Permanente link
Naar de actuele versie van de regeling
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR740497
Naar de door u bekeken versie
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR740497/1
Besluit van de regeringscommissaris van 23 december 2019 no. 01 in plaats van de eilandsraad tot vaststelling van Eilandsverordening tot eerste wijziging van de havenbelasting en havenrechten Sint Eustatius 2020, met integrale tekstplaatsing
Geldend van 01-01-2020 t/m heden
Intitulé
Besluit van de regeringscommissaris van 23 december 2019 no. 01 in plaats van de eilandsraad tot vaststelling van Eilandsverordening tot eerste wijziging van de havenbelasting en havenrechten Sint Eustatius 2020, met integrale tekstplaatsingDe regeringscommissaris voor Sint Eustatius,handelende in de plaats van de eilandsraad;
overwegende
- -
dat ingevolge artikel 40 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (FinBES) de eilandsraad besluit tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een eilandbelasting door het vaststellen van een belastingverordening;
- -
dat ingevolge artikel 41 van de FinBES een belastingverordening in de daartoe leidende gevallen vermeldt: de belastingplichtige, het voorwerp van de belasting, het belastbare feit, de heffingsmaatstaf, het tarief, het tijdstip van ingang van de heffing, het tijdstip van beëindiging van de heffing en hetgeen overigens voor de heffing en de invordering van belang is;
- -
dat ingevolge artikel 61 van de FinBES onder de naam havenbelasting kan een belasting worden geheven ter zake van degene, die als schipper of gezagvoerder het vaartuig onder zijn verantwoordelijkheid heeft, of van de beheerder of gebruiker van het vaartuig ter zake van het liggen of meren van vaartuigen in havens of aan kaden en terreinen, welke bij het openbaar lichaam in eigendom of in beheer en onderhoud zijn en het ankeren in de territoriale wateren, bedoeld in de Rijkswet uitbreiding territoriale zee van het Koninkrijk voor zover deze wateren grenzen aan het openbaar lichaam;
- -
dat in het Besluit grenzen openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba de grens tussen het openbaar lichaam Sint Eustatius en het openbaar lichaam Saba is bepaald en dat de grens van het openbaar lichaam voor het overige samenvalt met de buitengrens van de territoriale zee rond het eiland;
- -
dat ingevolge artikel 62 van de FinBES rechten kunnen worden geheven ter zake van het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde bezittingen van het openbaar lichaam of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij het openbaar lichaam in beheer of in onderhoud zijn en het genot van door of vanwege het openbaar lichaam verstrekte diensten.
Gelet op de artikelen 40, 61 en 62 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba,
Besluit:
vast te stellen de navolgende
Eilandsverordening tot eerste wijziging van de havenbelasting en havenrechten Sint Eustatius 2020, met integrale tekstplaatsing
Titel 1 Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsbepalingen
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
ballast: brandstof, proviand en andere voor eigen gebruik bestemde scheepsbenodigdheden, alsmede de handbagage die wordt vervoerd door opvarenden;
bestuurscollege: het bestuurscollege van het openbaar lichaam Sint Eustatius;
brutoton: de eenheid voor de bruto inhoud van een vaartuig, zoals bedoeld in het Verdrag inzake meting van Schepen, London 1969 en die uit de meetbrief volgt;
bunkeren: het door een vaartuig innemen van brandstof voor eigen gebruik;
commercieel vaartuig: bedrijfsmatig in gebruik zijnde vaartuigen met uitzondering van vissersschepen;
container: een laadkist, omschreven in de aanbeveling ISO688 als Series 1 freight containers van de International Organisation for Standardisation.
droge bulk: vervoer van droge bulkgoederen;
eilandsraad: de eilandsraad van het openbaar lichaam Sint Eustatius;
gebruiker: de kapitein, de reder, de eigenaar van het vaartuig, degene aan wie het vaartuig in gebruik is gegeven, de agent, alsmede degene voor hen het gebruik c.q. het verblijf van het vaartuig of afname van diensten heeft voorbereid;
gebruiksvergoeding: de vergoeding ten aanzien van gebruik of afname van diensten dat de gebruiker is verschuldigd aan het openbaar lichaam en waarvan de hoogte uit het tarievenoverzicht blijkt;
geregistreerd vaartuig: een vaartuig wat volgens de Vaartuigenwet 1930 BES geregistreerd is in het openbaar lichaam en niet beschikt over een meetbrief;
haven: de havens, baaien en reden van het eiland St. Eustatius;
havenbelasting: havenbelasting als bedoeld in artikel 61 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
havengebied: het water binnen de territoriale wateren behorend tot het openbaar lichaam, daaronder begrepen baaien, reden, pieren, aanlegsteigers, meerstoelen, meerpalen, meerboeien en andere soortgelijke werken of inrichtingen;
havenmeester: de door het bestuurscollege als zodanig benoemde of aangewezen functionaris of degene die hem vervangt;
havenrecht: rechten als bedoeld in artikel 62 Wet Financiën openbare lichamen Bonaire Sint Eustatius en Saba ter vergoeding van kosten in verband met het gebruik van de haven met een vaartuig en met het genot van diensten die verstrekt zijn door of vanwege het openbaar lichaam in verband met dat gebruik;
jaar: kalenderjaar;
kapitein: de gezagvoerder of schipper dan wel degene die de feitelijke leiding over een vaartuig voert;
lengte: de lengte van het vaartuig over alles;
lading: alle door een vaartuig geloste en ingenomen goederen, waaronder verpakkingsmateriaal, containers en trailers. Voor de toepassing van de verordening worden, hierbij word ballast niet als lading gerekend.
lichters: lichters, dokken of andere dergelijke vaartuigen welke niet dan met behulp van andere vaartuigen over het water plegen te worden verplaatst;
ligplaats: het nemen van een ligplaats waarbij het aanleggen van een vaartuig langs een kade of steiger op een directe dan wel indirecte wijze plaatsvindt. Hieronder wordt mede verstaan het innemen van een ligplaats langs een naastgelegen vaartuig dat reeds een ligplaats langs de kade heeft genomen. Ook het innemen van een (lig)plaats op een andere wijze binnen het havengebied wordt gezien als ligplaats;
maand: kalendermaand;
meetbrief: een meetbrief, als bedoeld in artikel 24 van de Meetbrievenwet 1981, die voldoet aan de eisen, neergelegd in het Internationaal Verdrag betreffende de meting van schepen, Londen 1969;
motorschepen: schepen, welke uitsluitend of hoofdzakelijk door machines plegen te worden voortbewogen.
nattebulk: vervoer van natte bulkgoederen;
oorlogsschip: vaartuig, behorende tot de operatieve sterkte van de Koninklijke Marine of behorende tot de marine van een vreemde mogendheid, waarover een militair der zeemacht het bevel voert en dat geheel of gedeeltelijk met militairen is bemand;
openbaar lichaam: het openbaar lichaam Sint Eustatius;
pleziervaartuig: een vaartuig dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor de recreatie, niet zijnde een passagiersschip;
Point of entry: city pier, de publieke afmeerplaats voor vertrek naar en aankomst van de omliggende eilanden en alle andere landen;
publieke plaats: de bij het openbaar lichaam in beheer zijnde pieren; zie havengebied;
redediensten: diensten bestaande uit elke dienst die word uitgevoerd door het zeehavenvaartuig binnen de territoriale wateren van het openbaar lichaam.
roro-vervoer: roll-on-roll-offvervoer; vervoer van rollende lading zoals auto's, busjes en vrachtwagens waarmee aan en van boord kan worden gereden;
sleepboten: stoom- en motorschepen waarmee sleepwerkzaamheden plegen te worden verricht;
stukgoed: vervoer van stukgoederen;
tarievenoverzicht: het overzicht met de door het openbaar lichaam gehanteerde tarieven per belasting, recht of andere soort vergoeding zoals bedoeld in deze verordening;
territoriale wateren: de territoriale wateren rond het openbaar lichaam Sint Eustatius zoals vastgesteld bij of krachtens artikel 1 van de Rijkswet uitbreiding territoriale zee van het Koninkrijk;
tijdvak: een op het tarievenoverzicht genoemde tijdsduur, waarin het gebruik van de haven plaatsvindt, met dien verstande dat, indien het vaartuig gedurende een toegepast tijdvak de haven verlaat en terugkeert, een nieuw tijdvak begint;
ton: een massa van 1.000 kilogram;
trailer: voertuig dat door een ander voertuig wordt voortbewogen of kennelijk is bestemd om door een ander voertuig te worden voortbewogen;
vaartuig: elk drijvend lichaam, dat blijkens zijn constructie is bestemd of wordt gebruikt voor het vervoer te water, al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende;
vissersschip: een vaartuig dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vangen van vis of andere levende rijkdommen van de wateren en de zee;
week: een periode van 7 dagen;
Wet de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
Zeehaven vaartuig: het vaartuig van het openbaar lichaam dat op aanvraag beschikbaar kan worden gesteld ten behoeve van rede diensten;
Artikel 2 Belastbaar feit; havenbelasting en havenrecht
Op basis van deze verordening
- a.
wordt onder de naam ‘havenbelasting’ een belasting geheven voor het liggen of meren van vaartuigen in havens of aan kaden en terreinen, welke bij het openbaar lichaam in eigendom of in beheer en onderhoud zijn en het ankeren in de territoriale wateren, bedoeld in de Rijkswet uitbreiding territoriale zee van het Koninkrijk voor zover deze wateren grenzen aan het openbaar lichaam;
- b.
worden op voet van deze verordening onder de naam "havenrecht" rechten geheven ter zake van het gebruik, niet zijnde het liggen of meren van vaartuigen als bedoeld onder a, overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde bezittingen van het openbaar lichaam of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij het openbaar lichaam in beheer of in onderhoud zijn en het genot van door of vanwege het openbaar lichaam verstrekte diensten.
Artikel 3 Belastingplicht
-
1. De havenbelasting als bedoeld in artikel 61 van de Wet wordt geheven van degene, die als schipper of gezagvoerder het vaartuig onder zijn verantwoordelijkheid heeft, of van de beheerder of gebruiker van het vaartuig.
-
2. Het havenrecht als bedoeld in artikel 62 van de Wet wordt geheven
- a.
van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of
- b.
van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt of
- c.
voor zover het een vaartuig betreft, van degene, die als schipper of gezagvoerder het vaartuig onder zijn verantwoordelijkheid heeft, of van de beheerder of gebruiker van het vaartuig dan wel
- d.
degene die de voorbereidende handelingen jegens de havenbeheerder heeft verricht ter voorbereiding van het verblijf van het vaartuig, bijvoorbeeld in het kader van de vertegenwoordiging van de reder of kapitein.
- a.
Artikel 4 Ontstaan van de belastingschuld
-
1. De havenbelasting is verschuldigd bij de aanvang van het liggen, meren of ankeren van het vaartuig.
-
2. Havenrecht is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen.
Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief
-
1. De havenbelasting en het havenrecht worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabellen.
-
2. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in een tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.
-
3. De havenbelasting en het havenrecht worden beide naar beneden op gehele dollars afgerond.
-
4. In geval van twijfel over het soort vaartuig, bepaalt de havenmeester tot welke soort het vaartuig behoort.
Artikel 6 Vrijstelling havenbelasting
Geen havenbelasting is verschuldigd voor:
- 1.
een vaartuig in dienst van het openbaar lichaam;
- 2.
een vaartuig dat in opdracht of op verzoek van het openbaar lichaam wordt gebruikt voor werkzaamheden of diensten;
- 3.
een vaartuig in directe dienst van het Koninkrijk, mits geen personen of goederen bedrijfsmatig worden vervoerd;
- 4.
een oorlogsschip;
- 5.
een vaartuig, geen oorlogsschip zijnde, dat uitsluitend wordt gebruikt voor het vervoer van manschappen en goederen van de strijdkracht van het Koninkrijk of van de strijdkracht van bevriende mogendheden.
Artikel 7 Tarieftoepassing
Bij de toepassing van de tarieven:
- a.
geldt de (grootste) brutotonnage van een vaartuig, uitgedrukt in bruto tonnen, zoals deze blijkt uit de meetbrief;
- b.
wordt een gedeelte van een eenheid van lengte, breedte, tonnage en massa voor een volle eenheid gerekend;
- c.
wordt een gedeelte van een tijdseenheid gerekend voor een volle tijdseenheid;
- d.
gelden de lengte, breedte, zomerdiepgang, bruto tonnage en massa, zoals die ambtshalve door de havenmeester wordt vastgelegd indien geen meetbrief wordt overgelegd;
- e.
wordt de door het vaartuig geloste en ingenomen lading, uitgedrukt in metrische tonnen;
- f.
wordt de door het vaartuig bij het bunkeren ingenomen brandstof voor eigen gebruik, uitgedrukt in metrische tonnen;
- g.
wordt het aantal tonnen geloste en/of ingenomen lading of bunkers ambtshalve door de havenmeester bepaald, indien deze onvoldoende worden aangetoond.
Artikel 8 Algemene bestedingsbelasting (ABB)
-
1. Alle bedragen en tarieven die zijn opgenomen in het tarievenoverzicht zijn exclusief eventueel verschuldigde bestedingsbelasting.
-
2. Indien bestedingsbelasting is verschuldigd krachtens het bepaalde in de Wet Belastingwet BES, zal gebruiker deze bestedingsbelasting tegelijk met de in rekening gebrachte bedragen voldoen.
Artikel 9 Meldplicht bij aankomst en vertrek
-
1. Voorafgaand aan de aanvang van het verblijf in het havengebied dient de gebruiker melding te doen aan de havenmeester van de gegevens van het vaartuig, het doel van het verblijf, de beoogde ligplaats en de lading.
-
2. Bij afloop van het verblijf in de haven dient de gebruiker melding te doen van de voor facturatie benodigde gegevens.
Artikel 10 Voorschot, borgstelling of bankgarantie
De gebruiker dient voor bedragen boven de $ 1.500,00 voorafgaand aan de uitvoering van het gebruik of dienst genoegzame zekerheid te stellen voor de voldoening van de verplichtingen van gebruiker, bijvoorbeeld door middel van betaling van een voorschot, een borgstelling of een bankgarantie.
Artikel 11 Wijze van heffing
-
1. De havenbelasting en het havenrecht worden geheven bij wege van aanslag of bij wege van gedagtekende schriftelijke kennisgeving.
-
2. Onder schriftelijke kennisgeving wordt mede begrepen een bon, nota of ander schriftuur, waarop de verschuldigde havenbelasting, het verschuldigde havenrecht, het tijdvak alsmede de grondslag voor de berekening van de havenbelasting en het havenrecht wordt vermeld.
-
3. De havenbelasting en het havenrecht moeten worden betaald ingeval de heffing plaats vindt bij wijze van kennisgeving op het moment van het uitreiken van de kennisgeving dan wel, ingeval van toezending daarvan, binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.
-
4. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen.
Artikel 12 Aankomst en vertrek
Vaartuigen die van of naar de omliggende eilanden of andere landen varen dienen te vetrekken van de point of entry.
Artikel 13 Kwijtschelding
Bij de invordering wordt geen kwijtschelding verleend.
Artikel 14 Nadere regels door het bestuurscollege
Het bestuurscollege kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering.
Artikel 15 Inwerkingtreding en citeertitel
-
1. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 Januari 2020.
-
2. Zij kan worden aangehaald als: Eilandsverordening eerste wijziging havenbelasting en havenrechten Sint Eustatius 2020.
-
3. De 'Verordening Havenrechten Sint Eustatius 2020 en het Eilandsbesluit tarievenoverzicht Sint Eustatius 2020 vastgesteld op 10 december 2019 worden ingetrokken met ingang van de datum van de inwerkingtreding van deze verordening, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.
Ondertekening
Sint Eustatius, 23 december 2019
De Plv. Regeringscommissaris voor Sint Eustatius,
De heer M. Stegers
Tarieventabellen behorende bij de Eilandsverordening Havenbelasting en havenrechten 2020
|
1 |
Tarieventabel 1 Havenbelasting |
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1.1 |
Het tarief bedraagt voor vaartuigen met een meetbrief met een bruto tonnage van
Alle bedragen onder 1.1 worden berekend, per tijdvak van drie (3) dagen of een deel daarvan, zoals in de tabel aangegeven. |
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1.2. |
Het tarief onder 1 wordt vermeerderd met een toeslag voor vaartuigen die ankeren, liggen of meren vanwege het overslaan van lading, bunkeren of vervoeren van passagiers. Deze toeslag bedraagt:
|
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1.3 1.3.1 1.3.2 |
Vaartuigen die aanmeren op een publieke meer plaats betalen naast de onder 1.1 en 1.2 geldende tarieven een toeslag. Deze bedraagt:
Een handeling wordt geacht minimaal een (1) maal per dag plaatst te vinden. Visserschepen zijn hiervan uitgesloten, mits men bezig is met visserij of werkzaamheden gerelateerd tot visserij en niet langer aan meert dan strikt noodzakelijk is voor laden en lossen. |
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1.3.3 |
Voor vaartuigen,die bedrijfsmatig uitoefening doen voor duikers en daarbij gebruikmaken van de publieke meerplaats is het tarief als volgt:
|
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1.3.4 |
|
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Alle lokaal geregistreerde vaartuigen zijn hiervan vrijgesteld. |
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1.4 |
Het tarief bedraagt voor niet geregistreerde pleziervaartuigen, kleine boten ("dinghies") $0.00 per maand. |
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
1.5 |
De in dit tarieven tabel neergelegde tarieven hebben geen gelding voor de schepen die voor Nustar komen en de handelingen verricht conform de met NuStar aangegane overeenkomst. Voor die handelingen gelden de tarieven zoals vermeld in de overeenkomst, alle andere handelingen worden in rekening gebracht conform dit tarieventabel |
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
2 |
Tabel 2 Havenrecht |
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
2.1 |
Assistentie bij het meren, ontmeren en verhalen van vaartuigen op publieke ligplaatsen bij vaartuigen van:
Deze tarieven worden: - op werkdagen tussen 17.00 en 08.00 uur vermeerderd met 50% -.op op zaterdagen;vermeerderd met 50%. - op zondagen of op in het openbaar lichaam Sint Eustatius algemeen erkende feestdagen vermeerderd met 100%. |
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
2.2 |
De tarieven bedragen voor het gebruik van:
Deze tarieven worden: - op werkdagen tussen 17.00 en 08.00 uur vermeerderd met 50% -.op op zaterdagen;vermeerderd met 50%. - op zondagen of op in het openbaar lichaam Sint Eustatius algemeen erkende feestdagen vermeerderd met 100%. |
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
3 |
Gebruik van het zeehavenvaartuig van het openbaar lichaam voor rede diensten. |
|
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Het tarief voor "rede diensten" bedraagt: :
Deze tarieven worden: - op werkdagen tussen 17.00 en 08.00 uur vermeerderd met 50% -.op op zaterdagen;vermeerderd met 50%. - op zondagen of op in het openbaar lichaam Sint Eustatius algemeen erkende feestdagen vermeerderd met 100%. |
|
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
4 |
Gebruik publieke pier en/of opstalterrein (piergeld) |
|
. |
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
|
|
|
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
4.1.1 |
Het tarief bedraagt voor het gestald hebben gedurende maximaal 8 dagen, gerekend vanaf het moment van aankomst op het haventerrein, de pier of het opstalterrein, van een
|
|
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
4.1.2 |
Overige tarieven
|
|
|
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Behoort bij de Eilandsverordening tot eerste wijziging van de Eilandsverordening havenbelasting en havenrechten Sint Eustatius 2020,
Mij bekend,
Sint Eustatius, 23 december 2019
De Plv. Regeringscommissaris,
De heer M. Stegers
Memorie van toelichting Eilandsverordening havenbelasting en havenrechten St. Eustatius 2020
A. Algemene toelichting
1. Wettelijke basis
Artikel 40 van de Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Stb. 2010, 365; hierna: FinBES) bepaalt dat de eilandsraad de belastingverordeningen vaststelt. Dit Eilandsverordening havenbelasting en havenrechten is gebaseerd op de artikelen 61 en 62 van de FinBES. Gekozen is voor een zogenaamd 'aangekleed' model, dat wil zeggen dat de tekst van hogere wettelijke regelingen, waar nodig voor de duidelijkheid, is overgenomen. Na vaststelling en publicatie van de eerste versie van deze verordening is gebleken dat er enkele fouten in zaten in de logistiek en in de tarieven als gevolg hiervan is besloten om de verordening aan te passen en een integrale tekst te gebruiken.
2. Opzet
De Eilandsverordening havenbelasting en havenrechten St. Eustatius 2020 bestaat uit twee gedeelten, namelijk de verordening zelf met de formele en materiële bepalingen en de tarieventabel met een omschrijving van de te belasten voorwerpen en de tarieven.
B. Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
Om duidelijkheid te scheppen over de inhoud van een aantal in de lverordening, vooral in de tarieventabel, voorkomende begrippen is daarvan een omschrijving opgenomen in artikel 1.
Het is gewenst om met zo min mogelijk waarnemingen te komen tot indeling van het belastingobject in een van de categorieën. In het verlengde daarvan wordt bijvoorbeeld het betalingscriterium als eerste onderscheid tussen passagiersschepen en pleziervaartuigen minder voor de hand liggend geacht. In deze verordening is gekozen voor het criterium 'bedrijfsmatig' versus 'recreatief' vervoer van personen. Indien nu voor het gebruik met een schip dat is aangemerkt als passagiersschip in een haven een lagere belasting geldt dan voor het gebruik met dat vaartuig, aangemerkt als pleziervaartuig, en de belastingplichtige stelt dat hij de eerstgenoemde belasting is verschuldigd, dan dient hij het bedrijfsmatig karakter van het vervoer met dat schip aan te tonen.
Bepaalde schepen kunnen onder twee of meer categorieën vallen. Dit doet zich bijvoorbeeld voor als de oorspronkelijke bestemming (onder meer tot uitdrukking komend in de verschijningsvorm) en de huidige functie van het schip niet meer met elkaar corresponderen. De belastingplichtige zal dan (bijvoorbeeld in zijn aangifte) een voorkeur uiten voor de categorie met het laagste tarief. Het openbaar lichaam is niet verplicht die keuze zonder meer te volgen. Ter voorkoming van discussies tussen het openbaar lichaam en de belastingplichtige is het daarom gewenst dat de indeling van een schip in een van de gedefinieerde categorieën zo eenvoudig mogelijk geschiedt.
Uit oogpunt van havenexploitatie verdient indeling van schepen naar feitelijk gebruik - af te leiden uit het gedrag van het schip - voorkeur boven indeling naar (oorspronkelijke) bestemming - af te leiden uit de bouw van het schip. Immers, de risico's voor en de druk op de haven hangen met het gebruik samen. Bij twijfel over de indeling naar het gebruik volgt indeling afgaande op de kennelijke bestemming (uiterlijke waarneming). Daarom wordt in de definities van de gebruikerscategorieën niet alleen van de bestemming maar ook van het gebruik gesproken. In twijfelgevallen beslist de havenmeester onder welke categorie een vaartuig valt (artikel 5, vierde lid).
Het begrip ‘ton’ zoals dat in de Loods-, lig- en meerverordening Bonaire wordt gehanteerd (2,83 kubieke meter), is wat Van Dale’s Groot Woordenboek der Nederlandse taal omschrijft als ‘registerton’. Een registerton is een inhoudsmaat, dus geen maat voor de massa, zoals de naam doet vermoeden. De registertonnen worden uitgedrukt in Moorsomton (1 Moorsomton = 100 ft³ = 2,83 m³). Het registerton is een verouderde maat. Op grond van het Verdrag inzake meting van schepen (International Convention on the Tonnage Measurement of Ships 1969) van 23 juni 1969 te Londen, wordt tegenwoordig in plaats van ‘registerton’ de tonnenmaat gehanteerd. De bruto-tonnenmaat (BT) is een uniforme manier van scheepsmeting en wordt berekend met een formule waarin is opgenomen het scheepsvolume onder het bovendek en de ingesloten ruimtes boven het bovendek. Het verkregen volume in kubieke meters wordt vermenigvuldigd met een factor (een logaritme van de kubieke meters) waarna het gevonden getal onbenoemd is (dat wil zeggen geen ton of kubieke meter). De meetbrief vermeldt het aantal BT. Wij hebben de bruto-tonnenmaat (BT) als maatstaf van heffing in de tarieventabel en daarom als begripsomschrijving in artikel 1 opgenomen.
Het begrip ‘ton’ wordt door Nederlandse gemeenten omschreven als: massa van 1.000 kilogram. Dat is een gewichtseenheid.
Artikel 2 Belastbaar feit; havenbelasting en havenrecht
Voor de omschrijving van het belastbare feit is aansluiting gezocht bij de tekst van artikelen 61en 62 FinBES. Dit artikel maakt onderscheid tussen:
- -
het liggen of meren van vaartuigen in havens of aan kaden en terreinen, welke bij het openbaar lichaam in eigendom of in beheer en onderhoud zijn;
- -
het ankeren in de aan het openbaar lichaam grenzende territoriale wateren als bedoeld in de Rijkswet uitbreiding territoriale zee van het Koninkrijk der Nederlanden;
- -
het gebruik maken van de bezittingen van het openbaar lichaam of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen en of het genot van de diensten van het openbaar lichaam, niet vallende onder de hiervoor vermelde handelingen. Zoals bijvoorbeeld het gebruik maken van de “forklift” om ontvangen goederen te verplaatsen.
Artikel 3 Belastingplicht
Artikel 61 FinBES bepaalt dat als belastingplichtige wordt aangemerkt degene die als schipper of gezagvoerder een vaartuig onder zijn verantwoordelijkheid heeft of de beheerder of gebruiker van een dergelijk vaartuig.
De opsomming is niet bedoeld om willekeurig iemand als belastingplichtig aan te wijzen. Bedoeld is diegene als belastingplichtige aan te merken die het vaartuig doet liggen, meren of ankeren.
Lid 2 spreekt voor zich. Daarbij is tevens aangesloten bij de in het vorige lid voor wat betreft vaartuigen.
Artikel 4 Ontstaan van de belastingschuld
Hier wordt duidelijkheid geschapen omtrent het moment van de aanvang van de belastingschuld, danwel de rechten. Het artikel spreekt verder voor zich.
Artikel 5 Maatstaf van heffing en belastingtarief
Eerste lid
Voor de maatstaven van heffing en de belastingtarieven van de havenbelasting en havenrechten verwijzen wij naar de tarieventabel. De maatstaven en tarieven mogen niet afhankelijk zijn van het inkomen, de winst of het vermogen (artikel 42, tweede lid, FinBES). In de tabel hebben wij onder andere gedifferentieerd bij vaartuigen naar soort en daarbij de volgende alternatieve of cumulatieve maatstaven opgenomen:
- a.
de periode gedurende welke het liggen, gemeerd liggen of geankerd liggen zich voordoet;
- b.
de inhoudsmaat van het vaartuig, uitgedrukt in registerton;
- c.
het laadvermogen van het vaartuig;
- d.
de lengte van het vaartuig;
Bij het heffen van de havenrechten is naast de reeds hierboven vermelde criteria, tevens gedifferentieerd naar onder andere de goederen, het gewicht van deze goederen alsmede de soort dienst die verleend wordt.
Tweede lid
In dit lid wordt bepaald dat voor de rechten een gedeelte van een in de tarieventabel opgenomen eenheid voor een volle eenheid wordt aangemerkt.
Derde lid
De op grond van de tarieventabel berekende belasting wordt naar beneden op gehele US dollars afgerond.
Vierde lid
Er kan twijfel bestaan over de categorie waaronder een bepaald vaartuig valt. Op grond van het vierde lid deelt de havenmeester het vaartuig dan in een bepaalde categorie in.
Artikel 6 Vrijstelling havenbelasting
In dit artikel zijn enkele veel voorkomende vrijstellingen opgenomen.
Lid 1
De in dit onderdeel opgenomen vrijstelling is uit doelmatigheidsoverwegingen opgenomen.
Lid 2
De in dit onderdeel opgenomen vrijstelling is eveneens uit doelmatigheidsoverwegingen opgenomen. Volgens de definitie in artikel 1 is het een vaartuig dat hoofdzakelijk bestemd en ingericht is om door de bevoegde autoriteiten gebruikt te worden voor het verrichten van overheidsdiensten. Deze vrijstelling past in het verlengde van die genoemd in de onderdelen b en c. De betreffende vaartuigen hoeven niet te zijn bestemd of te zijn ingericht voor de overheidsdienst, maar worden voor zover ze daarvoor wel worden gebruikt, vrijgesteld van havenbelasting.
Leden 3 t/m 5
Deze vrijstelling past in het verlengde van die genoemd in de leden 1 en 2. Voorbeelden van vaartuigen in dienst van het Koninkrijk zijn vaartuigen gebezigd uitsluitend door:
- -
militaire diensten;
- -
douanediensten;
- -
politiediensten;
- -
diplomatieke diensten;
- -
andere officiële diensten.
Artikel 6 Belastingtijdvak
Eerste lid
De bepaling over het belastingtijdvak moet worden opgenomen indien de gemeentelijke belasting over een bepaald tijdvak wordt geheven. Bij de havenbelasting is dat het geval.
Wij hebben gekozen voor een dag of, als dat langer is, de aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit (het liggen, meren of ankeren) zich voordoet. Of sprake is van een aaneengesloten periode wordt per kalenderjaar bezien (‘in een kalenderjaar gelegen’). Een ander tijdvak - bijvoorbeeld een maand of een week - is ook mogelijk. Bedacht moet worden dat per belastingtijdvak maar één aanslag kan worden opgelegd of kennisgeving kan worden gedaan. Daarom hebben wij tevens bepaald dat belastingplichtige zelf vooraf opgeeft gedurende welke periode het belastbaar feit zal plaatsvinden. Aldus staat de belastingschuld in beginsel bij de aanvang van het tijdvak vast. In verband hiermee hebben wij in artikel 8 het ontstaan van de belastingschuld en ontheffing gedurende het tijdvak opgenomen.
Tweede lid
Het kan voorkomen dat de belastingplichtige het vaartuig langer laat liggen, meren of ankeren dan hij aanvankelijk heeft opgegeven. Als dat het geval is, vangt bij voortgezet liggen, meren of ankeren een nieuw belastingtijdvak aan, maar dit is dus op grond van het eerste lid nooit kalenderjaaroverschrijdend.
Artikel 7 Tarieftoepassing
Dit artikel licht toe de verschillende manieren waarop de tarieven in het tarieven tabel worden berekend.
Onderdeel a
In gevallen waarbij er bij de berekening de brutotonnage gebruikt moet worden en dit uit de verschafte documenten verschillend zijn, dan zal de grootste brutotonnage gebruikt worden.
Onderdeel b
De lokaal geregistreerde schepen hebben een laag brutotonnage in vergelijking met de vracht en/of bunkerschepen. Dit zou betekenen dat de lokale schepen een relatief hoog tarief zouden moeten betalen. Tevens tracht het openbaar lichaam de lokale bedrijvigheden te bevorderen. Hierdoor is ervoor gekozen om het tarief voor lokaal geregistreerde vaartuigen te berekenen bij lengte.
Onderdelen c en d
Spreken voor zich.
Onderdeel e
Dit onderdeel voorziet in de vaststelling van de nodige gegevens vereist voor de berekening van de te heffen belasting/rechten, indien er geen meetbrief beschikbaar is. In zo’n geval zal de havenmeester ambtshalve de gegevens (lengte, breedte, zomerdiepgang, bruto tonnage en massa) vaststellen.
Onderdelen f en g
Spreken voor zich.
Artikel 8 Algemene bestedingsbelasting (ABB)
Dit artikel is opgenomen om toe te lichten dat het tarief zoals neergelegd in het tarieventabel niet alles omvattend is. Omdat de havenrechten een vergoeding is voor een dienst bestaande uit onder andere het mogen liggen, meren of ankeren van een vaartuig is artikel 6.24 van de Belastingwet BES is van toepassing. Op grond van dat artikel is het verboden in de gevallen waarin algemene bestedingsbelasting verschuldigd is, goederen en diensten aan te bieden tegen prijzen waarin de algemene bestedingsbelasting niet is begrepen.
Enkele van de door de haven te innen gelden voor geleverde diensten en/of gebruik van goederen zijn belastbaar ingevolge algemene bestedingbelasting. Dit bedrag kan niet vooraf worden vastgesteld , maar is afhankelijk van het verschuldigde bedrag.
Artikel 9 Meldplicht bij aankomst en vertrek
Mede om de berekening te faciliteren voor de inning van de verschuldigde belasting/rechten is ervoor een meldplicht gekozen. Aan de hand van de verschafte gegevens kan het openbaar lichaam de berekening voor de verschuldigde belasting/rechten doen. Hierbij wordt de goede trouw van de aangever aangenomen, en dus dat de gegevens naar waarheid worden verschaft.
Artikel 10 Voorschot, borgstelling of bankgarantie
Dit artikel voorziet in gevallen waarbij verwacht wordt dat de te heffen belasting/recht relatief hoog zal zijn en het openbaar lichaam een garantie wil ter dekking van deze.
Artikel 11 Wijze van heffing
Dit artikel geeft de mogelijkheid om te kiezen uit twee manieren voor de heffing. De eerste is door middel van een aanslag. Nadere regels voor de verdere uitwerking van heffing en invordering kan door het bestuurscollege worden vastgesteld. (Zie artikel 13) De tweede optie gaat uit van de zogenaamde heffing op andere wijze. Dit is een vormvrije heffingsmethodiek. Er is gekozen voor een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, hierbij is er sprake van uitreiking van de kennisgeving. De kennisgeving dient in ieder geval het veschuldigd bedrag (havenbelasting of havenrechten), het tijdvak en de grondslag voor de berekening te bevatten. Bij deze heffingsmethodiek kan geen gebruik worden gemaakt van aangiftebiljetten (artikel 73, tweede volzin, FinBES). Wel is het gebruik van inlichtingenformulieren mogelijk.
Bij mondelinge kennisgeving en bij uitreiking van de schriftelijke kennisgeving moet de belasting terstond worden. In geval van toezending dient de betaling binnen 30 dagen na dagtekening van de kennisgeving te geschieden.
Dat de Algemene termijnenwet niet van toepassing is op de betaaltermijnen (derde lid) heeft tot gevolg dat een betaaltermijn die afloopt op een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag of daarmee gelijkgestelde dag, niet doorschuift naar de eerstvolgende werkdag
Artikel 12 Aankomst en vertrek
Dit artikel is om duidelijkheid te scheppen omtrent de aankomst en vertrekpunt, ter onderscheiding van schepen die slechts de faciliteiten van de olieopslag bedrijf gebruiken
Artikel 13 Kwijtschelding
Op grond van artikel 84 van de FinBES kan in de belastingverordening worden bepaald dat geen of slechts gedeeltelijk kwijtschelding van belasting wordt verleend. De havenbelasting leent zich niet voor kwijtschelding. Daarom is in artikel 12 opgenomen dat geen kwijtschelding wordt verleend.
Artikel 14 Nadere regels door het bestuurscollege
Het bestuurscollege kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de havenbelasting (vergelijk artikel 8.19 Belastingwet BES) en de havenrechten. Een aantal van die regels ontleent het bestuurscollege rechtstreeks aan de wet. Bijvoorbeeld:
- -
regels over het opleggen van voorlopige aanslagen of voorlopig gevorderde bedragen (vergelijk artikel 8.8, zevende lid, Belastingwet BES);
- -
regels over uitstel van betaling (vergelijk artikel 8.57, eerste lid, Belastingwet BES);
Artikel 15 Inwerkingtreding
In het licht van financiële verantwoording is ervoor gekozen om de inwerkingtreding samen te laten vallen met de aanvang van de kalenderjaar.
De citeertitel maakt het mogelijk de verordening in geschriften ‘verkort’ aan te duiden.
Bekendmaking
De verordening verbindt pas nadat deze is bekendgemaakt overeenkomstig de bepalingen in de artikelen 142 en volgende van de WolBES.
C. Toelichting op de tarieventabellen Havenbelasting en Havenrechten
Tabel 1 Havenbelasting tarieven voor vaartuigen
Omdat de havenbelasting een belasting is, is deze geen vergoeding voor een dienst bestaande uit het mogen liggen, meren of ankeren van een vaartuig, als gevolg hiervan is artikel 6.24 van de Belastingwet BES is niet van toepassing. Op grond van dat artikel is het verboden in de gevallen waarin algemene bestedingsbelasting verschuldigd is, goederen en diensten aan te bieden tegen prijzen waarin de algemene bestedingsbelasting niet is begrepen.
Dit tabel bevat de heffingsmaatstaven en tarieven voor het liggen of meren van vaartuigen in de havens of aan kaden of terreinen.
Bij het liggeld bestaat geen onderscheid tussen het liggen langszijde kaden of pieren en het meren van vaartuigen aan meerstoelen en meerboeien.
Met betrekking tot een in de tarieventabel genoemd vaartuig is gekozen voor een combinatie van heffingsmaatstaven (bijvoorbeeld een vast bedrag en een bedrag per BT).
Tabel 2
Tabel 2 bevat de heffingsmaatstaven en tarieven voor de havenrechten, wegens verleende diensten en of het gebruik van goederen, bezittingen of inrichtingen.
De tarieven worden onder andere berekend aan de hand van brutotonnage, de periode en de handelingen verricht.
Daar havenrechten een vergoeding zijn voor geleverde diensten, danwel gebruik van overheid bezittingen of inrichtingen, is artikel 6.24 van de Belastingwet BES wel van toepassing.
Ziet u een fout in deze regeling?
Bent u van mening dat de inhoud niet juist is? Neem dan contact op met de organisatie die de regelgeving heeft gepubliceerd. Deze organisatie is namelijk zelf verantwoordelijk voor de inhoud van de regelgeving. De naam van de organisatie ziet u bovenaan de regelgeving. De contactgegevens van de organisatie kunt u hier opzoeken: organisaties.overheid.nl.
Werkt de website of een link niet goed? Stuur dan een e-mail naar regelgeving@overheid.nl