Besluit van de raad van de gemeente Amstelveen tot vaststelling van de Nota Bovenwijkse voorzieningen

Geldend van 21-05-2025 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 10-11-2021

Intitulé

Besluit van de raad van de gemeente Amstelveen tot vaststelling van de Nota Bovenwijkse voorzieningen

De raad van de gemeente Amstelveen;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 5 oktober 2021;

gelet op artikel 6.12 van de Wet op de ruimtelijke ordening;

besluit vast te stellen de:

Nota Bovenwijkse voorzieningen

Ondertekening

In de nota wordt vastgelegd wat de tarieven zijn voor het verhaal van bovenwijkse voorzieningen. In de nota wordt ook onderbouwd hoe dit tarief tot stand is gekomen. De onderbouwing is transparant, zodat marktpartijen voorafgaand aan een ontwikkeling weten waar zij aan toe zijn. Daarnaast wordt inzichtelijk gemaakt dat het bovenwijks kostenverhaal op een consistente manier wordt toegepast.

De nota is een dynamisch document. Dit betekent dat zowel de investeringen als de dragers (projecten) periodiek geactualiseerd worden. Dit kan consequenties hebben voor het tarief. Het tarief doet daarmee zoveel mogelijk recht aan de dan geldende stand van zaken.

Bijlage: Nota Bovenwijkse voorzieningen (ook als pdf-document bij deze publicatie ingesloten)

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 10 november 2021.

De griffier,

Debby de Heus

De voorzitter,

Tjapko Poppens

Bijlage Nota bovenwijkse voorzieningen

Inhoudsopgave

1. Inleiding

2. Wettelijk kader

3. Investeringsopgave

4. Financiering

5. Berekening bijdrage

6. Uitvoering

 

Bijlage I Begrippen. 

Bijlage II Nadere uitleg verhaalbare kosten 

Bijlage III Kostensoortenlijst artikel 6.2.3 t/m 6.2.5 

Bijlage IV Specificatie investeringsopgave kaart toevoegen

Bijlage V Specificatie ontwikkelopgave

Bijlage VI Voorbeeld berekeningen 

afbeelding binnen de regeling

1. Inleiding 

Beheerst groeien

Om het tekort aan woningen terug te dringen wordt er de komende jaren in Amstelveen flink bijgebouwd. Hierdoor groeitAmstelveen gestaag van 90.000naar circa 110.000 inwoners. Een groei van 20% in 20 jaar. De nieuwbouw van woningen en ook andere functies, zoals retail en bedrijventerreinvindt vooral binnen de bebouwde kom plaats. Amstelveen heeft de opgave om deze groei beheerstte laten plaatsvinden met het oog voor kwaliteit en de leefbaarheid van de stad.

Investeren om een leefbare stad te blijven

De beheerste groei van de stad legt een druk op de voorzieningen. De gemeente heeft nadrukkelijk oog voor het versterken van leefbaarheid en kwaliteit van de omgeving. Hierdoor blijft Amstelveen een stad met een aantrekkelijke leefomgeving. De gestage groei van de stad vraagt dus om investeringen in de openbare ruimte. De investeringsopgave omvat vooral het versterken en verbeteren van deinfrastructuur. Denk hierbij onder meer aan fietsroutes, mobiliteitshubs en aanpassen van kruisingen. 

Bovenwijkse voorzieningen, profijt en functionele samenhang

Deze investeringen betreffen zogenaamde ‘bovenwijkse voorzieningen’. Dit betreffen bovenwijkse voorzieningen op stadsdeelniveau en op stadsniveau. De bovenwijkse voorzieningen op stadsdeel-niveau zijn voorzieningen waar meerderegebieden1 profijt van hebben. De bovenwijkse voorzieningen op stadsniveau hangen functioneel samen metde groei van de stad en zijn van belang op gemeentelijk niveau. 

Het is gerechtvaardigd om alle partijen, die baat hebben bij de investeringen in bovenwijkse voorzieningen, een bijdrage te laten betalen. Zowel de bestaande stad als de nieuwe vastgoedontwikkelingen, de nieuwe stad, dragen hierin bij. De bestaande stad draagt het grootste deel van deze investeringen. De bestaande stad betreft de bestaande woningen, maatschappelijke voorzieningen, commerciële voorzieningen en bedrijven. Daarnaast vraagt Amstelveen aan nieuwe vastgoedontwikkelingen een bijdrage voor bovenwijkse voorzieningen2. En onder de nieuwe stad verstaan we de ontwikkeling van nieuwe woningen3,kantoren, bedrijven en commerciële voorzieningen. 

1 Eexploitatiegebieden 2 Bouwplannen waar de gemeente al een overeenkomst over kostenverhaal sloot, voordat deze nota werd vastgesteld, worden ook tot de bestaande stad gerekend3 Behalve sociale huurwoningen 

Financiering

De investeringen in de beoogde bovenwijkse voorzieningen dekt de gemeente op verschillende manieren. De gemeente dekt het merendeel uit de algemene middelen. Voor een aantal voorzieningen kan de gemeente subsidies ontvangen.

Maar ook de nieuwe stad gaat een steentje bijdragen om de investeringen in bovenwijkse voorzieningen4 te kunnen realiseren. De nieuwe stad vergroot de druk op de bovenwijkse voorzieningen, waardoor eerder en meer investeringen nodig zijn dan wanneer de groei van de stad niet of minder snel verloopt. De nieuwe stad betaalt mee als ze profijt heeft of als er een functionele samenhang is. Zonder de investeringen in de bovenwijkse voorzieningen op stadsniveau ontstaan er knelpunten met betrekking tot bereikbaarheid en een goede leefomgeving. De bestaande en nieuwe stad dragen samen bij aan de door de gemeente te realiseren bovenwijkse voorzieningen. De bijdrage aan investeringen in bovenwijkse voorzieningen van de nieuwe stad vindt zijn grondslag in het kostenverhaal.

Kostenverhaal

Overheden zijn wettelijk verplicht om bij het ruimtelijk mogelijk maken van een bouwplan de gemeentelijke kosten te verhalen. Ook de kosten voor investeringen in bovenwijkse voorzieningenkan een gemeente verhalen.

Waarvoor dient deze nota?

Deze beleidsnota geeft inzicht in de investeringen in bovenwijkse voorzieningen, die nodig zijn voor de beheerste groei van de stad en het behoud van een kwalitatief hoogwaardige leefomgeving.De beleidsnota schetst de investeringsopgave, zowel kwalitatief (welke investeringen) als kwantitatief (wat kost het). Vervolgens geeft de nota een helder beleidskader voor de financiering van deze investeringen; Wie draagt bij en hoe hoog is de bijdrage?

Het vaststellen van een nota bovenwijkse voorzieningen is wettelijk niet verplicht. De nota heeft als voordeel dat het ontwikkelende partijen duidelijkheid geeft over de te betalen bijdrage en een uniforme werkwijze voorschrijft, die geldt voor iedere nieuwe ontwikkeling binnen de gemeente. Na het vaststellen van deze nota vraagt de gemeente aan ontwikkelende partijen een uniforme en transparante bijdrage voor de investeringen in de bovenwijkse voorzieningen. De nota bovenwijkse voorzieningen vormt daarnaast de basis om een bijdrage vanuit de gemeentelijke grondexploitatieste vragen voor de investeringen in de bovenwijkse voorzieningen. 

Leeswijzer

Deze nota is compact. Achtereenvolgens komt aan bod wat bovenwijkse voorzieningen zijn, wat deinvesteringsopgave is, hoe deze wordt gefinancierd, hoe de bijdrage wordt berekend en tenslotte wordt afgesloten met de regels voor de uitvoering. De bijlagen gaan dieper in op de materie. 

HOOFDSTUK 2 WETTELIJK KADER

Welke kosten mogen verhaald worden en op wie? Wat wordt verstaan onder bovenwijkse voorzieningen? 

HOOFDSTUK 3 INVESTERINGSOPGAVE

Welke bovenwijkse voorzieningen worden de komende jaren gerealiseerd en wat kost dit?

HOOFDSTUK 4 FINANCIERING

Wie draagt bij aan de financiering?

HOOFDSTUK 5 BEREKENING BIJDRAGE

Hoe wordt de bijdrage berekend en wat is de bijdrage voor 2021/2022? 

HOOFDSTUK 6 UITVOERING

Governance, wie mag wat? 

2. Wettelijk kader 

Dit hoofdstuk geeft een korte uitleg van het kostenverhaalinstrumentarium en gaat daarna specifiek in op de kostenverhaalsmogelijkheden voor bovenwijkse voorzieningen.

Wettelijke kader

De Wet ruimtelijke ordening (Wro) en Besluit ruimtelijke ordening (Bro) (hierna samen: het wettelijk kader) geven het wettelijkkader voor het kostenverhaal. Op 1 juli 2022 treedt naar verwachting de Omgevingswet (Ow) en de Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet (Awg) in werking. We sorteren in deze nota voor op de Ow en Awg, zodat we na inwerkingtreding van deze wetten de nota hierop gemakkelijk kunnen aanpassen.

Wanneer kosten verhalen?

Gemeenten zijn verplicht om de kosten van de grondexploitatie te verhalen5 bij een aangewezenbouwplan6, waarvoor een ruimtelijk besluit7 op grond van de Wro nodig is. Denk hierbij aan nieuw-bouw van woningen, kantoor, detailhandel of bijvoorbeeld horeca waarvooreen bestemmingsplanherziening nodig is. Of de transformatie van een voormalig onderwijsgebouw naar woningen. Ook de grotere verbouwingen vallen hieronder.

Publiekrechtelijke en privaatrechtelijke spoor

Gemeenten kunnen de kosten op twee manieren verhalen, namelijk via het privaatrechtelijke en het publiekrechtelijke spoor. Publiekrechtelijk spoor Om het kostenverhaal publiekrechtelijk te borgen,stelt de gemeente tegelijk met het ruimtelijke besluit een exploitatieplan vast. Het kostenverhaalmet een exploitatieplan is beperkttot de kosten van de grondexploitatie, die zijn vastgelegd in dezogenaamde kostensoortenlijst8. Wanneer kostenverhaal anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld met een anterieure overeenkomst bij een privateontwikkeling of met de uitgifte van bouwgrond bij eengemeentelijke grondexploitatie, dan vervalt de verplichting om een exploitatieplan vast te stellen.

Privaatrechtelijke spoor

Gemeente Amstelveen geeft de voorkeur aan het privaatrechtelijke spoor, ook wel het anterieure spoor genoemd. Dit houdt in dat de gemeente met een ontwikkelende partij afspraken maakt over het voorgenomen bouwplan. Hieronder valt ook het kostenverhaal. Deze afspraken leggen de gemeente en de ontwikkelende partij vast in een anterieure overeenkomst. Dit is een privaatrechtelijke overeenkomst, die de gemeente en de ontwikkelende partij ondertekenen, voordat het college de planologische procedure in behandeling neemt. De anterieure overeenkomst is vormvrij en vrijwillig voor beide partijen. Dit betekentdat de gemeente en de ontwikkelende partij maatwerk kun-nen toepassen en de mogelijkheden voor kostenverhaal ruimer zijn. De praktijk laat zien dat de wettelijke kaders van het publiekrechtelijke spoor ook bepalend zijn voor de inhoud van de anterieure overeenkomst. 

4 Bij het kostenverhaal gaat over de netto investering. Dit betekent dat het bruto investeringsbedrag verminderd wordt met subsidies en bijdragen van derden en daarnaast onderhoudsvoorzieningen 5 afdeling 6.4 Wro 6 artikel 6.2.1 Bro 7 denk hierbij aan de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan, een projectbesluit of een projectafwijkingsbesluit (besluit tot afwijking van de beheersverordening)8 artikel 6.2.3 t/m 6.2.5 Bro

Verhaalbare kosten

De verhaalbare kosten betreffen de gebiedseigen kosten, de investeringen in bovenwijkse voorzieningen, bijdragen voor bovenplanse kosten en bijdragen voor investeringen in zogenaamde ruimtelijke ontwikkelingen. In bijlage II staat een uitleg van het brede spectrum van verhaalbare kosten.

Voorzieningen

De kostensoortenlijst9 geeft aan wat verstaan wordt onder investeringen in voorzieningen; zie bijlage III. De kostensoortenlijst is limitatief en dit betekentdat investeringen dan wel kosten voor werken en werkzaamheden die niet op deze lijst staan, volgens het wettelijk kader niet verhaald mogen worden. Maatschappelijke voorzieningen, zoals een theater of een school, zijn geen voorziening volgens dit wettelijk kader en daarom kan de gemeente de kosten voor deze voorzieningen niet verhalen. De kostensoortenlijst gaat over de kosten van aanleg van (openbare) voorzieningen, zoals wegen, groen, water, inclusief eventuele verwerving en sloop van opstallen. Onderhoudskosten of vervangingsinvesteringen vallen hier niet onder. 

afbeelding binnen de regeling

Bovenwijkse voorzieningen

Een voorziening is een bovenwijkse voorziening als de voor- ziening ten dienste staat aan meer dan één exploitatiegebied. Bij kostenverhaal via het publiekrechtelijke spoor, dus met een exploitatieplan, schrijft het wettelijk kader voordat een bovenwijkse voorziening moet voldoen aan drie cumu latieve criteria, namelijk profijt, toerekenbaarheid en pro- portionaliteit10 (hierna: PTP).

Bij kostenverhaal via het privaatrechtelijke spoor is de gemeente niet verplicht deze criteria toe te passen. Wel worden deze criteria vaak als maatstaf gebruiktom de redelijkheid van het kostenverhaal te toetsen. Deze nota bovenwijkse voorzieningen geeft de bijdrage voor bovenwijkse voorzieningen als onderdeel van het privaatrechtelijke spoor11. De bijdrage is redelijk en billijk. De methode en de berekening van de bijdrage staan beschreven in hoofdstuk 4 en 5.

Bovenwijkse voorzieningen stadsdeelniveau en stadsniveau

De investeringsopgave betreft bovenwijkse voorzieningen op stadsdeelniveau en op stadsniveau. Bij de bovenwijkse voorzieningen op stadsdeelniveau zijn de PTP criteria grofstoffelijk toegepast. 

De bovenwijkse voorzieningen op stadsniveau hebben een functionele samenhang met de beheerste groei van de stad. Ze zijn van belang op stadsniveau. De bovenwijkse voorzieningen op stadsniveau zijn onder de Ow en Awg te verhalen via de financiële bijdrage (zie tekstblok ‘Wat verandert er onder de Ow / Awg?’). In deze nota sorteren we voor op deze toekomstige mogelijkheid. De functionele samenhang tussen de beheerste groei van de stad rechtvaardigt dat Amstelveen ontwikkelende partijen een bij- drage vraagt voor bovenwijkse voorzieningen op stadsniveau. De bijdrage voor bovenwijkse voorzie- ningen op stadsniveau kan alleen via het privaatrechtelijke spoor verhaaldworden. Er is hier namelijk geen sprake van de cumulatieve toepassing van de PTP, maar van een functionele samenhang. 

9 artikel 6.2.3 t/m 6.2.5 Bro 10 artikel 6.13 lid 6 Wro 11 indien de gemeente het kostenverhaal van bovenwijkse voorzieningen publiekrechtelijk met een exploitatieplan en/of posterieure overeenkomst wil borgen dan kan een aanvullende onderbouwing van de proportionaliteit nodig zijn. 

afbeelding binnen de regeling

3. Investeringsopgave 

De komende twintig jaar investeert de gemeente naar verwachting ¤ 48,7 miljoenin voorzieningen die de leefbaarheid van Amstelveen ten goede komen. De investeringen in deze bovenwijkse voorzieningen komen voort uit het Ruimtelijke Ontwikkelperspectief 2020, de gemeentelijke begroting en de perspectiefnota. 

De (beoogde) investeringen verdelen we in drie groepen, namelijk: 

afbeelding binnen de regeling

De investeringsbedragen zijn gebaseerd op een kostenraming. De ramingen variëren van een globale raming tot een definitieve raming als het werk aanbesteed is / uitgevoerd is12. De raming bevat de eventuele verwervingskosten, de eventuele sloopkosten, de aanlegkosten, de plankosten en VTU (voorbereiding, toezicht en uitvoering). De investeringsbedragen betreffen netto bedragen en dit betekent dat eventuele subsidies, bijdrage van derden en bijdragen uit een onderhoudsfonds in mindering op het investeringsbedrag zijn of worden gebracht.

Amstelveen delen we op in twee gebieden voor de bovenwijkse voorzieningen op stadsdeelniveau, namelijk stadsdeel Noord en stadsdeel Zuid. De A9 vormt een natuurlijke scheiding van de stad. Deze indeling doet recht aan de aard aan de bovenwijkse voorzieningen en het profijt en de proportionaliteit voor de toerekening aan de stadsdelen. 

12  Dit betreft reeds aangelegde investeringen in de periode 2016 – 2021. 

afbeelding binnen de regeling

4. Financiering 

Bovenwijkse voorzieningen stadsdeel Zuid

Om de investeringskosten tussen de bestaande en nieuwe stad te verdelen, is op investeringsniveau gekeken in hoeverre de bestaandeen nieuwe stad profiterenvan de bovenwijkse voorziening (zie bijlage IV).

Van het merendeel van de bovenwijkse voorzieningen (¤ 5,0 mln investeringsvolume) in Zuid profi- teert het gehele stadsdeel Zuid evenveel, dus zowel de bestaande als de nieuwe stad. De bijdrage aan de financiering van deze bovenwijkse voorzieningen is bepaald door tekijken naar de vastgoedwaarde13van de bestaande en de nieuwe stad en dit leidt tot een verdeling van 74% bestaande stad en 26% nieuwe stad.

De overige bovenwijkse voorzieningen zijn evenredig meer toe te rekenen aan de nieuwe stad. Dit betreft circa 4% van het investeringsvolume, namelijk ¤ 0,2 mln. De bestaande stad kan ook gebruik maken van deze investeringen en daarom dragen beide bij aan de financiering van deze bovenwijkse voorzieningen in de verhouding 50% bestaande stad en 50% nieuwe stad.

Bovenwijkse voorzieningen op stadsniveau

De gehele stad maakt gebruik van de bovenwijkse voorzieningen op stadsniveau, dus zowel de bestaande als de nieuwe stad. De bijdrage aan de financiering van deze bovenwijkse voorzieningen op stadsniveau is bepaald door te kijken naar de vastgoedwaarde van de bestaandeen de nieuwe stad en dit leidt tot een verdeling van 85% bestaande stad en 15% nieuwe stad.

Verdeling naar functies in de nieuwe stad 14

De aangewezen bouwplannen betreffen een toevoeging van circa 9.000 woningen en 890.000 m2 bvo kantoren, bedrijven en overig commercieel vastgoed. Bijlage V geeft een specificatie van het ontwikkelprogramma. Om de bijdrage te bepalen, wordt gewerkt met een wegingsfactor per categorie. Er zijn vier categorieën, namelijk wonen, kantoren, bedrijven en overig commercieel vastgoed. De wegingsfactor is bepaald aan de hand van de gemiddelde vastgoedwaarde van deze categorieën. Dit resulteert in de volgende wegingsfactoren.

afbeelding binnen de regeling afbeelding binnen de regeling

Vrijstellingen

Binnen de categorie wonen hoeft voor de toevoeging van sociale huurwoningen geen bijdrage betaald te worden en voor de toevoeging van maatschappelijk vastgoed geldt eveneens geen bijdrage. 

Maatwerk

De hoofdregel is dat iedere nieuw aangewezen bouwplan bijdraagt. Het college kan in bijzondere situaties, waarbij de ontwikkelende partij objectief met een taxatie kan aantonen dat de gebiedsontwikkeling financieel niet haalbaar is (en de gemeente komt tot dezelfde conclusie), maatwerk toepassen. Dit maatwerk houdt in dat het college in uitzonderlijke situaties een lagere of geen bijdrage voor investeringen in bovenwijkse voorzieningen kan vragen. Dit vormt wel een uitzondering.

Bijdrage voor bovenwijkse voorzieningen per ontwikkeling

De bijdrage per ontwikkeling is afhankelijk van het programma dat per saldo wordt toegevoegd. Het betreft dus nieuwbouw vermindert met sloop15. Bijlage VI geeft twee fictieve berekeningenvan de bijdrage voor investeringen in bovenwijkse voorzieningen.

Bij het sluiten van de anterieure overeenkomst wordt de bijdrageberekend op basis van hetindica- tieve programma. Een ontwikkelende partij verzekert de betaling van deze indicatieve bijdrage voor bovenwijkse voorzieningen met een bankgarantie of waarborgsom. Op basis van de ingediende omgevingsvergunning wordt de definitieve bijdrage voor bovenwijkse voorzieningen opnieuw berekend en de bankgarantie of waarborgsom waar nodig bijgesteld. Op het moment dat de omgevingsvergunning onherroepelijk is, is de ontwikkelende partij de bijdrageverschuldigd. De gemeente factureert de bijdrage voor bovenwijkse voorzieningen op het moment dat de omgevingsvergunning onherroepelijk is aan de ontwikkelende partij en hanteert hierbijde gemeentelijke betaaltermijnen en betalingsvoorwaarden. 

Het college van B&Wheeft de bevoegdheid om gemotiveerd van het voorstaande af te wijken en te besluiten een andere regeling te treffen met de ontwikkelende partij. 

13 WOZ-waarden 14 De omvang van de ontwikkelopgave betreft een inschatting op basis van de inzichten medio 2021 15 Sloop van niet vrijgestelde functies.

Lopende projecten

Bij een aantal lopenderuimtelijke projectenzijn al met verschillende eigenaren privaatrechtelijke afspraken gemaakt over (bovenwijks) kostenverhaal. De basis van dit bovenwijks kostenverhaal bij deze ontwikkelingen is gelegen in op dat moment reeds vastgestelde publiekrechtelijke documenten. Dit doet zich onder andere voor bij de projecten Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) en De Scheg. De verrichte werkzaamheden voor de verlegging van de N201 en realisatie van ongelijksvloerskruisingen hebben een bovenwijks karakter. Het kostenverhaal ten aanzienvan deze bovenwijkse voorzieningen hebben conform aanwijzingen in de Structuurvisie Amstelveen Zuid -die op 15 decem- ber 2010 is vastgesteld- reeds plaatsgevonden en dienen nog plaats te vinden waar dit nog niet pri- vaatrechtelijk overeengekomen is. 

Administratie bovenwijkse bijdragen

Bij facilitaire projectenworden de bijdragen van ontwikkelende partijen vastgelegd in de financiële administratie op de volgende balansposten ‘Vooruit betaalde bijdragenbovenwijkse voorzieningen stadsdeel Zuid’ en ‘Vooruit betaalde bijdragen bovenwijkse voorzieningen stadsniveau’. De bijdragen vanuit de actieve grondexploitaties worden gelabeld en vervolgens geleverd via de algemene middelen. Het investeringsvoorstel voor de realisatie van een bovenwijkse voorziening bevat een onderbouwing van de dekkingvan de investering. Een deel van de dekking vindtplaats via ontvangen en toekomstige bijdragen van ontwikkelaars, het andere deel van de algemene middelen. Daarbij is een deel van dekking uit de algemene middelen te relaterenaan de bestaande stad. Het andere deel is gelabeld en afkomstig uit de actieve grondexploitaties (nieuwe stad). 

afbeelding binnen de regeling

5. Berekening bijdrage 

Hieronder volgt een stappenplan om de bijdrage voor investeringen in bovenwijkse voorzieningen te bepalen en de berekening voor de bijdrage 2021/2022. Bijlage VI geeft twee fictieve berekeningen van de bijdrage voor investeringen bovenwijkse voorzieningen. 

afbeelding binnen de regeling

Actualisatie

Periodiek actualiseert het college de bijdrage voor bovenwijkse voorzieningen. Vanwege het dynamische karakter is een periodieke actualisatie, indicatief iedere 2 jaar, van de investeringen in bovenwijkse voorzieningen en de aangewezen bouwplannen (de nieuwe stad) het uitgangspunt. Bij de actualisatie worden de hierboven genoemde stappen uitgevoerd. Bij stap 1 omvat dit een bijstelling van de netto investeringsbedragen, aanvulling met nieuwe investeringen en het verwij- deren van investeringen die onverhoopt niet doorgaan. Bij stap 4 betekent dit het programma bijstellen, aanvulling met nieuwe ruimtelijke initiatieven en verwijderen van initiatieven die niet doorgaan. 

6. Uitvoering 

Dit hoofdstuk geeft de bevoegdheden van de raad en het college ten aanzien van de nota bovenwijkse voorzieningen.

afbeelding binnen de regeling

Bijlage I Begrippen

In deze begrippenlijst staan de artikelen uit de Wro en Bro. Zodra de Ow in werking treedt, worden de artikelen vervangen door artikelenuit de Ow en Awg. 

Anterieure overeenkomst

Een privaatrechtelijke overeenkomst tussen een gemeente en een ontwikkelende partij over de grondexploitatie, geslotenvóór de vaststelling van een planologische maatregel, zoals bedoeld in artikel 6.12, lid 2 Wro.

Bestaande stad

Bestaande woningen en niet-woningen, zoals kantoren, bedrijven en overig commercieel vastgoed, de ruimtelijke initiatieven waarvoor de gemeente al een anterieure overeenkomst sloot voor de vaststelling van de nota bovenwijkse voorzieningen inclusief de vrijgestelde functies.

Bouwplan

Artikel 6.12 Wro juncto of in samenhang gelezen met artikel 6.2.1 Bro: 

a.  de bouw van een of meer woningen; 

b.  de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; 

c.  de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m bruto-vloeroppervlakte of met een of meer woningen;

d. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd;

e. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m2 bruto-vloeroppervlakte bedraagt;

f.  de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte.

Bovenwijkse voorziening

Een voorziening volgens de Bro kostensoortenlijst (artikel 6.2.3 tot en met 6.2.5) waarvan meer dan één exploitatiegebied profijt heeft. 

Bovenwijkse voorziening stadsniveau

Een voorziening volgens de Bro kostensoortenlijst (artikel 6.2.3 tot en met 6.2.5) met een functionele samenhang met de beheerste groei van de stad.

BVO

Bruto vloeroppervlakte conform NEN2580. 

Exploitatieplan

Een plan als bedoeld in artikel 6.12 Wro. 

Maatschappelijk vastgoed

Maatschappelijke voorzieningen zijn voorzieningen op het gebied van sport, onderwijs, religie, opvang, welzijn, zorg en medisch, waarbij de bestemming in het planologisch besluit Maatschappelijk is. 

Nieuwe stad

Woningen en niet-woningen die (naar verwachting) worden toegevoegd aan de bestaande stad. Het betreft nieuwbouw vermindert met sloop16

Sociale huur

Sociale huurwoningen met een maandhuur tot maximaal de liberalisatiegrens en verhuurd door een toegelaten instelling (Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting en Woningwet). 

16 Van niet vrijgestelde functies.

Bijlage II Nadere uitleg verhaalbare kosten 

afbeelding binnen de regeling

Bijlage III Kostensoortenlijst artikel 6.2.3 t/m 6.2.5 

afbeelding binnen de regeling

Bijlage IV Specificatie investeringsopgave 

afbeelding binnen de regeling afbeelding binnen de regeling

afbeelding binnen de regeling

Bijlage V Specificatie ontwikkelopgave 

De omvang van de ontwikkelopgave betreft een inschatting op basis van de inzichten medio 2021. 

afbeelding binnen de regeling afbeelding binnen de regeling

Bijlage VI Voorbeeld berekeningen 

Voorbeeld 1:

Een ontwikkelende partij wil in Amstelveen Zuid het volgende nieuwbouwprogramma toevoegen: 

afbeelding binnen de regeling

*Stel de gemiddelde woninggrootte van de middeldure en dure koopwoningen bedraagt 150 m2 bvo, dan bedraagt de bijdrage bovenwijkse voorzieningen ¤ 1.238 per woning.

Voorbeeld 2:

Een ontwikkelende partij wil in Amstelveen Noord het volgende nieuwbouwprogramma toevoegen, waarbij ook woningen gesloopt worden: 

afbeelding binnen de regeling