Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR740498
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR740498/1
Regeling vervallen per 01-01-2020
Besluit van de regeringscommissaris van 10 december 2019 no. 11 in plaats van de eilandsraad tot vaststelling van Eilandsverordening havenbelasting en havenrechten Sint Eustatius 2020
Geldend van 01-01-2020 t/m 31-12-2019
Intitulé
Besluit van de regeringscommissaris van 10 december 2019 no. 11 in plaats van de eilandsraad tot vaststelling van Eilandsverordening havenbelasting en havenrechten Sint Eustatius 2020De regeringscommissaris voor Sint Eustatius,handelende in de plaats van de eilandsraad;
overwegende
- -
dat ingevolge artikel 40 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (FinBES) de eilandsraad besluit tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een eilandbelasting door het vaststellen van een belastingverordening;
- -
dat ingevolge artikel 41 van de FinBES een belastingverordening in de daartoe leidende gevallen vermeldt: de belastingplichtige, het voorwerp van de belasting, het belastbare feit, de heffingsmaatstaf, het tarief, het tijdstip van ingang van de heffing, het tijdstip van beëindiging van de heffing en hetgeen overigens voor de heffing en de invordering van belang is;
- -
dat ingevolge artikel 61 van de FinBES onder de naam havenbelasting kan een belasting worden geheven ter zake van degene, die als schipper of gezagvoerder het vaartuig onder zijn verantwoordelijkheid heeft, of van de beheerder of gebruiker van het vaartuig ter zake van het liggen of meren van vaartuigen in havens of aan kaden en terreinen, welke bij het openbaar lichaam in eigendom of in beheer en onderhoud zijn en het ankeren in de territoriale wateren, bedoeld in de Rijkswet uitbreiding territoriale zee van het Koninkrijk voor zover deze wateren grenzen aan het openbaar lichaam;
- -
dat in het Besluit grenzen openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba de grens tussen het openbaar lichaam Sint Eustatius en het openbaar lichaam Saba is bepaald en dat de grens van het openbaar lichaam voor het overige samenvalt met de buitengrens van de territoriale zee rond het eiland;
- -
dat ingevolge artikel 62 van de FinBES rechten kunnen worden geheven ter zake van het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde bezittingen van het openbaar lichaam of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij het openbaar lichaam in beheer of in onderhoud zijn en het genot van door of vanwege het openbaar lichaam verstrekte diensten.
Gelet op de artikelen 40, 61 en 62 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba,
Besluit:
vast te stellen de navolgende
Eilandsverordening havenbelasting en havenrechten Sint Eustatius 2020
Titel 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
bestuurscollege: het bestuurscollege van het openbaar lichaam Sint Eustatius;
eilandsraad: de eilandsraad van het openbaar lichaam Sint Eustatius;
openbaar lichaam: het openbaar lichaam Sint Eustatius;
ballast: brandstof, proviand en andere voor eigen gebruik bestemde scheepsbenodigdheden, alsmede de handbagage die wordt vervoerd door opvarenden;
brutoton: de eenheid voor de bruto inhoud van een vaartuig, zoals bedoeld in het Verdrag inzake meting van Schepen, London 1969 en die uit de meetbrief volgt;
ton: een massa van 1.000 kilogram;
bunkeren: het door een vaartuig innemen van brandstof voor eigen gebruik;
vaartuig: elk drijvend lichaam, dat blijkens zijn constructie is bestemd of wordt gebruikt voor het vervoer te water, al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende;
vissersschip: een vaartuig dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vangen van vis of andere levende rijkdommen van de wateren en de zee;
Zeehaven vaartuig: het vaartuig van het openbaar lichaam dat op aanvraag beschikbaar kan worden gesteld ten behoeve van rede diensten;
commercieel vaartuig: bedrijfsmatig in gebruik zijnde vaartuigen met uitzondering van vissersschepen;
geregistreerd vaartuig: een vaartuig wat volgens de Vaartuigenwet 1930 BES geregistreerd is in het openbaar lichaam en niet beschikt over een meetbrief;
pleziervaartuig: een vaartuig dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor de recreatie, niet zijnde een passagiersschip;
motorschepen: schepen, welke uitsluitend of hoofdzakelijk door machines plegen te worden voortbewogen.
oorlogsschip: vaartuig, behorende tot de operatieve sterkte van de Koninklijke Marine of behorende tot de marine van een vreemde mogendheid, waarover een militair der zeemacht het bevel voert en dat geheel of gedeeltelijk met militairen is bemand;
zeilschip: schip dat als zodanig getuigd is en uitsluitend of hoofdzakelijk met behulp van zeilen pleegt te worden voortbewogen.
sleepboten: stoom- en motorschepen waarmee sleepwerkzaamheden plegen te worden verricht;
container: een laadkist, omschreven in de aanbeveling ISO688 als Series 1 freight containers van de International Organisation for Standardisation.
droge bulk: vervoer van droge bulkgoederen;
natte bulk: vervoer van natte bulkgoederen;
gebruiker: de kapitein, de reder, de eigenaar van het vaartuig, degene aan wie het vaartuig in gebruik is gegeven, de agent, alsmede degene voor hen het gebruik c.q. het verblijf van het vaartuig of afname van diensten heeft voorbereid;
gebruiksvergoeding: de vergoeding ten aanzien van gebruik of afname van diensten dat de gebruiker is verschuldigd aan het openbaar lichaam en waarvan de hoogte uit het tarievenoverzicht blijkt;
haven: de havens, baaien en reden van het eiland St. Eustatius;
havenbelasting: havenbelasting als bedoeld in artikel 61 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
havengebied: het water binnen de territoriale wateren behorend tot het openbaar lichaam, daaronder begrepen baaien, reden, pieren, aanlegsteigers, meerstoelen, meerpalen, meerboeien en andere soortgelijke werken of inrichtingen;
havenrecht: rechten als bedoeld in artikel 62 Wet Financiën openbare lichamen Bonaire Sint Eustatius en Saba ter vergoeding van kosten in verband met het gebruik van de haven met een vaartuig en met het genot van diensten die verstrekt zijn door of vanwege het openbaar lichaam in verband met dat gebruik;
havenmeester: de door het bestuurscollege als zodanig benoemde of aangewezen functionaris of degene die hem vervangt;
kapitein: de gezagvoerder of schipper dan wel degene die de feitelijke leiding over een vaartuig voert;
lading: alle door een vaartuig geloste en ingenomen goederen, waaronder verpakkingsmateriaal, containers en trailers. Voor de toepassing van de verordening worden, hierbij word ballast niet als lading gerekend.
lengte: de lengte van het vaartuig over alles;
lichters: lichters, dokken of andere dergelijke vaartuigen welke niet dan met behulp van andere vaartuigen over het water plegen te worden verplaatst;
ligplaats: het nemen van een ligplaats waarbij het aanleggen van een vaartuig langs een kade of steiger op een directe dan wel indirecte wijze plaatsvindt. Hieronder wordt mede verstaan het innemen van een ligplaats langs een naastgelegen vaartuig dat reeds een ligplaats langs de kade heeft genomen. Ook het innemen van een (lig)plaats op een andere wijze binnen het havengebied wordt gezien als ligplaats;
meetbrief: een meetbrief, als bedoeld in artikel 24 van de Meetbrievenwet 1981, die voldoet aan de eisen, neergelegd in het Internationaal Verdrag betreffende de meting van schepen, Londen 1969;
publieke plaats: de bij het openbaar lichaam in beheer zijnde pieren; zie havengebied.
redediensten: diensten bestaande uit elke dienst die word uitgevoerd door het zeehaven-vaartuig binnen de territoriale wateren van het openbaar lichaam.
roro-vervoer: roll-on-roll-offvervoer; vervoer van rollende lading zoals auto's, busjes en vrachtwagens waarmee aan en van boord kan worden gereden;
stukgoed: vervoer van stukgoederen;
tarievenoverzicht: het overzicht met de door het openbaar lichaam gehanteerde tarieven per belasting, recht of andere soort vergoeding zoals bedoeld in deze verordening;
territoriale wateren: de territoriale wateren rond het openbaar lichaam Sint Eustatius zoals vastgesteld bij of krachtens artikel 1 van de Rijkswet uitbreiding territoriale zee van het Koninkrijk;
tijdvak: een op het tarievenoverzicht genoemde tijdsduur, waarin het gebruik van de haven plaatsvindt, met dien verstande dat, indien het vaartuig gedurende een toegepast tijdvak de haven verlaat en terugkeert, een nieuw tijdvak begint;
maand: kalendermaand;
week: een periode van 7 dagen;
jaar: kalenderjaar;
trailer: voertuig dat door een ander voertuig wordt voortbewogen of kennelijk is be-stemd om door een ander voertuig te worden voortbewogen;
Wet de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
Artikel 2 Belastbaar feit; havenbelasting en havenrecht
Op basis van deze verordening
- a.
wordt onder de naam ‘havenbelasting’ een belasting geheven voor het liggen of meren van vaartuigen in havens of aan kaden en terreinen, welke bij het openbaar lichaam in eigendom of in beheer en onderhoud zijn en het ankeren in de territoriale wateren, bedoeld in de Rijkswet uitbreiding territoriale zee van het Koninkrijk voor zover deze wateren grenzen aan het openbaar lichaam;
- b.
worden op voet van deze verordening onder de naam "havenrecht" rechten geheven ter zake van het gebruik, niet zijnde het liggen of meren van vaartuigen als bedoeld onder a, overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde bezittingen van het openbaar lichaam of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij het openbaar lichaam in beheer of in onderhoud zijn en het genot van door of vanwege het openbaar lichaam verstrekte diensten.
Artikel 3 Belastingplicht
-
1. De havenbelasting als bedoeld in artikel 61 van de Wet wordt geheven van degene, die als schipper of gezagvoerder het vaartuig onder zijn verantwoordelijkheid heeft, of van de beheerder of gebruiker van het vaartuig.
-
2. Het havenrecht als bedoeld in artikel 62 van de Wet wordt geheven
- a.
van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of
- b.
van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt of
- c.
voor zover het een vaartuig betreft, van degene, die als schipper of gezagvoerder het vaartuig onder zijn verantwoordelijkheid heeft, of van de beheerder of gebruiker van het vaartuig dan wel
- d.
degene die de voorbereidende handelingen jegens de havenbeheerder heeft verricht ter voorbereiding van het verblijf van het vaartuig, bijvoorbeeld in het kader van de vertegenwoordiging van de reder of kapitein.
- a.
Artikel 4 Ontstaan van de belastingschuld
-
1. De havenbelasting is verschuldigd bij de aanvang van het liggen, meren of ankeren van het vaartuig.
-
2. Havenrecht is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.
Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief
-
1. De havenbelasting en het havenrecht worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabellen.
-
2. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in een tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.
-
3. De havenbelasting en het havenrecht worden beide naar beneden op gehele dollars afgerond.
-
4. In geval van twijfel over het soort vaartuig, bepaalt de havenmeester tot welke soort het vaartuig behoort.
Artikel 6 Vrijstelling havenbelasting
Geen havenbelasting is verschuldigd voor:
- 1.
een vaartuig in dienst van het openbaar lichaam;
- 2.
een vaartuig dat in opdracht of op verzoek van het openbaar lichaam wordt gebruikt voor werkzaamheden of diensten;
- 3.
een vaartuig in directe dienst van het Koninkrijk, mits geen personen of goederen bedrijfsmatig worden vervoerd;
- 4.
een oorlogsschip;
- 5.
een vaartuig, geen oorlogsschip zijnde, dat uitsluitend wordt gebruikt voor het vervoer van manschappen en goederen van de strijdkracht van het Koninkrijk of van de strijdkracht van bevriende mogendheden.
Artikel 7 Tarieftoepassing
Bij de toepassing van de tarieven:
- a.
geldt de (grootste) brutotonnage van een vaartuig, uitgedrukt in bruto tonnen, zoals deze blijkt uit de meetbrief;
- b.
geldt voor een geregistreerd vaartuig de lengte;
- c.
wordt een gedeelte van een eenheid van lengte, breedte, tonnage en massa voor een volle eenheid gerekend;
- d.
wordt een gedeelte van een tijdseenheid gerekend voor een volle tijdseenheid;
- e.
gelden de lengte, breedte, zomerdiepgang, bruto tonnage en massa, zoals die ambtshalve door de havenmeester wordt vastgelegd indien geen meetbrief wordt overgelegd;
- f.
wordt de door het vaartuig geloste en ingenomen lading, uitgedrukt in metrische tonnen;
- g.
wordt de door het vaartuig bij het bunkeren ingenomen brandstof voor eigen gebruik, uitgedrukt in metrische tonnen;
- h.
wordt het aantal tonnen geloste en/of ingenomen lading of bunkers ambtshalve door de havenmeester bepaald, indien deze onvoldoende worden aangetoond.
Artikel 8 Algemene bestedingsbelasting (ABB)
-
1. Alle bedragen en tarieven die zijn opgenomen in het tarievenoverzicht zijn exclusief eventueel verschuldigde bestedingsbelasting.
-
2. Indien bestedingsbelasting is verschuldigd krachtens het bepaalde in de Wet Belastingwet BES, zal gebruiker deze bestedingsbelasting tegelijk met de in rekening gebrachte bedragen voldoen.
Artikel 9 Meldplicht bij aankomst en vertrek
-
1. Voorafgaand aan de aanvang van het verblijf in het havengebied dient de gebruiker melding te doen aan de havenmeester van de gegevens van het vaartuig, het doel van het verblijf, de beoogde ligplaats en de lading.
-
2. Bij afloop van het verblijf in de haven dient de gebruiker melding te doen van de voor facturatie benodigde gegevens.
Artikel 10 Voorschot, borgstelling of bankgarantie
De gebruiker dient voor bedragen boven de $ 1.500,00 voorafgaand aan de uitvoering van het gebruik of dienst genoegzame zekerheid te stellen voor de voldoening van de verplichtingen van gebruiker, bijvoorbeeld door middel van betaling van een voorschot, een borgstelling of een bankgarantie.
Artikel 11 Wijze van heffing
-
1. De havenbelasting en het havenrecht worden geheven bij wege van aanslag of bij wege van gedagtekende schriftelijke kennisgeving.
-
2. Onder schriftelijke kennisgeving wordt mede begrepen een bon, nota of ander schriftuur, waarop de verschuldigde havenbelasting, het verschuldigde havenrecht, het tijdvak alsmede de grondslag voor de berekening van de havenbelasting en het havenrecht wordt vermeld.
-
3. De havenbelasting en het havenrecht moeten worden betaald ingeval de heffing plaats vindt bij wijze van kennisgeving op het moment van het uitreiken van de kennisgeving dan wel, ingeval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.
-
4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen.
Artikel 12 Kwijtschelding
Bij de invordering wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 13 Nadere regels door het bestuurscollege
Het bestuurscollege kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering.
Artikel 14 Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 Januari 2020.
-
2. Zij kan worden aangehaald als: Eilandsverordening havenbelasting en havenrechten Sint Eustatius 2020.
-
3. De 'Verordening Havenrechten Sint Eustatius 2016 en het Eilandsbesluit tarievenoverzicht Sint Eustatius 2016 worden ingetrokken met ingang van de datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Ondertekening
Sint Eustatius, 10 december 2019
De Plv. regeringscommissaris voor Sint Eustatius,
De heer M. Stegers
Tarieventabellen behorende bij de Eilandsverordening Havenbelasting en havenrechten 2020
|
1 |
Tarieventabel 1 Havenbelasting |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1.1 |
Het tarief bedraagt voor vaartuigen met een meetbrief met een bruto tonnage van |
|
|
|
|
1.1.1 |
1 tot en met 50 brutoton: |
$ |
25.00 |
|
|
1.1.2 |
51 tot en met 500 brutoton: |
$ |
150.00 |
|
|
1.1.3 |
501 tot en met 1,000 brutoton: |
$ |
275.00 |
|
|
1.1.4 |
1,001 tot en met 5,000 brutoton: |
$ |
475.00 |
|
|
1.1.5 |
5,001 tot en met 10,000 brutoton: |
$ |
725.00 |
|
|
1.1.6 |
10,001 tot en met 15,000 brutoton: |
$ |
1.125,00 |
|
|
1.1.7 |
15,001 tot en met 30‚000 brutoton: |
$ |
1.525,00 |
|
|
1.1.8 |
30,001 tot en met 50‚000 brutoton: |
$ |
2.025,00 |
|
|
1.1.9 |
50,001 tot en met 70‚000 brutoton: |
$ |
2.575,00 |
|
|
1.1.10 |
70,001 tot en met 100‚000 brutoton: |
$ |
3.125,00 |
|
|
1.1.11 |
100,001 tot en met 150‚000 brutoton: |
$ |
3.625,00 |
|
|
1.1.12 |
150,001 tot en met 999‚999 brutoton: |
$ |
4.125,00 |
|
|
|
Alle bedragen onder 1.1 worden berekend per handeling. |
|
|
|
|
1.2. |
Het tarief onder 1 wordt vermeerderd met een toeslag voor vaartuigen die ankeren, liggen of meren vanwege het overslaan van lading, bunkeren of vervoeren van passagiers. Deze toeslag bedraagt: |
|
|
|
|
1.2.1 |
voor trailer-, container-, roro- en stukgoedvervoer, indien afgemeerd op een publieke plaats: :................................................... |
$ |
0,000 |
per ton |
|
1.2.2 |
voor trailer-, container-, roro- en stukgoedvervoer, indien afgemeerd op een andere dan publieke plaats: |
$ |
0,375 |
per ton |
|
1.2.3 |
droge bulk: |
$ |
1,00 |
per ton |
|
1.2.4 |
natte bulk: |
$ |
0,375 |
per ton |
|
1.2.5 |
bunkeren: |
$ |
0,25 |
per ton |
|
1.2.6 |
passagiers: |
$ |
5,00 |
per persoon |
|
|
|
|
|
|
|
1.3 |
Het tarief bedraagt voor alle op Sint Eustatius geregistreerde vaartuigen waarvoor geen meetbrief is afgegeven: |
|
|
|
|
1.3.1 |
01 bruto ton tot 18 bruto ton per kalender dag of een gedeelte daarvan $25,- 18 bruto ton tot 50 bruto ton $25,- per handeling, Kalender dag of een gedeelte daarvan. |
|
|
|
|
|
50 bruto ton tot 500 bruto ton $30,- per handeling, Kalender dag of een gedeelte daarvan. 500 bruto ton tot 1000 bruto ton $40,- per handeling, Kalenderdag of een gedeelte daarvan. 1000 bruto ton tot 5000 bruto ton $50,- per handeling, Kalenderdag of een gedeelte daarvan. Vanaf 5000 bruto ton $100,- per handeling, Kalenderdag of een gedeelte daarvan. Visserschepen zijn hiervan uitgesloten als men bezig is met visserij of werkzaamheden gerelateerd tot visserij. |
|
|
|
|
1.3.2 |
Voor vaartuigen,die bedrijfsmatig uitoefening doen voor duikers en daarbij gebruikmaken van de publieke meerplaats is het tarief als volgt: |
|
|
|
|
|
Vaartuigen behorende tot dezelfde duikschool met gezamenlijk meer dan 1500 individuele duikers per jaar |
|
$400.00 |
per maand |
|
|
Vaartuigen tot dezelfde duikschool met gezamenlijk met minder dan 1500 individuele duikers |
|
$200.00 |
per maand |
|
1.4 |
Het tarief bedraagt voor elders geregistreerde vaartuigen waarvoor geen meetbrief is afgegeven: |
|
|
|
|
1.4.1 |
01 bruto ton tot 18 bruto ton$25,- per handeling, kalenderdag of een gedeelte daarvan. 18 bruto ton tot 50 bruto ton $25,- per handeling, Kalender dag of een gedeelte daarvan. 50 bruto ton tot 500 bruto ton $30,- ,- per handeling, Kalender dag of een gedeelte daarvan. 500 bruto ton tot 1000 bruto ton $40 ,- per handeling, Kalender dag of een gedeelte daarvan. 1000 bruto ton tot 5000 bruto ton $50 ,- per handeling, Kalender dag of een gedeelte daarvan. Vanaf 5000 bruto ton alle vaartuigen per handeling $100 met een maximum van een Kalender dag. |
|
|
|
|
1.4.2 |
commerciële en overige vaartuigen: |
$ |
45,00 |
per dag |
|
|
Van dit bedrag wordt een gedeelte uitgekeerd aan Stenapa of een haar opvolgend beheerder van de Nationale Parken op Sint Eustatius, als het betreft
|
|
|
|
|
|
Dit aan de beheerder uit te keren bedrag bedraagt: |
$ |
10,00 |
per dag |
|
|
|
|
|
|
|
1.5 |
Het tarief bedraagt voor niet geregistreerde pleziervaartuigen, kleine boten ("dinghies"): |
$ |
0,00 |
per maand |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
1.6 |
De in dit tarieven tabel neergelegde tarieven hebben geen gelding voor de schepen die voor Nustar komen en de handelingen verricht conform de met NuStar aangegane overeenkomst. Voor die handelingen gelden de tarieven zoals vermeld in de overeenkomst, alle andere handelingen worden in rekening gebracht conform dit tarieventabel |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2 |
Tabel 2 Havenrecht |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
2.1 |
Assistentie bij het meren, ontmeren en verhalen van vaartuigen op publieke ligplaatsen bij vaartuigen van: |
|
|
|
|
2.1.1 |
1 tot en met 1,000 bruto ton: |
$ |
50,00 |
|
|
2.1.2 |
1,001 tot en met 5,000 bruto ton: |
$ |
75,00 |
|
|
2.1.3 |
5,001 tot en met 999,999 bruto ton: |
$ |
125,00 |
|
|
|
|
|
|
|
|
2.2 |
Deze tarieven worden |
|
|
|
|
2.2.1 |
op werkdagen tussen 17.00 en 08.00 uur vermeerderd met: |
|
50% |
|
|
2.2.2 |
op zaterdagen;vermeerderd met: |
|
50% |
|
|
2.2.3 |
op zondagen of op in het openbaar lichaam Sint Eustatius algemeen erkende feestdagen |
|
|
|
|
|
vermeerderd met: |
|
100 % |
|
|
|
|
|
|
|
|
2.3 |
De tarieven bedragen voor het |
|
|
|
|
2.3.1 |
gebruik van de vorklift per half uur : |
$ |
25,00 |
|
|
2.3.1.1 |
met een minimum van : |
$ |
50,00 |
|
|
2.3.2 |
vorklift per handeling/lift : |
$ |
5,00 |
|
|
2.3.3 |
terminaltruck per handeling/ verplaatsing : |
$ |
75,00 |
|
|
|
|
|
|
|
|
2.4 |
Deze tarieven worden |
|
|
|
|
2.4.1 |
op werkdagen tussen 17.00 uur en 08.00 uur |
|
|
|
|
|
vermeerderd met: |
|
50% |
|
|
2.4.2 |
op zaterdagen vermeerderd met: |
|
50% |
|
|
2.4.3 |
op zondagen en op in het openbaar lichaam Sint Eustatius algemeen erkende feestdagen |
|
|
|
|
|
vermeerderd met: |
|
100% |
|
|
|
|
|
|
|
|
3 |
Gebruik van het zeehavenvaartuig van het openbaar lichaam voor rede diensten. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3.4 |
Het tarief voor "rede diensten" bedraagt: : |
|
|
|
|
3.4.1 |
per handeling: |
$ |
$190,- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
waarbij vertraging in de vertrektijd van meer dan een half uur wordt aangemerkt als rede dienst. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3.5 |
Dit tarief wordt |
|
|
|
|
3.5.1 |
op werkdagen tussen 17.00 uur 08.00 uur vermeerderd met: |
|
50% |
|
|
3.5.2 |
op zaterdagen;vermeerderd met: |
|
50% |
|
|
3.5.3 |
op zondagen en op in het openbaar lichaam Sint Eustatius algemeen erkende feestdagen: |
|
|
|
|
|
vermeerderd met: |
|
100 % |
|
|
|
|
|
|
|
|
3.6 |
Het tarief voor bevoorradingsdiensten |
|
|
|
|
3.6.1 |
bedraagt per uur: |
$ |
$325,- |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3.7 |
Dit tarief wordt |
|
|
|
|
3.7.1 |
op werkdagen tussen 17.00 uur en 24.00 uur en tussen 00.00 uur en 08.00 uur; |
|
|
|
|
|
vermeerderd met: |
|
50% |
|
|
3.7.2 |
op zaterdagen;vermeerderd met: |
|
50% |
|
|
3.7.3 |
op zondagen en op in het openbaar lichaam Sint Eustatius algemeen erkende feestdagen |
|
|
. |
|
|
vermeerderd met: |
|
100 % |
|
|
|
|
|
|
|
|
3.8 |
Annulering van een dienst |
|
|
|
|
3.8.1 |
indien minder dan 1 uur voor vertrek: |
$ |
125,00 |
|
|
|
|
|
|
|
|
3.9 |
Gebruik publieke pier en/of opstalterrein (piergeld) |
|
. |
|
|
3.9.1 |
Het tarief bedraagt voor het gebruik van een aan het openbaar lichaam toebehorende pier of werf bij het vervoer van containers en losse lading daarover, bij de aankomst: |
|
|
|
|
3.9.1.1 |
voor containers: |
|
|
|
|
3.9.1.2 |
per container van 10 tot 20 voet |
$ |
50,00 |
|
|
3.9.1.3 |
per container van 30 voet en groter |
$ |
75,00 |
|
|
3.9.1.4 |
voor motorrijtuigen op meer dan drie wielen: |
|
|
|
|
3.9.1.5 |
personenauto's, per stuk |
$ |
10,00 |
|
|
3.9.1.6 |
voor overige motorrijtuigen, waaronder bussen, vrachtwagens en zwaar rollend materieel, per stuk |
$ |
15,00 |
|
|
3.9.1.7 |
voor pakketten en overige losse lading.per inklaring, per ton |
$ |
2,00 |
|
|
|
met een minimum van |
$ |
10,00 |
|
|
|
|
|
|
|
Memorie van toelichting Eilandsverordening havenbelasting en havenrechten St. Eustatius 2020
A. Algemene toelichting
1. Wettelijke basis
Artikel 40 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Stb. 2010, 365; hierna: Fin-BES) bepaalt dat de eilandsraad de belastingverordeningen vaststelt. Dit Eilandsverordening havenbelasting en havenrechten is gebaseerd op de artikelen 61 en 62 van de FinBES. Gekozen is voor een zogenaamd 'aangekleed' model, dat wil zeggen dat de tekst van hogere wettelijke regelingen, waar nodig voor de duidelijkheid, is overgenomen.
2. Opzet
De Eilandsverordening havenbelasting en havenrechten St. Eustatius 2020 bestaat uit twee gedeelten, namelijk de verordening zelf met de formele en materiële bepalingen en de tarieventabel met een omschrijving van de te belasten voorwerpen en de tarieven.
B. Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Om duidelijkheid te scheppen over de inhoud van een aantal in de modelverordening, vooral in de tarieventabel, voorkomende begrippen is daarvan een omschrijving opgenomen in artikel 1.
Het is gewenst om met zo min mogelijk waarnemingen te komen tot indeling van het belastingobject in een van de categorieën. In het verlengde daarvan wordt bijvoorbeeld het betalingscriterium als eerste onderscheid tussen passagiersschepen en pleziervaartuigen minder voor de hand liggend geacht. In deze modelverordening is gekozen voor het criterium 'bedrijfsmatig' versus 'recreatief' vervoer van personen. Indien nu voor het gebruik met een schip dat is aangemerkt als passagiersschip in een haven een lagere belasting geldt dan voor het gebruik met dat vaartuig, aangemerkt als pleziervaartuig, en de belastingplichtige stelt dat hij de eerstgenoemde belasting is verschuldigd, dan dient hij het bedrijfsmatig karakter van het vervoer met dat schip aan te tonen.
Bepaalde schepen kunnen onder twee of meer categorieën vallen. Dit doet zich bijvoorbeeld voor als de oorspronkelijke bestemming (onder meer tot uitdrukking komend in de verschijningsvorm) en de huidige functie van het schip niet meer met elkaar corresponderen. De belastingplichtige zal dan (bijvoorbeeld in zijn aangifte) een voorkeur uiten voor de categorie met het laagste tarief. Het openbaar lichaam is niet verplicht die keuze zonder meer te volgen. Ter voorkoming van discussies tussen het openbaar lichaam en de belastingplichtige is het daarom gewenst dat de indeling van een schip in een van de gedefinieerde categorieën zo eenvoudig mogelijk geschiedt.
Uit oogpunt van havenexploitatie verdient indeling van schepen naar feitelijk gebruik - af te leiden uit het gedrag van het schip - voorkeur boven indeling naar (oorspronkelijke) bestemming - af te leiden uit de bouw van het schip. Immers, de risico's voor en de druk op de haven hangen met het gebruik samen. Bij twijfel over de indeling naar het gebruik volgt indeling afgaande op de kennelijke bestemming (uiterlijke waarneming). Daarom wordt in de definities van de gebruikerscategorieën niet alleen van de bestemming maar ook van het gebruik gesproken. In twijfelgevallen beslist de havenmeester onder welke categorie een vaartuig valt (artikel 5, vierde lid).
Het begrip ‘ton’ zoals dat in de Loods-, lig- en meerverordening Bonaire wordt gehanteerd (2,83 kubieke meter), is wat Van Dale’s Groot Woordenboek der Nederlandse taal omschrijft als ‘registerton’. Een registerton is een inhoudsmaat, dus geen maat voor de massa, zoals de naam doet vermoeden. De registertonnen worden uitgedrukt in Moorsomton (1 Moorsomton = 100 ft³ = 2,83 m³). Het registerton is een verouderde maat. Op grond van het Verdrag inzake meting van schepen (International Convention on the Tonnage Measurement of Ships 1969) van 23 juni 1969 te Londen, wordt tegenwoordig in plaats van ‘registerton’ de tonnenmaat gehanteerd. De bruto-tonnenmaat (BT) is een uniforme manier van scheepsmeting en wordt berekend met een formule waarin is opgenomen het scheepsvolume onder het bovendek en de ingesloten ruimtes boven het bovendek. Het verkregen volume in kubieke meters wordt vermenigvuldigd met een factor (een logaritme van de kubieke meters) waarna het gevonden getal onbenoemd is (dat wil zeggen geen ton of kubieke meter). De meetbrief vermeldt het aantal BT. Wij hebben de bruto-tonnenmaat (BT) als maatstaf van heffing in de tarieventabel en daarom als begripsomschrijving in artikel 1 opgenomen.
Het begrip ‘ton’ wordt door Nederlandse gemeenten omschreven als: massa van 1.000 kilogram. Dat is een gewichtseenheid.
Artikel 2 Belastbaar feit; havenbelasting en havenrecht
Voor de omschrijving van het belastbare feit is aansluiting gezocht bij de tekst van artikelen 61en 62 FinBES. Dit artikel maakt onderscheid tussen:
- -
het liggen of meren van vaartuigen in havens of aan kaden en terreinen, welke bij het openbaar lichaam in eigendom of in beheer en onderhoud zijn;
- -
het ankeren in de aan het openbaar lichaam grenzende territoriale wateren als bedoeld in de Rijkswet uitbreiding territoriale zee van het Koninkrijk der Nederlanden;
- -
het gebuik maken van de bezittingen van het openbaar lichaam of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen en of het genot van de diensten van het openbaar lichaam, niet vallende onder de hiervoor vermelde handelingen. Zoals bijvoorbeeld het gebruik maken van de “forklift” om ontvangen goederen te verplaatsen.
Artikel 3 Belastingplicht
Artikel 61 FinBES bepaalt dat als belastingplichtige wordt aangemerkt degene die als schipper of gezagvoerder een vaartuig onder zijn verantwoordelijkheid heeft of de beheerder of gebruiker van een dergelijk vaartuig.
De opsomming is niet bedoeld om willekeurig iemand als belastingplichtig aan te wijzen. Bedoeld is diegene als belastingplichtige aan te merken die het vaartuig doet liggen, meren of ankeren.
Lid 2 spreekt voor zich. Daarbij is tevens aangesloten bij de in het vorige lid voor wat betreft vaartuigen.
Artikel 4 Ontstaan van de belastingschuld
Hier wordt duidelijkheid geschapen omtrent het moment van de aanvang van de belastingschuld, danwel de rechten. Het artikel spreekt verder voor zich.
Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief
Eerste lid
Voor de maatstaven van heffing en de belastingtarieven van de havenbelasting en havenrechten verwijzen wij naar de tarieventabel. De maatstaven en tarieven mogen niet afhankelijk zijn van het inkomen, de winst of het vermogen (artikel 42, tweede lid, FinBES). In de tabel hebben wij onder andere gedifferentieerd bij vaartuigen naar soort en daarbij de volgende alternatieve of cumulatieve maatstaven opgenomen:
- a.
de periode gedurende welke het liggen, gemeerd liggen of geankerd liggen zich voordoet;
- b.
de inhoudsmaat van het vaartuig, uitgedrukt in registerton;
- c.
het laadvermogen van het vaartuig;
- d.
de lengte van het vaartuig;
Bij het heffen van de havenrechten is naast de reeds hierboven vermelde criteria, tevens gedifferentieerd naar onder andere de goederen, het gewicht van deze goederen alsmede de soort dienst die verleend wordt.
Tweede lid
In dit lid wordt bepaald dat voor de rechten een gedeelte van een in de tarieventabel opgenomen eenheid voor een volle eenheid wordt aangemerkt.
Derde lid
De op grond van de tarieventabel berekende belasting wordt naar beneden op gehele US dollars afgerond.
Vierde lid
Er kan twijfel bestaan over de categorie waaronder een bepaald vaartuig valt. Op grond van het vierde lid deelt de havenmeester het vaartuig dan in een bepaalde categorie in.
Artikel 6 Vrijstelling havenbelasting
In dit artikel zijn enkele veel voorkomende vrijstellingen opgenomen.
Lid 1
De in dit onderdeel opgenomen vrijstelling is uit doelmatigheidsoverwegingen opgenomen.
Lid 2
De in dit onderdeel opgenomen vrijstelling is eveneens uit doelmatigheidsoverwegingen opgenomen. Volgens de definitie in artikel 1 is het een vaartuig dat hoofdzakelijk bestemd en ingericht is om door de bevoegde autoritei-ten gebruikt te worden voor het verrichten van overheidsdiensten. Deze vrijstelling past in het verlengde van die genoemd in de onderdelen b en c. De betreffende vaartuigen hoeven niet te zijn bestemd of te zijn ingericht voor de overheidsdienst, maar worden voor zover ze daarvoor wel worden gebruikt, vrijgesteld van havenbelasting.
Leden 3 t/m 5
Deze vrijstelling past in het verlengde van die genoemd in de leden 1 en 2. Voorbeelden van vaartuigen in dienst van het Koninkrijk zijn vaartuigen gebezigd uitsluitend door:
- -
militaire diensten;
- -
douanediensten;
- -
politiediensten;
- -
diplomatieke diensten;
- -
andere officiële diensten.
Artikel 6 Belastingtijdvak
Eerste lid
De bepaling over het belastingtijdvak moet worden opgenomen indien de gemeentelijke belasting over een bepaald tijdvak wordt geheven. Bij de havenbelasting is dat het geval.
Wij hebben gekozen voor een dag of, als dat langer is, de aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit (het liggen, meren of ankeren) zich voordoet. Of sprake is van een aaneengesloten periode wordt per kalenderjaar bezien (‘in een kalenderjaar gelegen’). Een ander tijdvak - bijvoorbeeld een maand of een week - is ook mogelijk. Bedacht moet worden dat per belastingtijdvak maar één aanslag kan worden opgelegd of kennisgeving kan worden gedaan. Daarom hebben wij tevens bepaald dat belastingplichtige zelf vooraf opgeeft gedurende welke periode het belastbaar feit zal plaatsvinden. Aldus staat de belastingschuld in beginsel bij de aanvang van het tijdvak vast. In verband hiermee hebben wij in artikel 8 het ontstaan van de belastingschuld en ontheffing gedurende het tijdvak opgenomen.
Tweede lid
Het kan voorkomen dat de belastingplichtige het vaartuig langer laat liggen, meren of ankeren dan hij aanvankelijk heeft opgegeven. Als dat het geval is, vangt bij voortgezet liggen, meren of ankeren een nieuw belastingtijdvak aan, maar dit is dus op grond van het eerste lid nooit kalenderjaaroverschrijdend.
Artikel 7 Tarieftoepassing
Dit artikel licht toe de verschillende manieren waarop de tarieven in het tarieven tabel worden berekend.
Onderdeel a
In gevallen waarbij er bij de berekening de brutotonnage gebruikt moet worden en dit uit de verschafte documenten verschillend zijn, dan zal de grootste brutotonnage gebruikt worden.
Onderdeel b
De lokaal geregistreerde schepen hebben een laag brutotonnage in vergelijking met de vracht en/of bunkerschepen. Dit zou betekenen dat de lokale schepen een relatief hoog tarief zouden moeten betalen. Tevens tracht het openbaar lichaam de lokale bedrijvigheden te bevorderen. Hierdoor is ervoor gekozen om het tarief voor lokaal geregistreerde vaartuigen te berekenen bij lengte.
Onderdelen c en d
Spreken voor zich.
Onderdeel e
Dit onderdeel voorziet in de vaststelling van de nodige gegevens vereist voor de berekening van de te heffen belasting/rechten, indien er geen meetbrief beschikbaar is. In zo’n geval zal de havenmeester ambtshalve de gegevens (lengte, breedte, zomerdiepgang, bruto tonnage en massa) vaststellen.
Artikel 8 Algemene bestedingsbelasting (ABB)
Dit artikel is opgenomen om toe te lichten dat het tarief zoals neergelegd in het tarieventabel niet alles omvattend is. Omdat de havenrechten een vergoeding is voor een dienst bestaande uit onder andere het mogen liggen, meren of ankeren van een vaartuig is artikel 6.24 van de Belastingwet BES is van toepassing. Op grond van dat artikel is het verboden in de gevallen waarin algemene bestedingsbelasting verschuldigd is, goederen en diensten aan te bieden tegen prijzen waarin de algemene bestedingsbelasting niet is begrepen.
Enkele van de door de haven te innen gelden voor geleverde diensten en/of gebruik van goederen zijn belastbaar ingevolge algemene bestedingbelasting. Dit bedrag kan niet vooraf worden vastgesteld , maar is afhankelijk van het verschuldigde bedrag.
Artikel 9 Meldplicht bij aankomst en vertrek
Mede om de berekening te faciliteren voor de inning van de verschuldigde belasting/rechten is ervoor een meldplicht gekozen. Aan de hand van de verschafte gegevens kan het openbaar lichaam de berekening voor de verschuldigde belasting/rechten doen. Hierbij wordt de goede trouw van de aangever aangenomen, en dus dat de gegevens naar waarheid worden verschaft.
Artikel 10 Voorschot, borgstelling of bankgarantie
Dit artikel voorziet in gevallen waarbij verwacht wordt dat de te heffen belasting/recht relatief hoog zal zijn en het openbaar lichaam een garantie wil ter dekking van deze.
Artikel 11 Wijze van heffing
Dit artikel geeft de mogelijkheid om te kiezen uit twee manieren voor de heffing. De eerste is door middel van een aanslag. Nadere regels voor de verdere uitwerking van heffing en invordering kan door het bestuurscollege worden vastgesteld. (Zie artikel 13) De tweede optie gaat uit van de zogenaamde heffing op andere wijze. Dit is een vormvrije heffingsmethodiek. Er is gekozen voor een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, hierbij is er sprake van uitreiking van de kennisgeving. De kennisgeving dient in ieder geval het veschuldigd bedrag (havenbelasting of havenrechten), het tijdvak en de grondslag voor de berekening te bevatten. Bij deze heffingsmethodiek kan geen gebruik worden gemaakt van aangiftebiljetten (artikel 73, tweede volzin, FinBES). Wel is het gebruik van inlichtingenformulieren mogelijk.
Bij mondelinge kennisgeving en bij uitreiking van de schriftelijke kennisgeving moet de belasting terstond worden. In geval van toezending dient de betaling binnen 30 dagen na dagtekening van de kennisgeving te geschieden.
Dat de Algemene termijnenwet niet van toepassing is op de betaaltermijnen (derde lid) heeft tot gevolg dat een betaaltermijn die afloopt op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag of daarmee gelijkgestelde dag, niet doorschuift naar de eerstvolgende werkdag
Artikel 12 Kwijtschelding
Op grond van artikel 84 van de FinBES kan in de belastingverordening worden bepaald dat geen of slechts gedeeltelijk kwijtschelding van belasting wordt verleend. De havenbelasting leent zich niet voor kwijtschelding. Daarom is in artikel 12 opgenomen dat geen kwijtschelding wordt verleend.
Artikel 13 Nadere regels door het bestuurscollege
Het bestuurscollege kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de havenbelasting (vergelijk artikel 8.19 Belastingwet BES) en de havenrechten. Een aantal van die regels ontleent het bestuurscollege rechtstreeks aan de wet. Bijvoorbeeld:
- -
regels over het opleggen van voorlopige aanslagen of voorlopig gevorderde bedragen (vergelijk artikel 8.8, zevende lid, Belastingwet BES);
- -
regels over uitstel van betaling (vergelijk artikel 8.57, eerste lid, Belastingwet BES);
Artikel 14 Inwerkingtreding
In het licht van financiële verantwoording is ervoor gekozen om de inwerkingtreding samen te laten vallen met de aanvang van de kalenderjaar.
De citeertitel maakt het mogelijk de verordening in geschriften ‘verkort’ aan te duiden.
Bekendmaking
De verordening verbindt pas nadat deze is bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen in de artikelen 142 en volgende van de WolBES.
C. Toelichting op de tarieventabellen Havenbelasting en Havenrechten
Tabel 1 Havenbelasting tarieven voor vaartuigen
Omdat de havenbelasting een belasting is, is deze geen vergoeding voor een dienst bestaande uit het mogen liggen, meren of ankeren van een vaartuig, als gevolg hiervan is artikel 6.24 van de Belastingwet BES is niet van toepassing. Op grond van dat artikel is het verboden in de gevallen waarin algemene bestedingsbelasting verschuldigd is, goederen en diensten aan te bieden tegen prijzen waarin de algemene bestedingsbelasting niet is begrepen.
Dit tabel bevat de heffingsmaatstaven en tarieven voor het liggen of meren van vaartuigen in de havens of aan kaden of terreinen.
Bij het liggeld bestaat geen onderscheid tussen het liggen langszijde kaden of pieren en het meren van vaartuigen aan meerstoelen en meerboeien.
Met betrekking tot een in de tarieventabel genoemd vaartuig is gekozen voor een combinatie van heffingsmaatstaven (bijvoorbeeld een vast bedrag en een bedrag per BT).
Tabel 2
Tabel 2 bevat de heffingsmaatstaven en tarieven voor de havenrechten, wegens verleende diensten en of het gebruik van goederen, bezittingen of inrichtingen.
De tarieven worden onder andere berekend aan de hand van brutotonnage, de periode en de handelingen verricht.
Daar havenrechten een vergoeding zijn voor geleverde diensten, danwel gebruik van overheid bezittingen of inrichtingen, is artikel 6.24 van de Belastingwet BES wel van toepassing.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl