randzone Groene corridor Rhenen – Achterberg behouden blijven én die kwaliteiten gelijktijdig versterkt worden. Denk aan doorzichten en de ecologische verbindingszone.

18 Cultureel erfgoed – Ter Horst
Over Cultureel erfgoed – Ter Horst
Cultureel erfgoed - Ter Horst. Hier bevindt zich de fundering van het voormalige kasteel Ter Horst. Het kasteel was gelegen op een voormalige horst (=hoogte) in het archeologisch landschap. Het kasteel vormde het middelpunt met uitwaaierende kavels eromheen. Op de kavelgrenzen bevinden zich enkele knotbomen.

U leest hieronder over de kenmerken, historische opbouw, de kwaliteiten, de mogelijke verbeteringen van die kwaliteiten en over de visie die de gemeente op de randzone heeft.
Kenmerken Cultureel erfgoed – Ter Horst
De kenmerken zijn:
-
a.
Voormalig kasteel Ter Horst, gelegen op een voormalige horst (=hoogte) in het landschap
-
b.
Archeologisch rijksmonument: fundering moet nog ondergronds aanwezig zijn
-
c.
Zelfstandige landschappelijke eenheid met afwijkende kavelvorm, kavels waaieren uit met voormalig kasteel als middelpunt
-
d.
Sporadische knotbomen op de kavelgrenzen
-
e.
Open agrarisch gebied met een aantal erven en zicht op het dorp Achterberg en de Laarsenberg
-
f.
Grondwater vlak onder het maaiveld (kwel)
-
g.
Primair agrarisch landschap (grasland) en enkele agrarische erven en woonerven
Historische opbouw van de randzones rond het dorp Achterberg
Het dorp Achterberg is ontstaan op de flank van de Utrechtse Heuvelrug. De naam verwijst naar de ligging: het dorp ligt gezien vanuit Rhenen letterlijk ‘achter de berg’. Hier ontstonden de eerste boerderijen langs de Cuneraweg en twee zijwegen, de Hogesteeg en De Dijk. De Dijk vormt een kleine zandrug dat vanaf de Utrechtse Heuvelrug het veengebied in stak. Hier zaten de agrariërs hoog genoeg om droog te kunnen wonen en akkers aan te leggen en tegelijk de nattere lage gronden te benutten. Naarmate de ontwatering van het veenontginningsgebied verbeterde, vestigden zich daar steeds meer boerderijen.
Tot na de Tweede Wereldoorlog bestond Achterberg slechts uit enkele bebouwingslinten met daaromheen alleenstaande boerderijen. In de jaren ‘60 ontstaat rond de Achterbergsestraatweg en de Molenweg een klein cluster van bebouwing. In de jaren ’80 vindt de eerste planmatige uitbreiding plaats, rond De Hoef. In de jaren ’90 wordt dit aangevuld met De Horst en wordt het gebied tussen de Hogesteeg en de Cuneraweg opgevuld. Twintig jaar later groeit Achterberg verder ten westen van de Achterbergsestraatweg. Het resultaat is een compact dorp aan de westzijde van de Cuneraweg met nog altijd de originele lintbebouwingen in het veenweidelandschap ten oosten van de Cuneraweg.

Kwaliteiten van Cultureel erfgoed – Ter Horst
Het oude kasteelterrein Ter Horst wordt door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed gezien als een bijzonder historisch element in Achterberg. Dit terrein is een beschermd archeologisch rijksmonument en markeert de locatie van het voormalige kasteel Ter Horst. Dit kasteel was strategisch gelegen op een verhoging in het landschap bij Achterberg. Hoewel het kasteel zelf verdwenen is, zijn de ondergrondse funderingen nog aanwezig. Zij vormen een waardevolle herinnering aan de middeleeuwse ontginnings- en bewoningsgeschiedenis van het gebied. Het terrein kenmerkt zich door een bijzondere verkavelingsstructuur waarbij de percelen uitwaaieren vanaf de voormalige kasteelplaats, omzoomd door oude knotbomen op de kavelgrenzen. Mede daardoor vormt Ter Horst een zelfstandig landschappelijk element binnen het open agrarisch gebied, met uitzicht op de Laarsenberg en het dorp Achterberg met onder meer De Dijk als historisch lint met kenmerkende doorzichten.
Kwaliteitsverbetering Cultureel erfgoed – Ter Horst
Met het archeologische rijksmonument van voormalig kasteel Ter Horst liggen er kansen voor kwaliteitsverbetering door de contouren van het oude kasteel zichtbaar te maken en te combineren met een wandelroute en informatievoorziening. Daarnaast kan in het gebied ingezet worden op een groenblauwe dooradering en robuuste landschappelijke structuren langs de kenmerkende kavelgrenzen.
Visie op Cultureel erfgoed – Ter Horst
Het westelijke deel van Cultureel erfgoed – Ter Horst is in de gebiedsverkenning Binnenveld aangewezen als een zoekgebied waar grootschalige woningbouw wordt onderzocht. Vooruitlopend op de uitkomst hiervan, werken we niet mee aan ontwikkelingen die een mogelijke verstedelijking later in de weg staan. Wel staan we open voor agrarische bedrijven die willen verduurzamen.
We beschermen hier de historische lintbebouwingen langs de Hogesteeg en De Dijk. Deze lintstructuren kunnen worden versterkt met kleine erfontwikkelingen, mits karakteristieke doorkijkjes blijven behouden. Daarmee houdt het lint contact met het achterliggende landschap. Op de Hogesteeg liggen kansen om bij functieverandering van erven te kiezen voor de transformatie naar kleine erven. Doorgaans bestaat een klein erf uit 3 à 5 woongebouwen, waarin maximaal 10 wooneenheden kunnen worden gerealiseerd. Langs De Dijk ligt een kans om met een incidentele ontwikkeling het gebied Ter Horst beter herkenbaar te maken, bijvoorbeeld door het aanleggen van een (informatief) wandelpad dat toegankelijk is voor minderinvaliden, met beplantingen de kenmerkende kavelrichting accentueren of op een andere manier het voormalig kasteelterrein herkenbaar. Deze investeringen zijn goed te combineren met het huidige agrarische grondgebruik in het gebied. We hebben het dan over enkele woningen, passend bij het karakter van het lint. Een kleinschalige recreatieve functie is hier bijvoorbeeld ook denkbaar. Hierbij kan gedacht worden aan een (mobiele) horecagelegenheid. Voor eventuele nieuwe verblijfsaccommodaties geldt dat ze een toevoeging moeten zijn op het bestaande aanbod.

19 Veengebied Achterbergse Hooilanden
Over Veengebied Achterbergse Hooilanden
In het Veengebied Achterbergse Hooilanden bevindt zich een gedeelte van de inundatiezone (een zone die opzettelijk onder water kan worden gezet) van de Grebbelinie. Het is een bijzonder natuurgebied met veenrestanten, weidevogels en waterloop De Grift.

Opgaven Veengebied Achterbergse Hooilanden voor (samenwerkende) organisaties
De opgaven voor (samenwerkende) organisaties zijn:
-
a.
Herstel naar kwelgevoede natuur (kwelzones zijn natte gebieden die zijn gevoed met grondwater; deze gebieden kennen specifieke flora en fauna).
-
b.
De natuur behouden en de kwaliteit van de natuur verbeteren.
-
c.
Wandelen en recreëren aantrekkelijker maken.
-
d.
De negatieve effecten van recreatie beperken en herstellen.
20 Binnenveld
Over Binnenveld
Het Binnenveld is een agrarisch landschap met grote verscheidenheid in verschijningsvorm door verschil tussen hoog en droog en laag en nat.
Het deel dat grenst aan een bedrijventerrein van Veenendaal kent een structuur van lange, smalle, rechte kavels. De randen van de kavels zijn beplant, zo ook het erf van de huizen die in een enkele rij naast elkaar staan. De spoorlijn en de Spoorlaan doorkruisen de rechte verkavelingsstructuur diagonaal.
Het deel daaronder is open, vlak en nat met rechte wegen en blokvormige kavels – dit wordt een broekontginningslandschap genoemd.
Het zuidelijk deel is een kampenlandschap: langgerekte kavels, rechte wegen en sloten, en de bomenrijen langs de wegen zijn als schermen in het landschap.
Ook onderdeel van het Binnenveld is de Nude: fruitteelt, eikenbomen langs de N225 en de aanwezigheid van meidoornhagen.
In het oostelijk deel van dit gebied bevindt zich een aantal afzonderlijke rijksmonumenten: bunkers, wallen, verdedigingswerken, kades en de inundatiezone (een zone die opzettelijk onder water kan worden gezet) van de Grebbelinie.

Kenmerken Binnenveld
De kenmerken zijn:
-
a.
Agrarisch landschap met grote verscheidenheid in verschijningsvorm door verschil tussen hoog en droog en laag en nat.
-
b.
Contrast met hoge randen van de stuwwal
-
c.
Recreatief uitloopgebied
-
d.
Deels Rijksmonument Grebbelinie: bunkers, wallen, verdedigingswerken, kades en de inundatiezone
-
e.
Het unieke, in samenhang met het landschap ontworpen achttiende eeuwse hydrologische en militairverdedigingssysteem, bestaande uit een samenhangend stelsel van onder andere forten, dijken, kanalen en inundatiekommen (gebieden die opzettelijk onder water kunnen worden gezet)
Tegen Veenendaal aan:
-
a.
Lange, smalle, rechte verkavelingsstructuur
-
b.
Randen van kavels aangezet met beplanting
-
c.
Lintbebouwing voorzien van erfrandbeplanting
-
d.
Spoorlijn en Spoorlaan doorkruisen de rechte verkavelingsstructuur diagonaal
Broekontginningslandschap (noordelijk deel):
Kampenlandschap (zuidelijk deel):
-
a.
Langgerekte kavels
-
b.
Kavels voorzien van kavelrand-beplanting
-
c.
Bebouwing als een lint langs de ontginningsassen
-
d.
Rechte wegen en sloten
-
e.
Bomenrijen langs wegen vormen schermen in het landschap
Nude:
Opgaven deel Binnenveld tegen Veenendaal aan voor (samenwerkende) organisaties
De opgaven voor (samenwerkende) organisaties zijn:
-
a.
Onderzoek doen naar de wenselijkheid en haalbaarheid van een nieuwe woonkern met zelfstandige basisvoorzieningen.
In dit onderzoek het volgende betrekken:
-
1.
Mogelijkheid om nieuwe bedrijven met veel werkgelegenheid aan te trekken; deze bedrijven vormen weinig tot geen belasting voor de omgeving.
-
2.
Duurzame energie opwekken.
-
3.
Uitstekende bereikbaarheid realiseren met het openbaar vervoer en de fiets richting de historische kern Rhenen en het verbindingsknooppunt in de kern Rhenen.
-
4.
Deel-vervoerders (elektrische auto’s en scooters) naar de nieuwe woonkern trekken.
-
5.
De mogelijkheid van een OV-knooppunt.
-
1.
Opgaven Binnenveld voor (samenwerkende) organisaties
De opgaven voor (samenwerkende) organisaties zijn:
-
a.
Behouden van agrarische en groene karakter van het Binnenveld.
-
b.
Wanneer een agrariër besluit te stoppen, kan het vrijkomende land worden gebruikt door andere agrariërs om te boeren met oog voor verduurzaming en lokale voedselvoorziening zonder een rendabele exploitatie uit het oog te verliezen. De functie van het bestaande bouwperceel kan eventueel worden gewijzigd in woningbouw of bedrijfslocatie. Bedrijfslocaties moeten passen binnen het karakter van het buitengebied. Het uitgangspunt is: het Binnenveld is vooral voor agrarische doeleinden en natuur; de randen kunnen eventueel worden gebruikt voor woningbouw en energieopwekking (zie uitgangspunt op pagina 9).
-
c.
Gezamenlijk wonen voor families mogelijk maken (bijvoorbeeld kangoeroewoningen).
-
d.
Nude: ruimte voor energieopwekking.
NB
Het noordelijk deel van het Binnenveld is in de gebiedsverkenning Binnenveld aangewezen als een zoekgebied waar grootschalige woningbouw wordt onderzocht. Vooruitlopend op de uitkomst hiervan, werken we niet mee aan ontwikkelingen die een mogelijke verstedelijking later in de weg staan. Wel staan we open voor agrarische bedrijven die willen verduurzamen.
21 Oostflank Utrechtse Heuvelrug
Over Oostflank Utrechtse Heuvelrug
In de Oostflank Utrechtse Heuvelrug bevinden zich agrarische percelen in een licht glooiend landschap. De bossen van de Utrechtse Heuvelrug markeren de rand van het gebied. Op de N233 is veel verkeer.

U leest hieronder over de kenmerken, historische opbouw, de kwaliteiten, de mogelijke verbeteringen van die kwaliteiten en over de visie die de gemeente op de randzone heeft.
Kenmerken Oostflank Utrechtse Heuvelrug
De kenmerken zijn:
-
a.
Agrarische percelen in een licht glooiend landschap
-
b.
Bossen van de Utrechtse Heuvelrug markeren de rand van het gebied
-
c.
Beplanting in de vorm van bomenrijen haaks op de hoogtelijnen
-
d.
Veel verkeer op de provinciale weg
-
e.
Plaatsen van archeologisch en cultuurhistorisch belang
-
f.
Einde van drie droogdalen
-
g.
De wegen Oude Veensegrindweg en Cuneraweg zijn historische structuurdragers met begeleidende boomstructuren
-
h.
Oude Veensegrindweg is recreatieve fietsroute
-
i.
Deels onderdeel van en relatie met landgoed Remmerstein (zichtlijn over groene corridor naar de Laarsenberg en aanwezigheid rijksmonumentale bebouwing)
-
j.
Open landschap met enkele erven
Historische opbouw Oostflank Utrechtse Heuvelrug
De Oostflank Utrechtse Heuvelrug kenmerkt zich door openheid en het aanwezige licht glooiende agrarische landschap. Deze randzone bestaat al heel lang uit een aaneengesloten zone met oude akkers en enkele boerderijen. Een deel van de akkers begrensd door houtsingels. In de naoorlogse periode neemt het aantal erven in het gebied iets toe, maar na 1975 bleef het stabiel.

Kwaliteiten Oostflank Utrechtse Heuvelrug
In deze randzone is de overgang tussen de Utrechtse Heuvelrug en het laaggelegen veenontginningsgebied van het Binnenveld goed beleefbaar. Vanaf de aanwezige landgoederen, zoals Remmerstein liggen er ook oude zichtlijnen richting de Laarsenberg. Kenmerkend zijn ook enkele houtsingels die dwars op de hoogte zijn geplaatst. Deze kenmerkende kwaliteiten van deze flank van de stuwwal behouden we graag richting de toekomst.
Kwaliteitsverbetering Oostflank Utrechtse Heuvelrug
Kwaliteitsverbetering richt zich hier op het behouden van agrarisch grondgebruik als drager van het landschap. Door het aanleggen van landschapselementen haaks op de Cuneraweg worden zichtlijnen versterkt tussen het Binnenveld en de Utrechtse Heuvelrug. Ook het versterken van historische structuren zoals landgoed Remmerstein draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit. Verder zetten we in op een zorgvuldige landschappelijke inpassing van (herontwikkelde) erven.
Visie Oostflank Utrechtse Heuvelrug
Om de bestaande overgangssituatie richting de toekomst te waarborgen voorzien we in deze randzone niet in grote ontwikkelingen. De landbouwgrond draagt bij aan de landschappelijke kwaliteit en kent dus een blijvende functie. Er zijn kansen om ecologische waarden vanuit de Utrechtse Heuvelrug richting het Binnenveld uit te breiden, hoewel het verbinden van natuurgebieden niet goed mogelijk is. Alleen via de herontwikkeling van bestaande bebouwde percelen bieden we ruimte om nieuwe woningen, andere vormen van landbouw of bijvoorbeeld een werk- of recreatieve functie met een landelijke uitstraling te realiseren. Dit kan bijvoorbeeld wanneer een eigenaar ervoor kiest het gebruik van het perceel te wijzigen, zoals bij vrijwillige bedrijfsbeëindiging of omschakeling naar een andere functie. We vinden het belangrijk dat de nieuwe functies op herontwikkelde erven op een kleinschalige manier in het landschap worden ingepast door in te zetten op erfontwikkelingen waarbij sprake is van een hoofdgebouw met ondergeschikte bijgebouwen. Doorgaans bestaat een klein erf uit 3 à 5 woongebouwen, waarin maximaal 10 wooneenheden kunnen worden gerealiseerd. Naast de herontwikkelingsmogelijkheden bieden we ook ruimte om grotere woningen te splitsen en mantelzorgwoningen te bouwen.

22 Utrechtse Heuvelrug
Over Utrechtse Heuvelrug
De Utrechtse Heuvelrug is een uitgestrekt bos met monumentale en waardevolle bomen en enkele open plekken met heide. Door de hoogteverschillen zijn er natuurlijke uitkijkpunten. Het gebied heeft een hoge natuurwaarde en is dus aantrekkelijk voor recreatie. Daarnaast is het een waterwinningsgebied. Er zijn enkele hoofdwegen en er is een fijnmazig netwerk van onverharde paden. Verder bevinden zich hier de landgoederen Prattenburg, Remmerstein, De Tangh en Kwintelooijen.

Kenmerken Utrechtse Heuvelrug
De kenmerken zijn:
-
a.
Uitgestrekt bos
-
b.
Enkele hoofdwegen met een fijnmazig netwerk van onverharde paden
-
c.
Reliëf (gedurende de ijstijden gevormde rug of stuwwal)
-
d.
Kwintelooijen en landgoederen Prattenburg, Remmerstein en De Tangh
-
e.
Open plekken in het bos en enkele plukjes heide nog aanwezig
-
f.
Natuurlijke hoogtepunten als uitkijkpunt
-
g.
Afwisseling in soorten (loof, naald)
-
h.
Monumentale en waardevolle bomen
-
i.
Hoge natuurwaarde
-
j.
Recreatief en toeristisch aantrekkelijk
-
k.
Moestuinen
-
l.
Het zuidoostelijk deel (Grebbeberg) is een aardkundig monument
-
m.
In het noordwestelijk deel ligt de koning Willem III plantage. Dit is een aardkundig monument
-
n.
Plaatsen van archeologisch en cultuurhistorisch belang
23 Uiterwaarden
Over Uiterwaarden
De Uiterwaarden is een open gebied met ver zicht. Bij hoogwater kan de Neder-Rijn hier haar water kwijt. Het gebied heeft bijzondere natuurwaarden, ook door de steilranden. Aan de rand van het gebied bevindt zich een zomerdijk. In het gebied vindt natuurgerichte recreatie plaats. Aansluitend aan de rand van Rhenen liggen in de uiterwaarden een passantenhaven, parkeerplaats, loswal, evenemententerrein en een horecaonderneming.

Opgaven Uiterwaarden voor (samenwerkende) organisaties
De opgaven voor (samenwerkende) organisaties zijn:
-
a.
Aanleggen: twee wandelpaden. Eén pad loopt langs de Rijn naar het centrum van Rhenen. En één loopt langs de Veerweg en de oude steenfabriek in Elst. De wandelpaden zijn schaduwrijk en toegankelijk voor mensen in een rolstoel. Bij nieuwe beplanting en eventuele ophogingen houden we rekening met afvoermogelijkheden van de Nederrijn.
-
b.
Doorzicht op de Rijn en uiterwaarden bewaren.
-
c.
Een haven ontwikkelen die voldoet aan de regelgeving van Natura 2000.
-
d.
Behouden en beschermen van de steilranden.
-
e.
De negatieve effecten van recreatie beperken en herstellen.
24 Cuneraweg Noord
Over Cuneraweg Noord
Cuneraweg Noord ligt tussen de Cuneraweg, de spoorlijn en de Noordelijke en Zuidelijke Meentsteeg. Het is een vrij open gebied met vooral een agrarisch karakter. Het is een overgangsgebied tussen en met zichten op het Binnenveld en de Utrechtse Heuvelrug.

U leest hieronder over de kenmerken, historische opbouw, de kwaliteiten, de mogelijke verbeteringen van die kwaliteiten en over de visie die de gemeente op de randzone heeft.
Historische opbouw Cuneraweg Noord
Van oorsprong volgde de Cuneraweg geheel de oostelijke flank van de Utrechtse Heuvelrug. Het dorp Achterberg ontstond langs de Cuneraweg. Met de komst van de spoorlijn zijn de ontstane bebouwingspercelen in Cuneraweg Noord afgescheiden geraakt van het dorp Achterberg. Toen later de Cuneraweg (aan de westzijde van de spoorlijn) en de Lijnweg (die in het verlengde van de Cuneraweg werd aangelegd)), samen werden uitgebouwd tot een N-weg raakten de randzones Cuneraweg Noord en Zuid verder geïsoleerd. In de loop der jaren is het gebied Cuneraweg Noord nauwelijks veranderd en is de hoeveelheid bebouwing beperkt gebleven.

Kwaliteiten van Cuneraweg Noord
In de randzone Cuneraweg Noord is het agrarische karakter van het Binnenveld goed waarneembaar en beleefbaar. De openheid met weidse zichten zijn typerend voor deze randzone.
Kwaliteitsverbetering Cuneraweg Noord
In de randzone Cuneraweg Noord is het belangrijk om de relatie tussen het Binnenveld en de Utrechtse Heuvelrug te behouden. Nieuwe landschapselementen kunnen helpen om het zicht tussen beide gebieden te versterken, bijvoorbeeld door middel van het aanplanten van houtsingels haaks ten opzichte van de Cuneraweg. Verder zetten we in op een zorgvuldige landschappelijke inpassing van ruimtelijke ontwikkelingen. Ook liggen er kansen om robuuste groenblauwe structuren in het gebied aan te leggen, die water bij hevige buiten kunnen afvoeren en tegelijkertijd voorzien in mogelijk om water in het gebied vast te houden.
Visie op Cuneraweg Noord
Om voldoende ruimte voor lokaal ondernemerschap richting de toekomst te kunnen hebben en om bedrijven uit het Binnenveld en de kernen uit te kunnen plaatsen zien we kansen om deze gronden in te zetten voor lokale bedrijvigheid met een landelijke uitstraling. We zetten daarbij in op een zorgvuldige verweving met het omliggende landschap. Waar het gebied zich nu kenmerkt door een open agrarisch karakter, ontstaat ruimte voor een nieuwe invulling waarin kleinschalige bedrijfspanden worden gerealiseerd, omgeven door groenstructuren zoals houtwallen en singels. Deze groene inbedding verwijst naar het historische landschap dat hier ooit aanwezig was. Daarbij zetten we nadrukkelijk in op het realiseren van een aantal robuuste, open en brede groene doorzichten in het gebied. Deze zorgen voor een blijvende visuele verbinding tussen het Binnenveld en de Utrechtse Heuvelrug. De doorzichten bieden tevens aanknopingspunten voor groenblauwe structuren, waarmee ook wordt bijdragen aan een robuuste waterhuishouding. We zetten in op een ontwikkeling die zelfvoorzienend is in de energiebehoefte van de nieuwe functies. Deze ambitie wordt meegenomen in de verdere uitwerking van het werklandschap.
Mogelijke ontwikkelingen van Cuneraweg Noord sluiten aan op de mogelijke toekomstige transformatie van Cuneraweg Zuid en vormt daarmee een samenhangend gebiedsbeeld. Een goede bereikbaarheid en ontsluitingsstructuur is een belangrijke randvoorwaarde voor de ontwikkelingen in beide randzones. Eventuele herontwikkelingskansen van bestaande functies in het gebied ten behoeve van kleinschalige bedrijvigheid benutten we, met inachtneming van de landschappelijke inpassing en de genoemde uitgangspunten.

25 Cuneraweg Zuid
Over Cuneraweg Zuid
Tussen de Cuneraweg, de spoorlijn en de Zuidelijke Meentsteeg ligt Cuneraweg Zuid. In het gebied zijn verschillende bedrijven en een aantal woonpercelen aanwezig aan de Cuneraweg met daarachter nog enkele open agrarische percelen.

U leest hieronder over de kenmerken, historische opbouw, de kwaliteiten, de mogelijke verbeteringen van die kwaliteiten en over de visie die de gemeente op de randzone heeft.
Historische opbouw Cuneraweg Zuid
Van oorsprong volgde de Cuneraweg geheel de oostelijke flank van de Utrechtse Heuvelrug. Het dorp Achterberg ontstond langs de Cuneraweg. Met de komst van de spoorlijn zijn de ontstane bebouwingspercelen in Cuneraweg Zuid afgescheiden geraakt van het dorp Achterberg. Toen later de Cuneraweg (aan de westzijde van de spoorlijn) en de Lijnweg (die in het verlengde van de Cuneraweg werd aangelegd), samen werden uitgebouwd tot een N-weg raakten de randzones Cuneraweg Noord en Zuid verder geïsoleerd. In de loop der jaren zijn de bebouwde functies in Cuneraweg Zuid toegenomen en deels intensiever geworden.

Kwaliteiten van Cuneraweg Zuid
In randzone Cuneraweg Zuid zijn geen grote kwaliteiten op het gebied van natuur, landschap en cultuurhistorie aanwezig. De aanwezige bedrijfs- en woonbebouwing in combinatie met de spoorlijn zorgt er onder meer voor dat de resterende onbebouwde gronden beperkt waarneembaar en beleefbaar zijn. Langs de spoorlijn en de Zuidelijke Meentsteeg zijn houtsingels terug te vinden die het gebied inpakken en verzachten, waardoor de spoorlijn beperkt waarneembaar is.
Kwaliteitsverbetering Cuneraweg Zuid
Ondanks de beperkte landschappelijke kwaliteiten van Cuneraweg Zuid liggen er wel enkele aanknopingspunten om kwaliteitsverbetering toe te passen. We zien deze met name door de aanwezige houtsingels langs de spoorlijn en Zuidelijke Meentsteeg te behouden en verder door te trekken. Verder kan met het goed landschappelijk inpassen en het realiseren van prettige buffers met de bestaande woonpercelen de ruimtelijke samenhang worden versterkt.
Visie op Cuneraweg Zuid
Randzone Cuneraweg Zuid ligt ingesloten tussen de spoorlijn en de Cuneraweg. Achter de nu aanwezige bedrijfs- en woonfuncties aan de Cuneraweg liggen nog enkele landbouwpercelen. Deze gronden hebben beperkte cultuurhistorische, ecologische of landschappelijke kwaliteiten en bieden daardoor ruimte voor eventuele ontwikkeling. Woningbouw en recreatie liggen hier niet voor de hand, mede door de milieueffecten van de aanwezige spoorlijn. Om voldoende ruimte voor lokaal ondernemerschap richting de toekomst te kunnen hebben en om bedrijven uit het Binnenveld en de kernen uit te kunnen plaatsen zien we kansen om deze gronden in te zetten voor lokale bedrijvigheid met een landelijke uitstraling. Het is daarbij wel van belang dat er rekening wordt gehouden met de aanwezige woonfuncties en dat er een goede fysieke overgang richting deze functies wordt gerealiseerd. Dit betekent onder meer dat voldoende afstand aangehouden moet worden tot bestaande functies en er tussen de bedrijvigheid ook ruimte is om te komen tot nieuwe robuuste groenstructuren. Ook zal een goede bereikbaarheid en ontsluitingsstructuur onderzocht moeten worden. We zetten in op een ontwikkeling die zelfvoorzienend is in de energiebehoefte van de nieuwe functies. Deze ambitie wordt meegenomen in de verdere uitwerking van de ontwikkeling. Eventuele herontwikkelingskansen van bestaande functies in het gebied ten behoeve van kleinschalige bedrijvigheid benutten we, waarbij we de eerder genoemde aandachtspunten ook mee zullen nemen.

BIJLAGE 2: ADVIES VAN DE SAMENLEVING VISIE OP RHENEN (2023)
Advies van de samenleving
De drie voorlopige visies zijn gemaakt samen met de samenleving. Dit komt terug in het advies van de samenleving aan het gemeentebestuur: er is voor iedere voorlopige visie ongeveer evenveel draagvlak.
Er is een zeer lichte voorkeur voor voorlopige visie 1: Natuur en water zijn onze belangrijkste bezittingen. In bijeenkomsten en e mails gaat vervolgens de voorkeur uit naar voorlopige visie 3: Innoveer en geef ruimte aan de jeugd. In de enquête gaat de tweede voorkeur meer uit naar voorlopige visie 2: Behoud ons Rhenen en maak het nog mooier. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op het advies en hoe dit tot stand is gekomen.
Advies aan bestuur
De Visie op Rhenen is een visie voor en door de Rhenense samenleving. Ook bij het maken van een keuze. Daarom vroeg het gemeentebestuur de samenleving om advies: welke van de drie voorlopige visies heeft uw voorkeur? Inwoners, ondernemers en professionals van maatschappelijke organisaties konden op verschillende manieren het bestuur adviseren. Dit kon door middel van een wandeling met leden van de projectgroep, het bijwonen van bijeenkomsten en/of het invullen van een enquête.
Van de verschillende mogelijkheden om het bestuur te adviseren, is met name gebruik gemaakt van de enquête en in beperkte mate van de bijeenkomsten en de wandeling. De enquête is door 738 mensen ingevuld (599 leden van het panel Rhenen Spreekt; 139 personen via de open link). Daarnaast konden ook de deelnemers van de twee werkgroepen (Werkgroep Visievormen en Werkgroep Contextscenario’s) hun voorkeur uitspreken in een gezamenlijke bijeenkomst. Ook hebben we een aantal reacties in onze mailbox ontvangen.
Resultaat
Bijeenkomsten, wandeling en mailbox
De meeste leden van de werkgroepen hebben een voorkeur voor voorlopige visie 1, direct gevolgd door een voorkeur voor voorlopige visie 3. Eén lid had eerst een voorkeur voor voorlopige visie 2; in de loop van het gesprek trok voorlopige visie 1 hem steeds meer aan. Verschillende leden zouden het liefst elementen van de drie verschillende visies willen combineren.
Ook vond er een bijeenkomst plaats met inwoners; één van hen sprak namens de Werkgroep Milieubeheer Rhenen (WMR) en één namens Agrarische Natuurvereniging Binnenveld. Ook tijdens deze bijeenkomst ging de voorkeur uit naar voorlopige visie 1, direct gevolgd door voorlopige visie 3 en een combinatie van de drie.
Verder zijn in de mailbox twee reacties van organisaties binnengekomen. De VVE De Koerheuvel geeft de voorkeur aan voorlopige visie 1. De andere reactie was een schriftelijke beantwoording van de enquête door de GGD, die door vier medewerkers was ingevuld. Bij drie medewerkers kwamen de meeste antwoorden overeen met voorlopige visie 3. En bij één medewerker met voorlopige visie 1.
Enquête
Uit de enquête komt het volgende beeld naar voren. Voorlopige visie 1 Natuur en water zijn onze belangrijkste bezittingen: 37% van de respondenten ziet deze visie het meest terug in de gegeven antwoorden. Voorlopige visie 2 Behoud ons Rhenen en maak het nog mooier: 34% van de respondenten ziet deze visie het meest terug in de gegeven antwoorden. Voorlopige visie 3 Innoveer en geef ruimte aan de jeugd: 29% van de respondenten ziet deze visie het meest terug in de gegeven antwoorden.
De bovenstaande percentages kunnen nog verder worden genuanceerd. Op de vraag welke visie ziet u het meest terug in uw gegeven antwoorden kon een respondent slechts één mogelijkheid aangeven. Dit terwijl de kans bestaat dat verschillende visies even vaak terug te zien waren in de gegeven antwoorden. Daarom is dit nader onderzocht. Het resultaat: de voorkeuren gaan gelijk op. Op alle vragen hoort antwoord A bij voorlopige visie 1 en dit antwoord is door 33% van de respondenten gegeven. Hetzelfde geldt voor het antwoord B (voorlopige visie 2) en antwoord C (voorlopige visie 3).

Voor iedere voorlopige visie is dus draagvlak in de gemeente. Aan de andere kant kan worden gezegd dat de resultaten van de enquête goed duidelijk maken dat de drie voorlopige visies samen met de samenleving zijn gemaakt. De enquête weerspiegelt het participatieproces.
Hieronder wordt bij iedere vraag stilgestaan in de volgorde van de antwoorden (A, B, C)/voorlopige visies (1, 2, 3).
Samenleven
Ongeveer de helft van de respondenten vindt het belangrijk dat we in 2035 allemaal, zowel jong als oud, veel buiten zijn om te wandelen, te spelen en te sporten. Ruim de helft (55%) van deze respondenten is tussen de 35 en de 55 jaar oud. Ongeveer de helft van de ouderen (65+) vindt het belangrijk dat we in 2035 nog steeds voor elkaar zorgen en klaar staan voor mensen die het minder hebben. Een Rhenen waar veel aandacht is voor jongeren, twintigers en dertigers, zodat zij in de gemeente Rhenen kunnen blijven wonen, is belangrijk voor 19% van de respondenten.
Gezondheid en Welzijn
Iets minder dan de helft (44%) van de respondenten vindt het belangrijk dat we in 2035 duurzaam leven, meer bewegen en buiten zijn. Met name mensen tussen 34-44 jaar (59%), geeft aan dit belangrijk te vinden. 20% van de respondenten vindt de zorg voor elkaar, onze welvaart en ons sociale leven heel belangrijk. Ongeveer een derde (36%) van de respondenten vindt dat mentale gezondheid even belangrijk is als onze fysieke gezondheid. De overige 1% geeft aan geen mening te hebben of het niet te weten.
Wonen
Een meerderheid (52%) vindt dat er in de woonbuurten voldoende ruimte moet komen voor bloeiende veldjes, insecten, bomen en plekken met stromend water. 40% van de respondenten vindt dat er aan de randen van de kernen wel iets mag worden bijgebouwd en dat inwoners van de gemeente bij die nieuwe woningen (met name de goedkopere) voorrang moeten krijgen. Een meerderheid (57%) van de respondenten vindt het belangrijk dat tot 2035 ouderen hun eengezinswoningen inruilen voor woningen die voldoen aan hun behoefte. De eengezinswoningen die hierdoor vrijkomen, zijn dan voor jonge gezinnen of voor mensen met een kinderwens. Met name bij jongeren en jongvolwassen (71%) heeft dit de voorkeur.
Energie
Het opwekken van schone energie door middel van windmolens kan niet rekenen op heel veel steun (5%) van de respondenten. De meerderheid (53%) geeft de voorkeur aan het opwekken van schone energie vooral door zonnepanelen op de huizen, bedrijven en andere gebouwen. Zonder zonneweides kan het agrarische karakter behouden blijven, is hierbij het idee.
Verkeer en Vervoer
Aan de respondenten is gevraagd welk idee over verkeer en verkeer in 2035 het meest aansluit. Hier waren twee vragen over. Minder reizen en voor langere afstanden gebruik maken van het openbaar vervoer of een deelauto spreekt erg (38%) aan. Geen verkeer meer door het stadscentrum (39%) en het hebben van een fijnmazig verkeersnetwerk met goede verbindingen voor zowel openbaar vervoer als fiets (36%) kunnen ook rekenen op veel steun.
Economie
Respondenten onder de 55 jaar spreken hun voorkeur uit voor het aantrekken van bedrijven die werk bieden aan de inwoners van Rhenen, waardoor er werkgelegenheid dichtbij huis is. Dit is in overeenstemming met voorlopige visie 1. 55+’ers vinden het belangrijk dat toerisme in 2035 nog een belangrijker onderdeel is geworden van de lokale economie. Dit is in overeenstemming met voorlopige visie 2.
Agrarische sector
Een groot deel (58%) van de respondenten vindt het in 2035 belangrijk dat boeren samenwerken met de Wageningen Universiteit, zodat hun bedrijven innovatief zijn, met oog voor verduurzaming en lokale voedselvoorziening zonder een rendabele exploitatie uit het oog te verliezen en zij de kwaliteit van de bodem versterken. Dit antwoord sluit aan bij voorlopige visie 3.
Toerisme
30% van de respondenten wil dat mensen de gemeente Rhenen in 2035 vooral bezoeken om te recreëren in de mooie natuur. 32% van de respondenten geeft de voorkeur aan het volledig op waarde schatten van de cultuurhistorie van de gemeente, omdat het een belangrijke trekpleister is voor toeristen. De voorkeur van 34% van de respondenten gaat uit naar het investeren in toerisme, waardoor er meer culturele voorzieningen zijn, juist ook voor inwoners van jong tot oud. 6% van de respondenten heeft geen mening of weet niet wat hij/zij moet kiezen.
BIJLAGE 3: BELANGRIJKSTE CONCLUSIES VAN HET TRENDONDERZOEK VISIE OP RHENEN (2023)
Over het trendonderzoek
Voor de Visie op Rhenen 2035 zijn de huidige trends en ontwikkelingen onderzocht op zes thema’s.
-
a.
Wonen & leven
-
b.
Werken & ondernemen
-
c.
Gezondheid & zorg
-
d.
Verduurzaming & klimaatverandering
-
e.
Ruimtegebruik & mobiliteit
-
f.
Technologie & innovatie
Het onderzoek is gebaseerd op documenten-analyse en interviews met 26 deskundigen van maatschappelijke organisaties, actief in de gemeente Rhenen. Aan de (groep)interviews deden regelmatig ook beleidsmedewerkers van de gemeente mee. Het onderzoek geeft inzicht in hoe zeker of onzeker ontwikkelingen zijn en hoe groot of klein hun invloed is. Dit maakt duidelijk waarmee rekening gehouden moet worden bij het nadenken over Rhenen in 2035.
Tijdens een bijeenkomst op 15 september 2021 zijn de belangrijkste conclusies van het trendonderzoek gepresenteerd. Bijna 50 personen gingen - in groepjes - in gesprek over de resultaten. Ieder groepje zocht ook naar verbanden tussen ontwikkelingen. Er waren inwoners, ondernemers, professionals, raadsleden en medewerkers van de gemeente. De titels hieronder zijn de belangrijkste conclusies uit het trendonderzoek.
Trendrapport
De resultaten van het onderzoek zijn beschreven in een trendrapport. Per hoofdstuk zijn de belangrijkste resultaten ook weergegeven in een infographic (sfeerimpressietekening). U vindt deze ook op rhenen.nl/rhenen2035.

Belangrijkste conclusies toegelicht
Rhenen wordt groter, grijzer en diverser qua inwoners
De bevolkingssamenstelling van Rhenen verandert. Diversiteit aan inwoners is belangrijk, omdat je voor een vitale gemeenschap een evenwichtige bevolkingssamenstelling nodig hebt. Op deze manier zijn er voldoende mensen die werken en voor elkaar kunnen zorgen. Ook houden scholen zo voldoende leerlingen.
De woningmarkt is uit balans. Er is een mismatch tussen vraag en aanbod en een tekort aan betaalbare woningen
Dit betekent dat veel mensen niet goed kunnen wonen. Bijvoorbeeld groepen mensen die helpen om Rhenen vitaal te houden, zoals jongeren, starters en gezinnen met een gewoon inkomen. Zij kunnen geen betaalbare woning vinden en zoeken hun heil elders. Ook voor ouderen past vraag en aanbod vaak niet. Zij blijven daardoor langer thuis in hun eengezinswoningen wonen.
De economische structuur van Rhenen verandert
De sectoren die voor werkgelegenheid en daarmee inkomen zorgen, veranderen. 20% van de beroepsbevolking is zelfstandige. De werkgelegenheid in de landbouw daalt; het aantal professioneel actieve boeren is de laatste twintig jaar gehalveerd tot ongeveer 70. De horeca is de snelst groeiende sector in arbeidsplaatsen.
Meer met minder: de behoefte aan zorg en ondersteuning van met name ouderen met dementie zal behoorlijk toenemen en er zijn naar verhouding minder mantelzorgers om dit op te vangen
Met name de enorme toename van mensen met dementie is zorgelijk. Dit zijn er nu 380 in Rhenen, maar in 2030 is de schatting dat er 570 mensen met dementie zullen zijn, tenzij er een medicijn tegen komt. In combinatie met het feit dat mensen steeds langer thuis wonen, leidt deze toename van mensen met dementie tot veel belasting voor mantelzorgers, vaak zelf al oudere mensen. Rhenen staat er goed voor qua mantelzorgers, maar ook in Rhenen zijn er naar verhouding steeds minder mantelzorgers voor meer hulpbehoevenden.
Er is minder ruimte voor jongeren
Aandacht voor jongeren is belangrijk omdat zij de toekomst zijn. Als er te weinig ruimte is voor jongeren qua ontmoetingsmogelijkheden en woningen, dan zoeken zij hun heil elders en is Rhenen hen misschien voorgoed kwijt. Dat heeft consequenties voor de vitaliteit van de Rhenense gemeenschap. Rhenen scoort nu goed op kansengelijkheid, dus dat is belangrijk om zo te houden. Maar in Rhenen hebben jongeren tussen 13-17 een hoger risico op psychosociale problemen dan in Utrecht. Daarnaast is er onder jongeren meer eenzaamheid en zingevingsproblematiek, mede door de coronacrisis.
Rhenen verduurzaamt, maar is gevoelig voor de effecten van klimaatverandering
De luchtkwaliteit in Rhenen is verbeterd en het energieverbruik daalt. Er zijn dus meer huizen met zonnepanelen en Rhenam heeft een groot deel van de huurwoningen verduurzaamd tot label A. We hebben van de zomer allemaal in Limburg, België en Duitsland kunnen zien wat er kan gebeuren bij extreme weersomstandigheden. Rhenen loopt ook risico. Er worden meer droge periodes verwacht, maar Rhenen wordt ook natter en dit kan tot wateroverlast leiden. Om hittestress tegen te gaan en water beter te kunnen bergen en vasthouden is onder andere ‘ontstening’ en ‘vergroening’ nodig.
Toenemende concurrentie om ruimte: wonen, natuur, bedrijvigheid, landbouw
Hier is al veel beleid over, maar er zijn ook nog keuzes te maken en het is belangrijk om te kijken hoe we slim met de beschikbare ruimte kunnen omgaan en kunnen combineren. Er is een tekort aan woningen, waardoor de huizenprijzen stijgen. Het tekort aan woningen betreft tot 2040 1.000 woningen, waarvan ca. 250 woningen tot 2030. Voor woningbouw na 2030 zijn de nieuwbouwlocaties echter nog niet in beeld. Er wordt ingezet op verdichting, maar de verwachting is dat dit niet de nodige aantallen op zal brengen.
De ruimte voor recreatie- en sportterreinen is tussen 2010-2015 met bijna de helft toegenomen. De ruimte voor natuur is min of meer gelijk gebleven en het landbouwareaal is met ca. een derde afgenomen. De leegstand van winkelruimte in Nederland is vanaf 2012 flink toegenomen. Het PBL waarschuwt dat de coronacrisis hier waarschijnlijk een structureel negatief effect op heeft, al lijkt dit effect in Rhenen op dit moment mee te vallen. Verder is de extra behoefte voor bedrijventerrein 5 ha en verwacht men behoorlijk wat ruimte nodig te hebben voor energieopwekking.
Er is sprake van een toenemend fileprobleem. Er wordt in vergelijking met de gemeenten om Rhenen heen en de rest van Nederland veel autogereden en weinig gefietst in Rhenen. Er zijn meer mensen bijgekomen in Rhenen waardoor er ook meer auto’s zijn gekomen en het forensenverkeer nam toe tussen 2014-2019. Hierdoor zijn er veel files in Rhenen. De verbreding van de Rijnbrug zou daar verandering in moeten brengen, maar het is de vraag of dat voldoende is. Door het toegenomen verkeer is ook het aantal verkeersongevallen gestegen. Tussen 2014 -2019 van 5,2 naar 7,3 per 100.000 inwoners. De groeiende populariteit van de e-bike en speedelecs zal voor Rhenen een grote impact kunnen hebben. Daarmee worden Veenendaal, Ede en Wageningen een stuk sneller en makkelijker te bereiken. Ook Nijmegen en Arnhem komen daardoor binnen bereik.
Transitie naar digitaal, smart en circulair
Deze overgang verandert het dagelijks leven van mensen behoorlijk. Onze samenleving digitaliseert zeer snel. Nederland hoort wat betreft digitalisering tot de top van Europa qua verbondenheid en gebruik van het internet. Uit het aantal DigiD transacties blijkt wel dat inwoners van Rhenen achterlopen qua digitale interactie met de overheid. De grotere afhankelijkheid van ICT maakt gemeenten, ondernemers en burgers kwetsbaarder voor digitale criminaliteit, spionage, sabotage of chantage. Het aantal hacks, malware en phishing meldingen groeide tussen 2019 en 2020 met 30%. Rhenen was in 2019 de gemeente met de meeste geregistreerde gevallen van cybercrime per inwoner in heel Nederland.
Het gebruik van domotica, van de slimme thermostaat en koelkast tot digitale sloten, neemt enorm toe. In 2019 hadden 2 miljoen Nederlandse huishoudens tenminste één smart apparaat in huis; verwacht wordt dat meer dan verdubbeld is in 2025. In de publieke ruimte komen ook meer slimme apparaten, zoals de slimme afvalbak die aangeeft vol te zijn, de robot die mensen verwelkomt op het gemeentehuis en het AI-gedreven verkeerssysteem dat de stoplichten aanpast aan de drukte en automatisch hulpdiensten oproept bij ongelukken. In de wat verdere toekomst komen daar zelfrijdende bussen en auto’s bij. Er is de nodige infrastructuur nodig om al deze apparaten aan elkaar te verbinden, met name zwaardere elektriciteitsnetten en internetverbindingen.
Tot slot is er een beweging richting circulair. Dat wil zeggen dat grondstoffen en producten worden hergebruikt en er zo min mogelijk afval wordt geproduceerd. Binnen de landbouw is dit de beweging richting kringlooplandbouw.
Onderzoek ruimtelijke kenmerken, beleid en regelgeving
Behalve het trendonderzoek, is het ruimtelijk beleid van gemeente Rhenen en provincie Utrecht geanalyseerd. Dit onderzoek is uitgevoerd door een expert op het gebied van de Omgevingswet. Met dit onderzoek hebben we inzicht gekregen in al het bestaande ruimtelijk beleid binnen onze gemeentegrens. Bovendien zijn er verschillende deelgebieden van gemeente Rhenen gedefinieerd. Per deelgebied zijn karakteristieke kenmerken en specifieke regelgeving beschreven.
BIJLAGE 4: BEANTWOORDING VRAGEN KADERNOTA VISIE OP RHENEN (2023)
Beantwoording vragen kadernota
In hoofdstuk 4 van de kadernota (juni 2021) staan een aantal vragen. De Visie op Rhenen moet in ieder geval op deze vragen antwoord geven. In deze bijlage worden de vragen beantwoord.
Op de volgende vragen staan de antwoorden letterlijk in de beschrijving van de Visie op Rhenen. Die beantwoorden we daarom niet in deze bijlage:
-
a.
Op welke wijze willen wij in Rhenen dat de vrijetijdseconomie (toerisme) zich de komende jaren ontwikkelt?
-
b.
Op welke manier moeten de typische ‘landmarks’ (cultuurhistorie) van Rhenen, Elst en Achterberg zich ontwikkelen tot 2040?
-
c.
Hoeveel willen wij als gemeente Rhenen nog groeien?
-
d.
Willen wij zelfstandig blijven als gemeente Rhenen?
-
e.
Door wie en hoe kunnen gemeentelijke taken het beste worden uitgevoerd?
-
f.
Wat ziet u als definitie van de zogenaamde ‘kernrand’ en waar vindt u dat het binnenveld begint en eindigt? (zie de kaart van Rhenen met de deelgebieden)
-
g.
Wat voor woningen moeten er gebouwd worden in het algemeen en voor jongeren en ouderen in het bijzonder en waar?
-
h.
Op welke manier willen wij bouwen? Door inbreiding, hoogbouw en/of in het groen, etc.?
Vragen en antwoorden
Hoe blijven mobiliteit en bereikbaarheid in balans met leefbaarheid?
De aanleiding voor deze vraag zijn de regionale verbindingswegen die door de gemeente Rhenen lopen. Aan de ene kant is de gemeente Rhenen hierdoor goed bereikbaar. Aan de andere kant hebben de verkeerstromen invloed op de leefbaarheid: gezondheid (geluid, luchtkwaliteit, veiligheid) en ontmoeting (wegen als barrières).
De Visie op Rhenen antwoordt op deze vraag als volgt: er is deelvervoer geïntroduceerd in de gemeente. Ook verplaatsen wij ons meer door middel van lopen en fietsen. Dit laatste kan door een beter netwerk aan fietspaden. We blijven dus mobiel en bereikbaar, maar op een gezonde manier. Daarnaast rijden er minder auto’s en vrachtwagens door het stadscentrum van Rhenen (D1) en Elst (D3). Dit komt de leefbaarheid ten goede.
Hoeveel ruimte is nodig en gewenst voor sociale voorzieningen in de buurt om een leefbare woonomgeving te houden en/of te creëren?
De aanleiding voor deze vraag is dat sociale voorzieningen belangrijk zijn voor een woonomgeving waarin hulp, beweging en ontmoeting plaatsvindt. Beweging zorgt voor een betere gezondheid van inwoners en ontmoeting gaat vereenzaming tegen. Voorbeelden van sociale voorzieningen zijn: speeltuin, buurtcentrum, banken en tafels, sporttoestellen. De gemeente kan (evt. in samenwerking met andere organisaties en inwoners) bepalen of en zo ja, welke sociale voorzieningen er in een buurt moeten komen. Daarnaast zijn sociale voorzieningen algemeen toegankelijk.
Door sociale voorzieningen kan de zelfredzaamheid van inwoners toenemen. Zelfredzaamheid is het vermogen van mensen om zichzelf te redden op alle levensterreinen met zo min mogelijk professionele ondersteuning en zorg.
In de Visie op Rhenen is er aandacht voor sociale voorzieningen. In de kernen wonen in 2035 meer mensen dan voorheen. Het voordeel hiervan is dat de sociale vangnetten blijven bestaan en dat winkels open kunnen blijven. Verder komt er in elke buurt meer groen bij. Zo blijven de woonbuurten leefbaar in de hete zomers. Het groen en de hoge bomen zorgen voor schaduw en verkoeling. Dat nodigt uit om naar buiten te gaan voor spel, ontmoeting, sport of een wandeling. Daarnaast zijner in elke kern plekken om elkaar te ontmoeten, zoals een lunchroom en een markt.
Welke bedrijfsactiviteiten kunnen op welke locatie worden geclusterd?
De aanleiding voor deze vraag is dat clusteren van ondernemers helpt bij het versterken van elkaars bedrijfsactiviteiten. Ook helpt clusteren voorkomen dat de ruimte (zowel in de wijken als in het landschap) versnipperd raakt. Dit heeft een positief effect op de schoonheid van landschap, minder overlast voor de buurt en minder storende verkeersbewegingen. Clusteren kan op nieuwe en/of bestaande bedrijventerreinen en ook in een bedrijfs- verzamelgebouw. Onder bedrijfsactiviteiten valt ook detailhandel.
In de Visie op Rhenen is in de randzone Remmerden (D13) tegen Remmerden (D7) aan en aan de rand van het Binnenveld (D18) tegen Veenendaal aan ruimte gemaakt voor nieuwe bedrijven om zich te vestigen. Op Remmerden (D7) zijn de bedrijven gevestigd die minder afhankelijk zijn van goederentransport. Agrariërs hebben in het Binnenveld (D18) de ruimte gekregen om hun bedrijf te runnen met oog voor verduurzaming en lokale voedselvoorziening zonder een rendabele exploitatie uit het oog te verliezen.
Hoe kan de gemeente Rhenen zorgen voor een goede balans tussen natuur en recreatie?
De aanleiding van deze vraag is dat de omringende natuur één van de belangrijkste kenmerken van de gemeente Rhenen is en past bij onze positie in de regio. Dit trekt veel recreanten aan. Veel recreatie kan belastend zijn voor de natuur. Dit terwijl de kwaliteit van de natuur steeds meer aandacht krijgt, bijvoorbeeld door de verminderde biodiversiteit in Nederland. Daarnaast speelt de natuur een rol bij klimaatadaptie.
In de Visie op Rhenen is het toerisme in de gemeente maar weinig toegenomen het afgelopen decennium. Het gaat vooral om mensen uit de regio. De historische kern van Rhenen (D1) koesteren we. De Delftse School stijl is er prominent aanwezig. Er is een haven gekomen die in grootte en gebruik bij de schaal van de gemeente Rhenen past. Er is een natuurlijk bosbad. Recreanten komen vooral voor de natuur en cultuur naar Rhenen.
In hoeverre kan positieve gezondheid een vast onderdeel zijn van iedere belangenafweging?
Positieve gezondheid stelt een betekenisvol leven van mensen centraal. De nadruk ligt op de veerkracht, eigen regie en het aanpassingsvermogen van de mens en niet op de beperkingen of ziekte zelf. De zes indicatoren van positieve gezondheid zijn: lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en dagelijks functioneren.
In de Visie op Rhenen wordt veel gewandeld, gesport en gespeeld. Dit draagt bij aan positieve gezondheid. Alle leeftijdsgroepen ontmoeten elkaar veelvuldig en we ervaren rust. Er is aandacht voor mentale en fysieke gezondheid.
We zorgen voor elkaar en staan klaar voor anderen die het minder hebben. Er is veel gezelligheid in onze gemeente, dat zorgt ervoor dat we ons na het harde werken goed kunnen ontspannen.
Waar is bijsturen in de samenstelling van de buurt gewenst?
Het doet ertoe met welke mensen in een buurt wordt samengeleefd. De samenstelling van de buurt heeft een effect op het woonplezier en de mate waarin verbinding tussen mensen kan ontstaan. Een ietwat gemengde buurt heeft gemiddeld genomen de voorkeur. Dan kan de sociale afstand worden overbrugd en is er de mogelijkheid om elkaar te ontmoeten. In die zin is het gewenst om buurten divers in te richten en/of samen te stellen. De samenstelling van een buurt kan worden beïnvloed onder andere door een zekere variatie aan woontypen te realiseren.
In Stap 1: Onderzoeken zijn hier slechts enkele uitspraken over gedaan door slechts 2 mensen. Beide personen roemden hun straat waar jongere en oudere mensen goed samenwonen en elkaar ook helpen indien nodig.
Wanneer de gemeente investeringsruimte heeft in de toekomst, aan wie en/of wat moeten de investeringen dan met name ten goede komen?
Door beperkte middelen moet de gemeente zuinig omgaan met haar bestaande middelen. Door een andere bevolkingssamenstelling (vergrijzing) en het toenemen van de hulpvragen en de hulpbehoefte, kan veel geld naar ouderen gaan. Of is het beter om het geld juist ten goede te laten komen aan de jeugd en/of met het oog op toekomstige generaties?
Met financiële investering wordt bedoeld dat er uitgaven worden gedaan voor de lange termijn. In deze vraag wordt gesproken over investeringsruimte. Wanneer de gemeente alleen geld heeft om de basisvoorzieningen te financieren, is er geen ruimte om extra te investeren.
In de Visie op Rhenen komen investeringen ten goede aan de natuur/groen in en rond de kernen, aan extra woningen en duurzaamheid. Bovendien rijden er minder auto’s en vrachtwagens door het stadscentrum van Rhenen (D1) en Elst (D3). We hebben met elkaar en de provincie creatieve oplossingen bedacht om dit te realiseren. Het is ons daarbij gelukt om de centra van Rhenen en Elst goed bereikbaar te houden voor de lokale bevolking en de toeristen, ook met de auto. Er is voldoende parkeergelegenheid. Dit alles vraagt een investering in wegenbouw ten behoeve van de samenleving en de recreanten.
In hoeverre moet gemeentelijke zorg en ondersteuning toegankelijk blijven voor hen die het nodig hebben, ook wanneer er eigen bijdragen worden gevraagd en niet iedereen deze kan betalen?
De aanleiding voor deze vraag is of we armoede of een minimum aan besteedbaar inkomen, een belemmering laten zijn voor het ontvangen van noodzakelijke zorg en ondersteuning? Er is beperkte lokale invloed, door landelijke wetgeving. Toch kan met bepaalde maatregelen ondersteuning worden geboden, bijvoorbeeld door schuldhulpverlening en kwijtschelding van bepaalde gemeentelijke belastingen.
In de Visie op Rhenen kunnen mensen die weinig geld hebben ook meedoen aan een duurzaam leven. Het openbaar vervoer draait gedeeltelijk op vrijwilligers; zo kunnen mensen die het minder hebben hier ook gebruik van maken. En er zijn veel activiteiten waar je aan mee kunt doen, ook voor mensen die het minder hebben. In de Visie op Rhenen staat dat de gemeente Rhenen haar uiterste best heeft gedaan om te zorgen dat in 2035 geen enkele inwoner meer in armoede leeft. Daarnaast helpt de gemeente bijvoorbeeld bij het energiezuiniger maken van woningen en het laten delen in cultuur en muziek.
Waar wilt u wonen en in wat voor soort huis (huis met tuin, appartement, van het gas af, of niet, of een hybride warmtepomp?)
In iedere kern (D1, 2, 3, 4) zijn woningen bijgebouwd op een schaal en in een stijl die passen bij de kern. Voor ouderen zijn kleinere woningen naar wens gebouwd. Hierdoor kwamen eengezinswoningen vrij voor jonge gezinnen. Ook jongeren en ouderen konden zo in hun dorp of stad blijven. In ieder deelgebied waar nieuwe woningen komen, zijn zo mogelijk innovatieve woonvormen toegepast, zodat jong en oud bij elkaar woont en voor elkaar kan zorgen. Bovendien zijn de goedkopere nieuwbouwwoningen – huur en koop - eerst beschikbaar gesteld aan inwoners. Zo kunnen meer mensen in de gemeente Rhenen blijven wonen.
Hoe ziet u de rol van maatschappelijke organisaties, zoals vrijwilligersorganisaties (bijvoorbeeld Voedselbank, Rode Kruis, IVN), kerken en belangenorganisaties?
In de Visie op Rhenen worden onder andere maatschappelijke organisaties genoemd als initiatiefnemers om het leven in de gemeente te verbeteren.
BIJLAGE 5: CONTEXTSCENARIO’S VISIE OP RHENEN (2023)
Inleiding
Een visie beschrijft hoe wij graag samen leven, werken, zorgen, wonen, recreëren en leren in 2035. Een visie biedt een duidelijk beeld om naartoe te werken. Daardoor weten we wat belangrijk is en extra aandacht verdient. Zo kunnen we de juiste keuzes maken.
Maar terwijl wij samen werken aan het realiseren van een visie, gebeurt er om ons heen van alles waar wij geen tot weinig invloed op hebben. Deze gebeurtenissen kunnen wel (veel) invloed op ons hebben. Wij hebben hier dus rekening mee te houden. Daarom is het van belang om een verbinding te leggen tussen de eigen koers en die mogelijke toekomstige omstandigheden. Want hoe toekomstbestendig zijn de visies?
Contextscenario’s
Contextscenario’s geven aan wat mogelijk in de toekomst op het pad zou kunnen komen van de gemeente Rhenen als gemeenschap. In scenario’s wordt een aantal mogelijke toekomstige situaties geschetst. Wij weten niet of deze situaties zich zullen voordoen. Dat is onzeker. Maar als de situaties zich voordoen dan hebben zij een grote impact op Rhenen. Daarom is het belangrijk om over deze situaties na te denken voordat zij zich eventueel voordoen.
Op deze situaties of contextscenario’s heeft dus niemand in de gemeente veel invloed. Zij overkomen ons; wij kunnen ze niet kiezen. De scenario’s geven zicht op toekomstige kansen en risico’s. Hier kunnen wij ons op voorbereiden. Daarom is het goed om contextscenario’s te maken en om er mee te werken.
Werkgroep contextscenario’s
Een groep van inwoners en ambtenaren kwam tot zes contextscenario’s. De groep bestond uit mensen die zicht hebben op toekomstige ontwikkelingen op hun gebied: landbouw, cultuur, verkeer en vervoer, duurzaamheid, water, welzijn, jongeren, politiek en bestuur, wonen. De vraag aan de groep was: welke ontwikkelingen in de toekomst zijn het meest onzeker én hebben de grootste invloed op de gemeente Rhenen?
-
a.
Wat als…we richting 2035 afkoersen op 2,5 graden Celsius opwarming?
-
b.
Wat als … toerisme en werkgelegenheid groeien en daarmee ook het verkeer en de verkeersinfarcten?
-
c.
Wat als … de gemeente Rhenen fors moet groeien in inwoneraantal én moet verduurzamen?
-
d.
Wat als … de jongeren in Rhenen blijven en initiatief nemen om Rhenen ten positieve te veranderen?
-
e.
Wat als … Rhenen niet kan voldoen aan de woningbehoefte van jongeren en ouderen?
-
f.
Wat als … economische en andere belangen worden verkozen boven natuur?
De ontwikkelingen die tot een scenario konden leiden, werden door de werkgroep op een rij gezet. Vervolgens beschreef de werkgroep voor ieder scenario de positieve en negatieve gevolgen van deze ontwikkelingen voor de gemeente Rhenen.
Toetsen
Door de Visie op Rhenen te toetsen aan deze contextscenario’s, ontstaat er inzicht in mogelijke kansen en risico’s van gebeurtenissen die ons kunnen overkomen.
Wat als…we richting 2035 afkoersen op 2,5 graden Celsius opwarming?
Als de aarde verder opwarmt, is het in de gemeente redelijk leefbaar. De voorliefde voor de auto samen met de hogere temperaturen zullen de luchtkwaliteit echter geen goed doen. En de hogere temperaturen en het dichter op elkaar wonen, zal de vraag naar airco’s doen toenemen. Hier is wel extra duurzame energie voor nodig en dat kost ruimte. In de Visie op Rhenen wordt de warmte deels ondervangen door het gebruik van sedum-daken en meer groen in de kernen.
Als de aarde verder opwarmt, heeft dit ook gevolgen voor de omringende natuur en het groen binnen de kernen. Bepaalde planten en bomen kunnen namelijk minder goed tegen de hitte. Door de opwarming is het risico op bosbranden groter. Hier moeten we dan voorzorgsmaatregelen tegen nemen. Dus behalve de natuur versterken, moeten we deze ook beschermen.
Wat als … toerisme en werkgelegenheid groeien en daarmee ook het verkeer en de verkeersinfarcten?
Als veel mensen van buiten de gemeente hier komen werken en recreëren, kan dat afbreuk doen aan het dorpse, rustige karakter van Elst en Achterberg. En wanneer dagjesmensen en werknemers met de auto komen dan wringt dit met de Visie op Rhenen die juist inzet op beter openbaar vervoer, gebruik van deelvervoer en lopen/fietsen.
Wat als … de gemeente Rhenen fors moet groeien in inwoneraantal én moet verduurzamen?
De Visie op Rhenen gaat uit van een groei van 5.000 tot 7.000 mensen. Het risico bestaat dat het kleinschalige en karakteristieke van de gemeente Rhenen verdwijnt. Het open landschap zal toch moeten worden bebouwd, zelfs al is het beperkt.
Duurzaamheid is onder jongeren een belangrijk thema. In een gemeente waarin natuur één van de schatten is, zullen zij graag willen wonen en werken. Dat is een kans. De vraag is of zij een huur- of koopwoning in de gemeente kunnen betalen.
Wat als … de jongeren in Rhenen blijven en initiatief nemen om Rhenen ten positieve te veranderen?
Als jongeren blijven en initiatief nemen, zullen zij meewerken aan culturele projecten, sportevenementen, het onderhouden van het groen. Dat is een kans voor de gemeente. De nieuwe woningen moeten dan wel aansluiten bij de behoeften van jongeren. Dat de Visie op Rhenen inzet op veilige fietspaden en meer en beter openbaar vervoer biedt perspectief voor jongeren.
Wat als … Rhenen niet kan voldoen aan de woningbehoefte van jongeren en ouderen?
Als dit niet lukt dan zal dat gevolgen hebben voor de bevolkingsopbouw. Een bevolking die dan met name zal bestaan uit mensen boven de 35 jaar in plaats van daaronder. Veel ouderen zullen in hun eengezinswoningen moeten blijven wonen zonder mantelzorg dicht bij huis. Ook zal hierdoor het aantal vrijwilligers afnemen, terwijl dit één van de schatten is van de gemeente Rhenen.
Wat als … economische en andere belangen worden verkozen boven natuur?
Als economische en andere belangen toch worden verkozen boven natuur dan is dit een risico voor met name kinderen. Het verkeer zal door de nieuwe bedrijven en de vele toeristen sterk toenemen. Veilig buitenspelen, in een groene, relatief koele omgeving kan dan niet meer.
BIJLAGE 6: HET PARTICIPATIEPROCES VISIE OP RHENEN (2023)
Inleiding
De drie voorlopige visies maakte de gemeente samen met de samenleving. We deden dat in vier stappen. In iedere stap waren er verschillende manieren om mee te doen. Wie wilde meedoen, kon zelf kiezen waar aan mee te doen en met welke stap(pen).

Actieve oproep om mee te doen
Vanaf de start is een mix van communicatiemiddelen ingezet. Zo verschenen er regelmatig artikelen in het gemeentenieuws, verspreidden we huis-aan huis ansichtkaarten en konden inwoners zich aanmelden voor een digitale nieuwsbrief. Ook via sociale media en diverse pop-up acties zochten we actief contact met inwoners. Bij doelgroepen die minder snel meedoen, gingen we actief langs. Zo organiseerden we bijvoorbeeld een pizza-bijeenkomst met de kinderburgemeesters en hun vrienden en gingen we ‘op de koffie’ bij het Taalhuis.
Vanuit de samenleving was veel belangstelling om mee te doen
Sinds 1 juli 2021 zijn honderden uitspraken gedaan over de toekomst van de gemeente Rhenen. Via ansichtkaarten, in allerlei bijeenkomsten en bijvoorbeeld via filmpjes. Met al deze bijdragen, en diverse onderzoeken, zijn drie voorlopige visies gemaakt.
Verschillende achtergrond en/of leeftijd: zij deden allemaal mee
De gevolgde participatiemethode zorgde ervoor dat iedereen kon meedoen. Door een mix aan participatievormen is erop ingezet om iedereen, ongeacht leeftijd of achtergrond, te interesseren.
De aanpak sluit aan bij het participatiestatuut
Het participatiestatuut van de gemeente Rhenen heeft als uitgangspunt dat iedereen kan meedoen binnen kaders die de gemeenteraad vooraf heeft gesteld. De kwaliteit van het meedoen, staat daarbij voorop. We verkennen samen vanuit oprechte interesse in elkaar. Kennis en informatie delen we, als gemeente en samenleving, zodat we van elkaar kunnen leren en samen tot een beter resultaat kunnen komen. Er is in het contact vertrouwen, zowel in ieders goede intentie als in het proces dat gestaag verloopt maar wel stap voor stap.
Noot: Zie voor een uitgebreide omschrijving van het participatieproces de informatienota van 13 april 2022.

Stap 1: Onderzoeken
Deze vraag stond centraal in Stap 1. Alle inwoners kregen in juni 2021 een ansichtkaart op de mat met de mogelijkheid die terug te sturen. We ontvingen maar liefst 350 ansichtkaarten – met reactie op de vraag – terug. In een digitale bijeenkomst op 1 juli gingen we over deze vraag in gesprek. Inwoners stelden vragen via de chat. Via een digitale enquête ontvingen we een reactie van 645 inwoners. In zes pop-upbijeenkomsten verspreid over de gemeente gingen we in gesprek met 110 mensen. In september presenteerden we de resultaten van het trendonderzoek aan bijna 50 personen. Zij gingen in gesprek over de resultaten.

Stap 2: Visies vormen
In twee bijeenkomsten gingen we over deze vraag met de samenleving in gesprek. Om een bredere groep inwoners te bereiken, bezochten we het Talenthouse en spraken met kinderen van de Dalton en Ericaschool en organiseerden we een pizza-bijeenkomst met de nieuwe en vorige kinderburgemeester en hun vrienden. Ook gingen we langs bij het Werkcafé, het Taalhuis, de Buurtgarage en de bibliotheken.
Een werkgroep van inwoners en ambtenaren bracht ordening aan in de verzamelde uitspraken. Hieruit zijn drie voorlopige visies ontstaan.

Stap 3: Toetsen
De drie voorlopige visies zijn getoetst aan de hand van het trendonderzoek en het onderzoek naar de kenmerken van de deelgebieden, feitelijke kennis, bestaande wet- en regelgeving en contextscenario’s (zie de beschrijving in bijlage 3). We deden dit samen met inwoners en professionals.
Naar aanleiding van de toetsing zijn de voorlopige visies op onderdelen herschreven.

Stap 4: Kiezen
Via een digitale enquête konden inwoners aangeven naar welke voorlopige visie de voorkeur uitgaat. De enquête is door 738 mensen ingevuld. Ook hebben we een aantal reacties in onze mailbox ontvangen.
Daarnaast konden ook de deelnemers van de twee werkgroepen (Werkgroep Visievormen en Werkgroep Contextscenario’s) hun voorkeur uitspreken in een gezamenlijke bijeenkomst. Ook hebben leden van de projectgroep - net als in stap 2 - diverse doelgroepen bezocht.


BIJLAGE 7: HET PARTICIPATIEPROCES RANDZONEVISIE (2025)
Het participatieproces
De Randzonevisie is in drie fasen opgesteld:
Gedurende het traject zijn inwoners, maatschappelijke organisaties en de provincie Utrecht betrokken.
In de analysefase zijn maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden uitgenodigd om mee te denken over de analyse van de randzones. Ook geïnteresseerde inwoners waren in de gelegenheid aan te sluiten bij de bijeenkomst. Hun kennis over het gebied en de bestaande functies vormde een waardevolle aanvulling op de beleidsmatige en ruimtelijke analyse. Ook de provincie Utrecht is in deze fase betrokken, onder andere om beleidskaders af te stemmen en inbreng te leveren bij de uitwerking van de visie.
In een tweede fase is het concept van de visie besproken met inwoners en stakeholders. Hiervoor zijn drie identieke bijeenkomsten georganiseerd in Achterberg, Rhenen en Elst. Daarbij lag de nadruk op het bespreken van mogelijke ontwikkelrichtingen voor de randzones met bijbehorende voorstellen voor kwaliteitsinvesteringen. Inwoners konden op die manier reageren op ideeën die voortkwamen uit de analyse en eerdere gesprekken.
Uiteindelijk is de ontwerp-Randzonevisie Rhenen door het college van burgemeester en wethouders ter inzage gelegd. Gedurende deze periode had iedereen de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Na de terinzagelegging zijn de zienswijzen bestudeerd en is de Randzonevisie aangescherpt en aan de gemeenteraad voorgelegd ter besluitvorming.



Bijlage I Geografische Informatieobjecten
- bedrijvenlocatie Achterberg
- bedrijventerrein Remmerden
- Binnenveld
- cultureel erfgoed - Ter Horst
- Cuneraweg Noord
- Cuneraweg Zuid
- groene corridor Rhenen - Achterberg
- Heerlijkheid
- Heimerstein
- Historische kern Rhenen
- Hoornwerk
- kern Achterberg
- kern Elst
- kern Rhenen
- Oostflank Utrechtse Heuvelrug
- randzone Achterberg Noord
- randzone Achterberg Zuid
- randzone Elst
- randzone Remmerden
- randzone Rhenen Oost
- Randzone Rhenen West
- Uiterwaarden
- Utrechtse Heuvelrug
- Veeneind
- Veengebied Achterbergse Hooilanden
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl

